Tag: repressie

  • Turkije opent rechtszaak tegen tweehonderd gearresteerde demonstranten

    Turkije opent rechtszaak tegen tweehonderd gearresteerde demonstranten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » DR Congo: minstens 148 doden bij brand aan boord van een boot

    » VS: regering-Trump zoekt manieren om Fed-baas Powell te ontslaan

    Onder de demonstranten zijn acht journalisten

    Het proces tegen bijna tweehonderd mensen die zijn gearresteerd tijdens recente demonstraties tegen de Turkse regering is vrijdag in Istanbul van start gegaan. ‘De meeste van de 189 verdachten die terechtstaan zijn studenten en acht van hen journalisten zijn’, meldt de BBC. ‘Ze worden beschuldigd van deelname aan illegale demonstraties na een verbod op openbare bijeenkomsten, en van het negeren van waarschuwingen om uit elkaar te gaan’, aldus de Britse omroep.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De advocaat van de journalisten kreeg toestemming van de rechtbank om hun zaak apart te behandelen en benadrukte dat ze geen demonstranten waren. ‘Journalisten verslaan demonstraties, ze worden ervoor betaald, ze waren daar in hun hoedanigheid als journalist,’ pleitte hij. Hij slaagde er niet in om de rechters van vervolging te laten afzien.

    Op 19 maart braken er in Turkije massale demonstraties uit na de arrestatie op verdenking van corruptie van de burgemeester van Istanbul, Ekrem Imamoğlu, de belangrijkste rivaal van Recep Tayyip Erdoğan en favoriet voor de presidentsverkiezingen van 2028. Imamoğlu en zijn aanhangers ontkennen de beschuldigingen en spreken van een politiek proces.

  • Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Politici waarschuwen voor ‘dictatoriale tendens’

    De Latijns-Amerikaanse Ronde Tafel voor Reflectie, geleid door de Chileense ex-president Michelle Bachelet, heeft zich uitgesproken tegen de repressie in Venezuela, meldt El País. De groep beschouwt de uitzetting van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN en de arrestatie van activist Rocío San Miguel als een ernstige fout van het chavismo, en waarschuwt voor een ‘dictatoriale tendens’ die niet past bij Venezuela.

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide, de beruchte gevangenis van de Venezolaanse inlichtingendienst. Ze wordt verdacht van het beramen van een staatsgreep. Toen de VN-commissie zich uitsprak tegen de arrestatie van San Miguel werd de organisatie gesommeerd het land te verlaten. Volgens de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken, Yván Gil, is de mensenrechtencommissie ‘een privékantoor geworden van coupplegers en terroristische groeperingen die voortdurend complotten smeden tegen het land’.

    gettyimages 1156650706 594x594 1
    © Sean Gallup/Getty Images

    ’s Werelds eerste houten satelliet

    Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd, schrijft Nikkei Asia.

    De houten satelliet is gebouwd om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen

    De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Kyoto en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen. ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen, verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi uit, astronaut en ruimtevaartingenieur van de Universiteit van Kyoto. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’


    Lokale politici hebben last van intimidatie

    In 2022 heeft meer dan 60 procent van de lokale volksvertegenwoordigers in Duitsland te maken gehad met bedreigingen en agressie, blijkt uit gegevens van de Heinrich-Böll-Stiftung en de Universiteit van Duisburg-Essen. Vooral burgemeesters liggen onder vuur.

    ‘Veel mensen die betrokken zijn bij de lokale politiek ervaren vijandigheid,’ schrijft Die Tageszeitung. In januari 2024 richtte het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken daarom zelfs een ‘contactpunt voor de bescherming van gemeenteambtenaren en gekozen vertegenwoordigers’ op om dit fenomeen aan te pakken. Minister Nancy Faeser zei dat het doel van het nieuwe contactpunt was om aan ambtsdragers en gekozen vertegenwoordigers over te brengen: ‘Je staat er niet alleen voor.’

    Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord

    ‘Lokale politiek is direct,’ aldus Faeser. Deze nabijheid maakt mensen echter ook kwetsbaar. Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord, zoals in het geval van de districtsvoorzitter van Kassel, Walter Lübcke, die in 2019 werd vermoord door een rechts-extremist.

    Veel van deze overtredingen worden niet eens bij de politie gemeld, aldus Faeser. Pogingen tot intimidatie zoals ‘Ik weet naar welke school je kinderen gaan’ zijn niet ongewoon. Ze heeft al met verschillende burgemeesters gesproken die zeiden: ‘Dan kan ik maar beter stoppen om mijn gezin te beschermen.’

    Lokale politici waarmee Die Tageszeitung sprak, maken melding van haatcampagnes en intimidatie op sociale netwerken, rotte eieren die naar hun huizen werden gegooid en beledigende brieven. Gekozen vertegenwoordigers voelen zich in de steek gelaten wanneer ze worden geconfronteerd met bedreigingen, geven het op en stellen zich niet langer verkiesbaar.

    Thomas Zschornak, de CDU-burgermeester van Nebelschütz, een kleine gemeente in het oosten van Duitsland, is een van de bedreigde politici. Twee jaar lang was hij het slachtoffer van een intense intimidatiecampagne; ook hij stelde zich niet herkiesbaar. Hij verliet de politiek met een burn-out.


    Showmax verdringt Netflix in Afrika

    Het Zuid-Afrikaanse streamingbedrijf Showmax is Netflix voorbijgestreefd in Afrika, schrijft Rest of World. Showmax, dat in 2015 ontstond uit MultiChoice, Afrika’s grootste entertainmentbedrijf, had eind november 2023 2,1 miljoen abonnees op het continent, tegenover 1,8 miljoen voor Netflix, volgens marktonderzoeksbureau Omdia. Showmax heeft Netflix ingehaald te midden van de hevige concurrentie in de Afrikaanse videostreamingindustrie, waar internationale bedrijven, grote telecombedrijven en verschillende landspecifieke apps vechten om het geld van de consument. Het bedrijf probeert zich te onderscheiden door een aanbod van series en films gericht op de Afrikaanse consument.

    Showmax werkt samen met HBO en Comcast. Het platform heeft ook de streamingrechten voor de Engelse Premier League.

    Onderzoek: herbebossing houdt klimaatopwarming tegen

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. The Guardian meldt dat wetenschappers al lange tijd verbaasd waren over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest’

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zegt Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel het niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.

    Showmax PR Mobile Device 1240x698 1

    Karkassen

    Onder een donkere, met ijs bedekte zee voor de kust van Groenland stuit een dappere duiker op de enorme karkassen van dwergvinvissen. Alex Dawson, die het spectaculaire beeld maakte, won hiermee de prijs voor Onderwaterfotograaf van het Jaar 2024. Whale Bones werd gefotografeerd onder de zwaarste omstandigheden, waarbij hij met duikpak en ademhalingsondersteuning afdaalde onder de ijskap van Groenland. 

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld. Een andere winnaar was JingGong Zhangs, die eerder het paren van zeepaardjes vastlegde en dit jaar het broedseizoen van de Japanse Zoarchias, een zogeheten puitaal, wist te fotograferen.

    Alex DawsonUPY2024
    © Alex Dawson/UPY2024
  • Iraanse regering treedt hard op tegen protesten: minstens 185 doden

    Iraanse regering treedt hard op tegen protesten: minstens 185 doden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Noord-Korea beweert raketten met bereik van 2000 kilometer te hebben getest

    » Sociaal netwerk Donald Trump beschikbaar op Google-telefoons

    Protesten blijven aanhouden, ondanks gewelddadige repressie

    Verschillende ngo’s hebben het willekeurige geweld van de politie in Sanandaj aan de kaak gesteld. Sanandaj, de hoofdstad van de Iraanse provincie Koerdistan, is het centrum van de protesten naar aanleiding van de dood op 16 september van een jonge vrouw van Koerdische afkomst, Mahsa Amini. Zij kwam om nadat ze in hechtenis was genomen wegens overtreding van de hoofddoekwet. Volgens ngo Iran Human Rights zijn er in Iran sindsdien minstens 185 mensen omgekomen door regeringsgeweld, bericht Reuters.

    Volgens Amnesty International zijn er berichten dat veiligheidstroepen lukraak vuurwapens hadden gebruikt in Sanandaj. De Koerdische ngo Hengaw plaatste een video waarop de politie naar eigen zeggen op huizen schiet en een andere waarop schoten en geschreeuw te horen zijn. De organisatie meldde dat sinds zondag in de hele regio ten minste vijf burgers zijn gedood en vierhonderd anderen gewond zijn geraakt. Ze waarschuwde echter dat het dodental hoger zou kunnen zijn omdat de autoriteiten de lokale internet- en mobiele netwerken verstoren, bericht BBC. Hierdoor is het lastig om een beeld te krijgen van de situatie.

    Op video’s is te zien hoe stakende arbeiders banden verbranden en de wegen blokkeren

    ‘Ondanks het gebruik van bruut geweld door de autoriteiten (…) zijn er tot dusver geen tekenen dat de protestbeweging ten einde loopt’, schrijft France 24. Volgens analisten vormen deze protesten een uitzonderlijke uitdaging voor de regering onder opperste leider Ayatollah Ali Khamenei, vanwege de duur en het veelzijdige karakter ervan, variërend van straatprotesten tot individuele daden van verzet.

    In een nieuwe ontwikkeling op maandag breidden de protesten zich uit naar de olieraffinaderijen van Iran. Op video’s is te zien hoe stakende arbeiders banden verbranden en de wegen blokkeren voor de petrochemische fabriek van Asalouyeh in het zuidwesten. Men kon hen ook slogans horen roepen als ‘Dood aan de dictator’ en ‘Wees niet bang, we zijn allemaal samen!’, bericht het Franse medium. Soortgelijke acties werden gemeld in andere faciliteiten, waaronder Abadan in het westen.

    Lees ook:

  • EU tegen VK: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’ | ‘Marokko straft Spanje’

    EU tegen VK: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’ | ‘Marokko straft Spanje’

    EU gaat VK streng toespreken: ‘Respecteer de rechten van onze burgers’

    Ondanks dat de brexitsoap tot een einde is gekomen, blijven de betrekkingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk gespannen. De 27 lidstaten en Londen liggen met elkaar in de clinch over een zeer delicate kwestie: de behandeling van EU-burgers op Brits grondgebied, schrijft The Guardian.

    Lees ook:

    ‘Nadat enkele schandalen aan het licht zijn gekomen, zullen de EU-leiders met Boris Johnson spreken om ervoor te zorgen dat de rechten van hun burgers worden geëerbiedigd’, aldus de progressieve krant, die uitlegt dat ‘burgers van EU-landen vertellen dat zij zijn vastgezet nadat hun aan de grens de toegang tot het Verenigd Koninkrijk was geweigerd’.

