Tag: reis

  • Vervoer voor vervoering

    Vervoer voor vervoering

    Voor zijn onlangs verschenen roman Lake Succes maakte Gary Shteyngart een roadtrip van New York naar San Diego, met de Greyhound-bus. Want als ‘mijn personage met de bus dwars door het land rijdt, dan zal ik dat verdomme ook doen’.

    Het is 6 juni in 2016 – het rampjaar van de recente Amerikaanse geschiedenis. In een warme, zwoele nacht loop ik om een uur of drie de Port Authority binnen, het sierlijke en verlaten busstation van 
New York City. Ik vervoeg me bij het Hound-loket. 
De komende vier maanden rijd ik af en aan door de Verenigde Staten in een van de meest legendarische vormen van vervoer die Amerika rijk is (vraag maar aan de stervende ‘Ratso’ Rizzo in Midnight Cowboy): 
de Greyhound-bus.

    Ben ik niet goed bij mijn hoofd, vraagt u zich misschien af? De Greyhound-bus? Ga dan tenminste nog met de trein. De avond voor vertrek ben ik begonnen aan mijn nieuwste roman, Lake Succes, waarin Barry Cohen, een hedgefondsmanager die de toezichthouder achter zich aan heeft zitten, wiens huwelijk nog maar een paar advocaten van de afgrond is verwijderd en wiens autistische kind een ondoorgrondelijk raadsel voor hem is, besluit New York te ontvluchten met de Greyhound-bus, op zoek naar een verloren liefde die in El Paso, Texas, woont.

    Er zijn schrijvers die beschikken over iets wat ‘verbeeldingskracht’ wordt genoemd, en zij werken karakters uit, con-strueren een verhaallijn enzovoort. Ik beschik helaas 
niet over verbeeldingskracht en schrijf vanuit een sterk journalistiek perspectief. Als mijn personage met de bus dwars door het land rijdt, dan zal ik dat verdomme ook doen.

    Wat zijn de regels?

    Reizen met de bus is goedkoop. Ongekend lange etappes van mijn reis hebben nog geen veertig dollar gekost. Maar in ruil voor het goedkoopste vervoer van de Verenigde Staten, moet je jezelf uitleveren aan de Hound en haar vele regels. Wat zijn die regels dan? Om te beginnen moet je vooral niet in de buurt gaan zitten van de wc achterin, zeker niet op een lange reis. De wc is niet fijn – allesbehalve.

    Je kunt het beste zo dicht mogelijk bij de chauffeur gaan zitten, al helemaal wanneer hij, zoals tijdens de eerste etappe van onze reis, op weg naar Baltimore, midden in de nacht in slaap valt. Als dat gebeurt, en de bus zwenkt uit naar de andere rijbaan, 
dan moet je zo hard mogelijk roepen: ‘Meneer! Meneer! Wakker blijven!’ Barry Cohen, mijn fictionele hedgefondsmanager op de vlucht, maakt 
iets dergelijks mee tijdens zijn eerste nacht in de bus richting de westkust.

    Een tweede regel is dat je altijd het stopcontact bij je stoel moet controleren. Greyhound is er terecht trots op dat de meeste stoelen over een functionerend stopcontact beschikken en een goede chauffeur zal zijn passagiers eraan herinneren om voor vertrek te controleren of het stopcontact het doet.

    Je kunt onderweg van alles en nog wat opladen, maar de meeste 
passagiers laden hun telefoon op. De alomtegenwoordige mobieltjes zorgen voor een interessante dynamiek. 
Vroeger praatten mensen tijdens een lange busrit over hun gezin, hun geliefde of hun huisdier, maar tegenwoordig gaan de meesten tijdens de reis geheel op in hun eigen wereldje.

    Het is verstandig van de Hound om 
te zorgen dat de stopcontacten goed functioneren, want zo kunnen de 
passagiers ontsnappen uit de niet altijd even gezonde realiteit (ik beloof dat 
dit de laatste keer is dat ik over de wc begin) en wegzakken in hun Facebook-trance. Ik vraag me af hoe Billy Hayes’ ervaring met de Turkse gevangenis in de film Midnight Express zou zijn geweest als hij vier streepjes had gehad, en toegang tot een 3G-netwerk. Maar goed, als het stopcontact het begeeft, gaan mensen toch praten. Om te vragen of ze jouw stopcontact even mogen gebruiken. 


    Ben ik niet goed bij mijn hoofd, vraagt u zich misschien af?

