Tag: Prijsplafonds

  • Alles lijkt duurder te worden. Moeten regeringen ingrijpen?

    Alles lijkt duurder te worden. Moeten regeringen ingrijpen?

    Boodschappen, huurprijzen, benzine: mede door geopolitieke spanningen en klimaatverandering lijkt het dagelijks leven steeds duurder te worden. Overheden proberen de druk op huishoudens te verlichten met prijsplafonds en strengere regulering. Maar is dat wel zo verstandig?

    Nee: ‘Prijsregulering is een oppervlakkige oplossing’

    ‘Met conflicten in het Midden-Oosten, olieschokken en stijgende kosten van levensonderhoud begint dit decennium sterk op de jaren zeventig te lijken’, schrijft Financial Times in een redactioneel. ‘In het Westen grijpen politici nu steeds vaker terug naar een van de belangrijkste instrumenten uit die tijd: prijsregulering.’

    Na de Russische invasie van Oekraïne in 2022 voerden verschillende Europese landen prijsplafonds in tegen de stijgende energieprijzen. Sindsdien lijken zowel rechtse als linkse partijen vaker bereid in te grijpen in de markt. Recente peilingen uit de VS en Europa tonen bovendien een grote publieke steun voor directe overheidsmaatregelen om de kosten van basisbehoeften te beperken.

    In januari stelde de Amerikaanse president Donald Trump voor de rente op creditcards voor een jaar te maximeren op 10 procent. Zohran Mamdani, die een succesvolle campagne voor het burgemeesterschap van New York voerde, beloofde een stadsbrede huurstop en betaalbare supermarkten. De Britse Labour-regering kondigde regelgeving aan om prijsopdrijving door voedings- en benzinebedrijven tijdens de oorlog met Iran aan banden te leggen. Ook in Europa en Azië leidt de mogelijke impact van het conflict op de energieprijzen ertoe dat prijsplafonds opnieuw worden overwogen.

    ‘Knoeien met prijzen leidt vaak tot nieuwe problemen’

    ‘Prijsregulering is voor politici een snelle en zichtbare manier om hun steun te betuigen aan huishoudens die het moeilijk hebben’, aldus de redactie. ‘Hoewel het op korte termijn inderdaad kan helpen, leidt het knoeien met prijzen vaak tot nieuwe problemen.’ In sommige Europese steden hebben huurplafonds er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het verhuren van woningen minder aantrekkelijk is geworden, waardoor het tekort juist is toegenomen. Ook kunnen lagere energieprijzen volgens Financial Times de drang verminderen om zuiniger om te gaan met energie en over te stappen op duurzamere alternatieven.

    Maar wat moeten regeringen dan doen? Volgens FT is het effectiever om gerichte financiële steun te bieden aan de meest kwetsbaren in de samenleving en moeten regeringen duurzamere manieren overwegen om de prijzen te verlagen. Dit omvat het bouwen van meer woningen, het terugdringen van bureaucratische rompslomp, het verlagen van invoerheffingen en het investeren in energiezekerheid. ‘Prijsregulering is een oppervlakkige oplossing. Wie knoeit met de markt, moet zich realiseren dat dit vaak tot grotere problemen leidt.’

    De redactie van Financial Times vertegenwoordigt het standpunt van een van Europa’s meest toonaangevende financiële en economische dagbladen.


    Ja: ‘De druk is te groot geworden om te weerstaan’ 

    Jarenlang was het ondenkbaar dat politici zich actief met huur- of energieprijzen zouden bemoeien. ‘Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie heerste in grote delen van de wereld de overtuiging dat alleen de markt bepaalt wat dingen kosten’, schrijft Andy Beckett in The Guardian.

    In de loop van de eenentwintigste eeuw veranderde dat beeld. ‘Markteconomieën bleken steeds minder in staat om basisbehoeften zoals energie en huisvesting betaalbaar te houden. Tegelijkertijd werden de inefficiënties zichtbaarder, zoals torenhoge salarissen voor falende bestuurders en slecht functionerende geprivatiseerde nutsbedrijven.’ Plotselinge inflatiepieken als gevolg van oorlogen, de pandemie en de klimaatcrisis hebben regeringen ertoe aangezet economische maatregelen te nemen die tot voor kort als ‘hopeloos ouderwets, onnatuurlijk en zelfs immoreel’ golden, aldus Beckett.

    Opvallend is dat twee grote democratieën er de afgelopen jaren in zijn geslaagd de maatschappelijke onvrede over inflatie grotendeels te temperen. In beide gevallen zijn de zittende regeringen, ondanks die economische druk, opnieuw gekozen.

    Het negeren van stijgende prijzen is minstens zo riskant

    In Mexico hebben de linkse president Andrés Manuel López Obrador en zijn opvolger Claudia Sheinbaum een maximumprijs ingesteld voor essentiële goederen zoals kip, rijst en toiletpapier. Tijdens wekelijkse persconferenties hebben zij specifieke bedrijven geprezen of bekritiseerd, afhankelijk van hun medewerking: ‘een weinig subtiele maar effectieve vorm van commerciële en politieke druk’, schrijft Beckett. Bij de presidentsverkiezingen van 2024 behaalde Morena, de partij van Obrador en Sheinbaum, 61 procent van de stemmen.

    De centrumlinkse regering van Pedro Sánchez in Spanje reageerde op de oorlog in Iran met een landelijke huurstop. Eerder voerde zijn regering een prijsplafond op energie in en maakte ze tijdelijk treinkaartjes gratis. ‘Dit beleid heeft eraan bijgedragen dat Sánchez al acht jaar aan de macht is.’

    Beckett vraagt zich af of Keir Starmer deze voorbeelden niet op zou moeten volgen. ‘Met de komende inflatiegolf en aanhoudend hoge kosten wordt de verleiding voor Groot-Brittannië om landen als Spanje en Mexico te volgen steeds lastiger om te weerstaan.’ 

    Hoewel prijsregulering risico’s meebrengt, kan het negeren van stijgende prijzen minstens zo riskant zijn. ‘Het is eenvoudig om prijsregulering af te doen als kortetermijnpolitiek – maar dat vergroot het risico dat de onvrede oploopt en protesten uitbreken.’

    Andy Beckett is een Britse journalist en historicus. Hij is columnist bij The Guardian.