Tag: regels

  • Napels hangt de was buiten – wat de burgermeester ook wil

    Napels hangt de was buiten – wat de burgermeester ook wil

    De burgemeester van Napels vloekt in de kerk met de nieuwe verordening om geen druipende was meer buiten te hangen – het visitekaartje van de Zuid-Italiaanse havenstad. En balsporten mogen ook niet meer? Wat bezielt de burgervader?

    De lucht hangt vol met onderbroeken, rode, zwarte, groene. Met witte beddenlakens, streepjesoverhemden, badhanddoeken aan wasknijpers en met een bh, lichtblauw.

    En wat ruikt het toch fris in de straatjes van Napels. ‘Dash,’ zegt Teresa Sola. Ze draait zich om naar haar dochter: ‘Maria, dat is toch Dash?’ Voor een flinke was gebruikt ze Dash. Soms ook volstaat Blu Oxygen of Soft Liquid Gel, 3 euro per fles. Sola komt overeind uit de stoel voor haar basso, zoals de gelijkvloerse woningen in de arme wijk Quartieri Spagnoli genoemd worden. Deuren en ramen altijd open naar de straat. Ze haalt de fles met het goedkope spul. ‘Dit hier,’ zegt ze met een kritische blik, ‘ja, desnoods gaat het hiermee ook.’

    Met harde knallen raast er weer een motorfiets voorbij. Sola knijpt haar ogen dicht, alsof die ook haar oren afsluiten. ‘Zijn ze niet prachtig, de Quartieri Spagnoli?’

    Wij komen niet met kwade bedoelingen. Dat zij ooit gevraagd zou worden naar haar was had ze nooit voor mogelijk gehouden. Niet op haar leeftijd, niet zelfs dat nog. Maar de was in de straatjes van Napels is nou eenmaal een politiek item. Er dreigde iets ongelooflijks te gebeuren, niets minder dan een keerpunt in de geschiedenis. De gemeente wilde de was verbieden. Dat is toch onvoorstelbaar.

    Ze konden het gewoonweg niet geloven. De was moet weg. Echt waar, geen ondergoed meer in de lucht?

    Teresa Sola is 83. Ze is opgeleid als naaister. Vroeger verkocht ze kauwgom, snoep en cola; ze had een stalletje voor de deur van haar huis op nummer 36. En pizza maakte de familie ook, toen haar moeder nog leefde. Pizza fritta, gefrituurde pizza. Opgegroeid is ze even verderop, op nummer 31. Een heel leven op 50 meter. En al die tijd hing ze haar was te drogen in de straat. De kleinere kledingstukken komen aan de lijn bij de muur aan de overkant, de rest aan de lijn onder het raam van de slaapkamer. De was hangt dan wel over de straatschildering van Diego Armando Maradona.

    Doolhof van straatjes

    ‘Met helder weer,’ vertelt Sola, ‘komt de zon rond de middag van daar aan de overkant, verdwijnt dan eventjes achter de huizen en rond half twee is ze weer terug. ’s Avonds is de was droog.’ Zo doet iedereen dat in het doolhof van straatjes in het oude centrum van Napels, ook in Forcella en in Rione Sanità.

    Al sinds de zestiende eeuw, misschien zelfs wel langer. ‘Waar moeten we de was anders laten?’ vraagt Sola. De huizen zijn te klein, één kamer, een keuken, een badruimte, daar is geen plek voor een droogrek. En wie kan zich nou een droger veroorloven, of de elektriciteit daarvoor? Boven Sola’s wasmachine in de keuken hangt een prent van de maagd Maria.

    De Napolitanen zeggen van zichzelf dat ze zo sociaal zijn omdat ze altijd alles delen, zelfs hun waslijnen

    Op de bovenverdiepingen zijn de lijnen over de straat gespannen, van het ene huis naar het andere, van balkon naar balkon, van raam naar raam. De ene keer is de linkerkant van de straat aan de beurt om te wassen en te drogen, de andere keer de rechterkant. Soms ruilen overburen van dag. Dat schept een band voor heel het leven. De Napolitanen zeggen van zichzelf dat ze zo sociaal zijn omdat ze altijd alles delen, zelfs hun waslijnen.

