Tag: regenwoud

  • Deze vrouwen redden het regenwoud van Kerala

    Deze vrouwen redden het regenwoud van Kerala

    In een van de rijkste biodiversiteitshotspots ter wereld heeft een volledig vrouwelijk team een ​​stuk bos omgetoverd tot een toevluchtsoord voor orchideeën, varens, vet- en vleesetende planten.

    De hevige regenbui van de afgelopen nacht heeft verschillende grote bomen in het bos omvergewaaid en overal liggen afgebroken takken. Terwijl ze tussen de omgevallen bomen door loopt ziet Laly Joseph een orchidee aan een van de afgebroken takken hangen. Ze pakt hem voorzichtig op en verplaatst hem naar een overeind staande boom.

    Bij het Gurukula Botanical Sanctuary, waar Joseph (56) hoofd plantenbescherming en de meest ervaren ‘regenwoudtuinier’ is, wordt elke plant als kostbaar beschouwd en streeft een volledig vrouwelijk team ernaar alles wat er groeit te laten overleven in een steeds harder klimaat.

    Toevluchtsoord

    Het privéreservaat ligt aan de rand van het Periyar-bosreservaat in het noorden van Kerala (India) en is in collectief bezit. Het werd in 1981 opgericht door Wolfgang Theuerkauf, een Duitser uit Berlijn die later Indiaas staatsburger werd.

    Theuerkauf, een autodidactisch natuurbeschermer, wilde de 3 hectare aan oerwoud beschermen die een goeroe bij een spirituele instelling hem had toegewezen. Hij begon zeldzame en endemische planten uit aangrenzende gebieden te verzamelen die werden gekapt om plaats te maken voor landbouw en plantages.

    Meer dan veertig jaar later is het reservaat uitgegroeid tot 32 hectare en is het een toevluchtsoord geworden voor meer dan tweeduizend inheemse plantensoorten uit Zuid-India en met name uit de West-Ghats, een bergketen die door Unesco is erkend als een van de acht rijkste gebieden ter wereld wat betreft biodiversiteit.

    Het ecosysteem wordt voortdurend ernstig bedreigd door verstedelijking, industrie, mijnbouw en ontbossing

    Theuerkauf overleed in 2014, maar hij trainde en begeleidde een aantal vrouwen die nu beheerder zijn van het reservaat en van de duizenden planten die er staan. De planten in de kwekerij en de tuin worden momenteel verzorgd door een team van twintig vrouwen, voornamelijk uit de omgeving.

    Velen werken er al tientallen jaren, waaronder Joseph, die 37 jaar geleden begon, op haar negentiende. ‘Na school volgde ik een opleiding tot röntgenlaborant, maar ik wilde snel een baan en kwam bij het reservaat terecht omdat ik graag met planten werk,’ vertelt ze.

    De West-Ghats strekt zich uit over 1600 kilometer en herbergt niet alleen een hoog percentage aan soorten maar ook een grote verscheidenheid aan habitats, van tropische wouden tot bergachtige graslanden. Het ecosysteem wordt echter voortdurend ernstig bedreigd door verstedelijking, industrie, mijnbouw en ontbossing.

    Honderden soorten

    Hoewel Gurukula slechts een onderdeel is van de bergketen, vormt deze kleine enclave een toevluchtsoord voor maar liefst 40 procent van alle plantensoorten die in de gehele West-Ghats voorkomen.

    De kwekerij en de tuin worden omringd door enorme bomen. Onder het dichte bladerdak bevinden zich kassen en open ruimtes waar honderden soorten orchideeën, varens, vetplanten, vleesetende planten en andere variëteiten groeien.

    Hier gedijen zeldzame en endemische soorten, zoals Impatiens jerdoniae, die met uitsterven worden bedreigd of snel uitsterven in het wild. Volgens Joseph leven er meer dan 260 soorten varens in Zuid-India, waarvan meer dan 200 in het reservaat worden gekweekt. Ook zijn 110 van de 140 soorten Impatiens – een geslacht van meer dan duizend bloeiende planten – die in Zuid-India voorkomen, in het reservaat aanwezig.

    Hoewel er wereldwijd veel kwekerijen voor landbouwzaden bestaan, zijn kwekerijen voor wilde en inheemse planten zeldzaam. Veel plantensoorten sterven stilletjes uit. Dat maakt Gurukula een ware ark van Noach voor bedreigde plantensoorten.

    Door geduldig planten te observeren heeft het team de geheimen van het regenwoud leren doorgronden

    Evenmin als Theuerkauf hebben Joseph en veel van de andere vrouwen die in het reservaat werken een officiële opleiding in botanie of natuurbehoud. Maar inmiddels zijn er drie soorten naar Theuerkauf vernoemd vanwege zijn bijdragen aan de plantenbescherming, en is Joseph medeauteur van minstens zeven wetenschappelijke artikelen over nieuwe soorten.

    De meeste vrouwen hebben niet meer onderwijs genoten dan de middelbare school (vijftien-zestien jaar), maar door geduldig planten te observeren en te proberen hun natuurlijke omstandigheden na te bootsen heeft het team de geheimen van het regenwoud leren doorgronden en een eigen manier van tuinieren ontwikkeld.

    Ze sommen de wetenschappelijke namen op van de planten die ze beschermen en vertellen trots dat zelfs de reuzenaronskelk er heeft gebloeid – de gigantische ‘lijkenbloem’ die bestuivers aantrekt met de geur van rottend vlees.

    Ook hebben ze hun eigen teeltmethoden ontwikkeld. ‘Ze zeggen vaak dat fijne compost goed is voor planten, maar wij merkten dat dat bij ons niet zo was. Grovere compost werkte beter, dus maken we onze eigen compost door gedroogde en groene bladeren te verzamelen, die vervolgens te drogen en te steriliseren door verhitting waarna we ze door een zeef halen,’ vertelt Joseph.

    ‘Ik wil hier niet meer weg; het is hier heel vredig’

    Sheena Mol PS is een senior tuinier die zich twintig jaar geleden, op haar vijftiende, bij het reservaat aansloot. Ze is al vroeg in haar huwelijk weduwe geworden en zorgt voor haar twee kinderen en moeder. ‘Dit is mijn eerste baan en ik vind het hier erg leuk,’ zegt ze, terwijl ze de knollen van de Habenaria-orchideeën schoonmaakt alvorens ze te verpotten. ‘Ik wilde hier al heel lang werken.’

    Voordat ze zich tien jaar geleden bij het reservaat aansloot, werkte de 43-jarige Lakshmi PC op een koffieplantage waar ze slechts 1 roepie [ongeveer 1 eurocent] verdiende voor elke kilo bonen die ze plukte. In het reservaat is ze verantwoordelijk voor meer dan honderd soorten van de geslachten Arisaema en Sonerila. ‘Ik wil hier niet meer weg; het is hier heel vredig,’ zegt ze.

    Hoewel plantenbescherming de hoeksteen is van het werk in het Gurukula-reservaat, zijn ook habitatherstel en natuureducatie twee belangrijke pijlers, legt Suprabha Seshan (58) uit. Ze kwam in 1991 bij Gurukula werken en houdt nu toezicht op het herstel van het regenwoud.

