Tag: regering

  • China voert meer lockdowns in na stijging besmettingen

    China voert meer lockdowns in na stijging besmettingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN Mensenrechtenraad stuurt missie naar Iran

    » Rusland gaat lhbti-gemeenschap harder vervolgen

    In China groeit de frustratie over de ‘zerocovidstrategie’

    Het aantal coronabesmettingen stijgt weer in China, waardoor de autoriteiten in verschillende steden weer zeer strenge maatregelen aan de inwoners opleggen. Zo worden op steeds meer plekken weer lockdowns afgekondigd en moeten mensen zich haast dagelijks laten testen, meldt South China Morning Post. In de afgelopen 24 uur werden er ruim 31.000 besmettingen gemeld, een dagrecord sinds het begin van de pandemie in 2019.

    In tegenstelling tot veel andere landen wordt in China een zerocovidstrategie gehanteerd, wat betekent dat er alles aan wordt gedaan door de Communistische Partij om ervoor te zorgen dat het coronavirus volledig wordt uitgeroeid. Van industriestad Guangzhou tot delen van Beijing, grote delen van het land moeten zich weer aan zeer strenge coronavirusbeperkingen houden. De aanhoudende maatregelen van de overheid zorgen in toenemende mate voor frustratie bij de bevolking.

    In de miljoenenstad Zhengzhou kwam het de afgelopen dagen tot confrontaties. Fabriekswerkers van een Apple-fabriek kwamen in botsing met de autoriteiten vanwege een loonconflict, op een moment dat de volledige stad in lockdown moest. Het toont aan dat zelfs in China, waar inwoners over het algemeen respect hebben voor autoriteiten, jaren na de coronavirusuitbraak in Wuhan in toenemende mate klaar zijn met de strengheid van het Chinese bewind.

    Lees ook:

  • Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minstens zes doden bij schietpartij tijdens 4 juli-parade in voorstad van Chicago

    » Overstromingen Sydney: 50.000 mensen opgeroepen te evacueren

    Na vijf dagen protest komt leger demonstranten tegemoet

    Na vijf dagen van protesten belooft het Soedanese leger niet deel te nemen aan de vorming van de volgende regering. Generaal Abdel Fattah al-Burhan, die op 25 oktober 2021 na een staatsgreep de macht greep in Soedan, zei in een toespraak op 5 juli dat ‘het leger plaats zou maken voor een burgerregering, zich zou terugtrekken uit de lopende politieke besprekingen en politieke en revolutionaire groeperingen zou toestaan een overgangsregering te vormen’, meldt Al Jazeera.

    De aankondiging volgt op een dodelijke week voor de Soedanese democratische beweging – waarin negen doden en meer dan zeshonderd gewonden vielen. Sinds 30 juni vinden er in Soedan grootschalige protesten plaats die een einde aan het militaire bewind eisen. Al-Burhans toespraak kon de activisten, die zich niet uit het centrum van hoofdstad Khartoem verwijderden, echter niet overtuigen. ‘We vertrouwen Al-Burhan niet,’ vertelde een demonstrant aan de Qatarese nieuwszender. ’We willen dat hij voorgoed vertrekt.’ ‘Al-Burhan moet worden berecht voor alle mensen die hij sinds de staatsgreep heeft gedood [meer dan honderdtien],’ aldus een andere woedende burger.

    Lees ook:

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • De ongemakkelijke waarheid over Noord-Korea en China

    De ongemakkelijke waarheid over Noord-Korea en China

    De regering-Trump probeert China over te halen om samen de kwestie Noord-Korea aan te pakken. Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng te zijn tegen Pyongyang, schrijft Azië-expert Andrei Lankov.

    Alle ogen zijn momenteel 
gericht op Noord-Korea: president Trump heeft te verstaan gegeven dat hij het ‘Noord-Koreaanse probleem’ eindelijk wil oplossen – oftewel, dat hij zal zorgen dat Noord-Korea kernwapenvrij wordt. Heel bijzonder is dat niet: de afgelopen 25 jaar heeft elke nieuwe Amerikaanse president beloofd iets aan de nucleaire ambities van Noord-Korea te zullen doen. Sommigen hebben het met onderhandelingen geprobeerd, anderen hebben de druk opgevoerd. Geen van beide benaderingen heeft tot dusver geholpen.