    Voor toeristen vormen de panni stesi, de kleren aan de waslijn, natuurlijk een leuke folklore, het fotomotief van Napels bij uitstek. In grote groepen staan ze dan beneden op de Via Toledo en fotograferen naar boven in de kleurige straatjes, waar soms minuscule slipjes en verleidelijke lingerie hangen. Maar dat is uiteraard niet waar het hier om gaat.

    Decoro

    Een paar weken terug heerste er ineens grote opwinding. ‘Ik heb het vanuit mijn raam meegemaakt,’ vertelt Sola, het nieuws kwam kort na de berichten over de oorlog. Ze kwamen erachter dat de gemeenteraad een nieuwe verordening ter vergroting van de veiligheid en de hygiëne had bedacht. Het concept werd gepubliceerd. In paragraaf 11 stond de volgende zin: ‘Het is verboden ondergoed, lakens, kleding e.d. op te hangen buiten de private ruimte, dit geldt ook voor ramen, terrassen en balkons boven de straat indien als gevolg hiervan druppels op openbaar terrein vallen.’ De gemeenteraad was dus voornemens druppelende was te beboeten omdat die kennelijk uit de toon valt en afbreuk doet aan Napels’ glorie – aan het decoro, zoals de Italianen zeggen.

    ‘Ik stond perplex,’ zegt Sola.

    Wat de burgemeester in vredesnaam bezielde? De verontwaardiging was groot, maar nog groter was het onbegrip. Hoe haalde hij het in zijn hoofd?

    Tijd om af te reizen naar San Giovanni a Teduccio, een wijk aan de oostkant van de stad. Vroeger, toen Cirio [een grote Italiaanse voedselfabrikant] hier nog dozen vulde met tomaten, werkten er tienduizenden mensen in fabrieken, een hoge schoorsteen getuigt er nog van. De rest is afgebroken. In plaats daarvan verscheen er een trotse dependance van de Federico II, een van ’s werelds oudste universiteiten: moderne gebouwen opgetrokken uit grijze steen en groenblauw glas, als coulisse van de Vesuvius en de zee. Apple opende hier een academie voor masteropleidingen, andere bedrijven volgden. Het kapitaal hier belichaamt de hoop van een zuidelijke jeugd die verder eerder arm is aan verwachtingen.

    Straks komt Gaetano Manfredi, de burgemeester. Hij is pas een half jaar in functie, hiervoor was hij lange tijd rector van de Federico II en in Rome minister van Hoger Onderwijs en Onderzoek. 

    Feest

    Manfredi was ook de man die Apple naar Napels haalde, om eindelijk een revolutie door te kunnen voeren in de onderwijsmethodieken. Er kwam natuurlijk weerstand. Maar vandaag is het feest. De vicepresident van Apple is gekomen, studenten presenteren hun apps, waaronder een voor blinden en slechtzienden.

    Manfredi zit op de eerste rij, een slanke man van 58, de handen gevouwen voor zijn mond. Als hij aan de beurt is, wordt hij geïntroduceerd met de volgende woorden: ‘Drieduizend hoogleraren moest hij ervan overtuigen dat zijn idee met Apple goed was, nu heeft hij een veel eenvoudiger job. Dames en heren, de burgemeester van Napels.’

    Maar de stad moet heel nodig innoveren, ze moet zich aanpassen aan een veranderende wereld, aan de moderne tijd

    Applaus, hier staat een ster. Napels, zegt Manfredi, is een stad met een grote geschiedenis, grote kunst, grote tradities en een groot hart. Maar de stad moet heel nodig innoveren, ze moet zich aanpassen aan een veranderende wereld, aan de moderne tijd. 

    Moet dat echt? Op elk gebied? Verliest ze dan niet haar schitterende hart? Zijn mensen als Teresa Sola dan misschien een sta-in-de-weg voor de nieuwe tijd?

    Manfredi staat nu in een zijgang, een kwartiertje heeft hij, daarna moet hij weer door. ‘Ja, dat risico bestaat,’ zegt hij. Een stad met zo veel geschiedenis is nu eenmaal geneigd te denken dat het volstaat de geschiedenis te bewaren, dat deze geschiedenis zelf al de sleutel tot de toekomst is. ‘Maar zo dreigt ze gevangene te worden van haar eigen historie en clichés.’

