Rebel Rebel, de tentoonstelling van Soheila Sokhanvari, laat met iconen uit het vrije verleden zien wat Iraanse vrouwen sinds de machtsovername van Khomeini in 1979 is aangedaan. Een eerbetoon aan de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen leven opkomen voor hun vrijheid.
De Brits-Iraanse kunstenaar Soheila Sokhanvari kon niet vermoeden hoe actueel haar werk zou worden toen ze begon aan de portretten van Roohangiz Saminejad, de eerste Iraanse vrouwelijke hoofdrolspeelster in een geluidsfilm, en de iconische zangeres Googoosh (Faegheh Atashin). En ook niet dat het een serie zou worden van eenendertig portretten geschilderd in de traditie van de Perzische miniatuurschilderkunst. ‘Het is een meditatieve, diepgevoelde en doordachte poging om een verloren wereld van sterke en vrije Iraanse vrouwen te doen herleven,’ schrijft The Guardian over Sokhanvari’s tentoonstelling in het Londense Barbican Centre.
Onder aanvoering van Iraanse vrouwen groeide onlangs een landelijke opstand uit tot een maandenlange strijd tegen de repressie van het regime. De protesten begonnen na de dood van Mahsa Amini, een tweeëntwintigjarige Koerdische vrouw die door de zedenpolitie werd gearresteerd vanwege een te losjes gedragen hoofddoek, en zijn uitgegroeid tot de grootste uitdaging voor de Islamitische Republiek sinds de Groene Beweging in 2009. De eis om de val van het regime wordt beantwoord met hard ingrijpen en doodsangst zaaien.
De vrouwen van Soheila Sokhanvari zijn van vóór Ayatollah Khomeini de macht overnam en hun bewegingsvrijheid drastisch inperkte
De vrouwen van Soheila Sokhanvari zijn van vóór Ayatollah Khomeini de macht overnam en hun bewegingsvrijheid drastisch inperkte. Hun gezichten, afkomstig van oude foto’s, zijn in zwart-wit, maar Sokhanvari omringt hen met kleurrijke psychedelische patronen; de een heeft een vuurrode bloem in het haar en de ander poseert op een bank met achter zich behang uit de jaren zeventig en onder zich een antiek Perzisch tapijt. Wie deze vrouwen zijn, staat uitgebreid in de catalogus van de tentoonstelling.
Zari Khoshkam bijvoorbeeld, die met onbedekt lang haar in knielange rok en kniehoge laarzen op een jarenzeventigbank zit, kon na 1979 slechts doorgaan met acteren door berouw te tonen over haar verleden en haar naam te veranderen. Andere vrouwen op deze portretten emigreerden: Googoosh, die de minirok en een kort kapsel genaamd ‘Googooshy’ populair maakte, woont in LA en is op haar zeventigste nog steeds een ster. De zeer populaire filmster Forouzan had minder geluk toen ze zich beklaagde over de seksistische Filmfarsi-wereld van voor de Islamitische Revolutie. Ze was het beu om de aanwijzingen van regisseurs op te moeten volgen, zei ze eens in een interview. ‘Het moest altijd sexyer, wellustiger, rok iets meer omhoog, wat hitsiger en provocerender.’ In 1979 werd ze in de gevangenis gegooid, verloor al haar bezittingen en stierf in 2016 onbekend, tot zwijgen gebracht en vergeten.
Sokhanvari eert met Rebel Rebel de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen en andermans leven opkomen voor hun vrijheid
Sokhanvari eert met Rebel Rebel de grootmoeders van de jonge vrouwen die nu met gevaar voor eigen en andermans leven opkomen voor hun vrijheid. Voor de gelegenheid is de tentoonstellingsruimte van vloer tot plafond beschilderd met geometrische patronen gebaseerd op traditioneel islamitische motieven. De soundtrack, met nummers van Iraanse zangers uit die tijd, werd gecomponeerd door Marios Aristopoulos.
