Halverwege het maken van dit nummer werd bekend dat er in het Amsterdamse debatcentrum De Balie, waar 360 kantoor houdt, een IS-strijder was gesignaleerd. De man hield zich op tussen het publiek bij een lezing van de Syrische actiegroep Raqqa is Being Slaughtered Silently. Nadat hij werd herkend door leden van de groep, rende hij naar buiten en wist hij op de fiets te vluchten.
Hoe beangstigend ook, verbazend is het natuurlijk niet dat er IS-strijders door de mazen van het net glippen en Europa weten te bereiken. Hoe makkelijk zoiets kan gaan, blijkt uit het verhaal waarmee we deze editie openen. Een goedwillend Zweeds gezin neemt op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis een Syrische jongen in huis. Hij is zestien, noemt zich Paul, is naar eigen zeggen christen en beweert dat hij in Syrië is vastgehouden door jihadisten. Maar na verloop van tijd blijkt het verhaal van de jongen niet helemaal te kloppen. Hij heet geen Paul maar Ammar, en vertelt verontrustende verhalen over de horror waarvan hij in Syrië getuige is geweest – en waaraan hij misschien ook heeft meegedaan.
Toevallig blijkt ook Ammar in hetzelfde Syrische cellencomplex te hebben verbleven, en Padnos was ervan overtuigd dat hij een jihadist was
Intussen is ook de Amerikaanse journalist Theo Padnos ten tonele verschenen, een oude bekende over wie 360 eerder twee verhalen publiceerde. In het eerste beschreef Padnos zelf hoe hij in Syrië twee jaar werd gegijzeld door terreurgroep Jabhat al-Nusra. In het tweede werd hij door het Duitse weekblad Die Zeit geïnterviewd, samen met zijn medegevangene van destijds, oorlogsfotograaf Matt Schrier. Toevallig blijkt ook Ammar in hetzelfde Syrische cellencomplex te hebben verbleven, en Padnos was ervan overtuigd dat hij een jihadist was.
Toen Ammar door Jabhat al-Nusra werd vrijgelaten, gaf Padnos hem een briefje mee waarin hij om hulp vroeg. De jongen leverde het briefje nooit af, maar nam het wel mee naar Zweden, waarop zijn pleegmoeder contact opnam met de inmiddels vrijgelaten Padnos. Uiteindelijk komt het tot een confrontatie tussen Ammar en Padnos.
Hoe het afloopt moet u zelf maar lezen. Maar we kunnen alvast verklappen dat Padnos er niet van overtuigd is dat de getrainde en getraumatiseerde Ammar geen bedreiging vormt. Reden temeer om je zorgen te maken over een mogelijk nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten. Hoe dat precies zit, leest u in het minidossier.
Goed nieuws is er gelukkig ook: Big Pharma gaat Afrika helpen met goedkope kankermedicijnen, en we zijn trots op onze nieuwe cultuuragenda die sinds de vorige editie de VPRO-pagina vervangt.
De Syrische Koerden hielpen de VS om IS te verslaan. Maar nu de Amerikanen hen niet meer nodig hebben als bondgenoot, dreigen ze zoals zo vaak aan het kortste eind te trekken.
Met de val van Raqqa is het lot van IS praktisch bezegeld. De beweging is bezig haar laatste stedelijke bolwerken in Syrië en Irak te verliezen en zal veroordeeld worden tot de rol van een guerrillagroep die verrassingsaanvallen uitvoert vanuit de woestijn. Tijdens het beleg van Raqqa, dat op 6 juni begon, verdedigde IS zich met verve, maar zag de groep zich voor een overmacht geplaatst.
Ook de overwinnaars zijn echter niet te benijden. De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) is een Koerdisch-Arabische strijdmacht, maar de militaire slagkracht komt van de YPG, de zogeheten Volksverdedigingstroepen: zeer gemotiveerde, goed georganiseerde en ervaren Syrisch-Koerdische strijders die banden hebben met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Turkije. De SDF hebben weliswaar bewezen over uitstekende grondtroepen te beschikken, maar danken hun grote successen niet alleen aan hun onmiskenbare militaire vaardigheden, maar ook aan de verwoestende vuurkracht van de door de VS geleide coalitie met haar bommen, raketten en drones.