    Geldt dat ook voor de was in de straatjes?

    ‘Ja: pizza, mandoline en panni stesi.’ Zo kijkt de buitenstaander naar Napels. ‘Wel wat erg clichématig, wat erg simpel. En de Napolitanen spiegelen zichzelf ook aan dat beeld. Ze verlustigen zich erin.’

    Smoesjes

    Natuurlijk, vervolgt hij met een glimlach, de was hoort bij Napels, dat moet ook zo blijven. Het concept is van tafel, weggeblazen door een storm van verontwaardiging. Manfredi had kunnen zeggen: oké het was wat kort door de bocht, het spijt me. Maar dat deed hij niet, hij zocht een uitvlucht in smoesjes. Het betrof een oud concept, zei hij, in feite al achterhaald. En die hele polemiek dan? Volkomen onnodig. Zo blijft de geschiedenis juist aan hem kleven.

    De burgemeester kent Napels nu eenmaal niet zo goed, hij wandelt te weinig door de straatjes van de stad, zegt Pino De Stasio. ‘Als rector zat hij te lang achter zijn bureau.’ En: ‘Hij komt tenslotte uit Nola.’ Voor wie dat niet weet: Nola ligt in het achterland van Napels, met de auto ben je er in twintig minuten. Maar als je De Stasio zo hoort, lijkt het om een andere planeet te gaan.

    Het is even na achten in bar Settebello, in het historische centrum. Vijf marmeren tafeltjes. De 62-jarige De Stasio maakt zijn bar gereed voor de avond. Met een afstandsbediening zorgt hij voor donkerrood licht uit de lampen. Pier Paolo Pasolini kwam hier over de vloer toen hij in Napels Il Decameron draaide en sondes de buik van de stad instuurde om haar te kunnen doorgronden. ‘Pasolini vond dat Napels een dorp was, met al zijn tegenstrijdigheden, zijn diepe culturele en sociale wortels,’ vertelt De Stasio. ‘Hij hield van dit Napels dat in verzet was tegen de wereld en het kapitalisme.’ Rechts van de bar staat een piano, lounge-achtige jazzmuziek dreunt uit de luidsprekers. Hond Arielle heeft honger, ze blaft.

    Als De Stasio niet zo veel stennis over de was zou hebben geschopt, was het verhaal waarschijnlijk niet in de Milanese Corriere della Sera gekomen en had het thema niet eerst nationaal en later zelfs internationaal de aandacht getrokken. 

    samuel c 70A alC6OY8 unsplash kopie
    © Unsplash

    Karakteristiek

    De Stasio is gemeenteraadslid in een van de districten van het centrum, Municipalità II. Tot zijn portefeuille behoort het behouden van alles wat het historische centrum karakteristiek maakt. Dat staat tenslotte op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Politiek staat hij dicht bij Manfredi, beiden zijn links. ‘Maar dat betekent niet dat ik hem in alles zijn gang maar laat gaan,’ zegt hij glimlachend. Napels kun je niet besturen zoals Turijn, niet als een gegoede burgerman die daar ergens hoog boven alles zweeft alsof het oude hart van de stad er absoluut niet toe doet. Apple is natuurlijk superbelangrijk, zegt De Stasio. ‘Maar de stad is geen hogeschool en al evenmin laat zij zich besturen als een universiteit.’

    Klopt het dan niet dat Napels in haar eigen gemeenplaatsen gevangenzit? Maar dat is toch ook een cliché, zegt De Stasio, terwijl hij zijn leesbril in de kraag van zijn T-shirt steekt. ‘Sommigen willen deze stad van haar kleur ontdoen, globaliseren, haar wegleiden van het portret dat Pasolini van haar schilderde, ze willen haar gelijkmaken aan welke stad dan ook.’ Mogelijk gebeurt dat zelfs onbewust, zoveel wil De Stasio de cultuurbarbaren nog wel toegeven. ‘De burgemeester had slechte adviseurs om zich heen. Mensen die hem influisterden dat hij met een simpele verordening de was kon weghalen uit de steegjes.’

    We mogen niet alles opofferen voor het toerisme. Anders lijkt het hier binnenkort op Venetië.

