Tag: Prince

  • Aanbevolen door de redactie. De waarheid over Prince & meer

    Aanbevolen door de redactie. De waarheid over Prince & meer

    In I Am Greta volg je Greta Thunberg op haar odyssee – per boot – om het klimaat te redden. Verder: Prince-vertrouweling Neal Karlon ligt een tipje van de sluier op over het eenzame leven van de popidool & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    De vertrouweling van Prince

    Neal Karlon was een van de weinige journalisten die Prince in vertrouwen nam. Een goede reden om een biografie over de artiest te maken, met als doel ‘de waarheid te vertellen’. Dat was namelijk iets wat Prince zelf niet graag deed: hij wilde dat journalisten bezig waren met zijn muziek, niet met het disfunctionele gezin waar hij uit kwam. Hij plaagde ze door zijn verhalen te verhaspelen. 

    Waarom hij Karlon wel in vertrouwen nam, weet de journalist niet zeker. Ze kwamen allebei uit Minneapolis en hadden een aantal passies gemeen. In het boek gaat de journalist uitgebreid in op Princes haat-liefdeverhouding met zijn vader, zijn grote liefde voor de kleur paars en zijn genialiteit, die hem volgens Karlon tot last was. ‘Er gebeuren zestien dingen tegelijk in mijn hoofd,’ had Prince eens geklaagd. Het boek begint met een epigraaf van Einstein, met daarbij de tekst: ‘Het is vreemd om zo wereldberoemd te zijn en toch zo eenzaam.’

    In Newsweek verscheen een interview met de auteur, inclusief een lijst ‘meest onderbelichte platen van Prince’, tipt hoofdredacteur Laura WeedaThis Thing Called Life: Prince’s Odyssey On + Off the Record verschijnt begin januari.

    snow cold winter black and white road traffic 1204835 pxhere.com 1 1
    © PXHere

    Fernweh

    Nu reizen met de kerstvakantie even geen optie is heeft redacteur IJsbrand van Veelen last van fernweh, het weemoedige verlangen naar verre landen: ‘Ik hou van New York en probeer er minimaal een keer per jaar naar toe te gaan om vrienden te bezoeken en de stad te ondergaan, bij voorkeur in het late najaar. Mijn ticket bleef dit jaar ongebruikt in de kast liggen. De site Untapped New York biedt vaak verrassende locaties die ik nog niet kende en slaagde er dit jaar bij vlagen in een glimp te bieden van wat ik mis aan The City that Never Sleeps.’

    Over fernweh publiceerde 360 in Het grote zomernummer van dit jaar een artikel uit de Süddeutsche Zeitung. Max Scharnigg analyseert hierin stuk op humoristische wijze de reislustige globetrotter die gedwongen thuis moet zitten. ‘Aerosol mag dan klinken als een vliegtuigmaatschappij voor zonvakanties, het is nu wel een spelbreker’, schrijft hij spottend.

    Huisarrest

    Louis Theroux heeft huisarrest, net als wij allemaal. Alleen besloot Louis deze tijd waarin veel drukbezette mensen ook eindelijk eens thuis zijn, te benutten door ze te interviewen voor zijn BBC-podcast Grounded. Hij voerde, onder andere, een openhartig gesprek met Michaela Coel, de maker van de hitserie I May Destroy You (ook een aanrader).

    Een tip van editor at large Katrien Gottlieb. ‘Niks nieuws dat de programma’s van Louis Theroux brilliant zijn, zelfs zijn in pandemische gevangenschap gemaakte serie Grounded biedt een welkome afwisseling van het onophoudelijke covid-19-gerelateerde nieuwsstroom. Op zoek naar humor kon een interview van deze ongekroonde nummer 1 met Ruby Wax niet teleurstellen. Deed het ook niet, en wel. Want zoveel viel er niet te lachen tussen die twee. Ze hadden nog een oude fitti uit te vechten. Meer verklap ik niet.’

    Greta

    In de documentaire I Am Greta volgt filmmaker Nathan Grossman de zeventienjarige Zweedse activiste Greta Thunberg gedurende twee jaar. Als gezicht van de door jongeren geleide klimaatbeweging reist ze de hele wereld over – per boot, uiteraard – om machthebbers het aan het verstand te brengen om eindelijk actie te ondernemen tegen de opwarming van de aarde.