    De regering-Trump, die Noord-Korea als een van haar grootste buitenlandse problemen lijkt te zien, kiest voor de harde lijn, maar op een speciale manier: Trump hoopt China over te halen tot een aantal keiharde gemeenschappelijke sanctiemaatregelen. De zaak werd besproken tijdens de topontmoeting van Trump en Xi Jinping afgelopen april. De Amerikaanse regering schijnt zich bereid te hebben verklaard een deel van haar anti-Chinabeleid te heroverwegen – inclusief ingewikkelde handelskwesties – als China ‘volledig meewerkt’ aan het onder druk zetten van Noord-Korea.

    De regering-Trump gaat ervan uit dat Chinese sancties Noord-Korea aan de rand van de economische afgrond zouden brengen en hoopt de leiders in Pyongyang er op die manier toe te dwingen hun nucleaire ambities te heroverwegen. Gezien het feit dat zo’n 90 procent van de buitenlandse handel van Noord-Korea op het conto van China komt en dat Beijing het land bovendien van vitale levensbehoeften voorziet, zoals scheepsladingen gesubsidieerde brandstof, lijkt dit een redelijke verwachting.

    Politieke desintegratie

    Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng voor Pyongyang te zijn. Hoewel het kernwapenprogramma van Noord-Korea niet in goede aarde valt bij de Chinese leiders, zijn ze bang dat echt veelomvattende sancties inderdaad tot de economische instorting van het land zouden leiden, waarna politieke desintegratie zou volgen. Een Noord-Korea in staat van burgeroorlog zou in hun ogen een grotere bedreiging zijn dan het nucleair bewapende maar betrekkelijk stabiele Noord-Korea van dit moment. Erger nog, een crisis in Noord-Korea zou kunnen resulteren in een Duitslandachtige hereniging van het land onder leiding van Seoel – dat wil zeggen, in het ontstaan van een verenigde, democratische en nationalistische Koreaanse staat die waarschijnlijk een bondgenoot van de Verenigde Staten zou worden. Dat is niet iets waarop men in Beijing zit te wachten.

    Afgezien daarvan weten de Chinese deskundigen dat Noord-Korea kernwapens als de enige garantie ziet voor het overleven van het regime en er dus nooit afstand van zal doen, ook al is de druk nog zo groot. Daarom is het hoogst onwaarschijnlijk dat een Chinese boycot van Noord-Korea – zoals de regering-Trump die graag zou zien – tot de gewenste denuclearisering zou leiden, en is de kans veel groter dat die juist het soort crisis zou uitlokken waar China zo bang voor is.

    Daarom zijn de verwachtingen van de regering-Trump irreëel. Beijing zou nog liever geconfronteerd worden met de gevolgen van een handelsoorlog met Washington dan met die van een echte oorlog vlak in de buurt – al zullen ze dat niet gauw aan de grote klok hangen.

    Maar moeten we ons daar zorgen over maken? Moeten we het erg vinden dat het waarschijnlijk nog wel even zal duren voordat Trumps Chinese droom werkelijkheid wordt? Misschien niet, want de alternatieven zijn veel erger.

    Het eerste alternatief zou onderhandelen zijn, maar ook dat zal niet werken. Kim Jong-un gelooft dat hij voordat hij gaat onderhandelen een intercontinentale ballistische raket moet ontwikkelen en opstellen die in staat is het Amerikaanse continent te treffen. Zijn ingenieurs werken met opmerkelijke snelheid aan dit project en hun succes zal vermoedelijk een kwestie van jaren zijn, zo niet maanden – ook al twitterde Trump in januari dat zo’n IBR ‘er niet gaat komen’.

    Hopelijk zal Trump de les leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing

    Dus als eenmaal duidelijk wordt – voor de zoveelste keer – dat sancties noch onderhandelingen werken, en dat Noord-Korea weleens het derde land ter wereld kan worden dat theoretisch in staat is San Francisco van de kaart te vegen, hoe zal de president dan reageren? Een militaire aanval zou een optie kunnen zijn – dat wil zeggen, daar hebben sommige sleutelfiguren in de regering al vele malen op gezinspeeld.