    Verrijking

    Ze legt uit dat het werk van de regenwoudtuiniers direct bijdraagt aan de verrijking en het herstel van aangetaste landschappen rondom het reservaat, doordat het helpt een regenwoudecosysteem op te bouwen.

    ‘Bossen bestaan niet alleen uit bomen,’ zegt Seshan. ‘In het regenwoud vind je een levende biomassa vol mieren, termieten, spinnen en mossen die de bomen bedekken, samen met nog duizenden andere soorten. In de West-Ghats alleen al groeien vijf- tot zesduizend soorten bloeiende planten en daarnaast nog duizenden schimmelsoorten, honderden zoogdieren en nog veel meer.’

    ‘Dit alles samen vormt het bos,’ besluit ze.

    In de afgelopen decennia heeft het reservaat aangrenzend regenwoudgrond aangekocht, waaronder thee- en koffieplantages en ander landbouwgebied om het opnieuw te laten verwilderen en zichzelf te laten herstellen. Omdat het aan de rand van het beschermde woud ligt, verspreiden bomen zich er vanzelf en kan het bos met weinig directe hulp weer tot leven komen.

    ‘We geven de natuur haar eigen vermogen terug om zichzelf te herstellen, en ondersteunen bepaalde soorten om dat vermogen te benutten. Wij doen een deel van het werk, maar de natuur doet het meeste. We kappen en ruimen hier en daar wat op, maar we laten de natuur vooral zelf haar gang gaan,’ zegt Seshan.

    ‘We kunnen niet alles beschermen, maar we doen zo veel als we kunnen’

    ‘Dat vermogen van de natuur moeten we respecteren. We weten uit eerdere uitstervingsgolven hoezeer ze kan worden vernietigd. Maar ze kan ook weer terugkomen. Daarvoor moeten we wel de vernietigingsprocessen stoppen. In de moderne industriële wereld gebeurt dat niet – integendeel, de processen worden versneld.’ 

    Buiten de grenzen van het reservaat hebben ze geen zeggenschap, maar in dit stille biodiversiteitsgebied kiezen de vrouwen bewust voor de lange, zekere weg naar herstel van een complex regenwoud – in een tijd waarin bomen planten vaak louter wordt gepresenteerd als een snelle oplossing voor klimaatverandering en ontbossing.

    ‘Doordat het klimaat verandert en de bossen verdwijnen, dreigen we deze planten te blijven verliezen. We kunnen niet alles beschermen, maar we doen zo veel als we kunnen,’ zegt Joseph.

  • Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Ecosystemen zijn complexe structuren die bestaan uit planten en en dieren. Sommige ecosystemen op onze aarde bestaan al meer dan miljoenen jaren en zien er nog steeds ongeveer hetzelfde uit, ondanks de vele veranderingen die ze moesten doorstaan. Klimaatjournalist en auteur Ferris Jabr vertelt ons wat we kunnen leren van deze veerkrachtige biotopen.

    Ik was nog geen tien minuten in het Hoh-regenwoud in de staat Washington of ik begreep al waarom het bij velen zo geliefd is. Als een van de grootste gematigde regenwouden ter wereld zag dit oerbos er niet alleen anders uit dan zijn jongere buren, het voelde ook anders. De lucht leek er stil te hangen. Het licht had een chlorofylachtige tint. En ik werd omgeven door de geur van natte aarde en weelderige vegetatie.

    Al snel bevond ik me tussen betoverde bomen en geheimzinnige holtes in alle mogelijke tinten groen en zo rijkelijk bedekt met mos dat ik geen stukje kale bast kon ontdekken. Ik kwam eeuwenoude esdoorns tegen die zich hadden verwrongen tot levende gewelven, en douglassparren die zo breed en hoog waren dat het me moeite kostte om ze goed op de foto te krijgen. In het Hoh-regenwoud valt elk jaar 3,5 tot 4 meter regen en houtkap is er al lange tijd verboden, waardoor er bomen staan die meer dan 60 meter hoog en al eeuwenoud zijn. Sommige delen van het bos ademen zo’n oeratmosfeer dat je je in de Juratijd waant.

    De oudste ecosystemen op aarde

    Als het aankomt op biologische records kijken we meestal naar individuen: de grootste boom in een bos, het oudste organisme op aarde. Na een bezoek aan het Hoh-regenwoud begon ik me echter af te vragen hoe het zit met gemeenschappen: wat zijn de oudste ecosystemen op aarde en wat kunnen we daarvan leren?

    Net als het Hoh-regenwoud bestaan sommige oerbossen al eeuwenlang. Maar het blijkt dat bepaalde ecosystemen en biomen op onze planeet al honderdduizenden tot tientallen miljoenen jaren bestaan en op de een of andere manier hun karakteristieke eigenschappen hebben behouden, ondanks dat ze grote veranderingen hebben ondergaan. 

    Om een parallel te trekken met een beroemd gedachte-experiment: als elk onderdeel van een schip geleidelijk wordt vervangen door een replica die er voldoende op lijkt, behoudt het schip zijn essentiële vorm, ook al is het niet langer identiek aan de vorige versie. Op dezelfde manier zijn de meeste cellen in ons lichaam al vele malen gestorven en vervangen sinds onze geboorte, maar toch blijft onze algemene anatomie herkenbaar. Sommige steden hebben duizenden jaren lang een duidelijke topografie, infrastructuur en cultuur behouden, ook al zijn er steeds nieuwe gebouwen en inwoners bij gekomen. De veranderingen die ecosystemen in de loop van opeenvolgende geologische tijdperken ondergaan zijn nog ingrijpender, maar de principes zijn vergelijkbaar. 

    Wat het voor zo’n groot levend systeem precies betekent om zo oud te zijn, en wat zo’n verbazingwekkend lange levensduur mogelijk maakt, blijven open vragen, deels omdat ze onze opvattingen over wat het is om te leven uitdagen. Vanuit het geologische perspectief van de diepe tijd zou je sommige ecosystemen bijna als organismen kunnen zien: ze schuiven over het aardoppervlak als reusachtige amoeben, breiden zich uit en trekken zich terug als reactie op fluctuaties in het milieu, maar ze blijven bestaan als samenhangende entiteiten.

    Verbonden en verbeten

    Wetenschappers zijn het nog niet eens over een precieze definitie van leven, maar velen formuleren het ongeveer zo: leven is een systeem dat zichzelf actief in stand houdt. De wetten van de thermodynamica schrijven voor dat alles in het universum onvermijdelijk uit elkaar valt en oplost in een homogene brij. Levende systemen gebruiken beschikbare energie om tijdelijk aan deze uitkomst te ontsnappen en hun opzienbarend georganiseerde structuren in stand te houden. Meer nog dan genetica of voortplanting is het dit vermogen tot zelfbehoud dat alle levensvormen – van protist tot prairie – met elkaar gemeen hebben.

