Tag: reservaat

  • In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    Een referendum moet uitsluitsel geven over de vraag of de Ecuadoraanse regering ruwe olie mag exploiteren in een gebied van ruim 1 miljoen hectare met de grootste biodiversiteit ter wereld. De oorspronkelijke bewoners, de Waorani, doen er alles aan om hun leefomgeving te beschermen.

    Op 15 augustus 2013 maakte de president van Ecuador, Rafael Correa, de stopzetting van het Yasuní ITT-initiatief bekend. Het betrof een project dat was opgezet om de aanwezige aardolie in blok 43 van Nationaal Park Yasuní in de grond te houden. Dit park, het grootste beschermde gebied van Ecuador, beslaat meer dan een miljoen hectare verdeeld over de provincies Orellana en Pastaza, in het noordoosten van het Amazoneregenwoud.

    De annulering van het project liep vooruit op de plannen van de regering om genoemd blok te exploiteren, ook al bevond het zich in een van de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld; dit gebied is door de Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat en is domicilie van de Tagaeri en de Taromenane, de laatste inheemse groepen die in Ecuador in vrijwillig isolement leven. Vanwege de stopzetting vroeg het milieucollectief Yasu­nidos om een referendum, met de bedoeling de burgers zelf te laten beslissen. Tien jaar later, na talloze juridische obstakels, gaf het Constitutioneel Hof toestemming; het referendum zal nu op 20 augustus worden gehouden.

    Een dag na de gunstige beschikking om een referendum uit te schrijven begon de minister van Energie, Fernando Santos, over de te verwachten verliezen voor de staat als de exploitatie van blok ITT zou worden geblokkeerd: ‘Het gaat om 1,2 miljard dollar aan (jaarlijkse) inkomsten in een land met enorme problemen,’ zei hij. De regering gaf te kennen dat er irrationele verlangens ten grondslag lagen aan het verzet tegen het genereren van inkomsten die overduidelijk hard nodig waren. Ze liet welbewust de schaduwkanten van haar eigen pleidooi buiten beschouwing.

    Koolstofdioxide

    Het Yasuní ITT-initiatief hield in dat Ecuador zich verplichtte 846 miljoen vaten in de grond te houden, wat de uitstoot van 400 miljoen ton koolstofdioxide moest tegenhouden. In ruil daarvoor zou het land een financiële compensatie van de internationale gemeenschap krijgen van 3600 miljoen dollar, 50 procent van wat, heette het, de baten zouden zijn als de olie wel werd geëxploiteerd. Toen het initiatief, zes jaar nadat het was gelanceerd, werd afgeblazen, was er 13 miljoen dollar binnengekomen, amper 0,37 procent van het verwachte bedrag.

    Het Nationaal Park Yasuní, dat in 1989 door de Unesco tot biosfeerreservaat werd verklaard, en het aangrenzende Voorouderlijk Leefgebied van de Waorani behoren tot de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. In het park wees de Ecuadoraanse staat in 1999 een zona intangible aan, een ‘onaantastbare zone’ (ongeveer 74 procent van het totale oppervlak), die eeuwig moest worden gevrijwaard van oliewinning. Het aardolieblok ITT grenst aan een deel van de onaantastbare zone, waar de Tagaeri en Taromenane wonen; zij zijn verwant zijn met de Waorani, een van de veertien oorspronkelijke inheemse groeperingen van het land.

    Tot halverwege de jaren vijftig leefden alle stammen met een Waorani-origine in vrijwillig isolement. Ze kregen met gedwongen verhuizing te maken toen zendelingen van het Linguïstisch Zomerinstituut hen, met toestemming van de staat, uit hun gebied weghaalden en verplaatsten naar een bepaald stuk grond met de bedoeling hen te ‘kerstenen’. Een deel van het territorium dat ze achterlieten werd prompt ingepikt door Texaco, waarmee het begin van de ecologische verwoesting door aardoliewinning een feit was.

    Toen in 2008 de huidige grondwet werd opgesteld, werd revolutionair genoeg gedecreteerd dat de natuur moest worden erkend als rechtspersoon en dat de inheemse dorpen moest worden gegarandeerd dat ze tevoren zouden worden geraadpleegd over eventuele exploitatieplannen van hun territorium. Niettemin verzocht de toenmalige president Correa het parlement met een beroep op dezelfde grondwet, na de mislukking van het Yasuní ITT-initiatief te hebben afgekondigd, om de exploitatie van de aardolie in blok ITT van nationaal belang te verklaren.

    Jongeren

    Uit verontwaardiging over de teleurstellende beschikking vormden leden van mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten en feministen, veelal jongeren tussen de zestien en dertig, het collectief Yasunidos, een onafhankelijk front dat inmiddels alle kritische geluiden tegen het grove verdienmodel bundelt en van de casus Yasuní ITT zijn speerpunt heeft gemaakt.

