Tag: relaties

  • Steeds meer mensen zijn vrijgezel. Wat zijn de gevolgen?

    Steeds meer mensen zijn vrijgezel. Wat zijn de gevolgen?

    Sociale en economische veranderingen hebben ervoor gezorgd dat er meer vrijgezellen zijn dan ooit. Zo is men meer carrièregericht, is de politieke kloof tussen mannen en vrouwen verbreed en ligt de lat voor een goede partner hoger dan voorheen.

    In de geschiedenis van de mens was het vinden van een levensgezel lange tijd niet alleen de norm, maar bittere noodzaak. In de tijd dat er nog geen betrouwbare anticonceptie bestond, waren vrouwen niet in staat hun vruchtbaarheid te reguleren, en verreweg de meeste vrouwen waren veel te arm om in hun eentje kinderen groot te brengen. Vandaar de eeuwenoude traditie dat tragische toneelstukken of legenden eindigen met de dood, en blijspelen of hoopgevende legenden met een huwelijk. 

    De snelheid waarmee we afstappen van deze huwelijksnorm – of van welke relatievorm dan ook – is onthutsend. In de welvarende landen neemt het aantal alleenstaanden toe. Onder jonge Amerikanen, van 25 tot 34 jaar, is het percentage mensen dat ongetrouwd of zonder partner door het leven gaat in vijf decennia verdubbeld, naar 50 procent van de mannen en 41 procent van de vrouwen. 

    Sinds 2010 is het aandeel alleenstaanden in 26 van de 30 rijke landen in opmars. Volgens berekeningen van The Economist telt de aarde momenteel 100 miljoen meer alleenstaanden dan het geval zou zijn geweest als de verbindingsgraad nu nog net zo hoog was als in 2017. Er staat ons een ongekende relatierecessie te wachten. 

    Er staat ons een ongekende relatierecessie te wachten. 

    Voor sommige mensen is dat het bewijs van sociale en maatschappelijke verloedering. Veel aanhangers van de ‘pronatalistische’ beweging zijn ervan overtuigd dat het feit dat jonge mensen minder settelen en zich minder voortplanten, het einde inluidt van de westerse beschaving. Anderen zien het als een teken van een bewonderenswaardige autonomie. In modeblad Vogue stond onlangs te lezen dat het voor coole ambitieuze jonge vrouwen niet alleen onnodig is om een vriendje te hebben, maar zelfs een beetje ‘gênant’. 

    Welbeschouwd is het feit dat er steeds meer alleenstaanden zijn goed noch slecht. Onder heteroseksuelen (waar de meeste onderzoeken zich op richten) is het voornamelijk het gevolg van een positieve ontwikkeling: met het wegvallen van de barrières binnen het arbeidsproces, hebben vrouwen meer keuzes gekregen. Ze zijn veel beter dan vroeger in staat om alleen te wonen als ze dat willen, en krijgen daar minder snel een stempel voor opgedrukt. Hoe beter ze in hun eigen onderhoud kunnen voorzien, hoe kleiner de kans dat ze bij een verkeerde of gewelddadige partner blijven. Deze verschuiving heeft ontelbare vrouwen behoed voor een afschuwelijke relatie, en veel mannen genoodzaakt hun partner beter te behandelen. Het heeft echter ook minder gelukkige neveneffecten. Het kan bevrijdend zijn om het alleen te rooien, maar ook eenzaam. Met name vrouwen geven vaak aan blij te zijn met hun gebrek aan een relatie. Maar uit onderzoek in verschillende landen blijkt dat 60 tot 73 procent van de alleenstaanden er liever wel een zou hebben. In 2019 werd in Amerika een onderzoek gedaan waaruit bleek dat weliswaar 50 procent van de alleenstaanden niet actief op zoek is naar een partner, maar slechts 27 procent aangaf het leuker te vinden dan samenwonen. Veel mensen hadden het gewoon opgegeven, omdat ze geen hoop hadden ooit nog iemand tegen te komen of wie ze tegenkwamen niet interessant genoeg vonden. 

    De relatiemarkt

    Als veel mensen willen settelen maar dat niet doen, gaat er iets mis in de relatie-‘markt’. Een van de problemen, namelijk wijdverspreide seksespecifieke abortus, die in delen van Azië heeft geleid tot een tekort aan vrouwen en een overschot aan alleenstaande mannen, is gelukkig al aan het afnemen. Maar deskundigen zien nog meer obstakels. Volgens sommigen hebben social media en datingapps geleid tot onrealistische verwachtingen (op Instagram zijn de relaties van anderen haast een sprookje) en een enorme kieskeurigheid (de meeste vrouwen op Bumble willen per se een man van minstens 1 meter 85, waarmee 85 procent van de mogelijke matches afvalt). Een ander probleem is de groeiende politieke kloof tussen jonge mannen en vrouwen, waarbij mannen meer naar rechts neigen, en vrouwen meer naar links. Veel alleenstaanden willen dat een eventuele partner dezelfde opvattingen heeft, wat het lastiger maakt iemand te vinden. 

    Andere deskundigen wijzen op verminderde sociale vaardigheden nu veel mensen een groot deel van hun tijd naar een scherm turen. Amerikanen van alle leeftijden hebben minder persoonlijke contacten dan twee decennia geleden, maar die teruggang is het sterkst onder jongeren. Sociale media verspreiden bovendien de angst dat vrouwen tijdens het uitgaan iets overkomt en dat mannen digitaal aan de schandpaal worden genageld als een date tegenvalt.

    Misschien wel de belangrijkste factor is dat vrouwen de lat hoger leggen nu het makkelijker is om alleen te wonen. Voor veel vrouwen is gewoon een leuke partner niet langer te verkiezen boven helemaal geen partner. Vrouwen geven vaker dan mannen aan dat ze een partner willen met een goede opleiding, die financiële zekerheid biedt. En er zijn steeds minder mannen die aan deze steeds strengere criteria kunnen voldoen, aangezien zij qua opleidingsniveau een achterstand hebben op vrouwen en praktischer aangelegde mannen het vaak moeilijker hebben op de arbeidsmarkt. Mannen zonder hogere opleiding en met een lager inkomen hebben dus moeite een partner te vinden, wat wordt versterkt als ze ook nog eens niet bijdragen in het huishouden of na verschillende afwijzingen een afkeer van vrouwen ontwikkelen, een wijdverbreid euvel binnen de online ‘manosphere’.

    HOR Vrijgezel compressed edited scaled
    Veel mensen hebben het opgegeven, omdat ze geen hoop meer hebben de juiste tegen te komen. – © Getty Images

    Een voor de hand liggende gedachte is dat mannen volwassen worden, meer taken in huis op zich nemen en zich verantwoordelijker opstellen, waardoor ze aantrekkelijkere partners worden. Culturele normen kunnen die verschuiving belemmeren, maar het vooruitzicht van levenslange eenzaamheid en celibaat zal mannen waarschijnlijk sterk aanzetten tot verandering. In veel landen worden huishoudelijk werk, koken en de kinderzorg al jaren gelijkmatiger verdeeld.

    Toch lijkt bijvoorbeeld in die verlichte Scandinavische landen de alleenstaandentrend voorlopig ook door te zetten. In Finland en Zweden woont grofweg een derde van alle volwassenen alleen. Op zijn minst zal deze verschuiving de toch al dramatische daling van de wereldwijde vruchtbaarheid verder versterken, aangezien alleenstaand ouderschap zwaar is en culturele taboes in veel regio’s hardnekkig blijven bestaan. Aangezien jonge, alleenstaande mannen relatief vaker gewelddadige misdrijven plegen, kan een wereld met minder stellen bovendien gevaarlijker worden.

    Het is niet uitgesloten dat de relatierecessie zichzelf corrigeert. Een opmerkelijke 7 procent van de jonge alleenstaanden verklaart zich bereid om een roboromance met een AI-partner te overwegen, en de zogeheten love bots zullen steeds verfijnder worden. AI is geduldig; AI is aardig; AI verlangt niet van je dat je de badkamer schoonmaakt of een betere baan zoekt. Velen vrezen dat een wereld met minder stellen en kinderen somberder en verder geatomiseerd zal zijn. Maar het vooruitzicht betreuren zal het niet afwenden. En het is niet aan overheden om de voorkeur van gewone mensen te overrulen, al zou het wel degelijk goed zijn de achterblijvende prestaties van jongens op school aan te pakken. Hoe dan ook komt er een toekomst aan met veel meer alleenstaanden. En iedereen, van bouwbedrijven tot de fiscus, doet er goed aan zich daarop voor te bereiden.

  • ‘Volwassen zijn valt niet mee. Maar volwassen zijn met autisme is nog veel ingewikkelder’

    ‘Volwassen zijn valt niet mee. Maar volwassen zijn met autisme is nog veel ingewikkelder’

    Mensen binnen het spectrum hebben moeite met sociaal contact, en willen juist daarom alle regels leren. Op het gebied van vriendschap, werk, en ook relaties. Judith Newman, die zelf een autistische zoon van achttien heeft, wilde weten wat zijn kansen zijn.

    ‘Jongens, onthou! Boven de nek! Oké, begin maar.’

    We doen een oefening in het geven van complimentjes op het PEERS Dating Boot Camp, een cursus voor tieners en volwassenen met een beperking die op zoek zijn naar een partner. De meeste deelnemers hebben autisme en zijn tussen vijfentwintig en dertig jaar oud, al lijken ze veel jonger. Ze zijn in hun eentje gekomen, of met een ouder, verzorger, soms een broer of zus. Bijna allemaal wonen ze nog thuis. Je ziet veel buitensporige gezichtsbeharing, T-shirts van obscure bandjes (Radioactive Chicken Heads) en koptelefoons met noisecancelling, voor de geluidsgevoeligen.

    Mensen binnen het spectrum hebben moeite met sociaal contact, en willen juist daarom alle regels ervan leren. En op het gebied van daten zijn er nogal veel regels. De datingcoaches – promovendi en medewerkers van de vakgroep neurologie van de University of California in Los Angeles – proberen die te verduidelijken.

    Een jongen in een geruit houthakkersoverhemd en een kakibroek die zo strak zit als krimpfolie kijkt fronsend naar een vrouwelijke datingcoach, op zoek naar een gespreksopening. Zijn gezicht klaart op wanneer hij de tatoeage op haar enkel opmerkt. ‘Hé, ik zie dat je daar een lambda hebt. Hou je van biofysica? Ik ook!’

    ‘Niet lager dan de nek, had ik gezegd. Maar verder prima,’ zegt de mannelijke coach die de oefening begeleidt. ‘Je hebt een onderwerp gevonden dat jullie allebei interesseert.’ De jongen straalt. Dan vraagt de coach een man in een keurig overhemd of hij de vrouwelijke coach een compliment wil geven. Zij glimlacht bemoedigend; bij hem breekt het angstzweet uit. Uiteindelijk komt er iets: ‘Ik. Eh. Ik… vind het mooi hoe je oorbellen glinsteren tegen je bleke witte huid.’

    ‘Poëtisch!’ zegt de coach. ‘Maar we proberen huidskleur, ras, religie en afkomst te vermijden.’ De man, die een donkere huid heeft, knikt en schrijft iets op. Toch wil hij nog iets toelichten. ‘Dat ze bleek is, betekent dat ze niet de hele dag buiten op het veld werkt. Net als een koningin.’

    Je maakt het er niet beter op, gast. Maar ach, ik zou smelten.

    ‘Ik ben hier heel goed in, maar ik heb geen filter’

    Volwassen zijn valt niet mee. Maar volwassen zijn met een autismespectrumstoornis is nog veel ingewikkelder. Autisme is een complexe neurologische aandoening die beperkingen in de sociale interactie, de taalontwikkeling en communicatieve vaardigheden met zich meebrengt. Bovendien vertonen mensen star, repetitief gedrag. De aandoening komt voor in allerlei gradaties, van ernstig beperkt tot bijna niet, en wordt daarom een ‘spectrumstoornis’ genoemd.

    In 2018 bleek uit onderzoek dat één op de 59 Amerikaanse kinderen van acht jaar autisme heeft, een toename van vijftien procent in slechts twee jaar. Over de mogelijke oorzaken wordt hevig gediscussieerd, maar één ding staat vast: het aantal volwassenen met autisme groeit snel. Geschat wordt dat er in 2030 alleen al in de VS meer dan zevenhonderdduizend volwassenen met autisme zullen zijn.

    Toch vallen de begeleiding en speciale voorzieningen voor deze groep weg zodra ze 21 worden. Wat betekent dat voor hun dagelijks leven? De cijfers over autisme en arbeidskansen lopen sterk uiteen, maar er wordt van uitgegaan dat acht van de tien autistische volwassenen werkloos is of onder zijn of haar niveau werkt. Ook blijkt uit onderzoek dat 80 procent graag een relatie zou hebben, maar dat slechts een derde tot de helft daadwerkelijk een partner vindt. Als Freud gelijk had dat liefde en werk de basis vormen van ons leven, valt er heel wat te verbeteren.

    Buitengewone talenten

    Die vraagstukken raken me heel persoonlijk. Mijn autistische zoon Gus is onlangs achttien jaar geworden. Hij is de liefste jongen die je je kunt indenken, met zo’n verwarrende mix van sterke en zwakkere punten dat ik met geen mogelijkheid durf te zeggen of hij ooit zelfstandig zal kunnen wonen. Waarom kan hij prachtig piano spelen, maar niet zijn eigen eten snijden? Waarom accepteert hij op social media elk vriendschapsverzoek? Zijn online kennissenkring bevat nu ‘vrienden’ als ‘Sex Worker Aboud’, en het verbaast me niet als de FBI hem in de gaten houdt. In New York kent hij perfect de weg, maar je kunt hem geen geld meegeven want dat geeft hij meteen weg als iemand erom vraagt.