    Redacteur Joep Harmsen: ‘2020 stond natuurlijk in het teken van de coronacrisis en hetzelfde lijkt voor 2021 te gelden, maar laten we met een vaccin op komst ons ook richten op die andere, uiteindelijk veel verwoestendere crisis: de klimaatcrisis. Daar heeft Greta Thunberg zich de afgelopen jaren onvermoeibaar voor ingezet, al 122 weken (zoals ze op 18 december post op Twitter) is ze bezig om met haar schoolstaking voor het klimaat. Als zeventienjarig meisjes met Asperger is ze de favoriete boksbal van rechts en olieverslaafde boomers, maar ze laat zich niet uit het veld slaan.’

    I Am Greta is nu te zien via verschillende streamingkanalen. Cineville-pashouders kunnen de documentaire ook zien op Vitamine Cineville.

  • Why my guitar gently weeps

    Why my guitar gently weeps

    Er zijn meer gitaarbouwers dan ooit in de geschiedenis van dit instrument. Maar de markt groeit helemaal niet. Klanten worden ouder, en jongeren hebben geen gitaarhelden meer. Ze willen gitaarspelen omdat Taylor Swift er zo mooi uitziet.

    Ook goed.

    De naam van de tentoonstelling kon haast niet minder rock-’n-roll klinken: de National Association of Music Merchants Show. Maar als de deuren van het Anaheim Convention Center opengaan, stromen de mensen naar binnen om langs de rijen Fenders en Les Pauls te lopen, en langs de bijzondere, zelfgebouwde instrumenten zoals de 1 meter 60 lange zeemeermingitaar, gemaakt van vijftien verschillende soorten hout.

    Als je zo midden in de grootste gitarensnoepwinkel van de VS staat, zou je bijna geloven dat het goed gaat in de wereld der gitaren. Behalve als je, zoals George Gruhn, wel beter weet. Deze 71-jarige handelaar uit Nashville heeft gitaren verkocht aan Eric Clapton, Neil Young, Paul McCartney en Taylor Swift. Als je met Gruhn over de tentoonstelling loopt, besef je dat je meeloopt met een boer op een veemarkt – je voelt bij hem veel liefde voor de uitgestalde waar maar ook veel scepsis. Wat anderen zien als een hausse – de schijnbaar eindeloos rij van fabrikanten die hun instrumenten tentoonstellen – ziet Gruhn als twee treinen op ramkoers. ‘Er zijn nu meer gitaarbouwers dan ooit in de historie van het instrument, maar de markt groeit niet.’ Met een stem die ergens tussen een grauw en een grom zit zegt hij: ‘Ik ben geen doemdenker, maar dit gaat zo niet goed.’

    De cijfers spreken voor zich. In de afgelopen tien jaar is de verkoop van elektrische gitaren behoorlijk gezakt: van 1,5 miljoen gitaren per jaar tot net iets meer dan 1 miljoen. De twee grootste bedrijven, Gibson en Fender, lijden verlies en een derde, PRS Guitars, moest personeel ontslaan en de productie van goedkopere gitaren verhogen. In april verlaagde Moody’s de rating van Guitar Center, de grootste winkelketen, omdat het een verlies had geleden van 1,6 miljard dollar. En bij de onlinewinkel Sweetwater.com kun je al voor 8 dollar per maand rentevrij een gloednieuwe Fender kopen.

    144571

    Gruhn maakt zich niet alleen zorgen over de teruglopende winsten. Dat gebeurt nu eenmaal in de 
handel. Het waarom achter de dalende verkoop baart hem wel zorgen. Toen hij 46 jaar geleden zijn winkel opende, wilde iedereen een gitaargod worden, geïnspireerd door de mannen die op de concertpodia schitterden, zoals Eric Clapton, Jeff Beck, Jimi Hendrix, Carlos Santana en Jimmy Page. Nu gaan de babyboomers met pensioen en beschikken over minder geld. Ze stoten eerder instrumenten af dan dat ze 
er een aan hun collectie toevoegen, en de jongere 
generatie neemt hun plek niet over.

    Gruhn weet wel waarom. ‘We hebben geen gitaarhelden meer,’ zegt hij. Clapton heeft zijn collectie ingekrompen. Gruhn heeft 29 van zijn gitaren van hem verkocht. ‘Eric Clapton is van mijn leeftijd,’ zegt hij.

    Maar hoe zit het dan met Mark Tremonti van Creed, Joe Bonamassa, John Mayer? Hij schudt zijn hoofd. ‘John Mayer? Ik zie geen jongeren die John Mayer proberen na te doen en vanwege hem de gitaar oppakken.’