    Niet veel later later deponeerde Yasunidos een vraag bij het Constitutioneel Hof om het genoemde referendum uit te schrijven: ‘Bent u het ermee eens dat de regering van Ecuador de ruwe olie van het ITT, bekend als blok 43, voor onbepaalde tijd in de grond houdt?’

    Tegen april 2014 waren vrijwillige inzamelaars erin geslaagd 757.623 handtekeningen binnen te halen, veel meer dan het vereiste aantal. Ze werden diezelfde maand ter verificatie overhandigd aan de Nationale Kiesraad. Maar via een proces dat jaren later frauduleus zou worden bevonden schrapte dat instituut meer dan vierhonderdduizend handtekeningen en weigerde het toestemming tot het referendum. Er werden de idiootste redenen aangevoerd om de ongeldigverklaring van de handtekeningen te onderbouwen: dat er alleen met een blauwe balpen mocht worden ingevuld, dat de formulieren niet allemaal even groot waren of evenveel wogen, dat de kopie van de achterkant van het identiteitsdocument van de inzamelaars ontbraken, dat iemand die Batman heette niet mocht tekenen, al zijn er in Ecuador mensen die zo heten en had inderdaad een zekere Batman zich pro Yasuní uitgesproken.

    Er was een kronkelig proces begonnen, waarin vanuit vijf regeringsinstanties een onbeschrijfelijke wirwar aan juridische beletselen naar voren kwam om maar te verhinderen dat het referendum werd uitgeschreven. Het proces zou tien jaar duren en drie regeringen overleven. ‘Het is duidelijk dat de staat, onafhankelijk van het zittende staatshoofd, waakt over de belangen van de grondstofwinning die het levensbloed van het kapitaal zijn,’ zegt zegt Pedro Bermeo, juridisch adviseur en spreekbuis van Yasunidos.

    Uiteindelijk, in september 2022, toen het Constitutioneel Hof erkende dat de rechten van Yasuní en de ondertekenaars waren geschonden, gaf de Landelijke Kiesraad dan toch toestemming voor het uitschrijven van het referendum. Wel moest nog de vraag worden goedgekeurd die tien jaar eerder was voorgelegd.

    De grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd

    Als de uitslag ‘ja’ wordt, zou dat de geleidelijke ontmanteling moeten betekenen van de olievelden die daar al in werking zijn. Niets had kunnen verhinderen dat dat gebeurde. In 2016, zodra de verklaring over het vermeende nationaal belang van kracht werd, begon het staatsoliebedrijf Petroamazonas met de exploitatie van de velden Tiputini en Tambobocha, en in 2022 ging het een stap verder met het bodemonderzoek van het Ishpingo-veld.

    Alicia Cahuiya en haar voorouders werden geboren in de gemeenschap Ñuneno, in het hart van wat nu het huidige Nationaal Park Yasuní is, in de zona intangible. Halverwege de jaren zeventig, toen ze zes maanden oud was, werden zij en haar familie uit hun grondgebied gehaald en overgeplaatst naar wat door de zendelingen als een protectoraat werd betiteld. Meer dan tien jaar lang woonden ze ver van hun geboortegrond.

    Alicia, nu zevenenveertig en moeder van vijf kinderen, begon ze zich af te vragen hoe die ondernemingen hun land konden binnenkomen zonder de daar wonende gemeenschappen te hebben geraadpleegd. Op haar vijftiende kwam ze al met vrouwen van haar eigen stam samen te komen om het verzet te organiseren en begon een politieke loopbaan die ze tot nu toe vastberaden heeft volgehouden.

    Op een gegeven moment besefte ze dat het complot tussen de staat en de zendelingen uiteindelijk zijn beslag kreeg dankzij de medewerking van corrupte leiders van hun eigen mensen die, in ruil voor privileges, de plundering toestonden. Om het recht op financiële autonomie te verkrijgen en politieke bewegingsvrijheid af te dwingen richtte ze de Amwae op, het Verbond van Waorani-vrouwen uit het Ecuadoraans Amazonegebied; later werd ze de op een na belangrijkste persoon van de Nawe, de organisatie die de hele Waorani-gemeenschap van Ecuador omvat.

    Economisch profijt

    Sinds Ecuador in 1972 veranderde in een olie exporterend land, heeft in de collectieve verbeelding het argument postgevat van economisch profijt als gevolg van de oliewinning. Dat groeide langzaamaan uit tot een panacee van jewelste: het zou een einde maken aan honger en armoede. Dit is doel niet gehaald, sterker nog, de grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd.