    Maar Noord-Korea is in staat om terug te slaan als het wordt aangevallen en zal dat waarschijnlijk ook doen – misschien door een massale artillerieactie tegen Seoel, de reusachtige hoofdstad die vlak bij de Noord-Koreaanse grens ligt. Als dat gebeurt, zullen de Zuid-Koreanen terugschieten en zullen de Verenigde Staten zich binnen de kortste keren in een landoorlog in Azië verwikkeld zien.

    Dus misschien is het maar goed dat de Chinezen momenteel nadenken over het meewerken aan sancties en tijd winnen terwijl ze de Verenigde Staten concessies op andere gebieden afdwingen. Een oorlog zou veel erger zijn. We moeten misschien ook hopen dat het geloof in een Chinees wonder zo’n lang leven beschoren zal zijn dat Trump de les zal leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing. In het verleden duurde het meestal een jaar of twee voordat een nieuwe regering deze ongemakkelijke waarheid onder ogen zag.

    Auteur: Andrei Lankov

    Andrei Lankov (Rusland, 1963) is directeur van de Korea Risk Group, het moederbedrijf van NK News, een Amerikaanse betaalsite die nieuws en analyses brengt over Noord-Korea.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

  • Bulgaarse patriotten zingen een toontje lager

    Bulgaarse patriotten zingen een toontje lager

    In Bulgarije kreeg extreemrechts een plekje in de regering. Een goede zet, vindt website Club Z. ‘Hun kiezers zien nu dat luidruchtige verkiezingsbeloftes één ding zijn, en politiek een ander.’

    In het parlement staat Volen Siderov, leider van de extreemrechtse partij Ataka, op en zingt uit volle borst het Europese volkslied: de Negende Symfonie van Ludwig van Beethoven. Enkele minuten daarvoor heeft hij gestemd voor de vorming van Borisov III, het derde kabinet van aftredend premier Bojko Borisov. Een prowesterse regering die zich krachtig achter de Euro-Atlantische waarden schaart en die de markteconomie als enig ontwikkelingsmodel beschouwt. Enkele dagen daarvoor heeft Volen Siderov zelfs zijn handtekening onder dit programma geplaatst, preluderend op deze coalitie die Bulgarije de komende vijf jaar zal leiden.

    Ja, Volen Siderov, uitgerekend hij. Hij die pleitte voor uittreding van Bulgarije uit de Europese Unie en de NAVO, die eiste dat zijn land op het wereldtoneel de kant van Rusland zou kiezen en die beloofde dat hij buitenlandse bedrijven zou nationaliseren zodra hij aan de macht kwam. Maar nu het zover is, is er geen enkele kans dat hij zijn verkiezingsbeloften zal nakomen. En dat geldt ook voor zijn twee collega’s van de nationalistische en conservatieve alliantie Verenigde Patriotten, Krassimir Karakatsjanov en Valeri Simeonov.

    De ongeveer 320.000 Bulgaren die bij de laatste parlementsverkiezingen op hen hebben gestemd, waardoor ze de op twee na grootste partij werden (na de conservatieven en de socialisten), voelen zich nu dus regelrecht bedonderd. Zelden zijn de kiezers van het land zo schaamteloos voorgelogen.

    Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst

    Evenals andere partijen hadden de Patriotten voor de verkiezingen hun programma gepresenteerd. Ze beloofden verlaging van de btw en de medicijnprijzen, verplicht onderwijs in patriottisme op de scholen en herinvoering van de militaire dienst. Ook beloofden ze dat ze de ‘speculanten’ zouden verbieden en dat ze geen enkele asielzoeker meer zouden toelaten. Voor de verkiezingen beloofden Siderov en co dat Bulgarije van niemand meer instructies zou aanvaarden. Niet van Washington, Brussel of Ankara, en evenmin van Moskou, waarbij ze voor de toekomst van het land een soort Wit-Russisch model schetsten. Ten slotte drongen de Patriotten aan op opheffing van de sancties tegen Rusland wegens de annexatie van de Krim – maar nu hoor je ze daar niet meer over.

    Traditioneel sluiten kleinere coalitiepartners in Bulgarije compromissen – maar een dergelijke verloochening van verkiezingsbeloften is in de recente geschiedenis van het land nooit vertoond. Misschien dat al de Bulgaren die op de Patriotten gestemd hebben zich een beetje minder bedonderd zouden voelen als ‘hun mannen’ enkele belangrijke posten hadden gekregen, waardoor ze iets van hun ideeën hadden kunnen uitvoeren.