    Een tijdje geleden kreeg ik een berichtje van mijn bank: een onbekende had met mijn creditcard duizenden dollars aan Democratische organisaties gedoneerd. Het bleek een inside job en Gus was er gloeiend bij. ‘Maar ik dacht dat je tegen de Republikeinen was,’ luidde zijn beteuterde commentaar.

    Ik denk er vaak over na hoe mijn zoon zelfstandig zou kunnen worden. Er zijn dagen dat ik aan niets anders denk. Nu Gus volwassen wordt, groeit mijn lijst met zorgen. Vindt hij ooit een partner, vindt hij een zinvolle baan waarmee hij zichzelf ten minste voor een deel kan onderhouden?

    Je kunt hem geen geld meegeven want dat geeft hij meteen weg als iemand erom vraagt

    Ongeveer een jaar geleden kreeg ik een briefje in mijn handen gedrukt. Het was een notitie van een docent bij Gus op school die niet voor mij was bedoeld. Mijn boek To Siri With Love, over het opvoeden van een ‘gemiddeld’ kind in het spectrum, was net uit en ik was een en al twijfel. ‘Ik heb geen idee waar Judith Newman het over heeft’, schreef de docent. ‘Gus krijgt gewoon een echte baan. Hij heeft geen liefdadigheid nodig.’

    Ik was nog nooit zo blij geweest met kritiek. Steeds meer bedrijven erkennen de unieke en soms buitengewone talenten van mensen met autisme. Hier en daar zijn zelfs speciale HR-afdelingen opgezet. Microsoft en HP organiseren meerdaagse evenementen om autistische technici en dataspecialisten te werven; ook bij JPMorgan Chase en Deutsche Bank lijkt doorgedrongen dat het voordelen kan hebben om mensen in te huren die sociaal misschien een beetje – of heel erg – onhandig zijn, maar die wel een enorm talent hebben voor techniek.

    Fantastisch, maar die genieën vormen een kleine minderheid. Hoe zit het met (de autistische) Jan – of Gus – met de pet?

    Er zijn flink wat familiebedrijven in dit gat in de markt gesprongen, vaak opgezet door een ouder met een autistisch kind en zakelijk inzicht. En elke dag komen er initiatieven bij. Good Reasons in North Salem (New York) is een bedrijf dat hondensnoepjes produceert en waar autistische mensen hun ‘poot-tentieel’ kunnen verwezenlijken.

    Coletta Collections in Washington, D.C. verkoopt sieraden en handgeverfde sjaals. In New Jersey zijn twee boekhandels die Words heten; de eigenaren, een echtpaar met een autistische zoon, nemen overwegend personeel met autisme aan. Gus heeft stage gelopen bij Luv Michael, waar ze granola maken. Het bedrijf is vernoemd naar de zoon van de oprichters. Zoals zo veel autistische personen lust Gus niet veel, dus ook geen granola. Maar met zijn salaris was hij dolblij.

    Luv Michael en veel vergelijkbare ondernemingen zijn non-profitorganisaties. Op zoek naar bedrijven met winstoogmerk die hoofdzakelijk mensen met een autismespectrumstoornis aannemen, stuit ik op Rising Tide Car Wash. Eerst via een online video waarin jongeren auto’s wassen met een ongekend oog voor details en dat combineren met, nou ja, dansen. Via een vriendin in Florida, die er vaste klant is. ‘Je gaat er niet naartoe om autistische kinderen te helpen,’ zegt ze. ‘Je gaat er naartoe omdat je je auto brandschoon terugkrijgt.’

    Tom D’Eri is mede-eigenaar van het bedrijf. Zijn autistische broer Andrew werkt er en was de inspiratiebron voor het project. In 2013 opende Rising Tide zijn deuren. Vier jaar later kwam er een tweede vestiging. Wanneer ik een bezoek breng aan de wasstraat, vraagt D’Eri een paar medewerkers om naar de kantine te komen.

    Luke Zenda (19) is heel goed in zijn vak, maar hij heeft geen filter. Dat verzin ik niet zelf. ‘Ik ben hier heel goed in, maar ik heb geen filter,’ begroet hij me vrolijk. Wat hij het leukst vindt aan zijn werk? ‘Soms de pauze en soms de regen en soms de mensen. En soms gebeuren er dingen waardoor je overal aan gaat twijfelen.’

    Ik durf niet goed te vragen wat hij daarmee bedoelt, maar dat blijkt ook niet nodig. Zo komt hij af en toe vreemde klanten tegen: ‘Ik heb een keer iemand gezien die alleen een beha en een onderbroek aanhad.’ Of de bijzondere dingen die klanten achterlaten: ‘Ik heb een condoom gevonden. Gebruikt.’

    ‘En wat doe je in je vrije tijd?’ vraag ik snel. ‘Na mijn werk wil ik vooral slapen, en niets meer met auto’s te maken hebben,’ antwoordt hij, en in zijn stem klinken zowel de ergernis als de trots van een hardwerkend mens door.

    Drempelvrees

    D’Eri had drempelvrees. ‘Ik vond het aanvankelijk geen prettig idee om mensen met autisme aan te nemen,’ zegt hij. Van zichzelf duldt hij geen tegenspraak en daarom moest hij leren luisteren. ‘Neem Melvin. Eerst dacht ik dat ik hem zou moeten ontslaan, dat hij het nooit onder de knie zou krijgen – nu is hij een topper. Ik zou willen dat ik er honderd had zoals hij.’

    ‘Ze hebben precies hetzelfde nodig als een doorsnee werknemer – je ziet het alleen veel gemakkelijker’

    Dan komen Jeff en Anthony, allebei 32 jaar, binnen. Jeff zegt dat hij, naast zijn werk in de wasstraat, stemacteur is; verder houdt hij van marionetten. Anthony heeft een podcast op madmusic.com, A-Log on the Airwaves, waarin hij grappige liedjes draait. Hij imiteert graag en voor ik het weet doet hij Bernie Sanders na.

    Op de vraag wat hij het leukst vindt aan zijn werk in de autowasserette, heeft Anthony meteen een antwoord paraat. ‘De goede sfeer. Dat je steeds dezelfde gezichten ziet,’ zegt hij, ‘en dat je tijdens het werk even met iemand kunt praten. Op dagen dat het rustig is. Toch, Jeff?’

    ‘Precies,’ zegt Jeff. ‘We praten over wat er in ons opkomt. Recht uit het hart.’

    Over dat gebrek aan gêne maakte D’Eri zich eerst wel zorgen. Maar, zegt hij nu: ‘Onze werknemers zonder autisme hebben vaker gedragsproblemen.’ Het gaat erom dat je de mensen die voor je werken leert kennen, dat je weet welke grillen een probleem kunnen worden. ‘Wanneer we daarover praten met andere ondernemers, horen we altijd dat werknemers met autisme veel moeilijker te sturen zijn,’ legt D’Eri uit. ‘Maar ze hebben precies hetzelfde nodig als een doorsnee werknemer – je ziet het alleen veel gemakkelijker.’

    ‘Je gaat er niet naartoe om autistische kinderen te helpen. Je gaat er naartoe omdat je je auto brandschoon terugkrijgt’

    ‘Ze zijn bevriend,’ zegt Steven Nesenman nadrukkelijk. We doen net alsof we ontspannen over een braderie wandelen in Lake Worth (Florida), hoewel het meer weg heeft van hollen. Nesenman is een en al grimmige vastberadenheid; hij wil zijn dochter Leah geen seconde uit het oog verliezen. Niet omdat ze anders verdwaalt, maar omdat haar ‘vriendje’ Brandon erbij is, en wie weet wat er dan gebeurt. Misschien heeft er ooit wel iets plaatsgevonden. Maar in elk geval niet onder vaders supervisie.

    Leah is een lief meisje met indringend groene ogen; vredestekens schilderen is een obsessie van haar, ze verzamelt beeldjes van hagedissen en kikkers en maakt sieraden van glas. Ze werkt bij Chocolate Spectrum, een snoepwinkel die eveneens is opgezet door de ouder van een autistisch kind. Brandon is ook kunstenaar: hij schildert piepkleine tekenfilmdieren, bloemen en woorddiagrammen, alles in de prachtigste kleuren. Zijn werk wordt behalve online ook verkocht in de galerie van Artists With Autism in Pompano Beach, een onderneming van zijn moeder. Leah en Brandon hebben elkaar zeven jaar geleden ontmoet op een cursus beeldende vorming. Ze zijn in de twintig.

    ‘Ik ben geboren met dit talent,’ zegt Leah wanneer we haar inhalen. Ze kan niet precies uitleggen hoe ze haar glas uitkiest, maar pakt haar ketting beet en zegt: ‘Ik hou van die kleuren. Je krijgt er een goed gevoel van. Het is mooi. Ik vind dat groene leuk.’

    Zij en Brandon hebben veel bewondering voor elkaars werk. Eerder die dag heb ik Brandon opgezocht in het kleine maar gezellige appartement waar hij woont met zijn moeder Cynthia Drucker. Het is een knappe jongen met een kuifje en een stralende glimlach. Als kind was hij impulsief, en al heeft hij nooit iemand pijn gedaan, zijn woede reageerde hij af op zijn omgeving. Drucker heeft Brandons rapporten vanaf groep één laten inbinden, om er soms even bij stil te staan welke enorme stappen haar zoon heeft gemaakt.

    Brandon heeft moeite met het doorgronden van de intenties van andere mensen en is tegelijk, zoals iedere jongen, snel verliefd. Dat laatste heeft hem meer dan eens in de problemen gebracht. Een paar jaar geleden vond Drucker dat hij aan een pinpas toe was. Dat ze misschien voorbarig was gegaan, realiseerde ze toen hij duizend dollar uitgaf in een stripclub (exclusief de boete voor roodstaan). Niet veel later nam hij een prostituee mee naar huis die onderdak nodig had, en zijn moeder vond dat nog goed ook. (‘Ik kon er iemand mee helpen. Wat kan ik er verder over zeggen?’) Toen zijn geld op was en de vrouw niets meer met Brandon te maken wilde hebben was dat een traumatische ervaring voor hem.

    Maar Drucker ziet het positief in. ‘Hij heeft ervan geleerd. Nu weet hij wat een condoom is,’ zegt ze. ‘Er is iets goeds uit voortgekomen. Maar als hij met zijn vrienden zit te bellen en het hele verhaal in geuren en kleuren vertelt, dan weet ik niet hoe ik moet kijken.’

    Drucker is een moeder van het optimistische soort – en dat is nog zacht uitgedrukt.

    ‘Dat is het lastige met autistische mensen, weet je. Ze willen regelmaat’

    Brandon wil graag praten over Leah en over het leven dat hij met haar voor zich ziet. ‘We zouden gewoon voor onszelf zorgen, denk ik, en als ze ooit ziek wordt, kan ik haar gewoon haar medicijnen geven,’ zegt hij. Hij belooft verder dat hij zal koken en de was zal doen. Zijn we er dan? Misschien niet, maar het is een goed begin.

    Dan zegt Brandon dat hij met Leah en Maria, een andere vriendin, wil samenwonen. Tja, autistisch of niet, hij is niet de eerste man die hierover fantaseert. Wanneer ik met Leah over haar relatiedromen praat, wordt duidelijk dat ze vooral hoopt dat een relatie een stap in de richting naar meer onafhankelijkheid is.

    Haar vader kan zijn emoties moeilijk verkroppen als we hierover praten. Het is complex om een autistisch kind groot te brengen, zegt hij, en je huwelijk gaat eraan kapot – hij en Leahs moeder zijn gescheiden.

    Ik ben allesbehalve naïef, maar bij Leah en Brandon zie ik wat ik mijn eigen zoon zo gun. Ik probeer Nesenman te laten kijken naar wat hij heeft: een dochter die graag creatief bezig is, een baan heeft, en die misschien begeleiding nodig heeft, maar die zo op het oog prima in staat is een relatie te hebben en op eigen benen te staan.

    Nesenman ziet het anders. Ze heeft wel een baan, maar daar verdient ze niets mee, en ze begrijpt toch niet wat geld waard is. Maar is hij dan niet blij dat zijn dochter liefde heeft gevonden?

    ‘Liefde kun je het niet noemen,’ zegt hij resoluut, ‘maar misschien vinden ze steun bij elkaar, zekerheid. Ze weten wat er morgen gaat gebeuren. Dat is het lastige met autistische mensen, weet je. Ze willen regelmaat.’

    ‘Hij heeft ervan geleerd. Nu weet hij wat een condoom is’

    Al begrijp ik zijn zorgen, zijn houding frustreert me. Ja, autistische mensen willen regelmaat en hebben die ook nodig. Maar is het verkeerd om daarnaast ook liefde te willen?

    In een pizzeria op het terrein van de Rutgers University in New Brunswick (New Jersey) staat Frank deeg te kneden. Hij kan haast niet praten en is zwaar autistisch. Wat ik zie is een beetje saai maar tegelijk een wonder.