    ‘Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen’

    Een van die gevallen wordt beschreven in dagblad La Repubblica. Marta Lomartire, een Italiaanse die op 17 april de Britse grens over ging om in Londen als au pair te werken voor haar neef, beschrijft dat ze werd beschouwd als een illegale migrant omdat ze geen visum had. Ze werd overgebracht naar een gevangenis in de buurt van luchthaven Heathrow, waar ‘alles van me werd afgepakt, zelfs mijn mobiele telefoon. Ik zat in een echte gevangenis met prikkeldraad en tralies voor de ramen. Er zat ook een meisje uit Toscane dat al vijf dagen werd vastgehouden’, vertelt zij aan de Italiaanse krant.

    In een ander artikel, dat enkele dagen geleden is gepubliceerd, maakte The Guardian melding van van ten minste twaalf Europeanen die 48 uur op luchthaven Gatwick werden vastgehouden alvorens te worden uitgezet.

    Naar aanleiding van deze controverses heeft de Londense regering haar regels versoepeld voor EU-burgers met een gepland werkgesprek op Brits grondgebied. Zij worden niet langer vastgehouden en mogen zich verplaatsen, maar moeten aangeven waar ze tijdens hun verblijf zullen overnachten.

    Dit is niet genoeg voor de Europese Unie, die, volgens La Repubblica, bij monde van de Europese Raad, het Verenigd Koninkrijk binnenkort officieel gaat verzoeken ‘de rechten van de burgers van de EU te eerbiedigen’.


    Belarussische journalisten opgepakt, Loekasjenka breidt repressie uit

    De financiële opsporingsdienst van de KGB – de Belarussische veiligheidsdienst – heeft op dinsdag 18 mei een inval gedaan bij de redactiekantoren van ’s lands grootste onafhankelijke nieuwsportaal, Tut.by. De toegang tot de site werd geblokkeerd en de agenten arresteerden leidinggevenden en journalisten, waaronder redactrice Maria Zolotova. De huizen van sommigen van hen werden doorzocht.

    Officieel wordt de directie beschuldigd van belastingfraude. Maar Tut.by was bij uitstek het medium dat ruim aandacht besteedde aan de protesten van 2020 tegen president Aleksander Loekasjenka – aan de macht sinds 1994 – en de repressie die daarop volgde.

    ‘Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen’

    Oppositieleider Viktor Babarika, die tot zijn arrestatie in juni de belangrijkste tegenstander van president Aleksander Loekasjenka zou zijn bij de Belarussische presidentsverkiezingen van augustus 2020, heeft onmiddellijk zijn steun betuigd. Vanuit de rechtbank waar hij momenteel terechtstaat voor het witwassen van geld, vertelde hij dinsdag aan de Belarussische website Nacha Niva: ‘[Dit] is een klap voor het recht van ieder mens om een mening te vormen, voor het recht van ieder mens om te denken. Dit is geen terugkeer naar het pre-internettijdperk, het is een sprong terug naar de middeleeuwen.’

    Dit is niet de eerste aanval op Tut.by. ‘De website heeft een aanzienlijke rol gespeeld bij het belichten van de huidige politieke crisis’, aldus politicoloog Arseni Sivitski op de website Salidarnast. ‘Aangezien de regering de strijd om de publieke opinie volledig heeft verloren (…) is repressie het enige wat nu nog werkt. Eerst werden de politiek en het maatschappelijk middenveld gezuiverd; nu zijn de media aan de beurt.’

    Repressieve wet

    Het regime breidt de repressie nog verder uit. Op maandag 17 mei, de dag voor de politie-inval bij de kantoren van Tut.by, ondertekende Loekasjenka een wet die de politie officieel de macht geeft om ‘vuurwapens en militair materieel te gebruiken om massale acties uiteen te drijven’.

    Lees ook:

    Deze wet ‘is een voortzetting van het beleid om de macht te beschermen tegen de woede van het volk’, schrijft het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta. De politie heeft ook het recht burgers te verbieden foto’s, video’s en geluidsopnames te maken tijdens politieacties. Agenten dragen altijd maskers en blijven anoniem.

    Burgers kunnen zelfs gevangenisstraffen krijgen voor het veroorzaken van ‘moreel leed’ bij politieagenten, een vrijbrief om mensen die online onwelgevallige berichten publiceren te straffen, schrijft de Russische krant.

    ‘We zijn getuige van de voltooiing van de wettelijke formalisering van staatsterreur in Belarus’, zegt de Belaussische politicoloog Pavel Usov tegen Nezavissimaya Gazeta. ‘Het doel van het beleid van Loekasjenka is (…) om van kritische stemmen misdadigers te maken. Collectieve terreur en dictatuur zijn de beste manier om het systeem te stabiliseren. Hoe meer volgzame handhavers er zijn, hoe langer het regime stand zal houden.’


    6000 migranten komen aan in Ceuta: ‘Marokko straft Spanje’

    Op maandag 17 mei bereikten bijna zesduizend migranten – jonge mannen, vrouwen en kinderen – vanaf de Marokkaanse stranden de Spaanse enclave Ceuta, gelegen in het noorden van Marokko. Eén persoon is verdronken, volgens de Spaanse autoriteiten.

    Met deze ‘migrantengolf’, die plaatsvond onder toeziend oog van de Marokkaanse grensbewaking – die aanvankelijk niet ingrepen – ‘straft Marokko Spanje’, kopt de Madrileense nieuwssite El Confidencial. Dit ‘record’ – veel hoger dan de 130 personen die eind april de kust van Ceuta bereikten – draagt bij tot de diplomatieke spanningen tussen de twee landen aan weerszijden van de Straat van Gibraltar.

    Lees ook:

    ‘De aanleiding voor het openen van de grenzen – hoewel Marokko ze tot 10 juni gesloten houdt vanwege de pandemie – is de ziekenhuisopname van Brahim Ghali, leider van Polisario [een onafhankelijkheidsbeweging in de Westelijke Sahara], in een ziekenhuis in Logroño’, schrijft het linkse dagblad Público.

    ‘De Marokkaanse autocratie gebruikt duizenden wanhopige mensen als drukmiddel’

    Rabat oefent al maanden druk uit op Madrid om de soevereiniteit van Marokko over de Westelijke Sahara openlijk te erkennen, ten nadele van het Sahrawi-volk, zoals de Verenigde Staten van Donald Trump op 10 december deden, overigens als enige westerse mogendheid.

    Op dinsdag 18 mei verklaarde de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Grande-Marlaska, tegen de middag dat 2700 van de 6000 migranten reeds naar Marokko waren teruggestuurd. Ter plaatse, in Ceuta, is het Spaanse leger ingezet om de plaatselijke politie te ondersteunen.

    ‘De Marokkaanse autocratie laat al jaren zien dat zij er geen morele problemen mee heeft te spelen met de hoop van duizenden mensen die de onzekerheid van hun land ontvluchten, en hen als drukmiddel te gebruiken’, schrijft het conservatieve dagblad El Mundo.

    De krant wijst erop dat in 2020 bijna 23.000 illegale migranten – voor het merendeel Marokkanen – aan land zijn gegaan op de Canarische Eilanden, gelegen tegenover de Atlantische kust van Noord-Afrika, waardoor dit gebied de belangrijkste toegangspoort voor illegale immigratie naar de EU is geworden.

    Lees ook:

    El Mundo roept de Spaanse regering op de controle van Marokko over de migratie ‘met diplomatie en vastberadenheid’ af te dwingen. Ook Público roept de regering op tot actie: ‘Zal Spanje voortaan luisteren naar het maatschappelijk middenveld, naar het Sahrawi-volk, naar de tientallen humanitaire organisaties die al decennia waarschuwen voor systematische schendingen van het internationale recht door Marokko?’

  • Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Was de Syrische revolutie een vergissing?

    Hadden de Syriërs beter niet in opstand kunnen komen tegen president Assad? Het lijkt gezien alle slachtoffers misschien een terechte vraag, maar dat is het niet, schrijft Youssef Bazzi. ‘De schuld ligt niet bij de bevolking, maar bij het regime.’

    ‘De revolutie had nooit mogen uitbreken,’ zeggen miljoenen Syriërs en andere Arabieren. Een opvatting die stoelt op de rampspoed en de verschrikkingen die alle Syriërs hebben bezocht. Het contrast tussen de dromen die de aanhangers van de revolutie koesterden en wat er op die revolutie volgde, is dan ook ondraaglijk.

    Als er geen revolutie was geweest, zo luidt de verleidelijke redenering, waren er geen 500.000 Syriërs omgekomen en geen 2 miljoen mensen door kogels of granaatscherven verwond, zouden er geen 250.000 gevangenen zijn gemarteld noch 5 miljoen burgers zijn gevlucht of in ballingschap gegaan, waren er geen 6 miljoen anderen ontheemd geraakt en geen tientallen steden en honderden dorpen verwoest.

    Zeven jaar van pijn, van tranen, van honger, van angst en moeten vluchten hadden voorkomen kunnen worden als de Syriërs deze vervloekte revolutie niet waren begonnen. Het leven was doorgegaan zoals het zich generaties lang had voltrokken, in een prachtig, bruisend, rijk en kalm Syrië. Zelfs een meedogenloze tirannie zou verre te verkiezen zijn geweest boven een vernietigd, verscheurd, verloren land.

    De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht

    De overtuigingskracht van een dergelijke voorstelling van zaken berust op een typisch menselijk instinct, waarvan het Syrische regime en zijn aanhangers gebruik hopen te maken om de meerderheid van de bevolking de schuld van de burgeroorlog in de schoenen te schuiven. Deze burgers hadden de vastbeslotenheid van het regime en de middelen die het tot zijn beschikking had onderschat door het aanvankelijk, in al zijn wreedheid, met een civiele opstand te tarten. Vervolgens grepen die burgers naar de wapens om hun huis en haard en dierbaren te verdedigen, en vernietigden ze het land.

    De Syriërs verwijten dat zij een bloedige tragedie hebben uitgelokt omdat zij in opstand kwamen, dat zij voor politiek realisme hadden moeten kiezen, is een zuivere vorm van hypocrisie: het regime treft geen blaam, juist vanwege zijn brute aard. De schuld ligt dus bij de Syriërs, die na tientallen jaren van repressie beter hadden moeten weten. De noodzakelijke uitkomst van een dergelijke logica is dat het bewind niet verantwoordelijk is voor wat deze oorlog heeft aangericht.

    De Syriërs die spijt hebben van de revolutie die in maart 2011 uitbrak, hadden liever continu onder het juk van een tirannie geleefd. Dat was immers altijd beter dan de dood die nu al zeven jaar lang om zich heen grijpt in het land. Ze vergeten één ding: vanaf 1970, toen Hafez Assad, vader van de huidige president, de macht greep, hebben Syriërs herhaaldelijk het risico van een revolutie en de prijs van de onderdrukking tegen elkaar afgewogen. Ruim veertig jaar lang aanvaardden ze dat een afschuwelijk regime beter was dan oorlog en vernietiging, dat stilte en angst de voorkeur genoten boven de strop. Degenen die zich thans in spijt wentelen zijn vergeten dat het Syrische volk gedurende het bewind van de Baath-partij het hoofd boven water hield met wijsheden als ‘liever vernedering dan het graf’ of ‘liever onderwerping dan de dood’.

