De Turkse politicus Selahattin Demirtas werd veroordeeld tot 42 jaar celstraf
Een Turkse rechtbank heeft donderdag 108 beklaagden, van wie de meesten Koerdisch zijn, veroordeeld tot een gecombineerde gevangenisstraf van 375 jaar voor de dodelijke rellen in 2014. De rellen braken destijds uit toen Koerden in het zuidoosten van het land de straat op gingen vanwege de vermeende steun van de regering aan Islamitische Staat toen deze de Koerdische stad Kobani in Syrië belegerde. Dat schrijft Al-Monitor.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Selahattin Demirtas, momenteel de meest populaire Koerdische politicus van Turkije, werd veroordeeld tot 42 jaar celstraf voor het aanzetten tot de onrust, die resulteerde in de dood van 37 mensen, van wie de meesten aanhangers van Demirtas en zijn partij zijn.
Demirtas zit sinds 2016 nog steeds in de gevangenis, ondanks een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2020 die zijn voortdurende detentie onwettig achtte. Een Turkse rechtbank wees zijn aanvraag voor een nieuw proces woensdag voor een derde keer af.
De vonnissen van donderdag leidden tot een spervuur van boze reacties en deden de ontluikende hoop vervliegen dat president Recep Tayyip Erdogan opnieuw democratische hervormingen zou invoeren na jaren van niet aflatende druk op zijn tegenstanders, het maatschappelijk middenveld en de media. ‘Er is opnieuw een donkere smet op de Turkse rechtsgeschiedenis geworpen’, zegt Tuncer Bakirhan, medevoorzitter van de pro-Koerdische DEM-partij.
Williams kreeg als jongste persoon ooit doodstraf in Pennsylvania
In de Verenigde Staten is een jonge zwarte man eenennegentig jaar na zijn executie alsnog onschuldig verklaard. Alexander McClay Williams werd op zestienjarige leeftijd veroordeeld en geëxecuteerd voor het neersteken van een witte lerares. Decennialang heeft zijn familie beweerd dat hij ten onrechte was veroordeeld. Deze week werd hij door een rechtbank in Pennsylvania vrijgesproken, aldus Philadelphia Inquirer.
‘In 1931 had een witte jury slechts vier uur nodig om Alexander McClay Williams, een zwarte tiener, te veroordelen voor het neersteken van een lerares op de Glen Mills School for Boys in Delaware County’, schrijft de lokale krant. Vijf maanden later werd Williams, zestien jaar oud, geëxecuteerd. Hij was daarmee de jongste persoon in Pennsylvania ooit die ter dood werd gebracht.
Met hulp van de achterkleinzoon van de advocaat die hem tijdens het proces vertegenwoordigde, probeerde zijn familie tientallen jaren lang zijn onschuld te bewijzen, en deze week werd Williams eindelijk postuum in het gelijk gesteld. Het nieuws werd met opluchting begroet door zijn enige overlevende zus (92), meldt Philadelphia Inquirer.
De Tunesische president Kais Saied beschuldigde tijdens een ministerraad op woensdag rechters van corruptie en het beschermen van terroristen, meldt Kapitalis. Kais Saied uitte zijn verontwaardiging over de situatie van de rechterlijke macht in Tunesië en kondigde aan dat er maatregelen worden genomen tegen corrupte rechters.
Kais Saied stelde in de ministerraad de laksheid en de dubbele maatstaven in de rechtspraak aan de kaak. ‘Het is onaanvaardbaar dat de gerechtsgebouwen plaatsen zijn geworden waar geen recht geschiedt,’ zei hij. Waarna hij zijn besluit bekendmaakte dat hij een deel van de rechters zou ontslaan.
De massale ontslagen van rechters vindt plaats op een moment dat de Tunesische president het politieke systeem opnieuw wil vormgeven, na bijna alle macht te hebben overgenomen. In een televisietoespraak zei het Tunesische staatshoofd dat hij ‘waarschuwing na waarschuwing’ had gegeven aan de rechterlijke macht om ‘zichzelf te zuiveren’.
Door maatregel heeft Polen nu recht op 35 miljard EU-steun
Het Poolse parlement heeft donderdag een wetsvoorstel goedgekeurd om een nieuw gerechtelijk orgaan op te richten ter vervanging van de door de Europese Unie aangevochten tuchtkamer, meldt Politico. De controversiële tuchtkamer gaf de Poolse regering de bevoegdheid om zich te bemoeien met de rechtspraak. Zo kon de tuchtkamer onder andere rechters schorsen en hun onschendbaarheid opheffen, zodat ze vervolgd konden worden. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde vorig jaar dat de kamer moest worden geschorst, maar Warschau negeerde de uitspraak en werd veroordeeld tot een boete van 1 miljoen euro per dag.
‘Het is een schijnvertoning bedoeld om Brussel te misleiden’
Met de opheffing van de tuchtkamer wordt de weg vrijgemaakt voor Warschau om miljarden euro’s aan EU-gelden te ontvangen, in het kader van coronasteun. Brussel had het immers een bedrag van meer dan 35 miljard euro aan hulp en leningen aan Polen opgeschort als onderdeel van haar rechtsstaatgeschil met de nationalistische regering.