    Het stel aan het tafeltje ernaast stapt op. Waarschijnlijk stamgasten. ‘Ciao Pino.’ Hij steekt zijn hand op. ‘Bacio [kus],’ zegt hij en praat meteen weer verder. Voor hem zou dit verbod een breuk hebben betekend, een culturele breuk die veel verder reikt dan Dash. Vroeger hingen immers niet alleen arme Napolitanen hun was buiten. Op de dag van San Gennaro, de beschermheilige van de stad, deden rijken hetzelfde, adellijke families. Alleen waren dat in hun geval lakens van wit linnen, mooie kleren en dekens van satijn. Ter ere van San Gennaro. Ook toen was de was een heilig ritueel, een mythe, diep verankerd in het volksgeloof. 

    Er moest ook een verbod komen op balspelen in de straten en op de pleinen van de stad

    In het concept van de gemeenteraad voor ordening van de openbare ruimte stond nog een monstruositeit, die tot nog toe weinig aandacht heeft getrokken. Er moest ook een verbod komen op balspelen in de straten en op de pleinen van de stad. Uitgerekend dat. Je ziet in Italië nog maar weinig kinderen op straat voetballen. Misschien komt dat door de vele playstations, maar beslist ook door de ‘agressieve toeristificering’ van de Italiaanse cultuursteden, zoals De Stasio dat noemt. Alles wordt opgeofferd aan het toerisme. Florence? Onherkenbaar. ‘Om van Venetië maar te zwijgen.’ Ook Rome wordt aan alle kanten getoeristificeerd.

    Napels is toch anders, een wereld aan oorspronkelijkheid. Ietwat lastig te hanteren, een rauwe, echte wereld, die je rechtstreeks raakt. Het is de tegenpool van de Disneyparken in deze wereld.

    ‘Maar eens kijken wat ze met het voetbalverbod gaan doen,’ zegt De Stasio. Als dat toch nog in een nieuw conceptreglement voorkomt, gaat hij opnieuw voor een hoop stennis zorgen. Napels zonder voetbal in haar straatjes? Ondenkbaar. Wat zou Maradona daar wel niet van zeggen.

  • Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    In het Iraakse dorp Al Bu Nahid worden vrouwen en mannen gelijk behandeld, zijn roken en frisdrank in de ban en religieuze twisten verboden.

    De provincie Diwaniya in Zuid-Irak is een van de meest verpauperde streken in het land. De meeste mensen werken er op het land, waardoor ze hard werden getroffen door een droogte in april. Zoals bijna overal in Irak worden de straten van de stad Diwaniya gekenmerkt door afval, verstikkende uitlaatgassen en eindeloos getoeter van auto’s.

    Maar in het het dorp Al Bu Nahid, net buiten de stad, zijn bewoners bezig een nieuw idee uit te werken over hoe Irak eruit zou kunnen zien. In een land waar ruim 30 procent van de Iraakse mannen lijdt aan ernstig overgewicht, heeft het dorp frisdrank in de ban gedaan en is er jaarlijks een hardloopfestival met duizenden deelnemers. In een land waar olie de economie en politiek stuurt, viert het dorp op 5 juni Wereldmilieudag en ontplooit het milieuvriendelijke initiatieven. In een land waar de benzineprijs 0,63 dollar per liter bedraagt, hebben fietsen in het dorp de voorkeur gekregen boven de auto als vervoermiddel.

    Joggen

    Deze initiatieven zijn grotendeels het geesteskind van Kadim Hassoun, een ingenieur die een aantal projecten in het dorp begon, nadat hij in Europa en het Midden-Oosten in aanraking was gekomen met ideeën over gezondheid, sociale betrokkenheid en milieu. Na een verblijf van achttien jaar in Dubai keerde Hassoen in 2014 terug naar Irak en probeerde daar, tot ongeloof van zijn dorpsgenoten, aan fitness te blijven doen. ‘Iedereen zag mij als een excentriekeling, maar ik deed er nog een schepje bovenop,’ vertelt hij. Uitgedost in trainingspak en hardloopschoenen jogde hij stug voort op het platteland. ‘Na een maand voegden twee mensen zich bij me, na twee maanden liepen er vijf mee, en eerlijk waar, na zes maanden had ik de meeste dorpsgenoten mee – vooral de tieners en twintigers.’