    De Syriërs hadden de lessen geleerd van de in bloed gesmoorde opstanden van Hama, Jisr al-Shoeghoer en Aleppo in de vroege jaren tachtig. Maar de wapenstilstand die ze daarop met Assad sloten omwille van civiele vrede en stabiliteit werd op den duur ondraaglijk. Zijn we al vergeten dat de Syriërs afzagen van een opstand in 2000, na het overlijden van president Hafez Assad, en in 2005, toen de Syrische troepen zich gedwongen uit Libanon terugtrokken? Tweemaal werd de ‘Damasceense lente’ afgezegd uit vrees dat deze in een uitslaande brand zou ontaarden.

    Beelden van Damascus voor en na de oorlog. – © Business Insider

    Je kunt het ook zo zien: het regime heeft de revolutie zelf veroorzaakt. Het heeft er zelf voor gezorgd dat de mensen van Deraa, Homs en de buitenwijken van Damascus niet meer konden zwijgen. Het heeft de demonstraties aangegrepen om de woede op te stoken en te verspreiden. Het onderdrukte de protestbeweging op buitensporige wijze, om alle Syriërs te pijnigen. Met andere woorden, de revolutie is door het regime gefabriceerd. Dit was het moment waarop het had gewacht om het land de oorlog te verklaren.

    Voor iedereen die het discours van loyalisten van het Syrische regime de afgelopen zeven jaar heeft gevolgd, de speeches van Bashar Assad heeft gehoord, alsmede de lof die ‘dichters’ en ‘kunstenaars’ hem toezongen, was het duidelijk hoe mateloos zij de Syriërs minachtten, hoe hartgrondig ze het volk haatten en hoezeer zij het wensten uit te roeien. Het regime en zijn handlangers wilden niet langer gedwongen samenleven met de meerderheid van de bevolking. In de ogen van het bewind was de revolutie een oorlog waard. Er deed zich onverhoopt de kans voor om Syrië buit te maken, het te koloniseren zelfs. Deze oorlog is namelijk een ware kolonisatieoorlog, compleet met uitroeiing, zuivering van hele gemeenschappen en demografische herschikking.

    Nu, na zeven jaar, na wat in formele diplomatieke taal wordt gekenschetst als ‘de ergste humanitaire ramp sinds de Tweede Wereldoorlog’, luidt de eis aan de Syriërs dat zij een eind maken aan het bloedvergieten en het land beschermen – wat ervan is overgebleven. Niet alleen worden zij geacht te capituleren en hun nederlaag te erkennen (een kwestie van tijd), ook dienen zij, en dat is het allermoeilijkste, terug te keren in de schoot van het regime. Onder twee voorwaarden: ten eerste dat het regime wordt schoongewassen van alles wat het heeft aangericht en dat de schanddaden van zijn leger, zijn milities en zijn bondgenoten worden vergeten. De tweede eis, nog erger dan stilzwijgen, spijt en berouw, is de verplichting om van dit regime te houden. De zegevierende macht is niet langer tevreden met een geterroriseerd en onderdanig volk, want dat levert geen duurzame loyaliteit op. Elke terugkeer onder de vleugels van het bewind die een gedwongen indruk maakt, wordt streng bestraft. Aan de machthebbers de taak om ieders geest en geweten te doorzoeken op mogelijke kiemen van toekomstige opstandigheid.

    Absolute liefde

    Absolute liefde als voorwaarde voor overleving. Erger nog, de slachtoffers moeten uit het collectieve geheugen verdwijnen. Het is zaak dat de doden hun dood verbergen en dat de gefolterden hun beulen bedanken en hun handen kussen. Wat de levenden betreft: zij moeten zich schamen dat ze het hebben overleefd. Het regime eist van de Syriërs dat zij de door hun president tegen hen gepleegde misdaden beschouwen als een zegen, omdat hij ze van de zonde en de zelfmoord heeft gered.

    Daarom is het idee dat de revolutie had moeten worden vermeden, niets anders dan een veroordeling tot slavernij. Het is het onveranderlijke antwoord op de vraag die de handlangers van Assad stelden toen zij de hoofden van de demonstranten met hun laarzen verpletterden: ‘Ach, is dat wat jullie willen? Vrijheid?’

    Auteur: Youssef Bazzi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Twee mannen spelen een potje backgammon in de beroemde soek van Damascus, 2010. – © HH

    SYRIA TV
    Syrië | www.syria.tv

    Syria TV is een van de vele particuliere Syrische nieuwskanalen met een multimediasite. Het is gevestigd in Turkije en propageert de ‘waarden van de revolutie’ door op te roepen tot inclusief burgerschap en zowel de dictatuur als religieus extremisme te verwerpen. Syria TV is in 2017 opgericht door een groep jonge Syrische journalisten.

  • Waarom niemand zich tegen Erdogan verzet

    Waarom niemand zich tegen Erdogan verzet

    Met de recente arrestaties van journalisten en parlementariërs verhardt de Turkse president Recep Tayyip Erdogan zijn repressieve beleid. De burgermaatschappij heeft daar geen antwoord op, schrijft columnist Nuray Mert.

    Keuze uit het archief

    De Turkse president Erdogan heeft deze week opzien gebaard door de burgemeester van Istanboel, Ekrem Imamoglu, zijn grootste politieke rivaal, te arresteren op verdenking van corruptie en banden met een terreurorganisatie. Imamoglu is de favoriete kandidaat voor het presidentschap van de oppositiepartij CHP, die sinds de winst bij de lokale verkiezingen vorig jaar de wind in de zeilen heeft.
    De arrestatie doet sterk denken aan een heksenjacht op politici die een gevaar voor Erdogans positie vormen en past dan ook in een jarenlang patroon. Dat blijkt uit deze column die Nuray Mert eind 2016 schreef voor de Turkse krant Hürriyet. Volgens Mert legt het repressieve beleid van Erdogan dat volgde op de mislukte staatsgreep in 2016 de machteloosheid van de democratische oppositie pijnlijk bloot.

    Mijn land lijkt de weg kwijt zoals nooit tevoren. De crises die wij meemaken vinden hun oorsprong in het niet-aangekondigde einde van het oude bestel en de niet-aangekondigde komst van de ‘nieuwe republiek’. In feite droomden wij, de linksgezinde democraten, ook van een nieuwe republiek, veroordeelden we de autoritaire houding van de oude machthebbers en brandden 
we van verlangen naar een democratischer regime. Het oude regime heeft de nieuwe eisen van een aanzienlijk deel van de samenleving, namelijk de conservatieven en de Koerden, niet overleefd. Het idee van een kemalistische 
natiestaat, dat berustte op een rigide opvatting van laïciteit en nationale eenheid, was gedoemd om op enig moment te mislukken. De uitdaging was om het te vervangen door een democratischer republiek, maar ook die droom is niet uitgekomen, omdat er door de verdwijning van het oude bestel een gat viel dat is opgevuld door de stijgende macht van het rechtse nationalisme en het islamisme, of beter gezegd het islamitische nationalisme.

    Het is niet langer mogelijk om van je afkeuring blijk te geven zonder je leven te riskeren en gearresteerd te worden

    De nieuwe republiek berust op autoritair conservatisme en Turks nationalisme, maar de overgang naar de nieuwe orde is bepaald niet zachtzinnig en eensgezind verlopen. Op 31 oktober jongstleden werden de journalisten en redacteuren van het dagblad Cumhuriyet (De Republiek) aangehouden; negen van hen werden gearresteerd 
op verdenking van steun aan het gülenistische en Koerdische terrorisme. Tegelijkertijd werden diverse Koerdische politici, onder wie de leider van 
de Democratische Volkspartij en de burgemeester van Diyarbakir, de Koerdische ‘hoofdstad’ in Zuidwest-Turkije, uit hun functie ontheven en gearresteerd. Dat is de slechtste manier om ‘het Koerdische probleem’ op te lossen. Het kan alleen maar tot meer problemen leiden en de kans op sociale rust en een politiek compromis in gevaar brengen.

    Ons land verkeert in een noodtoestand sinds de mislukte staatsgreep van 15 juli, en elke dag worden er harde decreten uitgevaardigd om het gezag van de huidige regering te versterken. Turkije kent de facto een presidentieel systeem met eigenaardige trekjes, waarin alleen de macht van president Recep Tayyip Erdogan geldt. De nieuwe republiek staat in het teken van de persoonlijkheidscultus van president Erdogan. Voor zijn aanhangers belichaamt die laatste niet alleen de nationale wil, maar ook een historische en religieuze missie. Of iemand een vriend of een vijand van de staat is, wordt dus bepaald door de vraag of hij Erdogans wensen accepteert dan wel verwerpt. Van onafhankelijke rechtspraak of een scheiding der machten is geen sprake meer, omdat de wetten volgens deze nieuwe definitie van misdaad en straf worden toegepast.

    Een journalist van de Turkse Zaman Media Group protesteert bij het hoofdkantoor van het bedrijf in Istanbul. – © Murad Sezer / Reuters
    Een journalist van de Turkse Zaman Media Group protesteert bij het hoofdkantoor van het bedrijf in Istanbul. – © Murad Sezer / Reuters

    Er bestaat geen sterke democratische oppositie om deze autoritaire tendens af te remmen, en het oude bestel is er niet in geslaagd democratische instituties en een publieke opinie te grondvesten. Toch komt het ook doordat Turkije tot nu toe volstrekt autoritair 
is geweest, met een gematigde burgermaatschappij, dat degenen die tegen de huidige koers zijn gekant niet in staat zijn op de verheviging van de politieke druk te reageren.

    Dat is niet als kritiek bedoeld. Het is maar goed dat de mensen niet makkelijk de straat op gaan om te protesteren en te betogen, want het is niet langer mogelijk om van je afkeuring blijk te geven zonder je leven te riskeren en gearresteerd te worden. De uiteenlopende democratische krachten kunnen alleen maar op een democratische manier op politieke druk reageren, en een redelijke samenleving die de wet respecteert mag niet toegeven aan provocatie of haar toevlucht nemen tot methodes die tot een burgeroorlog kunnen leiden.

    Het is paradoxaal dat de democraten zich niet kunnen verdedigen in een ondemocratische politieke sfeer en dat een gezonde en redelijke oppositie zich niet tegen het politieke extremisme kan keren. Om diezelfde reden hoedt onze burgermaatschappij zich ervoor haar leven en veiligheid op het spel te zetten in naam van politieke oppositie, maar het ontbreken van een vastberaden oppositie zal er onvermijdelijk toe leiden dat het leven en de veiligheid van het hele land worden bedreigd.

  • Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Veel jongeren in Hongkong willen dat de stad zich losmaakt van China. En als Beijing volhardt in zijn onbuigzame houding, zal hun aantal alleen maar groeien, waarschuwt een Occupy-leider.

    De afgelopen maanden zijn er in onze stad diverse politieke organisaties opgericht door jonge mensen. Hun politieke streven – zelfbeschikking en onafhankelijkheid voor Hongkong – zou twintig jaar geleden waarschijnlijk als ondenkbaar zijn beschouwd. Hoewel de organisaties gericht zijn op de periode na 2047 en niet vragen om onmiddellijke zelfbeschikking of onafhankelijkheid, hebben ze in de ogen van Beijing al een grens overschreden.