De Koerden in Syrië hebben zich altijd angstig afgevraagd wat er met hen zou gebeuren als de Amerikanen hen niet meer nodig hadden als cruciale bondgenoot tegen IS. Zij vormen een gemeenschap van zo’n 2,2 miljoen mensen die werden gemarginaliseerd en vervolgd tot aan de opstand tegen het Syrische regime in 2011. Het Syrische leger trok zich in 2012 terug uit hun leefgebied, waarop de Koerden de republiek Rojava (‘Het Westen’) uitriepen, een reeks Koerdische enclaves op een strook land in het noordoosten van Syrië, ten westen van Iraaks-Koerdistan (vandaar de naam) en ten zuiden van Turkije.
In 2014 viel IS de Koerdische stad Kobani aan. Uiteindelijk schoot de Amerikaanse luchtmacht de Koerden te hulp met een grootschalige interventie. Het Pentagon was al lange tijd op zoek naar een plaatselijke bondgenoot en vond die in de YPG. De Amerikaans-Koerdische alliantie is ook zeer effectief gebleken, maar dreigt nu slachtoffer te worden van haar eigen succes.
Tegenwoordig zijn de Koerden actief in soennitisch-Arabische gebieden. Het is een illusie dat ze die gebieden kunnen behouden. Enkele SDF-eenheden zijn over de rivier de Eufraat doorgedrongen tot in de zuidelijke provincie Deir ez-Zor, waar de helft van de Syrische olie wordt geproduceerd en IS zich heeft teruggetrokken. Er dreigt echter ook een botsing tussen de Koerden en het Syrische leger, dat vanuit het westen oprukt.
In het Witte Huis klinken geluiden om de YPG en soennitische stammen te blijven gebruiken voor de verwezenlijking van het plan van president Trump om Iran en zijn bondgenoot – het Syrische regime – te verzwakken. Daaraan kleven evenwel ernstige nadelen: het is mosterd na de maaltijd, omdat het pleit in Syrië feitelijk al is beslecht door het bewind van president Bashar al-Assad en zijn bondgenoten: de Libanees-sjiitische beweging Hezbollah, de Iraanse Revolutionaire Garde en Iraaks-sjiitische paramilitaire groepen. De SDF hebben aanzienlijke versterking nodig van lokale Arabische bondgenoten om nog een kans te maken, waarbij hun rol van afstandsbediening van de VS tot een confrontatie met Rusland kan leiden.
Koerdische commandanten hebben het nu over onderhandelingen met Damascus, omdat het Assad-regime de Arabische oppositie grotendeels heeft verslagen en alleen de Koerdische minderheid als tegenstander overblijft. Trump sloeg onlangs een strijdlustige toon aan tegen Iran, maar het is twijfelachtig of hij verstrikt wil raken in een niet te winnen oorlog in Syrië die Washington mogelijk meer schade berokkent dan Teheran.
Vele spelers
De grootste bedreiging voor de Syrische Koerden komt van Turkije, dat de officieuze Koerdische staat langs zijn zuidgrens als een permanent gevaar ziet. Des te vervelender voor de Turken dat ze voorlopig weinig aan de situatie kunnen doen, zolang de VS en Rusland zich met de regio blijven bemoeien. Als Ankara zijn beperkte militaire activiteiten in Syrië wil uitbreiden, zal daarvoor luchtsteun nodig zijn. De Russen zullen geen Turkse vliegtuigen boven Syrië dulden.
Het Syrische politieke en militaire schaakbord is complex en kent vele spelers. Raqqa markeert de zoveelste van een reeks nederlagen van IS. De beweging zal het nog moeilijk krijgen om te overleven, al zal ze op de val van de stad hebben geanticipeerd en een vlucht naar afgelegen gebieden hebben voorbereid met de aanleg van bunkers en wapen- en voedselopslagplaatsen. Met dat bijltje heeft IS, toen het nog ISI ofwel Islamitische Staat in Irak heette, tussen 2008 en 2011 al gehakt, na op de knieën te zijn gedwongen door een coalitie van de VS en soennitische stammen.
In Syrië en Irak is de belangrijkste kwestie niet meer hoe IS te verslaan, maar wat te doen met de Koerden. Die zullen de grootste moeite hebben om de winst te behouden die zij in de oorlog hebben geboekt.