    Maar ook in dat opzicht worden ze teleurgesteld: de nieuwe minister van Economische Zaken, Emil Karanikolov, is officieel naar voren geschoven door de xenofobe partij Ataka van Volen Siderov, maar nader onderzoek leert dat hij eigenlijk uit de school komt van de premier.

    Dat geldt ook voor zijn collega van Milieu, Neno Dimov. Krassimir Karakatsjanov, de leider van de nationalistische partij VMRO, heeft wel het ministerie gekregen waar hij zijn zinnen op had gezet, namelijk het ministerie van Defensie, maar in een land dat lid is van de NAVO sluit deze post ieder patriottisch avontuur en ander spektakel uit: Bulgarije moet zich aan zijn verplichtingen houden en daarmee uit.

    Het derde lid van de bende, Valeri Simeonov, die het Nationaal front voor het heil van Bulgarije leidt, heeft de prestigieuze post van vicepremier gekregen, maar nader onderzoek leert dat het niet echt een ministerspost is – hij is minister zonder portefeuille.

    Kiezersbedrog en twee erebaantjes

    Daar komt de deelname van de Patriotten dus op neer: kiezersbedrog en twee erebaantjes. Natuurlijk voeren de Patriotten aan dat ze gestreden hebben voor de verhoging van het pensioen naar 300 lev [150 euro]; ze hebben bereikt dat het minimumpensioen is verhoogd naar 200 lev en dat deze maatregel per 1 oktober in werking treedt. De rest is leugen en hypocrisie.

    Tot slot een constatering. Die hele regeringsdeelname van extreemrechts is uiteindelijk toch goed nieuws. Ten eerste weet iedereen nu dat het merendeel van de verkiezingsbeloften van Siderov en co onzin was waar geen enkele serieuze regering zich aan zou hebben gehouden. Ten tweede is het een uitstekende les voor hun kiezers, want luidruchtige verkiezingsbeloftes zijn één ding, politiek is heel wat anders.

    Auteur: Ivan Bedrov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Volen Siderov, leider van de extreemrechtse Ataka-partij, viert Bevrijdingsdag in So a op 3 maart. – © Jodi Hilton / HH

    Club Z
    Bulgarije | clubz.bg

    Gemaakt voor de Bulgaarse intelligentsia en voor hen die baat hebben bij goed financieel nieuws. Geliefd platform voor schrijvers en chroniqueurs van naam.

  • De Chinese crisis is een schuldencrisis

    De Chinese crisis is een schuldencrisis

    Na jaren van voorspoed 
zit de klad in de Chinese economie. Lagere over
heden en particuliere bedrijven gaan gebukt onder schulden. Zelfs staatsbedrijven moeten zich zorgen gaan maken, want de regering lijkt haar handen van ze af 
te trekken.

    In 2015 heeft de Chinese economie een ‘stabiele groei’ van 6,9 procent gerealiseerd, tegen 7,3 procent in 2014. Maar de noodzaak tot hervorming blijft stijgen. In 2014 stonden de fabrieken in het kustgebied onder druk, die een voor een hun deuren sloten; nu voelt iedereen het in zijn portemonnee.

    In 2016 zal de Chinese economie, die wordt uitgehold door haar schuldenlast, absoluut manieren moeten zien te vinden om de kredietcrisis beter te beteugelen, de financiële risico’s te beperken, de investeringen rendabel te maken en ondertussen de onverkochte voorraden te slijten. Gezien de omvang van de problemen zal China daar niet altijd in slagen. Toch zal het alle vragen moeten beantwoorden.

    Het jaar 2015 stond vooral in het teken van de moeizame schuldaflossing. De torenhoge schulden die door het bedrijfsleven zijn aangegaan, en die hebben geresulteerd in 
de sluiting van tal van verwerkingsbedrijven in het kustgebied die insolvent waren geworden door de financiële crisis, raken nu ook een betrekkelijk groot aantal staatsbedrijven. In maart 2014 had de betalingsachterstand van Chaori, een fabriek van zonnepanelen die de rente over zijn schulden niet meer kon opbrengen, de markt al heimelijk verontrust.

