Soedan, Zuid-Soedan, Palestina, Haïti en Mali zwaarst getroffen
De voedselprijzen bereikten in oktober het hoogste niveau in anderhalf jaar volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO). ‘Een nieuwe klap voor landen met minder financiële middelen’, aldus El País. Gewapende conflicten en extreme weersomstandigheden zijn verantwoordelijk voor de stijging van de voedselprijzen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de laatste cijfers van de FAO hebben ongeveer veertig landen in de wereld nu buitenlandse hulp nodig om hun bevolking te voeden. Drieëndertig daarvan zijn Afrikaans, negen Aziatisch, twee Latijns-Amerikaans (Venezuela en Haïti) en één Europees (Oekraïne). Deze situatie wordt verergerd door de financiële spanningen in het Mondiale Zuiden, dat al meer betaalt voor zijn schulden dan het ontvangt aan ontwikkelingshulp en waarvan de regeringen de handen gebonden zijn als het gaat om het reageren op voedseltekorten. In 22 landen – aangevoerd door Soedan, Zuid-Soedan, Palestina, Haïti en Mali – is de situatie bijzonder ernstig en zijn ‘dringende maatregelen’ nodig, aldus het VN-agentschap.
De FAO-prijsindex steeg in oktober met 2 procent, een stijging van ongeveer 5,5 procent ten opzichte van een jaar geleden. Desondanks blijft deze indicator 20 procentpunten onder het recordniveau dat in maart 2022 werd geregistreerd, weken nadat de eerste troepen van Vladimir Poetin de grens met Oekraïne overstaken.
De Russische regering liet een drijvende kerncentrale over de ijsschotsen naar Pevek slepen, het noordelijkste stadje in Siberië, om het noordpoolgebied klaar te stomen voor een strategische sleutelrol. Aan de belangen van de inheemse bevolking wordt daarbij echter in het geheel niet gedacht.
Iedereen heeft het over de eieren van Aleksej. De eieren van Aleksej Aleksandrovitsj Korjapov zijn een happening in het dorp. Zelf loopt hij als een haan tussen de kippenhokken, met zijn blonde kuif als hanenkam. In een oogwenk heeft de verlegen man die ik ontmoette bij de ingang van de loods – gebouwd met de restanten van een compound van de Sovjetkustwacht – een transformatie ondergaan. Vijftienhonderd kippen heeft hij. Hij haalt ze aan, geeft sommige liefdevolle tikjes op hun snavel: ‘Moet je zien hoe ze kibbelen om het voer, de dametjes. Hou daarmee op, jij!’ Hij vertelt dat ze in september 2019 als kuikens zijn aangekomen, per schip vanuit Vladivostok via de Beringstraat.
Voor die tijd – vóór Aleksejs geniale start-up – kostten eieren hier in Pevek, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend ongeveer 165 euro bedraagt, 600 roebel per dozijn, dat is bijna 7 euro. Duurder dan de kaviaar die afkomstig is van de lokale vis die vooral wordt gevangen in de Kolyma in het gelijknamige district van de stalinistische goelags. De eieren werden één keer per maand met vrachtwagens of via de Noordelijke IJszee aangevoerd vanuit de regio Amoer in het binnenland van Rusland. Nu kosten ze minder dan de helft. De zevenendertigjarige Aleksej is geëmotioneerd: ‘De moeders omhelzen me, ze zeggen dat ze hun kinderen eindelijk een fatsoenlijk ontbijt kunnen geven. Op school, in het ziekenhuis en in het verzorgingstehuis verkopen we ze voor een symbolisch bedrag. Mijn eieren zijn een symbool van hoop, het is een prachtige ontwikkeling,’ zegt hij.
WINNAAR
True Story Award
De True Story Award is erin geslaagd om, na de digitale versie tijdens de pandemie, weer een livefestival te organiseren in Bern dankzij de vereende krachten van het Reportagen-team.
Deze zomer (23 en 24 juni) werd de internationale journalistiek in het Zwitserse zonnetje gezet, weliswaar in afgeslankte vorm omdat de sponsoring van de stad Bern uitbleef.
Het ambitieuze project, in het leven geroepen door Daniel Puntas Bernet van Reportagen, vraagt journalisten over de hele wereld elk jaar hun beste reportages of ander hoogstaand journalistiek werk in te sturen en laat die vervolgens door jury’s op verschillende continenten beoordelen. De drie winnaars van 2023 versloegen negen andere finalisten die, net als alle andere 24 genomineerden, elk 1000 euro kregen. In totaal waren er meer dan 900 inzendingen uit 94 landen in 21 talen.
1.
De eerste prijs ging naar de Italiaanse journalist Marzio G. Mian (25.000 euro) met zijn in deze editie gepubliceerde reportage ‘Azzardo a nordest’ over een drijvende nucleaire centrale in Siberië.
2.
De tweede prijs van (15.000 euro) ging naar Juan José Martínez d’Aubuisson uit El Salvador voor zijn onderzoek ‘How the MS13 Became Lords of the Trash Dump’ in Honduras, gepubliceerd in Insight Crime (zie kader).
3.
De derde prijs (10.000 euro) werd gewonnen door de Amerikaanse journalist Katia Patin voor haar reportage ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, gepubliceerd in Coda Story.
In de kippenschuur is het 21 graden, de scherpe geur van mest en voer is overweldigend, met spinnenwebben en witte veertjes bedekte elektriciteitskabels bungelen als feestslingers. Buiten is het 35 graden onder nul, het parelkleurige licht van de wintermiddag verdwijnt op de vlakke, bevroren toendra, opgeslokt door de poolnacht. Aleksej vertelt dat hij en zijn neef Viktor werkloos waren en zich dus geen eieren konden veroorloven. Maar zelfs zonder bankrekening konden ze toegang krijgen tot renteloze leningen, dankzij het nieuwe federale ontwikkelingsprogramma voor het Russische Verre Oosten dat twee jaar geleden door de Russische regering werd goedgekeurd, vertelt hij, en hij wijst eerbiedig op de foto van president Vladimir Poetin die aan een spijker in een scheur in het beton hangt. ‘We gaan uitbreiden, we mikken op vijfduizend kippen over drie jaar. Er zullen hier veel mensen komen,’ kondigt hij enigszins plechtig aan.
De drijvende kerncentrale is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept
De datum 14 september 2019 zal in Pevek worden herinnerd vanwege twee uitzonderlijke gebeurtenissen die allebei symbool staan voor de transformatie die dit havenstadje, de noordelijkste gemeente van Rusland en gesticht in 1967, doormaakt: de komst van Aleksejs kippen en de komst van de Akademik Lomonosov, de eerste drijvende kerncentrale ter wereld [de Amerikaanse marine maakte in 1963 al gebruik van de een drijvende kerncentrale op het schip de Sturgis MH-1A]. Die is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept en daar voor anker gelegd om Poetins obsessie voor het noordpoolgebied te voeden en de goudkoorts aan te wakkeren in Tsjoekotka, de uiterste noordoost-Siberische landstrook aan de Beringzee. Dit autonome district staat onder het strenge regime van grensgebieden aangezien Tsjoekotka en Alaska van elkaar gescheiden zijn door maar drie zeemijlen: de afstand tussen het Amerikaanse eiland Klein Diomedes dat wordt bewoond door een stuk of honderd Inuit, en Groot Diomedes, waar een Russische militaire basis is gevestigd.
Voor wie hier niet woont is het heel lastig om in deze zwaarbeveiligde regio te komen. Voor Russische journalisten is het al een hele onderneming, voor buitenlandse journalisten bijna onmogelijk. Na een jaar lang te zijn geconfronteerd met een digitale papierwinkel en heen en weer te zijn gestuurd van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de lokale regering van Anadyr, van de FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) naar de veiligheidsautoriteiten van de ‘grens’, hebben we waarschijnlijk geprofiteerd van een zeldzaam hiaat in het gepantserde Russische controlesysteem en zijn we – onwelkome gasten – uiteindelijk nu toch op deze plek aangekomen: een van de dunbevolktste, koudste, meest mysterieuze en beschermde uithoeken van de wereld. Bovendien zijn we hier aangekomen op het slechtst denkbare moment, want we zijn ooggetuigen van de aanwezigheid van wat Greenpeace ‘Tsjernobyl op ijs’ noemt. Aleksej is er zeker van dat de twee ‘ondernemingen’, zijn kippen en de drijvende kerncentrale, nauw met elkaar verbonden zijn: ‘Net als de kip en het ei brengt de kerncentrale vooruitgang, nieuwe banen, nieuwe gezinnen. En wie wil er ’s ochtends niet een lekker vers eitje?’
Wanneer we de school in Pevek bezoeken is het net pauze. Buiten is het als gevolg van de ijzige noordenwind 40 graden onder nul, maar binnen is het warm en ruikt het naar dennen. In de hal ligt een berg warmtepakken. De school telt in totaal 512 leerlingen en is opgedeeld in een middenbouw en een bovenbouw. De sfeer is er onbezorgd maar beheerst, niet één stem die boven het geroezemoes op de gangen uitstijgt, weinig sneakers, geen mobiele telefoons. Een voor een lopen de leerlingen in de rij langs de grote, moderne keuken waar de kantinedames druk in de weer zijn met pannen raapjessoep met heilbot, die heerlijk ruikt. De leerlingen nemen hun lunch in ontvangst en splitsen zich vervolgens op in groepjes, jongens en meisjes meestal apart, zoals normaal is bij tieners.
Het hart van Pevek
De directrice van de school, Elena Stepanova, doceert Russische literatuur. Ze is rond de vijftig en heeft grote groene ogen en een ovaal gezicht dat wordt omlijst door een kastanjebruin pagekapsel. Haar kantoor is opgesierd met zijden bloemen, beeldjes en schilderijen van leerlingen. Zelf staat ze op geen enkele foto. Ze is discreet en praat nooit over zichzelf, maar toch merk je dat ze macht heeft: er wordt gezegd dat zij de meest gezaghebbende en gerespecteerde persoon van de stad is. Niet zozeer omdat ze de dienst uitmaakt in het mooiste gebouw – waar in die algehele troosteloosheid weinig voor nodig is – maar omdat ze het instituut vertegenwoordigt dat door iedereen wordt beschouwd als ‘het hart en de ziel van Pevek’, de plek waar de kinderen bijna het hele jaar wonen, weg van de alcohol en de verloedering binnen hun families: een toevluchtsoord en een oase. Er is een foto van Poetin, maar ook een van de oliemagnaat Roman Abramovitsj, die niet alleen eigenaar is van de Engelse voetbalclub Chelsea, maar ook gouverneur van Tsjoekotka is geweest: zijn vriend in het Kremlin had hem deze provincie van het Russische rijk toevertrouwd. En hij is degene die de nieuwe school in 2005 heeft bekostigd. ‘Uit eigen zak,’ volgens Stepanova.
Surrealistisch
Op de gangmuren van de drie verdiepingen van de school zijn in pasteltinten schilderingen aangebracht van grote mannen uit de Russische cultuur in situaties die allesbehalve traditioneel zijn, maar eerder surrealistisch: Poesjkin wordt bijvoorbeeld heel vrolijk afgebeeld in een sidecar. Ook de verhalen over Tsjoekotka worden vrij van stereotypen verteld. De afbeeldingen zijn geïnspireerd op de woorden van dichters en schrijvers, zoals de grote Joeri Rytcheoe, zoon van een sjamaan, opgegroeid in een Tsjoektsjenstam en later een van de krachtigste stemmen van de Sovjetliteratuur, die echter helaas door Poetins nieuwe koers naar de prullenbak werd verwezen. Stepanova praat over hem met passie, maar haast fluisterend, alsof het om een geheime liefde gaat. Ze vertelt dat Abramovitsj degene was die de taboes heeft doorbroken door zijn lievelingsroman, Skitanija Anny odintsovoj (De reis van Anna) opnieuw uit te geven, maar alleen voor de scholen in het district Tsjoekotka.