    Zelfbeschikking en onafhankelijkheid verschillen fundamenteel van elkaar. Zelfbeschikking verwijst vaak naar 
een situatie waarin een bepaalde 
groep mensen die dezelfde culturele 
of etnische identiteit delen, het grondwettelijke recht opeisen om hun 
eigen overheidszaken te regelen en hun eigen besluiten te nemen over bepaalde kwesties. Ze willen dus 
eigenlijk autonomie en niet zozeer 
een onafhankelijke staat, dit in tegenstelling tot diegenen die volledige onafhankelijkheid eisen.

    Zelfbeschikking

    Zelfbeschikking is vaak het resultaat van een referendum, terwijl onafhankelijkheid door een referendum óf revolutie bereikt kan worden. Wat Hongkong betreft zijn mensen die voor zelfbeschikking zijn het niet per se eens met de pro-onafhankelijkheidsbeweging. Sommigen van hen zijn wellicht tegen het idee van afscheiding van China, vooral de gematigder kiezers, zoals velen in de middenklasse. Zij zien Hongkong nog steeds als deel van de Volksrepubliek China, maar zijn kwaad over Beijings constante inmenging in kwesties die Hongkong betreffen en China’s schending van het principe van ‘één land, twee systemen’; en dus zoeken ze een manier om onze autonomie te verdedigen die bekrachtigd is in de Basiswet, en om de zaken recht te zetten.

    Pro-onafhankelijkheidsorganisaties daarentegen vragen om de afscheiding van Hongkong van het vasteland en willen een zelfstandige stadstaat worden zoals Singapore. In dit artikel wil ik geen standpunt innemen over zelfbeschikking of onafhankelijkheid, en ook de haalbaarheid van die opties niet analyseren.

    Hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler of zelfs gewelddadiger ze worden

    Ik wil alleen proberen te verklaren wat de oorzaak is van die plotselinge opkomst van pro-zelfbeschikkings- 
en pro-onafhankelijkheidsgevoelens 
in Hongkong. De snelle groei van dat sentiment heeft zijn wortels in de zogenoemde ‘Resolutie 831’, die op 31 augustus 2014 werd aangekondigd door het Permanente Comité van het Nationale Volkscongres, betreffende 
de regeling van de verkiezingen van Hongkongs topfunctionaris in 2017. 
De ontbinding van de daarna ontstane burgerlijkeongehoorzaamheidsbeweging Occupy Central heeft bijgedragen aan die gevoelens. Pas toen het Comité met ‘Resolutie 831’ kwam, begonnen veel mensen in Hongkong te beseffen dat Beijing niet van plan was ons enig algemeen stemrecht te gunnen. Erger nog, de democratisering van onze stad is voor onbepaalde tijd tot stilstand gekomen, nadat het verkiezingsvoorstel van de overheid vorig jaar werd verworpen in de Wetgevende Raad.

    Als gevolg daarvan raakten veel mensen teleurgesteld in ‘één land, twee systemen’ en geloofden 
ze niet langer dat de Basiswet ons echte democratie zou garanderen. Het waren dat bittere verraad, de desillusie, verontwaardiging, frustratie en onmacht en het ongeduld van het publiek over de huidige stand van zaken en de toekomst van de democratisering in onze stad die uiteindelijk hebben geleid tot het idee van zelfbeschikking en zelfs van afscheiding van China: als Beijing ons niet geeft wat we willen, waarom gaan we dan niet gewoon uit elkaar?

    Tien jaar geleden was het totaal ondenkbaar dat mainstreammedia de mogelijkheid bespraken dat Hongkong zijn eigen toekomst zou bepalen en zich zelfs, tegen de wil van Beijing in, onafhankelijk zou verklaren. Met andere woorden: die separatistische sentimenten in onze stad zijn ontstaan door Beijings onhandigheid en de weigering om ook maar een duimbreed toe te geven wat betreft de regeling voor 
de verkiezingen in 2017.

    Als Beijing zijn standpunt over Hongkongs stemrecht niet verzacht, denk ik dat er de komende tijd hoe langer hoe meer inwoners zullen worden aangetrokken door het idee van zelfbeschikking of zelfs van onafhankelijkheid. En hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler 
of zelfs gewelddadiger ze worden, waardoor onze stad in een gevaarlijke cirkel van constante onderdrukking en verzet terecht zal komen.

    Auteur: Benny Tai
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Benny Tai is hoogleraar Rechten aan de Universiteit van Hongkong. Hij werd in 2013 bekend als initiatiefnemer van de Occupy Central-beweging, die streed voor vrije verkiezingen in de voormalige Britse kroonkolonie.

    Hong Kong Economic Journal
    Hongkong | dagblad | oplage 65.000

    Financiële en liberale krant voor de elite in Hongkong. Wil het Chinese equivalent van de Financial Times en The Wall Street Journal zijn, met gerenommeerde schrijvers.

    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH
    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH

    CONTEXT: Resolutie 831

    Volgend jaar kiezen de inwoners van Hongkong een nieuwe leider. Bij het vertrek van de Britten in 1997 werd overeengekomen dat Hongkong vijftig jaar lang een Speciale Bestuurlijke Regio zou blijven. De Chinees-Britse afspraken werden vastgelegd in een Basiswet, met als voornaamste beginsel: één land, twee systemen. Maar sindsdien is de druk van Beijing om Hongkong in het Chinese systeem te trekken steeds groter geworden. Zo werd in 2014 Resolutie 831 aangenomen, die Beijing stevige zeggenschap geeft in de kandidaatstelling voor de verkiezing van volgend jaar. Een groot deel van de zeven miljoen inwoners van Hongkong verzet zich sindsdien tegen de sluipende inlijving door Beijing, en eist meer autonomie.

  • Mijn ‘mysterieuze verdwijning’

    Mijn ‘mysterieuze verdwijning’

    Eerst verdween Jia Jia, daarna was zijn oud-collega Wen Tao onvindbaar. Op het Chinese equivalent van WhatsApp doet hij verslag van de drie maanden dat hij zonder enige uitleg werd vastgehouden.

    Op 23 april 2011 werd ik rond twaalf uur ’s middags in Beijing op straat overvallen door een stel kleerkasten die me in een grote Buick MPV duwden en een bivakmuts zonder gaten voor ogen of neus over mijn hoofd trokken. Eerst werd ik flink mishandeld, vervolgens in een kamertje gegooid waarvan het raam schuilging achter dikke gordijnen.

    Ik zou er pas drie maanden later weer uitkomen.

    Ook nu nog blijf ik denken dat wanneer ik de mogelijkheid had gehad om me weer bij mijn familie te voegen door een zelfkritisch stuk te schrijven, ik dat zou hebben gedaan

    In die periode ben ik niet meer geslagen, maar had ik me wel te houden aan talloze regels. Mijn ene hand was aan een stoel vastgeklonken met boeien die ik niet af kon doen, zelfs niet om te slapen of om naar het toilet te gaan. Die stoel moest ik aldoor achter me aanslepen. O ja, wassen kon ik me ook niet, en dat vanaf het begin van het voorjaar tot midden in de zomer, dus in dat kamertje stonk het vreselijk! Toen de nieuwe bewaker binnenkwam om het van de vorige over te nemen en ik de walging op zijn gezicht zag, kon ik niet anders dan hem medelijdend aankijken.

    Van het begin tot het eind van mijn gevangenschap ben ik ze blijven smeken om mijn familie op de hoogte te stellen, maar dat hebben ze nooit gedaan. Achteraf heb ik gehoord dat mijn familie en vrienden me al die tijd overal hebben gezocht: ze gingen naar de politiebureaus in de wijk waar ik voor het laatst was gezien en in die waar ik woonde om aangifte te doen van mijn verdwijning, maar de agenten wilden die niet opnemen en weigerden ook elke vorm van hulp.

    Onwettig

    Mijn vader had een klacht ingediend en het probleem uitgelegd bij alle bevoegde gemeentelijke diensten, met als gevolg dat hij uiteindelijk op de lijst van mogelijke onruststokers belandde. Trouwens, zelfs nu – jaren later – ziet hij telkens als hij in een hotel overnacht, kort na het inchecken de politie nog opduiken.

    Bij mijn arrestatie was er geen enkel juridisch document om die te legitimeren en ook bij mijn vrijlating werden geen officiële papieren overgelegd. Maar zelf moest ik wel een verklaring schrijven waarin ik beloofde elk contact met allerlei personen te verbreken en over mijn gevangenhouding geen enkele informatie te verspreiden. Die verklaring moest ik met mijn handafdruk waarmerken.

    Ook nu nog blijf ik denken dat wanneer ik de mogelijkheid had gehad om me weer bij mijn familie te voegen door een zelfkritisch stuk te schrijven, ik dat zou hebben gedaan, en ik desnoods honderden pagina’s zwart zou hebben gemaakt. Mijn hele gevangenschap lang hoopte ik maar op één ding: dat er een officiële aanklacht tegen mij zou worden opgesteld, zodat ik volgens de wettelijke procedure naar een huis van bewaring kon worden overgebracht, waar ik hopelijk bijstand van een advocaat zou krijgen en mijn familie terugzien. Maar zelfs als ‘verdachte’ worden aangemerkt was een recht dat me werd ontzegd.

    Als ik eraan terugdenk, heb ik echt een borrel nodig om weer moed te vatten en de opkomende angstaanval de baas te blijven

    Totdat dit gebeurde, was ik iemand met fatsoenlijk werk, met een kennissenkring die niets te verbergen had, en leidde ik mijns inziens zowel privé als in het openbaar een gezagsgetrouw leven. En toch ben ik drieëntachtig dagen lang om mysterieuze redenen opgesloten zonder dat wie dan ook, welke organisatie dan ook (al was het IS maar!) mijn arrestatie opeiste… Dat constante gevoel van onzekerheid is te vergelijken met de hartkloppingen die je krijgt als je te veel koffie hebt gedronken. Als ik eraan terugdenk, heb ik echt een borrel nodig om weer moed te vatten en de opkomende angstaanval de baas te blijven.

    Van een Amerikaanse journalist kreeg ik de vraag of ik mezelf als een ‘dissident’ beschouwde. Die vraag is knap lastig te beantwoorden. Meestal wordt daarmee iemand bedoeld die politiek actief is, maar persoonlijk zou ik liever het filosofische aspect van deze term onderzoeken. In de Volksrepubliek China heeft die meerdere betekenissen, maar één ding staat vast: een juridische term is het niet.

    Toch zou ik graag zien dat dit woord in de juridische en bestuurlijke woordenschat wordt opgenomen en duidelijker gedefinieerd. Op zijn minst zouden we dan te weten komen wat de redenen zijn voor talloze verdwijningen. Zoals die van de columnist Jia Jia, die ongelukkigerwijs ‘Snel rijk worden en dan snel emigreren!’ op zijn visitekaartje had gezet al voordat hij geëmigreerd was en van wie zijn familie en vrienden nu niet weten waar hij is.