    Wat betreft de bodemonderzoeken in het Ishipingo-veld, het kwetsbaarste omdat het grenst aan de zona intangible, zei minister Santos begin mei in een lokale krant dat ‘het een teleurstelling was, omdat er een heel dikke teer naar boven kwam’.

    Vanwege alle complicaties die samenhangen met het oppompen van ruwe olie in blok ITT heeft [de nationale oliemaatschappij] Petroecuador erop gewezen dat van de 846 miljoen vaten die in 2007 werden geacht nog als oliereserve aanwezig te zijn, er vandaag de dag nog maar 136 miljoen resteren. Ter verdediging voerde het bedrijf aan dat de winst de komende 33 jaar zo’n 4800 miljoen dollar zou bedragen, dat wil zeggen 148 miljoen per jaar, een bedrag dat hooguit 0,47 procent van de nationale begroting in 2023 bedraagt.

    ‘De plek met de meeste biodiversiteit ter wereld wordt vernietigd vanwege een verwaarloosbaar getal,’ zegt Pedro Bermeo. Fernando Benalcázar, de voormalige onderminister van Mijnbouw, verdedigt de exploitatie van blok ITT en houdt vol dat juist het deel van het Nationaal Park Yasuní dat aangetast zou worden te verwaarlozen is. ‘Voorkomen dat beslag wordt gelegd op 85 hectare ten behoeve van 18 miljoen Ecuadoranen lijkt mij niet op z’n plaats,’ zei hij.

    Als een van de alternatieven voor het oliewinningsmodel stelt Bermeo het schrappen van de belastingvrijstellingen voor de rijksten van het land voor. Volgens gegevens van de Dienst Interne Inkomsten liep Ecuador om die reden in 2021 6338 miljoen dollar mis, wat per jaar alleen al zo’n 30 procent meer is dan wat het in 33 jaar zou ontvangen met de exploitatie van blok ITT.

    Als de inkomsten door de aardolieverkoop niet ten goede komen aan ontwikkeling, als ze bijna gelijk zijn aan wat wordt besteed aan het importeren van derivaten, als de reserves afnemen, wie wordt er dan rijker van die handel? ‘Dat zijn de grote ondernemingen die de branche diensten verlenen,’ antwoordt Ramiro Ávila, een raadsman van Yasuní en universitair hoogleraar.

    Als de uitslag ‘ja’ is, zouden olievelden in werking ontmanteld moeten worden

    Ecuador zou in een ander land veranderen sinds het een aardolie-economie werd. ‘De staat werd pas corrupt doordat er veel geld in het geding was,’ zegt Ávila. ‘Het exploitatiemodel is aan alle kanten corrupt: er wordt gesjoemeld om een aanbesteding te bemachtigen, en de winst te verdelen. Het is een ramp.’ Minister Santos zelf deed er een schepje bovenop in zijn inaugurale toespraak in oktober 2022. ‘De olie heeft vooruitgang gebracht, maar ook de kanker van de corruptie.’

    Ondanks de bewijzen waaruit de huidige zwakte van de economie blijkt en ondanks de veelsoortige schade van ecologische aard die de exploitatie veroorzaakt, zal Ecuador in de nabije toekomst niet kiezen voor een verantwoordelijker en rechtvaardiger beleid. Toch kan het tegenhouden van de exploitatie van blok ITT wel degelijk symbolische betekenis hebben. ‘Het land stort niet in als blok 43 niet langer wordt geëxploiteerd,’ zegt Ávila. ‘Maar als we daarvoor kiezen, kiezen we voor een manier van leven die niet is gebaseerd op de exploitatie van de mens of de agressieve uitputting van de natuur. Dat is wat er op het spel staat.’

    Lees ook:

  • Inheemse bewoners leren met gps hun reservaat te bewaken

    Inheemse bewoners leren met gps hun reservaat te bewaken

    Door de aanwezigheid van mijnbouwbronnen en een overvloed aan vis wordt de Braziliaanse Javari-vallei steeds vaker bedreigd door gewapende stropers die erop uit zijn de rijkdommen te plunderen.

    Dit artikel stamt uit 2018; het wordt opnieuw gepubliceerd ter herinnering aan een van de auteurs, Dom Phillips, die in juni 2022 werd vermoord vanwege zijn betrokkenheid bij bedreigde inheemse volken van de Amazone.

    Luister dit artikel:

    Francisco Lima zit in een houten wachttoren en knipt een zoeklicht aan en uit terwijl hij de donkere rivier afspeurt. Hij kamt het gebied uit op eventuele commerciële vissers die de rivieren plunderen in de Javari-vallei, een afgelegen inheems reservaat aan de Braziliaanse grens met Peru.