De klaslokalen zijn in verschillende kleuren geschilderd, die doen denken aan de explosie van kleuren op de toendra in de zomer, en elk lokaal is bestemd voor een bepaald vak. De leerlingen lopen tussen de lessen door steeds naar een ander lokaal. De glimmende schoolborden zijn multifunctioneel, de nu al compleet uitgeruste laboratoria voor techniek en informatica worden binnenkort gemoderniseerd, zoals blijkt uit de dozen die staan te wachten om te worden uitgepakt. De directrice vertelt over haar creatie alsof het Ruslands kostbaarste bezit is, vergelijkbaar met de Hermitage in Sint-Petersburg of het Bolsjojtheater in Moskou. En toch zijn we in Pevek, in het district Tsjoekotka, het einde van de wereld, het gebied met de laagste bevolkingsdichtheid na Antarctica en de Sahara. Waar de lawine van de economische crisis na de instorting van de Sovjet-Unie in de jaren negentig van de vorige eeuw het hardst is aangekomen en waar de bevolking is gedaald van 148.000 inwoners in 1991 naar ongeveer 50.000 nu.
‘We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling’
‘Tot 1989 waren het er bijna 15.000. Er waren drie scholen en twee grote kostscholen voor de kinderen uit de dorpen van de Tsjoektsjen. Pevek boogde op een gemeenschap van wetenschappers waar zelfs de Staatsuniversiteit van Moskou niet aan kon tippen. Sommige wetenschappers kwamen hier speciaal voor de exploratie van de mijnen, andere zijn hier gebleven nadat de goelags werden gesloten en hebben hier vervolgens een gezin gesticht, zoals mijn grootvader. In de jaren negentig leden we honger, er was geen melk, we aten aardappelschillen, kaarsen waren een luxe.’ Maar nu, zo verzekert de directrice, ‘is de adrenaline terug, al heeft het inwonersaantal nog niet de vijfduizend bereikt. Er komen jonge geologen en ingenieurs met hun gezinnen. Dankzij een nieuwe satelliet die speciaal is gelanceerd om Oost-Siberië te dekken, hebben we internet en er worden wegen aangelegd. We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling, Pevek zal een van de belangrijkste havens worden op de nieuwe poolroute, de shortcut van de globalisering. Het is de moderne uitdaging van het hoge noorden, net als in de tijd van de Sovjetpioniers. We zijn nu de hoofdrolspelers en niet langer de verschoppelingen van de mensheid.’
1. Marzio G. Mian
Winnaar True Story Award
De Italiaanse journalist Marzio G. Mian, winnaar van de True Story Award, is al een bekroond correspondent en auteur. Hij was zeven jaar lang adjunct-hoofdredacteur voor het weekblad Corriere della Sera en werkt tegenwoordig voor verschillende Italiaanse en Zwitserse media.
Mian richtte het The Arctic Times Project op, een journalistieke non-profitorganisatie die zich richt op de gevolgen van klimaatverandering in de Arctische regio, en The River Journal, een multimediaal project waarin hij samen met andere journalisten, fotografen en filmmakers verslag doet van actuele kwesties rondom de grootste rivieren ter wereld.
Marzio Mian ontving het Rainforest Journalism Fund (RJF) van het Pulitzer Center in Washington D.C. voor een onderzoek naar de rivier de Mekong in Cambodja. Met een aantal journalisten onderzocht Mian de ontbossing en de gevolgen daarvan – minder regenval en kortere en intensere moessonseizoenen – die resulteren in een perfecte storm voor het hele ecosysteem van de Mekong. Ook ontving hij de Marco Lucchetta International Press Award en de Amerigo Vespucci-prijs voor reisliteratuur
Dan klinkt er een piano vanuit de gang. We zijn op de tweede verdieping, aan de kant die uitkijkt over de haven en de Tsjaoenbaai met het pakijs. We vragen of we even mogen gaan kijken, Stepanova antwoordt dat er wordt gerepeteerd in de danszaal, misschien is dit niet een geschikt moment. Heel even twijfelt ze nerveus, maar dan opent ze voorzichtig de grote eikenhouten deur en laat ons naar binnen kijken. De vijf meisjes dansen onverstoorbaar verder op de muziek van Alexander Skrjabins Prométhée. Zoals we ook al hadden gezien vanuit de ramen van de klaslokalen op de derde verdieping, valt ook hier op hoe de felle lichten van de Akademik Lomonosov worden weerkaatst door het ijs; hier is het een nog indrukwekkender tafereel omdat de ruiten groter zijn en het net lijkt of de kerncentrale een oceaanstomer is die vanuit de duisternis recht op de school afkomt.
Daar, vijftig meter verderop, ligt de centrale gevangen in een drie meter dik pak ijs, maar het lijkt of je hem kunt aanraken. De danseressen letten er niet op, alsof het bij de choreografie hoort. Onze blikken kruisen die van de directrice, die allang heeft begrepen waarom we hier zijn en wat we van haar willen weten. ‘Ze zeggen dat de centrale veilig is, waarom zouden we het niet vertrouwen? Ze hebben ons zelfs uitgenodigd aan boord, ze hebben aan de leerlingen uitgelegd hoe alles werkt, ze hebben alle vragen beantwoord, ze hebben de gym en het zwembad laten zien. Wat kon ik doen? Het is nou eenmaal zo gegaan. Maar komen jullie een andere keer terug, dan praten we er rustig over.’
Pevek is alleen bereikbaar per vliegtuig (mits het weer het toelaat één vlucht per week vanuit Moskou, met een tussenlanding in Jakoetsk). Blijkbaar ontkomt niemand aan de controles. Op het kleine vliegveld worden we langdurig ondervraagd door zes grenswachten, die hier agenten van de FSB zijn. Onze vergunningen zijn in orde maar toch noteren ze de namen van onze familieleden, onze bezittingen en onze verplaatsingen in de afgelopen twee maanden. Ze ondervragen ook degene bij wie we zullen logeren, Igor Ranav, een kleine Tsjoektsjische ondernemer en activist die bekend is vanwege zijn meldingen van verkiezingsfraude en zijn polemiek met de regering in de hoofdplaats van Tsjoekotka, Anadyr.
Beschermingsniveau
De daaropvolgende dagen maken we met een drone, profiterend van het halfuur daglicht, verschillende luchtopnamen boven Pevek, zonder toestemming en zonder gevolgen. We vliegen vier keer van verschillende kanten over de kerncentrale en naderen die verontrustende platte schuit, geschilderd in de kleuren van de Russische vlag, tot op enkele tientallen meters. Er gebeurt niets. Hoe is het mogelijk dat een drone door niemand wordt onderschept, hoewel de Akademik Lomonosov aan de hele oostkant van de haven wordt beschermd door een gewapend ‘fort’ dat uitsluitend bedoeld is voor de beveiliging van de centrale en dat is uitgerust met geavanceerde radars? Wat is het beschermingsniveau en de interventiecapaciteit in geval van een vijandige aanval of een ongeluk?
We hebben het hier over de elfde Russische atoomcentrale, de noordelijkste ter wereld en de eerste [tweede] mobiele kerncentrale die ooit in gebruik is genomen: een platform van 21.500 ton, 140 meter lang en 30 meter breed, uitgerust met twee KLT-40c-reactoren op laagverrijkt uranium die samen 70 megawatt kunnen opwekken en een stad van honderdduizend inwoners veertig jaar lang ononderbroken van elektriciteit en warmte kunnen voorzien. Het idee van een prêt-à-porter kerncentrale bestaat al sinds de jaren zestig, ook de Verenigde Staten hebben lange tijd met het idee gespeeld. Maar om economische en veiligheidsredenen werd het verworpen, aanvankelijk ook door de Russen. Op uitdrukkelijk verzoek van Poetin heeft Rosatom, het Russische nucleaire staatsagentschap, haast gemaakt met het plan en er tien jaar arbeid op de scheepswerven van Sint-Petersburg en circa 450 miljoen euro aan staatsgelden in geïnvesteerd (wat toch tien keer zo weinig is als de kosten van een traditionele kerncentrale).
Deze klasse van kernreactoren wordt door Moskou beschouwd als de enige oplossing om de meest afgelegen gebieden van het Russische noordpoolgebied te voorzien van de energie die nodig is voor de exploitatie van mineralen en fossiele brandstoffen, maar ook om het ontstaan van nieuwe wooncentra te bevorderen. Er wordt een vloot gebouwd die moet worden geankerd in de havens langs de Noordelijke Zeeroute, de voormalige Noordoostelijke Doorvaart. Het Kremlin en Rosatom hebben aangekondigd dat alleen al in Tsjoekotka nog eens vijf kerncentrales in gebruik zullen worden genomen (waarvan twee voor het eind van 2024) tegen een geschatte kostprijs van 2,25 miljard dollar.
Niet manoeuvreerbaar
Jan Haverkamp, nucleair expert van Greenpeace, heeft onlangs alarm geslagen: ‘Het is geen duikboot of ijsbreker, dit is een schuit die niet manoeuvreerbaar is,’ zegt hij. ‘Als het anker losbreekt of er nadert een ijsberg, wat gebeurt er dan? De Noordpool warmt drie keer zo snel op als de rest van de wereld, het smelten van de ijskappen leidt tot ongekende omstandigheden, deze oceaan wordt steeds gevaarlijker. En wat zou er gebeuren in geval van een tsunami, al zegt Rosatom dat ook dat risico is ingecalculeerd? De Russen hebben een lange ervaring met kerncentrales, maar ook een lange geschiedenis van rampen. We weten hoe moeilijk het is nucleaire ongelukken op land het hoofd te bieden, laat staan op zee en in zulke afgelegen gebieden.’ De radioactiviteit van de Akademik Lomonosov is 25 keer zo laag als die van de kerncentrale van Tsjernobyl, maar de gevolgen van een ongeluk zouden enorme proporties aannemen dankzij de poolwinden en de zeestromingen: ‘Dat zou het einde zijn van het kwetsbaarste ecosysteem ter wereld.’
2. Juan José Martínez d’Aubuisson
MS13 & Co.
Juan José Martínez d’Aubuisson kreeg de tweede prijs voor het eerste artikel in zijn vierluik ‘MS13 & Co.’, over hoe de MS13 (Mara Salvatrucha) – een bende die in de jaren 1980 ontstond in Los Angeles om Salvadoraanse immigranten te beschermen tegen andere bendes – na verloop van tijd een traditionele criminele organisatie werd met investeringen in talloze bedrijven, zowel legaal als illegaal.
In dit deel onderzoekt Martínez d’Aubuisson hoe de MS13 bepaalde aspecten van de afvalrecycling sector in Honduras heeft overgenomen en probeert erachter te komen welke connecties er bestaan tussen de bende en de hoogste regionen van de Hondurese politiek en zakenwereld. Daarvoor sprak hij met tientallen leden van de gang in de VS, Mexico en Honduras. De bronnenlijst is eindeloos en omvat behalve hoofdrolspeler Alexander Mendoza, alias ‘Porky’, die vastzit in een zwaarbeveiligde gevangenis ook lokale journalisten, politieagenten, overheidsfunctionarissen, beschermde getuigen en overlopers van de maffia, evenals slachtoffers van de maffia. Met die informatie voerde hij een uitvoerige analyse uit aan de hand van gerechtelijke documenten, bedrijfscontracten en andere officiële documenten, evenals gespecialiseerde literatuur over het onderwerp corruptie en recycling in Honduras en de wereld.
De ramen van het appartement van de 65-jarige geoloog Valentin Poskotinov kijken uit op de Tsjemodanovastraat, de weg of baan die parallel aan het pakijs door Pevek loopt. Het standbeeld van Lenin wordt verlicht door het gele schijnsel van een lantaarn. Bedekt met ijs en sneeuw is het herkenbaar aan de klassieke pose, en de geopende hand lijkt precies te wijzen naar het raam dat Poskotinov op een kier zet om te roken: hij hoeft maar heel even zijn gezicht uit het raam te steken of zijn neusharen en borstelige wenkbrauwen zijn wit.