    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images

    In april maakte Baoding Tianwei, een producent van elektrische apparatuur, op zijn beurt bekend de jaarlijkse rente over zijn obligatieleningen niet te kunnen voldoen. Dit was nog nooit voorgekomen bij een staatslening, en het incident 
werd dan ook als bijzonder symbolisch beschouwd: nu bleken ook staatsbedrijven wanbetalers te kunnen zijn.

    Na de instorting van de internationale grondstoffenprijzen in het vierde trimester moest Hidili International Development Limited op 3 november bekendmaken dat het zijn schulden niet kon voldoen. Hidili, een op de Kaaimaneilanden geregistreerd exploratiebedrijf met een beursnotering in Hongkong, heeft talrijke filialen in China.

    Kettingreactie

    Volgens Li Weijie, analist bij de China Securities Company, ‘kunnen de problemen bij Hidili een kettingreactie uitlokken in de reële Chinese economie, waar het aandeel van dubieuze vorderingen toeneemt. Talrijke midden- en kleinbedrijven die gelieerd zijn met Hidili riskeren een faillissement.’

    De schuldproblemen in de olie- en 
gassector weerspiegelen in het klein 
de problemen van het hele Chinese bedrijfsleven. Volgens de laatste gegevens van het Chinese ministerie van Financiën zijn de winsten van de staatsbedrijven in een jaar met 9,5 procent gedaald. In de eerste elf maanden van 2015 hebben de staatsbedrijven op het gebied van olie, petrochemie en bouwmaterialen hun winsten zien inzakken, terwijl de staal-, steenkool- en non-ferrometaalsector zelfs verliesgevend waren. Er is dus goede reden om aan te nemen dat een aantal daarvan als ‘zombiebedrijven’ moet worden beschouwd, die op sterven na dood zijn. Volgens econoom Stephen Green hebben de Chinese bedrijven met een te hoge schuldenlast twee opties: of ze worden failliet verklaard op verzoek van hun crediteuren, of ze blijven doordraaien en halen zich nog meer schulden op de hals, wat ten koste zal gaan van de financiële gezondheid van hun geldverstrekkers. Het is duidelijk dat een groot aantal staatsbedrijven tot de tweede categorie behoort.

    Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen

    De centrale regering aarzelt niet meer om met de beschuldigende vinger naar deze zombiebedrijven te wijzen, evenals naar degene die kampen met productionele overcapaciteit; op deze laatste categorie is de ‘structurele hervorming van het aanbod’ gericht die momenteel in gang wordt gezet. In het geval van de zombiebedrijven die de hervorming van de economische structuur in de weg staan neigt men naar liquidatie of herstructurering. Dat is eveneens een onmisbare fase in de hervorming van de staatsbedrijven, een onderwerp dat sinds de jaren negentig tot op het bot is afgekloven.

    Desondanks is het risico bij de lagere overheden in 2015 nog groter geworden, wat het ministerie van Financiën ertoe heeft gedwongen hun schuldenlast ter waarde van 3 biljoen yuan [ongeveer 420 miljard euro] te saneren, voornamelijk door middel van herschikking. Als de schulden zo hoog oplopen kan er dus te veel geld uit het financiële systeem worden gehaald, en dat wordt zeer duur betaald. Dat geldt zowel voor bedrijven als lagere overheden.

    Maar als de lagere overheden zich 
eruit kunnen redden door middel van schuldoverdracht (aan de centrale overheid) en als de staatsbedrijven geherstructureerd of onder curatele gesteld kunnen worden, dan kan men zich afvragen wat er met particuliere bedrijven met te hoge schulden gebeurt.

    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images
    Trucks staan weg te roesten bij de verlaten staalfabriek in Qingquan. – © Kevin Frayer / Getty Images

    Die moeten zich helemaal zelf redden, aldus een bron uit de bankwereld. 
Ze hebben de situatie de afgelopen twee jaar lijdzaam moeten ondergaan. Volgens Liu Yuanchun van de Volksuniversiteit van Beijing moeten ze wachten tot de huidige ‘chirurgische ingreep’ is voltooid voordat hun problemen langzaam maar zeker kunnen worden opgelost. Ze maken dus moeilijke tijden door. In 2016 kunnen ze het nog zwaarder te verduren krijgen en zal het hele financiële systeem worden bedreigd, aldus Li Xunlei, hoofdeconoom van Haitong Securities.