    Frank was een van de eerste deelnemers aan de opleiding van het Center for Adult Autism Services van de faculteit psychologie van de Rutgers University. Daar deed hij continu twee dingen: hij wrong zijn handen en schreeuwde uit alle macht. Dat voorspelde weinig goeds voor zijn kansen om zijn eigen kostje te verdienen. Maar de mensen van het centrum ontdekten nog iets: Frank hield van boeken en van orde. Ze dachten dat hij het in de bibliotheek wel naar zijn zin zou hebben – maar het schreeuwen was een probleem. Verbazingwekkend genoeg verdween dat geschreeuw wanneer hij bij het terugzetten van de boeken hardop de boeknummers ging oplezen. Nu alleen dat handenwringen nog.

    Daarom is Frank ’s middags in de pizzeria te vinden. Het heeft even geduurd, maar hij heeft geleerd om deeg te maken en daar schijven van te vormen, die vervolgens worden ingevroren. Bij het maken van pizza’s is het een voordeel als je je handen niet kunt stilhouden. Christopher Manente, directeur van het centrum, staat Frank en zijn coach nauwlettend te bekijken. ‘Er bestaan zo veel vooroordelen over autistische mensen; ze zijn Temple Grandin of The Good Doctor, óf ze zijn ernstig beperkt. De extremen. Dus als ik bedrijven benader en vraag of ze een van onze mensen willen aannemen, zien ze het als extra werk. Maar je staat versteld van wat er allemaal mogelijk is.’

    Het centrum organiseert cursussen voor autistische volwassenen binnen het hele spectrum en doet daarnaast onderzoek. De opleiding wordt op geen enkele andere Amerikaanse universiteit aangeboden. Er staan twaalf studenten ingeschreven, maar men hoopt dat het aantal zal groeien naar zestig. In de toekomst moet er een woon-werkgemeenschap komen, waar studenten die een opleiding volgen om met autistische volwassenen te werken samenwonen met de cursisten.

    Manente en ik struinen de campus rond en ontmoeten de cursisten. Scott werkt als ober in het restaurant, en zijn favoriete klusje is het inrollen van bestek in de servetten. Michael is aan het werk in het luxueuzere Rutgers Club-restaurant, waar hij zich luidkeels beklaagt dat hij liever gastheer zou zijn, maar op dit moment gaat zijn volledige aandacht uit naar de stofzuiger waarmee hij rondwervelt. Stan, die van aquariums en toverkunst houdt, werkt in de computerzaak op de campus; hij heeft wat moeite met de dienstverlenende kant van het werk omdat hij de neiging heeft om nogal stellig zijn mening over actualiteiten te verkondigen. Zo hebben ze allemaal hun excentriciteiten.

    Kosten ze meer dan ze opleveren?

    Manente stelt me voor aan Sebastián Nieto, de manager van de Rutgers Club. ‘Dit is een universiteit, hier doen ook ‘gewone’ studenten vaak hun eerste werkervaring op,’ zegt hij. ‘Daar steken we ook tijd en energie in. Dus wat is het verschil?’

    Nieto komt uit Argentinië en bekijkt zaken door de ogen van een immigrant. ‘Je komt uit een ander land, je spreekt de taal niet, je kent de gewoonten niet,’ zegt hij. ‘Misschien ben je goed, misschien bak je er niets van. Maar iemand moet het met je aandurven, zelfs al kost het wat meer werk om je op je plek te krijgen.’

    Nieto, die weet dat Scott in het restaurant werkt, merkt op dat hij beter en sneller bestek inrolt dan wie dan ook – en dat hij het ook echt leuk vindt.

    ‘Autistische personeel aannemen?’ vraagt hij. ‘Natuurlijk, zonder twijfel.’

    Datecursus

    ‘Twee berichtjes per uur kan toch wel?’

    De datecursus is het geesteskind van Elizabeth Laugeson, docent aan de University of California. Veel cursussen in sociale vaardigheden, waar mensen met een autismespectrumstoornis nogal eens naartoe worden gestuurd, hebben na een bepaalde leeftijd geen effect meer.

    ‘De meeste cursussen zijn gericht op jongere kinderen,’ zegt ze. ‘Maar de sociale vaardigheden die je op de basisschool nodig hebt, zijn compleet anders dan wat er van je wordt gevraagd op de middelbare school of op de universiteit.’

    Laugeson leidt het kamp; ze is lief, direct en stressbestendig. Haar missie: de sociaal-romantisch-seksuele wereld ontcijferen. Hoe je contact legt met iemand, wordt tot in detail besproken en vervolgens in rollenspellen geoefend. Flirten met je ogen, een gesprek aanknopen of beëindigen, de gepaste afstand tot je gesprekspartner houden: het blijkt erg lastig. Een onverzorgd uiterlijk wordt nadrukkelijk afgeraden: ‘Het is niet respectvol tegenover de ander,’ verklaart Laugeson, ‘daarmee krijg je niet zo snel een date.’

    De deelnemers willen concrete antwoorden over dit ongrijpbare onderwerp. Laugeson doet haar best. Een belangrijke regel is: als je iemand mee uit vraagt en diegene reageert niet, dan kun je het nog één keer vragen en dan is het afgelopen.

    Een vrouw in een fifties-plooirok steekt haar hand op. ‘Dus… twee berichtjes per dag?’

    ‘Nee, twee berichtjes – meer niet,’ antwoordt Laugeson.

    ‘Per week?’

    ‘Nee.’

    In een hernieuwde poging vraagt de vrouw klaaglijk: ‘Twee berichtjes per uur kan toch wel?’

    ‘Het spijt me,’ reageert Laugeson.

    ‘In hoeveel procent van de gevallen krijg je de zoen?’

    Er zijn cijfers die zelfs psycholoog Laugeson niet paraat heeft, zoals de kans dat je op een eerste date bij het afscheid een kus krijgt.

    ‘In hoeveel procent van de gevallen krijg je de zoen?’ vraagt een wiskundeliefhebber.

    Een aantal mensen wil weten of ze tegen een date moeten zeggen dat ze autisme hebben of niet. Daar zijn geen regels voor, zegt Laugeson. Sommigen zijn er heel open over, anderen doen het niet. Maar als je het zegt, vindt ze, ‘maak er dan niet iets negatiefs van. Vertel wat het voor jou betekent.’ Ze raadt iedereen aan om het over de positieve kanten te hebben, bijvoorbeeld: mensen met autisme houden zich aan de regels, ze zijn vaak heel loyaal, ze zeggen wat ze denken.

    De daters in spe krijgen veel te verstouwen, maar ze houden hoop. Net als ik. Voor hen, voor onze maatschappij, voor mijn zoon – en vooral voor de bebrilde jongen naast me, die blij knikkend mompelt: ‘Ik kan dit. Ik ben echt een goed vriendje.’

  • Mannen komen van Mars en vrouwen ook

    Mannen komen van Mars en vrouwen ook

    Mannen willen een mooie vrouw en vrouwen een rijke man. Volgens evolutiepsychologen komt die trend voort uit aangeboren biologische impulsen. Maar met de toegenomen gendergelijkheid zijn partnerkeuzes ook veranderd.

    Al tijdens hun eerste afspraakje zitten Mia en Josh te praten alsof ze elkaar al jaren kennen. Josh vindt het leuk dat Mia zo gevat is; Mia vindt Josh warm en goedlachs. Er bloeit iets moois tussen hen op, al worden ze zo nu en dan toch allebei bekropen door twijfel. Josh is de belangrijkste verzorger van een kind uit een eerder huwelijk en zijn financiële vooruitzichten zijn niet al te gunstig. Mia kan daar niet mee zitten, want Josh’ karakter maakt dat meer dan goed. Maar toch, hij is niet het type waar ze normaal gesproken op valt – het type dat veel jonger is dan zij, en ook nog eens sportief en aantrekkelijk. Josh droomt ondertussen van een vrouw die niet alleen geld heeft, maar ook nog eens ambities, status en een goede opleiding, en die het liefst ook nog gepromoveerd is (als het even kan in twee verschillende vakgebieden). Dat Mia alleen een academische graad heeft, is wel een struikelblok. 
Het is tenslotte de norm dat het vooral mannen zijn die ‘een goed huwelijk’ sluiten. Dit scenario klinkt misschien wat merkwaardig, en dat is ook de bedoeling: Ik heb een anekdote verzonnen over hoe de heteroseksuele dating scene er over honderd jaar uit zou kunnen zien. Momenteel lijkt het verlangen naar een jonge, aantrekkelijke partner van de andere sekse meer te spelen bij mannen dan bij vrouwen. En vrouwen zullen status en geld vaak laten prevaleren boven leeftijd en uiterlijk. Waarom? Veel evolutiepsychologen schrijven deze trend toe aan de macht van aangeboren biologische impulsen. Zij betogen dat vrouwen een oerverlangen hebben naar rijke mannen die voor hun kinderen kunnen zorgen tijdens de zwangerschap en de lange periode waarin de kinderen moeten worden grootgebracht. Mannen maken zich ondertussen vooral druk over de vruchtbaarheid van vrouwen, en daarvoor zijn uiterlijk en schoonheid goede indicatoren. In het verre verleden was dit gedrag adaptief en daarom heeft de evolutie het geselecteerd en voorgoed in onze genen gecodeerd. Natuurlijk, het moderne paringsritueel ziet er heel anders uit dan bij onze voorouders. ‘Desondanks worden de seksuele strategieën van onze voorouders ook nu nog met evenveel verve ingezet,’ schrijft psycholoog David M. Buss in The Evolution of Desire (2003).

    Partnervoorkeuren

    ‘Ook in onze moderne wereld houden we vast aan onze geëvolueerde theorie over partnerkeuze omdat het de enige theorie is die wij kennen.’ (Er is maar weinig historisch of intercultureel onderzoek gedaan naar de partnervoorkeuren van LGBT’ers; zulke vragen zijn zonder meer belangrijk, maar helaas beschikken we over onvoldoende gegevens om daar goed onderzoek naar te doen.) De afgelopen vijftig jaar heeft er echter een aardverschuiving plaatsgevonden op het gebied van genderrollen. [In Nederland kregen vrouwen pas in 1994 wettelijk recht op gelijke beloning voor gelijk werk, en verkrachting binnen het huwelijk werd pas in 1991 strafbaar.] Je zou toch verwachten dat deze veranderende opvattingen over relaties hun weerslag hebben op de partnerkeuzes van heteroseksuele mannen en vrouwen? Of zijn we nog altijd willoos overgeleverd aan onze biologische bestemming, zoals evolutiepsychologen beweren?

    Detail van het schilderij The Reluctant Bride (1866) van de Franse schilder Auguste Toulmouche. – © Wikimedia
    Detail van het schilderij The Reluctant Bride (1866) van de Franse schilder Auguste Toulmouche. – © Wikimedia

    De resultaten van het onderzoek zijn duidelijk: mannen en vrouwen groeien steeds meer naar elkaar toe in hun partnerkeuzes. Die ontwikkeling is duidelijk gelinkt aan de toegenomen gelijkheid tussen de seksen, waarbij vrouwen steeds meer toegang krijgen tot bepaalde middelen en mogelijkheden in het bedrijfsleven, de politiek en het onderwijs. In samenlevingen waar minder gelijkheid is tussen de seksen, zoals Turkije, geven vrouwen aan de financiële vooruitzichten van een partner maar liefst twee keer zo belangrijk te vinden als in landen met een grote gendergelijkheid, zoals Finland. Net zoals bij Josh en Mia zullen Finse mannen nu eerder dan Finse vrouwen hun partnerkeuze baseren op de opleiding die de ander heeft gehad.Natuurlijk varieert binnen elke maatschappij de mate van seksisme, en het algehele niveau van gendergelijkheid binnen een land laat zich niet altijd vertalen naar gendergelijke verhoudingen tussen individuen. Maar als de voorkeuren bij de partnerkeuze biologisch zijn bepaald, dan zou individueel seksisme daar geen invloed op moeten hebben. Uit onderzoek in negen landen blijkt echter het tegenovergestelde. Hoe minder positief een man staat ten opzichte van gendergelijkheid, hoe meer waarde hij hecht aan kwaliteiten als jeugdigheid en aantrekkelijkheid bij vrouwen; en hoe minder positief een vrouw staat ten opzichte van gendergelijkheid, hoe meer waarde zij hecht aan geld en status bij mannen.

    Deze gegevens wijzen op enkele zwakke plekken in het verhaal van de evolutionair psycholoog

    Deze gegevens wijzen op enkele zwakke plekken in het verhaal van de evolutionair psycholoog. Als genen bepalen wat we belangrijk vinden bij de partnerkeuze, hoe kan het dan dat onze naar verluidt ingebakken instincten, evenredig aan de mate van gendergelijkheid op maatschappelijk en individueel niveau, aan kracht inboeten? Toegegeven, ook evolutionair psychologen onderkennen dat culturele factoren en lokale gebruiken van invloed kunnen zijn op de manieren waarop mensen een partner kiezen. Maar gendergelijkheid wordt niet tot die factoren gerekend, aangezien zelfs in betrekkelijk gendergelijke samenlevingen de kloof tussen de voorkeuren bij mannen en vrouwen weliswaar kleiner wordt, maar niet geheel verdwijnt. Maar het ontstaan van een kleinere kloof ondersteunt onze aanname juist: het verschil wordt slechts kleiner in de mate waarin de gendergelijkheid groter wordt. Om het verschil helemaal te doen verdwijnen zou er sprake moeten zijn van een volledige gendergelijkheid. Maar daarvan is tot op heden geen sprake.

    Auteur: Marcel Zentner

    Aeon

    Verenigd Koninkrijk | website | aeon.co/magazine Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.