    Naarmate het leger lopers aanzwol, kwamen zij uiteindelijk op het idee een ‘hardlopersfestival’ op te zetten. Elk jaar doen mensen van buiten het dorp, bijvoorbeeld uit de stad Diwaniya, nu mee aan het evenement. Volgens Hassoen zijn er vaak wel drieduizend deelnemers.

    Het onverwachte succes van het festival, dat ook de aandacht van de media trok, dreef Hassoen ertoe meer projecten te creëren ter bestrijding van de sociale kwalen die zijn dorp in het bijzonder, en Irak in het algemeen, volgens hem teisteren. Verbodsborden voor toeteren en roken – alomtegenwoordige verschijnselen in Irak – hangen overal in het dorp. Hassoun wil graag benadrukken dat er geen sprake is van autoritaire handhaving. Wel is het zo dat wie de regels overtreedt, het gevaar loopt te worden uitgekotst door de overige dorpelingen, die de veranderingen van harte hebben ondersteund.

    De regels (zie onder).
    De regels (zie onder).

    Een klein, vervallen gebouw, ergens bij de rivier, doet dienst als Huis voor de Cultuur. Binnen staan boeken, fictie en non-fictie, over een breed scala aan onderwerpen, en is er schilder- en knutselmateriaal. ‘Ik heb het Huis voor de Cultuur opgericht en ben vervolgens een bibliotheek begonnen – ik heb boeken uit binnen- en buitenland toegestuurd gekregen, zelfs uit Groot-Brittannië, de VS en Zweden,’ zegt Hassoun. ‘Ook hebben de meeste bibliotheken in Bagdad mij boeken gedoneerd.’

    Tijdens een rondleiding in het Huis voor de Cultuur toont Hassoun kunstwerken die gemaakt zijn door kinderen uit de buurt. Kort geleden kwam er een kunstenaar uit Bagdad kinderen helpen een schilderij te maken waarin de rol van Unicef wordt geëerd. Portretten van mecenassen van Al Bu Nahid sieren de muren, waaronder dat van de Brits-Iraakse schrijfster Emily Porter, die enkele initiatieven van het dorp financieel heeft gesteund.

    ‘Ik heb grote waardering voor de nieuwe dingen die in ons dorp gaande zijn,’ zegt Ali Ghanem, een van de 750 inwoners. ‘Kadim heeft echt zijn best gedaan de situatie te verbeteren. We beseften dat sport goed voor ons was, dus hebben we het kampioenschap 200 meter hardlopen opgezet. Ook zijn frisdrank en roken uitgebannen. We wisten dat er iets goeds was aan ons dorp, en nu zien we het met eigen ogen – we zijn getuige van concrete veranderingen.’

    ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig’

    Als het gaat om de ontwikkeling van zijn ideale gemeenschap, ziet Hassoun twee grote knelpunten: sektarisme en de marginalisering van vrouwen. ‘In het Midden-Oosten komen de grootste problemen en conflicten door religie, omdat de grootste problemen steeds door de bril van religie worden bekeken. Dat doorbreken was een hoofdstreven in dit dorp.’

    Sommige mensen zeggen dat Hassoun zich tegen religie keert. ‘Nee, zeg ik dan, ik probeer je religie juist te beschermen. Houd het geloof er alsjeblieft buiten. Ik zeg: als je over religie wilt praten, oké, ga dan eerst naar het Huis voor de Cultuur, neem een boek over de religie mee naar huis en lees het. En kom er dan hier over praten.’

    Wat vrouwen betreft was de strijd nog moeilijker, gezien de mentaliteit op het Zuid-Iraakse platteland. Hassoun heeft twee dagen per week het cultuurcentrum voor vrouwen gereserveerd, mannen zijn dan niet welkom. Vrouwen kunnen een groot aantal lezingen bijwonen en sociale, medische en psychologische problemen bespreken met ngo’s.

    In veel opzichten is de scheiding tussen de seksen hier minder strikt dan elders in Irak. Hassoun wijst naar het gemeentehuis, een groot, met riet bedekt gebouw aan de ingang van het dorp, en vertelt dat de vrouwen van Al Bu Nahid daar welkom zijn, iets wat in andere dorpen niet vanzelfsprekend is. ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig.’