Soheila Sokhanvari: Rebel Rebel, The Curve, Barbican Centre, Londen. Tot en met 26 februari 2023.
Behalve het recht om vergeten te worden, waarover wij in een eerdere editie al eens een artikel publiceerden (april 2022), bestaat er ook zoiets als het recht om anders te zijn. Birgit Schmid legt het haarfijn uit in de Neue Zürcher Zeitung: gelijke rechten betekent niet dat we allemaal gelijk moeten zijn. Want, zoals ze onder andere duidelijk maakt aan de hand van een zelfverklaarde inclusieve dj die álle muziek goed vindt, wordt het dan ‘ongelofelijk saai’. Ze spreekt van een doorgeslagen individualiteit die nivelleert in plaats van erkent, en waarvan de eisen soms wat overgevoelig en misschien zelfs, voeg ik eraan toe, verwend aan kunnen doen.
Ook in ons dossier in samenwerking met Amnesty International wordt gestreden voor gelijke rechten, maar dan meer fundamentele, zoals vrijheid van meningsuiting, het recht om te demonstreren. De discussie in Paraguay gaat niet over of een transvrouw met baard en een lage stem het vrouwenzwembad in mag, maar of het gender van transpersonen überhaupt moet worden erkend. Shahnewaz Chowdhury uitte zijn zorgen over de bouw van een nieuwe kolencentrale in zijn dorp op Facebook en werd vanwege deze post gearresteerd; hij is in afwachting van zijn vonnis. Mensenrechtenadvocaat Chow Hang-tung moedigde op social media aan om de repressie op het Tiananmenplein te herdenken door middel van het aansteken van kaarsjes. Ze zit nu een straf van 22 maanden uit. En Aleksandra Skotsjilenko plakte in Sint-Petersburg stickers op producten in de supermarkt met informatie over de oorlog in Rusland. Na elf dagen werd ze gearresteerd, nu wacht ze onder erbarmelijke omstandigheden haar vonnis af en riskeert ze tien jaar gevangenisstraf.
Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’, nu niet en later ook niet
Over de repressie in Rusland schrijft Anne Applebaum krachtig en informatief, zoals we van haar gewend zijn. Van de drie kampen die zich rondom de oorlog in Oekraïne hebben gevormd, uiteengezet door de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev, bevindt zij zich duidelijk in het derde: degenen die vinden dat het Russische imperium moet sterven. Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’ – er komt geen redder die het land gaat repareren, nu niet en later ook niet, aldus Applebaum. Nederlaag is de enige weg naar moderniteit, militair falen is noodzakelijk voor het ontstaan van een welvarender, open samenleving.
Over het einde van deze oorlog zullen we in 2023 hopelijk wijzer worden. Ook hopen we dat de eisen van Amnesty International, vermeld bij de zeven portretten, zo snel mogelijk worden ingewilligd. U wensen we een mooi en breed geïnformeerd nieuwjaar toe.
De scoutingbeweging is groter dan welke rebellengroep ook in de geteisterde Centraal-Afrikaanse Republiek. Misschien is het wel het effectiefste vredesleger van allemaal.
Het is begin september en de diverse humanitaire hulp- organisaties in Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), vrezen het ergste. De ebola-uitbraak in buurland Congo maakt een dodelijke opmars en de kans is groot dat deze overslaat naar een afgelegen gebied in het oosten van de CAR, waar gewapende groeperingen de dienst uitmaken. Op een donderdag- ochtend bereiken paniekerige berichten over mensen met inwendige bloedingen de hoofdstad. Misschien zijn ze besmet met ebola.
Die informatie moet worden geverifieerd. Klopt het? Is het inderdaad ebola? De regering heeft geen enkel gezag over de oostelijke uithoek van het land, en door de geweldsuitbarstingen zijn er geen internationale organisaties actief. Het ontbreekt aan gezondheids-klinieken en een betrouwbaar communicatienetwerk, dus er valt niet te checken of de informatie klopt, zonder een helikopter met zwaar bewapende vredessoldaten in te zetten, wat een gevaarlijke, peperdure operatie is. Maar er is nóg een optie: de scouts inschakelen.