    Sommige chauffeurs hebben geweldige Hound-handvesten. ‘Geen sardientjes, geen blikjes tonijn’, deelt een van hen mee als we Phoenix uit rijden. (Alcohol 
is sowieso taboe – een Greyhound-rit met dronken passagiers moet hemeltergend zijn.) Andere chauffeurs zijn parttime-etiquettebewakers en proberen 
de verhitte nachtelijke discussies in goede banen te leiden. ‘Let een beetje op je woorden!’ roept er eentje terwijl we, luidkeels pratend over het leven dat achter ons ligt en onze stukgelopen relaties, door de Mojave-woestijn stuiven.

    Goede chauffeurs weten de beste wegrestaurantjes, zeker in het Zuiden, waar je dan ineens waanzinnig lekkere kip met grutten krijgt voorgeschoteld, of romige okra en grote porties ijs. Andere routes voeren je door grauwe stedelijke 
gebieden waar je bent overgeleverd aan de veel te 
dure Greyhound-cafés, die de passagiers al het geld aftroggelen dat ze hebben bespaard door met de bus te gaan. De plastic hotdog die ik eet in het Greyhound-café in Charlotte is een dieptepunt dat de herinnering aan de eetzaal van Oberlin College doet verbleken.

    Essentie van Amerika

    Wie gaat er met de Greyhound? De bus is hét symbool van de Amerikaanse democratie, een soort anti-Acela Express (de nieuwe hogesnelheidstrein, het pronkstuk van Amtrak). ‘Je vertelde elkaar in welke gevangenis je had gezeten, zoals mensen in de Acela elkaar vertellen aan welke universiteit ze hebben gestudeerd’, merkt Barry op in Lake Succes. Al doende weet ik de essentie van Amerika te vangen op een manier die ondenkbaar zou zijn als ik de Verenigde Staten zou doorkruisen met de auto (sorry, Jack Kerouac).

    
Ik ontmoet mensen die net uit de gevangenis komen, of uit een inrichting (sommigen hebben nog het polsbandje van het ziekenhuis om, wat erop kan duiden dat ze het moment van hun ontslag zelf hebben gekozen). Maar merendeels zijn het mensen die niet meer kunnen betalen dan een buskaartje, 
die vaak hun hele hebben en houwen in de buik van de Hound hebben geladen.

    1. Twee Greyhounds rijden van Washington D.C. naar Pittsburgh, Pennsylvania. 2. Passagiers wachten op het platform van de Greyhound-terminal in Pittsburgh, 1943. – © Esther Bubley
    1. Twee Greyhounds rijden van Washington D.C. naar Pittsburgh, Pennsylvania. 2. Passagiers wachten op het platform van de Greyhound-terminal in Pittsburgh, 1943. – © Esther Bubley

    De demografische opbouw van de bus verandert als we langs de oostkust richting Atlanta rijden en dan door de zomerse bloedhitte van de Biblebelt naar 
de grens tussen El Paso en Ciudad Juárez trekken, en vervolgens door Phoenix naar het verlossende zeewindje in Californië. Aan de oostkust zijn de meeste passagiers Afro-Amerikanen, terwijl de bus in de grensstreken van Texas en Arizona voornamelijk is gevuld met latino’s.

    Tussen Jackson en Dallas word 
ik voor het eerst in levenden lijve geconfronteerd met een witte nationalist die op luide toon praat over het kruisigen van moslims en joden, en die begint 
te jouwen wanneer we door Grambling rijden, dat bekend is geworden vanwege de zwarte universiteit Grambling State University. (‘Er komt een dag dat 
we onze eigen universiteiten zullen hebben’, zegt 
de aanstichter van alle commotie, een voormalig 
soldaat die er vroeger van droomde om naar een ‘priesterschool’ te gaan.)

    De Afro-Amerikaanse passagiers kijken weg of doen alsof ze door de racistische tirade heen slapen. Net als mijn Joodse held Barry Cohen overweeg ik bij de Greyhound-kiosk in 
Shreveport, Louisiana, een Nieuwe Testament-
kleurboek aan te schaffen, om niet aan het kruis te worden genageld door de proto-Klansmen die zich tegenwoordig weer gesterkt voelen.