    De tweede grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe het krediet kan worden beteugeld. Sinds het jaar 2000 is de schuldenlast met ongeveer 50 procent toegenomen. Daardoor worden de bedrijfswinsten en de openbare financiën uitgehold 
en gaat geld verloren dat anders aan nieuwe investeringen had kunnen worden besteed.

    Volgens een Amerikaanse studie uit 2015 zou het financiële risico van China overigens het gevolg zijn van 
de enorme schuldenlast van de staatsbedrijven, die geschat wordt op 78 biljoen yuan [ongeveer 11 biljoen euro]. Het goedkoopste geld leen je bij de bank. Maar om te kunnen lenen moet je garanties bieden, liefst van de kant 
van de staat. Om die reden worden de meeste bankleningen aan staatsbedrijven verstrekt en moeten de midden- en kleinbedrijven andere, kostbaardere kanalen aanboren, zoals schaduwbanken, die wat duurder zijn maar relatief betrouwbaar. Een laatste mogelijkheid is privékrediet, dat het kostbaarst en gevaarlijkst is.

    Het ontstaan van deze min of meer occulte kanalen na de financiële crisis van 2008 heeft gevolgen gehad die tot dan toe onbekend waren: het massaal afsluiten van leningen door lagere overheden, een sterke toename van de particuliere leningen en de opkomst van een systeem van schaduwbanken dat het krediet huizenhoog heeft opgedreven.

    Een specialist uit de financiële sector vat de situatie als volgt samen: waar het aanvankelijk de bedrijven waren die een beroep deden op de banken, zijn de plaatselijke bankfilialen al heel snel bedrijven gaan benaderen om ze leningen aan te smeren en hebben ze geprobeerd hun uitstaande tegoeden bij trustmaatschappijen onder te brengen.

    Virtuele economie

    Toen in 2011 de crisis in de particuliere leningensector uitbrak, zijn talloze 
privéondernemingen verdwenen. Dit valt voornamelijk te verklaren uit de aanscherping van het monetaire beleid in 2010 en het feit dat het privékapitaal de reële economie verruilde voor de onroerendgoedmarkt en de virtuele economie.

    Uiteindelijk zijn ook de leningen aan staatsbedrijven riskant geworden. 
Tussen eind 2010 en 2013 is de schuld van lagere overheden met 63 procent toegenomen, die op hun beurt minder bereid zijn geworden om garant te staan voor bedrijven. Tel daar de lagere groei bij op, en je begrijpt waarom de staatsbedrijven steeds minder in staat zijn hun verplichtingen na te komen. De financiële sector heeft alleen maar de positieve kant van de zaak gezien.

    Volgens Liu Yuanchun zijn de uitstekende resultaten van de financiële wereld niet zozeer te verklaren uit de structurele hervormingen en de verandering van de economische dynamiek (de concentratie op de binnenlandse vraag die sinds enkele jaren wordt aanbevolen), maar eerder uit het vermoedelijke wegsluizen van bepaalde winsten van de reële economie. Een onderzoek uit 2014 naar de winsten van beursgenoteerde Chinese bedrijven toont aan dat meer dan de helft voor rekening van de financiële sector komt. Terwijl het netto resultaat van de industrie maar met 3 procent toenam, steeg dat van de bancaire sector naar meer dan 9 procent; in het eerste semester van 2015 is de toegevoegde waarde van de industrie met maar 6 procent gestegen, en die van de gehele financiële sector met 17,41 procent.

    ‘Voor een wereldwijde economische opleving moeten de dienstensector en de financiële sector gelijke tred houden met de reële economie,’ onderstreept Liu Yuanchun.
    Op dit moment zijn de banken gedwongen voorzorgsmaatregelen te treffen. Meer dan 2 procent van hen zou niet aan zijn financiële verplichtingen kunnen voldoen vanwege het toenemende aantal dubieuze vorderingen. Halverwege 2014 verwachtte de Industriële Bank 25 à 40 procent te moeten afschrijven op zijn onroerendgoedportefeuille ten opzichte van 2013. Na de financiële crisis heeft men inderdaad in talloze regio’s aankopen goedgekeurd zonder eigen inbreng, maar vanaf 2013 dalen de onroerendgoedprijzen en is de economie duidelijk gaan haperen.