    In die zin zijn ecosystemen springlevend. De terugkoppelingen tussen ecosystemen en de organismen daarbinnen en hun wederzijdse evolutie over grote tijdspannen culmineren in een groeiend vermogen om extreem oud te worden, een vermogen dat de mogelijkheden van het individu ver overschrijdt. Hoewel ecosystemen geen organismen zijn, vertonen ze toch groei, veerkracht en zelfregulering. De systemen die het best in staat zijn om te herstellen van grote verstoringen en die erin slagen de processen, relaties en infrastructuur die ze definiëren in stand te houden, zullen zich het langst handhaven. Ecosystemen overleven en evolueren niet door differentiële reproductie, maar door differentiële persistentie.

    ‘Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd’

    De hardnekkigheid waarmee de langstlevende ecosystemen op aarde voortbestaan duidt op een essentieel kenmerk van leven op elke schaal: onderlinge verbondenheid. Per definitie zijn alle levende wezens systemen die bestaan uit kleinere onderling verbonden onderdelen. Deze systemen zijn op hun beurt onlosmakelijk verbonden met de grotere netwerken die ze omringen. Elke individuele boom is een universum van mineralen, water en cellen waarin uitgestrekte gemeenschappen van microben en schimmels leven. Tegelijkertijd is een boom een vitaal onderdeel van het grotere bos, het landschap en zelfs van de weersystemen waarvan hij afhankelijk is. 

    In het Antropoceen zijn veel van deze fundamentele relaties nu echter aan het wankelen gebracht. Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd; ze worden zo grondig aangetast dat ze zouden kunnen bezwijken.

    Aan de poorten van het klimaatinferno

    Ondanks de veerkrachtige ecosystemen zijn de vooruitzichten somber, stelt José Luis Lezama in het Mexicaanse politieke tijdschrift Nexos, vooral omdat de huidige klimaatverandering sneller verloopt dan in het verleden. In zijn artikel A las puertas del infierno climático schetst hij een angstaanjagend beeld van een wereld die afstevent op een klimaatinferno. Met de stijging van de zeespiegel, de meer dan 20.000 ton bommen die op Gaza zijn gegooid, de voortdurende winning van olie, en de koolstofemissies van de militaire sector – verantwoordelijk voor 5,5 procent van de wereldwijde uitstoot – is de kritische grens van 1,5 graden opwarming vorig jaar al overschreden. In de huidige maatschappij ziet Lezama twee gescheiden werelden: de ene, geïnformeerd en bezorgd over de klimaatcrisis, maar machteloos om actie te ondernemen, en de andere, bestaande uit de economische elite die profiteert van het huidige economische systeem en met cosmetische ingrepen, zoals klimaatconferenties en greenwashing, de nadelige gevolgen denkt te kunnen afwenden. Ondertussen gaan de niet-geprivilegieerden door toedoen van een maatschappelijk systeem dat hen in armoede houdt een onzeker en uitzichtloos bestaan tegemoet. Hij beschrijft het handelen van de rijkste 1 procent als een ‘compulsieve houding’ die op de lange termijn tot zelfdestructie leidt.

    Verscholen op de bodem van de oceaan

    Een van de oudste ecosystemen van onze planeet is een uitgestrekte weide die momenteel ongeveer zo groot is als Manhattan. Je zult er echter nooit bijen of vlinders zien fladderen en je kunt er ook geen dutje doen in het groen. De weide in kwestie groeit op de zeebodem tussen de Spaanse eilanden Ibiza en Formentera. Net als alle andere weiden bestaat ze voornamelijk uit planten, in dit geval zeegrassen: een groep planten die vroeger op het land voorkwam, bijna 100 miljoen jaar geleden terugkeerde naar de zee en nu groeit in beschutte wateren rond elk continent behalve Antarctica. 

    In 2010 zwommen marien ecoloog Sophie Arnaud-Haond en haar collega’s door een onderwaterweide en verzamelden op tientallen verschillende locaties monsters van Neptunusgras (Posidonia oceanica). Net als alle andere zeegrassen kan Neptunusgras zich vermenigvuldigen door zichzelf te klonen. De wetenschappers troffen verspreid over de weide talloze klonen aan, sommige wel 14,5 kilometer uit elkaar. Gezien de trage jaarlijkse groei van Neptunusgras zouden deze klonen zich gedurende 80.000 à 200.000 jaar over het gebied moeten hebben verspreid om zo’n grote weide te kunnen vormen. Ze denken dat de weide, al naargelang het mondiale klimaat veranderde en de zeespiegel steeg en daalde, herhaaldelijk van plaats veranderde. Nu en dan moeten er grote delen van de weide zijn afgestorven vanwege ongeschikte omstandigheden. Maar bij elke klimatologische omwenteling zullen er voldoende klonen hebben overleefd, zodat hun geslachtslijn tot op de dag van vandaag voortbestaat. 

    Elders in de oceaan zijn er nog grotere en oudere ecosystemen, niet gevormd door één enkele klonale soort, maar door symbiotische kolonies van kleine gelatineachtige dieren, fotosynthetisch plankton en microben. We noemen ze koraalriffen. Het Australische Groot Barrièrerif, dat 344.400 vierkante kilometer beslaat en vanuit de ruimte zichtbaar is, is niet alleen het grootste koraalrif ter wereld, het wordt ook vaak beschouwd als de grootste levende structuur op aarde. Zijn leeftijd is al net zo indrukwekkend; men denkt dat het Groot Barrièrerif zo’n 500.000 tot 600.000 jaar geleden is ontstaan. 

    ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen is iets magisch’

    Wetenschappers hebben aangetoond dat koraalriffen in Papoea-Nieuw-Guinea een vergelijkbare levensduur hebben. Tijdens bijzonder stabiele perioden in de loop van de geschiedenis van de aarde zijn er rifsystemen geweest die waarschijnlijk meerdere miljoenen jaren standhielden.

    Om riffen te vormen moeten koralen zich eerst vasthechten aan een rotsachtig oppervlak. Wanneer een rif getroffen wordt door een ramp, zoals een orkaan, kunnen de verkalkte resten van dode koralen de fundering vormen waarop overlevende koralen zich vestigen. ‘Riffen zijn fascinerend,’ zegt Gregory Webb, een paleontoloog die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van riffen in de loop van de geologische tijd. ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen, zelfs wanneer ze met ernstige verstoringen wordt geconfronteerd, is iets magisch.’

    In 2018 publiceerden marien geoloog Jody Webster en zijn collega’s een baanbrekend onderzoek waarin ze de afgelopen 30.000 jaar van de evolutie van het Groot Barrièrerif reconstrueerden, een tijdsspanne waarin zich aanzienlijke klimaatschommelingen voordeden. Wanneer de zeespiegel daalde, kwam een groot deel van het rif bloot te liggen, dat vervolgens afstierf. En omgekeerd: wanneer de zeespiegel steeg en de golven aanzwollen, verdronken grote delen van het rif in troebel water. Als reactie hierop migreerde het Groot Barrièrerif herhaaldelijk en geleidelijk zeewaarts of juist landwaarts, waardoor het in de loop der tijd zijn continuïteit waarborgde.