    Zijn wachttoren biedt uitzicht over de rivieren die uitmonden in dit reservaat, waar zesduizend mensen uit acht verschillende stammen wonen, elk met hun eigen taal en gebruiken. Dit gebied kent de hoogste concentratie van zogenoemde geïsoleerde inheemse groepen ter wereld. Naast de inheemse bevolking mogen alleen geautoriseerde bezoekers het reservaat betreden, maar het 12V-lampje dat de 55-jarige Lima gebruikt kan indringers maar moeilijk tegenhouden.

    In het kort

    • Illegale vissers en stropers bedreigen het bestaan van de inheemse bevolking in de Javari-vallei.

    • Gouddelvers vervuilen de rivieren met kwik. Er wordt gejaagd op beschermde diersoorten, zoals schildpadden.

    • Mensen die het reservaat binnendringen, moeten zwaarder worden gestraft, en er is meer geld nodig om het reservaat te beschermen.

    ‘Er is een kortere route,’ zegt hij, terwijl hij ergens in het halfduister een waterweg aanwijst die om de haven loopt. De haven is in het bezit van Funai, de Braziliaanse overheidsdienst voor de bescherming van de inheemse bevolking. De vissers laten hun kano’s vollopen, zegt Lima, dompelen zich onder en kunnen zo stilletjes de straal van het zoeklicht ontlopen.

    Warrige schoonheid

    Dit groepje houten hutten dat op palen boven de rivier uitsteekt, is een van de vier Funai-bases in de Javari-vallei. De vallei is een wildernis van dichte bossen, steile ravijnen en kronkelende rivieren, zonder wegen of mobieletelefoonnetwerken – en zonder politie. In de rivieren van Javari liggen anaconda’s en alligators op de loer; slangen, jaguars en schorpioenen zwerven door de bossen, apen krijsen in de bomen. Het is van een weelderige, warrige schoonheid die nog onbezoedeld is door menselijk ingrijpen.

    ANP 440182102
    Alleen de inheemse bevolking heeft toegang tot het reservaat in de Braziliaanse Javari-vallei, sinds 1998 de thuisbasis van zesduizend mensen uit acht verschillende stammen. Het bestaan van de isolados, zoals ze genoemd worden, wordt bedreigd door de zwaar vervuilende gouddelvers, veeboeren en commerciële vissers die zich tot diep in het hart van het gebied wagen. © Gary Calton / eyevine

    Gedurende meer dan tien jaar nadat het reservaat in 1998 werd opgericht, behoorden de zestien geïsoleerde inheemse stammen tot de best beschermde in Brazilië. Maar vandaag de dag wordt het reservaat op meerdere fronten binnengedrongen, waardoor de geïsoleerde groepen, die met pijl en boog of met blaaspijpen jagen en contact met de moderne samenleving vermijden, gevaar lopen. Contact met buitenstaanders kan dodelijk voor hen zijn, omdat zij geen immuniteit hebben opgebouwd tegen ziekten zoals griep.

    ‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe. Er is geen effectieve bescherming’

    ‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe,’ vertelde Beto Marubo, een inheemse leider in Javari, in april aan het Permanente Forum over Inheemse Aangelegenheden van de Verenigde Naties in New York. ‘Er is geen effectieve bescherming.’

    Inheemse leiders en medewerkers van Funai zeggen dat de conservatieve regering van president Michel Temer het instituut opzettelijk van middelen berooft, zodat ze de machtige lobby van de agro-industrie tevreden kan stellen. ‘Temer wil een einde maken aan inheemse gebieden,’ zegt João Gomes Kanamari, 49 jaar oud en stamlid van de Kanamari. ‘We hebben veel hout. We hebben veel goud en mijnbouwbronnen.’

    Op de Funai-basis in Atalaia do Norte, de stad die het dichtst bij het reservaat ligt, zijn de telefoons afgesloten en werkt het internet niet meer. Contracten voor brandstof en andere goederen worden opgezegd en het gerucht gaat dat de basis binnenkort wordt gesloten. ‘Als je het systeem verzwakt, werkt het niet,’ zegt Bruno Pereira, een medewerker van Funai die met geïsoleerde en voormalig geïsoleerde inheemse mensen in het reservaat werkt.

    Schildpadden

    Diep in de Javari-vallei kunnen vissers tot een halve ton pirarucu [een zoetwatervis] en zevenhonderd schildpadden vangen op een enkele tocht. Allebei zijn het beschermde diersoorten. Ook jagen ze op het land, waardoor geïsoleerde bevolkingsgroepen worden beroofd van waardevolle voedselbronnen.

