Het Oegandese parlement heeft een anti-lhbti-wet aangenomen die het al strafbaar maakt om je als queer te identificeren. The Daily Maverick sprak met Oegandezen over de wet en hoe die hun leven en dat van andere leden in de lhbti-gemeenschap beïnvloedt.
Op dinsdag 21 maart, dezelfde dag dat in Zuid-Afrika de Dag van de Mensenrechten werd gevierd, nam het Oegandese parlement een wet aan die grove mensenrechtenschendingen mogelijk maakt tegenover de queer gemeenschap in het land. Deze wet moet het bevorderen van homoseksualiteit en het overwegen van homoseksuele handelingen strafbaar maken. Hoewel de wet drie weken geleden door het parlement werd aangenomen, moet hij nog door president Yoweri Museveni worden ondertekend.
Frank Mugisha, een Oegandese lhbti-activist, zegt in een interview met DemocracyNow dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom de president nog afwacht. Zo zouden lokale activisten en het maatschappelijk middenveld hem verzoeken de wetgeving niet te snel te ondertekenen vanwege de mogelijk heftige reacties en consequenties.
De Oegandese anti-lhbti-wetgeving komt op een moment waarop homofobe en transfobe wetgeving wereldwijd in opkomst lijkt. In de VS bijvoorbeeld zijn dit jaar alleen al minstens 417 anti-lhbti-wetsvoorstellen geïntroduceerd.
Voordat de nieuwe wet werd aangenomen, bestond in Oeganda al lange tijd vijandigheid jegens homoseksualiteit. Het is niet het eerste wetsvoorstel dat homofobie in het land probeert vast te leggen.
Privé
Natukunda (een pseudoniem, want ze wil anoniem blijven) identificeert zich als panseksueel. Hoewel ze deel is van de Oegandese diaspora in Zuid-Afrika, brengt ze nog steeds veel tijd door in Oeganda, vooral sinds haar ouders in 2019 terug verhuisden naar Kampala.
‘Natuurlijk hou ik van Oeganda. Mijn ouders komen er vandaan en het is een prachtig land met fijne mensen. Dat het land de Antihomoseksualiteitwet aanneemt is erg teleurstellend, want nu zit ik helemaal klem. Ik zou me willen identificeren als Oegandees, maar dat kan niet verenigd worden met wie ik echt ben, en in het bijzonder met mijn seksualiteit.
‘Behalve mijn broers en zussen wist niemand in Oeganda dat ik queer was. Zelfs mijn ouders niet – zij weten het nog steeds niet. Dus ik stond thuis gewoon bekend als hetero. Sterker nog, er werd nooit over seksualiteit gesproken, omdat Afrikaanse families het daar niet echt over hebben.’
In Zuid-Afrika voelde Natukunda zich in staat haar seksualiteit te uiten.
‘In Oeganda zag ik soms mensen – zowel mannen als vrouwen – tot wie ik me aangetrokken voelde, maar ik handelde er nooit naar. Ik hield het voor mezelf. Die kant uitte ik alleen hier in Zuid-Afrika,’ zegt ze.
‘Stel je voor dat ik nu in Oeganda ben en iemand leuk vind. Dan kan ik mijn affectie alleen maar tot uiting brengen als ik in een bar of nachtclub ben die behoorlijk ondergronds is, waar het donker is en waar anderen zich comfortabel voelen in de buurt van queer mensen. Anders houd je het privé.’
Natukunda weet nog goed dat ze in een Oegandese stad twee mannen hand in hand over straat zag lopen, met een glimlach op hun gezicht. Iedereen stopte om hen aan te staren.
‘Ik heb mijn ouders al verschillende keren verteld dat ik wel van mijn familie houd en zo, maar dat ik me er niet op mijn gemak voel’
Ze zegt dat migranten die naar huis terugkeren voor heel uitgesproken uitdagingen komen te staan: in het buitenland kunnen ze openlijk hun seksualiteit tonen, terwijl homoseksuele mensen hun seksuele voorkeur in Oeganda altijd verborgen moeten houden. Als ik nu naar huis ga, is het dan echt veilig? vraagt ze zich af.
Maar volgens haar is het belangrijk is om nog geen ophef te maken over de situatie in Oeganda, aangezien Museveni het wetsvoorstel nog moet ondertekenen.
Dembe (een pseudoniem, want hij wil anoniem blijven) is Oegandees en queer.
‘Ik weet nog dat ik tijdens mijn tienerjaren besloot af te komen van de “Oegandeesheid” van mijn identiteit. Ik had het gevoel dat die niet strookte met mijn queerness, en ik wist dat ik die niet kon veranderen. Dus probeerde ik de band met mijn Oegandese identiteit zwakker te maken.’
‘Om een voorbeeld te geven: de moedertaal van mijn ouders, en ook die van mij, is Loeganda. Maar in mijn tienerjaren begon ik uitsluitend Engels met ze te spreken. Ik wilde niet meer proberen de taalkundige of culturele band met Oeganda in stand te houden.’