Critici zeggen echter dat de nieuwe wet geen oprechte poging is om de hervormingen ongedaan te maken. Laurent Pech, professor in Europees recht aan de Middlesex University in Londen, waarschuwde zelfs dat het wetsvoorstel slechts een naamsverandering is.
Waarom moest de noodtoestand worden verankerd in de grondwet? Om wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, schampert weekblad Politis.
Momenteel worden er twee artikelen van de grondwetswijziging behandeld door de leden van de Franse Nationale Vergadering, waarvan de verankering van de noodtoestand in de grondwet het belangrijkste is. Maar het debat gaat eigenlijk alleen over artikel 2 van het wetsontwerp: de ontneming van de nationaliteit.
Voorbijgegaan wordt aan artikel 1. Dat dreigt zonder slag of stoot te worden aangenomen. Dit eerste artikel is echter een vlucht naar voren op het gebied van de veiligheid, in aansluiting op de wet op de inlichtingendiensten en de toekomstige wet ‘ter versterking van de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de financiering ervan, en met de doeltreffendheid en de waarborgen van de strafrechtelijke procedure’. Over het uit elkaar halen van de behandeling van die onderling samenhangende wetten heeft de regering nog amper uitleg hoeven geven.
Vraag der vragen
Waar dient deze verankering van de noodtoestand in de grondwet toe? Op deze essentiële vraag heeft premier Manuel Valls de commissie wetgeving van het Franse parlement op 27 januari drie antwoorden gegeven:
De eerste reden is van juridische aard. Het gaat er volgens de premier om ‘een onwrikbare grondwettelijke basis te verschaffen aan de noodtoestand’. Deze regeling ‘die wordt toegepast in uitzonderlijke omstandigheden en die het vaakst is toegepast in de Vijfde Republiek’, is de enige die niet is verankerd in de grondwet. Er zou dus juridische leemte worden opgevuld: ‘Vanuit het oogpunt van grondwettelijke jurisprudentie moeten dus alle tijdelijke bevoegdheden die aan de autoriteiten worden verleend in het kader van de noodtoestand kunnen worden gewettigd. Een grondwettelijke basis verschaffen aan de noodtoestand houdt in dat de maatregelen van de administratieve politie als bepaald in de wet van 1955 worden geconsolideerd.’
Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet
Het is in verband met deze leemte dat Manuel Valls op 20 november in de Senaat zei dat het ‘riskant’ zou kunnen zijn om de Grondwettelijke Raad te raadplegen over het wetsontwerp ter verlenging van de noodtoestand en ter aanscherping van de bepalingen ervan.
Met andere woorden: Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet.
Toch is dat argument zeer discutabel. Zoals de groen-linkse parlementariër Sergio Coronado al zei: ‘De Grondwettelijke Raad heeft al in 1985 erkend dat het feit dat de noodtoestand niet in de grondwet is opgenomen de wetgever niet hoeft te beletten hem af te kondigen. Ook heeft de Raad, toen hem de vraag werd gesteld of het huisarrest zoals dat wordt toegestaan door de wet op de noodtoestand van november 2015 in overeenstemming is met de grondwet, dit bevestigd. Bovendien heeft de Raad van State (Conseil d’État) in zijn advies over het voorontwerp van de wet inzake de verlenging van de noodtoestand gesteld, dat de noodtoestand niet in de grondwet hoefde te worden opgenomen. Om vervolgens het tegenovergestelde te stellen in zijn advies over de ontwerp-grondwet die nu werd ingediend. Het leek dus juridisch niet echt noodzakelijk de noodtoestand in de grondwet te verankeren.
De tweede reden is dat de gelegenheid zich voordoet. Manuel Valls stelt dat hij ‘de herziening van de wet van 1955 wil voltooien’. ‘Sommige maatregelen konden niet worden opgenomen in de wet van 20 november om redenen van jurisprudentiële aard,’ zo verklaarde hij tegenover de commissie wetgeving van de Nationale Vergadering, en hij kondigde aan op korte termijn een wetsontwerp te zullen indienen. Wat zou dus nóg een reden kunnen zijn om de noodtoestand in de grondwet te verankeren?
We weten niet wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden
Een gedachtewisseling tussen het parlementslid Alain Chrétien (Les Républicains) en de minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Cazeneuve, tijdens een debat over de noodtoestand en het strafrecht, begin januari, kan wellicht opheldering geven. De afgevaardigde beklaagde zich over het feit dat zijn amendement in november werd verworpen. Dat amendement was erop gericht bij huiszoekingen computerapparatuur in beslag te mogen nemen in plaats van alleen een kopie te maken van de gegevens.
Terloops verzekerde hij dat de voorzitter van de commissie wetgeving, Jean-Jacques Urvoas, die inmiddels is benoemd tot minister van Justitie, had ‘erkend dat dit amendement zeer zinvol geweest zou zijn’.