    Gitaarhelden

    Gitaarhelden deden hun intrede bij de eerste rock-
’n-rollgolf: Chuck Berry met zijn duckwalk op het grote scherm, Scotty Moore met zijn Gibson-galmgitaar op Elvis’ Sun Records en Link Wray, de stoere motorrijder, die in 1958 op Rumble van leer trekt.

    Instrumentaal waren het geen technische hoogstandjes. Het waren maar vier akkoorden. Maar 
vier akkoorden waren genoeg voor Jimmy Page. 
‘Die boden zo veel mogelijkheden,’ vertelde Page 
in 2009 in de documentaire It Might Get Loud.

    De jaren zestig kende een ware golf aan witte blues – Clapton, Jeff Beck, Keith Richards – maar ook het theatrale van de gitaren stukslaande Peter Townshend en de geluidstechnisch revolutionaire Hendrix. McCartney zag in 1967 Hendrix spelen in de Bag O’Nails club in Londen. Hij denkt graag terug aan 
die tijd en tegenwoordig pakt hij tijdens optredens een linkshandige Les Paul om Hendrix’ Foxy Lady 
te spelen. ‘De elektrische gitaar was iets fascinerend nieuws in een periode voor Jimi en onmiddellijk na hem,’ vertelt de voormalige Beatle weemoedig in een recent interview. ‘Dus je had veel grote spelers die probeerden kerels als B.B. King en Buddy Guy naar de kroon te steken, en dat duurde een paar generaties. Nu is het meer elektronische muziek en luistert de jeugd anders. Zij hebben niet van die gitaarhelden die jij en ik hadden.’

    In 1979 kwam de Portastudio 144 van Tascam op de markt, waardoor iedereen met een microfoon en een verbindingskabel op meerdere sporen kon opnemen

    Toen Dan Auerbach (38) van de Black Keys opgroeide, was Nirvana razend populair. ‘En iedereen wilde een gitaar,’ zegt Auerbach. ‘Dat is niet gek. Dat heeft te maken met wat er in de top 40 staat.’ Vernon Reid van Living Colour is het daarmee eens, maar hij plaatst het in een bredere context. Reid (58) herinnert zich nog dat hij werd gegrepen toen hij Santana op de radio hoorde. ‘Er was een gitaarcultuur en muziek was belangrijk,’ zegt hij. ‘Als er een plaat was uitgekomen en je hoorde van die plaat, dan ging je daarin op. Er werd tijd en geld in geïnvesteerd.’

    Lita Ford (ook 58) herinnert zich dat ze op een avond in 1977 lekker onderuit op de bank zat te kijken naar een optreden van Cheap Trick bij Don Kirshner’s Rock Concert. Ze was toen negentien en haar band, de 
Runaways, had weleens met hen samen gespeeld. ‘Het was gewoon een andere tijd,’ zegt Ford. ‘Je had Don Kirshner’s Rock Concert, Ed Sullivan, Dick Clark, en in zo’n aflevering speelde dan één band en je keek er een hele week vol verwachting naar uit welke band het zou zijn. En dan kon je er met je vrienden de hele week over praten: zaterdagavond komt Deep Purple, wat zouden ze gaan spelen? Dan zat iedereen voor de tv alsof je naar een footballwedstrijd zat te kijken.’

    In de jaren tachtig ging Ford op de solotoer en scoorde ze diverse top 40-hits. Ze werd een van de weinige gitaarheldinnen op een lange lijst met mannen, zoals Stevie Ray Vaughan, Joe Satriani en Eddie Van Halen.

    De gitaarcultuur drong overal in door: in de bioscoop (Ralph ‘Karate Kid’ Macchio die in de film Crossroads (1986) in duel gaat met Steve Vai; Michael J. Fox die een spetterende solo afgeeft in Back to the Future en samen met Joan Jett de hoofdrol speelt in een film over een rockband, Light of Day) en op MTV, en in de oudere concertfilms met The Who en Led Zeppelin, die eindeloos worden herhaald.

    Maar er waren al tekenen dat er een verandering zat aan te komen, dat de evolutie in de muziektechnologie uiteindelijk zou gaan concurreren met de gitaar. In 1979 kwam de Portastudio 144 van Tascam op de markt, waardoor iedereen met een microfoon en een verbindingskabel op meerdere sporen kon opnemen. (Bruce Springsteen gebruikte in 1982 een Portastudio voor Nebraska.) In 1981 introduceerde Oberheim de DMX-drumcomputer, die de hiphop een boost gaf.