‘Waar vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen?’
Tussen twee trekjes door herhaalt Poskotinov zijn vraag: ‘Waar ter wereld vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen? Die vraag stelde ik meneer Ivanov van Rosatom op de informatieavond over het project voor de bevolking in het Zal Aisberg-theater. Ze zeiden dat ze de centrale pas zouden gaan bouwen als het plan door de bewoners werd goedgekeurd, maar intussen stortten ze al beton om de pier te bouwen waar de centrale zou worden afgemeerd. Maar meneer Ivanov heeft mijn vraag niet beantwoord.’
Wurgende keuze
Ook onze gastheer Igor Ranav was die avond als een van de weinige Tsjoektsjen aanwezig in het Zal Aisberg-theater. Hij was voorstander van de komst van het platform: ‘Ik dacht dat iets nieuws altijd beter was dan niets, voor mijn volk kon het nooit erger worden dan het al was.’ Volgens hem zijn de inwoners voor een wurgende keuze gesteld: de schone energie van de drijvende atoomcentrale in de haven accepteren, of nog eens 75 jaar lang de lucht inademen van de oude kolencentrale Čaunskaya Hpp, die in het centrum van Pevek staat; de opwindende uitdaging van verandering en vooruitgang aangaan, of leven in het gezelschap van die zwarte pluim die wordt gegeseld door de wind en die de sneeuw, de longen en de hoop bevuilt. Je hoeft maar de heuvel op te lopen en je ziet op een vluchtig moment van opaalkleurig licht alles samengevat: beneden een wirwar van rokende wrakstukken te midden van een landschap van ruïnes met betonrot waarboven gigantische kraaien cirkelen; iets verderop een fonkelend ruimteschip in het ijs, wat een sinister gevoel van reinheid geeft; en daarachter, aan de horizon van de Noordelijke IJszee, gemarkeerd door een violette mist, lijkt het alsof je de Noordpool zelf zou kunnen zien.
In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven
Rosatom had beloofd dat de prehistorische kolencentrale, bijgenaamd de ‘verroeste kachel’, onmiddellijk buiten werking zou worden gesteld, want nu was er de Akademik Lomonosov, ‘de Russische trots in de wereld’, aldus de directeur, Vitalij Trutnev, om elektriciteit en warmte naar de mensen te brengen en de versleten kernreactoren van Bilibino, 240 kilometer verderop in de toendra, te vervangen. In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven.
‘De prioriteiten liggen elders,’ zegt Valentin. Hij is geboren in Sint-Petersburg en behoort tot de generatie van jonge afgestudeerde pioniers die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een patriottische geest het avontuur tegemoetgingen om in het hoge noorden voorbij het Oeralgebergte, in het ruwe noordoosten, de rijkdommen te exploreren die nog niet waren gewonnen door de politiek gevangenen die tot de jaren zeventig op industriële schaal als dwangarbeiders waren ingezet. ‘Ik ben een van degenen die zijn gebleven,’ zegt hij. ‘Uit heimwee naar die jeugd, maar ook omdat ik was gegijzeld door de natuur. De witte koorts, zo noem ik het.’
Oligarch en gouverneur
Natuurlijk komen we uiteindelijk te spreken over Roman Abramovitsj, de oligarch die van 2000 tot 2008 gouverneur van Tsjoekotka was en plotseling in Pevek, maar ook in de dorpen van de oorspronkelijke bevolking, weer heel belangrijk werd – en niet vanwege de overwinning van zijn club Chelsea in de Champions League. Hij had sentimentele banden met het hoge noorden; zijn grootouders waren geïnterneerd geweest in de goelags. Maar bovenal was het een kwestie – of een zaak – tussen twee vrienden: de oliemagnaat die meer dan wie ook had geïnvesteerd in de voormalige KGB-agent Vladimir Poetin werd door de nieuwe tsaar beloond met de toekenning van de afgelegen Arctische provincie. In die tijd begreep bijna niemand waarom, want Tsjoekotka was de armzaligste regio van Rusland.
Om de schatkist van de overheid te vullen verplaatste Abramovitsj drie filialen van oliegigant Sibneft naar de hoofdplaats Anadyr: de belastinggelden die dat opbracht waren goed voor 80 procent van de begroting van de autonome regio. Meteen bleek wat dat opleverde. En nog wel het duidelijkst in Pevek, waar in het eerste decennium van deze eeuw behalve de school, het ziekenhuis en het nieuwe gemeentehuis meerdere sociale en residentiële wooncomplexen werden gebouwd ter vervanging van de oude Sovjetcomplexen die in de jaren negentig waren verlaten en toevluchtsoorden voor roedels zwerfhonden waren geworden. Ook de oorspronkelijke bevolking, de veertienduizend Tsjoektsjen, rendierhouders die zijn verbannen naar de over de toendra verspreide dorpen, werd een stukje opgetild van de bodem van de fles waarin ze hun wanhoop verdronken: in 2000 was de gemiddelde levensverwachting van de Tsjoektsjen 34 jaar; in 2010 was dat gestegen naar 38 jaar.
Belastingopbrengsten
‘In werkelijkheid betaalde Abramovitsj de belastingopbrengsten uit aan zichzelf,’ zegt Valentin. ‘En voor 2 roebel kocht hij van de overheid, dus van zichzelf, enorme stukken grond waar zich volgens de landkaarten, die nog waren getekend door Sovjetgeologen zoals ik, rijkdommen bevonden. Hier bevinden zich de grootste koper- en goudafzettingen ter wereld.’ En die zijn nu in handen van Abramovitsj. Net als die van Baimskaya, waar naar schatting een koperreserve ligt van 9,5 miljoen ton en bijna 500 ton goud. En de enorme afzettingen van Pešanka in het district Bilibino, waar 23 miljoen ton koper en meer dan 2000 ton goud zal worden gewonnen. Op beide plaatsen werkt de magnaat samen met Kaz Minerals, het belangrijkste kopermijnbedrijf van Kazachstan, dat evenwel gevestigd is in Londen. ‘Wij hebben al die afzettingen ontdekt, we waren jongens vol idealen, we woonden maandenlang op de toendra en aten alleen maar bessen en hazen. We hebben ook andere afzettingen van goud, koper, platina, zilver en wolfraam in kaart gebracht, die nu worden ontgonnen, zoals de mijnen van Majskoe en Kupolte,’ zegt Poskotinov. ‘Het district van Bilibino is een nieuw Klondike en heeft veel energie nodig om echte rijkdom te genereren.’
Katia Patin
Derde prijs
‘Multimediajournalist’ Katia Patin maakt documentaires en schreef artikelen voor gerenommeerde media als Time Magazine, NBC, The Guardian en The Atlantic. Het True Story Festival gaf Patin de derde prijs voor haar artikel ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, dat werd gepubliceerd door het Amerikaanse Coda Story. Het is een schokkend relaas over de Poolse Olympische sporter Dariusz Popiela, die probeert het bewuste uitwissen van de Joodse geschiedenis door de Poolse overheid te bestrijden met zijn stichting Mensen, geen getallen.
Ongeveer drie miljoen Poolse Joden werden vermoord door de nazi’s, maar zowel tijdens het communisme als daarna werd en wordt die barbaarse slachting verdoezeld ten faveure van het trotse, ‘officiële’ verhaal over hoezeer Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geholpen door hun Poolse medeburgers. Jaroslaw Kaczynski, leider van de aartsconservatieve regeringspartij PiS, beschuldigt Popiela ervan een ‘pedagogie van schaamte’ te hanteren. Centraal in de controverse staat het machtige en rijkelijk door de overheid gefinancierde IPN, het Nationaal Herdenkingsinstituut, dat het als zijn taak ziet ‘de goede naam’ van Polen te bewaken. Het Instituut blijkt het daarbij niet al te nauw te nemen met de historische waarheid.
Dat is de reden waarom Abramovitsj in werkelijkheid nooit is weggegaan uit Tsjoekotka. En dat is de reden waarom de Akademik Lomonosov in Pevek is gekomen en de haven nu wordt onderworpen aan een gigantische uitbreiding, met investeringen door Kazachstan en China. Het zal een van de strategische tussenstops worden op de noordelijke vaarroute, die door de Chinezen de Arctische Zijderoute wordt genoemd. Na de recente blokkade van het Suezkanaal en de sterke stijging van de grondstofprijzen als gevolg van de pandemie heeft Poetin vaart gemaakt en druk gezet op Rosatom, dat belast is met de ontwikkeling van de 6000 kilometer lange poolroute. De doorgang wordt steeds makkelijker dankzij het smeltende ijs, maar ook dankzij de door kernmotoren aangedreven containerschepen die het hele jaar kunnen varen zonder gebruik te hoeven maken van ijsbrekers: van de huidige 40 miljoen ton goederen die van en naar Azië worden vervoerd – grotendeels natuurlijk vloeibaar gas uit de Russische afzettingen van Jamal – wil het Kremlin voor het einde van 2026 komen tot 80 miljoen. In Pevek is de groei sinds 2018 100 ton per jaar geweest. ‘Het goud en koper van Abramovitsj zal terechtkomen in China,’ zegt Poskotinov. ’60 procent van het koper op de hele wereld wordt verbruikt in China. Waarom zouden ze het in Chili, Peru of Australië halen als ze het uit Tsjoekotka kunnen krijgen? Ze hoeven maar de Beringstraat over te steken om hun schepen vol te laden.’
Grootse ideeën
De Akademik Lomonosov is met zijn verblindende witte lampen ook te zien vanuit het appartement van Igor Ranav, dat honderd meter van de school vandaan ligt. De aanwezigheid van de Akademik voedt vooral zijn voorliefde voor grootse ideeën en de hoop dat de regio spoedig niet meer onder een toezichtsregime zal staan dat nog erger is ‘dan in de Sovjettijd’. Hij denkt bijvoorbeeld zijn dromen te kunnen verwezenlijken: een Cessna kopen en een luchttaxidienst opstarten naar Anadyr of Bilibino, of een groentekas bouwen. Net als alle andere Tsjoektsjen hield hij rendieren op de toendra, maar zijn talent voor zaken, van de bouw tot het begrafenisondernemerschap tot de handel in oud ijzer, heeft hem bevrijd van zijn armoede en, naar de norm van zijn volk, tot een rijk man gemaakt.
Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar
Hij is een paar keer aan de overkant van de Beringstraat geweest, in Alaska, en dat is zijn idee van de beschaafde wereld. Hij zegt dat het ‘twee verschillende planeten’ zijn. Tot 13.000 jaar geleden kon je de Beringstraat lopend oversteken, en het landschap is identiek. De gebouwen zijn volgens dezelfde methode gebouwd als de paalwoningen, en de smeltende permafrost veroorzaakt dezelfde problemen: verzakking van veel kustdorpen, kadavers die na honderden jaren tevoorschijn komen uit de graven. Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar, gelijk aan de waarde van de olie die in vier dagen wordt gewonnen in Prudhoe Bay.
Veel Eskimo-gezinnen, Inuit genoemd in Alaska en Joepik in Tsjoekotka, leven van elkaar gescheiden op de twee oevers, want de Koude Oorlog in 1948 maakt een einde aan elke vorm van contact. In het tijdperk Reagan-Gorbatsjov, eind jaren tachtig, leek het even of de ‘Beringmuur’ was gevallen, er was een levendige culturele uitwisseling, er werden visa afgegeven en er was zelfs nu en dan een vlucht. ‘Je kan het zien op de kaart, het zijn twee neuzen die tegen elkaar aan wrijven: we zijn een gescheiden tweeling,’ zegt Ranav.
