Tag: ras

  • In Maleisië leven skinheads zoals u ze nog niet kent

    In Maleisië leven skinheads zoals u ze nog niet kent

    In Maleisië bestaat een bloeiende subcultuur van skinheads. De meesten van hen zijn progressieve moslims die strijden voor een pluriforme samenleving.

     

    Keuze uit het archief

    Skinheads? Bestaan die nog? En zijn dat geen radicaal-rechtse figuren? Dit stuk uit 2015 doet je anders naar deze cultuur kijken, want wie had kunnen stellen dat progressieve moslims in Maleisië deze cultuur zo omarmd hebben?

    De groep skinheads dringt naar voren. Op het podium voor hen staat de band, met zware schoenen, poloshirts en rode bretels. Terwijl de openingsakkoorden van het volgende streetpunknummer door de geluidsinstallatie scheuren, grijpt de Maleisische zanger de microfoon en geeft het nummer een ruige introductie mee: ‘Dit is tegen alle racisme en discriminatie in ons land. Heb je een probleem met ras? Wij beuken je in elkaar!’ Het publiek bestaat uit jonge Maleisische mannen, bijna allemaal met Lonsdale-shirts en Dr. Martens-kistjes – het onofficiële skinheaduniform in de hele wereld. De zaal is een en al gejuich, gebalde vuisten, pogoënde jongeren, zweet en revolutionaire meezingers. De skinheadcultuur kwam rond 1960 in Engeland op en had toen duidelijk een eigen muziek en mode. De geschoren hoofden en de shirts moesten agressie uitstralen maar stonden ook symbool voor de arbeidersklasse waar de beweging uit voortkwam. Muziek was belangrijk en de liefde van skinheads voor reggae betekende dat hun identiteit nauw verbonden was met de cultuur van zwarte immigranten.

    Ontvankelijk

    In de jaren zeventig ebde de beweging weg, maar in datzelfde decennium kwam ze ook weer op. Volgens een artikel van Timothy S. Brown in het Journal of Social History van de universiteit in Oxford was die tweede skinheadgolf ontvankelijker voor de rechtse retoriek van die tijd. ‘Economisch verval, werkloosheid en toenemende immigratie versterkten het latent aanwezige racisme en de rechtse opvattingen in de Britse samenleving van de jaren tachtig en negentig en de skinheads weerspiegelden deze vooroordelen in overdreven vorm,’ schreef Brown in zijn artikel ‘Subcultures, Pop Music and Politics: Skinheads and “Nazi Rock” in England and Germany’.

    ‘Heb je een probleem met ras? Wij beuken je in elkaar!’

    ‘De skinheads met hun gewelddadige reputatie en patriottisch-nationalistische opvattingen waren voor radicaal rechts een aantrekkelijke groep om in te lijven.’ 
De rechtse skinheads zijn volgens Brown nooit in de meerderheid geweest, maar het verband tussen skinheads en fascisme was gelegd. 
En dat is altijd zo gebleven.
    De meerderheid van de Maleisische skinheadbands, met namen als Street Rebel, Chaos Bomb en Oi! Koholik, omarmt het proletarische mannelijkheidsideaal van de oorspronkelijke skinheads, maar verwerpt krachtig het racistische geluid dat later opkwam. Dat geluid wordt echter steeds dringender in Maleisië; een pluralistische samenleving, maar met een overheid die een steeds islamistischer koers vaart. 


    In 1971 kwam die overheid met een ‘Nieuw Economische Beleid’, waarin etnische Maleisiërs meer rechten 
kregen dan Chinezen en Indiërs. 
‘Skinhead zijn in Maleisië betekent 
dat je met positieve, antiracistische ideeën over sociaalpolitieke veranderingen tegen onze regering ingaat,’ zegt de 34-jarige Rozaimin Elias, vooraanstaand lid van de antifascistische skinheadbeweging en bassist in de band Street Boundaries uit Kuala Lumpur. Elias beperkt zich trouwens niet tot de muziekscene, hij is ook actief in de oppositiepartij AP in Penang.

    Verwarring

    De Maleisische skinheadbeweging kwam eind jaren tachtig op uit de vroege punk-en metalscenes van Kuala Lumpur en verbreidde zich in de jaren negentig over de rest van het land. Elias herinnert zich nog goed hoe de verwarring die onder die vroege Maleisische skinheads bestond, een ongelukkige uitwerking kreeg. ‘We droegen swastika’s omdat we die cool vonden,’ vertelt hij. ‘We hadden allemaal de beelden gezien van Sid Vicious met de swastika en we dachten dat dat punk was. We wilden er alleen maar anders uitzien dan andere Maleisiërs.’ Volgens Brown komt dat soort verwarring vaak voor. ‘Maleisische punks gingen de swastika als symbool gebruiken voordat ze wisten wat de betekenis daarvan was, omdat dat “punk” leek, en nu wordt het klakkeloos overgenomen – dat zie je heel vaak bij jongerenculturen die zich over de wereld verspreiden. Jonge mensen kopiëren stijl en iconografie, maar geven daar ook betekenissen aan die juist voor hun eigen situatie opgaan.’ Het waren vroege bands zoals ACAB (All Cops Are Bastards) uit Kuala Lumpur die de leiding namen en een actieve antifascistische skinheadbeweging vormden, volgens de principes van Skinheads Against Racism (Sharp), de antiracistische beweging die in 1987 in New York werd opgericht.

    ‘Net als elders in Zuidoost-Azië zijn er ook in Maleisië progressieve skinheads die niet alleen anti-establishment zijn en zich bezighouden met de modes van hun subcultuur, maar ook expliciet commentaar leveren op de relaties tussen de verschillende etnische groepen in het land,’ zegt Yeoh Seng Guan, een antropoloog die verbonden is aan de Monash University Malaysia in Kuala Lumpur.
    Dankzij internet kunnen de Maleisische Sharp-skinheads ook in het buitenland contacten onderhouden. Ik heb een ontmoeting met een van de meest bereisde skinheads in Maleisië in Subang Jaya, een zuidelijk district van Groot-Kuala Lumpur. Met zijn Lonsdale-jasje, strakke spijkerbroek en kleurige veters in zijn leren kistjes ziet GG eruit als één van de gestaalde kaders uit de beweging, en hij vertelt enthousiast over de reis die hij maakte naar Europa om contact te leggen met de beroemde antifascistische skinheads van de Hamburgse wijk Sankt Pauli. ‘Zij waren niet echt blij toen in Vice een stuk stond over een neonazi-skinheadbeweging in Maleisië,’ vertelt GG. Ik schaamde me zo… Ik verzekerde ze dat dat bij ons maar een klein probleem is.’ Inderdaad opende een artikel in 2013 in Vice magazine met een foto van veertien Maleisische jongeren die met hun rechterarm de nazigroet brachten.

    Rondhangen

    Het artikel onthulde het bestaan van Maleisische fascistische skinheads 
die swastika’s dragen, naar nazi-rockbands als Angry Aryan en Skrewdriver luisteren en die niet-Maleisiërs discrimineren. Maar volgens Elias werd de omvang van het probleem in het artikel overdreven. ‘Een handjevol bands zoals Brown Attack en Spiderwar zien zichzelf als “Malay Power”, maar zij vormen geen werkelijke bedreiging,’ zegt hij. En GG stemt daar lachend mee in: 
‘In Duitsland zijn neonazi-skinheads een echte sociale dreiging. Maar hier hangen ze gewoon een beetje rond met hun swastika’s en gaan dan een biertje drinken bij een Chinees restaurant,

    Anders dan de meeste stereotypen die over hen bestaan, zijn de meeste Sharp-skinheads in Maleisië eigenlijk progressieve moslims. – © Darshen Chelliah
    Anders dan de meeste stereotypen die over hen bestaan, zijn de meeste Sharp-skinheads in Maleisië eigenlijk progressieve moslims. – © Darshen Chelliah

    want daar is het goedkoop. Ze werden toch geacht alle niet-Maleisiërs te boycotten en te bestrijden?’
    Een groep Aziatische mannen die het nazisme omarmen – dat lijkt op zijn minst misplaatst. Zelfs het artikel in Vice eindigde met de vraag: ‘Hoe kun je het nazi zijn verenigen met het feit dat je niet blank bent?’ Toch is dat volgens Brown, die ook hoogleraar geschiedenis is aan de Northeastern University in Boston, minder onlogisch dan we denken. ‘Het heeft een bepaalde logica.