    Sommige chauffeurs hebben geweldige Hound-handvesten. “Geen sardientjes, geen blikjes tonijn”

    Het is bijzonder leerzaam om in 2016 met de bus door het land te reizen. Op het moment dat ik in juni de busterminal binnenstap, ben ik er, net als de meeste mensen, van overtuigd dat Hillary de verkiezingen zal winnen. Tegen de tijd dat ik in september in San Diego uitstap, ben ik daar niet meer zo zeker van.

    Ik heb meer dan eens te horen gekregen dat 
Hillary niet onze 45ste president zal worden. In een kroeg in Ohio gaan sommige mensen zelfs zo ver dat ze voorspellen dat ze gaat verliezen 
in Ohio (een dubbeltje op zijn kant) en in Pennsylvania (een heuse verrassing).

    Tijdens mijn reizen groeit de Greyhound-bus uit tot een soort waarheidsserum, een plek waar mensen de ergste of juist de meest briljante dingen kunnen zeggen, totdat de buschauffeur ons allemaal de mond snoert door te roepen dat we op onze woorden moeten letten.

    Hound-zen

    Als je zo over de interstates rijdt, zoals die er tegenwoordig bij liggen, word je ook nog eens met je neus op het feit gedrukt dat Amerika ongekend mooi is – iets wat we tegenwoordig maar al te vaak dreigen te vergeten. Van de haast buitenaards groene weelde van North Carolina naar bergen met de kleur van verbrande oker en de eenarmige saguaro-cactus in Arizona – de natuur lijkt de schouders op te halen over onze collectieve idiotie en geduldig te wachten op het moment dat onze soort ofwel de problemen heeft opgelost ofwel geheel zal zijn uitgestorven.

    De Franklin Mountains in Texas hebben echt geen boodschap aan een eenzame schrijver uit New York die vanaf de voorste stoel in de Greyhound foto’s van ze maakt: de bergen hebben de blik gericht op de eeuwigheid. En de zonsondergang boven de grens van New Mexico en het oude Mexico is een van de wonderbaarlijkste, meest extatische ervaringen die ik zonder drugs heb meegemaakt. Wanneer we California binnenrijden, bedenk ik me dat we binnenkort nauwelijks meer landschap over zullen hebben om van te genieten.

    Ondanks de vele ongemakken, olfactorisch en anderszins, wil ik niet dat er een einde komt aan 
de reis. Als een wel heel brutale passagier een hartaanval veinst om vlak bij zijn huis, ergens buiten 
Los Angeles, te kunnen uitstappen en niet helemaal mee te hoeven naar de Greyhound-terminal midden in de stad, stap ik ook uit en kijk nog eens goed naar dit ranke, stalen voertuig met op de zijkant de afbeelding van een rennende hazewindhond.

    Er komt een ambulance aan, met loeiende sirenes, en de passagiers beginnen te schreeuwen en vervloeken de man met de zogenaamde hartaanval, maar ik ben heel 
erg Hound-zen, zoals ik daar in het holst van de nacht aan de kant van de weg sta, terwijl het verkeer voorbijraast en in iemands zondoorstoofde tuin 
een fanfare van krekels aan een opgewekt nummer begint. Vergeet de luxe van je auto en de geheel 
verzorgde reis langs de beste kroegen en restaurants van het land. Een tocht met de minst gerieflijke vorm van vervoer in heel Amerika staat garant voor het ene na het andere moment van vervoering.

    Auteur: Gary Shteyngart

    Gary Shteyngart, Lake Succes, Hamish Hamilton 2018.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • On the road, maar nu geschreven door een auto

    On the road, maar nu geschreven door een auto

    Met algoritmes een roman produceren was geen kunst meer voor Ross Goodwin. Hij had zijn zinnen gezet op een alternatieve versie van Jack Kerouacs klassieker On the Road, geschreven door een auto. Goochelarij? Nee hoor. Deze openingszin was de uitkomst van een zelfstandig generatief proces gedicteerd door sensoren: ‘Het was zeventien over negen in de ochtend en het huis was zwaar.’ Best passend, voor een roadtrip.

    Op 25 maart 2017 vertrok in Brooklyn een zwarte Cadillac voor een roadtrip naar 
New Orleans. Op de kofferbak was een wit camerakastje gemonteerd en op het dak een oude gps-eenheid. Binnen hing een microfoon aan het plafond en van alle drie die apparaten liepen draadjes naar de Razer Blade-laptop van Ross Goodwin, waarop ook nog een simpele kassabonprinter was aangesloten. Goodwin hoopte dat deze apparatuur de 
nieuwe Amerikaanse reisroman zou schrijven.