Hetgeen ook de opvatting was van Cazeneuve in zijn antwoord: ‘Zelf zie ik geen enkele reden om bezwaar te maken tegen een maatregel waarvan ik wel degelijk het nut en het belang inzie (…) De reden dat uw amendement door de regering is verworpen toen u het indiende, was onze overtuiging, op basis van een juridische analyse die volgens mij zeer weloverwogen was, dat het ongrondwettelijk was. Dat wij nu voorstellen de noodtoestand in de grondwet op te nemen is juist om dergelijke amendementen te kunnen aannemen.’
Artikel 36-1
In de ontwerp-grondwet werd na artikel 36 een artikel 36-1 toegevoegd: ‘Artikel 36-1. – De noodtoestand wordt afgekondigd door de ministerraad, op het gehele grondgebied van de Republiek of een deel ervan, hetzij ingeval van een onmiddellijk dreigend gevaar ten gevolge van een ernstige verstoring van de openbare orde, hetzij in geval van gebeurtenissen die door hun aard en hun ernst het karakter van een openbare calamiteit hebben.
De wet stelt de maatregelen van de administratieve politie vast die de civiele autoriteiten kunnen nemen om dit gevaar te voorkomen of deze gebeurtenissen het hoofd te bieden.
Voor verlenging van de noodtoestand voor een periode langer dan twaalf dagen kan alleen bij wet toestemming worden verleend. In de wet wordt de duur vastgesteld.’
Doel van de opneming van de noodtoestand in de grondwet is dus wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, door de grondwet te veranderen. En dat komt neer op vervanging van de rechtstaat door het recht van de staat.
De duur van de noodtoestand wordt niet beperkt
Dan de laatste reden die door Manuel Valls werd genoemd: het zou erom gaan ‘te voorkomen dat de noodtoestand wordt gebanaliseerd of dat er overmatig gebruik van wordt gemaakt’. Een lofwaardig streven, waar je echter om drie redenen een vraagteken bij kunt zetten.
In de eerste plaats: het feit dat de noodtoestand wordt ‘afgekondigd’ in de ministerraad, impliceert niet dat de ministers debatteren over de vraag of het wel zinvol is. Sommige parlementariërs, onder wie de nieuwe voorzitter van de commissie wetgeving, Dominique Raimbourg, hadden er de voorkeur aan gegeven ‘te schrijven dat er over de noodtoestand wordt “besloten”, een term die lijkt te bevorderen dat er collectief over wordt beraadslaagd.’
In de tweede plaats omdat de duur van de noodtoestand in het wetsvoorstel van de regering niet wordt beperkt. Toen hij hierop werd aangesproken toonde Manuel Valls – die recentelijk tegenover de BBC had verklaard dat ‘de noodtoestand moet worden verlengd totdat we zijn verlost van IS’ – zich niet bereid in te stemmen met amendementen die de verlenging van de noodtoestand door parlementariërs – tot bijvoorbeeld vier maanden – zouden beperken. De premier zag er een beperking van de prerogatieven van het parlement in, dat zich niet zou kunnen aanpassen aan bepaalde maatschappelijke crises.
Delicaat
Ten derde kun je alleen maar ongerust zijn wanneer je Manuel Valls tegen onze volksvertegenwoordigers hoort zeggen dat het ‘delicaat’ zou zijn in de grondwet te verbieden dat het parlement wordt ontbonden tijdens de noodtoestand, een voorzorgsmaatregel waarop met name wordt aangedrongen door Roger-Gérard Schwartzenberg (PRG) en Jean-Christophe Lagarde (UDI).
Tegen hen voerde de premier zelfs een argument aan dat wijlen [de zeer rechtse oud-minister] Charles Pasqua niet verworpen zou hebben: als de noodtoestand in mei en juni 1968 was afgekondigd, had generaal De Gaulle dan de Nationale Vergadering kunnen ontbinden? Waarop de voorzitter van de UDI antwoordde: ‘Het punt is dat we niet weten wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden.’
Dat is inderdaad de hele vraag van de verankering van de noodtoestand in de grondwet. In dit geval hadden de afgevaardigden en senatoren er goed aan gedaan het voorzorgsbeginsel toe te passen.
Bombarderen of niet bombarderen? Daarover gaat de discussie in het Westen als het IS betreft. Maar volgens de Libanese nieuwssite Now hebben militaire acties geen zin. Alleen door te proberen Irak nu eens écht te begrijpen, kunnen we een begin maken met een oplossing.
Op dit moment heeft Amerika twee opties om IS te bestrijden, en die zijn geen van beide militair van aard. De eerste, een noodoplossing die in de toekomst wel eens contraproductief zou kunnen werken, houdt in dat het evenwicht tussen soennieten en sjiieten in Irak en de hele regio wordt hersteld. Daarvoor is het noodzakelijk dat Washington zich krachtig opstelt tegenover Iran, maar dat is een politiek die Obama zichtbaar tegenstaat. Dit ondanks het feit dat een nucleair akkoord met Teheran naar zijn eigen zeggen de VS de vrijheid zou bieden om zich zonder angst voor een nucleaire countdown te kunnen concentreren op de destabilisatiepolitiek van Iran.