    Auteur: Wen Tao
    Vertaler: Tess Visser

    Weixin
    China | instantmessagingdienst | ruim 600 miljoen gebruikers

    Weixin is een gratis cross-platformberichten- dienst vergelijkbaar met WhatsApp en gebaseerd op andere Chinese diensten zoals TalkBox en MiTalk. Gebruikers kunnen iedereen overal ter wereld zowel berichten sturen als ingesproken teksten.

    CONTEXT: De zaak-Jia Jia

    Op 15 maart van dit jaar belde de journalist en columnist Jia Jia zijn vrouw voor het laatst voordat hij op weg naar Hongkong verdween. Zijn advocaat en zijn vrouw hebben hemel en aarde bewogen bij de politie van Beijing en de luchthavenpolitie. Uiteindelijk is hij op 25 maart vrijgelaten. Het ironische is dat de politie van Beijing haar optreden zelf heeft toegegeven. De advocaat onthulde dat Jia Jia ‘door de politie van Beijing en in het bijzijn van de luchthavenpolitie is meegenomen’. Een telefoontje van Jia Jia naar zijn vriend Ouyang Hongliang, hoofdredacteur van de nieuwssite Wu Jie, zou de reden van deze arrestatie zijn. Jia waarschuwde hem dat een de overheid onwelgevallige open brief op de site was gepost en had hem aangeraden die te verwijderen.

    Volgens Duan Chuanmei, een onafhankelijke site uit Hongkong, eisen de ‘trouwe communisten’ die deze open brief hebben ondertekend, het aftreden van de Chinese president Xi Jinping en beschuldigen ze hem ervan alle macht naar zich toe te trekken. De officiële website Wu Jie wordt beschouwd als hét medium om de Oeigoerse autonome regio Xinjiang te promoten (die er deels eigenaar van is), evenals de politieke en economische strategie van Xi Jinping (met zijn Nieuwe Zijderoute). Op 25 maart meldde de BBC in de zaak rond deze brief de arrestatie van nog minstens zestien andere personen.


  • Rechts brengt Israëlische democratie in gevaar

    Rechts brengt Israëlische democratie in gevaar

    Rechtse politici als Naftali Bennett bedreigen de fundamenten van de Joodse staat, waarschuwt Rachel Liel. ‘Als we niet snel iets doen worden we weldra wakker in een democratie à la Poetin of Erdogan.’

    De staat Israël heeft al eerder periodes van ernstig politiek geweld gekend. Tijdens het debat over de Duitse herstelbetalingen in het begin van de jaren vijftig belaagden woedende betogers de Knesset. 
Op het hoogtepunt van de oorlog in Libanon in 1982 kwam Emil Grunzweig, een betoger van Vrede Nu, om het leven door een granaat. Een andere zwarte bladzij uit de Israëlische geschiedenis was de moordaanslag door de rechtse extremist Yigal Amir op premier Yitzhak Rabin aan het eind van een vredesbetoging in november 1995.

    Toch lijkt de sfeer die sinds een jaar in Israël heerst nog ernstiger, verstikkender en verontrustender. In de Knesset en de regering zitten te veel kwade genii die de tweespalt aanwakkeren. Een gezonde democratie weet zich te herstellen van fatale aanslagen op vertegenwoordigers of symbolen van het wettige gezag. Maar als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd.

    Rusland achterna

    Toen de demissionaire premier Benjamin Netanyahu het in maart 2015 ‘een bedreiging voor de nationale veiligheid’ noemde dat Arabische kiezers hun stem mochten uitbrengen bij de parlementsverkiezingen, iets waar de Israëlische democratie vroeger trots op was, droeg hij daarmee bij aan een sfeer van haat, angst en gewelddadigheid tussen Joden en Palestijnen (Israëlische Arabieren).

    Toen minister van Justitie Ayelet Shaked, in koor met de extreemrechtse militanten, de ngo’s handlangers van het buitenland noemde, wees ze daarmee duidelijke doelen aan voor potentiële politieke aanslagen. Maar in tegenstelling tot wat Shaked beweert worden ngo’s overal ter wereld financieel door buitenlandse geldschieters gesteund voor de verdediging van de mensenrechten.

    Als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd

    Alleen in niet-democratische staten krijgen ngo’s om deze reden sancties opgelegd. Israël gaat hard Rusland achterna, waar Poetin weliswaar democratisch verkozen is, maar zijn politieke tegenstanders onder allerlei voorwendsels gevangen worden gezet en onafhankelijke journalisten worden vermoord. Is dat de weg die de Israëlische regering ons wil laten inslaan? Die van een regime dat alle formele kenmerken van een democratie vertoont, maar 
gespeend is van alles wat een levende democratie bezielt?

    Elke keer als vertegenwoordigers van het gezag opkwamen voor de zwakken en de slachtoffers, is de storm gaan liggen. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen de brandstichting in de tweetalige Arabisch-Joodse school Max Rayne in Oost-Jeruzalem (november 2014) onmiddellijk en ondubbelzinnig werd veroordeeld door president Shimon Peres en talrijke ministers, zodat de politie de schuldigen snel kon aanhouden.

    Benjamin Netanyahu en Naftali Bennett in de Knesset.  – © Miriam Alster / Flash90
    Benjamin Netanyahu en Naftali Bennett in de Knesset. – © Miriam Alster / Flash90

    Maar tegenwoordig gooit de regering zelf olie op het vuur. Minister van Onderwijs Naftali Bennett of minister van Defensie Moshe Yaalon knippert niet eens met zijn ogen bij de bedreigingen en verdachtmakingen die op de sociale netwerken aan het adres van de ngo’s worden gericht. Eén aanslag door een Israëlische Arabier was voor de premier voldoende om de raciale haat jegens de Arabische minderheid aan te wakkeren en zelfs te dreigen de voedselvoorziening voor de Arabische gemeentes af te snijden. Deze boodschap is bij de extremistische Joden luid en duidelijk overgekomen.

    Docenten worden tegenwoordig aangesteld op basis van hun veronderstelde politieke overtuigingen. Boeken die ‘gevaarlijk’ voor de nationale identiteit worden geacht worden verboden, zoals een roman over de liefde tussen een Arabische man en een Joodse vrouw. Schoolboeken voor de vakken geschiedenis en maatschappijleer worden herschreven. Politieke bewegingen worden onwettig verklaard. Sommige organisaties wordt een algeheel contactverbod met soldaten of studenten opgelegd.

    Misschien is het al te laat

    Overal bespeurt men ‘handlangers van het buitenland’ of verraders. Democratisch gekozen afgevaardigden worden uit hun partij gezet. Er wordt haat gepredikt tegen alles wat links of Arabisch is. Degenen die de aanval inzetten zitten in de regering zelf.

    Diverse malen heeft oorlog de Israëlische maatschappij op de rand van de afgrond gebracht. Maar de huidige dreiging is veel verontrustender dan die van vroeger: ze komt vanuit onze maatschappij zelf en kan veel meer schade aanrichten dan de oorlogen die door onze vijanden worden gevoerd. Als we er niet snel in slagen deze spiraal te doorbreken, zullen we weldra wakker worden in 
een democratie à la Poetin of Erdogan. Misschien is het zelfs al te laat.

    Auteur: Rachel Liel
    Vertaler: Peter Bergsma

    Rachel Liel is directeur van het progressieve New Israel Fund. Ze bekleedde talloze publieke functies, en werd uitgeroepen tot een van Israëls veertig meest invloedrijke vrouwen.

    Yediot Aharonot
    Israël, dagblad, oplage 300.000
    ‘Het laatste nieuws’ is lang de grootste nationale krant van Israël geweest, opgericht in 1939. Over het algemeen kritisch over het beleid van Netanyahu.

  • Het beschamende succes van Naftali Bennett

    Het beschamende succes van Naftali Bennett

    De uiterst rechtse Israëlische minister van Onderwijs Naftali Bennett censureerde een liefdesroman, en eist van kunstenaars dat ze loyaal zijn aan de staat. Het maakt hem alleen maar populairder.

    De extreemrechtse minister van Onderwijs Naftali Bennett is langzaam maar zeker bezig om op de ruïnes van de Israëlische democratie een nieuwe messiaanse en eendimensionale wereld te grondvesten waarmee hij het hart van de Israëliers verovert. Het onverbloemd totalitaire karakter van zijn jongste initiatieven zal zijn volgelingen niet ontmoedigen. Zijn openlijke bedoeling om het al dan niet verspreiden van literaire werken op scholen op irrelevante criteria te baseren zal niet op onoverkomelijke bezwaren stuiten. Hoe kun je dat zo stellig beweren? Omdat Bennett, nadat hij zonder een schrammetje het laatste censuurschandaal heeft overleefd (het verbieden van een roman over de liefde tussen een Joodse vrouw en een Palestijnse man), voortaan zelfs een raket kan overleven.

    Israëlische kunstenaars zijn slappelingen

    Bennett heeft alle redenen om de behandeling van zijn nieuwste wetsvoorstel door de Knesset met rotsvast vertrouwen tegemoet te zien, het voorstel om van Israëlische kunstenaars te eisen dat ze loyaal zijn aan de staat Israël en zich schriftelijk bereid verklaren om hun creaties in de bezette gebieden te presenteren. Gezien de recente ervaringen hoeft hij geen echte oppositie te vrezen en zullen de petities die op ad-hocsites of de sociale netwerken worden ingediend daar niets aan veranderen. Zoals gebruikelijk zullen sommigen Heine citeren, zullen anderen Brecht of nog andere helden van stal halen en, o heldenmoed, zelfs zo ver gaan hun profielfoto door die van een of andere mediarevolutionair te vervangen. De Israëlische kunstenaars zijn niet alleen slappelingen, zoals Bennett mopperend opmerkt, ze hebben ook de betreurenswaardige neiging om erg hoog van zichzelf op te geven.


    De feiten liegen er niet om. Toen Bennett aankondigde een prijs voor Joodse kunst te zullen instellen, trad hij daarmee alleen maar in de voetsporen van de voormalige Likoed-minister van Onderwijs Limor Livnat, die besloot een zionistische oeuvreprijs in het leven te roepen. Het meest absurde en beschamende was nog wel dat het merendeel van de daarmee bekroonde kunstenaars tot het linkse kamp behoorde en dat de enige die de prijs weigerde de oude dichter, romanschrijver en filmmaker Haïm Gouri was. Het zit er dik in dat als de prijs voor de Joodse kunst eenmaal zal worden toegekend, maar weinigen tegen de initiatiefnemer zullen zeggen wat hij met zijn prul kan doen.

    Weigering van Amos Oz

    Het is in onze contreien moeilijk, zoals Bennett heel goed weet, om prijzen en onderscheidingen te weigeren. Zonder ben je nu eenmaal niets. Zo kon het gebeuren dat nauwelijks een maand geleden een nogal middelmatige kunstenaar blij op Facebook meldde dat hij de zionistische oeuvreprijs van 2015 in de wacht had gesleept. Hij vond het daarbij nodig om aan zijn ‘vrienden’ te melden dat de aanvaarding van de prijs niet betekende dat hij niet met gewetensproblemen kampte. Bennett zal zich ongetwijfeld rot hebben gelachen toen dit bericht hem onder ogen kwam. Iedere poging om de totalitaire macht te grijpen kan snel op collaborateurtjes rekenen.