In de loop van de jaren heb ik ook de andere ‘neus’ bezocht. In Nome, het Amerikaanse havenstadje aan de Beringzee, is de parkeergelegenheid voor privévliegtuigen even groot als die van Newark in New Jersey, 8200 vliegvergunningen in de hele staat. Er is een krant die al meer dan honderd jaar bestaat en nu eigendom is van een jong Duits stel, terwijl er in Tsjoekotka twee staatskranten in omloop zijn en niet één onafhankelijk nieuwsmedium is. Het gemiddelde loon in Noord-Alaska bedraagt rond de 1500 dollar per maand en de oorspronkelijke bevolking heeft meer dan een miljard dollar ontvangen aan herstelbetalingen voor de vervolging waaronder ze hebben geleden. In North Slope, waar de Inuit in de meerderheid zijn en waar zich de meest productieve olievelden bevinden, beheren zij dertien bedrijven die op Wall Street genoteerd staan met hun deel van de olie-opbrengsten. Ook in het noorden van Alaska is alcoholisme een plaag, maar de andere helft van de ‘tweeling’ in Tsjoekotka drinkt zes keer zoveel (volgens het ministerie van Volksgezondheid in Moskou) als de gemiddelde bevolking van Rusland, dat bepaald geen land van geheelonthouders is.
Eervolle vermelding
Isaac Otidi Amuke
De Keniaanse Isaac Otidi Amuke, hoofdredacteur van Debunk Media, kreeg een eervolle vermelding voor zijn artikel ‘The Rise and Fall of Mike Sonko: Nairobi’s Matatu King’. Na te hebben vastgezeten voor fraude, ontwikkelt Gidion Mbuvi Kioko zich tot de koning van de matatu’s, de bont beschilderde en luide minibusjes die in Kenia fungeren als publiek transportmiddel. Vanwege zijn dure sieraden, opzichtige kleding en extravagante levensstijl krijgt hij de bijnaam Sonko, wat in het Sheng, de Keniaanse straattaal, ‘rijkaard’ betekent. Sonko schopt het in 2017 zelfs tot gouverneur van Nairobi.
Ranav raakt geen alcohol aan maar klokt liters warme thee naar binnen en is een sterke man met een onstuitbare vitaliteit. Hij wisselt gemiddeld om de drie jaar van echtgenote, maar onderhoudt uitstekende relaties met al zijn exen en is altijd aan de telefoon om de logistiek van zijn gecompliceerde relaties te regelen. De vriendin van wie hij nooit scheidt is Jaska, een klein wit rendiertje dat aan een of ander neurologische aandoening lijdt en door haar moeder was achtergelaten op de toendra. Een paar jaar geleden heeft hij de hand weten te leggen op een gigantische oude truck, een Gaz-66 Ural, die in de tinmijnen werd gebruikt. Die heeft hij omgebouwd tot terreinwagen waarmee hij maar liefst vijftien personen kan vervoeren over de zimniki, de wegen van ijs en sneeuw die de binnenlanden van de regio doorkruisen.
We doen er drie uur over om naar Rytkoetsji te rijden, een nederzetting van ongeveer vijfhonderd Tsjoektsjen ten zuiden van de Tsjaoenbaai. Het is een vochtig gebied waar drie rivieren samenkomen, ’s zomers een kraamkamer voor de rendieren en het ongerepte rijk van een stuk of tien inheemse vissoorten. We gaan met de sneeuwscooter op bezoek bij Sasja Prokopoiev, een van de vertegenwoordigers van de gemeenschap, in zijn balok, het hokje op ski’s waar hij zich tijdens het ijsvissen verwarmt aan een kerosinekacheltje. De kou is beangstigend, zodra de vissen uit het gat komen sissen ze alsof ze in kokend hete olie worden gegooid. Prokopoiev bevestigt dat er voor het koper en goud van Abramovitsj wordt gewerkt aan de bouw van een nieuwe haven bij kaap Naglejnyn, door de Tsjoektsjen ‘de schoot van de wereld’ genoemd. De rendierhouders van Rytkoetsji brengen daar altijd hun 25.000 rendieren naartoe om zich vet te eten voordat ze moeten werpen. ‘Zo gaat het al vierhonderd jaar,’ zegt hij. ‘Maar over vijf jaar zullen er geen graslanden meer zijn, dan zullen er geen rendieren meer zijn en verdwijnen de dorpen, want zonder rendieren bestaat er geen leven op de toendra.’
1 miljard euro
Moskou heeft al 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de haven, terwijl het onzeker is hoeveel Kaz Minerals zal betalen voor de weg die de mijnen in de regio Bilibino zal verbinden met Kaap Naglejnyn: ‘Ze zouden de haven van Pevek kunnen gebruiken, maar met die nieuwe haven hoeven de vrachtwagens vierhonderd kilometer minder te rijden. Die weg belemmert de migratie van rendieren en voor de aanleg ervan moet de bovenloop van de rivieren worden verlegd, waar onze vissen kuit schieten. Voor de extractie van goud wordt cyanide gebruikt, dat in de rivieren terechtkomt. Voor ons is de toendra niet een kwestie van prioriteit, maar van verantwoordelijkheid.’ Dat heeft de schrijver die zo wordt bewonderd door de directrice van de school, Joeri Rytcheoe, milieuactivist in de tijd dat de Sovjet-Unie het milieu verwoestte in naam van de nieuwe mens en de collectieve welvaart, goed uitgelegd: ‘Op de toendra is de tijd niet lineair, maar circulair. Net als de natuur slijt de tijd niet, maar vernieuwt hij zich.’
De gemeenschappen hebben een brief geschreven aan de Verenigde Naties, waarin zij zich beroepen op de verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Ranav staat in de voorste gelederen, we zijn hier niet in Pevek tussen de Russen, dit is zijn grond en het gaat om zijn volk: in Naglejnyn zullen vijf net zulke platforms als de Akademik Lomonosov worden aangemeerd. ‘De komst van Abramovitsj heeft ons leven beslist verbeterd,’ zegt Prokopoiev terwijl hij door de patrijspoort naar buiten kijkt, waar de riviermond intussen is opgeslokt door de duisternis. ‘Zijn mensen deelden voedsel uit, bij elke verkiezing in Rytkoetsji kwamen ze aanzetten met strijkijzers en televisietoestellen en speelgoed. Maar in werkelijkheid heeft hij ons geplukt als kippen. Hij heeft misschien 1 miljard geïnvesteerd maar er 10, 20 of wie weet hoeveel miljard aan verdiend. Hij heeft ons omgekocht met glazen kralen en in ruil daarvoor Tsjoekotka ingepikt. Nu zijn we nog maar vijfhonderd obstakels die die klootzakken in de weg zitten.’
De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop
Ranav belooft dat ze de grond tegen elke prijs zullen verdedigen: ‘Abramovitsj kent onze geschiedenis.’ De Kozakken probeerden in de zeventiende eeuw belasting te heffen, de jasak, maar moesten toegetakeld het veld ruimen. Peter de Grote probeerde de Tsjoektsjen te onderwerpen en stuurde zijn vertrouweling Afanasij Sestakov, maar diens schip zonk en de schipbreukelingen werden op het pakijs uit de weg geruimd: de stammen ondertekenden een vredesverdrag dat hun in staat stelde zelf te bepalen hoeveel belasting ze zouden betalen. De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop, toen twee Bolsjewistische afgevaardigden twee dagen nadat ze de macht hadden gegrepen, uit de weg werden geruimd.
In de weg
We komen aan in het dorp, het licht is net uitgevallen. Iemand zegt dat er een kraai op de hoogspanningsdraad terecht is gekomen, dat is al eerder gebeurd. Maar Sasja is ervan overtuigd dat het dit keer komt door de werkzaamheden op de lijn die het kernplatform moet verbinden met het elektriciteitsnet van de regio Bilibino: ‘We zitten die klootzakken in de weg,’ herhaalt hij.
Eervolle vermelding
Bastian Berbner en John Goetz
Twee journalisten van Die Zeit kregen een eervolle vermelding voor What Guantánamo Made of Them’, een verhaal over Mr. X., een beul in Guantánamo Bay, en zijn slachtoffer Mohamedou Slahi, gepubliceerd in editie 209 van 360.
Mr. X. woont inmiddels als een gebroken man ergens in de VS en lijdt net als slachtoffers van martelingen aan depressie en zelfmoordgedachten. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Slahi een terrorist is. Slahi woont inmiddels in Nederland. Zijn bestseller Guantánamo Diary verscheen in 2015 en werd verfilmd als The Mauritanian.
Helaas zien we Elena Stepanova, de directrice, niet meer terug. Kort voor onze nieuwe afspraak, waarvoor ze een ontmoeting met een paar leerlingen had georganiseerd, laat ze ons weten dat het hoofdbureau van politie haar heeft ‘aangeraden’ ons niet opnieuw te ontmoeten. Ze zou duizend excuses kunnen bedenken, maar ze vertelt liever de waarheid. Maar wij zijn daar inmiddels wel aan gewend, interviews worden op het laatste moment afgezegd, mensen met wie we hebben gesproken krijgen bezoek van een of andere functionaris. De afgelopen dagen zijn we achtervolgd, gevolgd door een stilstaande auto voor het huis en een paar keer ondervraagd.
De derde keer dat ze ons ondervragen komen ze om zes uur ’s ochtends het huis van Ranav binnen. Een jonge agente legt bruusk uit dat de handtekeningen ontbreken in het verhoor van de vorige dag. Wij staan erop onze verklaringen te herlezen, waaraan is toegevoegd dat ‘het doel van onze reis is de flora en fauna van Tsjoekotka te documenteren’. Zo zouden ze gemachtigd zijn het materiaal in beslag te nemen dat aantoont dat we ons midden in de poolwinter niet hebben beziggehouden met Tsjernobylbloemen. Ranav filmt ze met zijn mobiel terwijl ze ons proberen te dwingen te tekenen. Even heerst er grote nervositeit, dan vertrekken ze. Wij haasten ons, lang voor de vertrektijd, naar het vliegveld. Vlak voordat we opstijgen, stapt er een militair in het vliegtuig die rechtstreeks naar ons toe loopt om er zeker van te zijn dat we Tsjoekotka écht verlaten.
Dit artikel werd gepubliceerd in het nummer van 30 juli 2021 van Internazionale. Op 23 juni 2023 won het de True Story Award, een internationale prijs voor onderzoeks- en reportagejournalistiek.
Amerikaanse en Europese handelaren proberen hoge winsten te behalen met tarwespeculatie. De wereldwijde voedselprijzen zijn dan ook nog nooit zo hoog geweest. Met als gevolg dat miljoenen mensen verhongeren.
Egypte importeert het grootste deel van zijn tarwe. De explosie van de broodprijs in 2011 zorgde voor protesten die uiteindelijk de regering omver zouden werpen. In april van dit jaar kocht de Egyptische staat 350.000 ton tarwe voor 450 dollar per ton, 427 euro. In februari was dat nog 252 dollar voor tarwe van dezelfde kwaliteit.
In die tussenliggende twee maanden viel Rusland Oekraïne binnen. Beide landen behoren tot ’s werelds belangrijkste graanproducenten. Sancties en oorlog betekenen minder graan. Maar andere landen zijn in het gat gesprongen en verbouwen nu meer graan. Dus er moeten andere factoren in het spel zijn die de prijs van graan en andere basisvoedingsmiddelen opdrijven.
Onderzoek door de Europese non-profitorganisatie voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports, waar The Continent aan deelnam, wijst uit dat een van de belangrijkste oorzaken van de hoge voedselprijzen ongebreidelde speculatie is. Enkele investeerders hebben handig gebruik gemaakt van de mazen in de Europese en Amerikaanse wetgeving.
Meer voedsel maar hogere prijzen
Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zijn de voedselprijzen gemiddeld een derde hoger dan vorig jaar. Ze liggen zelfs op het hoogste niveau sinds de organisatie in 1990 de gegevens begon bij te houden. Het Wereldvoedselprogramma verwacht dat hun voedselkosten dit jaar met 50 procent zullen stijgen. Alleen al in West-Afrika nemen die kosten dit jaar toe met 136 miljoen dollar.