De tweede optie is Irak écht begrijpen – iets waar de Amerikanen niet voor openstaan, zoals Obama veelvuldig heeft herhaald. Amerika moet het idee loslaten een natie op te bouwen, en er juist voor zorgen dat het hele Midden-Oosten zich ontwikkelt tot een regio waarin gerechtigheid het wint van het recht van de sterkste.
Pech gehad
Om IS te ontmantelen moet Amerika eerst begrijpen wat de oorzaken zijn geweest voor het ontstaan van deze organisatie. Helemaal omdat Washington grotendeels verantwoordelijk is voor de situatie waaruit deze ergste terroristische groepering op aarde uiteindelijk is voortgekomen.
Als u een Iraakse man bent die begin jaren zeventig geboren is, zoals geldt voor de meeste leiders van IS, dan hebt u vermoedelijk rond uw negende het uitbreken van de oorlog met Iran meegemaakt. In de jaren tachtig ging het op de Iraakse televisie alleen maar over dit conflict en werden de hele dag vaderlandslievende liederen en items met het laatste nieuws van het front uitgezonden. Tijdens deze oorlog werden de Irakezen voortdurend geconfronteerd met de dood van tientallen jonge mensen – ouders, vrienden, buren, naasten. In die tijd behoorden verdriet, sterfgevallen en begrafenissen tot de dagelijkse realiteit.
Irakezen werden voortdurend geconfronteerd met de dood van ouders, vrienden, naasten
In 1991 zou een Iraakse man die begin jaren zeventig geboren was rond de twintig zijn. Op dat moment viel Irak Koeweit binnen, dat vervolgens naar het stenen tijdperk werd teruggebombardeerd door de luchtaanvallen van een coalitie van veertien landen die de hele infrastructuur vernietigden en het Iraakse leger totaal uiteensloegen om het uit Koeweit te verdrijven.
Dat was het moment waarop Washington de sjiieten in het zuiden en de Koerden in het noorden aanmoedigde om hun lot in eigen handen te nemen en tegen Saddam Hoessein in opstand te komen. Maar nadat de dictator de rebellen verpletterend had verslagen, was de enige reactie van Amerika: ‘pech gehad’.
Vervolgens kregen de Irakezen ook nog een zwaar VN-embargo te verduren dat bijna tot hongersnood leidde. Door hyperinflatie daalde de dinar sterk in waarde, waarna de Iraakse regering geen andere keuze had dan het voedsel te rantsoeneren, en dat wordt tot op de dag van vandaag volgehouden.
Net als Obama volgde ook oud-president Bill Clinton dezelfde beleidslijn – zich niet langer in de situatie ter plaatse mengen, maar wel de sancties hand‑ haven – met als enig resultaat dat de Iraakse bevolking nog verder verzwakte. Saddam en zijn handlangers hadden uiteraard geen last van het embargo en hebben het zelfs gebruikt om het weinige wat het land nog kon voortbrengen te plunderen. De rest van de bevolking leed armoede.
De door de Amerikanen beloofde vrijheid was alleen voor de sjiieten weggelegd
Om de internationale sancties te overleven begonnen Irakezen die dicht bij de grens woonden te smokkelen. Na 2003 bleken de zo ontstane netwerken ook heel geschikt om mensen, geld en wapens te leveren voor een opstand die aan meer dan vierduizend Amerikanen het leven heeft gekost. Deze netwerken bestaan nog steeds en maken IS tot een goed geoliede organisatie, ondanks allerlei financiële sancties die door Amerika en de rest van de wereld zijn opgelegd.
Afgezien van de wijdverspreide armoede en de werkloosheid moesten de Irakezen ook nog leven in de greep van een megalomane leider die steeds wreder werd naarmate zijn machts‑ basis verder afbrokkelde. Alsof deze optelsom van armoede, werkloosheid, geweld en economisch isolement nog niet genoeg was, bleven Amerika en zijn bondgenoten Irak bestoken op het punt van zijn programma voor massavernietigingswapens, ook al was dat inmiddels stopgezet. Van tijd tot tijd bombardeerden westerse jachtvliegtuigen Bagdad of andere delen van het land. Operatie Desert Fox in 1998 is daar een voorbeeld van.
Operatie Wraak
Als u een Iraakse man bent die begin jaren zeventig geboren is, en u hebt twee verwoestende conflicten, een VN-embargo, armoede, werkloosheid en de dictatuur van Saddam overleefd, dan hebt u dus de Operatie Iraqi Freedom in 2003 meegemaakt. Maar de door de Amerikanen beloofde vrijheid was alleen voor de sjiieten weggelegd. Was u soenniet, dan was 2003 het jaar dat u er opeens onterecht van werd beschuldigd ofwel een Baath-aanhanger ofwel een terrorist te zijn. Zo raakten de vele duistere gevangenissen uit de tijd van Saddam langzaam vol met soennieten.