    Al hardlopend wilde Naftali Bennett de bewoners van Tel Aviv een hart onder de riem te steken na de dodelijke aanslag begin januari.
 – © Tomer Neuberg / Flash90
    Al hardlopend wilde Naftali Bennett de bewoners van Tel Aviv een hart onder de riem te steken na de dodelijke aanslag begin januari.
 – © Tomer Neuberg / Flash90

    Bennett is zeer wel bekend met de onbedwingbare behoefte van Israëlische kunstenaars om naar het buitenland te worden uitgezonden. Als we de beroemdste en luidruchtigste onder hen mogen geloven, is het absoluut niet hun bedoeling om het beleid van de Israëlische regering te belichamen. Toch aarzelen ze niet om hun buitenlandse reizen te laten financieren door iemand als Avigdor Lieberman, de voormalige extreemrechtse minister, of zich aan diens zijde te vertonen.

    Kortgeleden heeft de schrijver Amos Oz bekendgemaakt dat hij voortaan zal weigeren zich te verbinden aan culturele initiatieven van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. Het klinkt hard, maar de voorbeelden van Amoz Oz (77) en Haïm Gouri (93) herinneren aan een wrede waarheid: het is makkelijker om moedig te zijn als je op het punt staat het toneel te verlaten. Als er mensen zijn die denken dat ze de publieke opinie kunnen wakker schudden door schokkende uitspraken of groteske initiatieven, dan moeten ze zich niet de geringste illusie maken: in Joods-Israëlische kringen zal de populariteit van Bennett alleen maar stijgen.

    Auteur: Lior Leal
    Vertaler: Peter Bergsma

    Ha’aretz
    Israël, dagblad, oplage 80.000
    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • 7. De rechtsstaat is vervangen door het recht van de staat

    7. De rechtsstaat is vervangen door het recht van de staat

    Waarom moest de noodtoestand worden verankerd in de grondwet? Om wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, schampert weekblad Politis.

    Momenteel worden er twee artikelen van de grondwetswijziging behandeld door de leden van de Franse Nationale Vergadering, waarvan de verankering van de noodtoestand in de grondwet het belangrijkste is. Maar het debat gaat eigenlijk alleen over artikel 2 van het wetsontwerp: de ontneming van de nationaliteit.

    Voorbijgegaan wordt aan artikel 1. Dat dreigt zonder slag of stoot te worden aangenomen. Dit eerste artikel is echter een vlucht naar voren op het gebied van de veiligheid, in aansluiting op de wet op de inlichtingendiensten en de toekomstige wet ‘ter versterking van de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de financiering ervan, en met de doeltreffendheid en de waarborgen van de strafrechtelijke procedure’. Over het uit elkaar halen van de behandeling van die onderling samenhangende wetten heeft de regering nog amper uitleg hoeven geven.

    Vraag der vragen

    Waar dient deze verankering van de noodtoestand in de grondwet toe? 
Op deze essentiële vraag heeft premier Manuel Valls de commissie wetgeving van het Franse parlement op 27 januari drie antwoorden gegeven:

    De eerste reden is van juridische aard. Het gaat er volgens de premier om 
‘een onwrikbare grondwettelijke basis te verschaffen aan de noodtoestand’. Deze regeling ‘die wordt toegepast in uitzonderlijke omstandigheden en die het vaakst is toegepast in de Vijfde Republiek’, is de enige die niet is verankerd in de grondwet. Er zou dus 
juridische leemte worden opgevuld: ‘Vanuit het oogpunt van grondwettelijke jurisprudentie moeten dus alle tijdelijke bevoegdheden die aan de autoriteiten worden verleend in het kader van de noodtoestand kunnen worden gewettigd. Een grondwettelijke basis verschaffen aan de noodtoestand houdt in dat de maatregelen van de administratieve politie als bepaald in de wet van 1955 worden geconsolideerd.’

    Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet

    Het is in verband met deze leemte dat Manuel Valls op 20 november in de Senaat zei dat het ‘riskant’ zou kunnen zijn om de Grondwettelijke Raad te raadplegen over het wetsontwerp ter verlenging van de noodtoestand en ter aanscherping van de bepalingen ervan.

    Met andere woorden: Valls geeft toe dat de noodtoestand strijdig is met de grondwet.

    De leden van de Franse Nationale Vergadering bij de hoofdelijke stemming over het afroepen van de noodtoestand. – © Charles Platiau
    De leden van de Franse Nationale Vergadering bij de hoofdelijke stemming over het afroepen van de noodtoestand. – © Charles Platiau

    Toch is dat argument zeer discutabel. Zoals de groen-linkse parlementariër Sergio Coronado al zei: ‘De Grondwettelijke Raad heeft al in 1985 erkend dat het feit dat de noodtoestand niet in de grondwet is opgenomen de wetgever niet hoeft te beletten hem af te kondigen. Ook heeft de Raad, toen hem de vraag werd gesteld of het huisarrest zoals dat wordt toegestaan door de wet op de noodtoestand van november 2015 in overeenstemming is met de grondwet, dit bevestigd. Bovendien heeft de Raad van State (Conseil d’État) in zijn advies over het voorontwerp van de wet inzake de verlenging van de noodtoestand gesteld, dat de noodtoestand niet in de grondwet hoefde te worden opgenomen. Om vervolgens het tegenovergestelde te stellen in zijn advies over de ontwerp-grondwet die nu werd ingediend. Het leek dus juridisch niet echt noodzakelijk de noodtoestand in de grondwet te verankeren.

    De tweede reden is dat de gelegenheid zich voordoet. Manuel Valls stelt dat 
hij ‘de herziening van de wet van 1955 wil voltooien’. ‘Sommige maatregelen konden niet worden opgenomen in de wet van 20 november om redenen van jurisprudentiële aard,’ zo verklaarde hij tegenover de commissie wetgeving van de Nationale Vergadering, en hij kondigde aan op korte termijn een wetsontwerp te zullen indienen. Wat zou dus nóg een reden kunnen zijn om de noodtoestand in de grondwet te verankeren?

    We weten niet wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden

    Een gedachtewisseling tussen het 
parlementslid Alain Chrétien 
(Les Républicains) en de minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Cazeneuve, tijdens een debat over de noodtoestand en het strafrecht, begin januari, kan wellicht opheldering geven. De afgevaardigde beklaagde zich over het feit dat zijn amendement in november werd verworpen. Dat amendement was erop gericht bij huiszoekingen computerapparatuur in beslag te mogen nemen in plaats van alleen een kopie 
te maken van de gegevens.

    Terloops verzekerde hij dat de voorzitter van de commissie wetgeving, Jean-Jacques Urvoas, die inmiddels is benoemd tot minister van Justitie, had ‘erkend dat dit amendement zeer zinvol geweest zou zijn’.

    Hetgeen ook de opvatting was van Cazeneuve in zijn antwoord: ‘Zelf zie 
ik geen enkele reden om bezwaar te maken tegen een maatregel waarvan ik wel degelijk het nut en het belang inzie (…) De reden dat uw amendement door de regering is verworpen toen u het indiende, was onze overtuiging, 
op basis van een juridische analyse die volgens mij zeer weloverwogen was, dat het ongrondwettelijk was. Dat wij nu voorstellen de noodtoestand in 
de grondwet op te nemen is juist om dergelijke amendementen te kunnen aannemen.’

    Artikel 36-1

    In de ontwerp-grondwet werd na artikel 36 een artikel 36-1 toegevoegd: ‘Artikel 36-1. – De noodtoestand wordt afgekondigd door de ministerraad, op het gehele grondgebied van de Republiek of een deel ervan, hetzij ingeval van een onmiddellijk dreigend gevaar ten gevolge van een ernstige verstoring van de openbare orde, hetzij in geval van gebeurtenissen die door hun aard en hun ernst het karakter van een openbare calamiteit hebben.

    De wet stelt de maatregelen van de administratieve politie vast die de civiele autoriteiten kunnen nemen om dit gevaar te voorkomen of deze gebeurtenissen het hoofd te bieden.

    Voor verlenging van de noodtoestand voor een periode langer dan twaalf dagen kan alleen bij wet toestemming worden verleend. In de wet wordt de duur vastgesteld.’

    Doel van de opneming van de noodtoestand in de grondwet is dus wetten grondwettelijk te maken terwijl ze het niet zijn, door de grondwet te veranderen. En dat komt neer op vervanging van de rechtstaat door het recht van 
de staat.

    De duur van de noodtoestand wordt niet beperkt

    Dan de laatste reden die door Manuel Valls werd genoemd: het zou erom gaan ‘te voorkomen dat de noodtoestand wordt gebanaliseerd of dat er overmatig gebruik van wordt gemaakt’. Een lofwaardig streven, waar je echter om drie redenen een vraagteken bij kunt zetten.

    In de eerste plaats: het feit dat de noodtoestand wordt ‘afgekondigd’ in de ministerraad, impliceert niet dat de ministers debatteren over de vraag of het wel zinvol is. Sommige parlementariërs, onder wie de nieuwe voorzitter van de commissie wetgeving, Dominique Raimbourg, hadden er de voorkeur aan gegeven ‘te schrijven dat er over 
de noodtoestand wordt “besloten”, 
een term die lijkt te bevorderen dat er collectief over wordt beraadslaagd.’

    In de tweede plaats omdat de duur van de noodtoestand in het wetsvoorstel van de regering niet wordt beperkt. Toen hij hierop werd aangesproken toonde Manuel Valls – die recentelijk tegenover de BBC had verklaard dat ‘de noodtoestand moet worden verlengd totdat we zijn verlost van IS’ – zich 
niet bereid in te stemmen met amendementen die de verlenging van de noodtoestand door parlementariërs – tot bijvoorbeeld vier maanden – zouden beperken. De premier zag er een beperking van de prerogatieven van het parlement in, dat zich niet zou kunnen aanpassen aan bepaalde maatschappelijke crises.

    Delicaat

    Ten derde kun je alleen maar ongerust zijn wanneer je Manuel Valls tegen onze volksvertegenwoordigers hoort zeggen dat het ‘delicaat’ zou zijn in 
de grondwet te verbieden dat het 
parlement wordt ontbonden tijdens de noodtoestand, een voorzorgsmaatregel waarop met name wordt aangedrongen door Roger-Gérard Schwartzenberg (PRG) en Jean-Christophe Lagarde (UDI).

    Tegen hen voerde de premier zelfs een argument aan dat wijlen [de zeer rechtse oud-minister] Charles Pasqua niet verworpen zou hebben: als de noodtoestand in mei en juni 1968 was afgekondigd, had generaal De Gaulle dan de Nationale Vergadering kunnen ontbinden? Waarop de voorzitter van de UDI antwoordde: ‘Het punt is dat 
we niet weten wie er morgen misbruik zou kunnen maken van zijn bevoegdheden.’

    Dat is inderdaad de hele vraag van de verankering van de noodtoestand in 
de grondwet. In dit geval hadden de afgevaardigden en senatoren er goed aan gedaan het voorzorgsbeginsel toe te passen.