    ‘Het handjevol neonazi-skinheads vormt geen echte bedreiging’

    Deze jongeren gebruiken het nazisme blijkbaar als een model voor raciale zuiverheid dat ook overgezet kan worden naar hun situatie, hoe anders die ook is. Zo kan dat model dienen als een soort ideologische onderbouwing voor hun nationalistische vreemdelingenhaat.’ Volgens GG kost het de fascisten moeite om geaccepteerd te raken in Kuala Lumpur en daarbuiten. ‘De bands van de boneheads (kaalkoppen, een term die antifascistische skinheads voor hun racistische broeders gebruiken) kunnen niet spelen waar ze willen omdat niemand in de scene iets met ze te maken wil hebben. Sharp-skinheads kunnen wel op alle punkpodia spelen, vanwege onze morele integriteit.’

    Dat die integriteit belangrijk 
is, zeggen ook veel andere Sharp-skinheads in Maleisië. Ook in de Britse skinheadscene van de jaren zestig en zeventig waren begrippen als integriteit en authenticiteit belangrijk voor de ‘oorspronkelijke’ skinheads, die vonden dat racisten totaal niets hadden begrepen van de waarden en oorsprong van de subcultuur. Dat idee leeft nog steeds onder de Sharp-skinheads van Maleisië. Toch zouden ze ook wel graag wat meer begrip willen in de bredere Maleisische samenleving. Anders dan de meeste stereotypen die over hen bestaan, zijn de meeste Sharp-skinheads in Maleisië eigenlijk progressieve moslims. ‘Zet tien van ons bij elkaar,’ zegt GG terwijl een Bengaalse ober glazen vruchtensap op ons tafeltje zet, ‘en dan is er maar eentje bij die rookt en drinkt. We bidden ook gewoon vijf keer per dag. We zijn Maleisiërs, dat is onze manier van leven. Het heeft niets te maken met onze liefde voor de muziek. Of met de manier waarop we punkrock gebruiken om te ageren voor sociale verandering.’

    Marco Farrarese

  • Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    Thomas Chatterton Williams: ‘We moeten erkennen dat zwartheid niet echt is’

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams vindt dat we afstand moeten nemen van rassencategorieën die voortkomen uit ‘plantagelogica’. ‘We zullen racisme nooit helemaal overstijgen zolang we in deze categorieën geloven‘, aldus Chatterton Williams die zichzelf – als kind van een zwarte vader en een witte moeder –, als ‘ex-zwart’ beschouwt.

    De Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams wordt in Parijs wel eens aangezien voor Algerijn. Hij woont er met zijn Franse vrouw en twee kinderen, die beide blonde krullen hebben.

    De geboorte van zijn dochter Marlow, zes jaar geleden, veroorzaakte bij hem onverwachte paniek. Wat betekende het dat hij, die zichzelf destijds identificeerde als zwarte man die altijd de tweedeling zwart-wit had aanvaard, een kind had dat als wit zou worden gezien?

    In eerste instantie betekende het dat hij camerafilters zou toepassen om haar huid donkerder te maken – zodat ze erbij hoorde, bij hem en bij het ras. Uiteindelijk betekende het dat hij zichzelf vragen ging stellen die diep genoeg gingen om de manier waarop hij zichzelf zag te veranderen. Wat betekent het om tot een ras te behoren dat voor zwarte mensen deels de ‘loyaliteit aan pijn’ met zich meebrengt? En hoezo zou zijn dochter zwarter zijn als hij deze erfenis aan haar doorgaf?

    Hele opgave

    In zijn tweede boek, Self-Portrait in Black and White, roept hij ons op om na te denken over waarom we rascategorieën handhaven die zijn gedefinieerd ‘met behulp van plantagelogica’ en moedigt hij ons aan om de willekeurige nomenclatuur helemaal af te schaffen. Hij stelt voor dat we ons ‘terugtrekken uit ras’, ‘ras overstijgen’, ‘ras afleren’ – wat weer iets anders is dan het stadium van ‘postracialiteit’ bereiken. Het is een hele opgave, geeft hij toe. 

    Omdat we allebei een gemengde achtergrond hebben en opgroeiden met één zwarte ouder en één witte, denkt Chatterton Williams dat hij en ik een voorsprong hebben bij het wegnemen van de barrières die het concept ras met zich meebrengen. We herinneren ons allebei de eerste keer dat we door een vreemdeling werden ‘geracialiseerd’ en daarmee dus ook werden gescheiden van onze witte ouder, en hoe we vanaf dat moment constant nadachten over ras. Voor hem uitte dit zich vooral in het onderzoeken van het kunstmatige karakter ervan.

    Op de campus van Bard College, een privé-universiteit in de staat New York, waar hij dit najaar de vierweekse cursus ‘Kunnen we ons terugtrekken uit ras?’ onderwees, bespraken we het voorrecht van witheid of wat daarbij in de buurt komt, of het ​​te veel van zwarte mensen vergt om ras los te laten en toch trots te blijven op een identiteit die is ontstaan tegen een achtergrond van systematische onderdrukking en, ten slotte, waarom hij optimistisch is over de veranderingen in de toekomst.

    Als u ex-zwart bent, wat bent u dan nu?

    Ik probeer specifiekere manieren te vinden om mezelf te identificeren. Dus ik zou zeggen dat ik een Amerikaan ben. Ik stam af van zuidelijke slaven, en van moeders kant stam ik af van Noord-Europese protestantse immigranten. Ik bedoel niet te zeggen dat ik een witte man ben.’

    U zegt dus dat u niet ex-zwart bent geworden omdat u genoeg had van wat ik heb geleerd ‘zwart’ te noemen, of omdat u wilde dat uw dochter deel zou uitmaken van wat ik heb geleerd ‘wit’ te noemen. U wilt haar waarschijnlijk niet dwingen zich als wit te identificeren.

    ‘Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen’

    ‘Dat zou het ergste scenario zijn. Als ze zich als een soort bevoorrecht wit meisje zou gedragen, zou dat een mislukking betekenen: een mislukking van ons ouders, een mislukking voor het hele gezin.’

    Dus u wijst de termen af omdat ze niet volledig weergeven wie u en uw dochter als persoon zijn. Maar dat wisten we toch al?

    ‘Nee. Niet iedereen.’

    Misschien komt het doordat ik gemengd ben of omdat ik zo veel met ras bezig ben, maar als mensen zeggen dat ze zwart zijn, schrijf ik ze niet vanzelf bepaalde eigenschappen toe.

    ‘Ik denk dat u en ik waarschijnlijk buiten de norm vallen.

    Tijdens het schrijven van het boek, terwijl ik ondertussen werkte aan een lang artikel voor The New Yorker en een aantal rasechte racisten interviewde, dacht ik: O God. Wat heb ik gedaan? Ik heb de zwartheid in mijn familie om zeep geholpen, en zelfs: Dit is verloren. Dit gaan we niet meer op kunnen lossen.

    ‘Zolang die categorieën als zwart of wit worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken’

    Door mijn gesprekken met racisten realiseerde ik me dat we racisme nooit helemaal zullen overstijgen zolang we in deze categorieën geloven. Zolang die categorieën worden gehandhaafd, of het nu door rechts of door links is, zijn er mensen die conclusies trekken die jij, Summer, er niet uit trekt.’

    Denkt u dat lichtere zwarte mensen, en vooral gemengde mensen zoals wij, het voorrecht hebben om zelfs maar het idee te koesteren ras te kunnen ‘afleren’? Zou het moeilijker zijn voor zwarte mensen met een donkere huidskleur?

    ‘Ik denk dat het gemakkelijker is voor mensen die op de een of andere manier gemengd zijn, maar ik werd zeer geïnspireerd door een man, Kmele Foster, die zichzelf een rasafvallige noemt. Hij zei dat hij van alles is… Hij heeft een donkere huidskleur maar weigert zich te identificeren met de term ‘zwart’. Hij ziet er het nut niet van in. Ik ben het daarover met hem eens en anderen lachen hem erom uit. Hij heeft een soort zelfbewustheid die velen denk ik niet goed begrijpen.’

