In Mexico-Stad zijn vorige week zondag meer dan honderdduizend mensen de straat op gegaan om te protesteren tegen de bezuinigingen die president Andrés Manuel López Obrador wil doorvoeren in het Nationaal Electoraal Instituut (INE). Het instituut geeft kiezerspassen uit en houdt toezicht op het stemproces in afgelegen en vaak gevaarlijke uithoeken van het land, schrijft The Hill.
De demonstratie werd georganiseerd door de partijen PRI en PAN, die eerder aan de macht waren en beweren dat als de voorstellen van López Obrador van kracht gaan, de democratie gevaar loopt. Er zou worden bezuinigd op de salarissen, de financiering van lokale verkiezingsbureaus en de training van burgers die stembureaus beheren en controleren. Ook zouden de sancties voor kandidaten die hun campagne-uitgaven niet opgeven, worden verlaagd.
López Obrador meent dat het geld beter besteed kan worden aan de armen
De Mexicaanse president ontkent dat de hervormingen een bedreiging vormen voor de democratie, maar zegt dat het INE te groot is en te veel geld uitgeeft. (Er blijft overigens nog 700 miljoen euro over.) Verkiezingen in Mexico zijn naar internationale maatstaven duur, deels omdat bijna alle legale campagnefinanciering door de regering wordt verstrekt. López Obrador meent dat het geld beter besteed kan worden aan de armen.
De Mexicaanse staat schudt op zijn grondvesten. Reden: een binnenlandse crisis veroorzaakt door regeringspartij PRI, en een buitenlandse crisis veroorzaakt door Donald Trump.
Er lijkt zwaar weer op komst voor de Mexicaanse staat. Binnenslands neemt de crisis rondom het vraagstuk van veiligheid toe, rijzen de corruptieschandalen de pan uit en worden tegelijkertijd de justitiële en politionele instellingen doelbewust ondermijnd, waardoor het wankele staatsapparaat nog meer op lemen voeten komt te staan. En buitenslands is er Donald Trump, die zijn vijandige houding tegenover Mexico nog verder heeft aangescherpt met zijn dreigement de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) op te zeggen en Mexico almaar de schuld blijft geven van de talloze drugsdoden die de VS teisteren.
Het samenvallen van een binnenlandse politieke crisis met een buitenlandse dreiging is een verschijnsel dat zich sinds de tijd van Lázaro Cárdenas del Río (Mexicaans president van 1934 tot 1940) en de daaropvolgende periode van de Tweede Wereldoorlog niet meer heeft voorgedaan. Toentertijd werd de binnenlandse politieke en economische crisis te lijf gegaan door een nog krachtig autoritair regime, dat gesteund werd door de Amerikaanse regering, die beducht was voor de internationale consequenties van een ineenstortende Mexicaanse staat. Maar nu wordt de regering van de PRI (Partido Revolucionario Institucional – Institutioneel Revolutionaire Partij) geconfronteerd met een Noord-Amerikaanse president die zich alleen bekommert om zijn eigen imago en niet in staat is de gevolgen van zijn daden te voorzien.
Legitimiteit
De buitenlandse dreiging zou het hoofd geboden kunnen worden als de huidige regering niet voortdurend bezig was de interne politieke polarisatie aan te wakkeren, in een poging een onderzoek naar haar corruptiepraktijken af te wenden. Het recente besluit van de president om de speciale aanklager inzake verkiezingsdelicten, Santiago Nieto, te ontslaan, alsmede zijn weigering om een openbare aanklager belast met corruptiezaken aan te stellen en een nieuwe procureur-generaal der Republiek te benoemen, zijn stuk voor stuk maatregelen die de doodsteek geven aan een rechtsstelsel dat in wezen toch al eerder fictief dan reëel is. Laten we niet vergeten dat 98 procent van de misdaden in Mexico onbestraft blijft en dat misdaden tegen de menselijkheid, zoals ontvoeringen, en niet te vergeten corruptie, gewoon nooit bestraft worden. Een regering die weigert een effectief rechtsstelsel op te zetten verliest haar legitimiteit, niet alleen ten opzichte van haar eigen onderdanen, maar ook tegenover de rest van de wereld, juist op een moment dat hulp van buitenaf onmisbaar is om de dreiging van een onvoorspelbare Noord-Amerikaanse regering het hoofd te bieden.
De regering van Enrique Peña Nieto heeft zich ten doel gesteld het project dat president Carlos Salinas vijfentwintig jaar geleden inzette – een neoliberaal model van economische integratie met de Verenigde Staten – nieuw leven in te blazen, maar met behoud van de politieke macht in handen van de autoritaire PRI-elite. De relatieve – en trage – democratisering van het land gedurende de beginfase van het neoliberale project (getolereerd als instrument om het maatschappelijk protest in de hand te houden) liep in het jaar 2000 spaak en zorgde voor een wisseling van de presidentiële macht. Maar de PRI slaagde erin tijdens de opeenvolgende regeringen van de PAN (Partido Acción Nacional – Nationale Actiepartij) een vetomacht in het parlement te handhaven, en aangezien de PAN meewerkte aan het neoliberaal project en geen eigen democratisch project had, werd in essentie het beleid van het oude regime voortgezet, onder de discrete dekmantel van de zogenaamde ‘electorale democratie’.
De regering van Peña Nieto heeft zich ten doel gesteld de aarzelende stappen voorwaarts die tijdens de democratische lente van begin deze eeuw werden gezet teniet te doen: de ontmanteling van onafhankelijke instituties die vrije verkiezingen, los van enige partijmacht, dienden te garanderen en die moesten zorgen voor transparantie in de uitoefening van het openbaar bestuur. De instituties die zorg moeten dragen voor transparantie kunnen vanwege het ontbreken van een effectief rechtsstelsel geen vuist maken om hervormingen door te voeren. De instituties die vrije verkiezingen dienen te garanderen zijn volledig in de macht van de PRI, met name het Federaal Electoraal Tribunaal, dat brutaalweg de frauduleuze gouverneursverkiezingen van dit jaar heeft goedgekeurd. Concreet: de verkiezingen in de deelstaat Mexico waren een proeve op grote schaal van hoe bestuurlijke macht kan worden ingezet om massaal stemmen op te kopen en ongestraft een systeem van algeheel cliëntelisme door te voeren.
De PRI maakt het niet uit of ze het land te gronde richt – als ze maar overleeft
Dat is de reden waarom de regering van Peña Nieto aan het eind van haar mandaat is verwikkeld in het schandaal (want dat is het) van een regelrechte terugkeer naar de oude electorale ondeugden van het autoritair bewind en de feitelijke ontmanteling van de rechtsstaat waartoe de burgermaatschappij de afgelopen jaren de aanzet heeft gegeven. De PRI neemt deze vermetele stappen omdat in 2018 niet alleen haar bestaan als politieke partij op het spel staat, maar ook haar president en de kliek om hem heen gevaar lopen vervolgd te worden voor de corruptieschandalen waarbij ze betrokken zijn. De PRI keert terug naar haar oorsprong om op de oude manier de verkiezingen te winnen die ze, als ze volgens de wet werden gehouden, onherroepelijk zouden verliezen. De PRI maakt het niet uit of ze het land te gronde richt – als ze maar overleeft.
Auteur: Alberto J. Olvera
Vertaler: Jos den Bekker
Alberto J. Olvera is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Instituut voor Sociaal Historisch Onderzoek van de Universiteit van Veracruz.
Politiek links georiënteerd, maar kritisch ten opzichte van de Spaanse socialisten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.