    Goodwin, die als ghostwriter voor de regering-Obama heeft gewerkt, omschrijft zichzelf als ‘schrijver van schrijvers’. Met behulp van neurale netwerken heeft hij poëzie, filmscenario’s en nu ook een reisroman gegenereerd. Ik maakte voor het eerst kennis met zijn werk toen zijn algoritmes in 2014 een roman destilleerden uit het Senaatsrapport over de martelpraktijken van de CIA.

    Voor Narrated Reality, zijn masterscriptie voor de New York University (NYU), maakte hij wandelingen door de stad met een rugzak vol apparaten (een kompas, een prikklok en een camera) waarvan de data werden ingevoerd in neurale netwerken. Het leverde bizarre associatieve poëzie op. Een voorbeeld: ‘De hele tijd wentelt de zon/uit een donkere heldere grond’.

    Nu had een hardwarehacker in Biloxi wat apparatuur naar zijn wensen aangepast en wilde Goodwin zijn ontluikende artificiële brein op reis sturen. Die reis moest een literair experiment worden in de traditie van Jack Kerouac, Thomas Wolfe en Ken Kesey, met dat verschil dat nu de auto zelf het verhaal zou schrijven. Het gekozen traject, van New York naar New Orleans, was een knipoog naar een beroemde etappe in Kerouacs On the Road. Onder op de Axis M3007-camera schreef Goodwin: ‘Verder’.

    ‘We wilden een auto die gezag uitstraalt, en een Ford Crown Victoria konden we niet krijgen’

    De vier sensoren – camera, gps, microfoon en de interne klok van de laptop – moesten onderweg data leveren aan een stelsel neurale netwerken die door Goodwin waren getraind met de input van honderden boeken en locatiedata van Foursquare [een Amerikaanse sociaalnetwerksite gebaseerd op je locatie]. De uitkomst zou dan als een serie reisbrieven uit de bonprinter rollen. Na vier dagen lag de vloer van de auto vol bonnetjes gevuld met proza geproduceerd door een kunstmatig brein. Die reisbrieven zijn verzameld in het boek 1 the Road, door Goodwins uitgever Jean Boîte Éditions aangeprezen als ‘de eerste door een machine geschreven roman’.

    Al moet erbij gezegd dat Goodwin die eer wegwuift: ‘Die komt misschien eerder toe aan het in de jaren tachtig 
door software geschreven The Policeman’s Beard Is Half Constructed,’ zegt hij. Hoe dan ook is het een hallucinerend en gek genoeg ook verhelderend verslag van het leven van een bot op de snelweg. Een kruising van The Electric Kool-Aid Acid Test en Google Street View, verteld door Siri.

    Gezag

    Op de dag van vertrek kwamen Goodwins reisgenoten naar zijn flat om alle apparatuur in de Cadillac 
te installeren: zijn zus Beth, zijn verloofde Lily Beale-Wirsing en zijn vriendin Nora Hamada, Google-medewerkers Kenric McDowell en Christiana Caro en een kleine filmploeg van Lewis Rapkin, die in een eigen auto meereed om de reis vast te leggen. (Google, dat al interesse had getoond in Goodwins werk aan de NYU, betaalde de huurauto en de camera; een jaar later trad Goodwin in dienst bij het Artists and Machine Intelligence-programma van de internetgigant.)

    ‘Dat het een Cadillac was,’ vertelt Goodwin me aan de telefoon, ‘kwam trouwens omdat we een auto wilden die gezag uitstraalt, en een Ford Crown Victoria konden we niet krijgen.’ Hij was bang om voor terrorist te worden aangezien, als mensen een auto vol elektronische huisvlijt en bedrading zagen langskomen.

    Met de Cadillac wilde hij inspelen op het stilzwijgende geloof dat veiligheidsdiensten zulk onderzoek doen. ‘Ik hoopte dat mensen dachten dat het een auto van de overheid was.’ Blijkbaar met 
succes: Goodwin hoorde later dat de eigenaar van een avondwinkel in zijn wijk die dag besloot zijn winkel dicht te houden omdat hij hem met zijn apparatuur had zien langskomen. ‘We waren geen rijdende reclame voor Cadillac,’ zegt hij lachend. ‘Ons sponsorverzoek werd afgewimpeld.’

    automatic on the road 5

    Zodra de apparatuur in Brooklyn werd aangezet, sloeg de inspiratie toe. ‘Het was zeventien over negen in de ochtend en het huis was zwaar,’ rolde er uit de printer. Als zin voor een boek over een roadtrip best passend – raak zelfs.