    U hebt ook nogal een verleden met Ta-Nehisi Coates…

    ‘Ik heb veel over hem geschreven.’

    En u hebt gezegd dat hij op witte suprematie aanstuurt.

    ‘Nee, hij stuurt er niet op aan, maar in mijn ogen ziet hij witheid als iets speciaals, waarmee hij patronen waarvan ik weet dat hij ze wil bestrijden, juist uitvergroot. Wat ik bedoel te zeggen is dat witte suprematisten ook vinden dat ze speciaal zijn. Ze zijn het daar niet mee oneens. Coates is bovendien ambivalent over de vraag of zwartheid iets essentieels is, of iets kunstmatig.’

    In zijn boek Between the World and Me staat deze passage: ‘Misschien betekende “zwart” gewoon dat je je onderaan de ladder bevond… Er was niets nobels aan vallen, gebonden zijn, onderdrukt leven, zwart bloed had geen inherente betekenis.’ Dat lijkt overeen te komen met waar u het over hebt.

    ‘Helemaal mee eens. Maar hij beweegt twee kanten op. Zijn kritiek op Kanye West kwam er volgens mij op neer dat Kanye West een niet-authentieke, kunstmatige zwarte man is… Dat hij aan zwartheid heeft ingeboet, wat volgens mij zeer gevaarlijk is om te zeggen, omdat het in feite zegt…’

    Dat er één manier is om zwart te zijn.

    ‘Ja. En dat er mensen zijn die dat beslissen en erover oordelen.’

    U zegt in uw boek ook dat Coates een pessimistische blik heeft. U beschrijft een scène uit zijn boek waarin een witte vrouw zijn zoon een duw geeft en hij in de ogen van sommigen agressief reageert, zo van: ‘Dit is overduidelijk racistisch en…’

    ‘En hij zei dat hij dit voorval eeuwen geschiedenis met zich meedroeg.’

    Precies. U schrijft dat hij overdreven reageerde en geen ruimte liet voor de mogelijkheid dat deze vrouw gewoon een slechte dag had. Komt dat dus door pessimisme? En is uw idee om van ras af te stappen dan optimistisch?

    ‘Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken’

    ‘Ik denk dat je optimist moet zijn. Ik durf te zeggen dat ik James Baldwin bijna letterlijk parafraseer als ik zeg dat je geen andere keus hebt dan optimist te zijn, zolang je leeft en schrijft en streeft naar een betere wereld. Ook als ouder zou ik zeggen dat ik geen andere keus heb dan optimist te zijn. In mijn boek gebruik ik het woord “naïef”. Ik denk dat kinderen op een veel gezondere manier over ras nadenken. Als ik Marlow zou vragen om jou te beschrijven, zal ze zeggen: “Summer draagt ​​een beige jasje. Dat is het belangrijkste verschil tussen haar en het meisje in het roze overhemd.”

    Ik geloof dat ik die naïviteit wil terugwinnen en ik moet wel optimistisch zijn om te geloven dat die verandering mogelijk is. Als ik pessimistisch was, zie ik niet in hoe ik zou kunnen schrijven. Snapt u? Je moet erin geloven dat je iemand bereikt.’

    U schrijft in het boek dat u aan de posts op Facebook van uw witte vrienden merkt dat het ze het vervelend vinden dat ze wit zijn…

    ‘Ja. Ze voelen zich bezwaard.’

    Moeten ze dat om van ras af te stappen demonstratief uiten, of in het echt?

    ‘Witte mensen zijn in feite het grootste deel van de recente geschiedenis in Amerika aangemoedigd om zichzelf te beschouwen als losstaand van ras. Ook witte mensen hebben een ras. Ze moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen.

    ‘Ook witte mensen moeten gaan inzien dat hun ras net zo kunstmatig is opgebouwd als dat van alle anderen’

    Zwarte mensen hebben altijd met ras te maken gehad. We zijn er nooit los van gekomen, maar het is geen zwart onderwerp. Daarom raak ik gefrustreerd als mensen vragen: “Met wie wil je in het panel [over je boek] praten? Wie zou het moeten beoordelen?” Dit is geen zwart boek. Het is niet niet een zwart boek. Ik heb het hier over veel “zwarte” dingen, maar ik zou hierover met Aziatische mensen moeten praten, ik zou een Latino-gesprekspartner kunnen hebben, ik zou een witte gesprekspartner moeten kunnen hebben, want dit is geen onderwerp dat alleen mensen van kleur aangaat, terwijl de witten in het publiek zitten en toekijken.

    Ik wil het hierover hebben met iedereen wiens ras oorsprong heeft in Amerika. Met iedereen dus.’

    U gebruikt in het boek de metafoor van een vrouw die wordt aangereden door een auto. Wat de chauffeur ook kan doen om te helpen, haar medische rekeningen te betalen of wat dan ook, het is aan haar om zichzelf te genezen. Is dat wat zwarte mensen moeten doen om ras af te leren?

    ‘Ik denk dat het afleren van ras voor zwarte mensen erop neerkomt te zeggen dat zwartheid niet echt is, dat ras niet echt is. Ik word in Amerika als zwart beschouwd, een categorie die mijn familie al generaties lang pijn doet maar ook buitengewone culturele bijdragen heeft voortgebracht waar ik trots op ben. Maar het is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen.‘

    Hoe houden we vast aan het gegeven dat, onder andere dankzij zulke bijdragen, de wereld zoveel saaier zou zijn als er geen zwarte mensen waren? Hoe kunnen we vasthouden aan dat idee, en tegelijkertijd ​​ras loslaten?

    ‘Volgens mij doe ik dat voortdurend. Ik luister nog steeds naar Gunna of Lil Baby, en zij hebben een culturele relevantie voor mij. Ik luister naar John Coltrane. Zelfs in een zwarte Britse schrijver als Zadie Smith vind ik iets van herkenning, en als ik naar schilderijen van Kerry James Marshall kijk merk ik zijn zwartheid op. Maar ik denk niet dat ik daarvoor hoef te geloven dat het een biologische realiteit is. Het is een gemeenschap van mensen die in de loop van de tijd in de nieuwe wereld bepaalde ervaringen en omstandigheden hebben meegemaakt, en zij creëerden culturele tradities die door veel mensen die op hen leken, werden overgenomen.’

    Wat is volgens u de belangrijkste kritiek die u op het boek zult krijgen, en met name van zwarte mensen?

    ‘De ergste kritiek zou stilte zijn, wat een absolute nachtmerrie is als je zo hard werkt en zo serieus nadenkt over een vraag. De angst van de schrijver is dat mensen het niet openslaan.

    ‘Zwartheid is geen echte categorie en het is schadelijk voor onze samenleving om erop aan te dringen’

    Maar ik verwacht zeker kritiek en dat zal ongetwijfeld pittige zijn. Mensen denken dat nu ik “wit” ben getrouwd en comfortabel in Parijs woon niks te maken heb met zwarte problemen, ook al is de realiteit altijd gecompliceerder dan het lijkt. In zag reacties op een fragment van het boek in The New York Times. “Zijn kinderen zijn wit en hij is een heel lichte zwarte man met een witte vrouw. Hij nam de beslissing om een ​​witte vrouw te trouwen.” Dat is een soort minachting die, denk ik, niet serieus neemt waar ik aan probeer te werken.’

    Als ik dit boek zou schrijven, dan zou ik me zorgen maken dat ze me een verrader zouden noemen. Dat ze zouden denken dat ik witten hun gang laat gaan door te zeggen: ’Fuck dat allemaal. Laten we dit allemaal achterwege laten.

    ‘Ja, daar speel ik in het boek een beetje op in. Ik probeer dit punt naar voren te brengen… Als je in een impasse zit als je elkaar wilt passeren maar je blijft allebei bewegen, dan moet één iemand als eerste bewegen, of juist niet bewegen. Dan kan de ander eromheen.

    ‘Ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen’

    Ik denk dat we in een soort impasse zitten die ons volledig in beslag neemt. We kijken achteruit. Ik denk niet dat het verkeerd is om terug te kijken, maar ik probeer ook vooruit te kijken en me een andere manier voor te stellen. Zwarte mensen zijn ook de mensen die…’

    Vergeven.