    Dus in plaats van bij Hendrix of Santana haalde Brad Delson van Linkin Park zijn inspiratie bij Raising Hell van Run-D.M.C. vandaan, het cross-oversucces dat in 1986 uitkwam. Delson, wiens band onlangs hoog in de hitlijsten kwam met een album waar maar weinig gitaar op te horen viel, ziet de verandering van echte muzikanten naar dj’s niet als iets slechts. ‘Muziek is muziek,’ zegt hij. ‘Die jongens zijn allemaal muzikale helden, welk instrument ze ook spelen. Tegenwoordig neigt men meer naar het programmeren van beats op een Ableton. Dat vind ik niet minder creatief dan spelen op een basgitaar. Ik sta open voor de evolutie zoals die zich ontvouwt. Muzikaal talent is muzikaal talent. Het uit zich alleen in een andere vorm.’

    Prince in zijn hoogtijdagen: in The Forum in Los Angeles in 1985. – © Ron Wolfson / HH
    Prince in zijn hoogtijdagen: in The Forum in Los Angeles in 1985. – © Ron Wolfson / HH

    Zeg dat maar eens tegen Guitar Center, dat nu 1,6 miljard in de min staat en zo bevreesd is voor publiciteit dat een woordvoerster alleen een directeur beschikbaar wilde stellen voor een interview 
als er aan één voorwaarde werd voldaan: ‘Hij kan onder geen beding iets zeggen over financiën of beleid.’ (Dan maar niet.) Richard Ash, de directeur van Sam Ash, een familiebedrijf met de meeste muziekwinkels in de vs, windt er geen doekjes om. ‘Onze klanten worden ouder, en binnenkort zijn ze er niet meer,’ zegt hij.

    In de afgelopen drie jaar zijn de jaarinkomsten van Gibson gedaald van 2,1 miljard dollar naar 1,7 miljard dollar, volgens gegevens die zijn verzameld door het blad Music Trades. De aankoop van de audiodivisie van Philips in 2014 voor 135 miljoen dollar leidde tot verlies – hoeveel, dat wil het bedrijf niet zeggen – en tot een lagere rating door Moody’s vorig jaar. Bij Fender zijn de inkomsten gedaald van 765 miljoen dollar naar 545 miljoen dollar. Het bedrijf heeft zijn schuld de afgelopen jaren verkleind, maar die blijft altijd nog 100 miljoen dollar.

    En in 2010 was er een kantelpunt waarvan men 
tijdens het hairmetaltijdperk nooit had gedacht dat het er ooit zou komen: er werden meer akoestische modellen verkocht dan elektrische. Toch zeggen de directies van Gibson, Fender en PRS dat ze het nog niet hebben opgegeven. ‘De dood van de gitaar, om Mark Twain te parafraseren, wordt schromelijk overdreven,’ zegt de directeur van Fender, Andy Mooney. Volgens hem heeft het bedrijf een strategie ontwikkeld om de millennials te bereiken. ‘Je moet ervoor zorgen dat beginners doorgaan met oefenen met gitaarspelen en er niet binnen een jaar al mee stoppen.’ Daartoe heeft het bedrijf in juli een dienst gelanceerd waarop je je kunt abonneren; daarmee leren beginnende gitaristen op een andere manier via een onlineprogramma spelen.

    Volgens Paul Reed Smith, een gitaarontwerper uit Maryland, is de gitaarindustrie zich net aan het herstellen van de recessie die in 2009 toesloeg. Hij wijst op de constante inkomsten van PRS – naar zeggen van het bedrijf zelf tussen de 52 en de 45 miljoen dollar per jaar – en de toenemende vraag naar gitaren. ‘Het is een gecompliceerde mix van economie versus markt, vraag versus welke producten ze uitbrengen, versus de vraag of hun producten nog net zo goed zijn als eerst, versus wat er allemaal op internet gebeurt, versus hoe de megastores met de situatie omgaan,’ zegt Smith. ‘Maar dít kan ik je wel vertellen: als je een prachtige gitaar in een koffer stopt 
en je stuurt die naar een dealer, wordt hij verkocht.’