    Door tegen te stemmen.

    Auteur: Michel Soudais
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Politis 
    Frankrijk, weekblad, oplage 30.000
    Links weekblad, opgericht in 1988 en het eerste Franse tijdschrift met een vaste rubriek Ecologie.

  • 3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    De Franse regering bewandelt een gevaarlijke weg met haar antiterrorismemaatregelen, vindt Yves Sintomer, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Parijs. Volgens hem loopt het land, veel eerder dan bijvoorbeeld Duitsland of Engeland, het risico om af te glijden naar een autoritair systeem.

    U betoogde dat van alle westerse landen Frankrijk het grootste risico loopt om af te glijden naar een autoritair systeem. Waarop baseert u die conclusie?

    Yves Sintomer: Door een groeiend wantrouwen tegenover regeringen en elites verkeren onze oude Europese en Noord-Amerikaanse democratieën in een ernstige legitimiteitscrisis. Als men bedenkt hoe groot de veranderingen zijn waarmee de politiek wordt geconfronteerd, valt niet te verwachten dat onze systemen, die uit de achttiende eeuw stammen, zonder aanpassing door deze crisis komen.

    Gokken op een terugkeer naar vroeger is ook niet realistisch – of het nu gaat om een systeem dat is gebaseerd op rivaliteit tussen de grote volkspartijen met een ideologische basis, of om een communistisch systeem, waar vooral modieuze filosofen als Giorgio Agamben, Alain Badiou en Slavoj Žižek warm voor lopen. En als noch een status quo, noch een terugkeer naar vroeger mogelijk is, dan zullen onze representatieve democratieën dus muteren.

    Yves Sintomer.
    Yves Sintomer.

    In welke richting dan? Wat zijn de scenario’s?

    Ik zie drie realistische scenario’s. Het eerste is wat ‘de postdemocratie’ wordt genoemd, een begrip dat door de Britse politicoloog Colin Crouch is bedacht. Dat is een systeem waarin ogenschijnlijk niets verandert: er worden nog steeds vrije verkiezingen gehouden, 
de rechtspraak is onafhankelijk, de individuele rechten van burgers worden gerespecteerd. Aan de buitenkant lijkt alles hetzelfde te blijven, maar het echte gezag ligt elders. Het zijn de grote bedrijven, de deelnemers aan ‘de markt’, de kredietbeoordelaars en de technocratische instanties die de besluiten nemen. In Europa gaat het deze kant al op.

    Een tweede, wat gunstiger scenario is dat van ‘een democratisering van de democratie’: daarvoor hebben we een versterking nodig van de politiek tegenover de economische krachten, en een actievere participatie van de burger. De democratie wordt in dit geval versterkt via allerhande vormen van participatie en inspraak.

    Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering

    Het derde scenario is dat van het autoritaire regime. Het gaat daarbij niet 
om een dictatuur, maar om systemen waarin, anders dan in de postdemocratie, ook de buitenkant veranderingen ondergaat: er zijn verkiezingen, maar de electorale strijd blijft beperkt. De vrijheden, van meningsuiting, van 
vereniging, van reizen, de persvrijheid worden via wetgeving ingeperkt, en de rechtspraak wordt minder onafhankelijk. Die kant zijn de Russen, de Hongaren, de Polen en de Turken opgegaan, net zoals verder weg ook in Ecuador en Venezuela is gebeurd. In Zuidoost-Azië bestaan verschillende niet-democratische 
regimes die via een zeer behoedzame liberalisering in de richting van dat model zijn opgeschoven of bezig zijn dat te doen. Ik denk dan aan Singapore en China, twee landen met beperkte vrijheden voor hun inwoners.

    Kijken we naar West-Europa en 
Noord-Amerika, dan zien we vooral 
in Frankrijk tekenen dat zoiets ook 
hier mogelijk is. Ook al is het niet het meest waarschijnlijke scenario.


    Waarom denkt u dat? Is het vanwege de besluiten die na de aanslagen van 13 november vorig jaar genomen zijn?

    Als het over openbare veiligheid en immigratie gaat, zijn de dijken doorgebroken, zowel tijdens de laatste campagne voor de presidentsverkiezingen als recenter, in de reacties op de aanslagen. Ik denk aan de discussie rond het afnemen van het staatsburgerschap [van veroordeelde terroristen], het 
verlengen van de noodtoestand, en het terugvallen op een mythisch nationaal model met als kernwaarde het secularisme. De richting die vrijwel de hele politieke klasse – van rechts én van links – is ingeslagen, is nogal bedenkelijk. De vreemdelingenhaat neemt toe, er ontstaat steeds meer een fantasiebeeld van wat Europa is. En we storten ons in militaire avonturen die meestal nauwelijks zin hebben.

    Tegelijkertijd blijft het Front National terrein winnen, en ook al is het niet waarschijnlijk dat Marine Le Pen de presidentsverkiezingen wint, je kunt dat ook niet meer helemáál uitsluiten. Stel je de situatie voor dat links en rechts verdeeld zijn, Marine Le Pen in de eerste ronde ruim aan kop eindigt en dan in de tweede ronde tegenover François Hollande komt te staan… 
Niemand kan nu met honderd procent zekerheid voorspellen dat het Front National dan de verliezer is.


    Waarom komen in Frankrijk volgens u gemakkelijker dan elders in Europa autoritaire reflexen naar boven? Zit er nog een restant van het bonapartisme in ons? Of is het omdat we de Republiek zien als ‘een mal’ voor de samenleving?

    Frankrijk heeft minder antigenen tegen autoritaire systemen dan een liberale democratie als het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast is Duitsland door zijn geschiedenis en alles wat het land vanaf de jaren zestig heeft gedaan om die te verwerken, minder vatbaar geworden voor dit gevaar. Er zijn wel wat extreemrechtse partijtjes, maar de Duitse samenleving heeft helemaal niets op met autoritaire ideeën. Het Bundesgerichtshof in Karlsruhe treedt zeer doeltreffend op als het aankomt op het verdedigen van de grondrechten, veel meer dan de Franse Conseil constitutionnel.

    Voorts is Frankrijk een voormalige koloniale grootmacht die zich ooit in het middelpunt van de wereld bevond en het niet goed kan hebben dat het deze positie is kwijtgeraakt. Ook Groot-Brittannië had ooit die positie, maar weet zich beter aan de globalisering aan te passen. Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering, en dat verergert de Franse identiteitscrisis nu nog verder. Ook heeft het een broze economische gezondheid en wat het produceert, is – anders dan bijvoorbeeld in Duitsland – niet erg geschikt om de concurrentie met de opkomende economieën aan te gaan.

    Het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen

    Ten slotte, we weten dat Frankrijk in moeilijke tijden snel in autoritaire reflexen vervalt: denk aan Vichy, of aan de Algerijnse oorlog. Die crises waarin we zitten, de financiële en die van de erfenis van het verleden, vormen een explosieve cocktail. West-Europa wordt van alle kanten belaagd door een opeenstapeling van crises: de economische crisis, de vluchtelingencrisis, de crisis binnen de Verenigde Naties over de globalisering, de crisis binnen politieke partijen. Frankrijk is niet echt het juiste land om die opeenstapeling van problemen het hoofd te bieden.

    Wat zouden we moeten doen om 
te voorkomen dat we afglijden naar een autoritair systeem?

    Om te beginnen zouden we een kundige politieke klasse moeten hebben. Vergeleken met andere landen is de onze zwak. Dat komt door de manier waarop die wordt gevormd en door de grote afstand tot het volk. Er is dus een hervorming van de instituties nodig.

    Ten tweede moeten we ons verdiepen in hoe we onze identiteit definiëren. We zijn een multiculturele samenleving, we zijn een middelgrote mogendheid, het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen.

    Federale of sterk gedecentraliseerde landen als Spanje en Duitsland hebben minder moeite om het Europese model te begrijpen en zich ernaar te voegen. Frankrijk moet daar veel harder zijn best voor doen.

    Onze economie moet uit het slop worden gehaald. Op het ogenblik probeert men de economische blokkades weg te nemen, maar dat zet niet echt zoden aan de dijk. Tot slot moeten we ermee ophouden steeds het ene te zeggen en dan iets heel anders te doen. Om een voorbeeld te noemen: op de klimaattop in Parijs beweerde de Franse regering dat 
zij vierkant achter een forse koerswijziging van onze milieupolitiek was, maar in feite zijn de genomen maatregelen zeer bescheiden. Dit soort schizofreen gedrag is echt gevaarlijk, omdat zo het vertrouwen in de politiek wordt aangetast.

    Auteur: Pascal Riché
    Vertaler: Tess Visser

    Beeld bovenaan: _De vrijheid leidt het volk _(1830) – Eugène Delacroix

    Le Nouvel Observateur
    Frankrijk, weekblad, oplage 530.000
    In 1964 opgericht door Franse voormalig verzetsstrijders. Nog altijd is de redactie zeer geëngageerd en uit op maatschappelijke veranderingen.

  • Een kopje koffie met mijn schaduw

    Een kopje koffie met mijn schaduw

    Critici van de militaire junta in Thailand krijgen geregeld het verzoek 
om ‘een kopje koffie te komen drinken’. Een journalist uit Bangkok legt uit hoe waarom je zo’n uitnodiging beter niet kunt afslaan.

    Een vertegenwoordiger van de junta belt me nu al maanden 
om een afspraak te maken voor een kopje koffie. Woensdag gaan we elkaar eindelijk ontmoeten. Mijn contactpersoon was overdreven beleefd, in 
tegenstelling tot de militairen die eerder deze maand de jonge prodemocratische activist Sirawith ‘Ja New’ Seritiwat ‘ontvoerden’, uitscholden en naar verluidt licht mishandelden voordat ze hem achterlieten bij een politiebureau.

    De laatste keer dat ik luitenant Cholapat Pluengphai ontmoette was in september vorig jaar toen ik door de junta, formeel de National Council for Peace and Order, of de NCPO, werd ontboden, zes uur werd ondervraagd en drie dagen zonder enige aanklacht vastzat.

    Ik stelde met tegenzin een ontmoetingsplaats voor

    De tengere Cholapat met zijn zachte stem zat bij het handjevol mensen dat me ondervroeg. Hij leek redelijk sympathiek, en voordat ik door de andere geüniformeerde officieren werd geblinddoekt, vroegen hij en zijn directe superieuren of er iets was wat ik graag wilde hebben. Ik antwoordde dat ik kranten wilde, maakte niet uit welke. Op de derde en laatste dag van mijn hechtenis werden er wat kranten bezorgd in mijn donkere cel, waarvan de drie massief houten ramen allemaal gesloten waren.

    Vriendelijke dictatuur

    Meer dan een maand nadat ik was ‘gevraagd’ ontslag te nemen bij de krant The Nation belde Cholapat om me te verzekeren dat de junta geen enkele rol had gespeeld bij mijn vertrek bij de krant waarvoor ik 23 jaar had gewerkt. Hij liet me ook weten dat hij een nieuwe leidinggevende had: een luitenant-
kolonel die verantwoordelijk was voor het toezicht op de beveiliging in het stadsdistrict waar ik sta ingeschreven, Bang Kapi in Bangkok.