    ‘Ja. Misschien is dat niet eerlijk, maar dat verandert mijn gedachten niet. Want ik denk dat iedereen helpt, ook de zwarten. En ik denk niet dat het idee dat ook witten er iets uit halen het voor zwarten verpest, zolang zij ook een betere toekomst krijgen. Begrijp je? Ik ben er niet voor de witten ter verantwoording te roepen, vergelding te vragen. Is herstel nodig? Waarschijnlijk wel. Is er sprake van herstel? Voor sommige zwarten wel. Is dat genoeg? Het meest overtuigend vond ik het werkelijk spectaculaire artikel van Ta-Nehisi Coates, The Case for Reparations.

    Ik hou van dat artikel. Ik denk niet dat het in tegenspraak is met verder willen en het pessimisme kwijtraken. Ik denk dat witten heel veel zullen moeten doen, maar het is haast passend als zwarte daarin voorgaan. Sommigen zullen zeggen: “Wij hoeven hier niet het werk te doen of u te leren hoe u uw werk moet doen.” Maar waarvoor zijn we hier? We willen een betere wereld. En dit is eigenlijk juist bewonderenswaardig werk. Snapt u dat?’

  • Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    De Merriam-Webster, de Amerikaanse Van Dale, heeft aangekondigd de definitie van het woord ‘racisme’ te gaan verruimen. Taalkundige John McWhorter vindt dit ‘hoog tijd’ worden nu er meer aandacht is voor institutioneel racisme. ‘Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week bleek uit onderzoek in dertien EU-landen dat het aantal mensen van Afrikaanse afkomst dat discriminatie en racisme ervaart is toegenomen. Het is een probleem waar we maar niet van afkomen en dat zich al jarenlang voortsleept.
    In dit artikel van The Atlantic uit 2020 legt taalkundige John McWhorter uit hoe de term ‘racisme’ ontstaan is, hoe de betekenis ervan in de loop der jaren veranderd is en hoe belangrijk het is dat woordenboekmakers de huidige ontwikkelingen in de gaten houden. Waar racisme eerst nog stond voor het denkbeeld dat het ene ras superieur is aan het andere, heeft het de afgelopen jaren een nieuwe betekenis erbij gekregen: alle vormen van sociale ongelijkheid die gebaseerd zijn op ras, aldus McWhorter. ‘Als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden,’ zo besluit hij.

    De woordenboekmakers van Merriam-Webster werken aan een nieuwe definitie van ‘racisme’. Gaat de Great Awokening [‘woke’ betekent je bewust zijn van racisme en andere onderdrukkende structuren in de samenleving] nu al zo ver dat het woordenboek ervoor moet worden herschreven? Nee, maar de manier waarop het woord ‘racisme’ in de samenleving wordt gebruikt, valt al heel lang niet meer binnen de gangbare woordenboekdefinitie, en het is hoog tijd dat de woordenboekmakers dat doorkrijgen.

    In de Merriam-Webster werd racisme altijd gedefinieerd met wat je betekenis 1.0 zou kunnen noemen: de definitie die je voorleest aan een nieuwsgierig kind. Het gaat dan om wat we in het Engels vroeger prejudiced noemden: ‘de opvatting dat de eigenschappen en capaciteiten van een mens in hoofdzaak door raciale verschillen worden bepaald en dat één ras superieur is aan de andere’.

    Institutioneel racisme

    Maar al sinds de jaren zestig kom je ook begrippen tegen als ‘maatschappelijk racisme’ of ‘institutioneel racisme’, ter aanduiding van de maatschappelijke structuren die mensen van ondergeschikte rassen benadelen, door het collectieve effect van racistische denkbeelden. Zo zou je kunnen zeggen dat maatschappelijk racisme verantwoordelijk is voor de teloorgang van de infrastructuur in bepaalde wijken wanneer het wegtrekken van witte bewoners daar tot lagere belastingopbrengsten leidt.

    Omdat zo’n begrip een hele mond vol is, wordt het natuurlijk vaak afgekort tot racisme, en zo krijgt dat woord zijn definitie 2.0. Daarin voorziet het lemma in de Merriam-Webster ook al, want dat stelt dat racisme ook ‘een op racisme berustend politiek of maatschappelijk systeem’ kan zijn.

    Maar de pas afgestudeerde, 22-jarige Kennedy Mitchum heeft de woordenboekmakers gemaild om te vragen het lemma nog verder uit te breiden, zodat ook recht wordt gedaan aan de bredere betekenis die het woord inmiddels heeft gekregen met betrekking tot ‘maatschappelijke en institutionele macht’. Want racisme is, zoals Mitchum schreef, ‘een systeem van bevoordeling op basis van huidskleur’.

    Hier gaat het niet zozeer om denkbeelden als om het resultaat daarvan. Alle maatschappelijke ongelijkheid tussen witte mensen en andere bevolkingsgroepen wordt als racisme betiteld, wat dan een soort afkorting is voor de racistische denkbeelden die aan die ongelijkheid ten grondslag liggen. Deze betekenis 3.0 is inmiddels wijdverbreid. De populaire auteur Ibram X. Kendi, die ook voor The Atlantic schrijft, bestempelt alle op ras gebaseerde sociale ongelijkheid als onwenselijk racisme. Deze betekenis van het woord is in de sociale wetenschappen inmiddels gemeengoed en vormt de grondslag voor het moderne debat over ras en racisme. Zo zullen veel mensen zeggen dat de lagere prestaties van zwarte studenten op gestandaardiseerde tests betekenen dat die tests racistisch zijn, in de zin dat ze zwarte studenten benadelen.

    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash
    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash

    Irritatie

    Mitchum was het zat dat mensen haar in debatten over racisme verweten dat haar gebruik van het woord racisme niet klopte omdat die betekenis 3.0 niet ‘in het woordenboek staat’. En haar irritatie is terecht. Ze zoog die betekenis niet uit haar duim – overal in ons land wordt het woord door massa’s mensen, met name hoogopgeleiden, in die betekenis gebruikt.

    Woordenboeken kunnen achterlopen op de maatschappelijke ontwikkeling. Het idee dat een woord altijd onmiskenbaar ‘betekent’ wat er in het woordenboek staat, is dan ook veel te makkelijk. Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert, en niet alleen in groepstaal en jargon. Wie dat niet gelooft, moet maar eens letten op het gebruik van het woord fantastic in oude films of oude afleveringen van de tv-serie The Twilight Zone: toen bedoelden ze niet fantastisch in de zin van ‘geweldig’, maar in de zin van ‘fantasierijk, imaginair’. De betekenis is geleidelijk verschoven. Maar in onze echte, fantasie-arme wereld hebben mensen de neiging om te denken dat de kille letters in een woordenboek een onveranderlijke waarheid uitdrukken. We kunnen dus niet toelaten dat de definities van zulke belangrijke woorden als ‘racisme’ bevroren blijven in de tijd van Watergate en zitkuilen. Want wreed en zo, maar we zijn alweer een heel stuk verder, weetjewel.

    Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk

    Maar de waaier aan betekenissen die het woord ‘racisme’ nu heeft, kan natuurlijk ook verwarrend zijn. Ik voorzie al een lang gesprek met mijn kinderen als ze over een tijdje met vragen komen omdat ze het woord in een betekenis hebben gehoord die veel verder reikt dan de simpele oude betekenis van prejudiced, mensen met ‘vooroordelen’.

    Het is op zichzelf niet ongebruikelijk dat de definitie van een woord uitdijt van de eigenschap van een individu naar die van een hele samenleving.

    De ontwikkeling van racisme 1.0 naar racisme 2.0 volgt een lijn van metaforisch denken die al dateert van de oude Grieken. Ook zij zagen een samenleving als individu in een macrokosmos. De conceptuele stap van een gezonde persoon naar een gezonde samenleving is dan niet zo groot, net zomin als die van een racistisch mens naar een racistische samenleving.

    Ongelijkheid

    Maar die stap is alleen klein als je discriminatie, dus actieve achterstelling, nog steeds als de essentie van racisme beschouwt. De stap van racisme 2.0 naar racisme 3.0 is een minder gebruikelijk soort taalverandering. In betekenis 3.0 spreekt het vanzelf om maatschappelijke ongelijkheid als racisme te bestempelen omdat die ongelijkheid ontegenzeggelijk voortvloeit uit een door vooroordelen ingegeven achterstelling. Zo zullen velen zeggen dat de gezondheidsstatistieken van zwarte Amerikanen slechter zijn doordat ze minder toegang hebben tot goede gezondheidszorg en supermarkten. In zo’n geval wordt ook vaak van racisme gesproken als actieve discriminatie niet (of niet meer) de directe oorzaak van de verschillen is.