    Henry Juszkiewicz

    En dan heb je nog Henry Juszkiewicz (64), de grootste en meest controversiële van de muziekinstrumentgiganten. Toen hij in 1986 samen met een partner Gibson kocht voor slechts 5 miljoen dollar, lag de ooit zo machtige gitaarreus op sterven. ‘Het was een zo goed als failliet bedrijf met een iconische naam, maar het liep echt op zijn laatste benen,’ zegt Richard Ash. ‘Juszkiewicz heeft de Gibson-collectie weer totaal nieuw leven ingeblazen.’ Hij staat erom bekend nogal opvliegend te zijn, supercompetitief en moeilijk om voor te werken. Een voormalige medewerker bij Gibson herinnert zich een bedrijfsuitje in Las Vegas dat werd onderbroken voor een uitstapje naar een schietterrein, waar managers een Fender Stratocaster kapotschoten.

    In de afgelopen jaren heeft Juszkiewicz twee belangrijke initiatieven genomen, die er beide ogenschijnlijk op gericht waren om het bedrijf uit te breiden omdat het product zelf – de gitaar – weinig uitzicht bood op een groeiende verkoop. In 2014 kocht hij de audiodivisie van Philips om koptelefoons, speakers en digitale recorders aan het merk Gibson toe te voegen. Volgens Juszkiewicz was dat met de bedoeling om Gibson van een gitaaronderneming uit te breiden naar een onderneming in consumentenelektronica. Daarnaast is er ook nog de lijn van zelfstemmende ‘robotgitaren’, in de ontwikkeling waarvan Gibson ruim tien jaar en miljoenen dollars heeft gestoken. In 2015 liet Juszkiewicz dit zelfstemmende mechaniek standaard uitvoeren bij de meeste gitaren. 
Musici en verzamelaars vonden de meerprijs onevenredig met de waarde ervan en de verkoop daalde zo drastisch, dat Gibson de dealers opdroeg de prijzen te verlagen. Het mechaniek werd daarna niet meer standaard bijgeleverd.
    Je kunt het nog steeds kopen – ze noemen het ‘G force’ – maar het is nu gewoon een extra optie.

    Neal Schon van Journey zegt dat hij geeft geruzied met Juszkiewicz in de tijd dat hij adviseur was bij Gibson. ‘Ik probeerde Henry te helpen en hem af te houden van projecten waar hij ontzettend veel geld in stak. Al dat elektronische robotgedoe. Ik zei heel eerlijk tegen hem: “Wat ben je nou aan het doen? Roland en andere bedrijven liggen lichtjaren op je voor, en jij hebt een heel gebouw ingericht om aan die robotgitaar te werken. Ik heb erop gespeeld. 
En het is gewoon niks.” Maar dat geloofde hij niet.’

    Volgens Juszkiewicz zou de zelfstemmende gitaar ooit als een geweldige innovatie worden erkend, te vergelijken met de komst van de afstandsbediening van de tv. Ook had hij het volste vertrouwen in de aankoop van de Philipsdivisie. Uiteindelijk zou die overname als de juiste beslissing worden gezien. ‘Alles wat we doen gaat over muziek,’ zegt Juszkiewicz. ‘Het maakt niet uit of het muziek maken is met een instrument of luisteren naar iemand die muziek speelt. Wij zijn een muziekbedrijf, dat is wat ik wil zijn. En ik wil nummer een zijn. En op dit moment lijkt niemand anders zich voor die klus beschikbaar te stellen.’

    Taylos Swift tijdens een concert in Club Nomadic in Houston eerder dit jaar. – © Larry Busacca / Getty
    Taylos Swift tijdens een concert in Club Nomadic in Houston eerder dit jaar. – © Larry Busacca / Getty

    Er is één vraag belangrijk in de gitaarindustrie, en dat is precies dezelfde vraag die Apple zichzelf stelt: Hoe krijg je je product in de handen van jongeren? 
En als het eenmaal in hun handen ligt, hoe zorg je 
er dan voor dat ze er verliefd op worden? Fender probeert dat via lessen en een heleboel onlinehulpmiddelen (Fender Tune, Fender Tone, Fender Riffstation). Het in Florida gevestigde bedrijf The Music Experience heeft PRS, Fender, Gibson en andere bedrijven overgehaald om op festivals een tent op te zetten waar mensen gitaren kunnen uitproberen. Ook is 
er de School of Rock, met tweehonderd vestigingen in de VS.