    Eeuwenoud regenwoud

    De oudste nog bestaande ecosystemen bevinden zich echter op het land. Sommige tropische regenwouden bestaan waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren in dezelfde globale regio met dezelfde essentiële kenmerken. Dat heeft deels te maken met de geografie. In sommige opzichten is de tropische zone (rond de evenaar) al lange tijd een van de klimatologisch stabielere delen van de planeet, zelfs in de tijd dat continenten zich binnen en buiten de grenzen ervan bewogen.

    Op basis van gedetailleerde analyses van klimaatgegevens en fossielen plaatsen paleobioloog Carlos Jaramillo en zijn collega’s de oorsprong van het moderne tropische regenwoud – gedefinieerd als een woud waar het altijd warm en vochtig is, waar de diersoorten op verschillende niveaus levens, het bladerdak aaneengesloten is en waar het wemelt van de bloeiende planten, lianen en epifyten – aan het begin van het Cenozoïcum, kort na de inslag van de asteroïde die bijdroeg aan de ondergang van de niet-vliegende dinosauriërs, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ruwweg 60 miljoen jaar geleden, toen de continenten relatief dezelfde configuratie hadden als nu, bezaten de regenwouden in Noord- en Zuid-Amerika dezelfde structurele basiskenmerken als nu en leefden er dezelfde plantenfamilies als die er nu voorkomen. Op basis van dit soort bewijs beweren aardwetenschapper Mark Maslin en zijn collega’s dat het Amazoneregenwoud ‘relatief intact is gebleven’, dat het al ten minste 55 miljoen jaar een ‘blijvend kenmerk van Zuid-Amerika is’.

    Wetenschappers hebben in Australië vergelijkbare ontdekkingen gedaan wat betreft de lange levensduur van regenwouden. ‘Veel plantenfamilies die nu veel voorkomen in de overgebleven regenwouden en die hun basis vormen en zorgen voor het grootste deel van hun soortenrijkdom, hebben al 40 miljoen jaar een stabiele geschiedenis op het Australische continent,’ zegt Darren Crayn, botanicus en directeur van het Australian Tropical Herbarium. Hij en zijn collega’s schrijven in een onderzoek: ‘Het uithoudingsvermogen, de overlevingskansen en de hardnekkigheid van deze regenwoudbewoners vormen een van de grootste biologische en evolutionaire succesverhalen op aarde.’

    Het is moeilijk om te bepalen waar deze amorfe, oeroude entiteiten beginnen of ophouden. Hoe bepalen we precies wanneer een ecosysteem – met al zijn complexiteit en vervangbaarheid – is geboren of gestorven?

    Zelfvoorzienend

    De oudste ecosystemen op aarde verschillen ongetwijfeld van hun vroegere versies. De grenzen, topografie en soortensamenstelling ervan zijn in de loop van de millennia veranderd. Hoewel het fossielenbestand onvolledig is, had het Groot Barrièrerif 400.000 jaar geleden vrijwel zeker een ander biodiversiteitsprofiel, met soorten die nu niet meer bestaan. De Amazone, de rivier die zo bepalend is voor het huidige Amazonewoud, ontstond pas zo’n 11 miljoen jaar geleden. Als we echter honderdduizenden of miljoenen jaren terug in de tijd konden reizen, zouden deze ecosystemen ons niettemin griezelig vertrouwd voorkomen omdat ze hun essentiële kenmerken – de relaties en kaders die ze definiëren – verbazend lange tijd hebben behouden.

    Om zo’n lange levensduur beter te begrijpen, moeten we uitzoeken wat eraan ten grondslag ligt. Zeegrasvelden, koraalriffen en regenwouden hebben een aantal belangrijke eigenschappen gemeen. Ze bevinden zich allemaal in de tropen, waar het klimaat over het algemeen minder wisselvallig is dan op hogere breedtegraden. Ze zijn allemaal ontstaan uit organismen die zelf ook zeer veerkrachtig zijn en zich goed kunnen aanpassen. Tot op zekere hoogte creëren of versterken ze de omstandigheden die ze nodig hebben om te overleven. Door golven af te remmen, sedimenten vast te houden, fotosynthese uit te voeren, water te filteren en van zuurstof te voorzien en koolstof op te slaan maken zowel zeegrasvelden als koraalriffen hun omgeving rustiger, helderder, minder zuur, voedselrijker en over het algemeen leefbaarder. Koralen produceren ook meer van de rotsachtige ondergrond die ze nodig hebben om te groeien.

    Evenzo produceren regenwouden veel van de regen waarvan ze afhankelijk zijn door de watercyclus drastisch te versnellen. Wolkvorming is afhankelijk van twee essentiële ingrediënten: waterdamp en deeltjes waarop die damp kan condenseren. Regenwouden leveren beide door enorme hoeveelheden waterdamp de atmosfeer in te blazen, samen met talloze kleine deeltjes, zoals stuifmeelkorrels, schimmelsporen, microben, fragmenten van insectenschalen en verschillende organische verbindingen. Het resultaat is een zichzelf versterkende feedback loop: hoe meer het regent, hoe harder het bos groeit; hoe harder het bos groeit, hoe meer het regent. Wetenschappers hebben berekend dat het Amazonewoud ongeveer de helft van de regen produceert die elk jaar op zijn bladerdak valt. 

    Het vermogen van ecosystemen om zichzelf te reguleren en in stand te houden – om een zekere mate van zeggenschap te hebben over hun voortbestaan en evolutie – doet denken aan meer op zichzelf staande levende organismen. Al meer dan een eeuw leggen wetenschappers dergelijke verbanden en debatteren erover. 

    In het begin van de twintigste eeuw poneerde de Amerikaanse ecoloog Frederic Clements de stelling dat bossen en andere botanische levensgemeenschappen een reeks afzonderlijke ontwikkelingsfasen doormaken die vergelijkbaar zijn met die van individuele organismen. Eugene Odum, een andere Amerikaanse ecoloog uit de twintigste eeuw, dacht dat ecosystemen, net als organismen, homeostase vertoonden, het vermogen om bepaalde chemische en fysische omstandigheden in stand te houden die essentieel zijn voor hun overleven. Meer recentelijk heeft een groep wetenschappers, waaronder enkele die koraalriffen bestuderen, betoogd dat elk complex meercellig organisme samen met zijn symbiotische microben moet worden beschouwd als een levensgemeenschap, holobiont genoemd, en dat de ware ecologische eenheid van natuurlijke selectie de collectieve genetische informatie van deze levensgemeenschap is, het hologenoom. Met andere woorden, een koraal en zijn symbiotische partners zijn zo van elkaar afhankelijk dat we ze als een samenhangende evoluerende entiteit moeten beschouwen. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van het koraalrifecosysteem. Ideeën als deze zijn nog zeer omstreden. 

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend

    De extreme levensduur van ecosystemen illustreert het belang van de relaties tussen dergelijke grootschalige systemen en de organismen waaruit ze bestaan. Ecosystemen mogen dan geen individueel genoom hebben en zich niet evolueren volgens de Darwinistische evolutietheorie, toch zijn ze in staat om te groeien, te overleven en te evolueren omdat ze ontegenzeggelijk verweven zijn met de groei, overleving en evolutie van de organismen waaruit ze bestaan.