Milities
Na vijf jaar burgeroorlog kun je de CAR niet met goed fatsoen een land noemen. Goed, er is een vlag, er is een volkslied en er zijn grenzen, maar wat zich binnen die grenzen afspeelt, wordt niet gereguleerd door iets wat ook maar enigszins op een traditionele staat lijkt. De regering in Bangui, overeind gehouden door een heel legioen aan vredessoldaten, heeft alleen controle over een paar gebieden rondom de hoofdstad en in het westen.
De rest van het land is verdeeld onder een tiental milities die continu van gezicht veranderen en steeds wisselende territoria beheersen. Het is zelfs zo dat sommige groeperingen tegen de tijd dat er vredesbesprekingen worden gehouden, inmiddels niet meer bestaan en dat nieuwe groeperingen, die juist niet bij de besprekingen zijn betrokken, de kop hebben opgestoken. Soms lijkt het alsof de rebellen zelf niet eens precies weten waar ze voor vechten.
Vaak is het geweld doordrenkt van religieuze motieven: de ‘goede’ christelijke soldaten binden de strijd aan met ‘de terroristen’, de vervolgde moslims beschermen hun geterroriseerde minderheidsgroep, maar nog vaker gaan de gevechten over de steeds schaarsere voedselbronnen.
In Bangui wemelt het van de uniformen: VN-soldaten met hun opvallende lichtblauwe helmen, militairen met rode baretten in hun versleten plunje, gendarmerie in het blauw.
De rebellen in de stad, die zich voornamelijk in de moslimwijk schuilhouden, laten zich minder vaak zien. En dan heb je nog de leden van de verschillende takken van de scoutingorganisatie, de Central African Boy Scouts Movement, in hun uniform.
Ze lijken op elkaar, met hun kaki blouse, shorts, kousen en keurig gestrikte sjaaltjes, en je ziet ze regelmatig in groepjes door de stad lopen. Als je goed kijkt, zie je de behaalde insignes op hun korte mouwen: voor houtbewerking, koken, navigatie.
Scouting is ongekend populair in de CAR: volgens de organisatie zelf telt het land rond de twintigduizend scouts, maar door de burgeroorlog is het lastig om de statistieken precies bij te houden. (Ter vergelijking: het land telt 14.787 VN-soldaten.) De scouts zijn vertegenwoordigd in alle zestien provincies en in bijna ieder bisdom. Hiermee is de scoutingbeweging groter dan welke rebellengroep ook, en sterker verankerd. Door de strikte, hiërarchische structuur heeft de beweging de klappen van de burgeroorlog overleefd en ze is een van slechts een handjevol nationale instellingen – waaronder ook de katholieke kerk – waarvan je redelijk zeker kunt zijn dat wanneer in Bangui een beslissing wordt genomen, die elders in het land wordt uitgevoerd.
Het allerbelangrijkste was dat ze hem van de straat hielden, uit de klauwen van de rebellen en de drugsdealers die azen op de talloze rondhangende puberjongens en jonge mannen
Zoals zoveel dingen in dit land is de beweging opgedeeld langs religieuze lijnen: je hebt ook nog de evangelische scouts, bekend als Les Flambeaux, en een slinkende groep islamitische scouts.
Bengai sloot zich op zijn zevende aan bij de scouts en is nu, op zijn negenentwintigste, al tweeëntwintig jaar in een of andere vorm actief. Voor hem is het een reddingslijn geweest.
‘Bij de scouts heb ik geleerd in een gemeenschap te leven, ik heb er een morele, lichamelijke en geestelijke opvoeding gekregen’, zegt hij. Maar het allerbelangrijkste was dat ze hem van de straat hielden, uit de klauwen van de rebellen en de drugsdealers die azen op de talloze rondhangende puberjongens en jonge mannen, die vrijwel allemaal werkloos en ongeschoold zijn en weinig andere opties hebben.