  • Een bruiloft zonder bruidegom

    Een bruiloft zonder bruidegom

    ‘Sologamie’ is de nieuwste trend op het gebied van relaties. Er is een hele solohuwelijksindustrie in opkomst, die ons het geluk belooft door het vieren van de band met de enige persoon ter wereld die echt de investering van een relatie waard is: ons eigen kostbare zelf.

    Afgelopen zomer ben ik voor de tweede keer getrouwd. Was mijn eerste bruiloft elf jaar geleden een formele aangelegenheid 
in een gemeentehuis, deze was geheel informeel. De ceremonie speelde zich af op het karaokepodium in het Berlijnse Mauerpark, het bouwvallige amfitheater midden in het vroegere niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn. Er waren zo’n vijfhonderd gasten, van wie ik de meesten nooit had ontmoet en nooit meer zou zien. Ik droeg een zwarte jurk en hield mijn zonnebril op. Er waren green bruidsmeisjes, geen ambtenaar van de burgerlijke stand, laat staan een priester 
of rabbi, en aan het eind werd er geen akte getekend. Sterker nog, er was geen bruidegom: ik trouwde namelijk met mezelf – terwijl mijn man en twee kinderen op de eerste rij toekeken.

    Ik bekrachtigde de plechtigheid met karaoke, een muzikaal optreden bij wijze van trouwbelofte voor het oog van de verzamelde getuigen (die daar geen idee van hadden). Met deze 
ongebruikelijke ceremonie, die alles 
bij elkaar vierenhalve minuut duurde, zette ik de kroon op een tienweekse onlinecursus ‘met jezelf trouwen’ 
die ik in het voorjaar had gevolgd. Waarom? Voor driekwart omwille van de ‘sociologische verbeeldingskracht’, zoals C. Wright Mills het in 1959 noemde – het vermogen om de band 
te zien tussen onze alledaagse ervaringen en de bredere samenleving – en voor één kwart vanuit een grenzeloze nieuwsgierigheid naar het ingewikkelde mechanisme dat de moderne liefde is.

    Soul gazing

    ‘Sologamie’ is de nieuwste trend op 
het gebied van relaties, niet alleen in Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Japan. Er is een hele solohuwelijksindustrie in opkomst, die ons het geluk belooft door het vieren van de band met de enige persoon ter wereld die echt de investering van een relatie waard is: ons eigen kostbare zelf. 
Coaches over de hele wereld bieden cursussen ‘met jezelf trouwen’ aan, inclusief begeleiding bij de voorbereidende stappen (zoals liefdesgedichten schrijven en trouwbeloften opstellen) en bij het scenario voor de ceremonie zelf.

    Een huwelijk met jezelf heeft geen juridische status (je kunt het niet op het gemeentehuis doen, althans: nóg niet), maar het staat open voor iedereen, ongeacht leeftijd of geslacht. Ik was – en ben – niet ongetrouwd, 
maar dat wil niet zeggen dat ik geen huwelijk met mezelf kon aangaan; mijn coach meldde opgewekt dat het iedereen, van welke achtergrond ook, vrijstond om te leren hoe je jezelf kunt ‘liefhebben en koesteren’.

    In de kern is een solohuwelijk een klassiek overgangsritueel dat uit drie fases bestaat: afscheiding, liminaliteit en reïntegratie. De eerste fase – symbolisch sterven – dient om alle banden 
te verbreken die geen nut meer voor je hebben. In de tweede fase gaat het om het ‘ontdekken’ van je nieuwe liefde voor jezelf, via technieken als aan jezelf gerichte liefdesbrieven en gedichten. En dan is er de derde fase, met alles erop en eraan: de trouwceremonie, bedoeld als bezegeling van de band tussen Jij en Jij, middels de door jezelf uitgekozen trouwbelofte.

    Naarmate ik deze fases doorliep, leerde ik minder van mijn koele, feitelijke observatie als medecursist – dat wil zeggen: het eindeloos browsen langs blogs en besloten Facebookgroepen – dan van mijn eigen gevoelens als ik de oefeningen in sololiefde deed die me uit Californië geregeld per e-mail 
werden toegestuurd. Het werd serieus in week twee, toen ik mezelf opsloot voor de badkamerspiegel, voor een ritueel dat soul gazing [zielstaren] werd genoemd. Volgens de instructies gaat dat zo:

    ‘Kijk jezelf in de ogen alsof je in de ogen kijkt van iemand op wie je stapelverliefd bent. Zie de diepte, het mysterie, de schoonheid, de tedere kwetsbaarheid. Vraag aan die ogen in de spiegel: Wie ben ik? Wat vind ik lief aan mezelf? Wat zijn mijn dromen en angsten? Waar verlang ik naar? Wat zou ik nu heel graag willen horen?’

    Ik keek mezelf aan en moest erg mijn best doen om me op mijn gezicht te concentreren en niet op de gevaarlijk overhellende toren rollen toiletpapier en de stapel vuile kinderkleren achter mijn rug. Al snel werd ik overvallen door een aanval van duizeligheid en zelfs een soort paniek, zoals ik die soms ook krijg aan boord van een vliegtuig of in een lift. Ik wil hier niet in mijn eentje zijn – ik wil eruit, vlug! Nee, ik had helemaal geen zin om nog een seconde langer in mijn eigen ogen te kijken; ik wilde alleen maar mijn gezicht tegen iemands borst drukken – tegen die van mijn man, mijn moeder, mijn vriendin Eli – en hun armen om mijn rug voelen in een stevige omhelzing.

    De bruid: Polina Aronson. – © Anna Eckold
    De bruid: Polina Aronson. – © Anna Eckold

    Iets dergelijks ervoer ik een paar dagen later weer, toen ik begon met ‘afrekenen met banden die geen nut meer hebben’ – een taak voor week drie. Daarvoor had ik de hulp ingeroepen van een vriendin, performancekunstenares Anna Semenova-Ganz. Zij heeft een ceremonie bedacht die ze ‘relatiearchivering’ noemt. Eerst zochten we een paar uur lang mijn hele huis af naar elk stukje papier, elke cd en elke persoonlijk voorwerp dat me herinnerde aan wat voor romantische gebeurtenis ook. Alle sporen van mijn relaties, zowel gelukkige als ongelukkige, dienden met evenveel emotionele onverschilligheid behandeld te 
worden. Toen al deze voorwerpen in een grote hoop op mijn tafel lagen, verzegelde Anna ze een voor een in 
een plastic zakje, gaf ze een nummer en noteerde ze op een lijst: ‘Zilveren oorknopjes, ingelegd met koraal, gedragen op eerste afspraakje met X’, ‘Trouwkaart van tante Lena’, ‘Briefje dat R. neerlegde aan het eind van de huwelijksreis’.

    In haar witte jas en witte handschoenen zag Anna eruit als een lijkschouwer die de resten van mijn liefdesleven stond te ontleden. Onder haar handen werden al deze aandenkens levenloze dingen waar ik inderdaad niets meer aan had. De ceremonie was bedoeld 
om mij te ‘zuiveren’ zodat de ‘liefde voor mezelf’ gemakkelijk kon binnenstromen – maar ik ging me er juist heel treurig en alleen door voelen. Terwijl ik naar de stapel verzegelde plastic zakjes keek, voelde ik me niet ‘vrij’ om van mezelf te houden; ik voelde me juist beroofd van mijn diepste wezen, namelijk van de sporen van liefde die anderen op mijn ziel en lichaam hadden achtergelaten.

    Liefde is een soort relatiesmaakmaker geworden, het glutaminezuur waardoor we inslikken wat we anders niet zouden inslikken – of waar we eerst 
op zouden moeten kauwen

    Het ontbrak mij duidelijk aan echte, onafhankelijke liefde voor mezelf. Nog steeds kon ik me niet werkelijk mens, laat staan geliefd voelen zonder andere mensen. Nog steeds zou ik bij een etentje bij kaarslicht het liefst een ander tegenover me hebben zitten (week 8). Nog steeds vond ik het schrijven van een liefdesbrief aan mezelf (week 7) net zoiets als Beethoven die ‘Für Ludwig’ componeert in plaats van ‘Für Elise’. Hoe kan een solohuwelijk je gelukkiger maken, als het mij zo’n eenzaam gevoel geeft? vroeg ik me af. Maar geleidelijk aan kwam er een antwoord bij me op: een solohuwelijk, dat natuurlijk wordt vastgelegd met behulp van een selfiestick, is een verschijningsvorm van hoge verwachtingen die we tegenwoordig hebben van de romantische liefde.

    Het lijkt misschien tegenstrijdig met het heteroseksuele, pro-natalistische ideaal van trouwen in het wit, maar trouwen met jezelf is een logisch – zij het ietwat eigenaardig – uitvloeisel van de romantische cultuur in de laat-moderne tijd. Zonder de sociale structuren die vroeger het leven vorm 
en richting gaven, leven stedelijke 
westerlingen nu in groepen waarin de romantische liefde andere betekenisvolle relaties en ervaringen – uitgebreide familiebanden, levenslange vriendschappen, collegiale netwerken, burencontacten en religieuze verbanden – voor een groot deel heeft vervangen. Liefde wordt steeds meer voorgesteld als de drijvende kracht achter menselijke interactie.

    Van stewardessen, kelners en verpleegkundigen in ziekenhuizen wordt in toenemende mate verwacht dat zij hun klanten met niets minder dan liefde behandelen. Bedrijven die basale arbeidsvoorwaarden bieden, verklaren vervolgens dat ze ‘van hun medewerkers houden’. Ook speciaalbieren, handgemaakte sieraden, tie-dye T-shirts en biologische jam kunnen niet zonder dat magische ingrediënt; op een veel te duur alcoholisch drankje dat ik afgelopen maand in een Berlijns hipstercafé bestelde, stonden deze ingrediënten vermeld: ‘Riesling, water, liefde, meer niet’. 
Liefde is een soort relatiesmaakmaker geworden, het glutaminezuur waardoor we inslikken wat we anders niet zouden inslikken – of waar we eerst 
op zouden moeten kauwen.

    © Anna Eckold
    © Anna Eckold

    Tegelijkertijd zijn er nooit eerder in de geschiedenis in verhouding zo veel eenpersoonshuishoudens geweest als nu in grote westerse steden. Toch heeft die culturele verschuiving naar het singleschap niet zozeer te maken met eenzaamheid als wel met de opkomst van communicatietechnologieën, persoonlijke groei en hedonisme. Bovendien staat single zijn niet meer gelijk aan het ontbreken van romantische liefde; sterker nog, die liefde kun je 
nu jezelf geven.

    Trouwen met jezelf is een van de sprekendste voorbeelden van de manier waarop ‘liefde’ nu wordt gebruikt om een relatie die niet werkelijk romantisch is – zoals de relatie met jezelf – 
in een nieuw jasje te steken en op te frissen. De meeste handelingen, 
oefeningen en meditaties uit mijn tienweekse cursus waren in feite overgenomen van gevestigde en beproefde filosofische, religieuze en spirituele tradities. Maar deze ceremonies zijn niet bedoeld om je in jezelf te aarden en daardoor als een beter mens en betere burger een bijdrage te kunnen leveren aan de wereld buiten jezelf, ze zijn puur innerlijk gericht. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze totaal narcistisch zijn.

    Momento mori

    Zo was week drie van mijn cursus gewijd aan stoïcijnse meditaties over sterfelijkheid, waarin je je moest voorstellen hoe het zou zijn als je wist dat 
je nog maar één week te leven had. Proberen bewust stil te staan bij je eigen zekere dood is ongetwijfeld een nobel en oeroud streven. Maar terwijl Marcus Aurelius zijn memento mori overpeinsde om een betere dienaar van zijn samenleving te worden, gebruiken deelnemers aan de cursus solotrouwen dit mantra om te ontdekken ‘wie we werkelijk zijn’ en zich te concentreren op hun eigen ‘diepste verlangens’. Zo werden in de cursus ook boeddhistische meditaties, therapeutische schrijfoefeningen en dramaelementen gebruikt als uitingen van zelfliefde, in plaats van als reflectie of analyse. Bij de zoektocht naar onvoorwaardelijke liefde voor jezelf verandert een vraag als ‘Ben ik een goed mens?’ in een bevestiging: ‘Ik ben een goed mens, hoe dan ook.’ Zo verwordt het krachtigste instrument van zelfonderzoek, de innerlijke dialoog, tot een eindeloos mantra van zelfliefde.

    Het solohuwelijk leidt er ook toe dat 
de vrouwen – het zijn inderdaad altijd vrouwen – die hiermee bezig zijn, een gewoon huis-tuin-en-keukenconsumentisme verheffen tot een vorm van hofmakerij. Zo stilt het de behoefte 
van de vervreemde moderne mens aan rituelen, aan het deel uitmaken van iets wat groter is dan jezelf. De blogs en Facebookpagina’s van de kersverse of aspirant-sologetrouwden wekken de indruk dat bij de relatie met jezelf al die vertrouwde elementen komen kijken: etentjes bij kaarslicht, strandwandelingen, kanten ondergoed, sieraden en weekendjes in een spa. Het consumeren van liefdesattributen wordt de liefde zelf: een reisje naar Ibiza wordt een ‘voorhuwelijksreis’, een verblijf 
op Bali een ‘periode om de emotionele pijn te helen’ en een spontaan dagje winkelen een ‘heilig geschenk aan Jezelf’. Dit lijkt sterk op intense zelfverwennerij die zich voordoet als intense zelfliefde.