    In de oostelijke regio’s van het land vervuilen illegale gouddelvers rivieren met kwik. Veeboeren rukken op vanuit het zuiden. In de buurt van de noordelijke grenzen worden drugs getransporteerd over de rivier de Solimões – afgelopen oktober werd na een schietpartij 776 kilo cocaïne in beslag genomen.

    De Unie van Inheemse Volken van de Javari-vallei heeft de Noorse regering om financiële steun gevraagd. ‘De invasies reiken tot gebieden waar de geïsoleerde groepen leven,’ zegt Paulo da Silva, de coördinator. ‘Maar onze handen zijn gebonden, we kunnen er niets tegen doen.’

    ANP 440181802 1
    – Expeditieleider Bruno Pereira en zijn team in de buurt van Rio Novo. © Gary Calton / Eyevine

    Op uitnodiging van zijn organisatie reisden verslaggevers van The Guardian met een Funai-team en inheemse bewoners in een open boot naar dorpen diep in Javari. Daarna trokken ze het bos in om de bewegingen van een geïsoleerde groep te volgen – wat neerkwam op een reis van zo’n 1020 kilometer. Het team onderzocht meldingen door de Marubo, die dicht bij het kleine, afgelegen gehucht São Joaquim een geïsoleerde stam hadden gezien.

    ‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat’

    Net buiten het reservaat vestigt Bruno Pereira, die de expeditie leidt, de aandacht op een ploeg commerciële vissers. Drie houten boten en een groep kano’s liggen afgemeerd in het water naast een groen, cirkelvormig net om pasgeboren arowana’s [vissen] mee te vangen, die als huisdier worden verhandeld.

    Vissers bedreigen de Korubo-stam, die diep in het reservaat woont, in het dorpje Vuku Maë aan de rivier. Naakt, ingesmeerd met het rode sap van urucumzaden of gekleed in kleine flarden stof zitten ze op boomstammen onder een rieten dak, terwijl om hen heen kinderen en kleine aapjes rondscharrelen. Ze vertellen dat het aantal invallen toeneemt. Die ochtend nog hebben vier vissers boven de hoofden van drie Korubo-kinderen waarschuwingsschoten gelost om ze weg te jagen. ‘We maken ons veel zorgen over hoe we kunnen vissen,’ zegt Txitxopi, een dorpshoofd. ‘We zijn bang.’

    Xuxu Korubo weet hoe kwetsbaar geïsoleerde inheemse mensen zijn: zelf leefde hij in het wild in het bos tot 2015, toen er contact ontstond met zijn groep. ‘Er waren veel gevechten met vissers,’ zegt Xuxu. Hij maakt zich zorgen om zijn drie broers, die nog steeds in het bos wonen met een andere geïsoleerde groep. ‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat.’

    Patrouilles

    De bossen van Javari krioelden voorheen van de houtkappers en kolonisten, maar buitenstaanders werden verdreven toen het gebied in 1998 een inheems reservaat werd. Internationaal geld maakte het voor Funai mogelijk om regelmatig patrouilles uit te voeren, maar die zijn grotendeels stopgezet.

    Afgelopen december nam een Funai-team zevenhonderd schildpadden en een halve ton pirarucu van een vissersploeg in beslag. Dat was mogelijk door de samenwerking met de plaatselijke politie – een uitzonderlijke gebeurtenis. Maar terwijl ze de vangst in beslag namen, voeren er alweer andere visserskano’s voorbij, zegt Gustavo de Souza, de plaatselijke coördinator van Funai. Het ontbreekt hem aan personeel en middelen om het gebied te bewaken, vertelt hij. Enkele maanden geleden werd een Funai-team beschoten door een andere groep vissers. Medewerkers van het instituut zijn doorgaans niet gewapend en er zijn geen duidelijke regels opgesteld om eventuele arrestaties te verrichten. ‘Het is gevaarlijk om achter vissers of jagers aan te gaan die gewapend zijn en werken in teams van zes,’ zegt De Souza.

    De budgetten van Funai slonken al voordat president Temer in 2016 aantrad. Hij decimeerde wat er nog van over was en zette de afbakening van nieuwe reservaten stop. Het budget waarmee Funai het inheemse land, dat 13 procent van het Braziliaanse grondgebied beslaat, moet beschermen en nieuwe gebieden moet afbakenen, bedroeg vorig jaar slechts 3,8 miljoen Britse pond, minder dan een derde van wat er in 2013 voor was uitgetrokken. Daarvan was slechts 380.000 pond opzijgezet voor de bescherming van de Javari-vallei. Daartegenover gaf Brazilië in 2017 60 miljoen pond uit aan huisvestingstoelagen voor goedbetaalde rechters, zelfs voor rechters in het bezit van een eigen huis. ‘Er is een politieke groep in Brazilië die Funai wil verzwakken,’ zegt De Souza, ‘om deze gebieden makkelijker te kunnen uitbuiten.’