Dit is de derde voedselprijzencrisis in vijftien jaar. Een stijging van de voedselprijzen met 1 procentpunt zorgt er volgens de Wereldbank voor dat het aantal mensen dat in extreme armoede leeft met zo’n 10 miljoen toeneemt. Opmerkelijk genoeg is de wereldvoedselproductie in diezelfde vijftien jaar juist toegenomen. Wereldwijd is er momenteel ongeveer een derde meer graan voorradig dan nodig is om iedereen te voeden. En dat ondanks politieke instabiliteit en klimaatverandering.
Een aanwijzing voor wat er aan de hand is, komt van de Parijse markt voor maaltarwe, de grootste graanmarkt in Europa. In 2018 was ongeveer een kwart van de voedselcontracten op deze markt gericht op speculatie. Dat aantal is inmiddels verdrievoudigd tot driekwart.
Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken
Deze markten maken het mogelijk om de toekomstige voedselvoorraad nu al te verkopen. Gewoonlijk verwacht een boer aan het eind van het seizoen een bepaalde hoeveelheid tarwe te oogsten. Een molenaar gaat ermee akkoord om zijn graan tegen een bepaalde prijs te kopen. De boer krijgt geld en kan zo betalen voor kunstmest en alle andere zaken die hij nodig heeft voor het verbouwen van het graan. Uiteindelijk wordt de tarwe geleverd. Maar aan deze gang van zaken is een risico verbonden. Gewassen kunnen mislukken. Oorlogen kunnen uitbreken. Een recordoogst kan tot een prijsval leiden. Om dat risico te beheersen kan de molenaar zijn contract voor de hoeveelheid graan verkopen op de termijnmarkt, de markt voor zogenoemde futures. En daar kunnen speculanten opduiken: een investeerder die meteorologische patronen of vraagcycli bestudeert en die erop gokt dat de prijs zal stijgen tegen de tijd van de oogst, koopt dan het contract van de molenaar. Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken en hun inkomens minder wisselvallig te maken dan het weer.
Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen Maar speculatie kan ook te ver gaan. Als er ‘buitensporig’ veel wordt gespeculeerd, kan de stijgende vraag van speculanten die proberen te profiteren van een voorspelde prijsstijging de prijzen van futures dermate doen stijgen dat deze niet meer worden bepaald door vraag en aanbod van het voedsel zelf. En omdat de prijzen van futures worden gebruikt als maatstaf voor de werkelijke tarweprijzen, heeft dit invloed op de prijs van levensmiddelen.
Vraag en aanbod zijn dan niet langer de belangrijkste arbiters voor de prijs
Dergelijke speculatie betekent dat een ander soort logica wordt losgelaten op de kosten van levensmiddelen. Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers zoals pensioenfondsen sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen. Volgens deskundigen betekent dit dat de prijs van futures wordt gedicteerd door hun investeringsbeslissingen, die niets te maken hebben met fundamentele marktontwikkelingen.
Normaal gesproken wordt voedsel gekocht in de verwachting dat het daarna met winst kan worden doorverkocht. Hoe meer voedsel er is, hoe goedkoper het wordt en des te minder winst er wordt gemaakt. Dat betekent dat voedselprijzen geleidelijk van jaar tot jaar veranderen doordat droogte en overstromingen wereldwijd worden afgewisseld met recordoogsten. Maar door te veel speculatie van beleggers die voedsel als handelswaar beschouwen, verandert dat. Vraag en aanbod zijn dan niet langer doorslaggevend voor de prijs. In de afgelopen vijftien jaar heeft dit ertoe geleid dat de voedselprijzen schommelden, terwijl het mondiale aanbod ondertussen stabiel bleef.
‘Gokken op honger’
In gesprek met het consortium van nieuwsredacties zei Olivier De Schutter, de speciale VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten en medevoorzitter van het internationale panel van deskundigen inzake duurzame voedselsystemen, dat bepaalde fondsen ‘gokken op honger, waardoor de honger verergert’. Tussen januari en april werd ten minste 1,3 miljard dollar gestort in twee van die fondsen onder beheer van Teucrium en Invesco; 589 miljoen dollar daarvan kwam in de eerste week van maart binnen. Ter vergelijking: vorig jaar brachten ze 200 miljoen dollar op. De vraag naar aandelen in Teucrium explodeerde en The New York Times meldde dat er geen aandelen meer beschikbaar waren voor mensen die wilden meeprofiteren.
Afgelopen oktober schreef de tarwefondsmanager van Teucrium op de website van het bedrijf: ‘Terwijl voedselinflatie de wereldeconomie negatief dreigt te beïnvloeden, kunnen goed geïnformeerde beleggers mogelijk profiteren van een trend van stijgende prijzen.’ In een rapport over voedselprijzen dat deze week werd gepubliceerd wijst het panel voor voedselsystemen van De Schutter erop dat de hoge prijzen worden opgedreven door ‘roofzuchtige financiers die weddenschappen afsluiten op voedsel’ en ‘gokken met voedselprijzen’.
In reactie op de vragen van het consortium zei Teucrium slechts: ‘Investeringsstromen op het gebied van grondstoffen stimuleren de productie, de efficiëntie en de investeringen, wat uiteindelijk resulteert in een betrouwbaarder aanbod van basis(voedsel)producten en verminderde prijsschommelingen op termijn.’
In Congo verkeren 21 miljoen mensen in een voedselcrisis en nog eens 7 miljoen in een noodsituatie
Invesco wees extreem weer aan als aanjager van prijsschommelingen en zei: ‘Fundamentele economische factoren zoals marktvraag en aanbodvoorwaarden, bieden de meest consistente verklaring voor de recente prijsontwikkelingen van grondstoffen.’
Deze week verscheen het zesde Global Report on Food Crises, een samenwerkingsverband van organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma. Uit dit rapport blijkt dat van de 90 miljoen mensen in de Democratische Republiek Congo er bijna 21 miljoen zijn die kunnen worden geclassificeerd als ‘verkerend in een voedselcrisis’. Dat houdt in dat mensen maaltijden overslaan en al hun spaargeld moeten aanspreken om te kunnen eten. Nog eens 7 miljoen mensen verkeren in een noodsituatie, wat betekent dat mensen sterven van de honger. De verwachting is dat de stijgende voedselprijzen de honger dit jaar nog zullen verergeren, vooral in Noord-Nigeria, Burkina Faso, Niger, Kenia, Zuid-Soedan en Somalië.
In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger Het effect van voedselspeculatie op de stijging van de voedselprijzen is niet volledig duidelijk, want de voornamelijk westerse markten die gokken met de mogelijkheid van mensen om hun gezin te voeden, zijn niet verplicht hun gegevens in detail te overleggen.
Toen zich in 2007 een soortgelijke crisis rond de voedselprijzen voordeed, kwamen regelgevers in Europa en de Verenigde Staten in actie. Maar de industrie reageerde door intensief te lobbyen en rechtszaken aan te spannen. De regelgeving die aanvankelijk al zwak was, werd in 2020 nog verder afgezwakt. Het gevolg daarvan is dat voedsel duurder wordt en er weinig mogelijkheden zijn om dat tegen te gaan. In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger.
Nu de energieprijzen de pan uit rijzen, heeft het Duitse parlement heeft een plan goedgekeurd dat de reiskosten in het land in de komende drie maanden zal verlagen, aldus Deutsche Welle. Het parlement heeft afgelopen vrijdag zijn handtekening gezet onder een plan voor een maandabonnement van 9 euro, dat vanaf 1 juni voor drie maanden zal lopen. Dit omvat het openbaar vervoer in heel Duitsland met alle vormen van stads- en streekvervoer. Ter vergelijking: de 27 euro die reizigers betalen voor het ticket over de periode van negentig dagen is ongeveer half keer zo duur als het goedkoopste maandkaartje voor de binnenste zones van Berlijn, meldt de Duitse krant.
Het ticket, ‘9 voor 90’ genaamd, is een reactie op de Russische invasie in Oekraïne, die heeft bijgedragen aan de stijging van de toch al hoge energieprijzen. Het ticket maakt deel uit van een groter pakket financiële steunmaatregelen en moet het benzineverbruik verminderen en klimaatneutraal reizen met het openbaar vervoer bevorderen.
Het wetsvoorstel van de federale regering voorziet in 2,5 miljard euro om het programma te financieren.
Waarom kost dezelfde appel in de ene winkel meer dan in de andere? Die vraag stelt de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price. Want de echte prijs van een product – inclusief externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij – ligt vrijwel altijd hoger dan de winkelprijs.
Eind 2020 zette de charmante Amsterdamse supermarkt De Aanzet een bord op straat met de tekst: ‘Welkom in de eerste supermarkt ter wereld met echte prijzen’. Binnen bleken steeds twee prijzen vermeld te staan bij aardappelen, paprika’s, bananen, broccoli, brood en allerlei andere levensmiddelen. De ‘normale’ prijs voor tomaten was 3,75 euro per kilo, maar de ‘echte’ prijs bedroeg 3,97 euro. Het verschil van 22 cent stond voor de verborgen kosten van de teelt en het vervoer van de tomaten – dus de kosten van de CO2-uitstoot, onderbetaling van arbeiders en water- en grondverbruik.
Die echte prijzen waren berekend door de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price, al in 2012 opgericht door Michel Scholte en Adrian de Groot Ruiz. Deze twee vrienden, de een kampioen in universitaire debatwedstrijden en de ander een voormalig universitair docent finance, werken samen met allerlei bedrijven – een chocoladeproducent, een bakkerijketen, banken en modemerken – om van uiteenlopende artikelen de werkelijke prijs te kunnen berekenen. De samenwerking met De Aanzet was hun meest publieke project tot nu toe. De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze. Ze kunnen de normale en de werkelijke prijzen nu met elkaar vergelijken: als het verschil tussen die twee bij de ene appel 5 cent en bij de andere 50 cent is, is die eerste appel dus afkomstig van een producent die milieubewuster en meer sociaal verantwoord bezig is. De klant kan er dan voor kiezen om voor zijn product de echte prijs te betalen, waarna De Aanzet dat extra geld doorsluist naar projecten die de kwalijke gevolgen van die stille kosten proberen tegen te gaan.
Scholte en de Groot Ruiz leerden elkaar zo’n vijftien jaar geleden kennen bij een universitaire debatclub. Scholte studeerde sociologie aan de Vrije Universiteit en werkte als schoonmaker in de businesslounge op Schiphol. De Groot Ruiz studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vonden elkaar in hun belangstelling voor gedragseconomie, statistiek en de onderliggende structurele oorzaken van armoede en milieuvervuiling. Als tiener had De Groot Ruiz, die ook liefhebbert in de natuurkunde, met twee vrienden eens een techniek bedacht om energie te winnen uit de golfslag op zee. Toen kreeg hij te horen dat investeerders daar geen interesse in hadden omdat de ‘businesscase’ voor de ontwikkeling ervan zo onzeker is. Dat vond hij volstrekt irrationeel. De ware kosten van fossiele brandstoffen – het instorten van ecosystemen, stijgende zeespiegel, extreem weer – zijn uitzonderlijk hoog maar blijven buiten de boeken, zodat die brandstoffen in vergelijking met alternatieven onrealistisch goedkoop lijken.
‘Externaliteiten’
In hun studietijd sloten de twee zich al aan bij de Nederlandse denktank Worldconnectors. Daar praatten ze met gelijkgestemden over wat economen wel ‘externaliteiten’ noemen: de externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij, die niet worden meegenomen in prijsberekeningen. Mettertijd kwamen ze zo op het idee voor hun ‘echte prijzen’. Politici blijken vaak niet bereid bedrijven regelgeving op te leggen die streng genoeg is om de maatschappelijke en milieukosten fundamenteel te verlagen. Maar het is wel mogelijk de omvang van die kosten te schatten en die informatie direct in de prijzen te verwerken. Dus lanceerden Scholte en De Groot Ruiz in 2012 True Price, om bij te dragen aan de totstandkoming van duurzamere productieketens. De hoop is dat als bedrijven en consumenten zich minder illusies maken over de werkelijke kosten, dat zal leiden tot aanpassing van hun uitgavenpatroon en hun verkoop- en productiemethoden.