    Gereinigde relikwieën van vorige relaties. – © Anna Eckold
    Gereinigde relikwieën van vorige relaties. – © Anna Eckold

    In Japan, dat bekendstaat om zijn romantische eigenaardigheden, krijgt het solohuwelijk een wel heel uitgesproken vorm, waarbij de verplichte overdaad van de westerse witte bruiloft wordt nagespeeld. Daar heeft het solohuwelijk niets te maken met je spirituele ontwikkeling en is het juist alleen maar een uiterlijke kwestie: vrouwen geven solobruiloftsfeestjes om een witte bruidsjurk aan te kunnen trekken en zich te laten fotograferen naast zo’n hoge bruidstaart. In zekere zin zijn deze openlijke gekostumeerde feestjes misschien wel een eerlijkere manier om ‘jezelf te trakteren’ dan een ceremonie die de pretentie heeft om Jou te verenigen met je Hogere Jou.

    Maar misschien ben ik niet eerlijk. 
Per slot van rekening is het gewoon zo dat de samenleving nog steeds star en gesloten is als het gaat om de vraag wie er aanspraak mag maken op dingen die bij een relatie horen. Als een alleenstaande vrouw pas in haar eentje naar een restaurant durft wanneer ze dat een ‘date met zichzelf’ kan noemen, moeten we misschien eens goed nadenken over onze eigen opvattingen over wie wat zou mogen doen. Als het nabootsen van romantiek de enige manier is om dingen te krijgen of te doen die voor iedereen beschikbaar zouden moeten zijn, dan is trouwen met jezelf misschien een slimme en zelfs revolutionaire manier om de maatschappelijke orde te verstoren.

    Van een conservatief (of zelfs reactionair) instrument tot sociale regulering verandert het huwelijk in een instrument voor de emancipatie van die groepen die niet in het geijkte voortplantingsideaal passen. Heteroseksuele paren uit de middenklasse hebben het huwelijk steeds meer de rug toegekeerd en gekozen voor alternatieve soorten van langetermijnrelaties, zoals geregistreerd partnerschap. Maar voor degenen die minder bevoorrecht zijn – immigranten, raciale en etnische minderheden, mensen die in armoede leven en, vooral, stellen van dezelfde sekse – blijft het huwelijk een betrouwbare vorm van maatschappelijke mobiliteit.

    Op een aantal terreinen, van belastingen tot kinderopvang, krijgen getrouwde stellen nog steeds vaak een voorkeursbehandelingen en het huwelijk is nog steeds de handigste manier om niet alleen als mens maar ook als burger erkend te worden. In die zin klopt deze bewering: wat de gelijkschakeling van het huwelijk heeft betekend voor de homogemeenschap – erkenning en een juridische status – zou trouwen met jezelf kunnen betekenen voor een groep die vaak gediscrimineerd wordt en als bedreiging gezien: alleenstaande vrouwen.

    ‘Het solohuwelijk is gewoon een extreme manier om te zeggen dat we niets 
missen in ons leven’

    Het is misschien niet verrassend dat 
de solohuwelijksindustrie zich vrijwel uitsluitend richt op alleenstaande vrouwen van middelbare leeftijd. Door hun keuze om single te zijn een ‘huwelijk’ te noemen kunnen zij zich losmaken van het stereotype van de oude vrijster. Via het schrijven van liefdesbrieven en huwelijksbeloften aan zichzelf proberen de aanstaande bruiden – vrij letterlijk – hun levensverhaal te herschrijven; ze veranderen het verhaal over de oude maagd die alleen sterft om vervolgens opgegeten te worden door dieren – herdershonden in Het dagboek van Bridget Jones, of mieren 
in Six Feet Under – in het verhaal van de vrouw die zelf haar leven in de hand heeft, die kan genieten van het alleen zijn zonder last te hebben van eenzaamheid. Dit is precies het gevoel dat de Britse comédienne Ariane Sherine uitdrukte in het artikel dat ze vorig jaar voor The Spectator schreef: ‘Als we de prins op het witte paard niet kunnen vinden, regelen we iets anders; het solohuwelijk is gewoon een extreme manier om te zeggen dat we niets 
missen in ons leven.’

    Maar eerlijk gezegd ben ik niet overtuigd. De consumentistische clichés, de fases van zelfhofmakerij, het uitspreken van de huwelijksbelofte, het komt allemaal toch voort uit de collectieve normen en ideeën over hoe het 
in een ‘goede’ relatie hoort te gaan. De solobruiloft mag dan het individu in het zonnetje zetten, maar baseert zich nog steeds op het traditionele overgangsritueel en gebruikt dat voor het bewerkstelligen van ‘zelfgroei’. Nu de betekenis van ‘liefde’ steeds minder eenduidig wordt, lijken we des te sterker vast te houden aan de uiterlijke aspecten van de romantische liefde. Zo is het solohuwelijk geen uitdaging van de conventies over wat een begeerlijke levensstijl is, maar juist de bevestiging daarvan.

    Het solohuwelijk is niet alleen traditioneel doordat het zich bedient van de traditionele huwelijksterminologie. Wat het tot zo’n typerend voorbeeld van de moderne romantiek maakt, is de voorwaarde dat ware liefde alleen verdiend kan worden via een eindeloze cultivering van de eigen soevereiniteit. ‘Jij bent genoeg!’ is een formule uit het boek The Six Pillars of Self Esteem (1994), maar die zien we nu ook terug in de mantra’s van meditatieoefeningen, op koelkastmagneten en op T-shirts.

    Westerlingen groeien op met deze boodschap, in diverse uitingsvormen. Terwijl hij oppervlakkig bezien niets anders betekent dan ‘Wees lief voor jezelf’, heeft deze slogan ook een sterke normatieve onderstroom: jij móét genoeg zijn, zo helemaal in je eentje, anders ben je zielig en onvolwassen.

    © Anna Eckold
    © Anna Eckold

    Het heersende idee in de westerse romantische cultuur is dat er pas van 
je gehouden kan worden als je niet langer de liefde van andere mensen nodig hebt. We worden geacht onszelf alles te geven wat we nodig hebben, ook genegenheid, en daarvoor niet van anderen afhankelijk te zijn. Dit principe gaat veel verder dan de esoterische wereld van de sologamie. Datingsite Match.com zegt tegen bezoekers:

    ‘Altijd naar liefde verlangen is een cyclus die zo snel mogelijk doorbroken moet worden. Als je je eigen positieve kanten gaat zien en leert voor jezelf te leven, zal die liefdescyclus uiteindelijk stoppen. Dan ga je beseffen dat je geen liefde van anderen nodig hebt om gelukkig te zijn met je leven. Uiteindelijk zou je wel eens verrast kunnen worden: als je jezelf echte liefde geeft, doen anderen dat misschien ook.’

    Onder al deze aansporingen om je ware zelf te vinden en lief te hebben schuilt een emotionele meritocratie. Het verhaal van de verplichte zelfontdekking bepaalt wie liefde verdient en wie niet; het levert met name vrouwen een relatie met een ander op en beveelt hun tegelijkertijd om hun autonomie te bewaken. Zo wordt het solohuwelijk een manier om alles te krijgen, om 
de liefde te krijgen die je verdient – 
op de manier waarop je die verdient.

    Een met zichzelf getrouwde vrouw schreef op haar Facebookpagina: ‘Ik moest quality time met mezelf doorbrengen. Ik moest met mezelf uit. Mezelf het hof maken. Intiem zijn met mezelf. Ik yogade. Ik huilde. Ik moest ook een paar harde en kwetsbare gesprekken met mezelf voeren. Terwijl ik mezelf er ook aan herinnerde hoe mooi en geweldig ik ben.’

    Zuurtsofmaskermantra

    Psychologen, bloggers en anderen die over relaties schrijven, blijven eeuwig het ‘zuurstofmaskermantra’ herhalen, en hameren zo het idee erin dat je eerst voor jezelf moet zorgen, voordat je dat voor anderen kunt doen. Recent neuropsychologisch onderzoek heeft echter een sterk en overtuigend argument opgeleverd tegen deze cynische toepassing van een noodmaatregel op het dagelijks leven. In Social: Why Our Brains Are Wired to Connect (2013) betoogt neurolinguïst Matthew Lieberman dat onze behoefte aan andere mensen nog fundamenteler, basaler is dan onze behoefte aan voedsel en onderdak. Daarom gebruikt ons brein de tijd 
die het overheeft om kennis op te 
doen over de sociale wereld, over 
andere mensen en onze relaties met hen, en niet om lofzangen op onszelf 
te componeren.

    Deze sociale aanleg, zo concludeert Lieberman, zorgt ervoor dat we onze zelfzuchtige impulsen vaak beheersen ten bate van het grotere geheel. Van zelfhulpboeken moeten we misschien naar bubbelbaden en schoenwinkels, maar wat we werkelijk nodig hebben om ons geliefd – en gezond – te voelen, zijn andere mensen, dat wil zeggen: die andere mensen die ons niet alleen zoenen en knuffelen, maar ook op ons mopperen en onze ‘zelfontwikkeling’ belemmeren met hun oordelen. 
In zekere zin zijn de conclusies van Lieberman een echo van de stelling 
van Hannah Arendt dat we een publiek nodig hebben om verantwoordelijk en moreel gezond te blijven.

    Deze erkenning van mijn behoefte aan de Ander – en anderen – vormde de basis van mijn eigen solohuwelijksceremonie op het de Berlijnse karaokepodium afgelopen zomer. Met een microfoon in mijn hand stond ik op, onderdrukte mijn zenuwen en zong ‘Worrisome Heart’ van Melody Gardot.

    I need a hand with my worrisome heart,
    I need a hand with my troubling ways,
    I would be lucky to find me a man
    Who could love me the way that I am,
    With all my troubling ways.

    De meeste getuigen waren toevallige toeschouwers die waren gekomen 
voor de zondagse vlooienmarkt, op zoek naar koopjes, straatmuziek en onverwachte optredens. Dat ik voor hun ogen op het podium ging staan en mijn gelofte zong over ‘een man nodig hebben’ was mijn eigen afhankelijkheidsverklaring: de afhankelijkheid van het feit dat ik onderdeel ben van de samenleving, de afhankelijkheid van iets groters dan alleen mijzelf.

    Als Gardot het heeft over ‘een man’ nodig hebben, bedoelt ze waarschijnlijk ‘een heteroseksuele kerel’. Maar op dit moment, terwijl ik naar al die mensen keek (die zo aardig waren me niet van het podium te fluiten) bedoelde ik met ‘man’ een ‘mens’ – een andere persoon, de vergeten Ander naast me, een vriend en minnaar. Als we onszelf willen bevrijden van de hoge verwachtingen die een op jezelf gerichte emotionele meritocratie met zich meebrengt, moeten we eerlijker zijn over onze behoefte aan verbondenheid. De herontdekking en heruitvinding van verbondenheid zou moeten gelden voor alle soorten relaties, seksueel of niet, romantisch of niet, intiem, hartstochtelijk of professioneel. In welke context ook, verbonden zijn betekent empathie tonen, bereid zijn pijn te voelen en erkennen dat we anderen nodig hebben om volledig mens te zijn.

    Auteur: Polina Aronson
    Vertaler: Nicole Hoekmeijer

    Openingsbeeld: © Anna Eckold

    Aeon
    Verenigd Koninkrijk | aeon.co/magazine

    Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.

  • I Love Dick

    I Love Dick

    Eind deze maand verschijnt de Nederlandse vertaling van I Love Dick, een Amerikaanse cultroman uit 1997 van auteur en filmmaker Chris Kraus. Het boek – een mengeling van memoir en fictie over een vrouw en haar grote liefde – werd aanvankelijk koeltjes ontvangen, maar groeide in de loop der jaren uit tot een feministische klassieker. 360 publiceert voor.

    Scènes uit een huwelijk

    3 december 1994
    Chris Kraus, een negenendertigjarige experimentele filmmaker, en Sylvère Lotringer, een zesenvijftigjarige hoogleraar uit New York, gaan met Dick, een goede kennis van Sylvère, uit eten in een sushibar in Pasadena. Dick is een Engelse cultuurcriticus die zich recentelijk vanuit Melbourne opnieuw in Los Angeles heeft gevestigd.

    Chris en Sylvère hebben Sylvères sabbatical doorgebracht in een huisje in Crestline, een klein plaatsje in de San Bernardino Mountains op zo’n negentig minuten van Los Angeles. Omdat Sylvère in januari weer moet beginnen met lesgeven, zullen ze algauw naar New York terugkeren. Tijdens het eten hebben de mannen het over recente trends in de postmoderne kritische theorie en Chris, die geen intellectueel is, merkt dat Dick voortdurend oogcontact met haar maakt. Dicks aandacht geeft haar een gevoel van macht, en wanneer de rekening komt haalt ze haar Diners Club-card tevoorschijn. ‘Toe,’ zegt ze. ‘Laat mij betalen.’

    De radio voorspelt sneeuw op de snelweg van San Bernardino. Dick nodigt hen beiden genereus uit de nacht door te brengen in zijn huis in de Antelope Valley-woestijn, zo’n 50 kilometer verderop. Chris wil zichzelf losmaken van haar stelletje-zijn, dus ze overtuigt Sylvère ervan dat hij het geweldig zou vinden om in Dicks indrukwekkende vintage Thunderbird-cabriolet te rijden. Sylvère, die een T-bird niet van een kolibrie kan onderscheiden en dat ook niet belangrijk vindt, gaat akkoord, verbijsterd. Geregeld.