    In de sociale wetenschappen is dit een algemeen aanvaard uitgangspunt, maar in de samenleving als geheel lijkt deze gedachte nog niet op algemene instemming te kunnen rekenen. Eén struikelblok is daarbij dat sommige maatschappelijke belemmeringen, die weliswaar voortkwamen uit racisme 1.0 en 2.0, inmiddels tot het verleden behoren, zoals de postcodediscriminatie (‘redlining’), waardoor zwarte wijken vanzelf overbevolkte achterstandswijken werden. Er zullen vast mensen zijn die zich verzetten tegen een definitie van racisme waarin ook denkbeelden en daden nawerken van mensen die allang overleden zijn.

    Taalkundigen schrijven anderen niet voor hoe ze de taal moeten gebruiken. Wij zijn als Chauncey Gardiner in Being There: we kijken graag toe. Maar taalkundigen zijn ook mensen, dus ik heb wel mijn voorkeuren. Zo houd ik niet van wanorde.

    Als ik mijn zin kreeg – maar dat gaat niet gebeuren – zouden we toestaan dat ‘racisme’ nu ook slaat op een samenleving en daarnaast het woord prejudiced uit de mottenballen halen om het racisme van individuen mee aan te duiden. Ooit was prejudiced immers hét Amerikaanse woord voor ‘racistisch’. Pas vanaf 1970 begon dat plaats te maken voor het woord ‘racistisch’ (racist), dat na 1980 sterk opkwam. Neem de manier waarop Sammy Davis Jr. in 1972 in All in the Family de spot drijft met Archie Bunker. Zijn gebruik van ‘prejudiced’ in deze passage is verouderd, daar zou je nu gewoon racist zeggen:

    If you were prejudiced, you’d go around saying you were better than anyone else in the world, but I can honestly say, after spending these marvelous moments with you, you ain’t better than anybody!

    In dezelfde periode waarin prejudiced het veld ruimde voor racist, begon chauvinist [seksistisch] plaats te maken voor sexist, om dezelfde redenen: heftige begrippen moeten soms ververst worden om hun kracht te behouden, zeker als ze veel gebruikt worden. Daardoor maakt het woord racism nu steeds vaker plaats voor white supremacy. Het is een kwestie van tijd voordat het daardoor is verdrongen, en woordenboekmakers moeten daar rekening mee houden.

    Vooroordelen

    Ik ken geen voorbeelden van verouderde woorden die met succes zijn afgestoft voor hernieuwd dagelijks gebruik, maar hemeltje – wat zou prejudiced tegenwoordig goed van pas komen. Daarmee doe je een heldere bewering over een persoon en diens denkbeelden: dat het iemand is die vooroordelen koestert. Het zou raar voelen om van een samenleving te zeggen dat die vol vooroordelen zit – je blijft dan toch denken aan die ene persoon, die mopperende racist op de veranda.

    In den beginne was het woord ‘racist’ voor velerlei uitleg vatbaar. Is dat iemand die lid is van een bepaald ras? Die voor andere rassen opkomt? Of iemand die aandacht vraagt voor het bestaan van verschillende rassen? Of slaat ‘racistisch’ vooral op een bepaald beleid? Dat laatste is de richting waarin de betekenis zich heeft ontwikkeld. Maar in mijn ideale taal leggen mensen vooroordelen aan de dag en geeft een samenleving blijk van racisme.

    Helaas voegt de taal zich nooit volledig naar je wensen. Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk. ‘Letterlijk’ kan ook precies het tegenovergestelde betekenen, evenals het Engels voor ‘snel’ (zo heb je run fast, hardlopen, tegenover stuck fast, vastzitten). En wat kan ‘daten’ wel niet allemaal betekenen?

    Hoe het ook zij, als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden. Dus laten we blij zijn dat ook de lexicografie woke wordt over racisme.

  • 4. Een wereld voorbij ras

    4. Een wereld voorbij ras

    Het werk van de Afrikaanse filosoof Achille Mbembe toont aan 
hoe het denken over ras en racisme aan de basis ligt van onze kijk op de moderniteit en daardoor op de wereld waarin we leven.

    De Afrikaanse filosoof Achille Mbembe 
heeft een benijdenswaardige reputatie opgebouwd als wetenschapper die vraag-
tekens plaatst bij de dogma’s van de moderniteit. 
Zo staat hij kritisch tegenover de ontwikkeling in de richting van meer kapitalistische economieën, de toename van sociale verschillen en de verbreiding van het West-Europese denken. In al zijn boeken, 
van On Private Indirect Government (2000) tot zijn 
laatste boek Critique of Black Reason (2017) heeft hij 
zich gericht op de vraag in hoeverre de wereld verantwoordelijk kan worden gesteld voor het ontstaan 
en de gevolgen van het begrip ras en racisme.

    In Critique of Black Reason daagt Mbembe ons uit met andere ogen naar het heden te kijken om zo een 
toekomst te kunnen uitzetten die, volgens Mbembe, anders zal zijn dan het verleden en het heden.

    Een centraal thema van Mbembe is de manier waarop ras en racisme een rol hebben gespeeld bij de inrichting van de moderne wereld. Hoe de wereld ook geprofiteerd heeft van de moderniteit, je kunt niet om de essentiële rol heen die ras en racisme in de opbouw van die moderniteit hebben gespeeld. Daarom is het voor Mbembe van het grootste belang dat we dit aspect van de moderniteit onderzoeken, omdat het mensen blijft uitsluiten en nieuwe en oude slacht-offers maakt die de ‘verworpenen der aarde’ zijn.

    Symbolisch

    Voor Mbembe is het begrip ras in de eerste plaats symbolisch. Het staat voor de manier waarop mensen leven en voor de plek waar ze leven. Dit verklaart 
het type debat waarin hun wordt verboden – of 
toegestaan – om een betekenisvol bestaan te leiden.

    In zijn laatste boek zoomt hij in op de opkomst van debatten over ras en andere verschillen tijdens de achttiende eeuw in een periode die algemeen bekendstaat als het ‘tijdperk van de rede’ of de 
Verlichting. Dit was een periode waarin wetenschap, filosofie en andere disciplines en maatschappelijke discussies verschillen tussen mensen definieerden, ingegeven door twee factoren: materiële belangen en de onwil om met het onbekende te leven. Mbembe wil laten zien dat dit idee van de Verlichting verantwoordelijk is voor het ontstaan van het begrip ras en daarmee van het racisme: ‘De Zwarte Man is degene die (of het ding dat) je ziet als je niets ziet, als je niets begrijpt en bovenal, als je niets wilt begrijpen.’

    Dit is niet toevallig, wat Mbembe betreft. Het komt doordat de term ‘zwart’ het product was van een sociaal en technologisch proces dat nauw verbonden was aan de opkomst en globalisering van het kapitalisme. ‘Zwart’ werd bedacht als teken van uitsluiting, ontmenselijking en vernedering, het moest een grens aanduiden die telkens opnieuw werd opgeroepen en verafschuwd. Zo bezien is kapitalisme alleen mogelijk omdat het mensen uitsluit. Gedurende een groot deel van onze hedendaagse geschiedenis is dit gebeurd via het debat over ras.

    Terwijl ras en racisme nog steeds een belangrijke rol spelen in het heden, is het ook duidelijk dat er sprake is van een “zwart worden van de wereld”

    Afrika is het continent waar de meeste ‘zwarte’ mensen wonen. Mbembe houdt zich dan ook bezig met de geschiedenis 
van Afrika en met de manier waarop dat continent is gebruikt, en misbruikt, als de tegenpool van de westerse moderniteit. Aangezien het Westen afhankelijk is van de ‘Rest’ om zichzelf te definiëren, is het niet verrassend, beweert Mbembe, dat wanneer het over Afrika gaat, de samenhang tussen woorden, beelden en het onderwerp zelf er weinig toe doet. Het is niet noodzakelijk dat de naam overeenkomt met het onderwerp, of dat het onderwerp naar zijn naam luistert. Dit is omdat je, als je het woord ‘Afrika’ zegt, in het algemeen alle verantwoordelijkheid van je afschuift. En over dit afschuiven van verantwoordelijkheid heeft Mbembe het als hij pleit voor een andere manier om in de wereld te staan en te leven met mensen die anders zijn dan jijzelf. Het woord ‘Afrika’ mag dan staan voor lijden in het verleden en heden, er is ook iets in het woord, schrijft Mbembe, ‘dat een oordeel uitspreekt over de wereld en roept om 
herstel, teruggave en gerechtigheid. De aanwezigheid daarvan in de wereld kan alleen begrepen worden als onderdeel van een analyse van het begrip ras’.