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend. Deze veranderingen beïnvloeden onvermijdelijk elk daaropvolgend evolutionair proces binnen die omgeving. Met voldoende tijd en onder de juiste omstandigheden kan deze co-evolutie er voor zorgen dat het bewuste ecosysteem honderdduizenden tot miljoenen jaren kan voortbestaan.

    Uitbreiding inheems bosgebied

    Terwijl de herintroductie van wolven in Nederland op een drama is uitgelopen, blijkt uit een studie van de Universiteit van Leeds dat het terugbrengen van wolven in de Schootse Hooglanden de populatie edelherten, die jonge bomen opeten, terug zou kunnen brengen tot een niveau waarbij het bos zich op natuurlijke wijze zou kunnen herstellen.

    Wanneer het bos zich weer uitbreidt, zou het per jaar 1 miljoen ton koolstof kunnen opnemen. De populatie wolven zou zich volgens het onderzoek, dat werd gepubliceerd in tijdschrift Ecological Solutions and Evidence, kunnen uitbreiden tot 167 exemplaren, wat neerkomt op een jaarlijkse opname van 6080 ton CO2 per wolf. Daarmee zou de economische waarde per dier op 186.000 euro worden geschat, volgens de huidige koolstofprijs.
    Volgens Dominick Spracklen, die het onderzoek leidde, kunnen de klimaat- en biodiversiteitscrises niet los van elkaar worden aangepakt. ‘We moeten kijken naar de potentiële rol van natuurlijke processen om aangetaste ecosystemen te herstellen.’
    Wolven zijn 250 jaar geleden uitgeroeid in Schotland, voornamelijk door de jacht. Net zoals in Nederland werd de wolf als een bedreiging gezien voor het vee. In 1427 werd zelfs een wet aangenomen die stelde dat er jaarlijkse drie wolvenjachten moesten plaatsvinden. Hierdoor hadden edelherten geen natuurlijke vijanden meer, en hoewel er pogingen zijn gedaan om de populatie onder controle te houden, is deze inmiddels uitgegroeid tot naar schatting 400.000.
    Schotland heeft nog maar 4 procent inheems bos, en is daarmee een van de minst beboste gebieden in Europa. De onderzoekers verwachten de nodige weerstand tegen de voorstellen die voortkomen uit de studie, vooral van hertenliefhebbers, jagers en boeren die zich zorgen maken over hun vee.

    Uitsterven?

    Toch zijn zelfs levende systemen die zo oud en veerkrachtig zijn als regenwouden en riffen niet onaantastbaar of onsterfelijk. De meeste perioden van klimatologische onrust die de ecosystemen op aarde tot nu toe hebben overleefd, verliepen langzaam in vergelijking met het hoge tempo waarop de mens tegenwoordig de lucht, het land en de zee vervuilt en transformeert. Tegen het einde van de eeuw kunnen warmwaterkoraalriffen bijna volledig vernietigd zijn door de opwarming van de aarde, gereduceerd tot enkele refugia hier en daar. En de zichzelf versterkende regencyclus in het Amazonegebied staat op het punt te breken.

    Maar zelfs als je geconfronteerd wordt met deze trieste mogelijke uitkomsten, biedt het een soort troost om naar ecologie te kijken door de lens van de diepe tijd en te zien hoe opmerkelijk standvastig de oudste levensgemeenschappen op aarde zijn. De kracht van de mensheid is buitensporig groot, maar niet oneindig. Het leven is geneigd om zich te handhaven en te herstellen, waarbij het in de loop van duizenden tot miljoenen jaren steeds nieuwe vormen ontdekt.

    Aan het einde van mijn wandeling kwam ik, na langs een met reuzenvarens begroeide rivieroever te zijn geslenterd, bij een bos in een bos. Een van de reuzen van het Hoh-regenwoud was omgevallen, waarschijnlijk tientallen jaren eerder. Zijn kolossale gebarsten lichaam was de basis geworden voor nieuw leven. Dit graf was tegelijkertijd een kwekerij: de rottende stam was begroeid met mos en er waren varens en jonge boompjes in opgeschoten. De geweldige wortelkluit, zeker drie meter hoog, vormde nu een sokkel voor een groepje jonge douglassparren. Door te ontkiemen op de resten van een ouder familielid hadden ze zich hoog boven het schaduwrijke struikgewas verheven. Nu schitterden ze in het gouden zonlicht als de jongste leden van een volhardende levensgemeenschap.

  • Amazone-top: Lula zegt dat rijke landen moeten betalen om regenwouden te beschermen

    Amazone-top: Lula zegt dat rijke landen moeten betalen om regenwouden te beschermen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Presidentskandidaat in Ecuador doodgeschoten

    » Niger: VS en VN maken zich zorgen over de gezondheid van president Bazoum

    Lula haalt uit naar de EU

    ‘Het tiental landen dat al duizenden jaren zijn tropische bossen het beste beschermt’ wil nu dat ‘de geïndustrialiseerde landen ophouden met beloftes te doen en hun portemonnee trekken,’ vat El País de boodschap van de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva samen. De linkse leider drong er tijdens de Amazone-top op aan dat de rijke landen hun steentje bijdragen om het regenwoud te beschermen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het zijn niet Brazilië, Colombia of Venezuela die geld nodig hebben, het is de natuur,’ verklaarde de Braziliaanse president in Belém, waar de landen van de Amazone-regio zijn samengekomen. ‘Het is de natuur aan wie zij [de rijke landen] moeten betalen om te herstellen wat ze in tweehonderd jaar van industriële ontwikkeling hebben vernietigd,’ voegde hij eraan toe.

    Volgens El País haalde Lula uit naar de Europese Unie in het bijzonder: ‘Protectionistische maatregelen die slecht vermomd zijn als bezorgdheid om het milieu, zijn niet de weg vooruit.’ Hij doelde hiermee op de recente Europese wet die de import van producten uit ontboste gebieden verbiedt, aldus de Spaanse krant.

    Lees ook:

  • Op hoop van zegen

    Op hoop van zegen

    De Colombiaanse schrijver Héctor Abad vreest dat het enthousiasme over de op 1 december ingehuldigde president van Mexico gebaseerd is op luchtkastelen die geen andere basis hebben dan goede bedoelingen.

    In Mexico hebben we vijf maanden lang, vanaf de verkiezingen op 1 juli tot de installatie van de nieuwe president, een soort tussenregering gehad. Maar je kunt niet zeggen dat die nieuwe president, Andrés Manuel López Obrador, 
oftewel AMLO, in deze maanden geen politieke beslissingen heeft genomen of zelfs geïmplementeerd. De corrupte Enrique Peña Nieto is niet gisteren opgehouden met regeren, maar al op 1 juli van dit jaar, toen zijn politieke partij, de PRI, een verpletterende verkiezingsnederlaag leed.