    Dick geeft haar uitgebreide, bezorgde routeaanwijzingen. ‘Maak je geen zorgen,’ onderbreekt ze hem, terwijl ze haar haren schudt en lachjes flitst, ‘ik volg jullie.’ En dat doet ze. In een lichte roes houdt ze het gaspedaal van haar pick-uptruck constant ingedrukt, en ze moet denken aan een performance, Car Chase, die ze deed bij het St. Mark’s Poetry Project in New York toen ze drieëntwintig was. Zij en haar vriendin Liza Martin hadden op Highway 95 de ijzig knappe bestuurder van een Porsche door heel Connecticut gevolgd. Uiteindelijk was hij bij een parkeerplaats langs de snelweg gestopt, maar toen Liza en Chris uitstapten, reed hij weg.

    Chris vertelt Sylvère dat ze gelooft dat zij en Dick een Conceptuele Neukpartij hebben beleefd

    De performance eindigde toen Liza Chris per-ongeluk-maar-wel-echt op het podium in haar hand stak met een keukenmes. Het bloed vloeide, en iedereen vond Liza begeesterend sexy en gevaarlijk en mooi. Liza, met haar buik die onder een pluizig topje uit piepte en netkousen die ze openhaalde aan haar groene, vinyl minirokje toen ze naar achteren wiegde om haar kruis te tonen, zag eruit als de goedkoopste soort hoer. Een ster werd geboren.

    Niemand had die avond bij de show Chris’ bleke, lusteloze voorkomen en doordringende blik ook maar in de verste verten innemend gevonden. Was dat überhaupt mogelijk? Dat was een vraag die tijdelijk werd uitgesteld. Maar nu was het een hele nieuwe wereld. De verzoekjeslijn van 92.3 The Beat dreunde, post-riot Los Angeles, een stad strakgespannen aan oogzenuwen van glasvezel. Dicks Thunderbird bevond zich altijd in haar blikveld, de twee voertuigen waren onzichtbaar verbonden in de betonnen rivierbedding van de snelweg, als John Donnes oogbollen. Maar dit keer was Chris in haar eentje.

    Bij Dick thuis ontspint de nacht zich als de dronken kerstavond in Éric Rohmers film Ma nuit chez Maud. Chris merkt dat Dick met haar flirt, zijn onmetelijke intelligentie strekt zich uit voorbij de pomoretoriek en woorden, en betoont een soort essentiële eenzaamheid die alleen zij en hij kunnen delen. Chris gaat er onbesuisd in mee. Om twee uur ’s nachts toont Dick hun een video van zichzelf, verkleed als Johnny Cash, gemaakt in opdracht van de Engelse publieke omroep. Hij praat over aardbevingen en omwentelingen en zijn rusteloze verlangen naar een plek die hij thuis kan noemen. Chris’ reactie op Dicks video, hoewel ze die op dat moment niet onder woorden brengt, is complex. Als kunstenaar vindt ze Dicks werk hopeloos naïef, maar ze houdt van sommige soorten slechte kunst, kunst die een doorkijkje biedt in de hoop en verlangens van degene die haar maakte. Slechte kunst maakt de toeschouwer veel actiever. (Jaren later zou Chris zich realiseren dat haar voorliefde voor slechte kunst precies is als Jane Eyres verlangen naar Rochester, een gemene junk met een paardengezicht: slechte personages openen de deur voor verzinsels.) Maar Chris houdt deze gedachten voor zichzelf. Want ze drukt zich niet uit in theoretische taal, niemand verwacht al te veel van haar en ze is het gewend in volslagen stilte te trippen op lagen van complexiteit.

    Chris’ onuitgesproken dubbele salto bij Dicks filmpje trekt haar nog meer naar hem toe. Ze droomt de hele nacht van hem. Maar wanneer Chris en Sylvère de volgende ochtend op de slaapbank wakker worden, is Dick verdwenen.

    4 december 1994: 10 uur

    Sylvère en Chris verlaten die ochtend, alleen en met tegenzin, Dicks huis. Chris neemt de uitdaging aan om het bedankbriefje, dat achtergelaten moet worden, te improviseren. Zij en Sylvère ontbijten bij de Antelope IHOP. Aangezien ze geen seks meer hebben, onderhouden ze hun intimiteit door deconstructie, d.w.z. door elkaar alles te vertellen. Chris vertelt Sylvère dat ze gelooft dat zij en Dick een Conceptuele Neukpartij hebben beleefd. Zijn verdwijning die ochtend is het sluitstuk, en doordringt dit alles met de subtekst van de subcultuur die zij en Dick delen: ze denkt aan alle wazige onenightstands met mannen die de deur al uit waren voor ze haar ogen opendeed. Ze declameert een gedicht van Barbara Barg over dit onderwerp voor Sylvère:

    Wat doe je anders met een Kerouac
    Je gaat terug steeds terug naar de zak met Jack
    Hoe weet je dat Jack klaarkwam?
    Je kijkt op je kussen en Jack is weg…

    En dan was er nog het bericht op Dicks antwoordapparaat. Toen ze het huis binnenkwamen deed Dick zijn jas uit, schonk drankjes voor hen in en drukte op play. De stem van een zeer jonge, zeer Californische vrouw weerklonk:

    Hé Dick, Kyla hier. Dick, ik – het spijt me dat ik je thuis blijf bellen, en nu krijg ik je antwoordapparaat, maar ik wilde gewoon zeggen dat het me spijt dat het die avond allemaal niets werd, en – ik weet dat het niet jouw schuld is, en ik denk dat ik je gewoon wilde bedanken omdat je zo aardig bent…

    ‘Nu schaam ik me absoluut,’ mompelde Dick charmant terwijl hij de wodka opende. Dick is zesenveertig. Betekent dit bericht dat hij de weg kwijt is? En zo ja, zou een conceptuele romance met Chris hem dan kunnen redden? Was de conceptuele seks pas de eerste stap? Dat is wat Chris en Sylvère de komende paar uur bespreken.

    4 december 1994: 20 uur

    Terug in Crestline kan Chris alleen nog maar aan de avond bij Dick denken. Ze begint er een verhaal over te schrijven, getiteld ‘Abstracte romantiek’. Het is het eerste verhaal dat ze schrijft in vijf jaar.

    ‘Het begon in het restaurant’, schrijft ze. ‘Het was het begin van de avond en we lachten allemaal net iets te veel.’ Af en toe richt ze dit verhaal tot David Rattray, omdat ze ervan overtuigd is dat Davids geest tijdens de autorit afgelopen nacht bij haar was toen ze haar pick-uptruck steeds verder Highway 5 opstuurde. Chris, Davids geest en de truck waren één voorwaarts bewegende entiteit geworden.

    ‘Afgelopen nacht’, schreef ze Davids geest, ‘voelde ik, zoals altijd wanneer er nieuwe spannende perspectieven, aan de horizon verschijnen, dat jij hier was: naast me zwevend, verdicht, ergens tussen mijn linkeroor en mijn schouder, samengebald als gedachten.’ Ze dacht voortdurend aan David. Het was griezelig hoe Dick, alsof hij haar gedachten had gelezen, tijdens het dronken gesprek gisteravond op een gegeven moment had gezegd hoezeer hij Davids boek bewonderde. David Rattray was een roekeloze avonturier geweest en een genie en een moralist, had zich aan de meest onmogelijke bevliegingen overgegeven, bijna tot aan het moment van zijn dood op zevenenvijftigjarige leeftijd. En nu voelde Chris Davids geest haar aanmoedigen om verliefdheid te begrijpen, hoe degene die bemind wordt een wachtruimte kan worden voor alle rafelige eindjes van de herinneringen, ervaringen en gedachten die je ooit hebt gehad. Dus ze begon aan een beschrijving van Dicks gezicht, ‘bleek en beweeglijk, goede botstructuur, rossig haar en diepliggende ogen’. Chris haalde zich al schrijvend zijn gezicht voor de geest, en toen ging de telefoon en het was Dick. Chris voelde zich in verlegenheid gebracht. Ze vroeg zich af of het telefoontje niet eigenlijk voor Sylvère was, maar Dick vroeg niet naar hem, dus ze bleef aan de krakende lijn. Dick belde om zijn verdwijning na afgelopen nacht te verklaren. Hij was vroeg opgestaan en naar Pearblossom gereden om wat eieren en spek te halen. ‘Ik lijd een beetje aan slapeloosheid, zie je.’

    Toen hij thuiskwam in Antelope Valley was hij oprecht verrast dat ze al weg waren. Precies op dat moment had Chris aan Dick haar eigen vergezochte interpretatie kunnen vertellen: had ze dat gedaan, dan was dit verhaal heel anders verlopen. Maar er was zo veel ruis op de lijn, en nu al was ze bang voor hem. Ze overwoog koortsachtig om een volgende ontmoeting voor te stellen, maar dat deed ze niet, en toen had Dick de verbinding verbroken. Chris stond daar in haar geïmproviseerde kantoor, zwetend. Toen rende ze naar boven, op zoek naar Sylvère.

    © Getty
    © Getty

    5 december 1994

    Terug in Crestline, alleen, bespreken Sylvère en Chris voor het grootste deel van de vorige avond (zondag) en deze ochtend (maandag) Dicks drie minuten durende telefoontje. Waarom gaat Sylvère hierin mee? Misschien omdat Chris voor het eerst sinds vorige zomer bezield en levendig lijkt, en omdat hij van haar houdt kan Sylvère het niet verdragen haar droevig te zien. Misschien is hij in een impasse beland in het boek dat hij over het modernisme en de Holocaust schrijft, en vreest hij de terugkeer naar het lesgeven volgende maand. Misschien is hij pervers.

    6 – 8 december 1994

    Dinsdag, woensdag, donderdag worden deze week niet vastgelegd, gaan in een waas voorbij. Als de herinnering betrouwbaar is waren Chris Kraus en Sylvère Lotringer in die periode op dinsdag in Pasadena om les te geven aan het Art Center College of Design. Zullen we ons aan een reconstructie van de gebeurtenissen wagen?

    Ze staan om acht uur op, rijden de heuvel af, Crestline uit, halen koffie in San Bernardino, schieten de 215 op, door naar de 10 en rijden negentig minuten, bereiken la net na de spits. Waarschijnlijk praatten ze het grootste deel van de rit over Dick. Maar aangezien het plan is om binnen tien dagen uit Crestline te vertrekken, op 14 december (Sylvère naar Parijs voor de feestdagen, Chris naar New York), moeten ze het ook kort over logistieke zaken hebben gehad.

    Een Rusteloos Verlangen… Ze reden door Fontana en Pomona, door een betekenisloos landschap, een onzekere toekomst doemt voor hen op. Terwijl Sylvère zijn lezing over poststructuralisme gaf, reed Chris naar Hollywood om wat publiciteitsfoto’s voor haar film op te halen en kocht ze kaas bij Trader Joe’s. Toen reden ze terug naar Crestline, kronkelden de berg op door duisternis en dichte mist.

    Woensdag en donderdag verdwijnen. Het is duidelijk dat Chris’ nieuwe film geen groot succes zal worden. Wat zal ze hierna doen? Haar eerste ervaring met kunst was als deelnemer aan een paar hallucinogene psychodrama’s in de jaren zeventig. Het idee dat Dick mogelijk een soort spel tussen hen heeft voorgesteld is erg opwindend. Ze legt het keer op keer uit aan Sylvère. Ze smeekt Sylvère hem te bellen, te vissen naar een teken dat Dick zich van haar bewust is. En als dat er is, zal ze hem bellen.

    Vrijdag 9 december 1994

    Sylvère, een Europese intellectueel die Proust doceert, is vaardig in de analyse van de bijzonderheden van de liefde. Maar hoelang kan iemand één avond en één telefoongesprek van drie minuten blijven analyseren? Sylvère heeft al twee onbeantwoorde berichten op Dicks antwoordapparaat achtergelaten. En Chris is veranderd in een gespannen bonk emoties, voor het eerst in zeven jaar seksueel
    opgewonden. En dus stelt Sylvère uiteindelijk voor, op vrijdagochtend, dat Chris Dick een brief schrijft. Omdat ze zich enigszins schaamt vraagt ze hem of hij er ook een wil schrijven. Sylvère gaat akkoord. Is het gebruikelijk voor getrouwde stellen om samen te werken aan billets-doux? Als Sylvère en Chris niet zo militant tegen psychoanalyse gekant waren, hadden ze dit misschien als een omslagpunt gezien.