    ‘Ik vind het een prachtige zin’, zegt Goodwin. ‘De kiem was in dit geval het tijdstip: alles wat volgt op “zeventien over negen” komt daaruit voort.’ Dat ging dus zo: de klok registreerde het tijdstip en dat werd ingevoerd in het neurale netwerk dat door Goodwin met drie enorme corpora literaire teksten was getraind. (Elk corpus was circa 120 MB ofwel twintig miljoen woorden groot.

    Eén corpus bevatte voornamelijk poëzie, het tweede sciencefiction en het derde wat Goodwin omschrijft als ‘sombere’ literatuur. ‘Bij elkaar vertegenwoordigden die teksten de stem die ik in dit boek wilde horen,’ zegt Goodwin, ‘een stem die volgens mij zou passen bij deze reis, de historische en literaire betekenis ervan. Ik wilde het netwerk niet gericht trainen met Kerouac of andere Amerikaanse reisliteratuur, dat zou een beetje voelen als valsspelen.’

    Goodwin kon de drie corpora naar believen omwisselen.) Kauwend op dat corpus vormde het neurale netwerk letter voor letter nieuwe zinnen. ‘De lexicale invulling werkt op dezelfde manier als bij het vertalen van Engels naar Frans,’ zegt Goodwin. De resulterende woorden waren dus een product van de door literaire teksten gevormde wijze waarop het neurale netwerk dat specifieke tijdstip in de ochtend begreep.

    Onderweg produceerden de verschillende sensoren zinnen van uiteenlopend poëtisch gehalte: nauwkeurige gps-coördinaten werden aangevuld met mystieke frasen. (‘35,415579526 N, -77,999721808 W, op 47,148 meter boven zeeniveau, snelheid 0 kilometer per uur, en de eerste vlakte van het verhaal in het land is de eerste in een deel van de wereld.’) Camerabeelden werden omgezet in unheimisch proza. (‘Een skiliftbedrijf voor de laatste keer dat de trein al werd verduisterd en de straat er al was.)

    Foursquare-locaties leverden surrealistische observaties op. (‘Eagles Nest Diner: een Amerikaans restaurant in Goldsborough of Marine Station, een plaats van vis leek een man te zijn die al drie dagen in elkaar gezet wordt.’) Door de microfoon opgevangen gesprekken werden verminkt. (‘Ik ietsje als ik aan waarom ik niet gewond raakte ja mijn auto is een elke neer weet ik?’)

    En zo verwerkte het artificiële brein alle klanken en taferelen van de sleetse infrastructuur aan de oostkust, een betoging van rechtse demonstranten die het verkeer stillegde, de flora en fauna onderweg, en vermoedelijk ook het moment waarop ze even stopten bij een winkel waar Goodwin, zoals hij me vertelde, een extra adapter voor de sigarettenaansteker moest kopen omdat zijn apparatuur meer stroom nodig had.

    Wat kan een AI-auteur ons onthullen dat een menselijke auteur niet kan vertellen?
    Wat kan een AI-auteur ons onthullen dat een menselijke auteur niet kan vertellen?

    ‘Elke zin in dit boek is de uitkomst van een zelfstandig generatief proces en is op een specifiek tijdstip geproduceerd’, zegt Goodwin. ‘De zinnen zijn met elkaar verbonden door de reis en door de auto met sensoren die het verhaal dicteerden, en zo is dat kunstwerk ontstaan. Alles komt voort uit wat het systeem onderweg zag.’ Het doet denken aan de werkwijze van Kerouac, die de mythe creëerde dat zijn magnum opus in drie weken was geschreven, 
dat hij in één lange, door speed gedreven roes al zijn gedetailleerde indrukken op één lange rol papier had gekwakt.

    Lewis Rapkin, die een korte film over de reis heeft gemaakt, mailt me dat de artificiële intelligentie ‘soms iets verontrustends had’. Zeker in het begin zaten ze continu naar de output te staren in een poging te doorgronden wat het systeem wilde zeggen, hoe het tot zijn teksten kwam. ‘Associeert het apparaat die vervallen fabriek met de geschiedenis van mensen die van het platteland naar de stad trokken om werk te vinden?’ zegt Rapkin.