    Verstoken van politiek kapitaal en met een absolute meerderheid voor AMLO in het Congres, konden Peña Nieto en zijn ministers alleen nog maar machteloos toekijken hoe de nieuwe regeringsleider zonder formele bevoegdheid de touwtjes in handen nam. De kiezers die op AMLO hebben gestemd deden dat grotendeels op grond van een wel erg riskante 
aanname, namelijk: ‘Met Mexico kan het niet slechter worden dan het al is.’

    Ze willen iets heel nieuws uitproberen, het roer radicaal omgooien, dat wil zeggen het antisysteemdiscours hanteren, dat zowel links als rechts in zo veel landen aan de macht heeft geholpen. De kiezers hebben zo’n afkeer van de elite dat ze op elke kandidaat willen stemmen die tegen de gevestigde orde is. Voor iemand met linkse idealen is AMLO’s programma (goed pensioen, meer geld voor het openbaar onderwijs, bestrijding van corruptie en straffeloosheid, serieuze aanpak van geweld) heel wat aantrekkelijker dan dat van Bolsonaro.

    Volksraadplegingen

    Op die goede bedoelingen, en op het jeugdig enthousiasme van zijn 
volgelingen, is de hoop gebaseerd dat AMLO’s regering een zegen voor het land zal zijn. En als dat het geval is, 
dan zou dat heel goed zijn voor Latijns-Amerika, het zou heel goed zijn als hij zijn beloftes kon waarmaken. AMLO’s plannen om het drugsgeweld te bestrijden zijn het best uitgewerkt, 
en die hebben ook de meeste kans van slagen. Maar als we kijken naar de 
economie en het milieu, en vooral naar zijn dictatoriale houding en persoonlijkheidscultus, het feit dat hij lak heeft aan de scheiding der machten, dan ziet het er al veel minder rooskleurig, zelfs alarmerend uit, want de maatregelen die hij tot nog toe getroffen heeft zijn veelal arbitrair en ondemocratisch.

    Het meest verontrustend zijn misschien wel zijn ‘volksraadplegingen’, die hij op eigen houtje in elkaar heeft geflanst. Het is frauduleus om over een groot bouwproject (een nieuw vliegveld) te laten beslissen door middel van een referendum waarbij hij zelf bepaalt wie eraan mee mag doen, waarvoor geen minimumpercentage vóórstemmers geldt en dat ook nog uitsluitend gehouden wordt op plaatsen waarvan hij weet dat hij er over een meerderheid beschikt. En eenzelfde illegaal plebisciet heeft hij onlangs gebruikt om de bouw door te drukken van een spoorlijn, dwars door het oerwoud van Yucatán, waarmee onnoemelijke ecologische schade wordt aangericht in dit archeologisch zo belangrijke gebied.

    Het lijkt erop dat het enthousiasme van AMLO’s Mexicaanse volgelingen gebaseerd is op gebakken lucht, dat wil zeggen op messianistische retoriek – ‘Erger kan het niet worden en Hij is zo goed en smetteloos dat we het zeker beter zullen krijgen’ – en op luchtkastelen die geen andere basis hebben dan goede bedoelingen, morele beloften 
en een snuifje revanchistisch ressentiment. Maar de twijfelaars hebben heel goede redenen om pessimistisch te zijn. Al voordat AMLO officieel was geïnstalleerd zorgde elk nieuw besluit van hem voor devaluatie van de Mexicaanse peso, gevolgd door een kapitaalvlucht.

    Het zou heel goed zijn als hij zijn beloftes kon waarmaken

    Een samenzwering van het grootkapitaal tegen een linkse regering? De algoritmes waardoor internationale investeerders zich laten leiden zijn deels op subjectieve aannames gebaseerd, maar ze maken ook gebruik van harde cijfers. Als AMLO zegt dat geen enkele overheidsfunctionaris méér mag verdienen dan hij, en als hij dan ook nog eens zijn salaris naar 5000 dollar per maand verlaagt, dan kun je er zeker van zijn dat de top van de belangrijkste staatsondernemingen naar het buitenland zal vertrekken. Maatregelen treffen die, hoe populair ze ook mogen zijn, tot gevolg hebben dat de beste krachten van het land niet meer voor de overheid willen werken, is puur populisme.

    Als alle beslissingen door één man worden genomen, zonder overleg met anderen, zonder overleg met experts, en als de harde kern van de mensen om hem heen meer ideologisch bevlogen dan praktisch gemotiveerd is, dan bestaat het grote risico dat de inefficiëntie tot chaos leidt en chaos weer 
tot economische crises en economische crises tot nog meer dictatoriale beslissingen.

    Auteur: Héctor Abad

    El Espectador
    Colombia | dagblad | oplage 80.000

    Een van de meest dynamische kranten van het land. De stellingname tegen de drugskartels bezorgde de krant een internationale reputatie. Financiële problemen dwongen _
El Espectador_ ertoe zich om te vormen tot weekblad, maar sinds 2008 verschijnt de krant weer als dagblad.

  • Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Vanillekoorts: de keerzijde van het zwarte goud

    Door de hoge vanilleprijs beleeft Madagaskar, de grootste producent ter wereld, gouden tijden. Maar de handel leidt ook tot veel criminaliteit, en gaat ten koste van het regenwoud.

    ‘Het is big business,’ zegt Dominique Rakotoson, een vanillehandelaar van de oude stempel uit Sambava, de uitdijende ‘vanillehoofdstad’ in het noordoosten van Madagaskar. Het drukke verkeer doet stofwolken en dunne plastic zakjes opwaaien, spiksplinternieuwe SUV’s razen voorbij, uit speakers dreunt Malagassische popmuziek. Maar nergens is er een vleugje vanille te bespeuren in deze tropische stad – alleen de geur van afval, en van geld. ‘Deze quatre-quatres [fourwheeldrives] zijn allemaal betaald van het “zwarte goud”,’ zegt Rakotoson met een gepijnigde glimlach. Veel inwoners hebben de afgelopen jaren goede zaken gedaan in vanille. ‘Mijn broer, een boer die nog niet eens zijn lagere school heeft afgemaakt, is in een mum van tijd miljardair geworden [in ariary, de lokale munteenheid]. Ik heb jarenlang in de hoofdstad gestudeerd terwijl anderen hier een fortuin vergaarden.’

    Dankzij de snel groeiende vraag in China en kritische westerlingen die hun neus ophalen voor kunstmatige smaakstoffen lijkt er een onstilbare honger te zijn ontstaan naar de aromatische specerij uit deze contreien. Madagaskar exporteert jaarlijks zo’n tweeduizend ton vanille, die wordt verwerkt in bakproducten, ijs en parfum. Naar verluidt zou vanille een van de geheime ingrediënten van Coca-Cola zijn. De prijzen zijn omhooggeschoten: de peulen van de oogst van vorig jaar werden voor 500 euro per kilo aan internationale levensmiddelenproducenten verkocht, het tienvoudige van de kiloprijs in 2013. In een land waar meer dan 80 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft, is deze vanillekoorts voor de telers een geschenk uit de hemel. Of niet?

    Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele “vanillemoorden”

    ‘Hier ben ik nu mee getrouwd.’ Moira, een zeventigjarige weduwe uit het dorp Anjiamangotroka, prikt haar machete in de aarde waar ze pas geleden vanille-orchideeën heeft geplant. Met haar eerste oogst – het duurt drie tot vier jaar voordat de tropische slingerplant vruchten draagt – hoopt ze genoeg geld te verdienen ‘om een fatsoenlijk huis te kopen’. Ze is niet in de veronderstelling dat ze slapend rijk zal worden. ‘De teelt is erg arbeidsintensief.’ Het draait allemaal om handwerk. De delicate vanillebloemen bloeien maar één dag per jaar en moeten handmatig worden bevrucht. De plant komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika en wordt alleen bevrucht door een lokale bijensoort die niet in Madagaskar gedijt. Na de bestuiving duurt het negen maanden voordat de groene vanillepeulen rijp zijn. Vervolgens worden ze geplukt en gefermenteerd. Ze moeten wekenlang in de zon drogen voordat ze hun aroma, en daarmee hun waarde, ontwikkelen. Het zonnige, vochtige klimaat in de regio Sava is perfect voor de kwetsbare, kostbare orchidee – zo perfect zelfs dat driekwart van de wereldproductie hiervandaan komt, meestal van kleine familiebedrijfjes zoals dat van Moira. Maar de afgelopen tien jaar is de teelt steeds riskanter geworden.

    ‘Het regent minder en het gewas groeit minder goed,’ legt Moira uit. De grootste kwaaddoeners zijn de cyclonen die tijdens de zomermaanden over het eiland razen. Vorig jaar werd de regio getroffen door de hevigste storm van de afgelopen tien jaar. Cycloon Enawo veroorzaakte landverschuivingen en overstromingen. Er vielen 81 doden, 250.000 huizen raakten verwoest. De cycloon vernielde een vijfde van alle oogsten en een derde van de vanilleoogst, waardoor de vanilleprijs nog verder omhoogschoot.

    ‘Dankzij Enawo is vanille peperduur geworden,’ zegt Charles Rambolarson, uitvoerend secretaris van het Nationaal Bureau voor Rampenbestrijding. ‘En alle andere levensmiddelen ook: de prijzen rijzen de pan uit. Bevolkingsgroepen die al kwetsbaar waren, lijden nu honger.’ Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt: na een verwoestende cycloon in 2004 steeg de vanilleprijs van 20 euro naar meer dan 400 euro per kilo. Na de oorspronkelijke stijging zakte de kiloprijs terug naar 40 euro. ‘Het zal ook zeker niet de laatste keer zijn,’ benadrukt Rambolarson. ‘Door de klimaatverandering zijn de tropische stormen in kracht toegenomen.’


    Met de stijgende vanilleprijs is ook de vanilleroof gegroeid. ‘Het overkomt ons allemaal,’ zegt Emmanuel Zafihavama, een 55-jarige boer die een kleine vanilleplantage langs de weg naar Andapa beheert. ‘Hoe hoger de kiloprijs, des te vroeger in het jaar duiken dieven op om de peulen van de planten te grissen.’ Boeren zijn als de dood om al hun harde werk in rook te zien opgaan, vertelt hij, en ze zijn bang om slachtoffer te worden van een van de vele ‘vanillemoorden’. In zijn lommerrijke tuin, waar honderden helgroene vanilleplanten groeien, vertelt Zafihavama dat de boeren in zijn dorp de handen ineen hebben geslagen. ‘We hebben een burgerwacht opgericht om onze velden tijdens de vier maanden vóór de oogst dag en nacht te bewaken. We gaan op patrouille en slapen tussen de planten. Het is gevaarlijk en vermoeiend,’ zegt hij. ‘Het heeft totaal geen zin om bij de politie aangifte te doen. Ze spelen allemaal onder één hoedje.’ Boeren klagen dat dieven die ze in de kraag vatten en aan de politie overdragen zichzelf meteen vrijkopen.

    In de afgelopen jaren is de markt overspoeld met gestolen, onrijpe peulen, waardoor de gemiddelde kwaliteit van vanille uit Madagaskar is verslechterd. Om boeren ervan te weerhouden de vanillepeulen uit angst voor roof vroeg te plukken, heeft de regering voor elk dorp een oogstdatum vastgesteld. Van boeren die zich niet aan de regels houden wordt de oogst in beslag genomen of zelfs verbrand. Maar velen nemen dat risico op de koop toe.

    In Sambava wachten vanilledealers op de beruchte Rue Ambudimanga op klandizie. Het zijn jongemannen in gekleurde T-shirts, met spiegelzonnebrillen en gouden kettingen. De kleine koningen van deze morsige achterafstraat genieten zichtbaar van het geld en de roem die de handel hen oplevert. Een van hen, een twintiger die Prisco à l’Appareil [aan de telefoon] heet, veert op en trekt een bundeltje vanillestokjes uit zijn broekzak. ‘Topkwaliteit, slechts 1,5 miljoen ariary [ca. 390 euro] per kilo.’ Andere vanilledealers hebben vacuümverpakte pakketjes in hun tassen of lopen openlijk met kleine hoeveelheden in plastic zakjes rond. ‘De verkoop van vanille is niet zo relaxed als de jongens doen voorkomen,’ zegt Julio, een vader van vier. ‘Je moet uitkijken dat de vanillestokjes niet onder je neus vandaan worden gestolen. De baas weegt aan het einde van de dag de onverkochte waar. Als je een deel bent verloren, draai je er zelf voor op.’ ‘Niet iedereen is er geschikt voor,’ beaamt een groepje dealers eensgezind. Maar in Sambava, waar veel werkloosheid heerst, grijpen gelukszoekers hun kans. ‘Als je geen vanille verkoopt,’ zegt Prisco, ‘wacht je een zwaar leven. Hier is geen werk voor mannen.’ Er zijn alleen slecht betaalde baantjes in de bouw waarmee ze zich geen gouden horloges kunnen veroorloven.

    Ins en outs

    Max, een 21-jarige chauffeur, kent de ins en outs van de vanillehandel. ‘Je moet ten eerste de juiste mensen kennen.’ Hij voelt zich er te jong voor, haast hij zich te zeggen. ‘Voor mij is het op dit moment te riskant.’ Met een blik over zijn schouder leidt hij ons naar een magasin de vanilla; een vanillepakhuis. Van buiten ziet het eruit als een doodgewoon woonhuis: een roze villa met balkons, twee verdiepingen hoog, tussen de bescheiden houten huisjes. Omdat de patron weg is mogen we even een kijkje nemen. Binnen zitten ongeveer zestig vrouwen met haarnetjes en lichtgroene schorten aan lange tafels. Ze sorteren de zongedroogde vanille en bundelen ze in kleine pakketjes ter waarde van tienduizenden dollars, die in de hal worden ingepakt in grote dozen. Max is erg nerveus en loodst ons snel weer naar buiten. ‘De mensen zijn bang,’ zegt hij. Het is overduidelijk dat achter die roze muren iets illegaals plaatsvindt. Het is nu januari, en de laatste oogst was in juni. Als deze vanille niet meteen na de oogst is verwerkt en verkocht, is het dan gegarandeerd gestolen waar? Of heeft de baas de peulen meteen na de oogst vacuüm verpakt om ermee te speculeren?