Lage prijs is illusie
Maarten Rijninks, de eigenaar van De Aanzet, hoorde voor het eerst over ‘echte prijzen’ op een lezing die Scholte in 2018 gaf. Hij beschouwt het nu als een manier om iets te doen aan een kwalijke situatie die zo wijdverbreid is dat we haar niet eens meer als vreemd ervaren. ‘Als je nu in een gewone supermarkt iets koopt, is dat altijd goedkoper dan hetzelfde product in mijn winkel, dat biologisch geteeld en duurder is,’ zegt Rijninks. Maar die lage prijs is een illusie: die is alleen mogelijk als je de ware kosten van de productie negeert. ‘Als je de echte prijzen berekent, zijn ook mijn producten goedkoper,’ zegt Rijninks. Sinds hij dit systeem hanteert, is de omzet van zijn winkel met een procent of vijf gestegen. Veel klanten zeggen het te waarderen. ‘Het probleem is dat klanten niet de middelen hebben om hun maatschappelijke en milieutechnische impact te verminderen,’ zegt hij. ‘Het is niet dat ze het niet willen.’
Rijninks zegt tegen zijn klanten dat het systeem nog een experiment in uitvoering is. Een onontkoombaar probleem is misschien dat de gegevens van True Price niet perfect zijn. De analisten van de organisatie gaan soms uit van regionale gemiddelden, die de precieze productieomstandigheden van een specifiek artikel niet altijd goed weerspiegelen. En de herstelprojecten die De Aanzet heeft uitgekozen zijn niet altijd even doelgericht, zodat een klant die de echte prijs betaalt voor een banaan misschien meebetaalt aan een irrigatieproject van een spinazieboer. De komende jaren hoopt Rijninks met buitenlandse leveranciers gerichtere projecten op te zetten en ook meer producten in het systeem op te nemen dan alleen brood en verse groente en fruit. In de loop van dit jaar wordt het systeem ook nog op een andere manier uitgebreid: een vereniging van biologische winkels wil in al haar vestigingen in Nederland een pilot met echte prijzen gaan uitvoeren.
De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze
In De Aanzet kunnen de klanten de echte prijzen zien, maar bij andere bedrijven worden die voor interne analyse gebruikt. Tony’s Chocolonely vroeg Scholte en zijn mensen in 2013 om de ware kosten te berekenen van cacao uit Ghana en Ivoorkust. Ze hebben toen gekeken naar acht vormen van externe milieukosten en zes soorten maatschappelijke kosten, waaronder lucht-, bodem- en waterverontreiniging, klimaatverandering, onderbetaling en kinderarbeid. In West-Afrika, waar de meeste cacao in de wereld vandaan komt, zijn de arbeidsomstandigheden berucht: volgens een onderzoek van de universiteit van Chicago uit 2020 zijn in de cacaoproductie in Ghana en Ivoorkust anderhalf miljoen kinderen werkzaam. De grote merken beloven wel dat ze het probleem zullen oplossen, maar kinderarbeid blijft in deze sector een probleem.
Tony’s Chocolonely
True Price probeerde de kosten van al deze externe effecten te berekenen en kwam voor 2013 uit op een gemiddelde echte prijs voor cacao van 14,17 euro per kilo. Het grootste deel van die prijs, namelijk 12,07 euro, gaat op aan die externe kosten. Tony’s Chocolonely deed al erg zijn best om cacao van eerlijke producenten te krijgen, zodat zijn gemiddelde echte kosten een stuk lager waren: 7,93 euro, waarvan 5,99 euro de maatschappelijke kosten waren. Toen Tony’s het in 2017 opnieuw liet doorrekenen, was de echte prijs gedaald tot 4,52 euro, waarvan 2,93 voor externe kosten. En al zijn deze kosten slechts een beredeneerde gok – dus niet echt ‘echt’ – Tony’s Chocolonely kon ze goed gebruiken om doelstellingen te formuleren en de geboekte vooruitgang te meten.
Tony’s spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens
Tony’s betaalt hoger dan gemiddelde prijzen voor cacaobonen, stimuleert efficiëntere en duurzamere landbouwtechnieken, heeft een initiatief opgezet om de grondstoffen in de productieketen te kunnen volgen en een systeem opgetuigd om toe te zien op het voorkomen van kinderarbeid. Het bedrijf spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens. True Price stelde vast dat de boerencoöperaties die producten aan Tony’s Chocolonely leveren meer winst maken, veiliger zijn en zich minder vaak aan kinderarbeid schuldig maken dan de gemiddelde leverancier in de sector. Als het bedrijf op deze voet doorgaat, kunnen de verborgen kosten van de chocola van Tony’s in de komende jaren het nulpunt bereiken.
Om een concreet cijfer te plakken op de kosten van kinderarbeid of bodemerosie moet je eerst een hele serie aannames doen. Ten eerste moet True Price natuurlijk beslissen welke kosten er moeten worden berekend. Daarbij gaan ze uit van kosten die verband houden met schendingen van mensenrechten zoals vastgelegd door de VN, in internationale verdragen of andere breed gedragen kaders. In deze op mensenrechten gebaseerde benadering is True Price compromisloos: zo verwerpen ze principieel de gedachte dat het scheppen van banen, aandeelhouderswaarde of het gemak van de consument het ‘waard’ kan zijn om mensenrechten te schenden – waaronder ook het recht op een gezonde natuurlijke leefomgeving. Bedrijven die grondstoffen betrekken uit gebieden waar sprake is van kinderarbeid kunnen hun echte prijzen voor True Price alleen verlagen door te zorgen dat er minder kinderen betrokken zijn bij hun productieproces. Ze kunnen die kinderarbeid niet wegstrepen tegen andere gunstige effecten en zeggen dat het nettoresultaat positief uitvalt.
Andere onderzoekers voeren vergelijkbare berekeningen uit. Zo heeft een team in Italië berekend dat de verborgen kosten van een kilo rundvlees, inclusief de gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens, zo’n 19 euro per kilo bedragen. Dat wil zeggen dat de verborgen kosten van de rundvleesconsumptie alleen al in Italië zo’n 36,6 miljard euro per jaar bedragen. En onderzoekers van de Britse Sustainable Food Trust hebben diezelfde kosten voor hun land berekend: zo’n 116 miljard per jaar. Volgens een rapport uit 2021 van The Rockefeller Foundation op basis van onderzoek door True Price en wetenschappers van de universiteiten Oxford, Harvard, Cornell en Tufts bedragen de ware kosten van het hele voedselsysteem van de VS, als de verborgen kosten voor maatschappij en milieu eenmaal worden meegerekend, minstens 3,2 biljoen dollar per jaar – bijna driemaal zoveel als de ‘normale’ uitgaven aan voedsel van het land, die 1,2 biljoen bedragen.
Hervormingen
Driemaal de huidige prijs voor voedsel betalen is geen houdbare strategie voor consumenten, bedrijven of overheden. Maar er zijn andere manieren om met behulp van echte prijzen tot hervormingen te komen. De afgelopen tien jaar heeft de federale Amerikaanse overheid gemiddeld 16 miljard dollar per jaar aan landbouwsubsidies uitgegeven, met name voor de productie van soja, maïs, rijst en graan. Als het terugdringen van de echte kosten een voorwaarde wordt voor die subsidies, zou dat een prikkel voor producenten zijn om aan een paar van de meest funeste landbouwpraktijken een eind te maken. Net als bij supermarkt De Aanzet zou transparantie over de echte prijs dan tot verandering kunnen aanzetten.
Alleen al praten over prijzen kan zijn nut hebben. Een product heeft geen ‘echte’ prijs in de objectieve zin waarin een element een atomaire massa-eenheid heeft. Maar de vragen die echte prijzen opwerpen zijn ook weer niet hopeloos subjectief. De meeste mensen zijn voorstander van een verbod op artikelen die geproduceerd worden in gevaarlijke omstandigheden door slaven en jonge kinderen.
Eerlijke prijzen zijn ook rechtvaardige prijzen
De analyses van True Price en andere deskundigen sporen ons aan om die redenering ook toe te passen op andere zaken: lonen die een bestaansminimum garanderen, bescherming tegen intimidatie, veilige arbeidsomstandigheden, duurzame productietechnieken enzovoort. In dat opzicht zijn eerlijke prijzen ook rechtvaardige prijzen: ze weerspiegelen ons morele besef dat we de mensenrechten en de natuur geen geweld mogen aandoen om goedkope artikelen te kunnen produceren. Mettertijd zal beter onderzoek ons nog meer inzicht geven in de kosten van het herstel van een ecosysteem waarin het grondwater door meststoffen is vergiftigd, of van het aanbieden van onderwijs aan boerenfamilies op het Ghanese platteland. Wat we nu al weten, is dat het weglaten van die kosten uit de prijsberekening betekent dat consumenten, overheden en bedrijven onjuiste informatie over de wereld krijgen voorgeschoteld. Dat is een vorm van liegen – over de natuur, over de economie en over elkaar.
Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis. En nu het bedrijf zijn macht uitbreidt, worden de schadelijke bijwerkingen steeds zichtbaarder.
Hoorzittingen van het Amerikaanse Congres in Washington zijn voor de bazen van de grote Amerikaanse concerns vaak politiek theater en schandpaal tegelijk. Het hele land is er via tv getuige van in welke bochten ze zich wringen, of ze op het verkeerde moment glimlachen of te lang zwijgen. Mark Zuckerberg (Facebook), Sundar Pichai (Google) en Tim Cook (Apple) moesten er al aan geloven. Alleen Jeff Bezos lukte het tot op heden om eronderuit te komen. Niet lang meer, naar het zich laat aanzien: ook de baas van Amazon zal binnenkort de pijnlijke vragen van afgevaardigden moeten beantwoorden.
Het zal gaan om de macht die zijn concern heeft op de markt, om een oneerlijke manier van zakendoen en mogelijk ook over de omgang met het personeel tijdens de coronacrisis. De aankondiging van de dagvaarding was al uitgesproken koel: ‘Hoewel we verwachten dat u vrijwillig zult verklaren’, schreven de leden van de Commissie voor Mededinging in mei aan Bezos, ‘behouden we ons het recht voor om indien nodig terug te grijpen op dwangmaatregelen.’ Nadat hij zich aanvankelijk had verzet, liet Bezos tenslotte weten bereid te zijn om naar Washington te komen.
De komende maanden zouden wel eens ongezellig kunnen worden voor de handelsreus uit Seattle, die voor meer dan 300 miljoen klanten wereldwijd synoniem is geworden met online shoppen. In de VS lopen zowel bij de Commissie voor Justitie als ook bij het toezichtorgaan voor de handel (FTC) onderzoeken tegen Amazon op verdenking van concurrentievervalsing. In Europa bereidt de Commissie onder leiding van Margrethe Vestager, Commissaris voor Mededinging, een aanklacht voor tegen Amazon wegens kartelvorming. Bovendien wordt het concern in meerdere landen scherp bekritiseerd omdat het zijn medewerkers onvoldoende zou beschermen tegen het coronavirus. Op verschillende vestigingen kwam het tot protestacties van het personeel.
Niet zonder ironie
Het is niet zonder ironie dat Amazon in de crisis tegelijkertijd zo onmisbaar en toch ook aanvechtbaar is geworden. ‘Nooit was Amazon machtiger dan nu,’ zegt de Amerikaanse Amazon-critica Stacy Mitchell, ‘en tegelijk waren de lelijke kanten van die macht nog nooit zo duidelijk.’
Amazons bezorging aan huis is voor een samenleving in de homeoffice- en distantiemodus vrijwel onvervangbaar geworden, en het concern heeft geweldige inspanningen gedaan om te voldoen aan de gestegen vraag. Maar de schadelijke bijwerkingen van zijn businessmodel komen in de crisis sneller dan ooit aan het licht. De slachtoffers van een systeem waarin de klant alles is, en al het andere niets, worden steeds zichtbaarder.
