Amerikanen zijn dol op klassieke oplichters, schrijft Rachel Monroe. Ze zijn de ultieme belichaming van een typisch Amerikaanse mythe dat je bijna alles kunt worden wat je wilt. De ‘con man’, het is bijna altijd een man, is daarmee een van de niet-erkende grondleggers van Amerika. Maar Richie Peterson maakte het wel heel erg bont.
In het voorjaar van 2016 is Missi Brandt na vier loodzware jaren net weer een beetje opgekrabbeld. Ze is 45, al drie jaar van de alcohol af en haar leven is na een stormachtige scheiding in rustiger vaarwater beland. Ze woont met haar dochtertjes in een voorstad van St. Paul in Minnesota en werkt als stewardess. Missi vindt dat ze wel weer toe is aan een serieuze relatie, dus maakt ze een profiel aan op OurTime.com, een datingsite voor mensen van middelbare leeftijd.
Tussen de vele hopeloze gevallen – de wanhopige, de depressieve, de nog-net-niet-gescheiden types – springt de 45-jarige Richie Peterson eruit. Hij is beroepsofficier bij de marine, Afghanistanveteraan en nu bezig met een doctoraalstudie politieke wetenschappen aan de universiteit van Minnesota. Missi ‘liket’ zijn profiel en hij stuurt haar meteen een bericht en belt haar nog diezelfde middag. Ze praten over hun kinderen (hij heeft er twee, zij drie), hun respectievelijke scheidingen, de overwinning van hun drankprobleem. Richie vertelt haar dat hij nu met vakantie is in Hawaï, maar ze spreken af om elkaar te ontmoeten zodra hij terug is.
Een paar dagen later zal hij haar komen ophalen voor hun eerste afspraak, maar Richie is nergens te bekennen en hij reageert ook niet op haar apps. Missie zit thuis in haar zitkamer, nu eens woedend op hem (omdat hij haar heeft teleurgesteld) en dan weer op zichzelf (omdat ze zulke hoge verwachtingen had en dus teleurgesteld kon worden). ‘Ik dacht bij mezelf: Wat een sufferd ben ik toch. Hij zit natuurlijk lekker thuis met zijn vrouw en kinderen.’
Om tien uur die avond stuurt ze hem nog één laatste bericht: ‘Dit is onvergeeflijk.’ Een paar minuten later krijgt ze antwoord van Richies vriend Chris, die meldt dat Richie een auto-ongeluk heeft gehad. Het gaat gelukkig goed met hem, maar de artsen willen nog wat onderzoeken doen, omdat hij in Afghanistan aan zijn hoofd gewond is geraakt. Chris stuurt Missie een foto van Richie in een ziekenhuisbed, een beetje gebutst, vrolijk lachend tegen de camera. Missie voelt een golf van opluchting omdat Richie niets mankeert en omdat haar argwaan onterecht was.
Als ze hem uiteindelijk in levenden lijve ontmoet, is haar opluchting nog groter. Richie is lang en charmant, praat makkelijk, kan goed luisteren en wil kennelijk graag een relatie. Soms doet hij een beetje onhandig, maar dat schrijft Missi toe aan zijn gebrek aan ervaring – hij heeft haar verteld dat hij al in acht jaar niets met een vrouw heeft gehad. En het is leuk om met hem uit te gaan. Richie heeft een goede neus voor de aangename dingen des levens – dure restaurants, viersterrenhotels – en hij wil altijd per se de rekening betalen. Hij heeft bij een jachthaven in de buurt een motorboot liggen en neemt Missi en haar dochters vaak mee voor een middag op het water. De meisjes kunnen het goed met hem vinden, en ook met zijn hond. Richie laat vallen dat zijn nicht Vicki voor dezelfde luchtvaartmaatschappij werkt als Missi. De twee vrouwen hebben niet vaak samen dienst, maar ze kennen elkaar wel. Missi vindt het een grappig toeval. ‘Zeg maar niks tegen haar over ons,’ zegt Richie. ‘Op een dag verschijnen we samen op een familiefeestje en dan weet ze niet wat ze ziet; dat zal een goeie grap zijn.’
Als ze een paar maanden een relatie hebben, meldt ze zich een keer ziek voor haar werk en wordt prompt ontslagen. Richie neemt de rol van kostwinner op zich. Hij zegt dat hij de komende maanden wel haar vaste lasten zal betalen, dat ze zich geen zorgen hoeft maken, eerst moet ze maar gewoon haar leven weer op een rij krijgen en tijd aan de kinderen besteden. Misschien kan hij haar en haar kinderen wel opnemen in zijn eigen verzekering via de universiteit. En misschien, zegt hij tegen haar, met het gulle zelfvertrouwen van een rijk man, hóéft ze helemaal niet te werken. Dat aanbod trekt Missi eigenlijk niet zo erg – ‘Ik zag het niet zitten om thuisblijfmoeder te zijn,’ zegt ze – maar ze ziet het als een teken dat hun relatie serieus wordt.
Drama
Hoe langer ze met elkaar omgaan, hoe meer problemen er opduiken. Richie zegt vaak dat hij ‘niet aan drama doet’, maar het drama lijkt hem toch te achtervolgen. Het is alsof elk appje van hem weer een nieuwe ramp aankondigt. Hij moet zijn dochter Sarah naar een afkickkliniek brengen; hij moet zijn geliefde shih tzu Thumper laten inslapen. Richie heeft terugkerende medische problemen, overgehouden aan zijn diensttijd en Missi moet hem continu bij het ziekenhuis afzetten of ophalen. Hij zegt telkens plannetjes af, of komt gewoon niet opdagen als hij ergens wordt verwacht. Elke keer als Missi er genoeg van krijgt – waarom ben ik eigenlijk uit een beroerd huwelijk gestapt, als ik deze beroerde relatie ervoor in de plaats krijg? – is er weer een nieuwe tragedie (zijn moeder is gestorven, hij krijgt een motorongeluk), en dan laat ze zich weer vermurwen.