    Dominique Rakotoson, de handelaar van de oude stempel, schuimbekt over de vanillespeculanten die grote hoeveelheden onrijpe en veelal gestolen peulen vacuüm verpakken om ze te conserveren. ‘Die gasten doen de peulen in Chinese plastic zakken en zuigen met een gewone stofzuiger de lucht eruit,’ zegt Rakotoson met overslaande stem. ‘En dan wachten ze rustig af tot de prijzen stijgen.’ Speculeren met onrijpe vanille is slecht voor de reputatie van de regio als producent van de hooggewaardeerde bourbonvanille, het neusje van de zalm, geprezen voor de zoete, intense smaak. Vacuüm verpakte groene peulen leveren een product op met een lager vanillinegehalte, en soms zelfs met een muffe smaak. Volgens Rakotoson wordt speculatie in de hand gewerkt door het gebrek aan overheidscontrole en welig tierende corruptie. ‘En het zijn niet alleen straatdealers in Sava die snel geld verdienen, er gaat een veel grotere handel achter schuil. Ga maar eens kijken in Antalaha,’ zegt hij. ‘Dan kun je het met eigen ogen zien.’

    vanille

    Met haar door palmbomen omzoomde lanen, de witte stranden en de grote villa’s die over de Indische Ocean uitkijken, ademt Antalaha, de tweede vanillestad in de regio Sava, een koloniale sfeer. Vanillemagnaten als Henri Fraise en Ramandriabe maken hier al decennia de dienst uit. Om hun marktaandeel te behouden moeten deze grote exporteurs concurreren met kapers op de kust, vooral uit China, India en Pakistan. De stad is schoon, chic en erg rustig. Toch is ons op het hart gedrukt hier niet de nacht door te brengen. Achter de zonnige façade gaat een duister geheim schuil: Antalaha staat bekend als het hart van de illegale handel in rozenhout. Driekwart van het resterende regenwoud van Madagaskar bevindt zich in deze regio. De drie nationale parken Marojejy, Macolline en Masoala hebben stuk voor stuk te maken met leegroof van beschermde tropische houtsoorten als palissander, ebben en rozenhout. De bomen worden illegaal naar China verscheept en verwerkt tot traditionele meubels die gretig aftrek vinden onder de groeiende middenklasse. Volgens schattingen uit recent onderzoek is in de illegale rozenhouthandel in de afgelopen twintig jaar bijna 1 miljard euro omgezet. Om deze enorme bedragen wit te wassen hebben de houtbaronnen volop in vanille geïnvesteerd; ze kopen de peulen tegen elke prijs op, waardoor de kiloprijs nog verder wordt opgejaagd. ‘Geld werd niet meer geteld maar gewogen, in stapels biljetten van 500 kilo,’ vertelt Rakotoson. ‘Het maakte hen niet uit hoeveel het koste. Krankzinnig. De boeren profiteerden ervan. De lokale speculanten profiteerden ervan. Elke dag dreven ze de prijzen iets verder op.’

    Als we Solfi, het jonge dorpshoofd van Ambohimanarina, een klein dorpje naast nationaal park Marojejy, naar de handel in rozenhout vragen, schiet hij overeind. Zijn ogen spuwen vuur. ‘Dat gebeurt hier niet meer,’ zegt hij. Deze reactie krijgen we vaker. De vraag wordt ongemakkelijk weggewuifd, men kijkt liever de andere kant op. Een dorpsbewoner die graag anoniem wil blijven schetst een ander beeld wanneer hij ons vertelt dat de illegale handel in rozenhout een van de bekendste ‘geheimen’ van de regio is. ‘Het hele dorp weet ervan maar omdat iedereen ervan profiteert, doet niemand zijn mond open. Je hoort hier vaak midden in de nacht vrachtwagens rondrijden. Wat hebben die hier om drie uur ‘s nachts te zoeken als er geen rozenhout wordt verhandeld?’

    Vorig jaar kwamen het Environmental Investigation Agency en Global Witness, twee internationale organisaties die tegen milieucriminaliteit strijden, met bewijzen dat er nog steeds illegale houtkap plaatsvindt. Ondanks eerdere intentieverklaringen van de regering om de illegale handel te bestrijden is er, zo stellen deze ngo’s, nog nooit een houtbaron door een rechtbank veroordeeld. Milieuactivisten die de rozenhoutmafia in de wielen rijden belanden daarentegen geregeld achter de tralies, of worden met de dood bedreigd. De woordvoerder van het ministerie van Milieu, Ecologie en Regenwouden begint ongemakkelijk op zijn stoel te schuiven wanneer we hem de vraag voorleggen wie de vermaarde houtbaronnen achter de georganiseerde criminaliteit en de vanille-investeringen zijn. ‘Het is een politiek probleem, begrijpt u.’ Hij verwijst ons naar de minister-president.

    ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school’

    Naar verluidt bezitten de regering en particuliere eigenaren tussen de 500 miljoen en 4 miljard euro aan rozenhout. Maar aangezien de export van rozenhout illegaal is onder het CITES-verdrag, de overeenkomst inzake de internationale handel in beschermde planten en dieren, kan de elite weinig aanvangen met hun spaarpotje. Dit jaar zal de regering het hervatten van de houtexport heroverwegen. Het feit dat dit vlak voor de aankomende presidentsverkiezingen is gepland, is ‘puur toeval,’ stamelt een nerveuze regeringsfunctionaris.

    Voor kleine boeren heeft de vanilleteelt in de afgelopen jaren eindelijk iets opgeleverd. ‘Vorig jaar was voor mij een topjaar. Al mijn kinderen kunnen nu naar school,’ zegt Zafihavama. ‘En het wordt alleen maar beter, als ik tenminste niet wordt bestolen.’ Glimmend van trots laat hij me zijn huisje zien, een kleine houten hut met één bed. In de eenvoudige ruimte staan zijn nieuwe aanwinsten: vijf gloednieuwe plastic stoelen, twee vitrinekasten en een computer met een aanzienlijke dvd-verzameling, vrijwel alle populaire kungfu-films.

    Maar de vanillehandel floreert ten koste van een van de waardevolste regenwouden ter wereld. Door de geografische isolatie van het eiland vind je hier een groot aantal planten en dieren die nergens anders voorkomen.

    Dasy Ibrahim, projectmanager van CARE, een internationale ngo die boeren begeleidt bij de overstap op klimaatslimme landbouw, noemt de combinatie van hoge werkeloosheid en armoede en het witwassen van grote hoeveelheden tropischhardhoutgeld ‘funest’. ‘De situatie in de vanillesector dreigt volledig uit de hand te lopen.’ Hij trekt een pijnlijk gezicht. ‘De vanillehandel is nog erger dan de cocaïnehandel.’

    Auteurs: Ingrid Gercama & Nathalie Bertrams
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: © HH

    Lees ook Na Nederwiet ook Nedervanille? over Filip van Noort en zijn grootschalige vanillekweekplannen in Nederland.

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.