    Journalist Pravit Rojanaphruk op het Oslo Freedom Forum in 2015. Op de achtergrond een foto van zijn arrestatie door de militaire junta. – © Corbis
    Journalist Pravit Rojanaphruk op het Oslo Freedom Forum in 2015. Op de achtergrond een foto van zijn arrestatie door de militaire junta. – © Corbis

    Een kennismakingsgesprek met zijn nieuwe baas zou op prijs worden gesteld, zo zei hij. Nadat hij me daar maanden over had gebeld, stelde ik met tegenzin een dag en een ontmoetingsplaats voor, omdat ik ook wel besef dat dergelijke afspraken niet straffeloos tot in lengte van dagen kunnen worden uitgesteld.


    Ik noem Cholapat een vertegenwoordiger in plaats van gewoon een legerofficier van de junta, omdat hij een van de mensen is die tot taak hebben gekregen mij ervan te overtuigen dat we onder generaal Prayuth Chan-ocha, de opperbevelhebber van de NCPO, in een vriendelijke dictatuur leven.

    In zekere zin is Cholapat als alle woordvoerders van de junta: beleefd, ogenschijnlijk zorgzaam en in staat om, zonder een greintje ironie of schaamte, te zeggen dat ze mensenrechten respecteren en hun tegenstanders waardig bejegenen. Een van Cholapats taken is het van dag tot dag volgen wat ik op Twitter of Facebook zeg. Dit weet ik omdat hij sommige van mijn tweets uit zijn hoofd kon opdreunen, en hij mij in december belde om door te geven dat zijn baas ontstemd was over een van mijn recente berichten. Hij verzocht me beleefd het bericht te verwijderen; ik heb beleefd geweigerd.

    Het ‘verzoek’ om een kopje koffie te gaan drinken is ontegenzeggelijk een ‘bakje dwang’

    Hoewel ik me meer op mijn gemak voel bij mensen als Cholapat dan bij de types die Sirawith ontvoerden, verlies ik nooit uit het oog dat ook zij behoren tot het huidige, repressieve militaire regime. Hoe beleefd, vriendelijk of oprecht ze ook lijken, ze voeren bevelen uit van de dictator. In het geval van Cholapat betekent dat dat hij de goeierd speelt in plaats van de slechterik. In een poging de militaire overheersing aangenamer en beschaafder te maken, gaat een aantal van deze geüniformeerde mannen beleefd om met tegenstanders en critici van de junta. Desalniettemin is een telefoontje van een officier van de junta met de vraag om een afspraak meer dan een verzoek; het is een bevel. Als gevolg van de ongelijke machtsverhouding is de uitnodiging van een soldaat voor een kopje koffie een vorm van dwang. Behalve vluchten of riskeren te worden gearresteerd wegens het trotseren van het dictatoriale en illegale bevel van de junta, kunnen ‘genodigden’ zoals ik niet anders dan de ‘uitnodiging’ accepteren.

    Hetzelfde geldt voor de ontelbare 
‘beleefdheidsbezoekjes’ die mannen in militaire uniformen afleggen bij hen die het toevallig zichtbaar oneens zijn met de junta. Dwang vermomd als 
‘beleefdheid’ is gewoon een andere vorm van onderdrukking, zij het minder gemakkelijk waarneembaar.


    Hoezeer het ook wordt verbloemd, of hoe beleefd het ook wordt gebracht, 
en of dat nou oprecht is of niet, niets kan het feit camoufleren dat dwang, naast onderdrukking, een onlosmakelijk onderdeel vormt van de dagelijkse realiteit voor mensen die het niet eens zijn met, of zich verzetten tegen de 
militaire junta. Het maakt niet uit hoe vriendelijk of beleefd het wordt overgebracht, het ‘verzoek’ om een kopje koffie te gaan drinken is ontegenzeggelijk een ‘bakje dwang’.

    Ik heb over vier dagen om elf uur met luitenant Cholapat afgesproken in een koffiehuis ergens in de binnenstad, en het wordt vast een warm weerzien. Mocht u na die tijd niets van me horen, dan is de relatie onverwacht bekoeld. Nogmaals, ik zou het Cholapat niet verwijten als dat gebeurt. Het is niet persoonlijk. Hij doet gewoon wat hem wordt opgedragen.

    Auteur: Pravit Rojanaphruk
    Vertaler: Martinette Susijn

    Pravit Rojanaphruk geldt als een van de beste journalisten van Thailand. Hij werd geboren in een Thais-Chinese diplomatenfamilie, en studeerde in Oxford. Als journalist voor The Nation schreef hij steevast kritisch over de Thaise regering. In 1995 ontving hij als eerste Thaise journalist een beurs van het International Center for Human Rights and Democratic Development.

    Khaosod
    Thailand, dagblad, oplage 300.000
    Opgericht in 1991. ‘Vers nieuws’ is een nationale Thaise krant. Gematigd, liberaal. Breed georiënteerd en ‘upcountry-focused’.

  • Erdogan snoert tegenstanders de mond

    Erdogan snoert tegenstanders de mond

    Turkije wordt geteisterd door zelfmoordaanslagen, moorden en bloedbaden. En het is ook nog eens levensgevaarlijk om er publiekelijk iets over te zeggen.

    De jongste aanslag in Turkije dateert van 12 januari, toen ten minste tien mensen het leven lieten na een zelfmoordaanslag door een aanhanger van Islamitische Staat (IS) in Sultanahmet, de historische wijk van Istanboel. Een uur na de aanslag kondigde de Turkse Persraad RTÜK na een officieel verzoek van de minister-president een uitzendverbod af. Kort daarna vaardigde een gerechtshof in Istanboel een algeheel verbod uit ‘op alle soorten nieuws, interviews, kritieken en dergelijke artikelen in gedrukte, audiovisuele en sociale media, en op internet’. Eigenlijk kwam het erop neer dat met de uitspraak werd gezegd: ‘Heb het zelfs niet met je vrienden over de aanslag.’

    De bewoordingen waren vrijwel identiek aan die van het verbod dat volgde op de dubbele zelfmoordaanslag in Ankara op 10 oktober vorig jaar, waarbij honderd vredesactivisten werden gedood. IS, dat door de toenmalige Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoğlu in een interview nog werd omschreven als ‘een groep boze en onderdrukte soennietische moslims’ en als een simpel gevolg van het sektarische Irakese beleid, zat ook achter dat bloedbad. Zodra IS verantwoordelijk is voor een aanslag in Turkije, verliezen de gerechtshoven kennelijk geen tijd met het opleggen van censuur.

    Selectieve censuur

    Er is geen censuur wanneer het veiligheidsoperaties tegen de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK betreft, of de wekenlange avondklok in bepaalde zuidoostelijke districten en de vermeende schending van de mensenrechten door de veiligheidsdiensten. Hoewel je ook over dat soort operaties niet echt kunt praten. Als je dat wel doet, roep je de toorn over je af van de president, de regering en hun fanatieke supporters, en krijg je te horen dat je je mond moet houden.

    Dat overkwam meer dan duizend lokale en internationale academici die een petitie tekenden waarin ze de veiligheidsoperaties hekelden. Aangezien ze geen gewag maakten van de gewapende militante PKK-aanhangers die hun strijd verplaatsen naar woonwijken, verdienden de ondertekenaars het zeker niet om voor het ventileren van hun mening zo scherp te worden bekritiseerd door president Recep Tayyip Erdogan.

    In een toespraak tot Turkse ambassadeurs tijdens een lunch op 12 januari, veroordeelde Erdogan de aanslag in Sultanahmet in ongeveer veertig seconden, en ging toen over tot de kwestie van de petitie. ‘Deze mensen, die zichzelf academici noemen, beschuldigen de staat in een verklaring. Dat niet alleen, ze nodigen ook nog eens buitenlanders uit om de ontwikkelingen te komen volgen. Dat is een koloniale mentaliteit,’ zei Erdogan, en hij stelde dat het land te maken had met ‘verraad’ door ‘zogenaamde intellectuelen’. ‘Hé, zogenaamde intellectuelen! Jullie zijn geen verlichte mensen, jullie zijn onverlicht. Jullie lijken niet eens op intellectuelen. Jullie zijn onwetend en tasten in het duister, jullie weten niets van het oosten of het zuidoosten,’ zei Erdogan.


    Zijn uitlatingen waren olie op het vuur van de hetze die al tegen de academici was ontketend. De veroordeelde misdaadkoning Sedat Peker, een fanatiek nationalist die AKP-aanhanger werd, plaatste een bericht op de sociale media waarin hij tegen de academici zei: ‘We zullen jullie bloed vergieten en ermee douchen.’

    ‘Laat de mensen niet sterven, laat de kinderen niet 
sterven en laat de moeders niet huilen’

    Een vergelijkbaar incident deed zich een paar dagen eerder voor, toen een vrouw naar de Beyaz Show, een populair televisieprogramma op de zender Kanal D, belde om te praten over de burgerslachtoffers in het zuidoosten. ‘Er strijden mensen tegen honger en dorst, met name de kinderen. Luister daar alsjeblieft naar en doe er niet het zwijgen toe,’ zei ze. ‘Laat de mensen niet sterven, laat de kinderen niet 
sterven en laat de moeders niet huilen.’

    Hoewel ze niet eens zei dat de daders veiligheidsdiensten waren, werd ze uitgeroepen tot ‘terrorist’ en is er een onderzoek begonnen naar haar, de presentator van het tv-programma en de producer in verband met ‘terroristische propaganda’.

    Turkse veiligheidstroepen controleren toeristen op het Sultamahmetplein in Istanboel, waar bij een aanslag tien mensen om het leven kwamen. – © Berk Ozkan /  Getty Images
    Turkse veiligheidstroepen controleren toeristen op het Sultamahmetplein in Istanboel, waar bij een aanslag tien mensen om het leven kwamen. – © Berk Ozkan / Getty Images

    Dat er bij de operaties burgers omkomen is een feit. Volgens een recent rapport van de Human Rights Foundation of Turkey (TİHV) zijn er sinds augustus 2015, toen de militaire avondklok werd ingesteld en de intensieve veiligheidsoperaties tegen de PKK-strijders begonnen, onder de 162 burgerslachtoffers die in de botsingen zijn gevallen 32 kinderen, 29 vrouwen en 24 bejaarden. De officiële cijfers maken melding van de dood van meer dan honderd leden van de veiligheidsdiensten en meer dan driehonderd PKK-strijders in diezelfde periode.

    Er sterven burgers, toeristen, kinderen, vrouwen, strijders, politiebeambten en soldaten in dit land. Nergens over praten of de ogen sluiten verandert daar niets aan.

    Auteur: Özgür Korkmaz
    Vertaler: Martinette Susijn

    Hürriyet
    Turkije | oplage 600.000
    De populaire krant ‘De Vrijheid’ is een machtige speler die met polemische commentaren, een eenvoudige opmaak en veel foto’s inspeelt op emoties: collectieve vreugde of verontwaardiging, nationale trots en boosheid tegen dat wat de belangen van het volk schaadt.