    CONTEXT 1: INVLOED POLITIEK

    #In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.#

    De derde grote vraag waarvoor de Chinese economie zich gesteld ziet, is hoe gecontroleerd kan worden of er sprake is van productionele overcapaciteit. Li Xunlei heeft kortgeleden gerapporteerd wat een provinciale bestuurder hem meldde over de ‘structurele hervorming van het aanbod’ (die centraal staat in het beleid van de regering). Deze is zo lang uitgesteld dat er in feite sprake is van een ‘structurele verandering’, aldus de bestuurder. Daar ben ik het mee eens, schreef Li, want het verbeteren van het aanbod, het verhogen van de productiviteit en het beter aanwenden van human resources, kapitaal en techniek voor het bbp vereist een herstructurering.

    De economische situatie wordt steeds complexer: structurele problemen, productionele overcapaciteit, financiële risico’s, ongunstige markttendensen, dalende indicatoren… China heeft sinds 2008 afscheid moeten nemen van een groei van meer dan 10 procent en is in 2015 bij een nieuw keerpunt aangeland, een groei van minder dan 7 procent. Maar tijdens deze bewogen periode zijn de investeringen altijd een heel belangrijke motor geweest om tegenwicht te bieden aan neerwaartse druk.
    Toen de regering in 2008 een groot 
stimuleringspakket ter waarde van 4 biljoen yuan lanceerde, ging al het geld naar onroerend goed; nu gaat het naar stedelijke infrastructuur, zoals ondergrondse drinkwater- en rioolnetten. Deze verandering van oriëntatie zegt veel over de onvervangbare rol 
van publieke investeringen als economische stabilisator, ook al zijn die momenteel op consumptie gericht.

    Sociale huisvesting

    Om een halt toe te roepen aan de overproductie en de markt weer gezond te maken, zijn talloze aanpassingen binnen de bedrijven vereist. Volgens Guan Qingyou, hoofd van de financiële redactie van deze krant, moet eerst worden bezien hoe de faillissementswet kan worden toegepast (die dateert uit 2007 maar weinig wordt gebruikt), met aandacht voor de begeleiding van het personeel en de liquidatie van activa. Fusies van staatsbedrijven moeten worden bevorderd volgens technische of ecologische maatstaven.

    Ook pleit de econoom voor intensivering van de pogingen om onverkocht onroerend goed van de hand te doen door het financieren van sociale huisvesting voor minderbedeelde stedelingen en plattelandsbewoners. Daarnaast stelt hij voor om programma’s te ontwikkelen voor de vestiging van bejaardenhuizen en toeristencentra.
    Over de manieren waarop de situatie weer gezond kan worden gemaakt wordt veel gediscussieerd. Maar volgens Guan Qingyou moet er eerst van hogerhand een duidelijker plan worden ontwikkeld om de reële economie op een inventievere manier te herstructureren.

    Auteur: Li Xiaodan
    Vertaler: Peter Bergsma

    Jingji Guancha Bao
    China | dagblad | oplage 400.000
    ‘Economic Information Daily’, opgericht door het officiële agentschap Xinhua, besteedt aandacht aan structurele problemen die worden veroorzaakt door het hervormingsbeleid en de economische ontwikkeling van het land.

    CONTEXT 2: CONSUMPTIE

    In Beijing worden economische beslissingen sterk beïnvloed door politieke factoren. De leiders van de Communistische Partij vrezen dat een hervorming hun legitimiteit ter discussie kan stellen. Bovendien heeft president Xi Jinping het laatste woord, en hij maakt zich zorgen over de plaats van China in de wereld. Ten slotte laten de hervormingen die bij de komst van Xi in 2012 werden aangekondigd lang op zich wachten. Veel rijke Chinezen emigreren. Het aantal stakingen is tussen 2014 en 2015 verdubbeld. Dit alles zal de manier beïnvloeden waarop Beijing zijn economie weer op poten hoopt te zetten.