Bijvoorbeeld magazijnmedewerkster Allegra Brown in de VS, die op grond van besmettingsgevaar ‘bang was om te gaan werken’, en desondanks sinds het begin van de pandemie geen dag heeft verzuimd, met een weekloon van amper 500 dollar. En kleine ondernemers zoals Alexander Meier in Duitsland die koffie verkoopt via het online platform. Hij zegt: ‘Amazon is zo machtig dat ze met ons handelaren kunnen doen wat ze willen.’ En medewerkers als Christian Müller in Leipzig, die aan het eind van een werkdag onder tijdsdruk 20 kilometer tussen de stellingen heeft afgelegd.
Amazon heeft zich in de voorbije jaren tegen kritiek op zijn machtige marktpositie verdedigd met een verwijzing naar zijn nog altijd overzichtelijke marktaandeel in de detailhandel. Hoewel Amazon in de e-commerce in de VS marktleider is met ongeveer 40% (in Duitsland is het 48%), ligt zijn aandeel in de detailhandel als geheel slechts op 6% (in Duitsland: 5%). “(Lees hier meer over de situatie in Nederland.)”:https://www.emerce.nl/achtergrond/wat-wil-amazon-in-nederland
Maar het argument ‘zo groot zijn we helemaal niet’ gaat niet meer op in de pandemie, waarin online shoppen tijdelijk de enige mogelijkheid is geworden en Amazon nieuwe kopersgroepen kon aantrekken. ‘Amazon is een van de grootste profiteurs van de coronacrisis,’ zegt Stacy Mitchell, ‘daar is geen twijfel over mogelijk.’ En veel analisten geloven dat het succes de crisis zal overleven. Wie het Amazon-imperium eenmaal als klant heeft betreden, verlaat het niet meer zo snel.
Veelgehoorde critica
Maar het eigen succes zou nu wel eens gevaarlijk kunnen worden voor het bedrijf. Het verzet tegen deze manier van zakendoen wordt openlijker en luider. Dat laat ook het voorbeeld zien van het Congreslid Pramila Jayapal in de VS.
Het kiesdistrict van Jayapal beslaat een groot deel van Seattle; haar verkiezingszege dankt ze naar eigen zeggen ook aan stemmen uit het hoofdkwartier van Amazon. Met haar kritiek op het bedrijf bewandelde ze lange tijd de weg van discretie, ze zocht het gesprek met managers op in plaats van met de publiciteit. Maar tijdens de pandemie werd Jayapal een veel gehoorde critica van het concern. Ze schreef Bezos, wiens dagvaarding naar Washington ze steunt, eind april een open brief van vier pagina’s.
‘Geachte heer Bezos’, zo luidt haar schrijven, ‘ik maak me veel zorgen over het personeel van Amazon: minstens 800.000 arbeidskrachten.’ Ze vermeldde het groeiende aantal besmettingen onder werknemers van Amazon, de covid-dode die binnen het concern viel, en de kritiek op tekortschietende veiligheidsmaatregelen. Jayapal laakte dat Amazon zijn mensen geen gevarentoelage aanbood en slechts twee weken uitbetaalde bij ziekte. Het is een ‘perverse ironie’ volgens Jayapal, dat uitgerekend de slechtst betaalde werkers de minste kans hadden om hun werk vanuit huis te doen, om zichzelf en hun gezin te beschermen.
Droomvoorwaarden voor consumenten
In het centrum van Jayapals stad Seattle aan de Amerikaanse westkust ligt Amazons wijd vertakte hoofdkwartier, dat zijn stempel drukt op meerdere straten. In de entreehal is de grondwet van Amazon, bestaande uit de beroemde veertien ‘leiderschapsprincipes’, in grote letters op de muur geschilderd. Ze zijn ook ingelijst in de toiletten opgehangen en op gelamineerde kaartjes gedrukt die passen in de portefeuilles van de leidinggevenden. De kop boven de eerste wet luidt: ‘Customer obsession’ – klantbezetenheid.
De radicale gerichtheid op klanttevredenheid heeft Amazon in slechts 25 jaar tot een van de hoogst gewaardeerde bedrijven in de geschiedenis van de economie gemaakt, de op een na grootste private werkgever in de VS en Jeff Bezos, de baas, tot de rijkste man ter wereld. ‘Customer obsession’ betekent bijvoorbeeld dat klanten de artikelen meestal gratis thuisbezorgd krijgen, dat de leveringstermijn voor Prime-klanten meestal slechts één dag is en dat de meeste producten kosteloos teruggestuurd kunnen worden. Artikelen met vermeende defecten worden prompt vervangen of vergoed zonder dat handelaren of makers daartegen bezwaar kunnen maken. Droomvoorwaarden voor consumenten. Met Prime bereikt Amazon 82 procent van de huishoudens in de VS, in Duitsland zijn 17 miljoen van de 41 miljoen huishoudens Prime-klant.
Dat alles heeft Amazon tot een hemel voor klanten gemaakt – en tot een hel voor de vele medewerkers, zakenpartners, derde aanbieders, producenten en koeriers die de artikelen bezorgen.
In Seattle zag men snel in dat de pandemie een gelegenheid is om de eigen macht te vergroten. Om de groeiende vraag aan te kunnen, trok het concern eerst 100.000 nieuwe arbeidskrachten aan en daarna nog eens 75.000. Jeff Bezos, die zich in de voorbije jaren meer was gaan bezighouden met zijn ruimtevaartbedrijf Blue Origin, bemoeide zich weer meer met de dagelijkse gang van zaken om zijn bedrijf door de storm te loodsen. Het piepte en kraakte in de coronamaanden wel een beetje meer dan gewoonlijk in het raderwerk van de reuzenmachine, en niet elk pakket kwam op de beloofde tijd aan, maar dat deed geen afbreuk aan de vraag.
Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen
Met zijn streamingaanbieding Amazon Prime hielp het concern miljoenen aan huis gekluisterden over de hele wereld door de pandemie heen. De omzet in het eerste kwartaal was 26 procent hoger dan die van vorig jaar. Dat Amazon aankondigde dat het zijn bescheiden kwartaalwinst van 4 miljard euro zou investeren in mondkapjes, coronatesten en nieuwe medewerkers, bedroefde de beleggers maar kort. Sinds midden maart heeft het bedrijf op de beurs ruim 702 miljard aan marktwaarde gewonnen.
Arbeiders veranderen in machines. In het Nedersaksische Winsen (in Luhe) telt de secondewijzer onverbiddelijk, terwijl een Amazonmedewerkster in een hoge gele stelling naast haar een plekje zoekt voor een aangeleverd product. Ze is ‘stouwster’, bergt dus artikelen in de magazijnstellingen op. Soms heeft ze 18 seconden nodig, soms zijn 7 seconden genoeg. Een groene cirkel licht op boven een van de vier dozen voor haar en geeft aan uit welke ze het volgende product moet halen, waarna ze het scant en in de stelling opbergt.
Het moet snel gaan, een werkdag in een machinaal tempo. Voor veel mensen hier is het tegelijk een strijd om het bestaan. Hun contracten zijn vaak tijdelijk; Amazon laat er veel aflopen en neemt indien nodig nieuwe collega’s in dienst. Zo ontstaat angst voor baanverlies. ‘De medewerkers moeten voortdurend bezig zijn, mogen niet te veel pauzes inlassen,’ zegt een leidinggevende uit een Amazoncentrum. ‘Extra pauzes kosten geld.’
Christian Müller werkt bij Amazon in Leipzig als ‘picker’, dat wil zeggen: hij zoekt de bestelde artikelen bij elkaar voor verzending. Die artikelen plaatst hij in door de computer aangewezen dozen; daarbij loopt hij tot wel 20 kilometer per dag heen en weer, zegt Müller. ‘Dan val je ’s avonds thuis vaak aan tafel in slaap.’ Het is een monotoon baantje. ‘Het Amazon-systeem bepaalt alle routes.’ Het ‘systeem’ is de scanner, het gereedschap waarmee Müller werkt. De scanner vertelt hem welk product hij als volgende moet zoeken, en op welke plek. Zodra hij het artikel gevonden heeft en in de transportkrat legt, scant hij het. De scanner levert data op: wanneer en hoe vaak Müller heeft ‘gepickt’. Elk voorval wordt meegenomen, op elke werkdag, bij elke picker.
Deze data kunnen gebruikt worden voor statistieken, of ook voor een individuele arbeidsevaluatie. Hoeveel artikelen behandelt Müller in vergelijking met zijn collega’s? Presteert hij boven de norm, of eronder?
Maar worden de data ook daadwerkelijk benut voor prestatiecontroles? Medewerkers die al jaren voor Amazon werken, zeggen: ja. ‘Vroeger kregen we voortdurend feedback met getallen,’ zegt Müller. ‘Dan was het: “Op dinsdag zat je onder de norm”, of “Je zit voortdurend onder het gemiddelde. Hoe komt dat?”’
Het tempo in de Amazoncentra is in de voorbije jaren constant gestegen. 350 artikelen verwerkt een picker in Winsen gemiddeld per uur. Vorig jaar lag het gemiddelde nog op 320, in het jaar daarvoor op 280 artikelen – Amazon verklaart dat ook uit de optimalisering van processen. Daarvoor moet een picker zes artikelen per minuut uit de rekken halen en weg zetten. Soms zitten ze klem en moeten er eerst andere artikelen uit getrokken en weer teruggelegd worden. Dan vliegt de tijd. Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt. Juist de nieuwkomers bij Amazon werken hard, en drijven daarmee het gemiddelde verder omhoog.
Wie onder het gemiddelde presteert, riskeert dat zijn contract niet verlengd wordt
Wie carrière wil maken als leidinggevende doet er ook aan mee. ‘Sommigen bekijken tijdens het middagmaal zelfs de arbeidsscores van hun team op de laptop,’ zegt de manager van een Amazoncentrum. ‘Het komt voor dat een leidinggevende aan een werknemer vraagt waarom hij zo vaak naar de wc gaat. De medewerkers veranderen hier in machines.’ Van een dergelijke werkdruk wil men bij Amazon niets weten: leidinggevenden ‘stimuleren’ en ‘coachen’ de medewerkers. Criteria voor de productiviteit zouden aan de hand van objectieve maatstaven worden bepaald.
Maar de wedren in de magazijnhallen, die bij Amazon ‘vervullingscentra’ heten, is de noodzakelijke voorwaarde voor een klant die al een dag na de bestelling het artikel ontvangt, compleet met het eeuwig glimlachende Amazonlogo op het pakje.
Wie werk verschaft aan honderdduizenden medewerkers, kan ze niet makkelijk op twee meter afstand van elkaar houden. In de VS waren er berichten over besmettingen in meer dan vijftig Amazonmagazijnen. In Frankrijk legde Amazon midden april het werk in zijn magazijnen stil toen vakbonden klaagden over de ontbrekende bescherming van medewerkers. Een rechtbank bepaalde dat Amazon nog maar een fractie van zijn gewoonlijk hoeveelheid artikelen mocht verzenden. Begin mei diende in de VS een software-ingenieur met een topfunctie zijn ontslag in, uit protest, zoals hij schreef, omdat Amazon medewerkers had ontslagen die tegen de ontoereikende veiligheidsmaatregelen in de covid-crisis hadden geprotesteerd.
In Duitsland maakt Amazon het aantal besmettingen niet bekend. Een tijd lang konden de medewerkers bijvoorbeeld in Winsen het aantal op dat moment besmette medewerkers in quarantaine zien op een lijst. Begin april, toen het aantal van 33 besmettingen bereikt werd, was de lijst verwijderd, vertellen medewerkers. Intern wordt gezegd dat men de collega’s informeert over elk covid-geval, maar toch circuleren er verschillende getallen. Het Nedersaksische ministerie van Gezondheid sprak over 53 gevallen tot eind april, in een publicatie van de Landeskreis Harburg van 4 mei staan 77 gevallen genoteerd.