Mukasa (een pseudoniem, want hij wil anoniem blijven) is een mensenrechtenadvocaat die gespecialiseerd is in gelijke rechten. Daartoe behoren de rechten van mensen met een beperking, migranten en leden van de lhbti-gemeenschap. Hij identificeert zich als queer en maakt deel uit van de Oegandese diaspora in Zuid-Afrika.
Hij zegt dat zijn ouders, die ook in Zuid-Afrika wonen, minstens één keer per jaar naar Oeganda gaan om familie te zien, meestal rond Kerstmis. ‘Ik heb mijn ouders al verschillende keren verteld dat ik wel van mijn familie houd en zo, maar dat ik me er niet op mijn gemak voel. Ik voel me niet veilig genoeg om terug te keren naar Oeganda. Ik blijf in Zuid-Afrika en vier Kerst zonder mijn familie,’ zegt Mukasa.
Hij vertelt dat het pijnlijk is om afstand te nemen van zijn Oegandese identiteit. ‘Het is erg treurig om te bedenken dat mijn banden met mijn familieleden, mijn cultuur en mijn geschiedenis hierdoor minder sterk worden.’
Zijn ouders zijn van plan terug te keren naar Oeganda. Dat heeft hem aan het denken gezet: ‘Als ik op een dag een gezin zou hebben en met een man zou trouwen, kan ik ze dan meenemen naar Oeganda zodat ze mijn ouders kunnen ontmoeten? Als mijn ouders overlijden en begraven worden in Oeganda, kan ik dan een begrafenis bijwonen zonder dat mijn veiligheid in gevaar komt? Als mijn ouders ziek worden, kan ik dan teruggaan om bij ze te zijn? Zulke angsten komen bij me boven.’
Roofdieren
Mukasa vindt de manier waarop er over de nieuwe wet gesproken wordt vreemd. Oegandese wetgevers zeggen dat de wet bedoeld is om ‘traditionele Afrikaanse waarden’ te beschermen, wat het idee in stand houdt dat homoseksualiteit en andere vormen van queer-zijn per definitie anti-Afrikaans zijn.
‘Er worden veel argumenten aangevoerd om het wetsvoorstel te rechtvaardigen. Veel daarvan verwarren homoseksualiteit met pedofilie. Een van de definities van agressieve homoseksualiteit die in het wetsvoorstel voorkomt, is bijvoorbeeld seks met een minderjarige zonder diens toestemming. Dat heeft helemaal niets te maken met homoseksualiteit, maar mensen lijken het idee te hebben dat vooral homoseksuele mannen een soort roofdieren zijn die op je kinderen jagen. Dat we gevaarlijk zijn.
Een ander beeld dat men van queer-zijn heeft is dat het uit het Westen is geïmporteerd, of dat het gedrag is dat men in het Westen heeft aangeleerd. Of dat mensen homoseksueel worden door naar films of series op DStv [een tv-zender in zuidelijk Afrika] en Netflix te kijken. Er zijn altijd al homoseksuele Afrikanen geweest.’
Mukasa geeft het voorbeeld van een Oegandese monarch, koning Mwanga II, die van 1884 tot 1888 regeerde. Er zijn historische bewijzen dat de koning queer was, zodat bekend is dat queerness zelfs in het prekoloniale Oeganda voorkwam.
In meer dan dertig Afrikaanse landen zijn homoseksuele relaties verboden
Antihomowetten en beeldvorming rondom homoseksualiteit blijven niet beperkt tot Oeganda. In meer dan dertig Afrikaanse landen zijn homoseksuele relaties verboden. Mukasa legt uit hoe de nieuwe Oegandese wet andere Afrikaanse landen zou kunnen beïnvloeden. ‘Het lijkt alsof sommige landen zich hebben laten inspireren door Oeganda, en dat is verontrustend. Een Keniaans parlementslid zei onlangs dat hij een soortgelijk wetsvoorstel wil indienen, wat betekent dat hij min of meer kopieert wat er in Oeganda gebeurt.’
We zijn blij dat het wetsvoorstel wereldwijd aandacht krijgt en wordt veroordeeld. Ik denk dat het maatschappelijke middenveld in Afrika en vooral Zuid-Afrika een unieke en invloedrijke rol kan spelen. Want, zoals ik al eerder zei: het idee bestaat dat homoseksualiteit on-Afrikaans en geïmporteerd is, dat het westers gedrag is.
Maar als Afrikanen in Zuid-Afrika en op het hele continent zich ook uitspreken tegen wat er gaande is, wordt dat verhaal ondermijnd. Het zou laten zien dat Afrika geen monoliet is – dat we niet allemaal homofoob zijn of geloven dat homoseksueel gedrag in strijd is met onze cultuur.’
Lees ook:




