Tag: records

  • Zeven wereldrecords in negen dagen

    Zeven wereldrecords in negen dagen

    360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer nieuwe atletiek- en marathonrecords.

    Keniaanse topatleet was helemaal niet uit op wereldrecords

    Beatrice Chebet is een uitzonderlijk talent.

    ATLETIEK – De vijfentwintigjarige Keniaanse atleet Beatrice Chebet geldt als ’s werelds snelste vrouw op de lange afstand. In mei vorig jaar liep ze in Eugene (Oregon, VS) als eerste vrouw de 10 kilometer binnen de 29 minuten. Begin dit jaar verpulverde ze in Barcelona het wereldrecord op de 5 kilometer op de weg, waar ze als eerste ruim onder de 14 minuten bleef. Tijdens de Olympische Spelen in Parijs won Chebet goud op zowel de 5 als de 10 kilometer, terwijl ze in 2023 en 2024 de wereldtitel veldlopen veroverde. Dit jaar richt ze zich op het WK atletiek in september in Tokio, waar ze de 5 en de 10 kilometer hoopt te winnen. ‘Na zilver en brons tijdens de vorige WK’s blijft nu alleen nog het goud over,’ zei ze tegen KBC (Kenya Broadcasting Corporation).

    Haar coach, manager en echtgenoot Peter Bii legt in El Periódico uit dat Chebet zo’n uitzonderlijk talent is ‘omdat ze alle afstanden beheerst, of het nu op de baan, de weg of tijdens een veldloop is. Bovendien heeft ze pure snelheid én uithoudingsvermogen. Verder is het een kwestie van slim trainen: geen extreme uitputting, maar precies weten wanneer je moet stoppen.’ Zelf schrijft de atleet haar succes toe aan haar grootmoeder, die haar op de middelbare school aanspoorde om aan atletiek te gaan doen. 

    ‘Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om wereldrecords te lopen, op de een of andere manier gebeurde het gewoon’

    In een profiel voor Pulse Sports Kenya wijst Abigael Wafula erop dat Chebet is geboren in Nandi County in het westen van Kenia, op 2000 meter hoogte. ‘Dat deel van de Grote Riftvallei wordt beschouwd als de wieg van het Keniaanse atletieksucces en heeft talloze wereldtoppers op de lange afstand voortgebracht.’ 

    Chebet geeft nauwelijks interviews en houdt haar privéleven zo veel mogelijk buiten de schijnwerpers. Wel vertrouwde ze de Afrikaanse krant Nation toe dat ze vasthoudt aan haar discipline en haar geloof in God: ‘Ik voel me nederig over mijn prestaties en vereerd dat ik als rolmodel mag fungeren en jongere generaties kan inspireren. Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om wereldrecords te lopen, op de een of andere manier gebeurde het gewoon.’  

    ANP 508464278

    © ANP

    Zeven wereldrecords in negen dagen

    Jacob Kiplimo is de eerste man die halve marathon onder de 57 minuten loopt

    SPORT – ‘Het jaar begint zinderend. Er zijn al zeven wereldrecords gevestigd, allemaal binnen een tijdsbestek van negen dagen’, berichtte World Athletics medio februari. Tussen 8 februari en 16 februari werden in de atletiekwereld aan de lopende band nieuwe wereldrecords gezet. Zo verbeterde onder meer de Noorse Jakob Ingebrigtsen het wereldrecord op de 1500 meter indoor en de Amerikaanse Grant Fisher de wereldrecords op de 3000 en 5000 meter indoor. 

    De Oegandese Jacob Kiplimo zette volgens internationale media wellicht het meest opvallende wereldrecord. Tijdens de halve marathon van Barcelona op 16 februari wist Kiplimo maar liefst 48 seconden van het vorige record af te halen, door de 21.1 kilometer te finishen in een tijd van 56 minuten en 42 seconden. 

    Volgens World Athletics is dat ‘de grootste op zichzelf staande verbetering van het wereldrecord op de halve marathon in de geschiedenis’. Het record stond op naam van de Ethiopische Yomif Kejelcha, die vorig jaar een tijd neerzette van 57 minuten en 30 seconden. 

    ‘Ik wilde een geweldige race neerzetten, maar ik had niet verwacht dat ik het wereldrecord zou breken’

    De 24-jarige Kiplimo is de eerste atleet ooit die een halve marathon onder de 57 minuten wist te lopen. ‘Het was de perfecte race,’ zei hij volgens The Athletic na afloop. ‘Het was de ideale temperatuur (13 graden), er was helemaal geen wind, het circuit was fantastisch – alles ging beter dan verwacht. Ik wilde een geweldige race neerzetten, maar ik had niet verwacht dat ik het wereldrecord zou breken.’ Zo schrijft CNN dat ‘Kiplimo met een gemiddelde van 22,3 kilometer per uur finishte, meer dan twee minuten vóór de Keniaanse Geoffrey Kamworor, die tweede werd’. 

    Hoewel Kiplimo pas 24 jaar is, kent hij al een rijke sportcarrière. Runners World meldt dat hij al drie keer deelnam aan de Olympische Spelen en ‘de jongste Oegandese olympiër ooit werd’ toen hij op zijn 15e deelnam aan de Spelen van Rio. Een paar maanden geleden won Kiplimo in Nijmegen nog de Zevenheuvelenloop, waar hij volgens The Athletic ook nog eens ‘het wereldrecord van 15 kilometer op de weg vestigde’.  

    GettyImages 2199936689
    © Getty Images
  • Guinness World Records, factchecker van het absurde of geldbelust bedrijf?

    Guinness World Records, factchecker van het absurde of geldbelust bedrijf?

    Al meer dan een halve eeuw bundelt het beroemde recordboek van bierbrouwer Guinness de meest krankjorume wapenfeiten. Maar gaat het Guinness World Records nog wel om de meest uitpuilende oogbollen ter wereld of de langste vingernagels (13,06 meter), of is het gewoon big business geworden?

    Een paar zomers geleden bezocht ik het Guinness Storehouse in Dublin. De stad kende ik al goed, maar ik was nog nooit in de brouwerij geweest. Prima rondleiding, je kwam te weten hoe vaten worden gemaakt, je kon een selfie laten printen in de schuimkraag van een pint, en de bar waar de excursie werd besloten bood, naast drank, een panoramisch uitzicht over de stad. Maar wat me het meest bijbleef, was wat ik daar per ongeluk zag.

    1955
    Guinness World Records uitgelicht:

    De eerste editie van het Guinness Book of Records stond in 1955 meteen bovenaan de bestsellerlijst in het Verenigd Koninkrijk. Het jaar daarop werd het boek internationaal gelanceerd; het wordt sindsdien gepubliceerd in honderd landen en in 23 talen, en heeft meer dan 53.000 records in zijn database staan, van serieuze sportprestaties tot de meest bizarre uiterlijkheden. Het boek wordt jaarlijks uitgegeven, niet alle records staan erin omdat het onmogelijk is om alle duizenden inzendingen officieel te controleren.
    Bij veel prestaties is het verbeteren even zinloos als het behalen ervan, bijvoorbeeld het record dat gebroken werd door de man (het zijn vaak mannen) met de meeste lepels op zijn lichaam (58) of de langste gemeten tong, die volgens het ‘India Book of Records’, dat sinds 2006 bestaat voor het bijhouden van plaatselijke records, een Indiase is van 10,8 centimeter.
    De Brit Gary Turner behaalde met zijn erfelijke aandoening – het Ehlers-danlossyndroom waarbij het bindweefsel niet goed is aangelegd – het record dat sinds 1999 staat voor de ‘rekbaarste huid’. Hij kon de huid van zijn buik uitrekken tot een lengte van 15,8 centimeter.
    Behalve ongekende menselijke prestaties en eigenaardigheden heeft ook de Deense dog Freddy een record op zijn naam staan: hij was officieel de grootste hond ter wereld, 1,03 meter hoog; en als hij op zijn achterste poten stond, was hij 2 meter en 29 centimeter. En een stad (Asjchabad, in Turkmenistan) bleek ook een eenzaam record te kunnen verwerven, voor de ‘hoogste dichtheid van gebouwen met een witmarmeren gevel’.
    In de categorie wereldrecords heeft dit jaar een man uit de Verenigde Staten 52 records in 52 weken gebroken. Elke week kwam hij met een nieuwe uitdaging. Bijvoorbeeld ondersteboven aan een rekstok hangen en tegelijkertijd jongleren met vijf balletjes.
    De records zijn allemaal gecheckt door Guinness World Records en worden opgenomen in het officiële wereld­recordboek.
    (360, Amsterdam)

    Een van de tentoonstellingsruimten was afgesloten, althans gedeeltelijk. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. De kamer achter de deur was leeg, op een tafel na. Daarop lag een handvol edities van het Guinness Book of Records. Sinds de basisschool had ik niet meer aan dit boek gedacht. Destijds was het een groot, kleurrijk werk met een harde kaft en zo’n vijfhonderd pagina’s vol foto’s van mensen die rare dingen doen, zoals hun haar heel lang laten groeien of jongleren met messen.

    1294627 copy

    Dit waren boeken die kinderen vrolijk uitpakten met Kerstmis en waarover ze ruzie maakten met hun broers en zussen. Bladerend door de oude edities – 1994, 2005, 2012 – besefte ik voor het eerst dat er een verband bestond tussen het donkere Guinness-bier en het Guinness-boek. Ook had ik ineens honderd vragen die niet in me waren opgekomen toen ik me als achtjarige vergaapte aan de man met de rekbaarste huid of de man die de meeste naalden in zijn hoofd had gestoken.

    Overleven

    Zelfs nu, in het tijdperk van YouTube en TikTok, waarin je jezelf enkel met je telefoon in een mum van tijd roem, rijkdom en erkenning kunt bezorgen voor allerlei prestaties, weet het Guinness Book of Records te overleven. Dat mag een klein wonder heten. Het boek, dat sinds 1999 wordt uitgegeven onder de naam Guinness World Records, biedt nog steeds een lawine aan gekke foto’s en harde feiten.

    Het bedrijf dat het boek publiceert, en dat eveneens Guinness World Records (GWR) heet, heeft wel een ingrijpende gedaantewisseling ondergaan sinds het eerste jaaroverzicht dat ik ooit kreeg, de groen-zilveren editie van 2002. De verkoop is de afgelopen jaren teruggelopen, dus er moesten nieuwe verdienmodellen komen. En die konden niet allemaal rekenen op goedkeuring van de oude GWR-garde. Als ik Anna Nicholas hierover spreek, in de jaren tachtig en negentig hoofd pr, beklaagt ze zich erover hoe de dingen zijn veranderd. Zo zijn de records nu veel meer gericht op sensatie, om te voldoen aan de vraag van een publiek dat de gekste dingen kan vinden op sociale media, wanneer het maar wil. ‘Guinness had er kennelijk geen moeite mee om zijn toegewijde publiek schaamteloos in de steek te laten’, schreef een ooit fervente fan in 2020 in een blog.

    1432599 copy

    Het is vreemd om Guinness World Records – een naar een biermerk genoemd bedrijf dat de meest krankjorume menselijke wapenfeiten in het zonnetje zet – te zien als iets dat zichzelf zou kunnen verloochenen. Dat is net alsof je zegt dat Pizza Express zichzelf verloochent. Maar hoe meer ik me verdiepte in de wereld van de recordbrekers, hoe beter ik het begon te begrijpen. Al is het nog zo absurd – of juist omdát het zo absurd is –, het breken van records is verweven met onze diepste interesses en verlangens. Verdiep je eens grondig in de man die probeert de meeste lepels op een menselijk lichaam te laten balanceren, of in de vrouw met de ambitie om de oudste salsadanseres ter wereld te worden: op den duur ga je geloven dat je rechtstreeks in de menselijke ziel tuurt.

    Springstok

    Op een winderige ochtend aan het eind van de herfst zie ik in het Olympic Park in Oost-Londen een jongeman die, zo geconcentreerd als maar mogelijk is, rondspringt op een springstok. Tyler Phillips – hawaïshirt, lang haar onder een helm en de uitstraling van een Californische surfer – probeert die dag het record te breken van het hoogste aantal opeenvolgende sprongen over auto’s, met een springstok. Achter hem staan vijf taxi’s naast elkaar opgesteld, met telkens een paar meter ruimte ertussen. Een tiental medewerkers van Guinness World Records is getuige van deze poging. Een van hen draagt een blauw met grijs pak met een GWR-logo op zijn borstzak – een pak dat veel personeelsleden, zo hoor ik later, hekelen vanwege de statische elektriciteit die het genereert. Het betreft Craig Glenday, de hoofdredacteur, die toekijkt met de onbewogenheid van iemand voor wie het aanschouwen van een man die met een springstok over auto’s springt nu eenmaal tot zijn dagelijkse werkzaamheden behoort.

    1231402 copy

    Er hangt spanning in de lucht. Nog één keer worden de hoogte van de auto’s (1,88 m) en de ruimtes tussen de auto’s (280 cm) gemeten. Er zijn camera’s om de prestatie vast te leggen. Phillips heeft wat oefenruns gedaan zonder auto’s. Eén keer gaat hij daarbij plat op zijn bek. Ik krimp ineen.

    Dan is het zover. Absolute stilte. Phillips concentreert zich en zet zichzelf in beweging. Hij springt over de eerste auto, de tweede, de derde. Iedereen houdt de adem in. Ook de laatste sprong wordt volbracht. Phillips landt ongedeerd, laat zijn springstok vallen en maakt een feestelijke achterwaartse salto. ‘Yes!’ schreeuwt hij, en hij rent naar Glenday om die te omhelzen. (Inmiddels heeft Phillips zijn eigen record gebroken: in Milaan sprong hij over zes auto’s.)

    Het record uit 2007 van de meeste met het hoofd stukgeslagen wc-brillen binnen één minuut staat op 47

    Al sinds 2001 maakt Glenday deel uit van GWR, wat hem een zeer afwisselend beroepsleven heeft opgeleverd. Ontberingen zijn hem echter niet bespaard gebleven. Toen hij in Istanboel was om een vrouw te ontmoeten die haar oogbollen het verst kon uitpuilen, liep hij door een insectenbeet een infectie op die bijna tot een amputatie leidde. En hij zat ooit een week vast in het uiterste zuiden van Chili met de band Fall Out Boy, die naar Antarctica wilde vliegen om het record te breken van optredens op elk continent in zo kort mogelijke tijd. ‘De mensen daar dachten dat ik ook in de band zat. Wat doet die dikke ouwe vent in Fall Out Boy, vroegen ze zich af.’

    1061784 copy

    Een paar weken na Phillips’ hoogstandje bezoek ik Glenday op het hoofdkantoor van Guinness World Records, in hartje Londen. Het bedrijf heeft meer dan vierhonderd werknemers, en vestigingen in New York, Dubai, Tokio en Beijing, maar het hoofdkantoor zit in een onopvallend gebouw bij Tottenham Court Road. Op het eerste gezicht is het niets bijzonders. Totdat je blik wordt getroffen door objecten als de puck van de langstdurende ijshockeywedstrijd ooit (52 uur en 1 minuut, in 2002) en een kapotte wc-bril van een recordpoging uit 2007 om de meeste wc-brillen in één minuut met het hoofd stuk te slaan (47). Hier stellen Glenday en zijn team de boeken samen en daarmee maken of breken ze de dromen van kandidaat-recordverbeteraars van over de hele wereld.

    Geblinddoekt op één been

    Glenday wil graag dat ik zelf ook probeer een record te breken. Hij bladert door een database van zo’n zestigduizend records om er een te vinden dat gemakkelijk op kantoor te doen is, en niet al te moeilijk te breken. Onze keuze valt op het langst geblinddoekt op één been staan. Het record staat op 31 minuten en 14 seconden. Glenday print zes pagina’s met richtlijnen. Voor gecompliceerdere records kunnen die richtlijnen tientallen pagina’s beslaan, maar in dit geval is het allemaal redelijk eenvoudig. Ik lees dat ik mijn geheven been niet op mijn staande been mag laten rusten, dat twee onafhankelijke getuigen mijn poging moeten timen met stopwatches die tot op een honderdste van een seconde nauwkeurig zijn, dat ik mijn poging ter verificatie door Guinness moet laten filmen en dat zelfs als ik blind zou zijn een blinddoek verplicht is.

    Zoals iedereen die een recordpoging doet, krijg ik drie kansen. Mijn eerste poging strandt op een treurige 3,4 seconden, mijn tweede op 25,06 en mijn derde op 31,03. Ik moet tot mijn schaamte bekennen dat ik toch wat verbaasd ben. Toen ik de richtlijnen las, had een stemmetje mij ingefluisterd: ‘Stel je voor dat dit een tot nog toe onontdekt talent van je is: geblinddoekt op één been staan.’ Nee, ik had niet echt verwacht dat ik het record ging breken, maar het idee dat het heel misschien zou kunnen vond ik toch spannend.

    Als kind dacht ik dat Guinness een soort hogere macht of wereldse autoriteit was. Iets wat altijd al had bestaan. Onzin, natuurlijk. Het begon in 1951 met een meningsverschil. De directeur van Guinness, Hugh Beaver, was op jacht in het Ierse Wexford en zijn gezelschap kon het er niet over eens worden wat de snelste vogel was waarop gejaagd mocht worden. Het bleef aan Beaver knagen, tot hij drie jaar later ineens bedacht dat er waarschijnlijk wel vaker over dit soort zaken werd gekibbeld, en dat er vast behoefte was aan een boek met antwoorden. Met beschrijvingen van wereldrecords, en van de extremen die zich in de natuur voordoen. Zo’n boek zouden ze kunnen neerleggen in pubs die Guinness verkochten. Of gewoon verkopen in de winkel, wat de brouwerij een nieuwe bron van inkomsten zou opleveren.

    ‘Een boek dat ongetrouwde tantes cadeau doen aan hun nichtje’

    Om dit plan te verwezenlijken wendde Beaver zich tot Ross en Norris McWhir­ter, een tweeling die een bedrijf runde dat feiten en cijfers leverde aan de kranten van Fleet Street [van oudsher het centrum van de Britse pers]. De eerste editie, die in 1955 verscheen, was gebaseerd op de nogal uiteenlopende persoonlijke voorkeuren van de broers, maar ook op wat zij gepast vonden. Norris had een hekel aan popmuziek, die volgens hem ‘van voorbijgaande aard’ was, dus bleef het aantal records op dat gebied beperkt. Seksrecords ontbraken geheel. ‘Die kun je uit de medische literatuur halen. Wij maken een boek dat ongetrouwde tantes cadeau doen aan hun nichtje,’ aldus Norris in 1954. In plaats daarvan konden lezers te weten komen wat de hoogste levenslange melkopbrengst van een koe was (147.476 kilo, op conto van de Friese melkkoe Manningford Faith Jan Graceful in Groot-Brittannië). In het voorwoord van de eerste editie stond: ‘Guinness hoopt dat dit boek veel meningsverschillen zal oplossen, en een verhitte sfeer zal omzetten in licht.’

    993789 copy

    Het boek werd razend populair, het jaarlijkse Guinness Book of Records was geboren en de tweeling McWhirter bleef twintig jaar lang aan het roer. Daar kwam een dramatisch einde aan toen Ross in 1975 werd doodgeschoten door de IRA, nadat hij publiekelijk een beloning van 50.000 pond had uitgeloofd voor informatie die leidde tot de veroordeling van terroristen die bommen hadden gelegd in Groot-Brittannië. Norris ging in zijn eentje verder, trad in 1985 af als hoofdredacteur, maar bleef tot 1996 aan in een adviserende rol. ‘Het boek was Norris en Norris was het boek,’ zegt Anna Nicholas. Onder zijn hoofdredactionele leiding werd het hoofdkantoor van GWR een toevluchtsoord voor de grootste excentriekelingen van het Verenigd Koninkrijk, die alle denkbare en ondenkbare records kwamen opeisen: van de zwaarste teckel tot ’s werelds grootste tandenborstel. (Norris was ook uitgesproken rechts – hij had een hekel aan vakbonden en aan de Europese Unie, en zag tijdens de apartheid niets in sancties tegen Zuid-Afrika – hoewel die opvattingen niet duidelijk naar voren kwamen in het boek.)

    GettyImages 1080797854
    Norris (links) en Ross McWhirter, die aan de basis stonden van het Guinness Book of Records, met een van de kleinste bierflesjes ter wereld: een miniatuur van Guinness Stout, in 1974. – © Getty Images

    Vandaag zou iedereen die met zijn vrienden bakkeleit over de vraag wat de snelste vogel is waarop je mag jagen (de middelste zaagbek, met 130 km/u) natuurlijk op internet kijken, en niet in de nieuwste Guinness World Records. Het bedrijf heeft een uitgesproken analoge uitstraling – de objecten die op het kantoor zijn uitgestald, het fysieke van het boek zelf. Maar als ik Glenday spreek in het GWR-hoofdkwartier, in een vergaderruimte die genoemd is naar Elaine Davidson, de vrouw met de meeste piercings ter wereld, beweert hij heel boud dat het tijdperk van informatie-op-aanvraag het boek niet minder relevant heeft gemaakt. Hij kan het sterker vertellen: het digitale tijdperk is voor hen misschien zelfs gunstig geweest.

    Hij positioneert GWR als een soort factchecker van het absurde. Het bedrijf werkt nauw samen met experts op de meest uiteenlopende gebieden, van surfen, architectuur en extreem weer tot robotica en legpuzzels. Glenday stelt dat het boek een autoriteit bezit waarop al die informatie op internet nooit kan bogen: de records die erin staan zijn gemeten, het bewijs is op video vastgelegd, er zijn richtlijnen aan de hand waarvan het record is geverifieerd. ‘Je kunt net zo goed je vraag hardop op straat stellen en kijken wat voor antwoord je krijgt: zo werkt internet,’ aldus Glenday. Hij klinkt een beetje als iemand die is overgevlogen uit 1995 en met mij wil praten over iets nieuws dat internet heet.

    Vier soorten records

    Er zijn, wat mij betreft, vier soorten Guinness-wereldrecords. Type één: records die worden gebroken zonder dat je van een poging kunt spreken. De meeste woorden in een hitsingle bijvoorbeeld (Rap God van Eminem: 1560), of de giftigste adder (de zaagschubadder, Echis carinatus). Type twee: sportieve prestaties. De snelste knock-out in een bokswedstrijd (4 seconden), de langste tenniswedstrijd (11 uur en 5 minuten) enzovoorts. Type drie zijn de records die we ons herinneren uit onze kindertijd en die puur en alleen lijken te bestaan om wat ze zijn: records. Het grootste uit geroosterde sneetjes brood opgebouwde mozaïek (189,59 vierkante meter), de kortste tijd waarin iemand met zijn neus een sinaasappel een mijl voortduwt (22 minuten en 41 seconden) en – misschien de meest legendarische – de langste vingernagels (13,06 meter).

    993696 copy

    Dan is er nog een vierde soort: marketingstunts. Zo vestigde [het Amerikaanse bonenmerk] Bush’s Beans in 2020 het record voor de grootste gelaagde bonendip (493 kg, zeventig lagen), ‘ter ere van de Super Bowl’. Twee jaar eerder maakte de Moontower Pizza Bar in Burleson (Texas) ’s werelds grootste verkoopbare pizza (1,98 vierkante meter). Prijs: 299,95 dollar, exclusief btw.

    Voor sommige mensen illustreert deze laatste categorie hoe diep het bedrijf is gezonken. ‘Ze hebben de intellectuele integriteit van de tweeling verkwanseld,’ zegt Norris’ zoon Alasdair McWhirter. ‘Het ging hen om een kennisgerichte zoektocht, daar liepen ze enorm warm voor. Nu gaat het alleen nog maar om geld verdienen.’ Sinds Guinness in 1997 met een ander conglomeraat, Grand Metropolitan, fuseerde tot Diageo, moet GWR zichzelf bedruipen en is het niet meer een vrijblijvende afdeling van een bierbrouwerij. (GWR is nu eigendom van het Canadese conglomeraat Jim Pattison Group.)

    Tegenwoordig is GWR Consultancy, de tak die in 2009 werd opgericht om tegen betaling beoordelingen uit te voeren, goed voor de helft van de omzet van het bedrijf. Merken die in het kader van een publiciteitscampagne een record willen breken, kunnen nog net niet zomaar een vermelding in het boek kopen; maar vanaf 11.000 pond helpt een GWR-consultant wel mee bij het brainstormen over een recordpoging die de meeste pr oplevert, en krijg je er een officiële beoordelaar bij. In 2022 kreeg Mastercard een stel voetballers zover om het record te breken van de op de grootste hoogte gespeelde voetbalwedstrijd op een paraboolvlucht. Dat gebeurde in een speciaal vliegtuig, op 6166 meter hoogte, tijdens een vlucht waarbij de zwaartekracht korte tijd werd opgeheven.

    993313 copy

    Misschien iets minder indrukwekkend was de stunt waarvoor [de Britse witgoedketen] Currys in 2021 verantwoordelijk was: ’s werelds grootste piramide van wasmachines (13,6 meter), op een parkeerplaats in Lancashire. En zoals elk bedrijf moet GWR zelf ook af en toe voor wat publiciteit zorgen. Vermeldingen die verband houden met opwindende nieuwsberichten, zoals Elon Musk die nu het record heeft voor ‘het grootste bedrag dat één persoon ooit is kwijtgeraakt’, zijn ongekend krachtige uitingen van zelfpromotie; ze zijn een garantie dat de woorden ‘Guinness World Records’ genoemd zullen worden door de grootste mediabedrijven ter wereld, van Sky News en CBS tot de Hindustan Times en The Guardian.

    Wat vindt Glenday van klachten dat de organisatie niet in haar voordeel is veranderd, namelijk meer geld, minder ziel? ‘We hebben niets opgegeven, we hebben alleen een zakelijke kant toegevoegd,’ zegt hij. ‘Het is het oude liedje: nostalgie is ook niet meer wat het geweest is.’ Trouwens, zegt hij, de meeste van deze als recordpoging vermomde marketingstunts halen het boek niet eens.

    Kritiek

    Sinds de invoering van de consultancy-tak heeft GWR meer kritiek te verduren gekregen. De ernstigste klacht betreft de manier waarop het bedrijf zich inliet met Gurbanguly Berdimuhamedow, van 2007 tot 2022 de sterke man van Turkmenistan. (Zijn zoon Serdar zwaait er nu de scepter.) Het regime van Berdimuhamedow gooide mensen zonder proces in de gevangenis, beheerste de media, vervolgde homoseksuelen en vrouwen die een abortus wilden, en discrimineerde etnische en religieuze minderheden. Maar de Turkmeense dictator was ook een fervent GWR-fan. Zijn regering, en aan de regering gelieerde instanties, dienden in de periode 2011-2018 zeven aanvragen voor recordpogingen in. Op zijn instigatie brak de stad Asjchabad het record van ‘hoogste dichtheid van gebouwen met een witmarmeren gevel’. Een toren die hij liet bouwen won het record voor de grootste architectonische afbeelding van een ster. (GWR zei dat ze niet mochten vertellen hoeveel geld Turkmenistan had betaald voor diensten van GWR Consultancy.)

    Glenday geeft nu toe dat de bemoeienissen van GWR met Berdimuhamedow een misstap zijn geweest, gezien de mensenrechtensituatie in Turkmenistan. Het bedrijf haakt nu een stuk minder gretig in op zaken die weleens ‘een politieke invalshoek’ zouden kunnen hebben. ‘Een school in Turkmenistan die een recordpoging wil wagen, daar is niets mis mee. Maar als de minister van Cultuur erachter zit, dan denk je: Wacht even.’

    993248 copy

    De kern van GWR berust bij het werk dat de ongeveer negentig beoordelaars verrichten. Zij moeten feiten van fictie scheiden en voor zover de instelling ‘waardigheid’ kan worden toegedicht, is het hun taak die te behouden. Beoordelaars moeten bij elk evenement een speciaal jasje dragen, precies zo’n kledingstuk dat Glenday droeg bij de springstokpoging, wat voor weer het ook is. Ze mogen tijdens het werk niet eten of drinken, en na diensturen niet aanpappen met degene die een recordpoging heeft ondernomen. Ze nemen een ingelijst certificaat mee naar elke recordpoging, en als die niet succesvol is nemen ze het weer mee terug om het te versnipperen: geen overdreven maatregel, er zijn weleens certificaten uit Guinness-prullenbakken gestolen.

    Vroeger moesten beoordelaars van GWR bij elke recordpoging aanwezig zijn – in de begindagen was dit meestal Norris McWhirter in eigen persoon. Mick Meaney, een Ier die in 1968 probeerde het wereldrecord ‘langst levend begraven liggen’ te verbeteren, bracht 61 dagen door in een doodskist onder een bouwterrein in Kilburn. Hij leefde op ‘biefstuk en sigaretten’ die hem via een buisje werden bezorgd. Zijn ontlasting deed hij in een speciaal aangebrachte afzuigbuis. Maar hij was vergeten een GWR-beoordelaar uit te nodigen om zijn poging persoonlijk te verifiëren, dus werd hem een plek in het boek ontzegd. ‘Eén beoordelaar vloog een keer naar Sydney om risotto te wegen en stapte toen weer in het vliegtuig terug. Dan ben je lang van kantoor,’ aldus Glenday.

    Naast gewone mensen die een bepaald record willen breken, en bedrijven die om publicitaire redenen een recordpoging doen, is er nog een andere categorie: mensen die van het breken van records een ambacht op zich hebben gemaakt, met eigen regels en vaardigheden. Dit zijn de superrecordbrekers, de goden op de GWR-Olympus. ‘Ze hebben een bepaald aura om zich heen, een houding, een aanwezigheid,’ vertelt de ervaren beoordelaar Alan Pixley. ‘Het is zaak je daar niet door te laten intimideren.’

    Geen mens heeft ooit in één minuut zo veel marshmallows gevangen die uit een zelfgemaakte katapult waren geschoten (77)

    Dit is het soort mensen dat elke week een record probeert te breken. David Rush, een leraar uit Boise in Idaho, brak zijn eerste record – het langst geblinddoekt jongleren – in 2015. Sindsdien heeft hij er meer dan 250 gebroken. Geen mens heeft ooit in één minuut zo veel marshmallows gevangen die uit een zelfgemaakte katapult waren geschoten (77), of zo veel T-shirts aangetrokken in 30 seconden (17). ‘Je kunt niet alleen in alles beter worden,’ zegt Rush via Zoom, ‘maar als je ook nog eens de overtuiging hebt dat je ergens beter in kunt worden, vergroot dat je vermogen om dat te realiseren enorm.’

    979384 copy

    Een directe concurrent van Rush is Silvio Sabba, een sportschooleigenaar die even buiten Milaan woont en momenteel de meeste Guinness World Records op zijn naam heeft staan: 193. Sabba heeft een bijzondere gave voor het herkennen van zogeheten soft records: records die de meeste mensen kunnen breken, als ze de zaken op de juiste manier aanpakken. Voor Sabba is het breken van records niet in de eerste plaats een fysieke prestatie, maar een strategische. In dertien jaar tijd heeft hij geleerd een record nooit meer dan een klein beetje te breken, zodat hij, als iemand hem verbetert, diens poging zonder al te veel extra training weer kan overtreffen. ‘Ik verdedig graag de records die ik bezit,’ vertelt hij.

    Onderlinge kameraadschap

    Bijna alle superrecordbrekers roemen de onderlinge kameraadschap. Ze vormen een gemeenschap; velen gebruiken het woord familie. Er is ook een duidelijke patriarch: de 68-jarige Ashrita Furman, al meer dan veertig jaar recordbreker en een bron van inspiratie voor veel leden van de jongere generatie. Rush herinnert zich nog dat hij als kind op tv zag hoe Furman een wereldrecord brak door vijftig halveliterglazen op zijn kin te balanceren. André Ortolf, een 29-jarige Duitser die als specialiteit heeft dingen heel snel op te eten (hoe vloeibaarder het voedsel, hoe beter), zegt dat zijn eerste GWR-boek de editie van 2004 was. Op haast elke pagina kwam hij de naam Furman tegen. ‘Ik realiseerde me: oké, deze man breekt bijna alle records. Dan kan ik er ook wel eentje breken.’

    Furman is nu 68 en woont in New York. Hij bewaart zijn ruim zevenhonderd GWR-certificaten in een doos van doorzichtig plastic in zijn kledingkast. Hij heeft er zo veel dat hij al niet eens meer een certificaat aanvraagt wanneer hij een nieuw record breekt. Dit is een man die precies weet na hoeveel koprollen je moet overgeven, welk merk eieren zich het beste leent om op een plat oppervlak te laten balanceren en welke spieren in je voeten het eerst vermoeid raken als je te lang op een yogabal staat. Hij haalt zijn exemplaar van het eerste Guinness-boek tevoorschijn, dat natuurlijk aardig beduimeld is, en leest voor uit het voorwoord, over het omzetten in licht van de verhitte sfeer waartoe meningsverschillen kunnen leiden. Hij klinkt zo eerbiedig als een evangelist die een passage uit de Bijbel voordraagt.

    Furmans carrière begon toen hij zestien was, en teleurgesteld in het leven. Op een dag ontmoette hij Sri Chinmoy, een Indiase spirituele leraar die in Queens woonde. Hij besloot vrijwel direct om voortaan diens volgeling te zijn. Ashrita is niet zijn voornaam (dat is Keith), maar de nieuwe spirituele naam die hij aannam, zoals alle volgelingen van Sri Chinmoy deden. Een paar jaar later was een aantal van hen aan het trainen voor een wielerwedstrijd van vierentwintig uur rond Central Park. De bedoeling was om door lichaamsbeweging een transcendente staat te bereiken. Furman, allesbehalve een sportief type, wilde aanvankelijk niet meedoen, maar hij begon zich schuldig te voelen en schreef zich een week voor de race alsnog in. De avond ervoor kwamen de deelnemers bijeen om met hun leraar te mediteren. ‘En hij zei, gewoon voor de lol: hoeveel mijl denken jullie af te gaan leggen? De besten dachten: misschien 300 of 325 mijl. En mijn leraar zei tegen mij: “En jij Ashrita? 400 mijl?”’

    45493 copy

    Furman ging direct naar huis en schreef zijn testament, uit angst dat de wielerwedstrijd hem het leven zou kosten. Zijn bezittingen, waaronder een konijn en wat vogels die hij in
    goochelshows voor kinderen gebruikte, liet hij na aan zijn kamergenoot. De volgende dag fietste hij zonder training 405 mijl en eindigde op een gedeelde derde plaats. Het was hem ‘simpelweg’ gelukt door te mediteren, zegt hij.

    Deze kracht heeft hij gebruikt om honderden records te breken. Hij springstokte op de Zuidpool, liep 120 kilometer met een melkfles op zijn hoofd en won een aardappelzakloop van een jak in Mongolië, en dat allemaal om Sri Chinmoy bij een breder publiek bekend te maken. ‘Ik besefte wat ik allemaal kon. En ik niet alleen,’ zegt hij. Hij herhaalt wat Rush vertelde: ergens de beste in zijn is niet aangeboren. Het is iets wat je besluit te doen.

    De wereldrecords van Guinness zijn een manier om de waarde van menselijk streven te erkennen, wat het ook behelst

    GWR mag dan een bedrijf zijn, voor de mensen die een recordpoging doen is het veel meer dan dat. George Kaminski, die tot 2007 een recordverzameling klavertjes vier bezat, plukte die allemaal op het terrein van gevangenissen in Pennsylvania, waar hij een levenslange straf uitzat. De vrouw met de langste vingernagels, Diana Armstrong, heeft niet de langste vingernagels omdat ze met haar foto in een boek wil staan, maar omdat ze besloot ze nooit meer te knippen nadat haar dochter, met wie ze altijd haar nagels liet doen, op zestienjarige leeftijd overleed.

    Ik vroeg iedereen die ik sprak of het bijhouden van wereldrecords volgens hen belangrijk was. ‘Wat versta jij onder belangrijk?’ vroeg Rush. ‘Het gaat erom wat jij of andere mensen belangrijk vinden.’ De Olympische Spelen waren aanvankelijk gericht op krijgskunst: speerwerpen, hardlopen, worstelen. Er zijn nieuwe categorieën toegevoegd: basketbal, skateboarden. Maar de meeste prestaties die we waarderen, op de Olympische Spelen en elders, zijn willekeurig. De wereldrecords van Guinness zijn een manier om de waarde van menselijk streven te erkennen, wat het ook behelst: om de prestatie op zich te huldigen. Anna Nicholas weet nog wel wat zij zo fascinerend vond aan werken bij GWR: ‘Nergens anders vond je zo’n volkomen inclusieve gemeenschap. Het maakte niet uit wie je was of waar in de wereld je was: je kon een fenomenale recordbreker zijn op je eigen gebied en je stempel drukken op de wereld.’

    1917245 copy

    Een paar maanden na mijn ontmoeting met Furman spreek ik Glenday opnieuw. Hij heeft een frustrerende week achter de rug: een poging tot ‘hoogste bungeejump gecombineerd met het dopen van toast in gekookte eieren’ mislukte door een uitzonderlijk harde wind. Maar hij blijft monter. ‘Het is gewoon spannend om te lezen over zaken die nooit in je zouden zijn opgekomen, of die je je nooit hebt kunnen voorstellen. Je krijgt een adrenalinekick van zo’n ontdekking. Dat gaat niet over. Ik krijg die kick nog steeds als ik dingen zie die ik nog nooit heb gezien. Wat dacht je van een hond en een kat, samen op een scooter? Die hebben we dit jaar.’

    2216468 copy

    Op een dag log ik in op Zoom om te zien hoe Ortolf, de jonge recordbreker die heel snel kan eten, zijn volgende record probeert te breken: het snelst 500 gram M&M’s op kleur sorteren, met maar één hand. De houder van de titel, een man uit Perth, heeft dit in 1 minuut en 33,03 seconden voor elkaar gekregen. Ortolf heeft in zijn huis in Augsburg zeven schalen van gelijke hoogte voor zich neergezet, plus een camera op een statief. Hij opent de zak met M&M’s, leegt die in een van de kommen en toont de nu lege zak aan de camera, aan mij en zijn andere getuige, een vriend. Hij gaat zitten, houdt zijn linkerhand achter zijn rug, legt zijn rechterhand plat op tafel. Een paar keer haalt hij rustig adem. De timer start, en hij begint. Hij heeft een techniek ontwikkeld: eerst blauw, omdat hij die het gemakkelijkst ziet.

    2796840 copy

    Het enige geluid zijn de afgemeten ademhaling van Ortolf en het ritmische getik van de blauwe chocola op keramiek. Daarna volgen de bruine, de groene, de gele en de oranje M&M’s. De laatste kleur kan hij eruit scheppen. Op het moment dat de laatste handvol in de schaal belandt, stopt zijn getuige de klok: 1 minuut en 27,45 seconden. Weer een record op zak, zijn honderdvierde. Een brede glimlach verschijnt op Ortolfs gezicht. ‘Yes,’ zegt hij. ‘Yes!’

    Lees ook:

  • Hoe freediver Alenka Artnik onder water aan haar wereld ontsnapte

    Hoe freediver Alenka Artnik onder water aan haar wereld ontsnapte

    De Sloveense freediver Alenka Artnik brak vele records. Dat was niet de enige mijlpaal die Alenka behaalde: om op één ademteug zo diep te kunnen duiken moest ze eerst haar problematische verleden en haar doodswens overwinnen.

    Op een balkon op de derde verdieping zit een meisje met haar poppen te spelen. Midden jaren tachtig in Koper, een Joegoslavisch stadje aan de Adriatische Zee. Het is hoogzomer. Naast het meisje staat een grote teil water, waarop bloemblaadjes drijven die van haar moeders planten zijn gevallen. Het meisje gaat in de teil zitten. Ze houdt haar poppen een voor een onder water om ze te laten zwemmen – haar zeemeerminnen. Ze wil weten hoe het voelt als je je onder water beweegt. Nog even en ze zal het zelf ervaren. 

    De vader van het meisje neemt haar mee naar het strand, waar ze een bassin met zeewater in loopt. Ze haalt adem, duikt onder en duwt zich met haar armen vooruit. Ze is zo betoverd door deze stille, andere wereld dat ze de betonnen muur vol schelpen niet ziet en er met haar voorhoofd hard tegenaan stoot. Haar bloed trekt een kringelend spoortje door het zoute water. 

    Een eenzame vrouw staat op een smalle voetgangersbrug. Het is winter 2010 in Ljubljana, Slovenië. Het is nacht, en het water diep beneden is donker en koud. Meer dan twee decennia zijn verstreken sinds haar bloed in het zeewater terechtkwam, en sindsdien heeft ze heel veel meer verdriet, pijn en verlies geleden. De vrouw roept zachtjes naar het universum. Ik kan niet meer. Als ze over de leuning klimt en springt, is alles voorbij. 

    Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld

    Een duikster drijft op haar rug boven een diep gat in zee. Het is juli 2021, op de Bahama’s. Ze heeft een dun neopreen pak aan, een lampje op haar voorhoofd en een monovin van koolstofvezel, waardoor ze eruitziet als een zeemeermin. Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld. Slechts een paar mensen, allemaal mannen, zijn op één ademteug dieper de oceaan in gedoken dan zij. Op een dag zal ze hen misschien overtreffen. 

    Geen beweging in haar gezicht, en ook haar hoofd is leeg. Met opzet: voor denken is kostbare zuurstof nodig, en de lucht in haar longen moet voldoende zijn om haar bijna 120 meter diep omlaag te brengen in Dean’s Blue Hole, waar het zo donker is dat geen hand voor ogen zou zien als haar lampje zou uitgaan. Dezelfde ademteug moet haar uit de duisternis ook weer terugbrengen naar de zonnestralen, die breken in het turquoise water.

    210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven

    210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven, waar het gewicht van het water haar stevig in zijn greep houdt en haar longen doet krimpen tot ze zo klein zijn als tennisballen. Waar haar hartslag vertraagt tot 30 slagen per minuut en haar bloedvaten zich vernauwen om te voorkomen dat er bloed naar haar armen en benen stroomt. Waar ze zal flauwvallen wanneer ze bij het naar boven komen te weinig zuurstof heeft en erop vertrouwt dat de veiligheidsduikers in hun witte vesten haar naar de oppervlakte zullen trekken, haar naam zullen roepen en op haar oogleden zullen blazen om haar adem-haling te stimuleren en haar ervoor te behoeden nog verder weg te drijven in de richting van de dood.

    Negen maanden heeft de duikster voor dit moment getraind. En geleden. Haar adem zo lang ingehouden, zo vaak – onder water, tijdens het lopen, liggend op bed – dat toen haar mond eindelijk weer openging ze zich inbeeldde dat ze het hele uitspansel inademde. Nadat ze zo vaak zo diep had gedoken, voelde ze zich aan het einde van de dag te moe om zelfs maar de sleutel in het slot van de voordeur te steken. 

    Maar wacht, dat tijdsbestek klopt niet. Ze heeft zich niet slechts negen maanden, maar haar hele leven voorbereid. Vlakbij, vanaf een drijvend platform, begint een scheidsrechter met een roze hoed met brede rand af te tellen: ‘Vijf, vier, drie, twee, één… Top time!’ De duikster haalt lang en diep adem en hapt dan luidruchtig naar lucht, als een vis op het droge. Acht korte ademteugen die haar longen tot barstens toe vullen. Dan draait ze zich zachtjes op haar buik en duikt als een eend, met het hoofd vooruit, langs het touw omlaag. Ze sluit haar ogen. Een paar slagen met haar staartvin en de zeemeermin is verdwenen. Er volgt nog een aankondiging: ‘Alenka Artnik, Slovenië, 118 meter, een nieuw wereldrecord!’ 

    Landdieren

    Bijna zesduizend mensen hebben de Mount Everest beklommen. Slechts enkele tientallen hebben een freedive van 100 meter in de oceaan gemaakt. Wij zijn landdieren, en als we niet op jonge leeftijd leren zwemmen wekt open water oerangsten in ons op. We raken in paniek als we onze adem inhouden. Gemiddeld kan een mens dat 60 seconden. 

    Maar wanneer ons voedsel of veel geld of roem in het vooruitzicht wordt gesteld, kunnen we tegen ons instinct ingaan. Eeuwenoude bergen schelpen, gevonden in uiteenlopende gebieden als het Verre Oosten en de Oostzee, wijzen erop dat onze voorouders duizenden jaren geleden in ondiepe stukken van de zee naar parels en schelpdieren hebben gedoken. 

    Niemand kan met zekerheid zeggen wie als eerste echt diep heeft gedoken, maar er is veel voor te zeggen dat het Haggi Statti was. Het sponsduiken had deze Griek reeds zijn trommelvliezen gekost, toen een Italiaans marineschip in 1913 in de buurt van Kreta zijn anker verloor. Statti zei dat hij het wel zou terugvinden. Hij bond het ene einde van een touw aan een vlot en het andere aan een steen, die hij bij het duiken stevig onder zijn arm klemde. Op de bodem, 76 meter diep, vond hij het anker, maakte het vast en trok zichzelf naar boven.

    Freediven

    Freediven is pas in de twintigste en eenentwintigste eeuw uitgegroeid tot een professionele sport. Twee rivaliserende organisaties kennen elk aparte wereldkampioenschappen en officiële records: de Confédération Mondiale des Activités Subaquatiques (CMAS) en de Association Internationale pour le Développement de l’Apnée (AIDA), de veruit breedst erkende vereniging voor het wedstrijd- freediven.

    Het freediven, of het diepteduiken, kent verschillende disciplines. In het zwembad bijvoorbeeld, waar je zo ver mogelijk onder water moet zwemmen, of je adem zo lang mogelijk moet inhouden terwijl je onbeweeglijk op je buik ligt met je gezicht in het water. In de zee zijn de meest ‘pure’ disciplines van het freediven die waarbij de duiker een klein gewicht draagt dat hem helpt om te dalen, maar dat hij moet vasthouden als hij naar boven komt.

    En dan is er ook nog de variant waarbij je zo diep mogelijk langs een touw naar beneden duikt en met een ballon weer omhoog gehesen wordt. Het kan gevaarlijk zijn, daarom dalen duikers nooit alleen af, maar altijd met een buddy.

    Decennialang leek wat Statti had gedaan verbazingwekkend, abnormaal. Midden jaren twintig waarschuwde een arts in dienst van de Franse marine dat 50 meter voor een mens de absolute limiet was bij het diepzeeduiken. Nog dieper en je zou worden platgedrukt. 

    Maar toen, in 1962, dook Enzo Maiorca, een Italiaanse harpoenvisser die zijn grote angst voor de zee had overwonnen, zonder duikuitrusting 51 meter diep, waarbij hij een met gewichten volgepakte slee gebruikte om zijn afdaling te versnellen en een luchtballon om weer omhoog te komen. Hij kwam ongedeerd weer boven. Veertien jaar later haalde zijn Franse rivaal Jacques Mayol met dezelfde techniek 100 meter. Hun prestaties vormden in 1988 de inspiratie voor de film The Big Blue en daarmee voor een hele generatie freedivers.

    Het meisje op het balkon in Koper hoort daar niet bij. Ze heet Alenka Artnik en eind jaren tachtig valt haar geboorteland Joegoslavië uiteen.

    Op een ochtend in de zomer van 1991 komt haar moeder Vida de kamer in die Alenka deelt met haar oudere zus Tjasi en vertelt de meisjes dat de oorlog is begonnen. Tien dagen later is die voorbij, althans voor Slovenië, dat onafhankelijk wordt, terwijl de rest van Joegoslavië verzinkt in chaos.

    Maar bij de Artniks thuis is het altijd chaos. Vida was pas achttien toen ze met Franc trouwde, een gescheiden man die de voogdij had over zijn zoontje Simon, wat in die tijd ongebruikelijk was. Simon, een knappe, atletische jongen, is tien als Alenka wordt geboren. Al voordat hij van school gaat, is Simon verslaafd aan heroïne. 

    Franc en Vida sturen Simon naar een afkickkliniek in Italië en vervolgens drie jaar naar Thailand. Als hij weer thuiskomt, is hij clean. Zijn vader Franc, een alcoholist, is dat niet.

    Franc is altijd een trotse, onafhankelijke man geweest, die zich aan de Communistische Partij nooit iets gelegen heeft laten liggen. Door de week heeft hij een succesvol loodgietersbedrijf. In de weekends verdwijnt hij urenlang in het bos om kruiden, wilde asperges en paddenstoelen te zoeken. De dennennaalden die uit zijn kleren vallen als hij weer thuiskomt, brengen de geur van het bos mee.