Op een dag begin augustus kijkt Missi uit een ondefinieerbaar voorgevoel stiekem in Richies portefeuille. Daarin zit een identiteitsbewijs van de staat Minnesota. De foto is onmiskenbaar van Richie, alleen de naam is heel anders: Derek Mylan Alldred. In de portefeuille zitten ook creditcards op naam van ene Linda. De moed zinkt Missi in de schoenen. Ze heeft al een tijdje een zeurend gevoel dat er iets niet klopt in hun relatie, maar die gedachte heeft ze steeds van zich afgezet omdat vindt dat ze niet zo wantrouwig moet zijn. De raadselachtige dingen in zijn portefeuille lijken te bevestigen dat Richie verwikkeld is in een of andere vorm van bedrog, al kan ze nog niet alle details daarvan overzien.
Als Missi ‘Derek Alldred’ googelt, komen er een stuk of vijf politiefoto’s van Richie/Derek op, en ook nieuwsberichten met onheilspellende koppen erboven, zoals ‘zwendelaar’ en ‘lange geschiedenis van bedrog’. Missi gaat op de bank zitten en leest langzaam, woord voor woord elk artikel dat ze kan vinden: Derek Alldred is met een vrouw getrouwd, heeft gedaan alsof hij de maandelijkse kosten voor hun huis betaalde en is vervolgens verdwenen toen de bank het huis opeiste. Derek Alldred heeft zich voorgedaan als chirurg, is met een vrouw en haar twee dochters ingecheckt in het chique Saint Paul Hotel, heeft de rekening laten oplopen tot bijna tweeduizend dollar en toen zonder te betalen het hotel (en de vrouw) verlaten.
Al lezend voelt Missi zich misselijk worden, alsof haar lichaam protesteert tegen de gedachte dat haar vriend geen wetenschapper en oorlogsheld is, maar een seriezwendelaar. En die creditcards in zijn portefeuille blijven door haar hoofd spoken: ‘Er moet verdorie nog iemand zijn die de pineut is,’ denkt ze. Het kost enig speurwerk, maar uiteindelijk lukt het haar om Linda te achterhalen op Facebook. Ze stuurt haar een bericht: ‘Je denkt vast dat ik gestoord ben,’ begint het.
De 46-jarige Linda Dyas ziet Missi’s bericht terwijl ze in het huis is dat ze deelt met Rich Peterson, die nu zeven maanden haar vriend is. Linda, een lange, blonde vrouw die altijd vol grapjes zit, heeft een nare scheiding achter de rug als ze Rich leert kennen op NoTime.com, en hij lijkt bijna te mooi om waar te zijn: een christelijke ex-militair, conservatief, net als zij. Als de ober bij hun eerste afspraakje hun borden op tafel heeft gezet, doet Rich zijn ogen dicht en zegt een prachtig gebed op. ‘Toen was ik helemaal verkocht,’ vertelt Linda in een wijnbar in St. Paul waar we hebben afgesproken. ‘Daar zat ik, op een eerste afspraakje, en hij gaat gewoon bidden in een restaurant. Het was zo ontroerend.’ Linda is verliefd. ‘Tot over mijn oren, wat denk je?’ zegt ze. ‘Binnen twee weken was hij voortdurend bij mij over de vloer.’
Na een paar maanden verliest Linda haar baan bij een financiële dienstverlener, maar Rich geeft haar het gevoel dat het niet erg is. Hij vindt een huurhuis in een chique voorstad van St. Paul, een huis dat ze zich in haar eentje nooit zou kunnen veroorloven, en zij en haar zesjarige zoon trekken erin. Linda hangt haar kleren naast de marine-uniformen van Rich; hij hangt de ingelijste oorkondes voor zijn verdiensten als militair – een Purple Heart en een Silver Star – aan de muur. Op een dag stuit ze op papieren van een spaarrekening van honderdduizend dollar die hij stilletjes heeft afgesloten voor de studie van haar zoon, en haar hart zwelt van liefde.
Maar de laatste tijd zijn er wat hobbels in hun relatie. Rich drinkt veel en al die ritjes naar het ziekenhuis – volgens hem vanwege de gevolgen van zijn oorlogsverwondingen – zijn doodvermoeiend. Als Linda Missi’s bericht leest, doet ze het eerst af als kwaadwilligheid van een jaloerse ex. Maar ze heeft al een paar weken het vage gevoel dat het tussen haar en Rich niet helemaal goed zit. Als ze na een paar dagen eindelijk de links opent die Missi haar heeft gestuurd, snapt ze waarom. ‘Mijn eerste instinct was: hoe krijg ik hem het huis uit?’ vertelt ze. Dat probleem lost hij zelf voor haar op, door aan te kondigen dat hij weer zo’n pijn heeft, hij moet echt naar de eerste hulp. Linda zet hem daar af en belt op weg terug naar huis de politie. Daarna blijft ze uren op. Om drie uur die ochtend laat Derek haar weten dat hij een Uber-taxi naar huis neemt, en Linda waarschuwt de politie. Als ze door haar raam de rood-blauwe lichten ziet flitsen, stuurt ze een bericht aan Missi, om haar te laten weten dat Derek is opgepakt.
Uiteindelijk komt Linda erachter dat Derek Alldred niet alleen heeft gelogen over zijn naam, zijn baan en zijn verleden – hij heeft ook haar spaarrekening leeggehaald om zijn verzonnen leven te financieren. Al bladerend door haar bankafschriften ziet ze de puzzelstukjes op hun plaats vallen: hoe hij haar creditcard voor noodgevallen uit haar juwelenkistje heeft gestolen, nieuwe betaalpassen op haar naam heeft aangevraagd om daarmee vervolgens chique etentjes en reisjes naar Hawaï met haar en andere vrouwen te betalen; hoe hij geld uit haar pensioenpotje heeft weten te halen om de creditcardnota’s te betalen, en om een boot en twee motorfietsen te kopen, zogenaamd als cadeautje voor haar; hoe hij haar telkens vroeg om hem bij het ziekenhuis af te zetten, waar Missi hem dan weer kwam ophalen zodra zij uit het zicht was; hoe haar naam op de een of andere manier de enige naam onder het huurcontract voor het huis is en zij nu dus aansprakelijk is voor de huur die ze niet kan betalen.
Als Linda’s hond de kamer binnen dartelt, moet Missi lachen: “Thumper!” zegt ze. “Ik dacht dat jij dood was!”