Auteur: Patrick Cockburn
Vertaler: Carl Stellweg
The Independent
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 75.600
Opgericht 1986 in het Thatcher-tijdperk, politiek neutraal. De kleinste kwaliteitskrant van Engeland.
Raqqa, de hoofdstad van het ‘kalifaat’, is door Koerdisch-Arabische troepen terugveroverd op IS. Maar wat er met de stad gaat gebeuren is onduidelijk.
Onder een blakerende zon in lege straten met verwoeste gebouwen marcheren strijders van de door de VS gesteunde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) langs de rottende lijken van hun vijanden. Hier wordt de nederlaag van IS gevierd. Hoewel de zegevierende troepen onder leiding stonden van de Koerden, zijn het vooral Arabieren uit Raqqa die deze dinsdag slogans schreeuwen en in de lucht schieten. Zij hebben zich bij de SDF aangesloten om hun stad terug te winnen.
‘Raqqa is vrij, vrij! IS, opgerot!’ roept de twintigjarige Abdullah. ‘We hebben ze eruit geschopt!’
Maar iedereen hier beseft dat er nog veel te doen is. Zoals het oprollen van de laatste verzetshaarden en het ruimen van mijnen en geïmproviseerde explosieven waarmee de stad bezaaid ligt – een stad die een verwoeste aanblik biedt door de zware Amerikaanse bombardementen waarmee het SDF-offensief werd ondersteund.
Na een bloedige, vier maanden durende militaire campagne is de ontknoping haast een anticlimax. De aanwezige verslaggevers hebben weinig meegekregen van de laatste dag dat er gevechten woedden, omdat ze om niet geheel duidelijke redenen de frontlinies niet mochten bezoeken.
Het Zwarte Stadion
Een week eerder waren er onderhandelingen tussen Arabische stammen en IS. Inzet was de overgave van lokale strijders, en dat scheelde dagen of weken aan gevechten. SDF-commandanten hadden eerder berekend dat als IS zich bleef verzetten, ze vijftien dagen kwijt zouden zijn.
Een van de laatste belangrijke doelen was de verovering van het grootste stadion van de stad, dat door de SDF ‘het Zwarte Stadion’ is gedoopt omdat het onder het IS-bewind een theater van verschrikkingen was geworden. ‘Wij hebben vandaag bezit genomen van het Zwarte Stadion,’ vertelt Saif al Din Raza uit Raqqa. Dat wil zeggen: de plek was omsingeld. ’Er zitten nog zo’n vijftig tot honderd buitenlandse IS-strijders en die gaan er allemaal aan.’
‘Maar wat hoor ik voor geweervuur?’ vraag ik.
‘Dat zijn jongens die de overwinning vieren,’ aldus Saif. En inderdaad, die dinsdag valt het Zwarte Stadion vlot in handen van de SDF.
‘De buitenlandse strijders konden kiezen tussen zich overgeven of gedood worden,’ vertelt Omar Aloush, een hoge vertegenwoordiger van het nieuwe bestuur in Raqqa. Hij ontkent berichten dat de resterende IS-strijders van Syrische komaf met burgers als levend schild in bussen naar Deir ez-Zor zijn gebracht. Toch zag ik in het oosten van de stad die bussen Raqqa uit rijden. Het bleek om in totaal 3500 burgers te gaan.
De SDF-strijders voelen zich onoverwinnelijk. ‘We gaan naar Deir ez-Zor en zullen het bevrijden, we rekenen in alle Syrische steden met IS af,’ bezweert Saif al Din Raza.
Ondertussen zijn in Raqqa de gevechten van man tegen man gestopt en is ook de bevrijding van het Nationale Ziekenhuis in volle gang. ‘We blijven rond het Zwarte Stadion zoeken naar restanten van IS,’ zegt Mustafa Bali, hoofd van het mediacentrum van de SDF. ‘Verder zijn de strijders al begonnen om de vele door IS geplante mijnen te ruimen. Dat karwei kan wel een paar dagen duren.’ Idris Mohammed, hoofd van de door de VS getrainde Interne Veiligheidstroepen van Raqqa, werd door een van die mijnen gedood, een dag voor de bevrijding.