    Maar kort nadat de problemen met Simon beginnen, verergert Francs drankzucht. De ene week is hij dronken, de andere nuchter. Er zijn dagen dat hij niet meer op zijn benen kan staan. Wanneer Alenka, die nog op de basisschool zit, thuis drank vindt, giet ze die door de gootsteen. Franc koopt steeds meer drank. Zijn zaak gaat failliet, Vida werkt als kokkin in een fabriekskantine.

    Het nu

    Ze scheidt van Franc, maar ze blijven onder hetzelfde dak wonen. Hij slaapt in de woonkamer, en zodra Vida thuiskomt van haar werk vlucht ze naar haar slaapkamer.

    ’s Nachts hoort Alenka haar moeder huilen en ze is bezorgd dat die zichzelf iets zou kunnen aandoen. Ze omarmt haar deken alsof het haar moeder is. Als ze aan de ellende wil ontsnappen, stopt ze een gele cassette in haar cassettespeler en verliest ze zich in het verhaal van Heidi, het weeskind dat samen met haar opa in de Alpen woont. 

    Simon heeft een terugval, de politie komt aan de deur. Vader en zoon, de alcoholist en de drugsverslaafde, hebben voortdurend ruzie.

    Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water

    Op het strand in Koper, waar Alenka destijds haar hoofd stootte, is een kajakclub. Alenka is negen als ze lid wordt. Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water. Het nu.

    De club wordt haar tweede thuis, een toevluchtsoord. Ze traint elke dag, in het weekend twee keer per dag, en wordt geselecteerd voor het nationale juniorenteam. Steeds vaker spijbelt ze om in haar eentje het water op te gaan.

    In 1998 stopt ze op haar zeventiende met school en vertelt haar ouders dat ze professioneel kajakster wil worden. Dat is weliswaar aannemelijk, maar complete onzin. In werkelijkheid wil ze gewoon weg.

    Maar in plaats daarvan verlaat haar moeder, met wie Alenka zo’n nauwe band heeft, het gezin en gaat met een andere man samenwonen. Alenka’s zus is allang verhuisd naar Ljubljana, de grootste stad van Slovenië, en waar Simon uithangt, weet niemand. Alenka blijft alleen achter met haar vader. 

    De woede en het psychische geweld die zich eerder tegen zijn vrouw en zoon richtten, treffen nu Alenka. Hij geeft haar de schuld van zijn ongeluk en falen en vernietigt zo het laatste beetje zelfvertrouwen dat ze nog heeft. Ze is radeloos en denkt aan zelfmoord. 

    Ik spring van het balkon om je te straffen en je te laten zien hoeveel pijn je me doet.

    Door haar nieuwe leven raakt Vida nog verder van Alenka verwijderd, en in 2001 trouwt ze voor de tweede keer. Het jaar daarop verhuist Alenka, die genoeg heeft van het emotionele misbruik door haar vader, naar Ljubljana, waar ze in een skatewinkel gaat werken om haar kamer in een woongroep te kunnen betalen. Ze drinkt en feest te veel, een uitlaatklep om de druk van haar trauma kwijt te raken. Ze voelt zich eenzaam en ook een reeks liefdesaffaires kan haar niet van haar depressies bevrijden. 

    De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving.

    Op een avond in 2004 belt Simon haar vanuit een afkickkliniek. Ze is te moe om naar zijn verhalen te kunnen luisteren, te moe van haar eigen leven en neemt de telefoon niet op. De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving. Vida heeft inmiddels kanker en na een vijf jaar durende strijd tegen de ziekte overlijdt ook zij. 

    Afgesneden van haar familie voelt Alenka zich niet in staat om adequaat te rouwen over de dood van haar broer en haar moeder. Franc, die nog steeds in Koper woont, kwelt haar uit de verte met zijn manipulatieve gedrag. De last van de ellende van haar familie vergroot haar wanhoop. 

    Ze is zich daar niet van bewust, en op die brug in de winternacht van 2010, gaat ze bijna aan haar verdriet ten onder. Bijna tien jaar zijn verstreken sinds Alenka voor het eerst fantaseerde dat ze van het balkon sprong om haar vader te straffen. Nu ze hier zo alleen naar het water in de diepte staart, is het beetje gevoel van eigenwaarde dat ze nog heeft bijna uitgeput. 

    Maar haar wanhoopskreet naar het universum maakt diep binnen in haar iets los. Ze realiseert zich dat het de last van de ellende in haar familie is, die haar als een gewicht naar deze duistere plek, deze afgrond, heeft getrokken. Ik wil dat niet; het is niet van mij, denkt ze. Ik kan dit niet langer.

    Nu laat ze de last als een zware rugzak van haar schouders glijden en laat hem los. Haar zorgen zijn nog lang niet voorbij, maar Alenka is niet langer verlamd door het verleden. Ze verlaat de brug en gaat naar huis.

    De verlossing

    Zoals zo vaak begint de verlossing met een vriendelijke daad. Een jaar na Alenka’s nacht op de brug wordt ze door een vriend van vroeger uitgenodigd om te gaan zwemmen in een openbaar zwembad. Hij is begonnen met harpoenvissen en zwemt met een paar mannen baantjes onder water om zijn uithoudingsvermogen te verbeteren.

    Alenka haalt adem, glijdt onder water en trekt zich met haar armen vooruit. Ze is weer een kind, diep in de zee bij Koper. Al het lawaai van de wereld is verdwenen, denkt ze. Ik ben alleen en tegelijkertijd ben ik ergens onderdeel van. Voor het eerst in lange tijd voelt ze zich vredig. 

    De volgende dag koopt Alenka een paar zwemvinnen en komt ze zonder adem te halen even ver als de beste mannen. Nieuwsgierig naar deze vreemde bezigheid schrijft ze zich in voor een korte introductiecursus bij Jure Daić, een van de beste freedivers van het land. Daić beschouwt iemand die na zijn tweedaagse cursus 75 meter onder water kan zwemmen – drie keer de lengte van een normaal bad – als een uitstekende zwemmer. Op de tweede dag van de cursus zwemt Alenka één baan, twee banen, dan drie en meer. Bij 92 meter verliest ze een van haar vinnen. In plaats van naar boven te komen, keert ze onder water om, pakt de vin, doet hem weer aan en maakt de baan af. Als ze uit het zwembad komt, is ze boos en zegt dat ze de 120 meter had willen halen.

    De andere cursisten kijken met open mond toe. De meeste hebben de 50 meter niet eens gehaald. Wie is die vrouw? 

    ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen’

    Dat vraagt Daić zich ook af. Alenka lijkt heel leer-gierig en overstelpt hem met technische vragen. Bovendien heeft ze tussen de bedrijven door aan een van Daićs trainers dingen verteld die hem verbazen: ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen.’ 

    GettyImages 157514189
    © Samo Vidic / Getty Images

    Daić vraagt Alenka naar haar verleden en langzaam begint hij het te begrijpen: de oorzaak van haar intense drive is dat ze zo ongelukkig is. Vergeleken met andere topatleten die hij heeft getraind, lijkt ze fysiek niet uitzonderlijk. Maar hij heeft de indruk dat de mentale kracht die Alenka door het overwinnen van haar problemen heeft ontwikkeld, haar sterke punt is. 

    In veel sporten naderen dertigjarigen het einde van hun carrière. Bij freediving ligt dat anders. Duikers hebben niet alleen kracht, flexibiliteit en een buitengewoon vermogen om hun adem te kunnen inhouden nodig, maar ook innerlijke rust, balans en zelfkennis. Als ze te snel te veel willen, is de kans op een burn-out – of erger – groot.

    Net als de kajakclub in haar jeugd wordt het zwembad Alenka’s toevluchtsoord. Iedere ochtend voor ze naar haar werk gaat, glijdt ze soepel onder water, terwijl de zwemmers boven haar zich druk maken. Bij wedstrijden breekt ze al snel nationale records.

    Ook al neemt Alenka’s zelfvertrouwen toe, haar innerlijke pijn blijft. Francs psychologische misbruik gaat gewoon door wanneer ze begint te freediven, maar uiteindelijk laat hij haar emotioneel los en zegt dat hij trots is op haar duiksuccessen. Niet lang daarna overlijdt ook hij aan kanker.

    In 2013 wordt Alenka opgenomen in het Sloveense nationale team, en al snel wordt haar duidelijk dat het een groot verschil is of je de beste van het land bent of de beste van de wereld. Ze traint nu nog harder, te hard. Voor het wereldkampioenschap van 2015 traint ze zo intensief dat ze vijf kilo afvalt. Tegen de tijd dat het kampioenschap begint, is ze zo uitgeput dat ze de finale niet haalt. Maar in plaats van teleurgesteld te zijn – zoals toen ze een van haar vinnen verloor – ontdekt ze dat ook falen voldoening kan geven. 

    En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken.

    Door dit nieuwe zelfinzicht veranderen Alenka’s prioriteiten. Liever dan medailles wil ze haar verloren jaren inhalen, leven, uitzoeken wie ze werkelijk is. En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken. Als ze goed is in freediven in open water, cool. Zo niet, dan ziet ze in elk geval een ander deel van de wereld. 

    In de zomer van 2015 gaat Alenka naar Vis, een eiland voor de kust van Kroatië, waar ze een paar weken wil ontspannen. Ze komt een paar Sloveense vrienden tegen die freediving-cursussen organiseren. Een van die cursussen begint net, vertellen ze Alenka, en wel met een heel bijzondere trainster: Natalja Moltsjanova. 

    Natalja, een Russische atlete met de bijnaam ‘de machine’, was al van kinds af aan een goede zwemster. Toen ze op haar veertiende het freediven ontdekte, duurde het niet lang tot ze die tak van sport onder de knie had. Ze was de eerste vrouw die in een zwembad 200 meter onder water zwom en de eerste vrouw die acht minuten haar adem kon inhouden. Bovendien was ze de eerste vrouw die in de oceaan dieper dan 100 meter dook. Nu, op haar 53e, is Natalja de beste duikster aller tijden en nog steeds houder van de meeste wereldrecords bij de vrouwen, zowel in het zwembad als in de zee.