De avond na de arrestatie van Derek komt Missi naar haar toe, zodat Linda niet alleen hoeft te zijn. Als Linda’s hond de kamer binnen dartelt, moet Missi lachen: ‘Thumper!’ zegt ze. ‘Ik dacht dat jij dood was!’ (Dereks moeder leeft ook nog, horen ze later). Op het eerste gezicht hebben de twee vrouwen weinig gemeen. Missi is nuchter en ontspannen, met een yin en yang-symbool op haar grote teen getatoeëerd, terwijl Linda een typische conservatieve veteranenechtgenote is met het slepende accent dat haar Texaanse wortels verraadt. Maar de absurditeit van de situatie waarin ze samen zitten, schept een band.
De volgende dag, net als de politie van Washington County bij Linda thuis is om haar verklaring op te nemen, wordt er een pakje bij haar bezorgd, geadresseerd aan Rich Peterson. Linda neemt het pakje voorzichtig aan – het lijkt wel een boodschap vanuit een andere realiteit. Een van de politiemensen zegt dat ze het net zo goed kan openmaken: ‘Hij is toch geen echte persoon.’ In de doos zitten whisky en chocolade en een lief kaartje met ‘beterschap’ erop, van een vrouw die aan de afzender te zien maar een paar wijken bij haar vandaan woont.
Linda stuurt een bericht aan Missi en die stelt een heel dossier van artikelen over Dereks misdaden samen, dat ze naar de derde vrouw brengt, Joy (die alleen met haar tweede naam genoemd wil worden). Dat weekend komt Joy bij Linda langs en onder het soldaat maken van een fles wijn proberen de twee vrouwen de puzzelstukjes in elkaar te passen van de manier waarop zij zo enorm bij de neus zijn genomen. Ook Joy, een 42-jarige IT-manager, leert ‘Rich’ leren kennen op OurTime.com, in februari. Hij vertelt haar dat hij hoogleraar is en vrijwilligerswerk doet bij een daklozenopvang in het centrum. (Later ontdekken de vrouwen dat hij in feite in die opvang woonde, voordat hij bij Linda introk.) Ze hebben een paar maanden verkering gehad, tot ‘zijn leven één en al drama werd’, zoals Joy zegt. Ze maakt het uit, maar ze blijven vrienden. Op Onafhankelijkheidsdag stuurt hij haar nog een foto van zichzelf met zijn armen om Missi en haar kinderen heen, op de boot die Linda heeft betaald. ‘Ik heb een boot gekocht en ben vandaag een tochtje gaan maken met mijn zus en haar kinderen’, schrijft hij erbij. ‘Mijn leven is weer wat tot rust gekomen, zullen we het nog eens proberen?’ Joy besluit hem nog een kans te geven. Later ontdekt ze dat hij voor bijna achtduizend dollar aan sieraden van haar heeft gestolen, evenals haar paspoort en geboorteacte.
Het leven dat Derek – het is nog steeds lastig om hem niet per ongeluk Rich te noemen – voor zichzelf heeft verzonnen, is goed doordacht: hij heeft een e-mailadres van de universiteit van Minnesota en een persoonlijk pasje waarmee hij de beveiligingspoortjes van universiteitsgebouwen kan openen. Hij heeft de gewoonte om vanuit een collegezaal ‘tussen de colleges door’ met de vrouwen te FaceTimen. Hij voert urenlange telefoongesprekken – zogenaamd met zijn commandant, het hoofd van zijn faculteit of zijn dochter Sarah, drie mensen die niet blijken te bestaan – waarbij Linda inderdaad een stem aan de andere kant van de lijn hoort. Hij bezit uniformen en medailles en een stapel ingelijste, officieel uitziende oorkondes: een Purple Heart en een Silver Star, een lidmaatschap van commandoteam Team One, een diploma van een marinecursus mijnopruiming onder water. Er zijn zo veel tastbare voorwerpen die Dereks verhalen ondersteunen dat zelfs als er een sprankje twijfel opkomt, de vrouwen dat onderdrukken – het kan toch onmogelijk allemaal nep zijn, zeggen ze dan tegen zichzelf. Dat zou idioot zijn.
Er is nog een onderwerp dat in de gesprekken van de vrouwen telkens terugkeert: ‘We wisten ook dat er meer slachtoffers moesten zijn,’ zegt Lisa.
Amerikanen zijn dol op de klassieke oplichter. Met zijn nonchalance, zijn vrolijke weigering om bij één categorie of klasse te horen, zijn vermogen om zichzelf telkens opnieuw uit te vinden is de con man (het is bijna altijd een man) de ultieme belichaming van een van de meest typisch Amerikaanse mythes: je kunt bijna alles zijn wat je wilt! ‘De oplichter’, aldus schrijver Lewis Hyde, ‘is een van de niet-erkende grondleggers van Amerika.’
Oplichters gedijen in tijden van verwarring. ‘Een overgangsperiode is het geliefde speelterrein van de oplichter,’ schrijft Maria Konikova in The Confidence Game, een onderzoek naar de manier waarop zwendelaars de menselijke psychologie manipuleren. ‘Niets bezorgt hem meer plezier dan profiteren van de onrust die je ervaart als je vertrouwde wereld verandert.’ Het eerste grote tijdperk van de Amerikaanse fraudekunstenaar begon halverwege de negentiende eeuw. Het land was snel aan het verstedelijken; plaatsen die vroeger ver weg lagen, werden nu via spoorlijnen met de rest van het land verbonden. Amerikanen kwamen meer vreemden tegen dan ooit en dankzij de groeiende economie hadden ze meer geld dan eerdere generaties. Al die vreemdelingen en al dat geld leidden tot een tijd waarin alles was gebaseerd op vertrouwen, een tijd die vanwege zijn ‘onbegrensde geloof in menselijke beloften’ de inspiratiebron werd voor het satirische The Gilded Age van Mark Twain en Charles Dudley Warner.
Ook het internettijdperk met zijn eindeloze hoeveelheid vreemden en snel veranderende sociale mores is vruchtbare grond voor oplichters. Het Internet Crime Complaint Center van de FBI, dat zich bezighoudt met internetcriminaliteit, heeft in 2016 meer dan 300.000 klachten binnengekregen, wegens diefstal van in totaal meer dan 1,3 miljard dollar. Daarvan ging het bij 14.500 meldingen om relatiefraude, een cijfer dat sinds 2011 meer dan verdubbeld is. In 2016 was relatiefraude de op een na meest lucratieve vorm van internetfraude (na kabelfraude), die oplichters in totaal bijna 220 miljoen dollar heeft opgeleverd. Ter vergelijking: in dat jaar verspeelden de Amerikanen slechts 31 miljoen dollar aan phishing, zo’n 2,5 miljoen aan virusaanvallen en 1,6 miljoen aan nep-goede doelen.