    Terwijl ras en racisme nog steeds een belangrijke rol spelen in het heden, betoogt Mbembe, is het ook duidelijk dat er sprake is van een ‘zwart worden van de wereld’, wat te maken heeft met de vele vormen van uitsluiting en geweld die het heden achtervolgen.

    Mbembe schrijft bijvoorbeeld: ‘Als het drama van 
het individu gisteren de uitbuiting door het kapitaal was, dan is de tragedie van de velen vandaag de dag dat zij niet eens uitgebuit kunnen worden. Ze zijn achtergeblevenen, overgeleverd aan de rol van 
“overbodige mensheid”.’

    Hoe kun je dan doorgaan met leven, en hoop hebben wanneer het lijkt of de geschiedenis van de wereld een geschiedenis van vernedering en wreedheid is? Om die vraag te beantwoorden wendt Mbembe zich tot filosoof Franz Fanon (zoals hij in dit boek vaak doet) en schrijft dat een van de belangrijke lessen die deze ons heeft geleerd, het idee is ‘dat in elk mens iets ontembaars en fundamenteel onaantastbaars zit, iets wat door geen enkele overheersing – welke vorm die ook aanneemt – vernietigd of onderdrukt kan worden, tenminste niet helemaal.’

    Daarin ligt de mogelijkheid van een andere toekomst. Want, zo zegt Mbembe: ‘Tot we racisme uit ons huidige leven en uit onze gedachtewereld hebben gebannen, zullen we moeten doorgaan met de strijd voor een wereld voorbij ras. Maar om die 
te bereiken, om aan een tafel te kunnen gaan zitten waaraan iedereen welkom is, moeten we een definitieve politieke en ethische analyse geven van het racisme en de ideologieën van verschil…’

    En dat is precies wat dit boek doet. Critique of Black Reason is een indrukwekkend boek, dat denkers als Fanon, Aimé Césaire, Friedrich Nietzsche, Marcus Garvey, Nelson Mandela, Michel Foucault en vele anderen bij elkaar brengt. Het laat lezers zien hoe 
het denken over ras en racisme aan de basis ligt van onze kijk op de moderniteit en daardoor op de wereld waarin we leven. Meer nog echter daagt het boek 
zijn lezers uit om af te rekenen met de vormen van uitsluitend denken waarvan ons leven nog steeds doortrokken is. Alleen zo kunnen we, volgens Mbembe, degenen die door de geschiedenis heen zijn onderworpen aan abstractie en objectificatie de menselijkheid teruggeven die van hen is gestolen.

    Auteur: Manosa Nthunya

    Bij het ter perse gaan van 360 hoorden wij helaas 
dat Achille Mbembe verhinderd is. Het onderdeel ‘Post Colonial Europe?’ komt daarmee te vervallen.

    The Conversation
    Verenigd Koninkrijk | theconversation.com

    Het kleine Britse broertje van de Australische 
The Conversation, opgericht door een groep journalisten, verwierf in drie jaar tijd al groot aanzien. 
The Conversation werkt met ‘open bronnen’ en wil mede op deze manier een frisse en onafhankelijke blik op het nieuws bieden. Op de site komen vooral onderzoekers en academici aan het woord.

  • Wat is een echte Japanner?

    Wat is een echte Japanner?

    De Japanners zien zichzelf als een etnisch homogene bevolkingsgroep, en hebben traditioneel weinig op met migranten. Maar, zo vraagt de krant Asahi Shimbun zich af, is die houding nog wel van deze tijd?

    In 2016 gebeurde een aantal dingen waardoor ik me begon af te vragen wanneer je eigenlijk kunt zeggen dat iemand ‘een echte Japanner’ is. In augustus bleek de dubbele nationaliteit van Renho Murata – die een Taiwanese vader heeft – een probleem bij haar benoeming tot leider van de Democratische Partij, de grootste oppositiepartij in Japan. Tegelijk werd bij de Olympische Spelen in Rio een groot aantal sporters van buitenlandse afkomst, onder wie de sprinter Asuka Cambridge [geboren op Jamaica, met een Jamaicaanse vader en een Japanse moeder], door veel Japanners aangemoedigd.

    In de wijk Homigaoka in de stad Toyota [waar ook autobouwer Toyota zetelt] heeft de helft van de zevenduizend wijkbewoners een buitenlandse nationaliteit [ze werken er meestal in de fabrieken]. Daar zat ook Marco Soares, een scholier van achttien, tijdens de Olympische Spelen met zijn blik aan het scherm gekleefd. Hij heeft de Braziliaanse nationaliteit, maar zijn overgrootouders waren Japanners. Op de middelbare school is hij aan atletiek gaan doen en intussen heeft hij diverse regionale toernooien gewonnen. In de toekomst wil hij graag tot Japanner genaturaliseerd worden en meedoen aan de Spelen. Zijn lichte ogen contrasteren met zijn donkere huid, maar de manier waarop hij met rechte rug gaat zitten en af en toe heel verlegen praat, is typerend voor alle Japanse jongeren. Als ik hem vraag of hij meer voor buitenlandse atleten is dan voor Japanse, zegt hij onmiddellijk: ‘Nee, helemaal niet. Ik zie mezelf als een gewone Japanner.’

    De meeste van zijn jeugdvrienden zijn Braziliaans. Maar hij heeft altijd zijn best gedaan om ook met Japanse kinderen om te gaan, omdat hij de taal goed wilde leren zodat hij voor zijn ouders kon tolken. Zijn plan om de Japanse nationaliteit aan te vragen heeft niets te maken met het feit dat hij dan gemakkelijker aan de Olympische Spelen mee kan doen. ‘Ik wil graag mijn hele leven in Japan blijven. In dit land ben ik geboren en opgegroeid en ik heb ook een beetje Japans bloed in mijn aderen. Dus waarom zou ik geen Japanner zijn?’

    Teken van verandering

    Sommige beroemdheden met buitenlandse roots vinden dat het afgelopen moet zijn met de stereotype ideeën over hoe Japanners eruitzien. In 2015 was de tweeëntwintigjarige Ariana Miyamoto, die een Afro-Amerikaanse vader en een Japanse moeder heeft, de vertegenwoordigster van Japan bij de Miss Universe-verkiezingen. Ze is bij haar Japanse oma en moeder opgegroeid in Sasebo [dat een Amerikaanse marinebasis heeft en niet ver van Nagasaki ligt]. Ze werd er als kind gepest vanwege haar donkere huid. Omdat ze daar niet langer tegen kon, woonde ze tijdens haar middelbareschooltijd bij haar vaders familie in de VS. Toch weet ze nog dat ze zich opgelucht voelde toen ze daarna weer terugkwam in Japan.

    De dag na haar verkiezing stroomden de felicitaties, maar ook de beledigingen en racistische opmerkingen via internet bij haar binnen. Die negatieve commentaren verbaasden Ariana niet, maar ze hoopte vooral dat daardoor een echt debat op gang zou komen. De aanleiding dat ze zich had opgegeven voor de schoonheidswedstrijd was de zelfmoord van een van haar vrienden van buitenlandse origine. Die vriend voelde zich diep ongelukkig in Japan, terwijl dat toch zijn geboorteland was. ‘Die halfbloed die niet eens Engels sprak’ werd geregeld belachelijk gemaakt.