    Is het het universum dat weer tot Alenka spreekt? Ze was Natalja al eerder tegengekomen bij wedstrijden, maar nu heeft ze de kans haar echt te leren kennen en les te nemen bij een echte kampioene. Alenka annuleert haar vakantieplannen en schrijft zich in voor de cursus. Hun liefde voor katten schept meteen een band tussen de twee vrouwen. Natalja vertelt dat ze net heeft leren surfen en hoeveel ze van de zee houdt. Duiken in een zwembad lijkt op joggen op een loopband, heeft Natalja ooit gezegd, in de zee daarentegen is het net als hardlopen in het bos. 

    In de wateren rond het eiland leert Alenka nog meer over dat verschil. De dichtheid van ons lichaam is iets minder dan die van water, zodat we kunnen blijven drijven maar hard moeten trappen om naar beneden te komen. Maar hoe dieper we duiken, hoe meer water er van boven op ons drukt. Met de toe-nemende druk wordt ook onze dichtheid groter. Ten slotte wordt het te veel en zinken we als een baksteen. We hoeven niet meer te trappelen. De zwaartekracht neemt ons mee, we zijn in vrije val. 

    Met alles verbonden

    Alenka geeft toe aan de druk en dat is een geweldig gevoel. Bij het afdalen is ze alleen in het nu; voorbij het water bestaat niets meer, zelfs haar eigen identiteit niet. Ze is alleen, maar ze voelt zich met alles verbonden. 

    Ik val in het centrum van het universum, denkt ze. Zo moet het voelen om te vliegen. 

    Bij haar diepste duik met Natalja haalt ze 49 meter. Na het afronden van de cursus freediving is Natalja van plan op het eiland te blijven trainen, maar ze krijgt een telefoontje van een rijk echtpaar dat ergens in Spanje privéles wil nemen. Alenka brengt Natalja naar de veerboot en neemt afscheid. Een paar dagen later hoort de verbijsterde duikersgemeenschap op Vis – en op de hele wereld – dat Natalja wordt vermist. Na een les met haar klanten heeft ze een duik gemaakt waarvan ze niet is teruggekomen. Ondanks een uitgebreide zoektocht wordt Natalja’s lichaam nooit gevonden. Men neemt aan dat ze is meegevoerd door sterke onderwaterstromingen.

    Twee maanden later arriveert Alenka met twee koffers, twee wetsuits en twee paar vinnen in de Egyptische stad Sharm-el-Sheikh aan de Rode Zee. Het is oktober 2015, ze is 34. Met een taxi rijdt ze langs de kust door de woestijn naar Dahab, een voormalig vissersdorp dat nu een populaire plaats is voor duiken en snorkelen. 

    Alles daar is overweldigend: de woestijn, de hitte, de taal, het eten. Alenka kent er niemand. Maar het water is magisch. Ze zwemt naar het rif, waar het wemelt van de gele, oranje, paarse en blauwe vissen. Als ze achterom kijkt naar de kust en in de verte de berg Sinaï ziet, huilt ze tranen van vreugde.

    Alenka huurt een vervallen bedoeïenenhuisje. Ze dicht de lekkende wastafels met siliconen, verft de muren en koopt lampen en tapijten in de bazar. Twee loslopende honden en een stel katten trekken bij haar in.

    ’s Morgens springt ze achter in een pick-uptruck om met andere duikers het stukje naar de Blue Hole bij Dahab te rijden, een meer dan 100 meter diep onderwatergat. Door het trainen in het zwembad is ze sterk en ze kan haar adem goed inhouden. De vraag is hoe ze met de extreme diepte zal omgaan.

    Een reeks aangeboren reacties die bekendstaat als de duikreflex van zoogdieren, biedt ons onder water een natuurlijke bescherming. Als je je gezicht in koud water dompelt en je adem inhoudt, vertraagt je hartslag automatisch om zuurstof te besparen. Tegelijkertijd vernauwen de slagaderen zich om ervoor te zorgen dat het bloed uit de ledematen naar de vitale organen stroomt. Dat voorkomt dat je longen platgedrukt worden, want in diep water wordt een enorme druk op het lichaam uitgeoefend. Het probleem is dat ons lichaam ook lege ruimtes heeft. Op zeeniveau is de druk per definitie één atmosfeer. Tien meter onder water is dat het dubbele, enzovoort. Een groot deel van ons lichaam bestaat uit water of vaste stof die niet kan worden samengedrukt. Maar de lege ruimtes, zoals de longen en het binnenoor, bevatten gassen en kunnen onder druk bezwijken.

    Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt

    Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt. Om dat te voorkomen moet een duiker tijdens het afdalen voortdurend lucht in zijn binnenoor persen. Daardoor wordt het trommelvlies weer in zijn natuurlijke positie gebracht en wordt de druk in zijn hoofd weer gelijk aan de druk die er van buitenaf op inwerkt. 

    De eenvoudigste methode om de druk gelijk te krijgen, is je neus en mond dicht te houden, je buikspieren te spannen en lucht uit je longen naar boven te persen. Op grotere diepte gebruiken duikers fysiek zuinigere, maar technisch moeilijkere methoden waarbij ook de tong, de wangen en de keel worden gebruikt.

    Ervaren oceaanduikers doen er vaak jaren over om die drukbalans te realiseren. Maar Alenka, die vertrouwt op de aanwijzingen van haar trainingspartners, onlineduikfora en haar eigen intuïtie, heeft er nauwelijks problemen mee en duikt elke dag dieper. Op nieuwjaarsdag 2016, als het water al onaangenaam koud wordt, is haar beste duik met een monovin 77 meter. Ze weet nu dat ze de diepte aankan. 

    Om bij het dalen lucht te besparen, moet Alenka eerst in een meditatieve, zen-achtige staat komen. Op een dag, als ze zich omdraait om weer naar boven te gaan, ziet ze voor zich opeens het beeld van haar halfbroer Simon, die haar onder water rustig en zelfverzekerd aankijkt. Hij heeft het gezicht van een man die nooit aan de drugs is geweest, de man die hij had kunnen zijn. Simons aanwezigheid geeft Alenka een gevoel van vrede, en ze gebruikt die vrede om zich zachtjes naar het wateroppervlak te bewegen.

    Tranen 

    ’s Avonds, terug in haar huis, probeert ze de gebeurtenis te verwerken. Jarenlang is ze het Simon kwalijk blijven nemen dat hij hun gezin en vooral haar ouders zo veel leed heeft bezorgd. Terwijl de tranen haar over de wangen stromen, voelt ze nu een oneindig medelijden met hem, om alles wat hij heeft moeten doorstaan, om alles wat hij heeft moeten missen. 

    Als Alenka negen maanden na haar aankomst Dahab verlaat, heeft ze tot een diepte van 92 meter gedoken, slechts 9 meter minder dan het monovinwereldrecord voor vrouwen. De wereldkampioenschappen 2016 in Turkije staan voor de deur, en zij is de enige Sloveense duikster die meedoet. 

    Alenka, die in de wereld van het freediven op zee nog volslagen onbekend is, verbaast de concurrentie door de monovinwedstrijd te winnen met een duik van 86 meter. Ook in de discipline met twee vinnen wordt ze eerste en breekt ze bovendien het wereld-record. 

    Aan freediven is een dodelijk risico verbonden. Als je op weg naar beneden te hard perst, kun je een zogeheten longcontusie krijgen, waarbij het longweefsel scheurt doordat het wordt platgedrukt, zodat je bloed opgeeft. Als je de benodigde tijd om weer boven te komen verkeerd inschat, kun je bewusteloos raken omdat de hersenen zichzelf uitschakelen om het beetje zuurstof dat nog in het lichaam aanwezig is te sparen. 

    Door strengere regels en de aanwezigheid van veiligheidsduikers komen dodelijke ongelukken bij free-divewedstrijden weliswaar niet vaak voor, maar toch. In 2013 overleed de Amerikaan Nicholas Mevoli aan de gevolgen van een longblessure tijdens een duik zonder vinnen van 72 meter bij de Vertical Blue, een wedstrijd op de Bahama’s die voor professionele duikers het hoogtepunt van het seizoen is.

    Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken

    In 2018 krijgt Alenka haar eerste aanbod om bij de Vertical Blue te duiken, vlak nadat ze als vierde vrouw ooit 100 meter heeft gedoken, na Natalja Moltsjanova en twee atletes die ook zijn uitgenodigd voor de Vertical Blue. Dat zijn de Japanse Hanako Hirose en Alessia Zecchini, een 26-jarig Italiaans wonderkind dat op haar 13e met duiken begon.

    Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken. De organisatoren passen voor iedere deelnemer de lengte van het touw aan. Aan het einde van dit touw zit een bodemplaat waaraan kaartjes zijn bevestigd. Voor een succesvolle poging moet de duiker als hij weer aan de oppervlakte is gekomen de scheidsrechter een kaartje overhandigen, met vinger en duim het Oké-signaal geven en gedurende 20 seconden met het hoofd boven water bij bewustzijn blijven. 

    Voor haar eerste Vertical Blue-duik heeft Alenka een doel van 100 meter, dat ze met gemak haalt. Een paar dagen later: 103 meter. Dan een meter dieper. Als ze 105 meter bereikt, evenaart ze Zecchini’s wereldrecord. Ook Hirose en Zecchini halen de 105 meter. Elke duikster heeft nog twee pogingen om dieper te komen. Maar een stem in Alenka’s hoofd zegt dat ze het hierbij moet laten. 

    Voor deze dieptes heb je meer tijd nodig, denkt ze. Je bent sterk genoeg om nu te stoppen. 

    Hirose gaat door tot 106 meter en probeert dan 107 meter; bij het omhoogkomen raakt ze bewusteloos. Ook Zecchini duikt naar 107 meter en zegeviert. 