    Crestline, Californië
    9 december 1994

    Lieve Dick,
    Het moet de woestijnwind zijn geweest die ons die avond naar het hoofd steeg of misschien het verlangen om het leven een klein beetje te fictionaliseren. Ik weet het niet. We hebben elkaar een paar keer ontmoet en ik voel veel genegenheid voor je en wil je beter leren kennen. We mogen dan wel van verschillende plekken komen, we hebben allebei geprobeerd met ons verleden te breken. Jij bent een cowboy; ik was tien jaar lang een nomade in New York. Dus laten we teruggaan naar de avond bij jou thuis: de glorieuze rit in je Thunderbird van Pasadena naar het Einde van de Wereld, ik bedoel, Antelope Valley. Het is een ontmoeting die we bijna een jaar hadden uitgesteld. En echter dan ik me had voorgesteld. Maar hoe kom ik daarop? Ik wil het hebben over die avond bij jou thuis. Ik had het gevoel dat ik je op de een of andere manier al kende en we gewoon onszelf konden zijn, samen. Maar nu klink ik als de bimbo wier stem we ongewild hoorden die avond op je antwoordapparaat…
    Sylvère

    Crestline, Californië
    9 december 1994

    Lieve Dick,
    Omdat Sylvère de eerste brief heeft geschreven, zit ik nu in een vreemde positie. Reactief – zoals Charlotte Stant tegenover Sylvères Maggie Verver, als we in de roman The Golden Bowl van Henry James hadden geleefd – de Suffe Kut, een fabriek van emoties die alle mannen oproepen. Dus het enige dat ik kan doen is het ‘Verhaal van de Suffe Kut’ vertellen. Maar hoe? Sylvère denkt dat het niets meer dan een pervers verlangen naar afwijzing is, de liefde die ik voor je voel. Maar ik ben het daarmee oneens, diep vanbinnen ben ik een heel romantisch meisje. Wat me raakte waren alle vensters van kwetsbaarheid in je huis… Zo spartaans en bedacht. De hoes van de Some Girls-plaat die daar was neergezet, de donkere muren – zo achterhaald en declassé. Maar ik val op wanhoop, op het wankele – dat moment waarop de façade valt, ambitie faalt. Ik hou ervan en voel me schuldig dat het me opvalt, maar dan stroomt de warmste onbeschrijfbare affectie door me heen, die het schuldgevoel verdrinkt. Jarenlang bewonderde ik Shake Murphy in Nieuw-Zeeland om deze redenen, een hopeloos geval. Maar jij bent niet echt hopeloos: je hebt een reputatie, zelfbewustzijn en een baan, en zo kwam het in me op dat er misschien voor ons beiden iets te leren valt door deze romance op een wederkerig onbehaaglijke manier uit te spelen.

    Abstracte romantiek? Het is vreemd, ik heb me nooit afgevraagd of ik ‘je type’ ben. (Want vroeger, in de tijd van de Empirische Romantiek, omdat ik noch mooi, noch moederlijk ben, was ik nóóit het type van ‘Cowboymannen’.) Maar misschien zijn acties het enige wat nu telt. Wat mensen samen doen is sterker dan Wie Ze Zijn. Als ik je niet verliefd op me kan laten worden door wie ik ben, dan kan ik je misschien interesseren voor wat ik begrijp. Dus in plaats van me af te vragen ‘Zou hij me leuk vinden?’ vraag ik me af ‘Speelt hij mee?’

    Toen je zondagavond belde, was ik net bezig aan een beschrijving van je gezicht. Ik wist niet wat ik moest zeggen, en hing op als de onbekende in een romantische vergelijking, met bonkend hart en zwetende handpalmen. Het is heerlijk om je zo te voelen. Tien jaar lang was mijn leven ingericht om die pijnlijke, primitieve staat te vermijden. Ik wilde dat ik net als jij kon rondscharrelen in romantische mythes. Maar dat kan ik niet, want ik verlies altijd en nu ook al, drie dagen van deze compleet gefabriceerde romance en ik begin ziek te worden. En ik vraag me af of het ooit mogelijk zal zijn om jeugd en leeftijd met elkaar te verzoenen, of de anorectische open wonde die ik was met de geld sjacherende oude heks die ik ben geworden. We vermoorden onszelf om te kunnen overleven. Is er een mogelijkheid om in het verleden te duiken en eromheen te cirkelen zoals je dat kunt in kunst? Sylvère, die dit uittypt, zegt dat deze brief een punt mist. Wat voor soort reactie zoek ik? Hij denkt dat deze brief te literair is, te baudrillardiaans. Hij zegt dat ik alle bibberige kleine dingetjes die hij zo aandoenlijk vond kapot knijp. Het is niet de Suffe Kut-Exegese die hij had verwacht. Maar Dick, ik weet dat jij, terwijl je dit leest, weet dat deze dingen waar zijn. Jij snapt dat dit spel echt is, of zelfs beter dan de realiteit, en ‘beter dan’ is waar het allemaal om draait. Welke seks is beter dan drugs, welke kunst is beter dan seks?

    ‘Beter dan’ betekent naar buiten treden, tot complete intensiteit. Verliefd zijn op jou, klaar zijn voor deze rit, en ik voelde me net zestien, verborgen in mijn leren jas in een hoekje met m’n vrienden. Een verdomd tijdloos beeld. Het gaat erom dat het je geen ruk uitmaakt, dat je alle dreigende gevolgen ziet en toch iets doet. En ik denk dat jij – ik – daarnaar blijft zoeken en het is opwindend wanneer je dat in andere mensen vindt. Sylvère denkt dat hij dat soort anarchist is. Maar dat is hij niet.

    Ik hou van je, Dick.
    Chris

    ‘Misschien is dat hoe je betere vrienden wordt. Door gedachten te delen die niet gedeeld mogen worden…’

    Maar toen ze deze brieven af hadden, vonden Chris en Sylvère allebei dat ze beter konden. Dat er nog dingen waren die gezegd moesten worden. Dus ze begonnen aan een tweede ronde en brachten het grootste deel van de vrijdag door op de grond van hun woonkamer in Crestline, en gaven de laptop aan elkaar door. En ze schreven beiden een tweede brief, Sylvère over jaloezie, Chris over de Ramones en de Kierkegaardse derde beweging.

    ‘Misschien zou ik net als jij willen zijn’, schreef Sylvère, ‘en helemaal alleen in een huis in het midden van een kerkhof wonen. En ja, waarom zou ik ook een omweg maken? Dus ik liet me echt meeslepen in de fantasie, ook op erotische wijze, want verlangen is iets wat uitstraalt, zelfs als het niet voor jou is, en het heeft een zekere energie en schoonheid, en ik denk dat ik opgewonden was omdat Chris opgewonden was door jou. En na een tijdje werd het moeilijk me te herinneren dat er eigenlijk niets was gebeurd. Ik denk dat ik in een duister hoekje van mijn geest besefte dat als ik niet jaloers wilde zijn, ik alleen nog de optie had op een soort perverse manier in deze fictionele verhouding te stappen. Hoe kon ik het anders verdragen dat m’n vrouw smoorverliefd is op jou? De gedachten die je hierbij te binnen schieten zijn nogal smakeloos: ménage à trois, de gewillige echtgenoot… We zijn alle drie te gesofisticeerd om in zulke trieste archetypes te denken. Probeerden we nieuw terrein te ontginnen?

    Jouw cowboypersona past zo goed bij Chris’ droombeeld van de verscheurde en stille, wanhopige mannen door wie ze werd afgewezen. Doordat je niet reageert op berichten, is je antwoordapparaat een blanco scherm geworden waarop we onze fantasieën kunnen projecteren. Dus op een bepaalde manier heb ik Chris aangemoedigd, want dankzij jou is ze aan het grotere geheel herinnerd, op dezelfde manier als vorige maand na haar bezoek aan Guatemala, en potentieel zijn we allemaal meer dan we zijn. Er is zo veel waar we niet over gepraat hebben. Maar misschien is dat gewoon hoe je betere vrienden wordt. Door gedachten te delen die niet gedeeld mogen worden…’

    Chris’ tweede brief was minder nobel. Ze begon wederom een lofzang af te steken op Dicks gezicht: ‘Ik begon op je gezicht te letten die avond in het restaurant – hé wow, is dat niet de eerste zin uit dat liedje van de Ramones, Needles & Pins? “I saw your face / It was the face I loved / And I knew” – en ik voelde me precies zoals ik me altijd voel als ik dat liedje hoor, en toen je belde bonkte mijn hart en toen dacht ik dat we misschien iets konden gaan doen samen, iets wat voor de adolescentenromance is wat de Ramones-cover van dat liedje voor het origineel is. De Ramones geven Needles & Pins de mogelijkheid tot ironie, maar de ironie ondermijnt de emotie niet, het maakt het sterker en echter. Kierkegaard noemt dit de “derde beweging”. In zijn boek Crisis in het leven van een actrice stelt hij dat geen enkele actrice de veertienjarige Juliette kan spelen voor ze minstens tweeëndertig is. Omdat acteren kunst is en kunst het overbruggen van een afstand impliceert. De vibraties tussen het hier en daar en toen en nu bespelen. En denk je niet dat de werkelijkheid het best bereikt kan worden door dialectiek? Ps: je gezicht is beweeglijk, onverzettelijk, prachtig…’

    Tegen de tijd dat Sylvère en Chris hun tweede brieven af hebben, is de middag bijna voorbij. Lake Gregory glinstert in de verte, omzoomd door besneeuwde bergen. De landschappen zijn vurig en veraf. Voorlopig zijn ze beiden tevreden. Herinneringen aan huiselijkheid toen Chris jong was, twintig jaar geleden: een porseleinen eierdopje en een theekop, waar geschilderde mensen omheen cirkelen, blauw met wit. Op de bodem zie je, door de amberkleurige thee, een sialiavogeltje. Al het mooie in de wereld in deze twee objecten vervat. Wanneer Chris en Sylvère de Toshiba-laptop wegleggen is het al donker. Zij maakt het avondeten. Hij werkt verder aan zijn boek.


    Crestline, Californië 10 december 1994

    Lieve Dick,

    Vanochtend werd ik wakker met een idee. Chris zou je een kort briefje moeten sturen om uit dit verstofte, referentiële delirium te breken.

    Dit is wat erin zou moeten staan:

    ‘Lieve Dick, ik breng Sylvère woensdagochtend naar het vliegveld. Ik moet met je praten. Kunnen we bij jou afspreken?

    Liefs, Chris’

    Ik denk dat het een briljante coup is: een stukje werkelijkheid dat dit gestoorde broeinest van emoties aan gruzelementen slaat. (…)

    Auteur: Chris Kraus

    I love Dick verschijnt deze maand bij uitgeverij Lebowski. Auteur Chris Kraus komt op 22 mei naar Nederland, en zal op 26 mei bij Spui 25 worden geïnterviewd door Niña Weijers.

  • Aan één partner niet genoeg

    Aan één partner niet genoeg

    Al toen ze 19 was, had Emer een vriendje én een vriendinnetje. Pas later leerde ze wat ze is: polyamoreus. Samen met haar vrienden getuigt ze over haar ervaringen.

    Op de verjaardag van een vriend, vorig jaar zomer, kwam een man naast me zitten die vertelde dat hij had gehoord dat ik polyamoreus was en dat hij daar graag met me over wilde praten. Hij legde uit dat hij ook poly aangelegd was maar dat zijn partner daar nooit in zou meegaan: daarom bedroog hij haar.

    Ik vroeg of hij had geprobeerd met haar een gesprek te voeren over het soort relatie dat hij eigenlijk wilde. Nee. Dat kon hij niet. Zijn partner was te traditioneel, te conservatief. Ik vroeg hoe hij het zou vinden als zij iets zou krijgen met een ander. Dat was een hypothetische kwestie – dat zou ze gewoon nooit doen. Lieve help. Polyamorie wordt meestal omschreven als ethisch verantwoorde non-monogamie – dat wil zeggen, non-monogamie met medeweten en toestemming van alle betrokkenen. Maar dat kun je op oneindig veel manieren interpreteren. Welke ethiek? Voor welke handelingen is toestemming nodig? Wat willen of moeten we precies weten?

    Interessante vraag

    Het is niet altijd eenvoudig om te zeggen wat polyamorie nu precies is, maar wel wat polyamorie niet is. Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog. Het is geen minachting van de afspraken die je hebt gemaakt met degenen van wie je houdt. En het is zeker niet de bedoeling dat je de monogamisten in de hoek zet van mensen die alleen maar klakkeloos de traditie volgen of emotioneel minder ontwikkeld zijn dan jij. Ondanks de ongelukkige poging van die bovengenoemde man om polyamorie te gebruiken als excuus voor de slechte behandeling van zijn vriendin, wierp dat gesprek wel een interessante vraag op. Zijn sommige mensen ‘polyamoreus aangelegd’ terwijl anderen fundamenteel monogaam zijn? Is polyamorie een identiteit of alleen gedrag?


    Als hoogopgeleide die te veel Judith Butler heeft gelezen [Amerikaanse filosofe en feministe, auteur van verschillende boeken over gender], neig ik ertoe om gedrag en identiteit in één adem te noemen. Volgens mij wordt ons gedrag in de loop van de tijd onze identiteit. Er is niet zoiets als ‘diep vanbinnen’, er is niet zoiets als ‘aanleg’: als je voortdurend onaardig doet, ben je onaardig, als je aardig doet, ben je aardig.


    Volgens deze theorie over identiteit heeft iedereen de mogelijkheid in zich om monogaam of polyamoreus te zijn. Maar gegeven het feit dat monogamie sociaal geaccepteerd is terwijl er veel argwaan en afkeuring bestaat omtrent polyamorie, is het interessant dat er überhaupt nog iemand poly is of zich zo gedraagt. Wellicht heeft polyamorie net als seksuele voorkeur een genetische component. In ieder geval voelen sommige mensen zich meer aangetrokken tot polyamorie dan anderen, of het nu door levenservaring, biologische aanleg of beide is. Het begin van mijn amoureuze leven werd gekenmerkt door seriële monogamie, zoals bij zovelen. Op mijn negentiende had ik al vier ‘serieuze’ relaties achter de rug, van tussen de zes en achttien maanden, en telkens weer was ik er heilig van overtuigd de enige ware liefde gevonden te hebben.