    ‘Ik wil de mensen duidelijk maken dat er ook Japanners zijn die er anders uitzien.’ Ariana kreeg binnen een jaar meer dan vierhonderd interviewverzoeken. Het waren vooral buitenlandse media die over haar schreven. Hier een citaat uit het Amerikaanse weekblad Newsweek: ‘De Japanners staan voor een keuze: of ze gaan op de oude voet verder, met de economische recessie en al, en raken hun positie op het wereldtoneel kwijt, of ze besluiten eraan te wennen dat er ook “spijkers die uitsteken” zijn [een Japanse uitdrukking waarmee mensen worden bedoeld die niet aan de norm voldoen] en zetten de deur open [voor immigratie].’

    Waarom waren buitenlandse journalisten zo geïnteresseerd in een Japanse kandidate met een donkere huid? Het antwoord van Tom Wofford, de auteur van het artikel in Newsweek, luidt als volgt: ‘Overal ter wereld leeft nog steeds het idee dat de Japanners een etnisch homogeen volk zijn. De keuze voor Ariana Miyamoto als kandidate werd uitgelegd als een teken van verandering.’ Ook in 2016 werd Japan bij de Miss Universe-verkiezingen vertegenwoordigd door iemand met buitenlandse roots: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.

    Miss Universe Japan 2016: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.
    Miss Universe Japan 2016: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.

    Maar waren de Japanners oorspronkelijk wel een homogeen volk? Kenichi Shinoda, directeur van de afdeling antropologie bij het Nationaal Museum van Natuur en Wetenschap, zegt dat wanneer je het mitochondriaal DNA van de wereldbevolking (dat via de vrouwelijke lijn overerft) in honderd groepen zou onderverdelen, de Japanners dan in zo’n twintig ervan voorkomen. Dat is meer dan bij hun buren uit Zuid-Korea en Noordoost-China het geval is en daaruit trekt hij de conclusie dat ‘we de Japanners kunnen beschouwen als een groep met een grote genetische diversiteit’.

    De mensheid stamt af van de homo sapiens, die zo’n tweehonderdduizend jaar geleden in Afrika verscheen en zich zestigduizend jaar geleden over de wereld begon te verspreiden. Volgens de huidige theorie, die gebaseerd is op de ontwikkelingen in de genetica, zou de Japanse archipel eerst bevolkt zijn geweest door de Jomon [tussen 14.000 en 350 v.Chr.]. Dit volk zou zich later hebben vermengd met de Yayoi, die van het Aziatische vasteland kwamen en landbouw en metaalbewerking meebrachten [ongeveer 300 v.Chr. tot 300 n.Chr.]. Tot voor kort was de leidende theorie – onder meer op grond van de skeletvorm – dat het Jomonvolk een homogene groep van zuidelijke oorsprong vormde. Maar volgens Shinoda was er ook toen wel sprake van een enige diversiteit door migratiebewegingen vanaf het eiland Sachalin [dat voor de kust van Siberië ligt] en het Koreaanse schiereiland.

    Het DNA van de Jomon is ook nu nog bij veel Japanners terug te vinden. Volgens de antropoloog is dat het bewijs dat dit volk vreedzaam met de Yayoi samenleefde: ‘De nieuwkomers werden geaccepteerd en zijn geïntegreerd in de lokale bevolking. Het lijkt erop dat juist die tolerantie ten grondslag ligt aan het specifieke karakter van de Japanner.’ Het grootste deel van de archipel is daarna tot een eenheid gesmeed in het rijk van de Yamato, de voorloper van het Japan zoals we dat nu kennen. We weten nog steeds niet goed hoe dat unificatieproces precies verlopen is, maar in de Kojiki en de Nihon shoki, twee kronieken uit de achtste eeuw, is sprake van verzet van de Kumaso op het eiland Kyushu, van de Izumo in de regio San-in [in het zuidwesten van het eiland Honshu] en van de Emishi in de regio Tohoku [het noordoosten van Honshu]. Als we sommige onderzoekers moeten geloven, dan werden deze volken door het keizerlijk gezag gezien als inheems.

    Tussen 1639 en 1854 was Japan bij overheidsbesluit van de buitenwereld afgesloten [onder meer christelijke missionarissen mochten er niet in]. Maar in deze periode wist Nagasaki wel contacten met het buitenland te onderhouden. Volgens Toka Chin, directeur van de historische vereniging die de handel tussen Nagasaki en China onderzoekt, telde de stad in sommige perioden wel zestigduizend inwoners en deden zo’n tienduizend Chinezen per jaar de stad aan. Sommigen van hen trouwde met Japanse vrouwen uit voorname families. ‘In die tijd werd een huwelijk met een Chinees als iets eervols gezien,’ zegt Toka Chin, en voegt eraan toe dat de kinderen uit deze gemengde huwelijken meestal dienst deden als tolk bij commissionairs.

    Maar toen Japan eenmaal gemoderniseerd was en ging concurreren met de grote westerse mogendheden, groeide de minachting voor de volken van oude beschavingen zoals China en Korea. En juist in de tijd dat het expansionistische Japan overging tot annexatie van Taiwan [in 1895] en Korea [in 1910], vond het idee steeds meer ingang dat het Japanse volk van zeer gevarieerde oorsprong is.

    Die theorie van een ‘gemengd volk’ is vooral gepromoot omdat die uitstekend paste bij een land dat de ambitie had om over andere Aziatische volken te heersen

    In zijn boek Tanichi minzoku shinwa no kige_n [De oorsprong van de mythe van het homogene volk, niet vertaald], onderzoekt socioloog Eiji Oguma hoe dat idee zich vanaf het eind van de negentiende en in de twintigste eeuw heeft ontwikkeld. In de tijd voor de Tweede Wereldoorlog was het een algemeen aanvaarde gedachte dat de Japanners zich al sinds oude tijden met volken van het Aziatische vasteland hadden vermengd. Dat leerden ook de kinderen op school en sommige leerboeken noemden de Kumaso en de Emishi als buitenlandse volken die in het Yamatovolk [nu de grootste bevolkingsgroep van de archipel] waren geïntegreerd. Ten tijde van de annexatie van Korea in 1910 schreef de _Asahi Shimbun in een opiniestuk: ‘De antropologen zijn het er allemaal over eens dat het Japanse volk is voortgekomen uit een brede vermenging met andere bevolkingsgroepen op deze wereld.’

    Die theorie van een ‘gemengd volk’ is vooral gepromoot omdat die uitstekend paste bij een land dat de ambitie had om over andere Aziatische volken te heersen. Maar bij de nederlaag in 1945 verliezen de Koreanen en de Taiwanezen hun Japanse nationaliteit. Op dat moment ontstaat het huidige idee van het homogene volk – van een volk dat al van oudsher in vrede in een eilandenrijk leeft. Volgens Eiji Oguma ‘strookte dit idee prima met het gevoel van oorlogsmoeheid bij de Japanners en met hun alom verloren vertrouwen in internationale relaties’.

    Tijdens de naoorlogse economische bloei sloot het concept van raciale homogeniteit perfect aan bij een maatschappij waarin alles op het bedrijfsleven was gericht. Toen het land uiteindelijk tot de economische grootmachten behoorde, werd vanuit de politiek het ‘homogene volk’ als iets bijzonders gepresenteerd, als een pluspunt van Japan. Volgens cijfers van de Verenigde Naties ligt het percentage immigranten in alle ontwikkelde landen boven de tien procent. We moeten natuurlijk oppassen voor al te simpele vergelijkingen, maar het aantal buitenlanders in Japan blijft onder de twee procent steken. Tegelijk wordt het land geconfronteerd met een sterke bevolkingsdaling. De huidige regering, die zich ten doel heeft gesteld om de bevolking in de komende vijftig jaar rond de honderdmiljoen inwoners te stabiliseren, heeft plannen aangekondigd voor hulp bij geboorte en onderwijs. Daarnaast is besloten meer stagiairs en geschoolde krachten uit het buitenland toe te laten. De regering heeft zelfs de volgende berekening gemaakt: om het bevolkingscijfer boven de honderd miljoen te houden, zou de archipel per jaar tweehonderdduizend buitenlanders moeten opnemen en moet het vruchtbaarheidscijfer, dat in 2015 op 1,45 kind per vrouw lag, omhoog naar 2,07 kind.