Tegenwoordig zijn de Amerikanen en de rest van de wereld ervan overtuigd dat het een grove vergissing van Washington is geweest om de oorlog tegen Irak te beginnen, want dat gebeurde op grond van verkeerde inlichtingen van de onlangs overleden Ahmed Chalabi. Maar dat is enkel het topje van de ijsberg. Chalabi, van wie later duidelijk werd dat hij voor [de Iraanse] generaal Qasem Soleimani werkte, heeft de Verenigde Staten gevoed met valse inlichtingen, niet alleen voorafgaand aan, maar vooral na de oorlog. Onder invloed van Chalabi, dus in feite onder invloed van Iran, is Operatie Iraqi Freedom omgebogen in Operatie Wraak van Iran. De nieuwe Iraakse leiders – voornamelijk uit ballingschap teruggekeerde sjiieten en getrouwen van Teheran – hebben de Amerikaanse macht gebruikt om de fanatieke Saddam-aanhangers, maar tegelijk ook alle soennieten, volledig uit te schakelen.
Arabische en Engelstalige nieuwssite sinds 2007, aanvankelijk geconcentreerd op Libanees nieuws. In 2012 werd de focus verlegd naar het gehele Midden-Oosten.
Mexico wordt al tientallen jaren geterroriseerd door drugsbaronnen. Regisseur Matthew Heineman kreeg het onwaarschijnlijke gedaan; hij filmde in de methlaboratoria, zag de martelingen en was getuige van het corrupte perpetuum mobile waarin de drugswereld en overheid elkaar in stand houden. Met de documentaire Cartel Land dook Heineman in het hart van de drugsduisternis.
Oorspronkelijk wilde Heineman een film maken over de freelance ‘vigilantes’, de zelfbenoemde Border Patrol in Arizona. Maar toen zijn vader een krantenknipsel stuurde over de burgermilities aan de andere kant besloot hij een parallel verhaal te filmen.
Heineman bleef en bleef en kroop onder de huid van de horror, de nachtmerrie die Mexico in stukken scheurt en al meer dan 100.000 doden telt en 20.000 vermisten. Het resultaat is een rauwe, onverschrokken film over de drugsoorlog die de VS en Mexico jammerlijk verbindt.
Cartel Land won de Best Director Award en de Special Jury Award for Cinematography op het Sundance Festival in 2015.
Giancarlo Mazzanti, de Colombiaanse architect die Escobars vesting in een toeristische attractie omtoverde, wil met zijn ontwerpen iets wezenlijks bijdragen aan de gemeenschap, die volgens hem nog altijd door angst wordt beheerst.
Om aan de maatschappelijk behoeften te voldoen moeten er risico’s worden genomen, aldus architect Giancarlo Mazzanti, ontwerper van gedurfde publieke bouwwerken. Volgens deze Colombiaan, die onlangs de Internationale Prijs voor Duurzame Architectuur van het Institut Français d’Architecture heeft gewonnen, wordt de vooruitgang van de bouw in zijn land belemmerd doordat een groot deel van de architectuur in Colombia gebaseerd is op angst.
Het feit dat hij de oude onneembare vesting van de huurmoordenaars van Pablo Escobar uit de jaren tachtig heeft veranderd in een toeristische attractie waar de bewoners van Santo Domingo Savio, een wijk van Medellín, trots op kunnen zijn, was echter niet zozeer een dappere daad als wel een mijlpaal: voor dit Parque Biblioteca España ontving Mazzanti de prijs voor het beste architectonische werk op de VIe Latijns-Amerikaanse Biënnale voor Architectuur en Urbanisme.
Maar dit is niet zijn enige project van culturele betekenis voor een kwetsbare, gewelddadige gemeenschap. Bibliotheek La Ladera in Medellín, kleuterschool El Porvenir in Bosa, de Gerardo Molina-school in Suba, het Museo del Caribe in Barranquilla, het Parque Tercer Milenio in San Vitorino, een sportcomplex voor de IXe Latijns-Amerikaanse Spelen in Medellín, en tal van andere projecten – allemaal hebben ze hetzelfde uitgangspunt: eerbied betuigen aan de mensen die het minste hebben, hun laten zien dat een maatschappij er beter op kan worden door scholing.
‘Mazzanti is gefascineerd door het onderwerp scholing en heeft op dat gebied een belangrijke rol gespeeld. Hij heeft een nieuwe dimensie aan de architectuur gegeven en deze naar een niveau getild waarvan we niet hadden durven dromen, dankzij zijn talent voor creëren en verrassen,’ zegt architect en historicus Alberto Escovar.
Giancarlo Mazzanti, die inmiddels 47 jaar oud is, deed al vroeg van zich spreken. Hij was nog maar pas afgestudeerd aan de Javeriana-universiteit van Bogotá, toen hij de prijsvraag won voor het Museo de Arte Moderno van Barranquilla ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Le Corbusier. ‘Hij behoort tot een generatie voor wie al die architectonische paradigma’s – zoals het functionalisme – niet meer voldeden en die zich, mede dankzij het systeem van prijsvragen voor publieke bouwwerken, anders is gaan uiten,’ verklaart Escovar. ‘Door de vele publieke bouwprojecten maakt de Colombiaanse architectuur twee gouden decennia door.’
