Tag: Real Madrid

  • Is Spanje een racistisch land?

    Is Spanje een racistisch land?

    Real Madrid-spits Vinícius Júnior werd onlangs door fans van de tegenpartij uitgescholden voor ‘aap’. En dat was niet de eerste keer. In een reactie noemde hij Spanje een racistisch land. Zijn uitspraak verdeelt de Spaanse pers.

    ‘Racisme houdt niet op in LaLiga’, schrijft El País nadat Real Madrid-spits Vinícius Júnior op 21 mei tijdens een wedstrijd tegen Valencia racistisch was bejegend door supporters van de tegenstander. ‘Het was niet de eerste keer dat het de Braziliaan overkwam en ook niet de enige keer in de afgelopen jaren in LaLiga’, vervolgt de Spaanse krant.

    Vooral een tweet die de voetballer na de wedstrijd postte, ontketende in Spanje het debat over hoe diep het racisme in de haarvaten van de maatschappij zit. Vinícius Júnior schreef daarin dat ‘Spanje in Brazilië bekend staat als een land van racisten’.

    Terecht, schrijft de Cubaanse journalist Abraham Jiménez Enoa, die woonachtig is in Spanje, ‘de kleur van mijn huid heeft mijn ervaring in dit land getekend’. Nee, ‘een land met racisten is niet hetzelfde als een racistisch land, aldus Josep Martí Blanch, columnist van El Confidencial.

    Nee: ‘Spanje is tegenwoordig geen racistisch land’

    ‘Spanje is geen racistisch land. Het draagt ook niet het beeld van een racistische samenleving uit naar de wereld. Zo is het’, schrijft Josep Martí Blanch in El Confidencial. ‘Vinícius Júnior heeft het mis.’ Vooral de uitspraak van de spits van Real Madrid dat Spanje wereldwijd bekendstaat als een racistisch land is Martí Blanc in het verkeerde keelgat geschoten.

    Dat moet niet begrepen worden als kritiek op Vinícius, ‘de beste speler van dit seizoen’, aldus Martí Blanch. ‘Wat de jonge Braziliaanse speler in het Mestalla [het stadion van Valencia] heeft meegemaakt, verklaart niet alleen zijn woede-uitbarsting en verontwaardiging, maar rechtvaardigt die ook. Maar dat zijn woede terecht is, betekent nog niet dat hij gelijk heeft. Spanje, laat ik het nog een keer herhalen, is geen racistisch land. Nog niet. Maar dat neemt niet weg dat we dat in het verleden wel zijn geweest en dat we dat in de toekomst weer kunnen worden.’

    Martí Blanch wil dan ook niet ontkennen dat er racisme in Spanje is. ‘Dat Spanje geen racistisch land is, betekent niet dat er geen racistische Spanjaarden zijn. Natuurlijk zijn die er. Ongelofelijk veel. (…) Wat er zondag in Valencia is gebeurd, is beschamend. En elke keer als er zoiets gebeurt – Vinícius was niet de eerste en zal ook niet de laatste zijn – is het gerechtvaardigd om het debat weer aan te zwengelen over hoe we nog meer kunnen doen in de strijd tegen racisme. Maar wat niet verstandig is, is dat de acties van een zeer klein deel van de fans – in dit geval de supporters van Valencia – worden gebruikt om maximalistische stellingen te omarmen over hoe racistisch Spanjaarden zijn’, vervolgt de El Confidencial-columnist.

    ‘Dat Vinícius een slachtoffer is en heel boos, geeft hem nog geen gelijk’

    ‘Er zijn veel manieren om een debat vanaf het begin te laten ontsporen. Eén daarvan is om een categorische uitspraak te doen over iets wat, hoewel het niet anekdotisch is, verre van algemeen gangbaar is. Beweren dat Spanje een racistisch land is, heeft dezelfde waarde als met een uitgestreken gezicht beweren dat alle migranten criminelen zijn.’

    Volgens Martí Blanch is het algemeen aanvaard in Spanje dat iemand vernederen vanwege zijn huidskleur not done is en beschikt het land over voldoende wetten om dat gedrag te bestraffen. ‘We kunnen het nog wel hebben (…) over de laksheid van voetbalinstanties als het gaat om het streng hanteren van de meest radicale dwang- en ontmoedigingsmiddelen die ze tot hun beschikking hebben – het schorsen van wedstrijden en het aftrekken van punten – zodat de racist niet alleen bang moet zijn voor de wet, maar ook en vooral voor de fan die naast hem staat en met wie hij de liefde voor dezelfde club deelt.’