De FBI waarschuwt dat ‘vooral vrouwen boven de veertig, die gescheiden, weduwe en/of gehandicapt zijn’ doelwit zijn van datingzwendel. In veel gevallen worden vrouwen online het hof gemaakt door mannen die beweren dat ze als militair naar Afghanistan zijn uitgezonden of op een olieplatform in Qatar werken. Na weken of maanden van intieme e-mails, tekstberichten en telefoontjes, heeft het zogenaamde vriendje dringend geld nodig om een kapotte laptop te kunnen vervangen of voor een vliegticket naar huis. Bij sommigen, zoals Derek of zoals ‘Dirty John’ Meehan wiens romantische bedrog vorig jaar werd onthuld door de Los Angeles Times, loopt een onlineromance uit op fysieke neprelatie, waarbij de oplichter soms met zijn slachtoffer gaat samenwonen of zelfs met haar trouwt. Derek is bijzonder omdat hij zo veel slachtoffers maakt: vaak heeft hij twee of drie relaties tegelijk aan de hand. Ontdekt een vrouw de waarheid, dan gaat hij snel naar een andere.
Volgens justitie geeft maar vijftien procent van de fraudeslachtoffers de misdaad aan bij de autoriteiten, voornamelijk uit ‘schaamte, schuldgevoel, gêne en ongeloof’. ‘Je voelt je echt heel ellendig over jezelf,’ zegt Missi, en ze imiteert het lelijke stemmetje in haar hoofd: ‘Wat ben jij een stom, stom, oerstom wijf.’
Maar Dereks slachtoffers laten zich er niet door hun schaamte van weerhouden om naar buiten te treden. Velen doen wel degelijk aangifte tegen hem – en komen er dan achter dat hij de kans dat hij de consequenties ervan moet dragen paradoxaal genoeg juist kleiner heeft gemaakt, doordat hij hen zo ver meevoerde in zijn bedrog.
Obsessie
De politie laat Derek na 48 uur gaan en zegt tegen Linda dat ze een sterkere zaak tegen hem willen opbouwen (volgens een woordvoerster van de politie heeft de officier van justitie besloten dat de beschuldigingen van fraude in de rechtszaal waarschijnlijk niet overeind blijven. Het leven van Linda is zo verstrengeld met dat van Derek dat het te lastig zal worden om te bepalen welke creditcardbetalingen frauduleus zijn en welke niet.) Zeven maanden later vaardigt de politie eindelijk een arrestatiebevel tegen Derek uit, omdat hij zich heeft voorgedaan als politieman. Maar dan is hij allang verdwenen.
Terwijl Linda haar financiën uitpluist, duikt haar schoonzus in oude nieuwsberichten over Derek, op zoek naar informatie waarmee hij voor de rechter kan worden gebracht. De meeste vrouwen die in die berichten aan het woord komen, zijn anoniem of worden alleen met hun voornaam genoemd. Een vrouw die Cindi Pardini heet, gebruikt echter wel haar volledige naam. Zij woont in San Francisco en werkt in de tech-industrie en volgens haar heeft Derek in 2013 in een paar maanden tijd honderdduizenden dollars (en 660.000 airmiles) van haar gestolen. Linda stuurt Cindi een bericht via Facebook en merkt al snel dat Cindi als een soort onofficieel vertegenwoordigster van Dereks aanklaagsters fungeert. Omdat haar naam als een van de weinige vindbaar is in verband met de zijne, sturen vrouwen die door Derek zijn bedrogen, berichten naar Cindi via Twitter, Facebook en LinkedIn. Zij onderhoudt contact met twaalf slachtoffers.
Cindi is niet altijd gemakkelijk in de omgang. Aan de telefoon met de andere slachtoffers kan ze urenlang doorpraten over Derek en de problemen die hij haar heeft bezorgd: hoe hij haar bankrekening heeft leeggehaald, haar kredietwaardigheid heeft ondermijnd en haar wereldbeeld overhoop heeft gegooid. ‘Ik zat niet goed in mijn vel toen,’ geeft Cindi nu toe. ‘Dit heeft de afgelopen vijf jaar mijn hele leven beheerst. Mijn vrienden en familie zeggen nu: “Waarom hou je er niet mee op? Je gaat eraan onderdoor.”’
Maar juist door die obsessie wordt Cindi de koppigste speurster in de zaak. Ze houdt zorgvuldig al het nieuws over Dereks wandaden bij en stuurt het door naar de politie. Ze meldt zich ook bij Dereks dochter, een meisje van middelbare-schoolleeftijd, dat, zo ontdekt ze, geen contact meer met haar vader heeft. (De tweede dochter, Sarah, is een verzinsel.) En ze praat met een jeugdvriend van hem, die zegt dat Derek, die is opgegroeid in een rijke voorstad van San Francisco, al jong een lastpak was. Derek heeft vaak met Missi over zijn familie gepraat en zo blijken in ieder geval een paar dingen die hij haar heeft verteld, te kloppen. ‘Dan had hij het erover dat het zulke lieve mensen waren, en dat hij het zwarte schaap van de familie was,’ vertelt Missi. Cindi heeft contact met een van zijn eerste slachtoffers, een vrouw die Derek begin jaren negentig heeft leren kennen en er toen van overtuigd was dat hij medicijnen studeerde en belangrijk onderzoek deed naar taaislijmziekte.
Cindi voegt Linda toe aan een groepsapp met een aantal andere slachtoffers en het is voor Linda wel troostrijk om verhalen met hen uit te wisselen en te zien dat zij helemaal niet dom zijn. In ieder geval heeft Derek kennelijk een voorkeur voor intelligente vrouwen; onder zijn slachtoffers zijn een arts en een paar vrouwen uit de tech-industrie. Linda zelf werkt als ingenieur bij een kerncentrale. Maar wat de andere vrouwen vertellen over hun pogingen om Derek voor zijn daden te laten boeten, is niet hoopgevend.