Mazzanti voelde zich als kind al aangetrokken tot de stadsmuren van Cartagena, tot forten en tot lego. Hij is totaal niet dogmatisch en respecteert de opvattingen van anderen. Hij is intelligent, theoretisch, geïnteresseerd in geografie en geschiedenis – hij volgde een master in Geschiedenis en Theorie van de Architectuur en het Industrieel Ontwerp aan de Universiteit van Florence – en ook is hij filosofisch onderlegd. Hij citeert Hegel om aan te geven dat hij niet gelooft in het verband tussen esthetiek en ethiek, en [de Mexicaanse auteur] Octavio Paz om het breken met traditie te definiëren als kritische rede, want zonder kritische rede zou er geen vooruitgang bestaan.
Bij een openbare aanbesteding wordt de goedkoopste beloond, niet degene die de beste kwaliteit levert
Hij is een mediafenomeen, maar er zijn ook mensen die twijfelen aan de doelmatigheid van zijn ontwerpen. ‘Ik zie daarin heel fantasierijke, subjectieve ideeën, die de ware taak van de architectuur echter soms in gevaar brengen, namelijk het scheppen van ruimten die geschikt zijn voor het gebruik,’ betoogt architect Daniel Bermúdez, de ontwerper van het pas geopende cultureel centrum Julio Mario Santo Domingo. ‘Zijn oplossingen missen de technische kwaliteit die ze zouden moeten hebben voor duurzame architectuur,’ meent hij. Hoewel hij erkent dat Mazzanti’s ontwerpen moedig zijn, voegt hij eraan toe: ‘Je moet niet overal opvallende, bijzondere dingen willen neerzetten, je moet ook leren bescheiden te zijn.’
Esthetisch vraagstuk
Ondanks dit soort kritiek is Mazzanti vast van plan door te gaan met zijn ‘onbescheiden’ ontwerpen. Vanuit zijn glazen studio naast het Museo Nacional filosofeert en schrijft hij, ontwerpt en droomt hij.
Waarom verkiest u de architectuur van de buitenkant boven die van het interieur?
In Italië heb ik me beziggehouden met het interieur, maar ik ben vooral geïnteresseerd in de publieke architectuur, want dat is de manier om het sociaal welzijn te bevorderen en culturele activiteiten te genereren. Bovendien werk ik over het algemeen in buitenwijken waar armoede en geweld heersen.
Wat geeft het publieke bouwwerk u wat de private bouw u niet geeft?
De betekenis van het publieke bouwwerk is handelen in sociale termen, werken aan welzijn, stedelijke en architectonische verbanden ontwikkelen. Daarbij speelt de politiek een rol, terwijl de private bouw wordt bepaald door persoonlijke smaak en de kans op economisch gewin; het oogmerk ervan is comfort te verschaffen. Als je een huis bouwt, word je geleid door je eigen smaak of door de wensen van een opdrachtgever, en in dat proces raakt het huis op de achtergrond en wordt het een esthetisch vraagstuk.
Maar de architectuur wordt toch bepaald door de esthetiek van degene die het ontwerp maakt?
Ja en nee. Wanneer de architectuur een kwestie van goede smaak is, wordt het een subjectieve kwestie. Ik veroordeel het een noch het ander, het zijn alleen twee verschillende dingen. Wat mij interesseert in de architectuur is het bouwen aan de samenleving, architectuur als instrument van politiek handelen. Ons doel – dat van mij en mijn team – is het omvormen en scheppen van politieke voorwaarden in een maatschappij die behoefte heeft aan wezenlijke veranderingen.
Hoe hebben uw ontwerpen het sociale klimaat veranderd?
Bij elk bouwwerk ligt dat weer anders. Wat we in Medellín met de Biblioteca España voor ogen hadden was een houvast creëren voor een gestigmatiseerde gemeenschap. We wilden een verwijzingselement creëren, een icoon van het stoere landschap. Bij de kleuterschool El Porvenir, in Bosa, hebben de mensen rechtstreeks toegang tot de groenzone, zonder dat de school daar last van ondervindt, en daardoor behoort het gebied meer toe aan de gemeenschap; hetzelfde gebeurt bij de Gerardo Molina-school in Suba. Alle ontwerpen beogen drie dingen: een meervoudig gebruik, een plaats krijgen binnen de stedelijke structuur als een plek van referentie, en ten derde dat de mensen met het minste geld een eersteklas bouwwerk krijgen dat ze zich kunnen toe-eigenen.
Volgens u is een groot deel van de Colombiaanse architectuur gebaseerd op angst. Waarom?
Ik hoor vaak: ‘Pas op, dat moet je zo niet ontwerpen’, ‘dat moet je niet maken, want het materiaal wordt binnen een maand gestolen’. Er is altijd veel angst en verzet tegen verandering. Maar de motor van een stad heet ‘kritische rede’, dat is een begrip van Octavio Paz. Zonder kritische rede geen verandering, en zonder verandering geen vooruitgang. Als ons onderwijs draait om angst, krijgen we angstige mensen die niet in staat zijn met het oude te breken en risico’s te nemen.