    Geconfronteerd met de kritiek dat die ‘buitenlanders’ in feite ‘immigranten’ zouden zijn, blijft premier Shinzo Abe [ultraconservatief] er in het parlement op hameren dat hij helemaal geen immigratiebeleid wil voeren. De grote weerstand in de Japanse samenleving tegen het woord ‘immigratie’ toont aan hoe gehecht die nog altijd is aan het idee van het homogene volk. ‘Degenen die nog steeds geloven in het sprookje van de homogeniteit en niet erg aan hun eigen individualiteit hechten, kunnen de aanwezigheid van mensen die anders zijn maar moeilijk accepteren,’ verklaart Masataka Okamoto, universitair docent aan de districtsuniversiteit van Fukuoka. In het kader van een onderzoek naar de bescherming van de rechten van in Japan wonende Koreanen, heeft hij uitgebreid studie gemaakt van het minderhedenbeleid. Daarvoor nam hij alle uitspraken van politici over het ‘homogene volk’ onder de loep en verbaasde zich erover dat dit volk nooit echt werd genoemd. ‘Als het over het “Yamatovolk” gaat, dan gaat dat mij niet aan, want ik ben van Izumo-komaf…’ ‘Na de oorlog heeft het concept van het homogene volk, maar ook het gevoel bij “een volk” te horen zich onverwacht snel in Japan verspreid’, onderstreept hij.

    Tegenwoordig gaat het in gesprekken en in de media voortdurend over ‘de Japanner’, en sommigen roepen zelfs openlijk op tot uitzetting van de buitenlanders. In de ogen van Okamoto heeft dit volk verloren waar het zich vroeger altijd aan vasthield: zijn wortels, en ook zijn ondernemingszin [die kan bijdragen aan het gevoel ergens bij te horen]. Als je de vierduizend jaar van bewoning van de archipel tot één jaar zou terugbrengen, dan beslaat de periode sinds de modernisering maar één dag. In een wereld waarin iedereen zich steeds meer verplaatst, rest de vraag: wat zijn de kenmerkende waarden die ons vormen en die we moeten blijven verdedigen?

    Auteur: Takura Asakura
    Vertaler: Tess Visser

    Openingsbeeld: Ariana Miyamoto in de sportschool. – © Reuters / Toru Hanai

    Ariana Miyamoto, die in 2015 als eerste biraciale Miss Universe Japan werd gekozen – volgens haar geen teken dat Japan milder wordt ten opzichte van andere ethniciteiten. – © Akio Kon / Bloomberg via Getty Images
    Ariana Miyamoto, die in 2015 als eerste biraciale Miss Universe Japan werd gekozen – volgens haar geen teken dat Japan milder wordt ten opzichte van andere ethniciteiten. – © Akio Kon / Bloomberg via Getty Images

    Ariana Miyamoto, Miss Japan 2015

    Zij was de eerste halfbloed kandidate die twee jaar geleden voor Japan werd afgevaardigd naar de Miss Universe-verkiezingen. Ze werd geboren in 1994, heeft een Japanse moeder en een Afro-Amerikaanse vader die op de Amerikaanse basis in Nagasaki werkte, en heeft nu de oorlog verklaard aan alle stereotype ideeën over iemands uiterlijk. Toen de Japanse media haar vragen stelden over haar dubbele nationaliteit, zei ze dat ze in de toekomst alleen de Japanse nationaliteit wilde houden.

    Renho Murata. – © The Asahi Shimbun via Getty Images
    Renho Murata. – © The Asahi Shimbun via Getty Images

    Renho Murata

    Ze is geboren in 1967, heeft een Taiwanese vader en een Japanse moeder en was Taiwanees staatsburger tot 1985, toen ze dankzij een wetswijziging Japanse kon worden. Maar door een procedurefout kreeg ze toch een dubbele nationaliteit, iets wat in Japan zelden voorkomt. Ze begon als model, ging de journalistiek in en werd in 2016 de eerste vrouwelijke leider van de progressieve Democratische Partij van Japan. Toen haar dubbele nationaliteit leidde tot beschuldigingen dat ze niet trouw was aan de natie, heeft ze die opgegeven.

    Asuka Cambridge. – © The Asahi Shimbun via Getty Images
    Asuka Cambridge. – © The Asahi Shimbun via Getty Images

    Asuka Cambridge, sprinter

    Hij is in 1993 geboren op Jamaica, maar al sinds zijn tweede woont hij in Japan omdat zijn ouders, een Japans-Amerikaans stel, toen naar Osaka verhuisden. Bij de Olympische Spelen van 2016 in Rio werden hij en zijn teamgenoten tweede op de 4×100 meter estafette, achter de Jamaicanen aangevoerd door Usain Bolt. Na terugkeer in Japan werd hij dan ook als een held binnengehaald. In de Japanse sportwereld zijn er veel halfbloeden en genaturaliseerde buitenlanders te vinden: in het nationale voetbalelftal spelen een paar Brazilianen en diverse sumoworstelaars hebben Mongoolse en Hawaïaanse roots.

    [Foto Asahi Shimbun via Getty Images]

    schermafbeelding 2017 03 09 om 11 12 40

    Priyanka Yoshikawa, Miss Japan 2016

    Ze vertegenwoordigde haar land bij de Miss World-verkiezingen van 2016 en zegt dat het succes van Ariana Miyamoto haar inderdaad heeft geïnspireerd. Ze heeft een Indiase vader en een Japanse moeder en was in haar jeugd het mikpunt van pesterijen. De Japanners vinden deze jonge vrouw van 23 intrigerend omdat ze niet echt in een hokje te plaatsen is: ze is niet alleen tolk-vertaler, maar ook olifantentrainer.

    Keizer Akihito.
    Keizer Akihito.

    Keizer Akihito

    Sinds 1990 is hij het ‘symbool van de Staat en de eenheid van het volk’, zoals het in de grondwet staat geformuleerd. Hij heeft geen enkele politieke macht en mag zich niet uitlaten over staatszaken, maar hij speelt wel een verbindende rol. Op zijn manier en binnen de grenzen van het protocol staat hij dicht bij de mensen. Toen hij tijdens het Wereldkampioenschap voetbal in 2002, dat Japan en Zuid-Korea gezamenlijk organiseerden, in een rede een toespeling op zijn Koreaanse wortels maakte, verraste hij daarmee veel Japanners.

    POLEMIEK

    Het hier gepubliceerde artikel uit de Asahi Shimbun veroorzaakte heftige discussies op internet. De mythe dat de Japanners een etnisch homogeen volk zijn, is een zeer gevoelige kwestie. Dit onderwerp aansnijden wordt vaak gezien als een gebrek aan loyaliteit tegenover de natie. Het is dus lastig praten over de verschillende etnische groepen die er wonen en de discriminatie waarvan ze al eeuwenlang slachtoffer zijn, of het nu gaat om de Ainu in het Noorden, de Okinawaers in het Zuiden of de zainichi, de Koreanen in Japan die na de oorlog de Japanse nationaliteit verloren.

    Net zo gevoelig ligt het onderwerp van de halfbloeden, in het Japans hafu genoemd (een neologisme afgeleid van het Engelse ‘half’). Daarvan zijn er steeds meer te vinden in de showbusiness, al zijn die dan meestal een westerse mix met een lichte huid. Daarom deed de verschijning van een Miss Japan als Ariana Miyamoto in 2016 zo veel stof opwaaien.

    CONTEXT: Nationaliteit, een netelige kwestie

    Om te bepalen wie Japanner is, draait het vooral om de afstamming. Tussen 1873 en 1950 raakten Japanse vrouwen die met buitenlanders trouwden, hun nationaliteit kwijt. Tot een versoepeling van de wet in 1985 moest je een Japanse vader hebben om aanspraak te kunnen maken op het staatsburgerschap. Japan is nu het enige land van de G7 dat geen dubbele nationaliteit toestaat: wie die wel heeft – en dat zijn naar schatting 800.000 personen – wordt gevraagd om uiterlijk op eenentwintigjarige leeftijd een van de twee op te geven. En voor buitenlanders blijft naturalisatie tot Japanner een privilege dat alleen voor de elites is weggelegd.

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 1.172.0000

    De ‘Krant van de Rijzende Zon’, opgericht in 1879, was tijdens de Tweede Wereldoorlog pleitbezorger voor het pacifisme, en is nu een waar instituut. Drieduizend journalisten zorgen voor de nieuwsgaring op driehonderd Japanse en dertig buitenlandse kantoren. Bijgaand artikel is verschenen in een serie getiteld ‘Waar komen wij vandaan?’