    Andere dorpen hebben lering getrokken uit het succes van Al Bu Nahid. Nu IS is verslagen, lijkt Irak eindelijk het sektarische geweld en de sfeer van angst en repressie te boven te komen. Nu oorlog en geweld op de achtergrond raken, beginnen Irakezen meer aandacht te krijgen voor de sociale en economische kwalen die hun land plagen. Voor Hassoun is Al Bu Nahid een mogelijke blauwdruk voor hoe Irak zichzelf zou kunnen rehabiliteren, met een opener, gezonder gemeenschapsleven. ‘Het is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Maar ik probeer tenminste wat.’

    Auteur: Alex MacDonald
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: De regels

    Aan de ingang van het dorp stipuleren twee uithangborden – een in het Engels, een in het Arabisch – een aantal (losjes gehandhaafde) regels:

    1. Niet roken
    2. Geen ruzie om godsdienst
    3. Geen getoeter
    4. Geen politieke discussies
    5. Eerbiediging van verkeersregels
    6. Geen bomenkap, want het milieu is onze verantwoordelijkheid

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.

  • China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    China wil niet langer het afvoerputje van de wereld zijn

    Begin dit jaar is China gestopt met het importeren van 24 soorten afval uit het Westen, die het vroeger recyclede. Zoals wordt aangekondigd in dit verhaal uit augustus 2017 wil het land zich meer gaan toeleggen op milieubescherming en het hergebruik van eigen afval.

    Op 28 maart 2005 verscheepte het Britse afvalverwerkingsbedrijf Grosvenor Waste Management in Kent duizend ton ‘schoon oud papier’, verdeeld over vijftig containers. Het schip vertrok vanuit de haven van Felixstowe en begon aan een lange reis over de Atlantische Oceaan en daarna via het Panamakanaal, met als eindbestemming China.

    Maar het enorme containerschip had nauwelijks 163 mijl afgelegd of het werd aangehouden door de Nederlandse politie. Na het openmaken van de containers constateerde deze dat die met vervuild en ongesorteerd afval waren gevuld, zoals plastic zakken, batterijen, blikjes en oude kleren. Het schip mocht zijn reis niet vervolgen en werd naar de haven van Rotterdam begeleid. [Toen Grosvenor in 2007 in Groot-Brittannië werd aangeklaagd wegens illegale export van niet-recycleerbaar afval, bekende het bedrijf schuld en betaalde een boete van 55.000 pond.] Deze verrassingscontrole opende de Chinezen voor het eerst de ogen voor de ‘commerciële bedoelingen’ van bepaalde individuen op het gebied van recycling van buitenlands afval.

    De affaire is inmiddels twaalf jaar geleden, maar het kat-en-muisspel gaat door: containerschepen met duizenden tonnen vast afval verlaten de havens en als ze bij de Chinese kust arriveren weten ze aan de waakzaamheid van de douaniers te ontsnappen dankzij valse verklaringen, door de frauduleuze lading achter andere producten te verstoppen of door de douane simpelweg te omzeilen.

    De import van bepaald vast afval is toegestaan op Chinees grondgebied. Dan gaat het om producten die transformeerbaar zijn tot industriële grondstoffen: gebruikt plastic, papier en karton, rubberproducten of slakken die overblijven na het smelten van edelmetaal. Maar ook afval dat niet geïmporteerd mag worden, mag zich in een warme belangstelling verheugen.

    Buitensporige winsten

    Volgens het Institute of Scrap Recycling Industries (ISRI), een overkoepelend orgaan van Amerikaanse recyclingbedrijven, importeerde China in 2016 het equivalent van 5,6 miljard dollar aan gebruikte metalen uit de Verenigde Staten. En 155.000 Amerikaanse banen zijn afhankelijk van de export van afval naar China, zegt Robin Wiener, de voorzitter van ISRI.