Vragen mensen die in de buurt van uw bouwwerken wonen zich ook af waarom deze publieke gelden niet worden aangewend voor het verbeteren van hun huizen en straten, of voor openbare voorzieningen?
Dat komt neer op: geef ik ze vis of leer ik ze vissen? Ik geloof in dat laatste. Een bibliotheek biedt de mensen de mogelijkheid zich te ontwikkelen, en die van Santo Domingo Savio functioneert niet alleen als bibliotheek maar ook als een groot gemeenschapscentrum waar workshops in het starten van kleine ondernemingen worden gegeven en waar jongeren worden gestimuleerd om zich niet bij bendes aan te sluiten. Op die manier verander je de samenleving. De architectuur is niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een mentale.
Hoe ziet u de rol van de overheid bij sociale woningbouwprojecten?
Tegenwoordig vervult de overheid deze taak heel weinig, omdat ze de oplossing van het woningbouwprobleem aan de privésector heeft overgelaten. De overheid moet veel meer ingrijpen. Ze moet meer beleid voeren en meer stedelijke projecten genereren, zoals dat is gebeurd met Metrovivienda – wat een goed voorbeeld van stedenplanning is. De megaprojecten zijn in handen van private partijen en de overheid heeft geen controle over de uiteindelijke kwaliteit.
Moeten steden in de hoogte of in de breedte groeien?
Ze moeten wat dichter worden, vooral de onze. En de groei van de periferie moet worden beteugeld, anders zijn steden niet werkzaam.
Wat voor beleid zou er moeten worden gevoerd bij zo’n hoge mate van informele bouw?
Moeilijke vraag. We zijn niet in staat de bouw van een stad onder controle te houden als 60 of 70 procent informeel is. We zouden mechanismen moeten creëren die ervoor zorgen dat de woningen een zo goed mogelijke kwaliteit hebben, en dat heeft weer te maken met scholing, met workshops waardoor bouwsystemen verbeteren en ruimten beter worden benut.
Tegen welke problemen met aannemers bent u aangelopen?
Tegen de aannemer die bij de bouw uitsluitend geïnteresseerd is in het besparen van zo veel mogelijk geld. Over het algemeen wordt bij een openbare aanbesteding de goedkoopste kandidaat beloond, niet degene die de beste kwaliteit levert.
En architectonisch gesproken?
Ik hoef niet vaak strijd te leveren. Dat komt doordat je ontwerp bij het winnen van een prijsvraag niet ter discussie staat; de aannemer heeft het gewoon uit te voeren. Colombia is in Latijns-Amerika een voorbeeld wat betreft het uitschrijven van prijsvragen, zo gaat het hier al bijna veertig jaar. De prijsvraag is de enige optie in de architectuur om dingen te doorbreken.
Waar komt de kritiek op uw werk vandaan?
Die komt van mensen die het moeilijk vinden dingen te waarderen die zijzelf nooit zouden maken, omdat ze daartoe niet in staat zijn of omdat ze die niet mooi vinden. Hun angst is gebaseerd op een dogma, op één enkele zienswijze op de architectuur. Ik zie tot mijn spijt dat ons land op vele gebieden heel fundamentalistisch is.
Sommige mensen beweren dat u buitenlandse ontwerpen kopieert…
Ik geloof dat het bouwwerk van ideeën en bouwstijlen niet aan één bepaalde plek toebehoort. Wij zijn westerlingen, en wat we doen is ontwerpen maken zoals die ook in Europa of de Verenigde Staten worden gemaakt. Ik ben niet bang voor een soort ‘vervuiling’ die je zou krijgen door ideeën van elders hier toe te passen. Ik geloof niet in identiteiten, en ook niet dat we één enkele vorm van Colombiaanse architectuur hebben.
Hoe moeten we ervoor zorgen dat de architectuur vriendelijker voor onze planeet wordt?
De meesten van ons doen aan duurzame architectuur, en de beroepsgroep meent dat dit voldoende is om druk vanuit de maatschappij te voorkomen.
Wat is duurzame architectuur?
Regenwater opvangen, omstandigheden in de buitenomgeving aanwenden om luchtstromen en ventilatie te genereren in plaats van airconditioning te gebruiken. Maar we moeten veel verder gaan, dat we op een andere manier naar de maatschappij en het milieu moeten kijken. Duurzaamheid bestaat niet alleen uit het verbeteren van energieprestaties, het stoppen met bomen kappen en het verwerken van grassen in het dak van een gebouw. Dat is een nogal naïeve gedachte.
Gekleurd rubber
Waarom krijgen duurzame materialen zo’n warm onthaal?
Er zijn materialen die in de loop der tijd worden afgebroken, die door het milieu kunnen worden opgenomen. Ik heb die wel op een paar plaatsen gebruikt, maar in onze context is dat niet makkelijk. We hebben gewerkt met een bepaald type plantaardige bekledingsmaterialen waarmee je de buitentemperatuur kunt reguleren, met materialen die belangrijke thermische isolatie mogelijk maken, en nu met gekleurd rubber – dat lijkt op kurk – gemaakt van hergebruikte banden.