Bengai is niet voor die verleiding bezweken. Hij en zijn medescouts dreunen een waslijst aan successen op waaruit duidelijk blijkt dat de scoutingbeweging in dit land meer is dan een alleen een leuke vrijetijdsbesteding. Een paar voorbeelden: als nerveuze dorpsbewoners opzien tegen een bezoek aan het ziekenhuis in een nabijgelegen plaats, kunnen ze om een scout vragen die hen begeleidt; toen een moslimgemeenschap in de jungle nabij Boda in 2017 door rebellen werd gegijzeld, waren het scouts die hun vrijlating bedongen.
Wees voorbereid
Abdelwadid Gakara, een leider van de Moslim Scouts Association, haalt Baden-Powels beroemde leus aan wanneer hem wordt gevraagd de enorme maatschappelijke bijdrage van de scouts te verklaren: ‘Ons motto is: Wees voorbereid! Er kan van alles gebeuren.’ Hij voegt eraan toe: ‘Bij ons draait alles om de vredesboodschap. Een goede scout is iemand die met iedereen overweg kan.’ Was het maar zo eenvoudig.
Ngoaporo Ghislain-Oxwold (17) en Boy-Fini Mikael (18) zijn vrienden. Ze hebben het initiatiekamp al achter de rug, waar ze overlevingstechnieken hebben geleerd, zoals het vinden van een goede overnachtingsplek en het maken van een kampvuur. Ze leren ook vaardigheden die als vrouwenwerk worden bestempeld: de was doen, afwassen, koken. Ghislain-Oxwold, die aan ’s lands enige functionerende universiteit studeert, merkt dat zijn leerprestaties verbeterden sinds hij zich bij de scouts heeft aangesloten. ‘Dankzij de scouts heb ik God leren kennen en heb ik mijn laatste examen gehaald.’
Niet al hun vrienden zijn scouts. Sommigen hebben zich aangesloten bij milities, die een soortgelijke aantrekkingskracht uitoefenen. Net als scouts voorzien rebellengroepen in een sterk saamhorigheidsgevoel en een gemeenschappelijk doel. Zelfs hun trainingskampen hebben, gelet op de vaardig- heden die nieuwe rekruten worden bijgebracht, veel van elkaar weg – met als enige uitzondering dat scouts niet leren hoe ze met wapens moeten omgaan. Ondanks de militaristische attributen is de scoutingbeweging, zowel in de car als de rest van de wereld, expliciet pacifistisch. In de context van een burgeroorlog kan het verkondigen van pacifisme een revolutionaire daad zijn die niet altijd even populair is.
Ali Ousman is de coördinator van de grootste moslimorganisatie in Bangui. Hij woont, zoals alle moslims in de stad, in Point Kilomètre Cinq, ofwel PK5, een wijk op precies vijf kilometer van het centrum, feitelijk een getto waar het merendeel van ’s lands moslimpopulatie opeen is geperst. PK5 is een gevaarlijk gebied. Er zijn verschillende milities actief, die regelmatig in gevecht raken met de zogenaamde christelijke milities. VN-soldaten bewaken de in- en uitgaande wegen, maar gaan zelf zelden de wijk in.
De enige reden dat de moslimpopulatie nog niet is uitgemoord, gelooft het merendeel van de inwoners, is dat PK5 door gewapende groeperingen wordt beschermd. Sinds het uitbreken van de burgeroorlog zijn er duizenden moslims vermoord. Nog eens duizenden moslims zijn de grens over gevlucht. Vanuit Ousmans perspectief zijn de jongens die zich bij de plaatselijke milities hebben aangesloten helden.
‘De jeugd heeft noodgedwongen de wapens opgepakt om PK5, de enige plek in Bangui waar moslims mogen wonen, te verdedigen. Deden ze dat niet, dan zouden ze eraan gaan, hun ouders zouden eraan gaan, hun grootouders zouden eraan gaan. Ze hebben geen keus. De moslimscouts daarentegen, in hun belachelijke outfit, met die shorts en die kniekousen, doen als het erop aankomt helemaal niks.’