JoAnn, een 43-jarige vrouw uit Minneapolis, die haar achternaam niet gepubliceerd wil hebben, leert in augustus 2014 ‘Derek Allarad’ kennen op Match.com. Hij vertelt haar dat hij advocaat is bij een groot kantoor in het centrum van de stad; in werkelijkheid is hij ondergedoken omdat er een arrestatiebevel tegen hem loopt voor het oplichten van het Saint Paul Hotel. In de drie maanden dat zij samen zijn geeft Derek zo’n 23.000 dollar uit met JoAnns creditcards. Als ze hem bij de politie aangeeft, krijgt ze te horen dat het waarschijnlijk verspilling van haar geld en tijd is om juridische stappen tegen hem te ondernemen. ‘De frauderechercheur zei tegen me dat het mij veel te veel geld zou kosten om een advocaat in de arm te nemen en hem voor de rechter te slepen,’ vertelt JoAnn. ‘Volgens hem zouden ze zeggen dat ik gewoon mijn ex-vriendje beschuldigde uit bitterheid. Hij zei: “Als ik u was, zou ik het maar laten gaan…”’ Zes maanden en vele telefoontjes later vergoedt de creditcardmaatschappij eindelijk de betalingen. Maar JoAnn heeft er nog altijd spijt van dat ze Derek niet voor de rechter heeft gesleept. ‘Al was het maar vanwege al die vrouwen die hij na mij nog heeft gekwetst,’ zegt ze.
Alles bij elkaar heeft Derek sinds 2010 waarschijnlijk van minstens twaalf vrouwen in totaal ongeveer een miljoen dollar afgetroggeld. Hij heeft verschillende namen en beroepen gebruikt, maar de identiteiten die hij aannam hebben altijd een element van financiële autoriteit of mannelijke stoerheid: gedecoreerd veteraan, chirurg, airmarshal, investeringsbankier. Zwendelaars weten maar al te goed dat een uniform de illusie versterkt, en Derek kleedt zich graag in chirurgenoutfit of met militaire versierselen. Hij laat zijn oog meestal vallen op vrouwen van in de veertig of vijftig, liefst gescheiden, liefst met een paar kinderen en een hond of twee. Vaak zitten zijn slachtoffers net in een moeilijke periode – zijn pas gescheiden, hebben een gewelddadige relatie achter de rug of zijn herstellende van een ernstig ongeluk – en hij presenteert zich dan als de held en de man die voor haar zorgt, die haar komt redden. Zelfs vrouwen die het niet moeilijk hebben als ze Derek leren kennen, merken algauw dat hun leven ontspoort door de chaos die hij met zich meebrengt – ze raken hun baan kwijt, krijgen paniekaanvallen, verliezen het contact met familieleden.
Dereks slachtoffers kijken toe en wachten af tot hij een keer een fout maakt. Maar voor zover de groeiende groep slachtoffers kan zien is hij nooit aangeklaagd voor een misdaad tegen een van de vrouwen die hij heeft opgelicht, alleen voor het oplichten van bedrijven. Kennelijk vertrouwt Derek erop dat de politie misbruik van creditcards vaak niet al te serieus neemt, wanneer slachtoffer en dader elkaar kennen. Zelfs in zaken waarin de politie Derek wel vervolgt, hoeft hij altijd maar kort de cel in. Of hij vertrekt gewoon uit de stad – zoals die keer in 2014, nadat hij is betrapt op voor duizenden dollars aan frauduleuze uitgaven bij luxehotels. Als hij uiteindelijk wordt opgepakt en terug naar Minnesota gebracht, overdrijven de aanklagers het fraudebedrag en vragen ze een borgsom van 100.000 dollar.
‘Is dat niet een beetje gortig?’ vraag de rechter.
‘Rechter, als ik iets mag zeggen…’ antwoordt de officier, ‘de beklaagde is een oplichter. Hij heeft een aantal slachtoffers opgelicht in de staat Minnesota. Hij maakt de hele wereld wijs dat hij betrouwbaar is en steelt geld van mensen die dat niet kunnen missen.’
De rechter wijst het verzoek af. Een maand of zes later wordt Derek vrijgelaten. Kort daarna – en ondanks het feit dat hij is vrijgelaten onder voorwaarde dat hij in Minnesota blijft – zit hij op een strand in Hawaï met weer een vrouw die denkt dat ze de volmaakte man heeft gevonden.
Jarenlang heeft Derek zijn straf weten te ontlopen door zich telkens te verplaatsen; de plaatselijke politie heeft niet de bevoegdheid om hem tot voorbij de staatsgrenzen te achtervolgen. Maar voor de vrouwen die hij tot zijn slachtoffers heeft gemaakt gelden die beperkingen niet. Zij beginnen zijn omzwervingen door het land te volgen, en gebruiken sociale media om nieuws en informatie te delen – en om anderen te waarschuwen.
Missi neemt contact op met haar vroegere collega bij de luchtvaartmaatschappij, Vicki, die een aangetrouwde nicht van Derek is – dat gedeelte van zijn verhaal is tenminste niet helemaal gelogen. Als Missi haar heeft verteld wat Derek heeft aangericht, belooft Vicki dat ze alle informatie die ze krijgt zal doorgeven. Via een familielid hoort Vicki dat Derek is weggegaan uit Minnesota en nu bij zijn moeder in Sedona, Arizona, bivakkeert, waar hij – hoera – nog een veroordeling voor rijden onder invloed open heeft staan. Op aandringen van Missi waarschuwt Vicki de plaatselijke politie, die hem begin september 2016 oppakt en hem een paar dagen in de plaatselijke gevangenis vasthoudt. Het is niet veel, maar de vrouwen zijn al blij dat hij tenminste enige straf moet ondergaan.
Nog schadelijker dan de financiële verwikkelingen is de buts die hun vertrouwen in de wereld heeft opgelopen, dat oergevoel dat de dingen zijn wat ze lijken
Maar Derek heeft een opmerkelijk vermogen om telkens weer dezelfde truc uit te halen. Na afloop van zijn straf voor het rijden onder invloed begint hij een relatie met een jonge vrouw, waarbij hij zich voordoet als Navy SEAL Richard Peterson. Al snel ontdekt zij dat hij sieraden van haar heeft gestolen en verpand. Hij wordt gearresteerd, geeft toe wat hij heeft gedaan, gaat weer de gevangenis in, maar komt op borgtocht vrij en verschijnt nooit op de rechtszitting waar zijn vonnis wordt gewezen. In januari 2017 duikt hij op in Las Vegas, waar hij weer een nieuwe vrouw heeft leren kennen. Hij wordt er lid van een country club, laat daar de rekeningen hoog oplopen en verdwijnt in april weer uit de stad.