    Veel vis

    Er is weinig begrip voor dergelijke zorgen in Atalaia do Norte. Volgens Roberto da Costa, 47 jaar en voorzitter van de plaatselijke vissersvereniging, komt dat doordat het reservaat te groot is. ‘Het is veel land voor weinig inheemse mensen,’ zegt hij, en hij voegt eraan toe dat de visserij een van de weinige inkomstenbronnen is in deze verarmde regio. ‘Soms betreden [de vissers] het land van de inheemse bevolking omdat ze wel moeten, omdat het nodig is voor hun familie,’ zegt hij. ‘Er zit daar veel vis.’

    ANP 440181724
    – Het team van de Braziliaanse overheidsdienst Funai op de Rio Itui, op zoek naar illegale vissers of houtkappers. © Gary Calton / Eyevine

    Op de vismarkt in Leticia, net over de Colombiaanse grens, verkopen marktkramers openlijk pirarucu. Ze zeggen erbij dat de vis uit Brazilië komt, waar die legaal alleen in kwekerijen gevangen mag worden, en geven het mobiele nummer van een man die levende baby-arowana’s te koop aanbiedt voor 50 Britse pence per stuk. Een mannetjesvis kan er wel tweehonderd in zijn bek houden.

    ‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee’

    Op een bijeenkomst in het houten schoolgebouw van het dorp Rio Novo, diep in het reservaat, spreken Marubo-bewoners hun woede en frustratie uit over het falen van het instituut om te voorkomen dat vissers hun gebied binnendringen. Ook uiten ze hun zorgen over in isolatie wonende ‘familieleden’, zoals ze hen noemen. ‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee,’ aldus Alderney Marubo van 45, de dorpsonderwijzer. ‘We willen toezicht houden op onze eigen rivieren.’ Zijn broer Daniel, 50 jaar en werkzaam bij de kliniek, vraagt om die reden om een boot met buitenboordmotor. ‘Het is ons land,’ zegt hij.

    Volgens Bruno Pereira zouden inheemse bewoners die over gps beschikken en geschoold zijn in landbeheer veel meer kunnen doen – zoals ook gebeurt in andere Amazonestaten als Pará, waar leden van de Munduruku-stam hun eigen land in kaart hebben gebracht om druk uit te oefenen op een vastgelopen demarcatieproces. ‘We moeten hun meer macht geven,’ aldus Pereira. Hij is voorstander van meer samenwerking tussen Funai, de politie en het Braziliaanse milieu-instituut. Ook wil hij zwaardere straffen zien voor mensen die het reservaat binnendringen, en meer geld om het reservaat te beschermen.

    Paulo da Silva van de Unie van Inheemse Volken zegt dat de mensen van de Javari-vallei een actievere rol moeten gaan spelen in het beheer van hun eigen gebied. Hij vertelt dat 36 inheemse bewoners onlangs een tiendaagse workshop van een non-profitorganisatie hebben bijgewoond. Daar leerden ze hoe ze gps en andere cartografische instrumenten kunnen gebruiken en hoorden ze ook hoe inheemse bewoners uit andere gebieden hun land bewaken. Dat was, aldus Da Silva, alvast een begin.

  • Natuur beschermen met je leven

    Natuur beschermen met je leven

    In het Nationaal Park Virunga in Congo kwamen de afgelopen twintig jaar al 170 parkwachters om het leven bij gevechten met stropers en rebellen. Toch neemt dankzij hun niet-aflatende inzet het aantal dieren weer toe.

    Het is vroeg in de ochtend, aan het Edwardmeer rijst de zon boven de vulkanen aan de oostelijke horizon. Boven het rimpelloze wateroppervlak hangt een laag mist. In het regenwoud leven olifanten, nijlpaarden en buffels, bewaakt door 26 parkwachters vanuit één enkel versterkt kamp. Plotsklaps wordt de stilte ruw verstoord. Er klinkt geschreeuw, er vallen schoten, het geratel van machinegeweren stijgt op. In groten getale rennen de aanvallers door de dichte begroeiing. Sommigen zijn zo dichtbij dat ze speren werpen en pijlen afschieten.

    Loodzwaar

    Later zullen de parkwachters hun commandanten vertellen dat ze door meer dan honderd man werden belaagd. 
De ongelijke strijd duurt drie kwartier. Wanneer hun ammunitie dreigt op 
te raken, trekken de bewakers zich 
uiteindelijk noodgedwongen terug. 
Ze hebben de lichamen van drie dode collega’s bij zich. Onder hun tegenstanders zijn minstens tien doden gevallen. ‘Dit is een loodzwaar beroep. Het is verschrikkelijk om collega’s en vrienden te verliezen. Maar we hebben hier bewust voor gekozen en kennen de risico’s die eraan kleven,’ zegt Innocent Mburanumwe, adjunct-directeur van het Nationaal Park Virunga, een uitgestrekt gebied van ruim 8000 vierkante kilometer regenwoud, bergen en savanne in het oosten van Congo.