Een aantal jaar geleden werden de scouts van de car tijdelijk geschorst door de World Organisation of the Scout Movement (WOSM), omdat de contributiegelden niet waren betaald. Inmiddels wordt er druk onderhandeld of ze zich weer kunnen aansluiten bij de moederorganisatie, die erg te spreken is over de inspanningen van de Centraal-Afrikaanse tak. Wel moeten er nog een paar obstakels worden overwonnen, voordat ze kunnen terugkeren in de moederschoot.
Ten eerste is er de openstaande rekening. Ook de versplintering van de nationale scoutingorganisatie is een probleem: Les Flambeaux, de Catholic Scouts en de Muslim Scouts moeten allemaal onder één paraplu komen. En een ander belangrijk punt is dat de scoutingbeweging in de CAR tot dusver een jongensaangelegenheid is geweest. Om internationaal mee te mogen doen, moeten ook meisjes worden toegelaten. In Bangui is onlangs een meisjesgroep opgericht; een welkome ontwikkeling, zeker in een land waar meisjes weinig te kiezen hebben, zowel wat werkgelegenheid als recreatie betreft.
Vredesleger
De eventuele terugkeer van de nationale scoutingorganisatie in de moederschoot zou een erkenning zijn van de belangrijke rol die de scouts in de CAR spelen, waardoor de beweging meer geldbronnen kan aanboren en meer partnerschappen kan aangaan om de werkzaamheden uit te breiden. Om dat werk echt op waarde te schatten, is het zinnig je voor te stellen dat er geen scouts in de car zouden zijn.
Stel je voor dat die twintigduizend jongens niet op kamp zouden gaan, geen insignes zouden behalen of afgelegen dorpjes zouden bezoeken om over vaccinatiecampagnes te vertellen. Wat zouden ze dan doen? Bij welke groeperingen zouden ze zich dan aansluiten? Stel je voor dat die jongens andere uniforms zouden dragen, en geweren, dat ze de bevolking zouden terroriseren.
Het antwoord op die vraag wordt nog het best verwoord door Bengai. ‘De gewapende rebellen zijn een oorlogs-leger, de scouts zijn een vredesleger’, zegt hij. In een ineengestort land waar een burgeroorlog woedt, zijn de scouts misschien nog wel het effectiefste leger van allemaal.
Opgericht in 1985 als Weekly Mail _ en in 1990 nieuw leven in geblazen door _The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.
Ook Italië kent zijn controversiële rappers. Bello Figo, van Ghanese komaf, jaagt met zijn provocaties rechts én links in de gordijnen. Portret van een fenomeen.
Afgelopen zondag overkwam me iets geks: ik zat te eten met mijn hele familie, toen er een item over Bello Figo op het journaal was. In tegenstelling tot wat er meestal gebeurt als het gaat over Italiaanse rappers die een klein beetje bekend zijn, hoefde ik dit keer aan niemand, zelfs niet aan mijn moeder, uit te leggen wie hij was, wat hij deed en waarom hij op de televisie was. Toen ik erover begon, zei ze: ‘Ja, ik weet wie hij is, ik heb over hem gehoord.’ Op dat moment drong pas echt goed tot me door wat de reikwijdte van zijn succes is.
Ongeveer een maand geleden werd Bello Figo als kanonnenvoer uitgenodigd door Dalla vostra parte, het praatprogramma van de zender Rete 4 waar de burger zijn verontwaardiging de vrije loop kan laten. Hij werd er geïntroduceerd als ‘de vluchteling die er prat op gaat dat hij geen huur betaalt’ en eindigde met een dab [dansbeweging], recht voor de neus van Alessandra Mussolini [kleindochter van de duce en Europarlementariër]. Vanaf dat moment is er veel veranderd, zowel voor Bello Figo als voor zijn rapnummer ‘Non pago affitto’ [‘Ik betaal geen huur’].