Telkens als nieuwe slachtoffers contact opnemen met Cindi Pardini, voegt zij hen toe aan de groepsapp, zodat ze hun verhalen met de andere vrouwen kunnen delen. Het is frustrerend dat ze altijd pas over Dereks jongste escapades horen als het leed al is geleden. Zijn slachtoffers kijken toe en hopen dat hij binnenkort een fout maakt die hem voorgoed de kop kost.
Wie in de media genoeg verhalen leest over handige oplichters, krijgt vreemd genoeg bijna zin om zelf eens met zo’n type uit te gaan. In The Big Con, misschien wel hét standaardwerk over Amerikaanse oplichters, noemt David Maurer hen ‘de aristocraten van de misdaad’. Schrijver en recensent Luc Sante heeft eens geschreven dat ‘de beste een combinatie bezitten van superieure intelligentie, een brede algemene kennis, acteerkwaliteiten, vindingrijkheid, fysieke kracht en improvisatietalent, waarmee ze in elk beroep de top zouden kunnen bereiken’. In films worden ze gespeeld met veerkrachtige tred en een twinkeling in hun ogen: denk aan Paul Newman in The Sting, Leonardo DiCaprio in Catch Me If You Can. De oplichter ziet er goed uit in een pak en houdt van een grapje. (‘Humor is nooit ver van het hart van de oplichter’, schrijft Sante). En wie wil niet graag in de grap meedelen? Onze voorliefde voor verhalen over oplichters is voor een deel een manier om onszelf gerust te stellen: wij zouden nooit zo dom zijn om ons bij de neus te laten nemen. Daarom willen we slachtoffers van een oplichter graag afdoen als inhalig (‘Je kunt een eerlijk man niet bedriegen,’ wordt wel gezegd) of gewoon oliedom: als het hun eigen schuld is dat ze zijn opgelicht, dan kan het ons dus niet overkomen.
Maar een tijdlang praten met de mensen die door zo iemand zijn gekwetst, is een uitstekende manier om je fantasieën over oplichters kwijt te raken. Dereks slachtoffers moeten hun verdwenen kredietwaardigheid weer zien te herstellen en krijgen telefoontjes van deurwaarders. Sommigen zijn zo kapot door hun ervaring dat vroegere medische problemen zijn teruggekomen, of hebben moeite om weer aan het werk te gaan.
‘Je verliest gewoon hele dagen,’ zegt Linda. Zij heeft een muur behangen met memovelletjes waarop Dereks wandaden in kaart zijn gebracht: ‘Daar was ik mee bezig, en niet met het zoeken naar een baan; niet met het regelen van de zaken rond de motorfiets, de bankrekening, de ongedekte cheques; niet met leven.’ Zij was blijven zitten met de huur voor een huis dat ze zich niet kon veroorloven en wist net genoeg geld bij elkaar te schrapen om alles te betalen, behalve de allerlaatste maand; nu heeft ze een huisuitzetting op haar naam staan. Zij en haar zoon bivakkeren op de bank bij vrienden, terwijl ze op zoek is naar een plek waar ze kunnen wonen en haar ex-man is een procedure begonnen om de voogdij over hun zoon te krijgen.
Nog schadelijker dan de financiële verwikkelingen is de buts die hun vertrouwen in de wereld heeft opgelopen, dat oergevoel dat de dingen zijn wat ze lijken. ‘Ik was totaal in de war – word ik nou voor de gek gehouden, of ben ik alleen maar extreem wantrouwig?’ vertelt Dereks laatste slachtoffer uit Las Vegas. ‘Het is zo vergezocht – je denkt gewoon: Dit kan niet. Hij krijgt een rol in je leven, in het leven van je familie, in je financiële zaken. Ik wist niets eens dat er mensen bestonden zoals hij.’ De schade strekt zich ook uit naar de familie en vrienden van de vrouwen. ‘Voor mijn moeder werd het bijna haar dood,’ zegt Linda. ‘Hij zat vaak urenlang met haar te kletsen. Ze kon het niet bevatten: “Was dat allemaal een leugen?”’
Veel vrouwen die ik heb gesproken voelen de dezelfde behoefte, namelijk om duidelijk te maken dat dit niet zomaar een kwestie van datingbedrog is. Ze wijzen erop dat Derek ook ziekenhuizen en verzekeringsmaatschappijen heeft opgelicht, lang voordat hij vrouwen begint te ontmoeten op datingsites, en dat hij buiten die gescheiden veertig-plusvrouwen nog veel meer mensen heeft bedot. Hij palmt hun ouders in, hun vrienden en collega’s; hij overtuigt hotelpersoneel en Mercedesverkopers, bankiers, makelaars en artsen. Hij weet lidmaatschappen los te peuteren van countryclubs en toegangspasjes van ziekenhuizen. Hij gaat om met echte veteranen, die hem op zijn woord geloven.
Dereks slachtoffers blijven dit onderstrepen, ik denk omdat ze weten dat misdaden tegen vrouwen, vooral als die in de privésfeer worden gepleegd, vaak niet op waarde worden geschat. ‘Voor de politie is het een huiselijke twist, zijn woord tegen het hare,’ zegt Linda. ‘Zij stoppen het in het hokje echtscheidingen en familierecht.’ Ze vertelt dat een agent tegen haar heeft gezegd: ‘Tja, het heeft toch niemand echt kwaad gedaan? Wij hebben belangrijker zaken aan ons hoofd.’ De vrouwen weten dat sommige mensen zodra ze het woord datingbedrog horen, dat vertalen in ‘zielige, wanhopige vrouw’. Daarmee bedoelen ze dat deze vrouwen beter hadden moeten weten. Of misschien dat ze zelf schuld hebben aan hun slachtofferschap. Als een vrouw haar ex aangeeft omdat hij van haar heeft gestolen, wie zegt dan dat ze niet gewoon een gebroken hart heeft en uit is op wraak? Derek zelf bedient zich maar al te graag van dat soort stereotypen; wanneer een slachtoffer zijn ware identiteit ontdekt, dreigt hij soms om de buitenwereld wijs te maken dat ze een slechte moeder is of alcoholist, een gestoorde vrouw die niet te vertrouwen is.