Waar bent u op dit moment mee bezig?
Met de plannen voor een park langs de Calle 26, in Bogotá, en de bouw van een kleuterschool in Soledad, en ook nog een in Santa Marta. Ik heb net een sociaal woningbouwproject in Spanje afgerond en ben bezig een ander project te ontwikkelen met de architectengroep Elemental de Chile. En ik ben uitgenodigd projecten in Taiwan en in Bahrein te presenteren.
El Tiempo Colombia, dagblad, oplage 1.100.000
Grootste krant van Colombia. Uitgesproken conservatief en centrum-rechts, in tegenstelling tot zijn links-liberale concurrent El Espectador , maar bereid om verschillende standpunten te tonen.
De magistraat die het onderzoek in de corruptie zaak rond Petrobras leidt, is in Brazilië uitgegroeid tot een symbool van de strijd tegen corruptie.
De 42-jarige rechter Sérgio Moro is een bekende en zeer gewaardeerde publieke figuur in Brazilië: in het laatste decennium was er geen corruptiezaak, witwas-affaire of aanklacht wegens belastingontduiking waarin hij geen rol speelde. In 2014 werd hij door een aantal sociale instellingen verkozen tot man van het jaar, vooral wegens zijn werk in de Operatie Lava Jato.
Sérgio Moro laat niemand onverschillig. Door velen wordt hij hogelijk bewonderd als een baken van onkreukbare gerechtigheid, ongevoelig voor het grote geld of voor politieke dwang bij het voor het gerecht slepen van machtige verdachten. Anderen haten hem simpelweg omdat ze in zijn handen vielen, maar er zijn er ook die menen dat hij geen middel schuwt om zijn doel te bereiken, ook niet als hij daarmee de uiterste grenzen van de wet opzoekt.
Toen hij op 14 augustus arrestatie-bevelen liet uitvaardigen tegen 21 van de allerrijkste en machtigste onder-nemers van het land, kwam dat voor niemand in Brazilië echt als een verrassing. Moro had al meermalen laten zien dat de omvang van iemands bankrekening of iemands sociale positie hem geen jota interesseerde als hij het nodig vond om vervolging in te stellen.
De uit Maringá in de zuidelijke staat Paraná afkomstige vader van twee kinderen werd rechter in 1996, een jaar na zijn promotie in de rechten aan de universiteit van zijn geboortestad. In 1998 voltooide hij een vervolgopleiding aan de Amerikaanse Harvard-universiteit. Maar pas door zijn deelname aan een reeks besloten cursussen over witwaspraktijken, georganiseerd door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, groeide hij uit tot specialist op dit gebied. Tegenwoordig werkt hij als federale rechter in de zuidelijke stad Curitiba – waar hij ook hoogleraar is – en is hij een van de drie kandidaten voor een plek in het Federale Hooggerechtshof (het hoogste rechtscollege van het land). Hij werd daartoe voorgedragen door de Braziliaanse Vereniging van Federale Rechters.
In het laatste decennium was er geen corruptiezaak of witwasaffaire waarin hij geen rol speelde
Voordat hij begon aan Operatie Lava Jato leidde Moro de zaak-Banestado [die ging over belastingontduiking van in totaal 7,6 miljard euro met medeweten van de gelijknamige bank], waarin tussen 2003 en 2007 in totaal 97 verdachten werden veroordeeld. Tijdens de operatie Farol da Colina [in 2004] nam hij maar liefst 103 verdachten in preventieve hechtenis, op verdenking van onder andere belastingontduiking, verduistering, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. In het Mensalão- schandaal – rond het kopen van stemmen van parlementariërs (in 2005 en 2006) – werd Moro opgeroepen als extern deskundige bij het onderzoek.
Hij kwam in de loop der jaren met regelmaat oude bekenden tegen: Alberto Youssef bijvoorbeeld, spil in het door Operatie Lava Jato blootgelegde corrupte netwerk, was al eens veroordeeld in de zaak-Banestado.
Sérgio Moro had weer eens het laatste woord
Held
Sérgio Moro is meer dan alleen een vlijtig ambtenaar: hij publiceerde een aanzienlijk oeuvre over zijn specialisme – waarin hij niet alleen juridische aspecten behandelt, maar ook laat zien welke consequenties corruptie heeft op het functioneren van democratische regeringen.
Tot op heden heeft hij zijn aura van onkreukbaarheid weten te behouden en is hij de held van de demonstranten tegen het beleid van president Dilma Rousseff. Weliswaar beklaagde de verdediging zich over de gebruikte methoden, maar de opnamen die hij liet maken van gesprekken tussen sommige beklaagden en hun advocaten kregen landelijke bekendheid toen daaruit bleek dat er in de gevangenis van Catanduvas drugs gesmokkeld werden. Sérgio Moro had weer eens het laatste woord.
António Freitas de Sousa
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.