‘Work hard, have fun, make history’
Natuurlijk is er een automatische temperatuurmeting bij de ingang, als de medewerkers langs het opschrift ‘Work hard, have fun, make history’ lopen. De looproutes zijn gemarkeerd, om afstand te houden. En toch komen ze te vaak te dicht bij elkaar, zeggen medewerkers. Bijvoorbeeld als iemand vlug iets bij een werkplek van een collega moet scannen, of een technicus daar iets moet doen.
Het komt zelden voor dat Amazonwerknemers zich met naam en foto in de pers laten citeren. Verreweg de meesten zijn bang hun baan te verliezen. De Amerikaanse Allegra Brown, 23, magazijnmedewerkster in Avenel, New Jersey, doet het toch. Ze zegt dat ze bang is om naar haar werk te gaan, om besmet te worden. Als ze met Jeff Bezos, haar hoogste baas zou kunnen spreken, wat zou ze dan tegen hem zeggen? ‘Dat wij werkers niet veel verlangen, maar we zouden graag met respect behandeld worden.’ In de afgelopen maanden was dat niet het geval. Haar werk is wel als ‘vitaal’ bestempeld, en ondanks de pandemie is ze nooit weggebleven van het werk, ‘maar in werkelijkheid geven de bazen helemaal niets om ons’, zegt Brown.
Amazon betaalde tot voor kort elke medewerker twee euro per uur meer als hij werkte. Tegelijk riskeren tijdelijke collega’s hun baan als ze zich vaker ziek melden.‘Veel mensen hebben zich ook verkouden naar het werk gesleept,’ zegt een Duitse medewerker. ‘Dat was precies het doel van Amazon: uitpersen waar het kan,’ briest Orhan Akman, verantwoordelijk vakgroepsleider van de vakbond Ver.di over de twee-euro-regel. De gezondheid van de werknemers zou achteloos ondergeschikt worden gemaakt aan de winst.
Amazon spreekt dat tegen: medewerkers zouden van begin af aan geïnformeerd zijn dat ze met verkoudheidsverschijnselen niet naar het werk moesten komen en naar huis zouden worden gestuurd. Men zou alles doen om de medewerkers te beschermen. In Winsen zouden er sinds eind april geen nieuwe Covid-19 gevallen meer zijn geweest.
Vorig jaar leverde Amazon naar schatting rond zeven miljard pakketten af. Iets meer dan de helft van alle goederen komt daarbij van derde aanbieders, dus onafhankelijke handelaren die het platform gebruiken voor hun zaken. Ze maken samen ongeveer 60 procent uit van het totale handelsvolume. Amazon biedt hen een unieke kans om klanten te bereiken – met een groot risico: als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af.
Alexander Meier, de koffiehandelaar in Duitsland, herinnert zich nog hoe een medewerker van het concern hem eens opbelde. Er zou een probleem zijn. Drie klanten uit Frankrijk hadden geklaagd dat hun artikelen niet in de beloofde vier dagen levertijd waren aangekomen. Meer dan honderd pakketten had Meier naar eigen zeggen naar Franse klanten verstuurd, maar de pakketdienst DHL staakte. Meier moest een zogeheten actieplan opstellen, maar wat kon hij eraan veranderen? Daarop blokkeerde Amazon zijn account voor Frankrijk.
Meier weet dat hij veel aan Amazon dankt. ‘Zonder Amazon zou ik vandaag niet zijn waar ik ben. Wij handelaren kunnen via dit platform in de kortst mogelijke tijd ongelofelijke omzetten behalen, in de hele wereld verkopen zonder een eigen dure website,’ zegt Meier. ‘Maar wie als handelaar een probleem heeft, wordt door Amazon in de steek gelaten.’ Amazon laat weten dat men zonder de naam van de handelaar te kennen geen uitspraken kan doen over de verwijten. En Meier wil zijn echte naam niet noemen uit angst dat Amazon hem zou straffen en van het platform verwijderen. En hij is niet de enige.
Als er eens iets misgaat, straft Amazon de handelaar af
Handelaren hebben er ook last van dat bij Amazon bijna alles geautomatiseerd verloopt: aanbieders en artikelen, levertijden en retouren, klantvragen en bestellingen – alles wordt door computerprogramma’s in de gaten gehouden. Daarbij gaan steeds weer dingen fout, is de kritiek van ondernemers. In de coronacrisis bijvoorbeeld zou het Amazon-algoritme de verkoop van artikelen hebben stopgezet omdat het prijzen uitfilterde als woekerprijzen, zonder dat die veranderd waren. Op vragen deelde de onderneming mee dat men geen ruimte wilde bieden aan ‘prijsopdrijverij’ en teleurgesteld was over ‘onzuivere pogingen’ om in de gezondheidscrisis ‘de prijzen voor producten van levensbelang kunstmatig te verhogen’. Bij een bepaalde shophouder zou het concern de verkoop van batterijkabels hebben gestopt, omdat Amazons programma ze met batterijzuren in verband bracht dat en als verkoper van gevaarlijke stoffen automatisch van verkoop uitgesloten had. Dat hield wekenlang aan. De handelaar moest naar eigen zeggen 20.000 euro aan omzetverlies incasseren.
Omgekeerd worden fouten van handelaren door Amazon niet vergeven. Peter Marx verkocht met succes shirts via Amazon, tot hij een keer vergat 150 zendingen als verzonden te markeren. Daarop werd zijn account geblokkeerd. Toen de blokkade weken later werd opgeheven, was hij in de ranking van verkopers ver weg gezakt, nauwelijks meer zichtbaar voor klanten, aldus Marx. Zijn omzet was ingestort, hij moest zeven mensen ontslaan. ‘Ik heb er alles aan gedaan om bij Amazon te kunnen verkopen. Daar zitten de klanten. Maar er heerst een angstcultuur,’ zegt hij.
Ongeveer een vijfde van de handelaren op Amazons portal zou problemen hebben, ‘en vaak zonder dat het hun schuld is,’ schat de e-commerce deskundige Mark Steier. ‘Dat brengt veel bedrijven in aan de rand van faillissement. Amazon biedt de kans om veel geld te verdienen, maar laat de handelaren bij twijfel creperen.’
Amazons omgang met de partners bracht verleden jaar het Bundeskartellamt (de Duitse Mededingingsautoriteit) in het geweer. Het verplichtte het concern om voortaan informatie te verstrekken over blokkades van accounts en de redenen daarvoor, om weerwoord mogelijk te maken. ‘Veel zal dat niet helpen,’ meent Steier. ‘De redenen worden niet altijd duidelijk genoemd, en niemand wil het met Amazon aan de stok krijgen.’
Weinig illustreert de lompe omgang met de handelaren zo duidelijk als Amazons zogenaamde A-tot-Z-garantie. ‘Duivelstuig’ noemt een handelaar dit instrument. Wat het in de praktijk betekent, heeft ook Marx al eens meegemaakt: klanten hadden T-shirts bij hem besteld en beweerd dat de kwaliteit niet goed was. Amazon besliste dat zij hun geld terug kregen, maar het werd afgeboekt van Marx’ handelaarsrekening. Het grootste deel van de shirts kreeg hij nooit terug.
Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld
Als klanten aan Amazon schrijven dat de gekochte artikelen beschadigd of gebruikt zijn, worden ze op kosten van de handelaar schadeloos gesteld. ‘Dan verlies je vaak je artikelen en tegelijk het geld,’ klaagt Marx. Honderden keren heeft hij dat meegemaakt. Weliswaar oordeelde het Bundesgerichtshof in mei dat de handelaren niet gebonden zijn aan Amazons beslissing en hun recht tegenover de klant kunnen opeisen. Maar dat zou ook betekenen: ruzie krijgen met Amazon. ‘Je moet het slikken, of je raakt uit de gratie bij Amazon,’ zegt Marx.
Het concern riposteert dat dat niet juist is. Met de A-tot-Z-garantie beschermt het de klanten, verkopers zouden bezwaar kunnen maken. Maar terwijl klanten vierentwintig uur per dag via e-mail, telefoon of chatten gepaaid worden, biedt Amazon de handelaren meestal alleen de kans schriftelijk bezwaar in te dienen – soms komt er dagenlang geen reactie of slechts een standaardbrief die je nauwelijks verder helpt.
Als de klachten van klanten zich ophopen, zegt Amazon daarover, streeft men ernaar dat de handelaar het probleem zelf erkent en verhelpt. Het concern zou elk jaar miljarden uitgeven ‘om verkooppartners te helpen succesvol te worden op onze websites’. ‘Amazon regeert volgens het principe “slikken of stikken”,’ zegt Gerrit Heinemann, handelsexpert en econoom. ‘Dat is macht, pure macht.’
De truc van Amazon
Misschien heeft het concern de handelaren binnenkort ook helemaal niet meer nodig. Want Amazon maakt met typerend radicalisme aanstalten om zelf de belangrijkste aanbieder van merkartikelen te worden. Steeds vaker verkoopt de onderneming merkartikelen rechtstreeks, zodat de tussenhandel wordt uitgeschakeld. Voor Markus Diekmann is dat een natuurlijke, niet tegen te houden ontwikkeling. ‘Op Amazon is geen plaats meer voor handelaren’, meent de bedrijfsleider van de fietsenhandel Rose Bikes. Amazon neemt de klassieke handelsfuncties al over,’ zegt hij, ‘en voor handelaren is dat natuurlijk oneerlijk.’
De truc van Amazon: het concern benut de handelaars op zijn portal als truffelzwijnen. Zij sporen de trends op, wat klanten kopen of versmaden. Veelbelovende producten biedt Amazon vervolgens zelf aan. Handelaren vertellen bovendien dat het concern de prijzen zo ver laat zakken dat de oorspronkelijke handelaar er niets meer aan verdient en ophoudt met de verkoop. Zo bepaalt Amazon uiteindelijk de prijzen.
Het concern bestrijdt dit. ‘Ik ben een groot fan van Amazon. Amazon stimuleert innovatie, het heeft de handel beter gemaakt met zijn absoluut centraal stellen van de klant, en is daarmee een voorbeeld voor mij,’ zegt Diekmann, bedrijfsleider van Rose Bike. ‘Maar er zijn wettelijke regels nodig om prijsdumping te verhinderen.’
Het concern neemt het zelfs op tegen de makers van merken die Amazon afwijzen. Birkenstock, fabrikant van sandalen, en de tassenfirma Ortlieb verkopen hun artikelen liever via andere handelaren. Amazon veranderde het aanbod zodanig dat klanten die op internet naar die firma’s zochten, in plaats daarvan naar het portal van het concern werden geloodst, waar ze soortgelijke of de originele producten vonden. Ortlieb procedeerde tot aan het Bundesgerichtshof om daar een eind aan te maken. Om Birkenstock-sandalen te kunnen aanbieden, had Amazon ze tot grote ergernis van het bedrijf blijkbaar opgekocht van andere handelaars.
Amazon deelt mee dat handelaren de producten van een fabrikant rechtmatig kunnen verwerven uit verschillende bronnen, en doorverkopen. Zelf wil men het ‘klanten zo simpel mogelijk maken om alles wat ze online zouden willen kopen, te vinden’. Het lijkt erop dat het klantendoel de middelen heiligt.
The Wall Street Journal berichtte een paar weken geleden bovendien dat medewerkers in het geheim de gegevens van handelaren op het platform zouden gebruiken om de producten als eigen product te presenteren. Amazon verwierp de aantijgingen en kondigde een intern onderzoek aan.
Ook de EU Commissie zal nu Amazons dubbelrol als online marktplaats voor derden en als handelaar doorlichten. Dat Vestager geen grote sympathie heeft voor het concern, liet ze onlangs al eens weten: ‘U zult het niet geloven, maar je kunt op het internet dingen kopen zonder Amazon in te schakelen,’ zei ze in een interview met Der Spiegel. ‘Ik heb pas zonneschermen besteld. En dat was niet bij Amazon.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.