    ‘Beseft het dat dit nog maar het eerste verhaal van ons land is, en dat technologie het tweede verhaal gaat worden? Vergelijkt het ons stedelijk verval met de Middeleeuwen omdat ons land uiteen begint te vallen en eruitziet als een eeuwenoude ruïne?’

    Verrassend geslaagd

    Goodwin vindt zijn vier dagen durende reis duidelijk geslaagd, verrassend geslaagd zelfs. ‘Ik achtte het mogelijk dat er een verhaallijn in zou zitten, dat het als een roman zou voelen,’ zegt hij, ‘en dat is ook gebleken. Er zitten dingen in die als een roman voelen.’ Dat de auto zelf als personage fungeerde, geeft de tekst volgens hem een zekere continuïteit die vaak ontbreekt in door AI gegenereerde fictie. ‘Mocht iemand het zich afvragen, ik heb alles gelezen,’ zegt Goodwin lachend. ‘Samenhangend proza is de heilige graal van natuurlijke tekstgeneratie.

    Het gevoel dat ik in zekere zin een klein stukje van dat probleem heb opgelost, gaf een kick. En ik denk dat dit wel iets verrassends en interessants zegt over taal in de tijd.’ Dat denk ik ook. Ik heb geprobeerd om het hele boek in één ruk uit te lezen, zoals Goodwin me aanraadde, en dat is me min of meer gelukt. Ik zal niet zeggen dat het een samenhangende verhaallijn bevat in de zin van klassieke vertelkunst. Maar de bonte collage van beelden uit het moderne Amerika levert veel verpixelde poëzie op. En een paar treffende, memorabele regels, zoals: ‘picknick toonde een verleden dat van de zijkant van het spoor al haren had’.

    1 the Road klinkt alsof een auto van Google Street View zichzelf vertelt over een reis door het land. Het is een interessante benadering omdat je een paar uur kunt meeluisteren met het uitgestrekte netwerk van dataverzamelende voertuigen – drones, auto’s en andere apparaten – die momenteel ons grondgebied doorkruisen.

    ‘Net als het genre van de Amerikaanse roadtrip dat de inspiratie voor dit project vormde, gaat het om het vastleggen van een tijd en een plaats. En we leven nu in een tijd dat AI ons vooral nog verwart en verbaast, dus juist die verwarring en verwondering worden vastgelegd’, zegt Rapkin. ‘Is dat diepzinnig of onzinnig? Allebei.’

    ‘Dit is een heel onvolmaakt document (…) Maar er zitten wél personages in, wat heel vreemd is’

    Het is een rondleiding door onze lawaaiige gebouwde omgeving zoals die gezien wordt door machines. Het is bewakingstechnologie-fictie, geschreven door hetzelfde soort technologie dat onze bewakingsbeelden vastlegt en de datastroom verwerkt. Wat kan een AI-auteur ons onthullen dat een menselijke auteur niet kan vertellen over een wereld die al zozeer gevormd en beïnvloed is door het soort data dat de AI verzamelt?

    Goodwin lijkt vast van plan om daar achter te komen. ‘Dit is een heel onvolmaakt document, dit is rapid prototyping. De output is nog verre van perfect. Dit is geen roman zoals mensen schrijven, in de verste verte niet’, zegt Goodwin. Maar ‘er zitten wél personages in, wat heel vreemd is.’ Zo verschijnt er in de derde zin een mysterieuze schilder die vraagt: ‘Wat is het?’ En die schilder duikt steeds weer op in de tekst: ‘Een watermassa viel van de zijkant van de straat omlaag. De schilder lachte en zei toen: Dat staat me wel aan en ik wil het niet zien.’

    Voor zover je als lezer in de verleiding komt om in het werk de schrijver (of ‘de schrijver van de schrijver’) terug te vinden – wat je bij reisverhalen onwillekeurig toch doet – lijkt die schilder nog het meest op een stand-in voor Goodwin. ‘Ik had een groot begin kunnen maken,’ zegt de door het apparaat gegenereerde schilder op een gegeven moment. En je kunt je dan maar al te goed voorstellen dat hij op het project zelf doelt en al aan nieuwe vergezichten denkt: ‘Ik wil hier weg, de tijd is gekomen.’

    Auteur: Brian Merchant

    The Atlantic
    Verenigde Staten | 11 x per jaar | 462.000

    In 1857 opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Bekend als intellectueel podium voor de betere schrijvers van het moment. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en illustratie.