    Op een vrijdagavond in Watertown, Massachusetts, is het repeteren net begonnen. Joe Pessia is bestuursvoorzitter en coacht de band. Hij is 47 en gitarist. Vroeger heeft hij samen gespeeld met Nuno Bettencourt van de band Extreme en sinds 2008 werkt 
hij bij de School of Rock. Als je naar de repetitie kijkt, begrijp je meteen waarom. Onder toezicht van Pessia werkt de demonstratieband van de school met verve drie nummers af die tientallen jaren voor hun geboorte uitkwamen. In Bye Love van The Cars worden grillige, newwave-keyboardklanken gecombineerd met barréakkoorden. 
Stone in Love van Journey is klassieke arenarock uit de jaren tachtig waar de melodielijn van Schons gitaar doorheen meandert. Matt Martin, een zeventienjarige gitarist met witte sneakers, jeans en een House of Blues-T-shirt, is de leadgitarist bij dit nummer. De andere Stratocaster 
van de band wordt bespeeld door Mena Lemos, 
een middelbare scholiere van vijftien. Zij is de leadgitariste bij The Spirit of Radio van Rush.

    Terwijl ze spelen zijn de jongeren al dansend en lachend hard aan het werk om de nummers goed in hun vingers te krijgen. Hun ouders zijn ook blij. Arezou Lemos, Mena’s moeder, ziet een dochter die veel zelfvertrouwen heeft en twee vriendenkringen – de kinderen van de School of Rock en haar leeftijdgenoten op de Newton South High School. ‘Pubers maken veel moeilijk perioden door,’ zegt ze, ‘en 
die muziek is haar redding.’ Julie Martin vertelt dat haar zoon Matt een stille jongen was die als kind op honkbal zat, maar eigenlijk niet veel op had met sport. Toen hij zes was, kreeg van haar en haar man zijn eerste gitaar. ‘Dat klikte,’ zegt ze. ‘Hij kon er meteen op spelen. Het instrument gaf hem direct meer zelfvertrouwen, en ik denk dat het hem in zijn verdere leven altijd zal helpen.’ Ze herinnert zich haar eigen jeugd in het arbeidersmilieu van Boston. ‘Ik weet precies wat hij op straat zou kunnen doen,’ zegt ze. ‘Daar moet ik steeds aan denken. We zijn zo blij dat we de School of Rock hebben gevonden. Hij is er elke donderdag, vrijdag en zaterdag, het hele jaar door.’ De progmetal van Rush is niet voor beginners, met de tempowisselingen en reggae-ritmes. ‘Dit hebben ze nog nooit eerder gespeeld,’ fluistert Pessia vol ontzag.

    Wat zijn dat voor jongeren? De toekomst? Een uitzondering? Moeilijk te zeggen. Maar Matt Martin hoefde er niet lang over na te denken waarom hij als jochie op een Strat wilde spelen. ‘Eric Clapton,’ zegt hij. ‘Voor mij is hij de beste.’

    School of Rock

    Voor Phillip McKnight, een 42-jarige gitarist en voormalig eigenaar van een muziekwinkel, is de groeiende populariteit van de School of Rock geen verrassing. Vlak na de opening van zijn muziekwinkel in 2005 maakte hij er ruimte vrij voor gitaarlessen. Die nevenactiviteit werd steeds groter en uiteindelijk richtte hij de McKnight Music Academy op. Deze groeide van twee ruimtes naar acht, van 25 studenten naar 250. In die periode viel hem iets merkwaardigs op. Zo rond 2012 trad er in de verdeling der seksen van zijn studenten een sterke verandering op. De acht tot twaalf meisjes die lessen volgden werden er 27, toen 59, toen 119 en uiteindelijk waren er meer meisjes dan jongens. ‘Waarom?’ vroeg hij ze. ‘Taylor Swift,’ zeiden ze dan.

    Niemand zal de stijl van deze popster snel verwarren met die van Bonnie Raitt. Maar ze speelt wel gitaar. Andy Mooney, de directeur van Fender, noemt Swift ‘de invloedrijkste gitarist van de afgelopen jaren’. ‘Volgens mij is het niet zo dat meisjes naar Taylor Swift kijken en zeggen “wat speelt ze die arpeggio’s in g-majeur goed”,’ zegt Mooney. 
‘Ze vinden dat ze er mooi uitziet en ze willen haar nadoen.’

    Toen McKnight een serie filmpjes op YouTube uitbracht, zat daar een aflevering bij met de titel ‘Is Taylor Swift de volgende Eddie Van Halen?’ Hij 
had het niet over haar techniek. Hij had het over de manier waarop ze jonge gitaristen inspireerde. Uiteindelijk waren de filmpjes lucratiever dan de verkoop van gitaren en de lessen. Begin dit jaar sloot McKnight zijn winkel.

    En de filmpjes? Die blijft hij maken. Hij verdient er goed mee.

    Auteur: Geoff Edgers

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.