    Alenka’s besluit om na zo’n succesvolle duik af te haken, verwart haar concurrenten. Waarom stoppen wanneer je de kans hebt om te winnen, een nieuw wereldrecord te vestigen en je internationaal te profileren? Alenka heeft niemand om naar terug te gaan, geen partner, geen kind en geen baan. Wat heeft ze te verliezen? 

    Maar Alenka heeft iets geleerd van deze duik: als je aan de rand van de afgrond hebt gestaan en hebt gevonden wat je weer naar de oppervlakte doet terugkeren, namelijk het leven, dan heb je alles te verliezen. Ze voelt een te grote verantwoordelijkheid tegenover het leven om iets alleen maar voor haar ego te doen.

    Daarom heeft Alenka ook nooit een longcontusie gehad, daarom is ze een van de zeer weinige wedstrijdduikers die nog nooit de adem van een veiligheidsduiker op haar oogleden heeft gevoeld om haar uit die zuurstofarme toestand terug te halen. Daarom is ze tot op de dag van vandaag nog nooit bewusteloos geraakt.

    Ze weigert een gevaar voor zichzelf te zijn.

    Alenka blijft nooit lang op dezelfde plek en leeft als een nomade. De eerste helft van het jaar traint ze in de tropen om zich voor te bereiden op de wedstrijden in de zomer. Het is een benijdenswaardig maar eenzaam leven, altijd onderweg, altijd op zoek naar nieuwe trainingspartners. Begin 2019 ontmoet ze op Panglao, een eiland in de Filippijnen, een Zwitserse freediver, Florian Burghardt, die zijn baan bij een bank tijdelijk heeft opgezegd om zich serieus aan zijn sport te wijden.

    Verliefd

    Hij raakt met Alenka aan de praat, ze drinken samen een kop koffie en worden verliefd. Burghardt brengt het hele seizoen met haar door en ziet hoe ze in Honduras 113 meter duikt, een wereldrecord dat Zecchini in dezelfde wedstrijd evenaart.

    Een jaar later, tijdens de pandemie, is het stel terug op de Filippijnen en zitten ze vast in een resort. Omdat de stranden gesloten zijn, slaan Alenka en Burghardt een voorraad tomaten in blik, pasta en olijfolie in en passen ze hun trainingsmethoden aan. Alenka onderneemt wat ze noemt ‘apneu-wandelingen’, waarbij ze haar adem inhoudt terwijl ze tussen de koeien op de weg door loopt. In het steeds troe-beler wordende zwembad van het resort houdt ze 30 seconden haar adem in en zwemt dan tien baantjes, 200 meter, onder water. Onbeweeglijk in het water liggend, verbetert ze haar persoonlijke record adem inhouden tot 6 minuten en 40 seconden.

    Zeemeermin

    De mens is altijd gefascineerd geweest door het mythische beeld van de zeemeermin die soepel door het water glijdt, met zwembewegingen die doen denken aan dolfijnen en walvissen. Ooit is de droom ontstaan deze manier van zwemmen te imiteren. Eind twintigste eeuw probeerden de eerste sporters dat met de monovin, inmiddels een veel voorkomende vrijetijdsbesteding. In een monovin zitten je voeten echt vast, het is moeilijk je ermee voort te bewegen, en het vereist kracht en vaardigheid.

    Maar als je de beweging eenmaal onder de knie hebt, kun je zelfs sneller en dieper duiken dan met gewone vinnen.

    Door de pandemie valt het wedstrijdseizoen 2020 uit, wel worden er een paar kleine, eenmalige evenementen georganiseerd. In Kalamata, Griekenland, brengt Alenka het wereldrecord met twee vinnen op 94 meter, maar door de slechte omstandigheden wordt het niets met haar duik met één vin. Na een korte tussenstop in Zwitserland, waar ze zich met Burghardt verlooft, vliegt ze alleen terug naar Sharm-el-Sheikh en maakt haar doel bekend: 114 meter. Als ze omhoog komt, glijdt ze met een glimlach langs de haar toegewezen veiligheidsduiker, wat hem tot tranen toe roert. Haar ongedwongenheid en zelfbeheersing maken op iedereen diepe indruk. 

    Hoe is dat mogelijk? Hoe kan het dat je op je dertigste totaal geen zelfvertrouwen hebt en nog geen tien jaar later de meest zelfverzekerde duikster ter wereld bent, die zich aan de grootste diepten waagt? Hoe kan het dat een vrouw op het punt staat zelfmoord te plegen en vervolgens topatleten versteld doet staan van haar successen enerzijds en haar bescheidenheid anderzijds? Hoe kan het dat iemand het leven zo haat en het daarna zo innig liefheeft? 

    Dat vragen mensen zich soms af en een deel van het antwoord is dat Alenka haar verleden niet alleen heeft overwonnen, maar er haar kracht aan ontleent. ‘Het komt door die pijn,’ zegt ze. ‘Ik heb me overgegeven aan de pijn, ik heb hem geaccepteerd. Daardoor groei je boven jezelf uit.’ Het andere deel van het antwoord is simpeler: ze traint als een gek. 

    En wat zal de toekomst brengen? Alenka is 39, wordt nog steeds sterker en duikt elk jaar efficiënter. De volgende grote mijlpaal voor duiksters is 120 meter. ‘Makkelijk zal het niet zijn,’ zegt ze, ‘wel haalbaar.’ Misschien zelfs al in het wedstrijdseizoen van 2021, dat in juli begint met de Vertical Blue. Deze diepte zou verleidelijk dicht bij het mannenrecord komen, dat slechts 10 meter dieper ligt. In 2017 was de kloof tussen mannen en vrouwen nog 28 meter. 

    Begin juni 2021, een maand voor de Vertical Blue, arriveert de wereldtop van de freedivers – 42 mannen en vrouwen uit 21 landen – op het strand om te acclimatiseren. Alenka en Burghardt komen uit Honduras, waar ze vier maanden hebben getraind, en huren een huisje met uitzicht op de Atlantische Oceaan. 

    De dag voor de wedstrijd brengt Alenka door met zich haar duik voor te stellen en naar een oude, bekende tekenfilmserie te kijken die ze op YouTube heeft ontdekt. Ze zingt de titelsong mee: Heidi, Heidi… 

    Bewusteloos

    Op de openingsdag raakt de eerste atleet bij het naar boven komen bewusteloos. Na hem hebben een paar duikers meer succes, en andere, die de diepte niet aankunnen, komen terug zonder de bodemplaat te hebben bereikt.

    Het is moeilijk de beoogde diepte geheim te houden wanneer iedereen aan hetzelfde touw traint, maar toch gaat er een geroezemoes door de menigte als op de openingsdag haar voornemen bekend wordt gemaakt. Alessia Zecchini gaat een poging van 115 meter doen, een meter dieper dan Alenka’s record met één vin. Direct na haar komt Alenka, die een poging zal doen van 118 meter. 

    In een mum van tijd verandert het strand in een chaos van slippers, vinnen en pool noodles, die de deelnemers tijdens de countdown als hulpmiddel gebruiken.

    Voor ze naar het drijvende platform zwemmen om hun beurt af te wachten, geven Zecchini en Alenka elkaar een stevige omhelzing. De Italiaanse is als eerste aan de beurt. Haar duik verloopt probleemloos. Daarna wordt het touw drie meter dieper afgesteld.

    Alenka drijft op haar rug. De scheidsrechter met zijn roze hoed telt af. Alenka maakt zich klaar voor haar duik. De diepe inademing. De acht slokken lucht die haar longen vullen. De rol voorwaarts, de duik als een eend met het hoofd naar voren. Met een klap van haar vin verdwijnt de duikster in het blauwe gat, haar armen losjes langs het lichaam.

    Een duikershorloge met vijf alarminstellingen, dat aan haar halsgewicht van 1,8 kilo is bevestigd, meldt tijdens de afdaling telkens hoe diep ze is. Als de voorlaatste piep haar vertelt dat ze op 68 meter zit, slaat ze nog een laatste paar keer met haar vin, voordat ze zich helemaal overgeeft aan een vrije val. Het water ruist langs haar gezicht, het gidstouw glijdt geruststellend langs haar rechterschouder. 

    Bij de laatste pieptoon opent de duikster haar ogen, grijpt het kaartje en draait om, alles in één vloeiende beweging. Ze strekt haar armen omhoog, haar handen dicht bij elkaar, en slaat krachtig met haar vin. Boven beschrijft de omroeper, met een blik op het sonarscherm, hoe ze omhoog komt: 80 meter… 60 meter… De eerste veiligheidsduiker zwemt haar tegemoet, dan de tweede. 29 meter. Duiker in zicht!

    Alenka komt boven, grijpt met haar rechterhand het touw en verwijdert met haar linkerhand haar neusklem. Ze geeft het Oké-signaal en glimlacht. Ze haalt het kaartje uit haar kap, waarin ze het had opgeborgen, en geeft het aan de scheidsrechter, die een witte kaart opsteekt als teken van een geslaagde duik. De sportduikers die zich rond de wedstrijdzone ophouden, kletsen juichend op het water. ‘Rock ’n roll,’ zegt ze. 

    Record

    Vier dagen later zal Alenka de eerste vrouw zijn die de 120 meter haalt. Bij haar laatste duik in deze wedstrijd gaat ze nog 2 meter dieper. Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht. 

    Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht

    Alenka en Burghardt vieren het in een café met omelet en koffie. Ze is gelukkig zonder triomfantelijk te zijn. De gedachte dat ze vanwege haar record beter zou zijn dan een ander slaat nergens op, zegt ze. Mensen begrijpen niet dat het voor haar maar een getal is, een logische consequentie van haar training. ‘De wereld daarbuiten wil ego’s en strijd en titels,’ zegt ze. ‘Het valt niet mee daar koud onder te blijven. Maar het kan wel.’