De nieuwe bestuurders van Raqqa hebben veel te stellen met het grote aantal verzoeken van burgers om snel naar de stad terug te keren. Zij vrezen dat als dit op een chaotische manier gebeurt, plunderingen maar ook dodelijke ongelukken met mijnen het gevolg zullen zijn. ‘De prioriteit na de bevrijding is het ruimen van mijnen. Daarna pas kunnen de burgers weer naar hun huizen en is het tijd voor de wederopbouw,’ zegt Ilham Ahmed, co-voorzitter van de Democratische Raad van Syrië, een grotendeels door Koerden geleide organisatie die gelieerd is aan de ‘Volksverdedigingstroepen’ (YPG), het leger van het officieuze Koerdische republiekje Rojava in Noord-Syrië. ‘Er moet een herstelplan voor de hele stad komen.’ Verder onthult ze dat de door de VS gesteunde Civiele Raad van Raqqa, die tot nu toe vanuit de stad Ain Issa werkte, wordt uitgebreid en geherstructureerd, en naar Raqqa verhuist.
Hoe de wederopbouw van de voormalige hoofdstad van IS ook wordt aangepakt, er zal een hoop geld mee gemoeid zijn. En of dat geld er komt, is de vraag. De Koerdische stad Kobani, die in 2015 werd bevrijd na een maandenlange bloedige, kostbare belegering, is nog steeds zwaar beschadigd en heeft nauwelijks hulp gekregen bij de wederopbouw. Sommige Koerden zijn boos op humanitaire organisaties omdat die volgens hen vooral ‘Arabische steden’ helpen.
Een paar dagen eerder bezocht Brett McGurk – de speciale gezant van de president van de VS inzake IS – Ain Issa en de Civiele Raad van Raqqa. Hij was in het gezelschap van de Saoedische minister van Arabische Zaken, Thamer al-Sabhan. Verslaggevers mochten geen foto’s maken.
‘De Saoedische vertegenwoordiger heeft ons niet veel verteld, maar zei wel dat wij van de Civiele Raad in Raqqa goed werk hadden geleverd door de scholen te heropenen en de sociale eenheid te herstellen,’ aldus Omar Aloush van de Raad. Hij voegde eraan toe dat donorlanden bezig waren om hulpprojecten voor Raqqa te evalueren. ‘Een Comité voor de Wederopbouw zal toezien op het bestuur. Onmiddellijk na de bevrijding wordt de schade aan de instellingen en de infrastructuur opgemaakt.’
Een paar weken eerder werd de Civiele Raad van Raqqa uitgenodigd voor een bijeenkomst in Rome met vertegenwoordigers van diverse westerse en Arabische leden van de door de VS geleide coalitie tegen IS. Er werd geld beloofd voor de wederopbouw van Raqqa. ‘Wij hopen dat Saoedi-Arabië en andere landen het Comité voor de Wederopbouw zullen helpen,’ zei Aloush, ‘want de schade in Raqqa is zeer groot en het herstel kan lange tijd duren.’
Zal de regering-Trump opnieuw toekijken wanneer Turkije, of het Syrische bewind, de Syrische Koerden aanvalt?
Nu IS in Raqqa is verslagen en de laatste verzetshaarden in de provincie Deir ez-Zor worden opgeruimd door de troepen van het Syrische leger en de SDF, rest de vraag of de Verenigde Staten de Koerden in Syrië zullen blijven steunen. Veel Koerden maken zich zorgen over wat er gaat gebeuren met hun grondgebied in het noorden van Syrië. Een veeg teken is dat de VS niet tussenbeide kwamen toen Iraakse regeringstroepen, inclusief door Iran gesteunde sjiitische paramilitairen, gebieden in Noord-Irak terugveroverden die door de Koerden werden betwist. Dat gebeurde na het Iraaks-Koerdische onafhankelijkheidsreferendum op 25 september. Zal de regering-Trump opnieuw toekijken wanneer Turkije, of het Syrische bewind, de Syrische Koerden aanvalt?
In ieder geval hebben de Koerdische leiders in Noord-Syrië gezegd dat ze bereid zijn om over autonomie te onderhandelen met de Syrische regering. Ze benadrukten dat ze zich niet van Syrië willen afscheiden – in tegenstelling tot de Iraakse Koerden, die naar een onafhankelijke staat streven.
Opgezet door Tina Brown, voormalig hoofdredactrice van Vanity Fair en The New Yorker. De site publiceert opiniestukken, nieuwsanalyses en berichten over celebrity’s.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.