Zelfs Dereks slachtoffers, die beter begrijpen hoe dit werkt dan wie ook, plaatsen in hun gesprekken met mij geregeld vraagtekens bij elkaars keuzes: hoe kon ze het zo lang laten doorgaan, waarom heeft ze hem bij zich laten intrekken terwijl ze hem nauwelijks kende, hoe kan het dat ze deze of die overduidelijke leugen niet heeft doorzien? Hoe hardnekkig het geloof is dat oplichters altijd anderen overkomen, bewijzen de vrouwen die in Derek Alldreds verzinsels zijn getrapt zelf. Als zij de zeer vergelijkbare verhalen van andere slachtoffers horen, denken ze toch vaak: Daar zou ik nooit ingetrapt zijn.
Sinds Missi en Linda op elkaars pad zijn gekomen, is er tussen hen het eigenaardige type vriendschap gegroeid dat kan ontstaan uit gedeelde narigheid. Derek heeft hun levens met elkaar vervlochten zonder dat zij daarom hebben gevraagd, door Missi mee uit varen te nemen op de boot die hij met Linda’s geld heeft betaald; door Missi foto’s te laten zien van Linda’s zoon, zijn ‘neefje’. Aanvankelijk hangt er een lichte onderhuidse spanning tussen de twee vrouwen, omdat Derek geen geld heeft gestolen van Missi, terwijl hij meer dan 200.000 dollar van Linda’s pensioenrekening heeft gehaald. Joy heeft de theorie geopperd dat Missi degene was van wie Derek echt hield, een idee dat Linda meteen van de hand wijst: ‘Die man is niet tot liefde in staat.’
Op een warme dag in het afgelopen voorjaar ga ik met Linda mee naar het huis van Missi, in een voorstad van St. Paul. We praten urenlang over Derek, ontleden zijn daden en speculeren over zijn motieven. Laat die avond vertelt Linda nog een krankzinnig deel van het verhaal, over een huis van een half miljoen dat Derek voor hen tweeën wilde kopen, tot het geld voor de aanbetaling opeens op mysterieuze wijze was verdwenen.
‘Als je zo naar Linda luistert, denk je toch: Hoe kon je dat zomaar geloven?’ zegt Missi.
‘Ik had wel iets anders te doen,’ zegt Linda een beetje geïrriteerd. ‘Al had hij tegen me gezegd dat de hemel paars was, dan nog had ik gezegd: “O ja? Oké.” Ik had zo veel aan mijn hoofd toen.’
‘En ik niet, dus ik sprak hem wel op dingen aan,’ zegt Missi. Opeens klinkt ze verdrietig. ‘Maar ik liet hem telkens weer terugkomen.’
Op 17 mei 2017 verlaat Richie Taylor het huis dat hij deelt met zijn nieuwe vriendin, Dorie, om bij zijn broer en schoonzus te gaan eten. Dorie zit een beetje doelloos door de foto’s te scrollen op de iPad die Richie thuis heeft laten liggen, tot ze er een ziet waarbij ze abrupt stopt. Het is een screenshot van een Instagrampost waarop een man in een ziekenhuisbed te zien is. In het bijschrift staat ‘HEEL VEEL DANK allemaal, voor jullie gebeden en steun… Mag maandag het ziekenhuis uit.’ Het account staat op naam van ‘Derek M Allred.’ ‘Ik dacht: Wat? Dat is Richie, zegt Dorie. Als ze ‘Derek Allred’ googelt (een andere spelling die hij soms gebruikt), vindt ze de stortvloed aan nieuwsberichten en politiefoto’s. Opeens begrijpt ze waar al die valse betalingen die steeds op haar creditcardafrekeningen opduiken, vandaan komen.
Dorie print de artikelen uit en brengt ze naar de politie in The Colony, het stadje vlak bij Dallas waar ze woont. ‘Ik dank nog steeds de hemel dat het een vrouwelijke agent was die mijn verklaring opnam,’ zegt ze. ‘Zij nam het serieus.’ Terwijl Dorie op bericht van de politie over de zaak wacht, speurt ze zelf het internet af naar informatie over Derek. Net als veel andere slachtoffers stuit ze op Cindi Pardini. De twee vrouwen spreken elkaar aan de telefoon. ‘Ik hoorde hoeveel ellende hij al had aangericht,’ zegt Dorie. ‘Ik zwoer een eed dat er na mij geen enkel slachtoffer meer zou vallen.’
Dorie zorgt dat de politie in Colony foto’s krijgt van Derek in zijn marine-uniform, en de rechercheurs nemen contact op met de criminele inlichtingendienst van de marine. Volgens de Stolen Valor Act van 2013 is het een federaal delict om te proberen voordeel te halen met valse militaire onderscheidingen – wat betekent dat de criminele inlichtingendienst een onderzoek kan starten dat zich over meerdere staten uitstrekt.
Als Dorie hem heeft betrapt, trekt Derek in bij zijn andere vriendin, Tracie Cunningham. Maar het duurt niet lang voordat Tracie, die bij een instelling voor verslavingsnazorg werkt, er genoeg van krijgt om hem de hele dag in huis te hebben. Hij is, vindt ze, veel te zeurderig, eist de hele tijd dat ze hem naar het ziekenhuis rijdt voor een of ander noodgeval. ‘Er zijn veel mannen die een beetje hoofdpijn krijgen en dan denken dat ze een enorme tumor hebben, dat ze doodgaan,’ zegt ze. ‘Dat is typisch iets voor mannen. Hij had dat ook. Echt dramatisch.’
Vlak na Memorial Day zet Tracie hem aan de kant. Een paar uur later krijgt ze op haar werk een telefoontje van de marinerechercheur, die haar vertelt dat ze een relatie heeft gehad met een oplichter. Voor zover ze weet heeft Derek niets van Tracie gestolen (‘behalve tijd en een beetje zelfrespect’), maar als ze over de andere slachtoffers hoort, is ze meteen bereid de onderzoekers te helpen hem te vangen.
Op aandringen van de rechercheur stuurt Tracie een appje aan Derek, waarin ze terugneemt dat ze het uit wil maken: ‘Het spijt me schatje, het kwam door de hormonen’ – en ze spreekt af dat ze hem na zijn volgende ziekenhuisafspraak naar huis zal rijden.
Als Derek klaarstaat om opgehaald te worden, waarschuwt Tracie de NCIS-agent en zijn collega’s. ‘Zij racen daarheen en ik ook, want dit wil ik niet missen,’ vertelt Tracie. Ze stopt bij de plek waar patiënten kunnen instappen. Door de glazen schuifdeuren van het ziekenhuis heen ziet ze Derek met handboeien om, geflankeerd door twee agenten. ‘Ik zet mijn alarmlichten aan, spring de auto uit met mijn mobiele telefoon en begin foto’s te schieten. De NCIS-agent roept ‘Nee!’, maar ik zeg ‘O jawel, ik moet hier foto’s van hebben. Dít is gerechtigheid voor andere mensen.’
Zo veel vragen
Als Derek eindelijk achter de tralies zit, vieren zijn slachtoffers een feestje, en sturen ze elkaar berichtjes met allerlei grimmige fantasieën over de toekomst die hem te wachten staat in de gevangenis. De NCIS ondervraagt slachtoffers in het hele land, en hun verhalen versterken het beeld dat Derek telkens opnieuw in de fout gaat.
Een paar dagen voor Kerstmis bekent Derek schuld op twee aanklachten voor identiteitsdiefstal en één voor postfraude, aanklachten die samen een maximum straf van 24 jaar cel kunnen opleveren. Bij het ter perse gaan van dit nummer is nog niet bekend wanneer het vonnis zal worden uitgesproken. Zijn slachtoffers hopen dat hij lang genoeg de gevangenis in moet om eruit te komen als een oude man, die niet meer zo gemakkelijk zijn weg naar de bankrekening van vrouwen kan flirten.
Ondertussen blijven ze moeizaam proberen hun leven weer op de rails te krijgen. Missi is eindelijk zover dat ze met haar dochters grapjes over Derek kan maken. Linda is na meer dan een jaar voorzichtig weer begonnen met daten. Laatst was ze met een man uit eten en kon ze het niet laten om in zijn portefeuille te gluren, alleen om er zeker van te zijn dat de naam die hij haar had gegeven klopte met zijn identiteitskaart.
Dorie, Dereks laatste slachtoffer – tot nu toe tenminste – heeft onlangs het rapport van de politie en een stapel artikelen over Alldred naar haar bank en haar creditcardmaatschappij gestuurd, om de financiële puinhoop die hij heeft gemaakt op te ruimen. Citibank heeft meteen de 7000 dollar aan onterechte betalingen die hij met een van haar creditcards had gedaan, vergoed, maar Chase heeft geweigerd haar te compenseren voor de 10.000 dollar die hij met een andere had uitgegeven. ‘Ze weigerden het geld aan me terug te storten, omdat ik de man kende, zeiden ze.’ (Ik heb de maatschappij om een reactie gevraagd, en Chase zei dat Dorie toestemming aan Derek had gegeven om de creditcard te gebruiken, en dat ze een frauderechercheur had verteld dat veel transacties wél geldig waren.)
Afgelopen zomer heb ik een afspraak voor een videogesprek met Derek in de Denton County Jail in Texas. Er zijn zo veel vragen bij me overgebleven: wie was er aan de andere kant van de lijn als Derek die urenlange gesprekken voerde met zijn ‘dochter’ of zijn ‘commandant’? Hoe is hij aan een e-mailadres en pasje van de universiteit gekomen? Had hij ergens een geheime voorraad contanten? En dan is er nog de vraag die, denk ik, niet te beantwoorden is, maar die ik toch moet stellen: hoe voelt het om zo goed te zijn in het veinzen van liefde?
Ik neem plaats in de bezoekersruimte en zit wat doelloos te krabbelen in mijn blocnote, terwijl het tijdstip van onze afspraak aanbreekt en voorbijgaat. Ik heb me net neergelegd bij de gedachte dat er niets gaat gebeuren, als het scherm plotseling oplicht en ik het hoekige gezicht met de stompe kin van Derek Alldred zie, dat ik zo goed ken van al die politiefoto’s. Hij draagt een oranje overall en de camera filmt hem vanuit een ongunstige hoek van bovenaf, als een onflatteuze selfie. Ik vertel hem dat ik journalist ben en hij reageert onaangedaan. ‘Ik wilde het bezoek eigenlijk afzeggen, maar de bewaker zei: “Weet je het zeker? Het is een knap meisje,”’ zegt hij en hij lacht tegen me. Aan het eind van ons gesprek zegt Derek dat hij zijn kant van het verhaal aan me wil vertellen, en alleen aan mij, en hij belooft dat we elkaar snel weer zullen spreken. Ik hang de telefoon op, met een speciaal soort journalistieke euforie, het trotse gevoel: ik heb mijn verhaal.
De maanden hierna heb ik verscheidene gesprekken met Derek. Hij is nooit helemaal klaar om iets substantieels te onthullen in het halve uur dat het videosysteem van de gevangenis ons toestaat. Hij wil wachten tot een bepaalde datum in de rechtszaak voorbij is, of hij moet eerst met zijn advocaat overleggen. ‘Elk verhaal heeft twee kanten,’ zegt hij steeds tegen me. ‘Twee kanten.’ Hij beweert bij hoog en bij laag dat hij me alles wil vertellen, maar op de een of andere manier worden onze telefoontjes steeds op een cruciaal moment verbroken; soms antwoordt hij helemaal niet. In het begin wijt ik onze communicatieproblemen aan het gebrekkige systeem van de gevangenis. Maar het wordt steeds erger.
Het duurt langer dan ik graag wil toegeven voor ik me realiseer wat ik eigenlijk voelde, na dat eerste bezoek aan de Denton County Jail, terwijl ik veel te hard langs de hooivelden van Noord-Texas reed, al meezingend met Merle Haggard: mijn toekomst is zonnig en vol beloftes, want ik heb een man ontmoet die me alles zal geven wat ik wil.
Auteur: Rachel Monroe
Openingsbeeld: © Getty
The Atlantic?
Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000
Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast geweldige journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