    Het gevecht van vorige zomer was het hevigste in jaren. Er was weinig reden voor vreugde toen het kamp vier uur na de terugtrekking weer werd ingenomen. De ‘sluimerende oorlog’, zoals Mburanumwe deze uitputtingsslag in het Virunga-park noemt, heeft in twintig jaar tijd aan meer dan 170 opzichters het leven gekost, wat het natuurpark de reputatie van een van de gevaarlijkste reservaten ter wereld oplevert. ‘Iedere dag als de opzichters op pad gaan, weten we dat ze onder vuur kunnen komen te liggen. We weten dat een van ons kan sneuvelen, een collega, of wijzelf,’ zegt Mburanumwe.

    Een 25-jarige zilverrug-berggorrila in Nationaal Park Virunga. – © Getty
    Een 25-jarige zilverrug-berggorrila in Nationaal Park Virunga. – © Getty

    Virunga, het leefgebied van tal van zeldzame en beschermde diersoorten, waaronder ’s werelds grootste populatie berggorilla’s, wordt van alle kanten bedreigd. Je hebt de gewapende rebellen, gehard door de jarenlange strijd tegen de Congolese regeringstroepen of die van naburige landen, zelfverdedigingsmilities en lokale bandieten, 
en bushmeat- en ivoorstropers. Tel daarbij op de lucratieve houtskoolindustrie en de bijbehorende houtkap, 
en de illegale visserij.

    De afgelopen maanden werd Congo opnieuw geplaagd door talloze geweldsuitbarstingen, die herinneringen oproepen aan de burgeroorlog die van 1997 tot 2003 in het land woedde en niet alleen aan vijf miljoen mensen het leven kostte maar ook de dierenpopulatie in het oudste Congolese natuurreservaat flink heeft uitgedund.

    Waarnemers hopen dat een catastrofe uitblijft, maar hulporganisaties menen dat het enorme Afrikaanse land ‘op de rand van de afgrond balanceert’. Door het oplaaiende geweld zijn meer dan 4,5 miljoen mensen ontheemd geraakt, rebellen hebben duizenden slachtoffers gemaakt en 2 miljoen kinderen worden met de hongerdood bedreigd. Met het vooruitzicht van verkiezingen aan het einde van het jaar is de strijd om land en natuurlijke rijkdommen verhevigd. De nieuwe instabiliteit vormt een bedreiging voor het natuurreservaat. Sinds januari vinden er gevechten plaats tussen Congolese troepen en soldaten van buurland Rwanda, en in het noordelijke deel 
was er een offensief van de gewelddadige islamitische militie die vorig jaar verantwoordelijk was voor de 
dood van veertien VN-soldaten.

    De parkopzichters worden geworven in omliggende dorpen. Het merendeel is getrouwd en heeft een groot gezin. De parkwachters die zich in de frontlinie bevinden, zijn vaak jong. David Nezehose, 29 jaar, leidt het hondenteam van de opzichters. ‘Ik ben naast het reservaat opgegroeid, dus ik weet hoe belangrijk natuurbehoud is. Mijn opa was hier veertig jaar geleden gids,’ 
zegt hij. ‘Ik wil de gorilla’s, onze buren, graag beschermen.’

    Tegen de tijd dat de relatieve vrede was hersteld, lang na Mobutu’s chaotische val in 1997, was de populatie berggorilla’s geslonken tot een zorgwekkend aantal van driehonderd

    Er is een klein maar groeiend aantal vrouwen onder de zevenhonderd parkopzichters die het reservaat op dit moment verdedigen. Angèle Kavira Nzalamingi, 25 jaar, traint de nieuwe rekruten. Ze heeft de marathon van Londen gelopen en hoopt zich nu aan te sluiten bij de snellereactiemacht. Nzalamingi’s carrièrekeuze viel niet 
bij iedereen in de conservatieve, kleine gemeenschap waar ze vandaan komt in goede aarde. ‘Mijn familie is trots 
op me, maar veel dorpsbewoners vinden dit geen vrouwenwerk,’ zegt Nzalamingi. ‘Maar ik wilde laten zien dat wij hetzelfde kunnen als mannen.’