Tot voor kort was Bello Figo niet veel meer dan een internetfenomeen. Hij stond bekend als de grondlegger van de Lol Rap-scene, die rond 2012 explodeerde met rappers als Trucebaldazzi. Hij debuteerde met stupide hits als ‘Mi faccio una sega’ [‘Ik trek me af’], belandde vervolgens in een fase waarin hij viraal ging met volstrekt inwisselbare liedjes over onderwerpen die op dat moment hot waren, en leek ten slotte te zijn uitgegroeid tot een heuse rapper, een soort Italiaanse Riff Raff [Amerikaanse rapper].
In de periode die daarop volgde bracht hij zijn twee bekendste nummers uit, ‘Non pago affitto’ en ‘Referendum costituzionale’ [‘Constitutioneel referendum’]. Uiteraard zat daar (dat denk ik tenminste) geen enkel politiek motief achter – Bello Figo had waarschijnlijk gewoon besloten zich op actuele thema’s te storten, en dat bleek bijzonder goed uit te pakken. En toen kwam zijn televisieoptreden.
Nadat hij op tv was geweest, werd Bello Figo van de ene op de andere dag een soort popicoon: het aantal keren dat zijn video’s werden bekeken verdubbelde, en daarmee ook de verontwaardigde reacties van de mensen die hem verkeerd begrepen. Zoals wel vaker gebeurt met internetfenomenen, knapte de zeepbel en belandde de grap ook bij mensen die er niets van snapten. Het gebeurde allemaal in een flits.
In die flits werd Bello Figo van iemand die liedjes zong als ‘Pasta al tonno’ (over het eten van pasta met tonijn) opeens een ongemakkelijke figuur, een symbool van alles waartegen Italiaans rechts een diepe haat koestert, een voodoopop die het mikpunt werd van de censuur en intimidatie van fascisten en racisten van allerlei slag.
We hoeven alleen maar naar de afgelopen maanden te kijken: sinds december zijn er al drie concerten van Bello Figo geannuleerd, in Brescia, Mantua en Legnano – om ‘veiligheidsredenen’. In Mantua zijn zelfs tegen hem gerichte posters opgehangen, en nadat het evenement was geannuleerd, zei de burgemeester dat ‘de persoon in kwestie voor te veel spanningen zorgde’. Hetzelfde gebeurde in Brescia en Legnano: toen de gelegenheden waar hij zou optreden een Facebookevenement hadden aangemaakt, stroomden die pagina’s onmiddellijk vol met beledigende opmerkingen, racistische verwensingen en soms zelfs bedreigingen, totdat men zich omwille van de veiligheid gedwongen zag alles te annuleren.
‘Hij neemt willekeurige cafégesprekken met een racistische lading en maakt daar een soort kromme rap van’
Eind januari trad Bello Figo op in Turijn, en ook bij die gelegenheid wemelde het op de Facebookpagina van het evenement – waarop hij onder meer, lichtelijk overdreven, een ‘intellectueel’ werd genoemd – van opmerkingen als: ‘je zuigt’, ‘ik mag lijden dat de hele tent affikt’, ‘blaas die fokking zinloze avond toch af’. En dergelijke commentaren verschijnen ook dagelijks op de Facebookpagina van Bello Figo zelf.
Maar terwijl er dus mensen zijn die hem voortdurend beledigen, zijn er anderen die zijn muziek en zijn moves – al dan niet bewust – gebruiken op een manier die verre van denigrerend bedoeld is. Zo was er op 14 januari in Milaan een manifestatie van de extreem-rechtse groepering Forza Nuova. Een groep jongeren die daar toevallig ook was, begon voor de fascisten te dabben, terwijl ondertussen keihard ‘Non pago affitto’ werd gedraaid. Hoe valt dat te verklaren? En vooral: hoe komt het dat daar veel meer over is gesproken dan over de officiële, tegelijkertijd door de ANPI [de nationale vereniging van partizanen] georganiseerde tegendemonstratie? Is Bello Figo een politiek symbool geworden?