    In die tijd beleefde ik echter ook een polyperiode. Ik had er geen woord voor, maar een tijdje had ik iets met twee mensen die dat van elkaar wisten en die er vrede mee leken te hebben. ‘Emer heeft een vriendje en een vriendinnetje!’ plaagden mijn vrienden me, opmerkelijk relaxed over mijn zonderlinge polyamorie in een Iers stadje waar de meeste mensen onmiddellijk zouden zeggen dat de duivel uit me gedreven moest worden. Terugkijkend zou ik willen dat ik er wel een woord voor had gehad. En wat literatuur erover, een exemplaar van What Does Polyamory Look Like? of een internetstrip over polyamorie zoals Kimchi Cuddles. Ik beschikte niet over de middelen om er op een liefdevolle, respectvolle manier over te praten en me ook op die manier te gedragen, om polyamorie recht te doen. Niet gek dat ik er een zootje van maakte. Net zoals bij een monogame relatie moet er aan een polyrelatie gewerkt worden. Maar misschien anders dan bij monogamie is het handig om wat theoretische informatie te hebben. Je kan niet gewoon de patronen volgen die je om je heen ziet.

    Dat werpt nog een andere vraag op: waarom komt polyamorie steeds vaker voor? Als er zoveel over gepraat moet worden en als je dan iets bereikt hebt wat werkt voor jou en je geliefden maar wat voortdurend wordt veroordeeld door de buitenwereld, waarom zou je er dan in vredesnaam aan beginnen?


    Ik probeer niemand te bekeren. En ik weet dat wanneer ik het heb over de potentiële voordelen van polyamorie, dat vaak wordt opgevat als een aanval op monogamie: alsof de uitspraak ‘Polyamoreuze mensen doen hun uiterste best om de negatieve emotie jaloezie uit te schakelen’ eigenlijk betekent ‘alle monogame mensen zijn jaloerse klootzakken’.


    Toch is een voor de hand liggend antwoord op de vraag ‘Waarom polyamorie?’ dat het voordelen biedt die monogamie niet heeft (net zoals monogamie voordelen biedt die polyamorie niet heeft). Het werken aan onvoorwaardelijke eerlijkheid en aan je emoties stimuleert de ontwikkeling van je zelfkennis, zelfvertrouwen en compassie. Ik zeg niet dat een dergelijke intimiteit niet in een monogame relatie bereikt kan worden, alleen dat veel polymensen vinden dat de nadruk op een eerlijke en open emotionele communicatie duidelijk verschilt van hun eerdere ervaringen.

    Polygezin

    Je kunt de vraag ‘Waarom polyamorie?’ ook beantwoorden door niet zozeer te kijken naar de individuele keuzen maar naar bredere sociale structuren. Als je de Marxistische lijn volgt dat het kerngezin een voorwaarde is voor het kapitalisme, omdat het principe van toenemend privébezit alleen standhoudt als rijkdom erfelijk is, dan is het interessant dat we leven in een tijd waarin het gezin in snel tempo steeds meer verschillende samenstellingen kent: het stiefgezin, het homogezin, het eenoudergezin, en – hoewel minder algemeen dan de voorafgaande, maar wel in opkomst – het polygezin. Misschien zijn die niet zozeer het gevolg van individuele keuzes, als wel een teken dat de economische fundamenten van onze maatschappij in beweging zijn. Misschien bevinden we ons in (of naderen we) de nadagen van het kapitalisme en is polyamorie een van de tekenen daarvan.


    Genoeg gefilosofeerd! Na de korte, on-bedoelde polyperiode in mijn tienerjaren volgde weer een tijd van seriële monogamie, waarbij ik van iedere relatie weer probeerde dé relatie te maken, met alle opwindende, euforische hoogtepunten en de huilerige, intens treurige dieptepunten van dien. Vaak was er jaloezie – van mij en van anderen – in het spel. Ook ben ik twee keer aan een relatie begonnen waarbij me aan het begin werd gevraagd monogaam te zijn. Liever had ik een open relatie gehad, maar dat was niet bespreekbaar. Telkens gaf ik toe aan de behoeften van mijn partners omdat ik om hen gaf, en omdat ik me er schuldig over voelde dat ik überhaupt iets anders wilde.

    Waarom komt polyamorie steeds vaker voor?

    Tegen het einde van mijn verblijf in Londen, vlak na een rampzalig nare scheiding, besloot ik zo lang mogelijk vrijgezel te blijven. Ik had wel iets met een paar geweldige mensen, maar mijn emotionele behoeften werden niet vervuld. Gelukkig verhuisde ik toen naar Montreal in Canada: een stad waar het barstte van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten. Montreal bood me allerlei voorbeelden van polyrelaties: relaties die werkten, niet werkten en waaraan werd gewerkt. Misschien zit ik op een roze wolk maar mijn liefdesleven is nu fantastisch. Ik ga nu voor het eerst samenwonen, iets wat ik nog nooit serieus heb overwogen. Sterker nog, ik kon deze relatie opbouwen 
zonder een andere belangrijke relatie te hoeven beëindigen. In plaats van 
dat ik het gevoel heb dat ik word ingeperkt door een aantal regels, heimelijk verlangend naar stiekeme dingen, voel ik me nu alsof we samen de regels opstellen. Maar dat geldt alleen voor mij en ik ben maar één iemand. Omdat er net zoveel vormen van polyamorie bestaan als er polyamoreuze mensen zijn, heb ik vier vrienden gevraagd of ze me ook hun verhaal willen vertellen.

    Ik verhuisde naar Montreal, een stad waar het barst van de zonderlinge, polyamoreuze, anarchistische yoga-veganisten

    1. De monogaamachtigen

    Layla en haar man Dylan leerden elkaar kennen op de universiteit. Ze zijn nu vijftien jaar samen waarvan twaalf jaar getrouwd. Ze hebben een kind. Ze zijn nog steeds dol op elkaar. ‘In het begin van onze relatie kwamen we er samen achter dat we weliswaar de rest van ons leven bij elkaar wilden blijven, maar dat trouw voor ons niet zo belangrijk was,’ vertelt Layla. Layla had ieder vriendje voor Dylan bedrogen. Ze was bang dat als ze dat weer deed, ze haar relatie met Dylan zou verknallen.

    Dylan had maar één serieuze relatie gehad voor Layla en hij had het gevoel, deels omdat hij homo is, dat hij belangrijke ervaringen in het leven zou missen. Dus werden ze monogaamachtig. In die vijftien jaar samen heeft Dylan twee keer seksueel geëxperimenteerd, terwijl Layla ontdekte dat ze minder behoefte aan andere relaties had, nu ze wist dat ze die erbij mocht hebben. Ze heeft twee liefdesrelaties gehad – niet echt als minnaars, maar het was meer dan alleen vriendschap. Layla en Dylan praten er altijd met elkaar over wanneer ze gevoelens hebben voor een ander en ze gaan niet verder met een flirt als de ander het niet goedvindt. ‘We zijn redelijke volwassenen,’ zegt Layla, ‘en dit werkt voor ons.’ Ze vertellen niet aan veel mensen dat ze polyamoreus zijn, want ze zijn bang voor kritiek van anderen en zelfs voor consequenties voor hun carrière.

    2. De single-achtigen

    ‘Ik ben altijd verliefd geweest op anderen,’ vertelt Sage. ‘Vroeger voelde ik me daar schuldig over.’ Nu niet meer. In haar eerste relaties was Sage degene die werd bedrogen. Dat was pijnlijk, maar tegelijk dacht ze verstandelijk: ‘Waarom zorgen we niet dat het oké is om zoiets te doen?’ Geleidelijk werd ze polyamoreus; in het begin noemde ze het niet zo, maar ze voelde zich steeds meer tevreden in relaties waarin ze toch onafhankelijk kon liefhebben. Ik ken bijna geen vrouwen die het net zo druk hebben als Sage. Als ze geen gratis workshops geeft over stadstuinieren, organiseert ze wel feministische 
protestacties of repeteert ze met haar band. In vorige relaties zorgde dat voor problemen, en logischerwijs voelt ze zich aangetrokken tot partners die haar de tijd en de ruimte gunnen die ze nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn. Veel polymensen hebben een primaire relatie en secondaire relaties, maar een dergelijke hiërarchie is niets voor Sage. Ze heeft twee partners en veel heel goede vrienden. Polyamorie is niet altijd makkelijk geweest voor Sage. Er was een periode dat ze met problemen te kampen had en haar twee partners haar niet de steun konden geven die ze nodig had. ‘Wanneer het psychisch niet goed met me gaat, kan polyamorie extra stress opleveren,’ vertelt ze. Polyamorie vraagt extra inspanningen en soms je heb je daar de emotionele energie niet voor. ‘Maar,’ zo peinst ze hardop, ‘een monogame relatie is ook makkelijker vol te houden als je heel stabiel bent.’

    Polyamorie is geen overspel. Het is geen bedrog

    3. Het polyamoreuze gezin

    Altijd als Yuli over haar partner praat, verschijnt er een dromerige glimlach op haar gezicht. Ze is moeder van drie kleine kinderen. Nog maar een jaar geleden is ze van haar ex gescheiden, hoewel het al een tijdje niet best ging. Haar nieuwe relatie heeft haar niet alleen een nieuwe liefde gegeven, maar ook een polyamoreus gezin. Ze is verliefd op Helen, die een stabiele, gelukkige en langdurige primaire relatie heeft. De primaire partner van Helen, Sam, heeft ook een secondaire partner, Bea. Als gescheiden ouder met een fulltime baan kan Yuli de extra volwassenen in haar leven wel gebruiken.

    Ze vertelt dat ze een keer had geprobeerd voor het uitgebreide gezin een brunch te organiseren, maar ze was doodop na een lastige nacht met haar kinderen. Helen, Sam en Bea kwamen binnen en zeiden dat ze moest gaan zitten. Ze maakten het klaar, zetten alles op tafel, ruimden daarna alles weer op en namen de kinderen mee naar het park. Yuli voelt zich gesteund als moeder, geliefde en vriendin, en ze ziet Helen en Sam als voorbeeld van hoe goed een polygezin kan functioneren. ‘Ik bewonder Helen en Sams relatie, zonder dat ik voor mezelf zoiets zou willen. En het is fijn om te merken dat ik oprecht om de partner van mijn partner geef.’ In het verleden heeft ze ook wel non-monogame relaties gehad, maar dit is Yuli’s eerste echte polyamoreuze ervaring en ze voelt zich gelukkig, dankbaar en is echt verliefd.

    De tijd dat we bij liefde en seks alleen aan mannetje-vrouwtje denken is voorbij

    4. De boemerang

    ‘Polyamorie is heel belangrijk voor me,’ vertelt Claire. Vanaf haar twintigste heeft ze al polyrelaties, afgewisseld met korte monogame periodes. Haar relatie met Fred, haar primaire partner, heeft de afgelopen vijftien jaar allerlei vormen gekend. Toen ze elkaar leerden kennen, maakte Fred Claire duidelijk dat hij geen polyrelatie wilde: het was monogamie of niets. Die relatie duurde vier jaar. ‘Ik was strikt monogaam,’ zegt Claire, ‘maar kon mezelf toch niet in het keurslijf wurmen dat strak genoeg was voor hem om zich zeker te voelen. Dus maakte ik het uit, hoe pijnlijk ik dat ook vond. Daarna zagen we elkaar jaren niet meer en werden we allebei volwassener. Ik was altijd van hem blijven houden en toen we elkaar weer tegenkwamen was de passie nog steeds even heftig. Maar dit keer stelde ik het ultimatum: poly of niks.’ Claire wist dat ze zich anders 
uiteindelijk toch tekort gedaan zou voelen.

    ‘Bovendien is er nog het hogere principe dat mijn lichaam van mij is.’ Als lesbienne wil ze haar seksualiteit geen beperkingen opleggen. Als ‘kinkster’ wil ze naar ‘play-party’s’ blijven gaan en deel blijven uitmaken van die gemeenschap. Als iemand die ook wel eens in de seksindustrie heeft gewerkt, wil ze dat werk als mogelijkheid openhouden. Kortom, ze vindt dat zij de enige is die beslist wat ze met haar lichaam doet. Toen hun relatie zich verdiepte, keerden ook Freds onzekere gevoelens in alle hevigheid terug. 
Hoewel ze zielsveel van elkaar houden, weten Claire en Fred niet zeker of ze hun verschillende behoeften met elkaar kunnen verzoenen. Maar ze doen hun best. We wensen hun daarbij veel succes. Want daar gaat het bij polyamorie om: de zoektocht naar een werkzame manier om elkaar lief te hebben.

    Emer O’Toole

    Sommige namen zijn veranderd

    Vloeibare seksualiteit

    Je seksuele voorkeur is geen vaststaand feit, seksualiteit kan ‘fluïde’ zijn. Dat stelt de Amerikaanse psychologe Lisa Diamond in een interview met het blad New Scientist. Diamond, verbonden aan de Universiteit van Utah, is auteur van het boek Sexual Fluidity: Understanding Women’s Love and Desire. Ze ontkent niet dat mensen met een bepaalde seksuele oriëntatie worden geboren, maar daarnaast kunnen we volgens haar flexibel zijn. ‘Er zijn homoseksuelen die heel erg gay zijn, en er zijn homoseksuelen voor wie het allemaal minder eenduidig is. Hetzelfde geldt voor heteroseksuelen. Dat betekent dat mensen zich soms aangetrokken voelen tot personen buiten de groep waar hun primaire voorkeur ligt.’