    Het lot van het Virunga-reservaat gaat hand in hand met de situatie van het land. Het nationaal park werd in 1925 opgericht door de Belgische autoriteiten. In de nasleep van de in 1960 uitgeroepen onafhankelijkheid stond het park er slecht voor, maar onder president Mobutu Sese Seko, de flamboyante, spilzieke dictator die in 1965 de macht greep, keerde het tij.

    Augustin Kambale, een opzichter met een lange staat van dienst, kan zich nog herinneren dat duizenden toeristen het reservaat in de jaren tachtig en de vroege jaren negentig bezochten. ‘De neergang begon met de genocide 
in Rwanda, in 1994, toen een miljoen vluchtelingen de grens overstak en neerstreek in kampen rondom het natuurpark. Ze brachten wapens met zich mee, die zich al snel onder de lokale bevolking verspreidden. De 
situatie was verschrikkelijk,’ zegt de 57-jarige Kambale.

    Tegen de tijd dat de relatieve vrede was hersteld, lang na Mobutu’s chaotische val in 1997, was de populatie berggorilla’s geslonken tot een zorgwekkend aantal van driehonderd. In 2007 voltrok zich ‘een ommekeer’, aldus Kambale, toen verschillende liefdadigheidsinstellingen, de Europese Unie en het Congolese Natuurbeschermingsinstituut de handen ineensloegen. De nieuw aangestelde directeur Emmanuel de Merode, een Belgische aristocraat, voerde ingrijpende hervormingen door. De parkwachters werden beter uitgerust, beter opgeleid én beter betaald. Op dit moment bedraagt 
het maandloon 250 dollar, naar lokale maatstaven een enorme som geld. Er kwamen ontwikkelingsprojecten van de grond – initiatieven, gericht op 
de lokale bevolking, en de bouw van waterkrachtcentrales – om zo de lokale economie een impuls te geven en op die manier, naar men hoopt, de aantrekkingskracht van rebellengroepen en criminele bendes te verminderen onder de zes miljoen Congolezen die 
in de nabije omgeving wonen.

    Een groep gewapende parkwachters poseert bij een van de ingangen van het reservaat. – © Thierry Falise / Getty Images
    Een groep gewapende parkwachters poseert bij een van de ingangen van het reservaat. – © Thierry Falise / Getty Images

    Virunga telt op dit moment duizend berggorilla’s. Ook andere dierpopulaties, zoals die van de bosolifant, zijn toegenomen, en het natuurpark staat weer op de kaart bij toeristen. Lokale bestuurders bejubelen het perspectief dat het park de hele regio, een van de armste van Afrika, biedt. ‘Stel je eens voor wat het betekent als we hier tienduizend toeristen per jaar zouden ontvangen,’ zegt Julien Paluku, gouverneur van de provincie Noord-Kivu.

    Maar de lokale economie valt of staat met de veiligheidssituatie. Toen een rebellengroep in 2012 de provinciehoofdstad Goma binnenviel, werd het park gesloten. Op de hobbelige, stoffige weg naar Virunga zijn militaire checkpoints ingericht. Met roestige AK47’s bungelend aan de schouder, ogen verborgen achter een zonnebril, voeren gedemoraliseerde, slecht uitgeruste regeringssoldaten willekeurige controles uit om de illegale handel in bushmeat en houtskool te bestrijden.

    In een cellenblok op het hoofdkwartier van het park worden smokkelaars en stropers vastgehouden tot ze aan de lokale autoriteiten worden overgedragen. Voor het gebouw staat een vrachtwagen met een lading in het reservaat geproduceerde houtskool ter waarde van circa 7000 dollar. De vracht zal onder ziekenhuizen worden verdeeld. In een van de cellen ligt de 24-jarige chauffeur, Jean-Paul Gambale. ‘Ik weet dat het verkeerd is, maar ik heb vier kinderen die ’s avonds een rammelende maag hebben. Mijn baas had me 15 dollar toegezegd als ik de vrachtwagen zou besturen.’

    Zelden gepakt

    De parkwachten geven toe dat de 
echte verantwoordelijken zelden worden gepakt. Op een muur buiten het cellenblok hangt een aanplakbiljet van een gezochte grote vis, omschreven als een ‘zware crimineel en kandidaat voor de nationale parlementsverkiezingen’.

    ‘Uiteindelijk zullen we al deze problemen overwinnen,’ zegt Kambale, de ervaren parkwachter. ‘Ik weet dat het bergopwaarts zal gaan met Virunga. Op een dag zijn de gewapende groepen, de criminelen en de stropers verdwenen, dan lopen hier toeristen rond en kunnen de dieren ongestoord leven. Daar ben ik heilig van overtuigd.’

    screenshot 2018 05 02 13 25 31

    Auteur: Jason Burke

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766

    Onafhankelijk kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.