‘Ik denk niet dat Bello Figo de nieuwe held van het antifascisme is,’ zegt Pablo, een jongen die bij genoemde manifestatie aanwezig was. ‘Ik denk eerder dat de fascisten door hem geobsedeerd zijn omdat hij iets heel simpels doet: hij neemt willekeurige cafégesprekken met een racistische lading en maakt daar een soort kromme rap van. Daarmee is hij een obsessie geworden voor de mensen die de taal die hij nabouwt daadwerkelijk uitkramen.’
Volgens Pablo werkt dat weliswaar heel goed op internet, maar kun je het niet zien als een alternatief voor antifascistische demonstraties. ‘Sommige jongeren hebben op voornoemde manier geprotesteerd, anderen hebben een manifestatie gehouden op Piazza Fontana: het is een verschillende aanpak, de ene is niet beter dan de andere,’ zegt hij. Ook denkt hij niet dat een dergelijke vorm van protest algemeen ingang zal vinden en echte manifestaties zal vervangen, want dingen die je, zoals hij zegt, ‘uitdenkt achter je bureautafel, werken in de praktijk niet’.
Binnen Italiaans extreem-links is men zeer verdeeld over dit onderwerp – een verdeeldheid die waarschijnlijk al langer speelt en waarin Bello Figo als katalysator heeft gewerkt. ‘Binnen de beweging lopen de meningen nogal uiteen. Nadat we hem op de televisie hadden gezien, ontstond er een polemiek tussen degenen die hem steunden en hen die hem niet steunden,’ zegt Ivan, een extreem-linkse activist. ‘Degenen die Bello Figo bekritiseren, menen dat zijn karikaturale weergave van het racisme meer kwaad doet dan goed, omdat die ertoe bijdraagt dat een heleboel mensen die hem niet begrijpen zich afsluiten voor de problematiek, terwijl je met hen – in theorie – nog de dialoog zou kunnen aangaan. Maar ik denk niet dat er ook maar één persoon onder de 35 is die niet begrijpt dat Bello Figo ironisch is – of liever, ze zijn er wel, maar die zijn niet meer te redden.’
Aan de andere kant valt niet te ontkennen dat Bello Figo’s werkwijze effectief is. In het geval van de demonstratie in Milaan is het ‘institutionele’ antwoord ondergesneeuwd geraakt, omdat het zwak was, ouderwets, niet provocerend genoeg.
Politiek artiest
‘Bello Figo provoceert, is arrogant, neemt de boel in de zeik. Zo waren wij als beweging in de jaren zeventig ook, maar dat zijn we helemaal kwijtgeraakt,’ aldus Ivan. ‘Bovendien stelt hij zich ironisch op. Hij bewijst dat de taal die door Italiaans extreem-links wordt gebruikt belegen is, niet geschikt om met jongeren te communiceren.’
En dus is Bello Figo in zekere zin bezig om zijns ondanks een politiek artiest te worden, ook al is de belangrijkste politieke boodschap die hij tot nu toe in zijn liedjes heeft gelanceerd iets als: ‘Ik heb chickies op me pikkie / want ik lijk op Berlusconi’.
En hier komen we bij een ander aspect: hij pakt het slim aan, maar is zich mijns inziens niet echt bewust van de implicaties. Een paar dagen na zijn televisieoptreden, dat hem tot mainstreamartiest heeft gemaakt, verscheen er op Dinamopress – een website aan het extreem-linkse firmament – een artikel waarin werd uitgelegd hoe Bello Figo ‘twintig jaar retoriek over immigratie, zowel van rechts als van links’ zou hebben ‘vernietigd’. ‘Louter door de aanwezigheid van Bello Figo worden zijn gesprekspartners vernederd, wordt hun politieke inhoud omlaaggehaald’, schreef de auteur. ‘Maar dat is het hele punt: ze dragen geen politieke inhoud meer uit, alleen nog maar vorm. En in die vorm laten ze zich overvleugelen door een personage dat nog absurder is dan zijzelf.’