    China is momenteel de grootste importeur ter wereld van vast afval, met jaarlijkse volumes die overeenkomen met 56 procent van de wereldproductie van dit afval. In 2016 importeerde het land bijvoorbeeld 7,3 miljoen ton plastic, met een waarde van 3,7 miljard dollar.
    Deze gigantische commerciële mogelijkheden zijn koren op de molen van weinig scrupuleuze lieden. Volgens een onderzoek van een internationale organisatie zou er vanuit ontwikkelde landen elk jaar 50 miljoen ton gevaarlijk afval worden verscheept naar ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, waarbij China het voornaamste slachtoffer is.

    Onderzoek door diverse media naar illegaal geïmporteerd afval in China heeft de volgende cijfers opgeleverd: hiervoor wordt 114 euro per ton berekend, waarvan 8 dollar voor de tussenpersoon. Na bijtelling van verdere kosten, met name de importheffingen, draaien de reële kosten per ton illegaal afval rond de 1000 à 1100 yuan (125 à 140 euro). En in gesorteerde vorm levert oud papier ongeveer 2000 yuan (250 euro) per ton op, plastic zoals water- en melkflessen tussen de 7000 en 10.000 yuan (900 à 1300 euro) en aluminiumproducten zoals blikjes rond de 4000 yuan (500 euro).

    In de sector van textielrecycling zijn de winsten nog buitensporiger. Chinese handelaren kopen illegaal geïmporteerd buitenlands afval voor tussen de 100 en 200 yuan per ton als het voornamelijk uit gebruikte kleren bestaat. Als het vervolgens goed is gesorteerd, kunnen ze het doorverkopen voor 2 yuan per kilo. En ook als je het arbeidsloon ervan aftrekt, blijft er nog een enorme marge over. Zelfs als bijna de helft van de oude kleren uiteindelijk niet verkoopbaar blijkt en eindigt in de vuilnisbak, weten deze handelaren over het algemeen hun inkoopprijs te vertienvoudigen.

    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images
    Arbeiders verwerken vuilnis bij de plaats Taicang aan de rivier Jangtsekiang. – © Getty Images

    Hoe kunnen de verschillende schakels van deze illegale importketen bestaan? Hoe functioneert het allemaal?

    Op het gebied van vast afval kennen de ontwikkelde landen in Europa en Amerika sterk uiteenlopende regelingen, maar de controle op de export ervan kenmerkt zich over het algemeen door een zekere laksheid. Zo is de procedure om afval uit het Verenigd Koninkrijk te exporteren uiterst simpel.

    Stap 1: een vergunning krijgen (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Hoewel de Britse wet de export van vervuild afval als illegaal aanmerkt, is de export van ‘gemengd’ recycleerbaar afval geen enkel probleem. De bedrijven, die aan geen enkele speciale controle worden onderworpen, hoeven alleen maar het etiket ‘oud papier’ op de balen afval te plakken om gemakkelijk de benodigde vergunning te verkrijgen.

    Stap 2: een containerschip vinden (moeilijkheidscoëfficiënt: 1).
    Volgens statistieken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt wereldwijd 85 procent van de verhandelde goederen (in termen van waarde) over zee vervoerd. Gezien het tekort op de handelsbalans van de westerse landen met China is er aan schepen geen gebrek!

    Volle lading afval

    Een groot deel van de in China geproduceerde goederen wordt naar Europa of Amerika geëxporteerd, maar het gebeurt maar zelden dat een schip met een lading van gelijke waarde naar China kan terugkeren. Als deze schepen leeg terugvaren, is dat pure verspilling. ‘Het is gebruikelijk dat containerschepen met een volle lading afval naar China terugvaren,’ zegt Ben Bredshaw, de voormalige Britse staatssecretaris van Milieu.

    China heeft al lange tijd een groot overschot op de handelsbalans met de ontwikkelde landen (in 2017 was het overschot met de Verenigde Staten 246 miljard dollar en 127 miljard met de Europese Unie). Dit verklaart het ontstaan van een grijze zone van illegale afvaltransporten, om de containerschepen maar niet leeg te laten terugkeren.

    In China is het sorteerproces nog niet up-to-date en wordt er bovendien de hand mee gelicht. Zodoende zijn de kosten van het inzamelen en recycleren van afval hoog, een andere reden waarom de illegale afvalimport een hoge vlucht heeft genomen. Omdat de Chinese bevolking zich nog onvoldoende bewust is van het belang van afvalscheiding, zitten er veelvuldig huishoudelijke resten tussen het ingezamelde afval en zelfs weggegooide geneesmiddelen tussen het oud papier en de plastic voorwerpen. Bovendien hebben de kleine ambulante inzamelaars, die een belangrijke schakel zijn in de afvalverwerkingsketen, niet bijster veel kennis van sorteertechniek. Dat alles heeft directe gevolgen voor de kosten en de kwaliteit van de recyclage in China.