    CONTEXT 3: MINDER KOLEN EN STAAL

    100 à 150 miljoen ton ruwstaal minder
    Dat doel formuleerde premier Li Keqiang op 22 januari om de overcapaciteit te verminderen. Met 803 miljoen ton is de staalproductie in 2015 voor het eerst sinds 1981 gedaald, volgens de economische site Caijing Wang.
    Het equivalent van 4,24 miljard ton steenkool
    Dat is de hoeveelheid energie die in 2015 door China is verbruikt, een daling van 0,5 procent. De steenkoolconsumptie zou met 3,8 procent zijn gedaald.

    CONTEXT 4: CHRONOLOGIE

    2008 november De financiële crisis spaart ook China niet. Het land kondigt een stimuleringspakket van 4 biljoen yuan (ongeveer 550 miljard euro) aan.

    2009 Vanaf dit jaar worden honderden fabrieken gesloten en komen miljoenen gastarbeiders op straat te staan.

    2014 China sticht de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur om tegenwicht te bieden aan het IMF en de Wereldbank.

    2015 augustus Beijing devalueert de yuan binnen een week met bijna 5 procent. Op 24 augustus keldert de beurs met 8,47 procent. De wereldmarkt siddert.

    2016
    7 januari Voor de tweede keer binnen vier dagen keldert de beurs van Shanghai met 7 procent en wordt de handel in aandelen bevroren. Achtste devaluatie van de yuan sinds augustus (- 0,51 procent).

    19 januari De regering maakt bekend dat het bbp in 2015 met 6,9 procent is gestegen.

    26 januari Wang Baoan, chef van het Chinese Bureau voor de Statistiek – en verantwoordelijk voor de economische indicatoren van het land – wordt beschuldigd van corruptie.

    CONTEXT 5: GRILLIG WISSELKOERSBELEID

    De afgelopen zes maanden hebben investeerders zich verbaasd over het grillige Chinese wisselkoersbeleid, aldus The Wall Street Journal. Eerst was er in augustus een plotselinge devaluatie van de yuan en de aankondiging dat de spilkoers voortaan elke ochtend zou worden bepaald aan de hand van de slotkoers van de vorige dag. Daarna verankerde de Chinese bank de yuan niet langer alleen aan de dollar, maar ook aan andere deviezen. En op 7 januari werd de munt opnieuw gedevalueerd. ‘De fluctuaties van de yuan zijn het gevolg van marktschommelingen en hebben niets met devaluatie te maken,’ verzekerde de Chinese vicepresident Li Yuanchao. Maar de Financial Times schrijft: ‘De Chinese leiders mogen dan expliciet ontkennen dat ze aansturen op een sterke devaluatie, ze leggen niet uit hoe ze de koers willen stabiliseren terwijl er een grote kapitaalvlucht plaatsvindt en de economie stagneert. Door de strijd tegen corruptie en de zwakke plaatselijke investeringsmogelijkheden sluizen veel Chinezen hun geld het land uit. En deze tendens wordt versterkt door de vrees voor devaluatie.’

    Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie

    Resultaat: vorig jaar noteerde het land een netto kapitaalvlucht van meer dan 676 miljard dollar. Om zijn munt te steunen heeft de Chinese centrale bank zijn valutareserve voor bijna 700 miljard dollar moeten aanspreken. En ook al blijft er dan nog 3,3 biljoen dollar over, het is veel geld. Wat kan Beiijng doen? ‘Er zijn weinig aantrekkelijke opties’, erkent de Financial Times. Een renteverhoging om Chinezen in hun eigen land te laten investeren zou de economische groei alleen maar meer afremmen. De yuan nog verder laten dalen zou een enorme schok betekenen voor de wereldeconomie. Dus rest er maar één mogelijkheid: ‘Een strenger toezicht op de kapitaalmarkt totdat de situatie verbetert.’ Het probleem is dat China daarmee zou terugkomen op zijn recente liberalisering van de economie, die ertoe heeft geleid dat het IMF de yuan eind november heeft opgenomen in het exclusieve mandje van internationale valuta die de zogenoemde special drawing rights (SDR) vertegenwoordigen, een soort virtuele reservemunt. ‘Dat zou zeker gezichtsverlies voor China betekenen. Maar het zou daarmee wel de tijd krijgen om zijn financiële instellingen voor te bereiden op de vluchtigheid van de geldmarkt,’ concludeert The Economist.

    (Lambiek Berends)