Ik spreek hierover met Ivan, die het er in grote lijnen mee eens is. ‘Hij is geen politicus in de klassieke zin van het woord, maar hij vertelt je over het leven. Tijdens de bewuste uitzending zei hij: “Ja, ik zing over deze mensen omdat het mijn vrienden zijn, die óók gewoon internet nodig hebben [een zin uit ‘Non pago affitto’ luidt: ‘We willen wifi, wifi’] om met hun families te communiceren.” Zo laat hij zien dat migranten mensen zijn zoals wij, met goede en slechte eigenschappen, mensen die iets te vertellen hebben.’
Zijn werkwijze maakt hem dus niet alleen tot een trol die zich richt tegen xenofoob-rechts, maar heeft ook nog een ander gevolg: hij ondermijnt de retoriek van links, de berichten over ‘arme migranten’ die voornamelijk als een retorisch trucje worden gezien. ‘Al met al gaat dat wat hij vertegenwoordigt inmiddels veel verder dan wat hij is en wat hij wíl vertegenwoordigen,’ concludeert Ivan.
Pablo wijst me tijdens ons gesprek op de kwestie rond ‘Guilty of Being White’, een nummer van de Amerikaanse punkband Minor Threat, dat een voorbeeld is van het tegenovergestelde van wat er met ‘Non pago affitto’ is gebeurd. Het gaat over iemand die deel uitmaakt van een minderheid en daar de gevolgen van ondervindt, waarbij het rassenprobleem wordt omgekeerd: het betreft namelijk de ervaringen van de blanke zanger van Minor Threat die op een overwegend zwarte school zat. Juist die omkering werd echter niet begrepen, en het lied is uitgegroeid tot een soort volkslied voor neonazi’s in Oost-Europa.
‘Zo werkt dat, iedereen neemt dingen en gebruikt die zoals het hem het beste uitkomt,’ zegt Pablo. Zo is het ook gegaan met Bello Figo: zijn liedje is provocerend en kwam op het juiste moment, en nu zijn er mensen die het tot protestsong bombarderen, wat het oorspronkelijk helemaal niet was. Het feit dat Bello Figo deze betekenis krijgt door de spontane actie van een groep jongeren, en niet door een bewuste poging van de kant van de beweging om hem in te lijven, is in mijn ogen symptomatisch voor de zwakte van het huidige links. Zoals het ook symptomatisch is dat de beweging geen duidelijk standpunt heeft ingenomen inzake alle bedreigingen die hij de afgelopen tijd over zich heen heeft gekregen. ‘Het feit dat Bello Figo deze dynamiek van verdeeldheid heeft gegenereerd is positief: wij vinden het belangrijk dat de maatschappij gedwongen wordt een kant te kiezen,’ zegt Ivan. ‘Dat hadden we als beweging moeten doen; we hebben de kans gemist om ons achter iets te scharen waarvoor heel veel mensen begrip zouden hebben gehad.’
Bij dit alles moeten we Bello Figo niet groter maken dan hij is: een provocateur, om te beginnen, wiens politieke aspiraties hem meer door de buitenwacht worden toegedicht dan dat hij die daadwerkelijk heeft. ‘Non pago affitto’ is kortom niet het nieuwe ‘Bella ciao’ [de beroemde partizanensong uit de Tweede Wereldoorlog]. Maar zelfs met zijn gebreken en beperkingen heeft hij een zeer duidelijk standpunt ingenomen – en daarin kunnen we niet anders dan hem steunen.
Vice is een van oorsprong Amerikaans mediabedrijf, dat in tal van landen een groot millennialpubliek trekt met onder meer een website en een tijdschrift. Sinds 2014 in Italië.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.