    Zoals we hebben kunnen constateren, is het kostbare en weinig herbruikbare karakter van het Chinese afval reden voor veel chemische bedrijven om liever met buitenlandse leveranciers in zee te gaan. ‘Het kost maar zo’n 1400 yuan om (legaal) een ton plastic te importeren dat aan de normen voldoet, tegen 5000 yuan voor een ton Chinees plastic,’ constateert een van onze ondervraagden verbitterd.

    Waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Op 27 juli 2017 heeft het directoraat-generaal van de Raad van Buitenlandse Zaken het ‘Plan voor het verbod op de import van bepaald afval en de bevordering van een hervormingssysteem voor de controle op vast afval’ gepubliceerd. Daarin werd het verbod voorzien, uiterlijk eind 2017, ‘op alle import van vast afval dat een belangrijk risico vormt voor het milieu en de volksgezondheid, zoals plastic huishoudafval, ongesorteerd oud papier, bepaalde textielsoorten en afval dat afkomstig is uit de productie van staal (dat met name vanadiumresten bevat). Eind 2019 wil China een eind hebben gemaakt aan de import van vast afval en die hebben vervangen door plaatselijke producten.’

    Maar waarom zou je de import van dit afval willen verbieden dat beantwoordt aan een vraag van de industrie en andere ondernemingen, en dat de containerschepen maar al te graag willen vervoeren?

    Dit besluit laat zich vooral verklaren vanuit de wens om het milieu te beschermen, want degenen die zich bezighouden met de verwerking van illegaal geïmporteerd afval dragen onvoldoende zorg voor ecologische recyclage. Volgens ons onderzoek gaat het vaak om vervuilende bedrijven, die op een anarchistische wijze te werk gaan en de regels aan hun laars lappen. Soms hebben ze niet eens zuiveringsinstallaties en wordt de naaste omgeving ernstig vervuild door hun uitstoot. Ook kan het illegaal geïmporteerde afval schadelijke giftige substanties bevatten zoals bacteriën, waarmee het personeel van de betrokken bedrijven rechtstreeks kan worden besmet.

    Op 18 juli jongstleden heeft China de Wereldhandelsorganisatie officieel te kennen gegeven dat het vóór eind 2017 wilde stoppen met de import van 24 soorten afval van vier verschillende klassen. In de brief die aan de WTO werd gestuurd, meldde de Chinese minister van Milieu: ‘Wij constateren dat grote hoeveelheden vervuild en gevaarlijk afval worden vermengd met recycleerbaar vast afval, wat voor China ernstige milieuvervuiling met zich meebrengt. Om het milieu en de volksgezondheid te beschermen moet de lijst van vast afval waarvan de import is toegestaan dringend worden herzien en moet de export van het meest vervuilende vaste afval naar ons grondgebied worden verboden.’

    Auteur: Yuan Yuan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Guoji Jinrong Bao
    China | ifnews.com

    Dit financiële blad maakt deel uit van de Renmin Ribao (People’s Daily)-groep, het orgaan van de Chinese Communistische Partij.

    CONTEXT: Afvalverbod

    Sinds 1 januari verbiedt China de import van 24 categorieën vast afval, waaronder karton, ongesorteerd papier, bepaalde residuen van ijzer- of staalproductie, bepaalde textielsoorten zoals wol en katoen en acht soorten plastic, zoals folie, PVC en PET. Ook wordt de strijd tegen smokkelhandel opgevoerd door middel van meer douanecontrole en controle van recyclingbedrijven. Jarenlang heeft China zijn economische groei bevorderd met de massale import van afval, dat tot grondstoffen werd verwerkt. Maar nu het land met enorme milieuproblemen wordt geconfronteerd, wil het zijn sorteer- en recyclingketens verder ontwikkelen om de inhoud van zijn eigen vuilnisbakken te kunnen verwerken.