    Maar in deze discussie kan volgens Martí Blanch ‘het uitgangspunt niet zijn om als vanzelfsprekend aan te nemen dat Spanje als land medeplichtig is aan racisme of, erger nog, dat het een land is met wijdverspreid racisme, zoals de ster van Real Madrid beweert. Een land met racisten is niet hetzelfde als een racistisch land. Vinícius kan daar natuurlijk anders over denken, dat staat buiten kijf. Hij kan blijven rekenen op ons medeleven en onze solidariteit. Maar dat hij een slachtoffer is en heel boos, geeft hem nog geen gelijk. Tenminste, niet op alle vlakken. Niet in dit geval’, besluit de columnist.


    Ja: ‘Racisme tekent het dagelijks leven van iedereen die niet wit is’

    ‘Ik woon nu een jaar en vier maanden in Spanje. Ik ben geen Braziliaan, geen profvoetballer en ik heet ook geen Vinícius. Maar ik ben zwart, net als de speler van Real Madrid. En helaas heeft mijn huidskleur een stempel gedrukt op mijn ervaring in dit land’, zo opent Abraham Jiménez Enoa, een Cubaanse journalist die door toenemende druk van het regime zijn land is ontvlucht.

    Jiménez Enoa, die in 2022 de Internationale Persvrijheidsprijs van het Amerikaanse Committee to Protect Journalists ontving, schrijft in El País dat hij het sinds zijn aankomst in Spanje in zijn dagboek noteert als hij racistisch bejegend wordt. ‘Elk van deze voorvallen, elke scène van ervaren discriminatie, met hun respectievelijke beschrijvingen, heb ik opgeschreven. Ik zit nu op honderdtweeëntachtig in haast anderhalf jaar.’

    Zo schrijft hij: ‘Daarom kan ik sinds vanmorgen niet stoppen met het bekijken van de walgelijke video’s uit het Mestalla-stadion, waarin fans onacceptabele beledigingen naar Vinícius slingeren. Daarom heeft het vertrokken gezicht van de speler als hij die beestachtigheid moet aanhoren, zo veel woede, zo veel ontzetting in me opgeroepen. Omdat ik weet wat Vinicius op dat moment voelt, dezelfde hulpeloosheid, dezelfde vijandigheid die ik heb gevoeld, wanneer ik in een winkel te horen kreeg dat ik een vervalst biljet gaf zonder dat het gecontroleerd werd, wanneer ik in het openbaar vervoer om identificatie werd gevraagd, wanneer ze er in bars van uitgingen dat ik daar werkte en niet dat ik daar was voor mijn plezier, als ze op straat mijn zoon met een lichtere huidskleur “complimenteren”, als ik een markthal in loop en winkelbedienden achter mijn rug om hoor zeggen dat ze me in de gaten moeten houden omdat ik een tas bij me heb, als witte mensen me iemand met een kleurtje noemen, alsof zwart de enige kleur is die er bestaat en wit geen kleur is. Want alles wat Vinicius dit seizoen in verschillende stadions heeft moeten doorstaan, gebeurt ook buiten de voetbalvelden van Spanje.’

    ‘De enige manier om racisme te bestrijden is te erkennen dat het bestaat’

    De Cubaans journalist hekelt het feit dat racisme alleen discussiethema is als het betrekking heeft op voetbal, met al zijn media-aandacht. ‘Het trieste is dat we het vandaag over racisme in Spanje hebben vanwege de zaak Vinicius en niet vanwege het bestaan van het fenomeen, terwijl de mantra “Spanje is niet racistisch, maar in Spanje zijn er racisten” overal wordt herhaald. Iedereen praat nu over racisme omdat we het hebben over een speler van Real Madrid, een commerciële ster, een miljonair. Want er zijn maar weinig zaken op deze planeet met een grotere zichtbaarheid dan voetbal. Als het niet daar was voorgevallen, zou niemand het erover hebben’, schrijft Jiménez Enoa.

    ‘Natuurlijk is er racisme in Spanje’, vervolgt hij. ‘Het tekent het dagelijks leven van iedereen die niet wit is. Het zijn geen geïsoleerde gevallen, zoals veel media, intellectuelen, politici, zakenmensen, allemaal wit natuurlijk, de samenleving willen doen geloven: het is iets van vroeger, iets uit de provincie, van ouderen. Nee, nee en nee. Ik herhaal: racisme in Spanje bestaat. En vandaag de dag is het maar al te aanwezig in het dagelijks leven van mensen.’

    ‘De enige manier om racisme te bestrijden is te erkennen dat het bestaat. De Spaanse samenleving als geheel moet haar uiterste best doen om het uit te roeien. Dit is een serieuze strijd waarin geen plaats is voor schone schijn. Het heeft geen zin om in een voetbalstadion een spandoek op te hangen met de tekst “Nee tegen racisme”, terwijl daarvoor lachende fans staan die “aap” schreeuwen naar zwarte spelers’, besluit Jiménez Enoa.

    Lees ook: