Tag: rijken

  • Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Sjeiks en aristocraten, managers en politici en zelfs Hollywoodsterren: de vastenkliniek Buchinger Wilhelmi aan het Bodenmeer is een bedevaartsoord voor de rijken en superrijken.

    Zwarte chocolade. Een klein stukje. Dat is haar grootste wens, zegt een oudere dame met een aristocratische uitstraling. Met trage passen loopt ze over het terrein. Daar beneden golft het Bodenmeer zachtjes. De dame heeft wekenlang bijna niets gegeten en daar veel geld voor betaald.

    De Buchinger Wilhelmi-vastenkliniek is een opmerkelijke plek. De sfeer op het complex houdt op het eerste gezicht het midden tussen [de Duitse televisieseries] Bergdoktor en Traumschiff. Het is er stil als in een klooster: spreken vervalt bijna onvermijdelijk in gefluister. Het is er allesbehalve spartaans en luxueuzer dan in de meeste tophotels. Rijken en superrijken, mooie en niet meer zo mooie mensen zijn hier om aan te sterken. Ze mediteren en lezen, doen aan lichte sporten en lange wandelingen, lepelen bouillon en nippen thee.

    Soms lijkt het er zo gezond, gepolijst en schoon dat je verwacht dat iemand weldra de dubbelzinnigheid ervan blootlegt. Dit zou met een beetje fantasie ook het decor kunnen zijn van een misdaadserie op Netflix, waarin de heilzame façade van het therapeutische vasten instort en met elke volgende slok vruchtensap de afgrond van het afzien duidelijker zichtbaar wordt.

    Mal

    Leonard Wilhelmi belichaamt deze ideale wereld als geen ander. Hij is de vierde generatie die het familiebedrijf leidt, en als je hem ontmoet krijg je het gevoel dat de erfgenamen van de Buchinger Wilhelmi onthoudingsdynastie uit een mal komen. Zo perfect past hij in zijn rol. Hij groeide hier op en nam de kliniek over van zijn ouders. Hij kreeg het vasten mee met de moedermelk, zogezegd.

    Ooit maakte hij zijn huiswerk in de kliniek. Om de hoek, een paar honderd meter heuvelopwaarts, ging hij naar school. Zoals het toeval en de ongeschreven wet van het Duitse familieondernemerschap het wilden, was die school hét Duitse elite-internaat bij uitstek: kasteel Salem. Hij woonde er ook, ondanks de nabijheid van zijn ouderlijk huis.

    Zijn ouders stuurden hem tussendoor ook nog twee jaar naar een elite-internaat in Schotland. Hij studeerde bedrijfskunde in Sankt Gallen, aan de dichtstbijzijnde, internationaal goed aangeschreven universiteit. Maar als je naar hem luistert was hij nooit zo’n turbokapitalist, maar eerder iemand met geweten en hersens. ‘Ik vond managementconsultancy en investment banking niet creatief,’ zegt hij over zijn studententijd aan de andere kant van het Bodenmeer.

    Toch maakte hij carrière, bij een telecommunicatieconcern en ook bij een managementadviesbureau. Daarnaast richtte hij een sociale onderneming op voor gehandicapten die appelsap produceren. Maar hij nam altijd de tijd om zijn rust te nemen, zegt hij. ‘Ik had de neiging om eerder te vasten dan antibiotica te nemen.’ Hij liet zijn medestudenten kennismaken met vasten en overtuigde hen van het Tupperware-systeem dat de familie Wilhelmi toepast om hun ochtendmuesli efficiënt en gedisciplineerd te bereiden. Zelf eet hij meestal pas rond elf uur, omdat intervalvasten een lange pauze tussen avondeten en ontbijt vereist. Als je hem vraagt of hij nooit uit deze ideale wereld heeft willen breken, kijkt hij je met grote donkere ogen aan: hij heeft er nooit enige reden toe gehad.

    Wilhelmi vervult vele functies. Hij is tegelijkertijd abt van het vastenklooster, directeur, manager van het hotel en van de kliniek en familieondernemer. ’s Avonds geeft hij soms lezingen en de meeste gasten ontvangt hij persoonlijk.

    Deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed

    Het is een illustere omgeving. De namen van een gravin en verschillende andere aristocraten die belang lijken te hechten aan hun blauwe bloed en ook namen van buitenlandse politici zijn te vinden op de naambordjes die de plaats van de gasten aangeven in de eetzaal van de vastenkliniek. Deze schijnbare tegenstelling van ‘eetzaal’ en ‘vasten’ wordt in de stijl van de jaren vijftig opgelost. De welgestelde gasten worden teruggevoerd naar de tijd waarin de kliniek werd opgericht: wie toch iets wil eten omdat het vasten te inspannend is, krijgt bijvoorbeeld een carpaccio van rode biet of gegrilde savooiekool voorgeschoteld.

    Niet zelden bevinden zich beroemdheden onder de gasten: zelfs Hollywoodsterren komen naar Überlingen of naar de tweede Buchinger-kliniek in het Spaanse Marbella, die Wilhelmi’s grootouders in de jaren zeventig openden en die nu door zijn neef wordt geleid. Ook Saoedische sjeiks, gestreste managers of politici met lijfwachten vasten volgens de Buchinger-regels: Josef Ackermann herstelde hier van de stress die hij ervoer door het najagen van rendement en Eckart von Hirschhausen van de beproevingen van het talkshowcircuit.

    Vasten-kok Hubert Hohler, al sinds geruime tijd coryfee in zijn vakgebied en door menige superrijke vereerd als goeroe, is speciaal ingevlogen voor de luxe catering. Hij vertelt over zijn mountainbiketocht in gezelschap van een tv-dokter en vraagt zich dan plots af of hij daarmee niet een ijzeren wet van de kliniek overtreedt: niet spreken over de gasten. Want deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed.

    Als er televisieploegen komen om verslag te doen van de geheimen van het vasten, zijn er elke keer klachten, zegt Wilhelmi. Tegelijkertijd is publiciteit nodig. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat artikelen over de kliniek aan het begin van het jaar verschijnen – wanneer mensen nog zo veel geloof hechten aan hun goede voornemens dat ze er ook geld aan willen spenderen – en kort voor de vastentijd voorafgaand aan Pasen. Een pr-adviseur die al lang in het vak zit, cultiveert het imago van de vastenclan.

    Jaarsalaris

    Afzien heeft zijn prijs. Het kortste vastenprogramma duurt volgens de brochure tien dagen en kost tussen de 3550 en 24.850 euro, afhankelijk van de kamer. Wie achtentwintig nachten wil blijven is minstens een kleine auto kwijt (9940 euro), maar kan ook aanzienlijk meer dan een gemiddeld jaarsalaris neertellen (69.580 euro). Die suite heeft dan wel een eigen sauna, een jacuzzi, een regendouche, een kleedkamer en natuurlijk uitzicht op het meer. Vasten, maar vorstelijk.

    Dit alles is voor Wilhelmi slechts ogenschijnlijk een tegenstelling. ‘In welke omgeving wordt een mens weer gezond?’ vraagt hij retorisch. In dit bijna kloosterachtige complex met reguliere zorg? Of in een gewoon ziekenhuis dat alleen maar diepvriesmaaltijden voorschotelt?

    De gezondheidswijsheden van Wilhelmi, zijn kok of zijn hoofdarts hebben steeds weer hetzelfde effect. Enerzijds voel je je schuldig dat je je lichaam mishandelt met stoffen die in de vastenwereld als gif worden beschouwd. En ook omdat het je niet vaak genoeg lukt om voor jezelf de strengheid en discipline op te brengen die deze kliniek uitstraalt. Aan de andere kant is hun overtuigde – zelfs autoritaire – benadering wel erg streng. Koffie met muesli is een zonde, zegt chef Hohler, alsof het een vanzelfsprekendheid is. En dan begint hij een voordracht over de vitaminen in muesli en het looizuur in koffie, terwijl de meeste mensen slechts geïnteresseerd zijn in de cafeïne.

    De familie Wilhelmi is nogal terughoudend als het over haar economische situatie gaat. Het aardse verstoort de schoonheid. Maar in de geconsolideerde jaarrekening in de Bundesanzeiger is de belangrijkste informatie te vinden, al is die niet heel recent. De kliniek kwam in 2021 samen met die in Marbella, die ongeveer een derde kleiner is dan die in Überlingen, uit op een winst van een kleine vijf miljoen euro, na een min van een kleine driehonderdduizend euro in het coronajaar 2020. De familie Wilhelmi haalde daarmee bijna het niveau van voor de pandemie in 2019, toen ze een winst boekten van ruim zes miljoen euro. Ze mikten vorig jaar op een winst van ongeveer zeven en een half miljoen euro. De omzet bereikte in 2021 met ruim vierenveertig miljoen euro bijna de waarde van voor de pandemie. Ze hoopten daar in 2022 overheen te gaan. De klinieken hebben samen zo’n vijfhonderdvijftig mensen in dienst.

    Opgeruimd

    Wilhelmi wil verder uitbreiden en zijn bijdrage leveren aan de dynastie. Zijn overgrootvader, de arts Otto Buchinger, richtte de kliniek op. Zijn grootouders breidden uit naar Marbella, vergrootten het kameraantal en ontwikkelden therapieën. Zijn ouders werkten aan de wetenschappelijke basis. Nu is het aan hem om een nalatenschap te scheppen: hij heeft een ‘vastenbox’ ontwikkeld waarmee klanten thuis kunnen vasten. ‘Zo blijven we het hele jaar door met elkaar in contact.’

    Het programma duurt vijf dagen en de box bevat onder meer verschillende soorten thee, soepen, olie en een meetlint. De inhoud is goed voor meer dan twee keer zo veel calorieën per dag als het strenge regime in Überlingen toestaat; daar komt het neer op 250 kilocalorieën per dag. Er zit een app bij die video’s bevat over meditatie en medische lezingen. De box kost 199 euro.

    Economisch gezien mogen ze de pandemie dan lang achter zich hebben gelaten, ze zien de naweeën ervan nog regelmatig bij hun patiënten. ‘Af en aan behandelen we long covid,’ zegt Wilhelmi. Hij is ervan overtuigd dat vasten daarbij helpt, wat hij verklaart aan de hand van ontstekingsparameters en de activiteit van de mitochondriën. Patiënten boeken ook vaker een psychotherapeut. Wilhelmi heeft speciaal daarvoor nieuwe specialisten aangesteld.

    Zijn relatie met andere medewerkers is opmerkelijk. De hoofdarts, chef Huber en de masseur werken al tientallen jaren in de kliniek. ‘Leo’, zoals ze hem noemen, kennen ze al sinds hij als klein kind tussen de vastende clientèle speelde. Is het niet vreemd dat die jongen nu hun baas is? O nee, geen probleem, zeggen ze. En hun vriendschappelijke omgang oogt inderdaad niet als een toneelstukje voor de pers, maar eerlijk en harmonieus. Dit is de opgeruimde wereld van het therapeutische vasten.

    Het is alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus

    De kliniek in Überlingen heeft ongeveer twee keer zoveel medewerkers als kamers. De meeste medewerkers die je op het terrein ziet zijn jong en sportief, zoals je van een goed hotel mag verwachten. Jonge mensen uit de regio doen hier vakantiewerk. Deze medewerkers zorgen voor de grijzende gasten die hun baantjes trekken in het zwembad, fitnessoefeningen doen met uitzicht op het Bodenmeer of mediteren in de gebedsruimte.

    Dertig jaar geleden hadden gasten nog het gevoel dat ze in hun doen en laten werden beperkt als ze naar de kliniek kwamen, zegt Wilhelmi. Nu beschouwen ze een verblijf hier als een investering in zichzelf. Een psychische aandoening als burn-out behoort tot een van de vier diagnosegroepen waarin de kliniek haar gasten indeelt. Wilhelmi noemt ook het metabool syndroom, dus hart- en vaatziekten en ontstekingsziekten. Ziekten die moeilijk te genezen zijn, zoals multiple sclerose, Parkinson of kanker, vallen onder het kopje ‘veelbelovend’ – een gebied dat nog in ontwikkeling is. Met het vasten hopen ze een bijdrage te leveren aan de genezing.

    De methode die de Buchinger Wilhelmi-kliniek hanteert staat historisch gezien niet ver af van andere alternatieve geneeswijzen die in het zuidwesten van Duitsland populair zijn. Wilhelmi’s overgrootvader Otto Buchinger, die door een vastenkuur van zijn artritis genas, was eerst quaker en daarna streng katholiek en wilde de patiënten in zijn kliniek tot inkeer brengen. Wilhelmi zelf noemt hem een oerdwarsdenker uit een breder spiritueel milieu, waarin bijvoorbeeld ook Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, actief was.

    Wilhelmi neemt afstand van dat milieu, maar ook weer niet te veel. De esoterie die veel van deze bewegingen kenmerkt, past niet echt in de elitaire vastenkliniek van nu. Het is koorddansen, zegt hij. Hij noemt zijn aanpak complementaire in plaats van alternatieve geneeskunde en hij benadrukt dat wordt samengewerkt met zorgverzekeraars en dat de kliniek gecertificeerd is. Zijn streven naar wetenschappelijke erkenning blijkt ook uit zijn woordkeuze. Als hij bijvoorbeeld zegt ‘Vasten is de grootste niet-farmacologische interventie’, dan klinkt hij als een arts.

    Tegelijkertijd zegt hij ook dat sommige natuurlijke geneeswijzen wonderen doen. Er staan nog altijd dikke homeopathische boekwerken in de bibliotheek van de kliniek. De hoofdarts zegt niets met antroposofie te hebben, maar ze zweert bij Kneipp en natuurgeneeskunde en is sceptisch over de motieven van de farmaceutische industrie, die voor van alles geneesmiddelen probeert te maken en blij is met veel diabetici. Het is een beetje alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus of, in zakelijke termen uitgedrukt, geen enkele klantengroep van zich wil vervreemden.

    En/en

    Het is een strategie van zo min mogelijk aanstoot geven, een voortdurend en/en. Daarin past ook de omgang van Wilhelmi met de traditie, die hij benadrukt waar hij maar kan. Zo staat er een standbeeld in de tuin: Otto Buchinger tijdens een van zijn geliefde wandelingen met zijn teckel. En bij de ingang en in het trappenhuis van de kliniek hangen familiefoto’s uit verschillende decennia, waarop alle mooie, gezonde familieleden van Wilhelmi te zien zijn. De meeste vrouwen zijn blond, de donkerharige mannen tonen Spaanse invloed. Ze zien eruit als de familie in een Spaanse telenovela [een uit Latijns-Amerika afkomstig televisiegenre].

    Aan de andere kant, zo zegt Wilhelmi, doen ze niets ‘enkel omdat Otto Buchinger het heeft gezegd’. En daarom streven ze, ondanks de associatie met natuurgeneeskunde en het Demeter-voedsel dat in overeenstemming met de maanstanden wordt gekweekt, naar wetenschappelijke erkenning. De kliniek werkt samen met wetenschappers van de Charité [een van de grootste universitaire ziekenhuizen van Europa in Berlijn] en publiceert studies in wetenschappelijke tijdschriften. Al die onderzoeken hebben één ding gemeen: ze zijn betaald door de Wilhelmi-familie. Aan onderzoek geven ze een bedrag uit van zeven cijfers per jaar, zegt Leonard Wilhelmi. De onderzoeksafdeling, opgebouwd door zijn moeder, telt zeven vaste medewerkers.

    Is dat eigenlijk niet gewoon een succesvolle marketingcampagne? Wilhelmi verwerpt dat. ‘Wij doen dit niet vanwege commerciële doeleinden.’ Ze willen ‘de pioniers van het vasten’ blijven en conclusies kunnen trekken als iets niet werkt, zegt hij. De kliniek is met zes- tot zevenduizend gasten per jaar het grootste onderzoekslaboratorium voor therapeutisch vasten ter wereld.

    Maar zouden ze ook onderzoeksresultaten publiceren waaruit blijkt dat vasten niet werkt? De erfgenaam van de vastendynastie geeft een ontwijkend antwoord. ‘Tot nu toe heeft het altijd gewerkt,’ zegt hij met vriendelijke glimlach. Hij gelooft hoe dan ook dat er duidelijk bewijs is: ‘We beschikken over een stroom aan wetenschappelijke documentatie. Het wordt steeds moeilijker om de werking van vasten te ontkennen.’

  • Joe Biden in afscheidsspeech: ‘Verenigde Staten dreigen oligarchie te worden’

    Joe Biden in afscheidsspeech: ‘Verenigde Staten dreigen oligarchie te worden’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël en Hamas komen tot een staakt-het-vuren

    » Onderzoek: Keltische stammen in de ijzertijd waren georganiseerd rond vrouwen

    Hij maakt zich zorgen over de staat van de democratie

    Joe Biden waarschuwde woensdag in zijn laatste toespraak tot de natie voor de groeiende macht van Amerika’s ultrarijken. ‘Vandaag de dag ontstaat er in Amerika een oligarchie van extreme rijkdom, macht en invloed die letterlijk een bedreiging vormt voor onze hele democratie, onze grondrechten en vrijheden, en een eerlijke kans voor iedereen om vooruit te komen,’ citeert The Guardian.

    De president noemde een aantal dingen die hem de meeste zorgen baren, zoals een afbrokkelende vrije pers, de buitensporige invloed van het militair-industrieel complex, toenemende desinformatie en de inzet van zwart geld in de politiek. Hij riep ook op tot grondwetswijzigingen om presidentiële aansprakelijkheid te garanderen, met het argument dat geen enkele president gevrijwaard zou mogen blijven van vervolging voor misdaden die tijdens zijn ambtstermijn zijn begaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ondanks de lage populariteitscijfers in zijn laatste maanden probeerde Biden in zijn speech belangrijke prestaties van zijn regering uit te lichten op het gebied van wetgeving, zoals investeringen in infrastructuur en schone energie, maatregelen om de kosten van medicijnen op recept te verlagen en het land door de nasleep van de pandemie te loodsen. Zijn regering hield ook toezicht op grote inspanningen voor natuurbehoud en werkte aan de wederopbouw van de Amerikaanse productie.

    Eerder op woensdag kondigde Biden een doorbraak aan in het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas, waarmee hij de laatste diplomatieke overwinning van zijn presidentschap veilig stelde. De deal, die hij afgelopen voorjaar voor het eerst voorstelde en waarvoor hij samenwerkte met Trumps team, kan een einde maken aan een vijftien maanden durend conflict dat Gaza heeft verpulverd, de VS steeds meer isoleert op het wereldtoneel en wijdverspreide protesten heeft ontketend op universiteitscampussen en daarbuiten.

  • De opkomst van jarenlange cruises voor de steenrijken

    De opkomst van jarenlange cruises voor de steenrijken

    Na veel vertragingen vertrok de Odyssey voor drieënhalf jaar vanuit Belfast. Deze journalist van The Guardian vraagt zich af wie op deze schepen meevaart, en waarom.

    Op 13 maart 2020 werd een cruiseschip genaamd de Braemar de toegang tot de Bahama’s ontzegd nadat een aantal passagiers positief was getest op covid. Gedwongen om rond te varen op de Caribische Zee werd het schip uiteindelijk opgevangen door Cuba, vanwaar de opvarenden werden geëvacueerd naar het Verenigd Koninkrijk.

    De Braemar was niet het enige cruiseschip waarvan de passagiers in die onzekere dagen op zee in quarantaine zaten. De Diamond Princess lag een maand voor anker in Japan terwijl het virus op het schip huishield, waarbij meer dan 700 mensen besmet raakten en 9 mensen stierven. Op een ander schip, de Ruby Princess, vielen 28 doden. Het was een nautische nachtmerrie.

    Symbolen

    Bijna van de ene op de andere dag waren deze varende symbolen van verpozing en vermaak veranderd in smeltkroezen van dood en verderf. De volgende 24 maanden eindigden 35 cruiseschepen in de Turkse haven Aliaga, de maritieme begraafplaats waar schepen worden ontmanteld en verkocht voor de sloop. Verschillende grote rederijen gingen failliet en er werd wel beweerd dat de cruisesector, die wereldwijd 150 miljard dollar waard is, in feite tot zinken was gebracht.

    Maar vorige week is de Braemar, onder een nieuwe naam, uit Belfast vertrokken voor een wereldcruise van drieënhalf jaar, waarmee een nieuw tijdperk werd ingeluid voor langetermijncruises of, zou je kunnen zeggen, wonen op zee.

    Het schip werd in 2023 gekocht door het bedrijf Villa Vie Residences en heet nu de Odyssey. De 125 passagiers die momenteel aan boord zijn, hebben zich niet laten tegenhouden door enkele tekenen aan de wand. Belfast was de haven waar de Titanic werd gebouwd en vanwaaruit haar noodlottige eerste reis begon. En de Odyssey is vernoemd naar het epische gedicht van Homerus waarin de held, Odysseus, tien jaar lang rondzwerft in het Middellandse Zeegebied.

    De passagiers moesten de zomer maar vieren in Belfast

    Zó lang zal de odyssee van de Odyssey niet duren, maar het schip, dat op 30 mei aan zijn cruise zou beginnen, heeft al te maken gehad met enige belemmeringen, net als Odysseus zelf. Niet zoiets als een cycloop of de Sirenen, maar prozaïscher problemen met het roer en de stuurinrichting. De reparaties duurden alles bij elkaar vier maanden, waarin de passagiers de zomer maar moesten vieren in Belfast, een stad die tot op heden niet bepaald bekendstaat om haar zonnige, strakblauwe hemel.

    ‘Ik heb mijn paraplu nog nooit zo vaak gebruikt,’ zegt Holly Hennessey, een ‘cruisegek’ uit Florida die deze zomer haar intrek moest nemen in een hotel in de stad.

    Alles bij elkaar zal de reis ongeveer even lang duren als de periode tussen de laatste grote lockdown en nu. In die periode is de cruise-industrie erin geslaagd om een opvallende comeback te maken. Eerder dit jaar lanceerde Royal Caribbean het grootste cruiseschip ter wereld, de reusachtige Icon of the Seas, met een brutotonnage van een kwart miljoen, meer dan 7500 passagiers en bemanningsleden, 20 dekken, een overdekt waterpark én een heus park.

    Zeemonsters

    Waar deze moderne zeemonsters met hun opzichtige amusement tot ongenoegen van velen duiden op de heropleving van cruises, wijst de Odyssey, die ruwweg tien keer zo klein is, op een andere trend. Het gaat hier niet zozeer om een luxe vakantie als wel om een totaal nieuwe levensstijl. Het leidende principe lijkt te zijn dat een huis óp zee nog beter is dan een huis áán zee.

    Zoals Mikael Petterson, chief executive van Villa Vie Residences, zei toen de Odyssey eindelijk uit Belfast Lough vertrok: ‘Vanaf dit moment is ons schip niet alleen een schip, maar een thuis.’

    Dat thuis kost tussen de 99.999 en 899.000 dollar, afhankelijk van de grootte en het comfort van de hut, hoewel alleen het middensegment nog beschikbaar is, aangezien twee derde van de accommodatie al verkocht of verhuurd is. Eigenaar zijn – volgens het contract voor minimaal 15 jaar (ten minste vier rondvaarten) of, indien langer, de levensduur van het schip (het is al 31 jaar oud) – betekent dat je je hut kunt aanpassen, kunt komen en gaan wanneer je wilt en hem ook kunt verhuren.

    Dit klinkt misschien als een radicale ontwikkeling in de cruisewereld, maar het is al eens eerder geprobeerd. In 2002 werd het cruiseschip de World gelanceerd, na een jarenlange, op welgestelde klanten gerichte promotiecampagne waarin het idee van wonen op een luxe cruiseschip werd aangeprezen. Ook op dit schip waren hutten te koop of te huur, maar nog geen jaar nadat het schip was vertrokken, ging het bedrijf bijna ten onder. De combinatie rijke eigenaren voor de lange termijn en gasten voor een kort verblijf bleek geen waterdicht model.

    Er is een onderscheid onder de steenrijken dat bekendstaat als de haves en de have-yachts

    Zoals een huteigenaar het destijds verwoordde: ‘Als je een hotelgast bent, zorg je niet even goed voor een plek als wanneer het je thuis is.’

    Nee, dat klopt, als je Ozzy Osbourne bent en graag voor de lol een tv van de muur rukt om die vervolgens in zee te gooien. Maar de meeste gasten van luxe hotels zullen hooguit een handdoek op de vloer van hun hut achterlaten.

    Het echte probleem was natuurlijk exclusiviteit. Er is een onderscheid onder de steenrijken dat bekendstaat als de haves en de have-yachts. En het soort mensen dat rijk is, maar niet per se tot de klasse van superjachtbezitters behoort, willen geen toeristen als buren, hoe goed ze zich ook gedragen.

    Dus werd de World opnieuw gelanceerd, deze keer in de stijl van particuliere woningcoöperaties in Manhattan, waarbij alle leden een eigendomsaandeel hadden en inspraak kregen in het beheer van het schip. Op die manier konden de eigenaren potentiële kopers screenen en ervoor zorgen dat er geen onwelkome types tussen zaten die uit de toon zouden vallen in een verkeerde zwembroek.

    Tweeëntwintig jaar later vaart ‘’s werelds enige woongemeenschap op zee’, zoals de World zichzelf noemt, nog steeds de hele wereld over.

    Zeeziek

    Eerder dan zeeziek, word je na al die tijd misschien wel ziek van de zee. Maar niemand verblijft er permanent.

    ‘De meeste van onze eigenaren zijn gemiddeld zo’n zeven jaar eigenaar,’ zegt een verkoopmedewerker van de World, ‘hoewel we er ook hebben die al eigenaar zijn sinds het schip begon te varen.’

    De route van het schip wordt bepaald door een comité van bewoners, met stops om de twee of drie dagen en geen terugkeer naar de oorspronkelijke haven van vertrek gedurende ten minste drie jaar.

    In werkelijkheid is de World geen thuis maar een tweede thuis. De meeste bewoners verblijven er ongeveer vier maanden verspreid over het jaar: meestal twee maanden in de zomer en nog eens twee rond Kerstmis.

    ‘De leden van onze gemeenschap zijn zeer vermogend,’ legt de verkoper uit. ‘Om mede-eigenaar te kunnen worden van het schip moet je een vermogen hebben van 10 miljoen dollar. Dus voor deze bewoners is dit waarschijnlijk hun tweede, derde of vierde huis.’

    De World bevond zich donderdag ergens in de buurt van Papoea-Nieuw-Guinea, op weg naar Australië, maar in zekere zin zou het schip overal kunnen zijn, niet gehinderd door conventionele zorgen. Want, zoals de Engelsen zeggen, the world is your oyster, en in het geval van de World is dat een oester waarin met parels omhangen schepsels leven, een mobiele maar gesloten samenleving die altijd van de ene non-plaats naar de andere beweegt.

    Een plaats versterkt de identiteit van mensen

    Het was de Franse antropoloog Marc Augé die voor het eerst onderscheid maakte tussen plaatsen en non-plaatsen. Een plaats versterkt de identiteit van mensen; het is een plek waar sociale groepen zich vormen door middel van een gedeeld cultureel referentiekader. Een non-plaats daarentegen is een ruimte met een tijdelijk karakter waar mensen anoniem blijven. Augé noemde snelwegen, hotelkamers, luchthavens en winkelcentra als voorbeelden.

    Voor de weinig heterogene groep bewoners van de World zullen de havens en mensen die ze bezoeken uiteindelijk vast opgaan in een reeks niet te onderscheiden achtergronden: het is donderdag, dit zal wel Bora Bora zijn.

    Twee andere schepen hoopten onlangs in het kielzog van de World te varen en beide werden, net als hun voorbeeld, voortgestuwd door een golf van publiciteit. Het eerste was een project van het bedrijf Life at Sea, dat een driejarige cruise langs 135 landen en 375 bestemmingen beloofde en zich niet alleen richtte op de traditionele klantenkring van senioren, maar ook op jonge digitale nomaden, die dankzij voortreffelijke internetvoorzieningen overal op zee zouden kunnen werken.

    Het was een droomplan waaraan niets ontbrak behalve, zo bleek, een schip – een klein detail dat uiteindelijk de grootse plannen torpedeerde.

    Life at Sea

    De eerste die zich inschreef voor de gecancelde cruise was voormalig stewardess Meredith Shay, die niet de enige was die haar huis en de meeste van haar bezittingen verkocht om de reis te financieren. Ze betaalde 562.000 dollar voor een hut met balkon op de zevende verdieping. Maar Life at Sea kon het hoofd niet boven water houden en moest tegen het einde van vorig jaar toegeven dat het hele plan in het water was gevallen.

    Een van de mensen die betrokken waren bij Life at Sea was Mikael Petterson, die nu CEO is van de operatie achter de Odyssey. Maar er zijn meer verhalen. Neem de Narrative. Dat is de nieuwe naam van een cruiseschip dat in opdracht van Storylines cruises dit jaar zou uitvaren. De Narrative, die zal worden aangedreven door vloeibaar aardgas, moet echter nog worden gebouwd en zal volgens de laatste berichten pas in 2027 klaar zijn.

    De appartementen op het schip variëren naar verluidt in prijs van 300.000 tot 8 miljoen dollar

    Toch verschenen er twee jaar geleden verhalen van mensen die hutten op dit fictieve schip hebben gekocht. Beth en Mark Hunter uit Los Angeles vertelden dat ze een tweekamerappartement van 1 miljoen pond hadden gekocht zodat hun dochters, toen 12 en 14, de wereld konden zien. Tegen de tijd dat het schip de haven in Kroatië verlaat waar het wordt gebouwd, zullen ze 17 en 19 zijn – leeftijden waarop jongeren toch het liefst zonder hun ouders op reis gaan.

    De appartementen op het schip variëren naar verluidt in prijs van 300.000 tot 8 miljoen dollar, maar waarom iemand die zomaar 8 miljoen dollar kan uitgeven zijn leefruimte zou willen delen met de bewoners van 529 andere hutten is net zo’n mysterie als de Bermudadriehoek en Atlantis, waarop misschien alleen de zee het antwoord kent.

    Over cruises valt natuurlijk te twisten; wat voor de één een luxueuze droomboot is, ziet de ander als een vervuilende varende gevangenis. Maar misschien zit de aantrekkingskracht van een woning op zee ’m er niet in dat je de wereld ziet, maar dat je je er juist van kunt afzonderen. Nu de aarde opwarmt en er oorlogen uitbreken, valt goed te begrijpen waarom sommigen graag de kalme uitgestrekte wateren van de zee opzoeken. Tenminste, totdat er een storm opsteekt, een pandemie uitbreekt of je de mensen in de hut naast je echt niet kunt uitstaan. 

  • ‘Rijke filantropen ontwijken belastingen via goede doelen – dat moet aangepakt worden’

    ‘Rijke filantropen ontwijken belastingen via goede doelen – dat moet aangepakt worden’

    Filantropen staan te boek als gulle mensen, maar ze halen enorm veel belastingvoordeel uit hun schenkingen en slechts het kleinst mogelijke deel daarvan gaat naar goede doelen. Hoog tijd dat ze eerlijk worden belast, aldus de directeuren van Transition Resource Circle, een ngo die zich inzet voor een eerlijkere liefdadigheidssector.

    We hebben weer een roerig jaar achter de rug, waarin allerlei gemeenschappen in de wereld getroffen zijn door oorlogen en natuurrampen. Rampspoed die het leed vergroot van mensen die toch al zuchten onder grote ongelijkheid, klimaatchaos, onteigening en marginalisatie. Zoals altijd bestond de mondiale reactie op deze crises onder meer uit ‘gulle giften’ van verschillende filantropen. Hun vertegenwoordigers schoven zelfs aan bij staatshoofden, CEO’s, beroemdheden, royalty en hoge ambtenaren op de jaarlijkse Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september, en daarna op de VN-klimaattop COP28 in november, om samen naar ‘oplossingen’ te zoeken. En velen van hen kwamen deze maand onder datzelfde mom opnieuw bijeen op het World Economic Forum in Davos.

    Maar de uitkomst van deze bijeenkomsten lijkt elk jaar te zijn dat er niets verandert. Dat komt onder meer doordat de elites in hun kijk op problemen en oplossingen beperkt worden door hun eigen wereldbeeld – een wereldbeeld dat deze crises veroorzaakt en in stand houdt. Bovendien zijn zulke bijeenkomsten vruchteloos omdat dat hun doel is: ze zijn niet opgezet om tot systemische verandering te leiden, maar om de status quo te behouden. De hele filantropische sector is evenmin opgezet om de oorzaken van systemische problemen bij de wortel aan te pakken, maar dient in plaats daarvan om particuliere financiële belangen te beschermen. Het wordt tijd dat dit eens tot de wereld doordringt. Hoe sneller we dit beseffen, des te sneller we betere manieren kunnen vinden om filantropie werkelijk in te zetten voor het belangrijke en moeizame werk van echte maatschappelijke verandering.

    ‘Iets terugdoen’

    We weten allemaal dat de rijken rijker worden en een gigantisch percentage van alle rijkdom op aarde in handen hebben. Volgens een recent rapport over de mondiale ongelijkheid van Oxfam is bijna twee derde van al het nieuwe vermogen sinds 2020 terechtgekomen bij de rijkste 1 procent van de mensheid, dus bijna tweemaal zoveel als bij de armste 99 procent. De rijken betalen bijna geen belasting (vaak nog geen 3 procent van hun inkomen) en door de rente op rente die ze over hun miljarden krijgen, blijft hun vermogen maar groeien. In de komende twintig jaar zal het grootste deel van dat vermogen overgaan op familieleden binnen de rijkste 1 procent. Alleen al in de VS zal naar schatting tussen de 36 en de 70 biljoen dollar aan vermogen van de ene op de andere generatie overgaan.

    De roep om de rijken te belasten zwelt wereldwijd aan en zal nog luider worden als deze enorme overdracht plaatsvindt. Een van de belangrijkste methoden van de rijken om die druk af te wenden is liefdadigheid. Je geld besteden aan goede doelen wordt aangemoedigd als een manier om ‘iets terug te doen’. Wereldwijd wordt er naar schatting 2,3 biljoen dollar aan liefdadigheid besteed, ongeveer 2 procent van het mondiale bbp. Dat is meer dan het jaarlijkse bbp van landen als Canada en Brazilië.

    Als filantropie per definitie iets goeds is en alleen maar zal groeien, waar maken we ons dan druk om? Laten we eens kijken hoe filantropie in de praktijk werkt.

    Eén aspect van filantropie in de VS is bijvoorbeeld de 5-procentregel die daar sinds 1976 in de belastingwet is verankerd. Deze houdt in dat een liefdadige instelling jaarlijks maar 5 procent van de geschonken fondsen hoeft te besteden aan beurzen of projectgerelateerde investeringen om de status van non-profitorganisatie te behouden. In de praktijk is die 5 procent nu niet de bodem, maar het plafond voor de bestedingen van filantropische instellingen. De overige 95 procent van het geld wordt behandeld als een belastingvrij investeringsfonds, dat de meeste stichtingen voortdurend verder laten groeien.

    Laten we dat concreter maken. Het gemiddelde rendement voor het kapitaal van liefdadige instellingen bedroeg in 2020 13,1 procent. Neem als voorbeeld een stichting met een fonds van 100 miljoen dollar: die stichting hoeft in een jaar maar 5 miljoen dollar aan goede doelen te besteden. Het vermogen groeit in dat jaar tot 113 miljoen dollar, en na aftrek van die 5 miljoen blijft er 108 miljoen over. Het jaar daarop groeit die grotere taart van 108 miljoen uit tot 122 miljoen, wat met aftrek van pakweg 5,4 miljoen aan liefdadige bestedingen resulteert in circa 117 miljoen. Zo is die 100 miljoen in twee jaar tijd dus al 117 miljoen geworden, en dat blijft maar groeien. Dat geld, in feite onbelast investeringskapitaal, belandt vervolgens bij de gebruikelijke aanjagers van het extractiekapitalisme: aandelen, obligaties, vastgoed, fossiele-brandstofbedrijven enzovoort. Wat weer resulteert in verdere vermogensaccumulatie. 

    Leeuwendeel

    De 5-procentregel is ooit ontstaan in de VS, maar heeft zich over de wereld verspreid en wordt nog steeds aanbevolen als model voor filantropische instellingen: het eigen fonds zo veel mogelijk laten groeien en de bestedingen tot het minimum beperken. Zo groeit het vermogen en groeit de macht van de betreffende instellingen, terwijl het geld mondjesmaat doorsijpelt naar degenen die het harde werk doen. Je hoeft geen boekhouder of econoom te zijn om de gevolgen van dit model te begrijpen. Slechts een fractie van de onbelaste schenkingen wordt daadwerkelijk ingezet voor het oplossen van maatschappelijke en klimatologische problemen, het leeuwendeel wordt opnieuw geïnvesteerd in de levensvernietigende activiteiten van extractieve markten met een hoog doorlopend rendement op investeringen.

    In de meeste landen zijn schenkingen aan liefdadige instellingen aftrekbaar van de belasting. Filantropie speelt daardoor een grote rol in strategieën voor het minimaliseren van de belastingafdracht en draagt verder bij aan de vermogensconcentratie. Volgens een recent onderzoeksrapport van tijdschrift The Nation krijgt Bill Gates misschien wel meer geld terug via belastingvoordelen dan hij met de activiteiten van de Gates Foundation aan schenkingen besteedt. Een ander voorbeeld is MacKenzie Scott, een van de grootste weldoeners in de VS. Haar is de afgelopen jaren lof toegezwaaid vanwege de omvang, aard en snelheid waarmee ze goede doelen heeft gefinancierd. Maar volgens de Billionaires Index van Bloomberg is ondanks al die schenkingen haar eigen vermogen in 2023 toch gegroeid. 

    Hoewel ze dus enorm veel belastingvoordeel uit hun schenkingen halen en slechts het kleinst mogelijke deel daarvan echt aan goede doelen besteden, staan filantropen in onze samenleving toch te boek als goede, gulle en grootmoedige mensen. Het is tijd om op te houden met die heldenverering van filantropen en de oproep om de rijken te belasten om te zetten in daden. We moeten de schenkingen gaan belasten. Ga maar na wat je zou kunnen doen met een belasting op die enorme filantropische fondsen. Met de opbrengst daarvan kun je democratisch beheerde burgerfondsen opzetten die miljarden dollars kunnen herverdelen onder gemeenschappen die direct door de klimaatverandering worden getroffen, inheemse volkeren, klimaatvluchtelingen en zelfs de ecosystemen die het zwaarst onder de winning van grondstoffen hebben geleden.

    Dit kan het begin zijn van ingrijpende structurele veranderingen in de filantropie. Wat hier vereist is, is niets minder dan een ander wereldbeeld, een andere aanpak die gebaseerd is op een economie die het leven op aarde centraal stelt en een oprecht verlangen de mondiale polycrisis aan te pakken. Het is tijd om van systemen die individuele en institutionele belangen beschermen over te stappen op systemen die de rijkdom herverdelen in collectieve investeringen in een toekomst die het leven waard is.

  • Superrijken handelen steeds egoïstischer. Wat betekent dat voor de samenleving?

    Superrijken handelen steeds egoïstischer. Wat betekent dat voor de samenleving?

    Vandaag de dag verzetten de allerrijksten zich tegen belastingverhogingen en financieringen voor hulpprogramma’s, wat historisch gezien uitzonderlijk is. Volgens econoom Guido Alfani snijdt de elite zichzelf hiermee in de vingers.

    Gedurende een groot deel van de westerse geschiedenis zijn de rijkste mensen door hun gemeenschap met scheve ogen bekeken en hebben ze geprobeerd in een gunstiger daglicht te komen door hun samenleving financieel te hulp te schieten in tijden van crisis, zoals tijdens epidemieën, hongersnoden en oorlogen. Deze symbiotische relatie bestaat niet meer. De hedendaagse rijken, die hun vermogen over het algemeen veilig door de Grote Recessie van 2008 en de recentere coronapandemie hebben geloodst, verzetten zich tegen pogingen om hun rijkdom af te romen voor de financiering van allerlei hulpprogramma’s.

    Dit is historisch gezien uitzonderlijk. Het financieel bijspringen tijdens grote crises is lange tijd de belangrijkste sociale functie van de rijken binnen de westerse cultuur geweest. Wanneer in het verleden het idee bestond dat de rijksten ongevoelig waren voor de benarde toestand waarin de massa verkeerde, en al helemaal wanneer ze een slaatje uit die toestand leken te slaan (of daar alleen maar van verdacht werden), zorgde dat voor maatschappelijke onrust, die ontaardde in rellen, opstanden en geweldpleging jegens rijken. Aangezien geschiedenis de onaangename hebbelijkheid heeft zich te herhalen, zouden we er goed aan doen de huidige ontwikkelingen, inclusief het onvermogen van wetgevers om de belasting voor rijken te verhogen, vanuit een langetermijnperspectief te bezien.

    Zondaars

    Laten we beginnen met de overweging dat westerse samenlevingen altijd moeite hebben gehad met de aanwezigheid van zeer rijke, of zelfs supperrijke individuen. Middeleeuwse theologen beschouwden rijke mensen als zondaars en vonden dat het vergaren van grote sommen geld ontmoedigd moest worden. Op zijn minst werd van de rijken verwacht dat ze het niet al te breed lieten hangen en dat ze omwille van hun zielenheil met gulle hand aan goede doelen schonken.

    Maar toen nieuwe ontwikkelingen op het gebied van handel en geldwezen mensen in staat stelden vermogens van nooit eerder vertoonde omvang op te bouwen, kon de aanwezigheid van extreem rijke individuen binnen de gemeenschap niet langer als een anomalie worden afgedaan. Vanaf de vijftiende eeuw werd, om te beginnen in de economisch meest ontwikkelde gebieden van Europa zoals Midden- en Noord-Italië, aan rijke mensen een specifieke sociale rol toebedeeld, namelijk die van particuliere geldbron waarop de gemeenschap in tijden van nood een beroep kon doen.

    Niemand bracht dit beter onder woorden dan de Toscaanse humanist Poggio Bracciolini. In zijn in 1428 voltooide traktaat ‘De avaricia’ (‘Over hebzucht’) betoogde hij dat ‘steden die er traditiegetrouw openbare graanschuren op nahouden bij wijze van voedselreserve ook in ruime mate dienen te beschikken over inhalige lieden, teneinde een soort particuliere geldschuur te vormen die eenieder van dienst kan zijn’.

    Er is historisch bewijs te over dat overal in de westerse wereld de rijken zich eeuwenlang op de meest uiteenlopende manieren van hun taak als geldschuur hebben gekweten, bijvoorbeeld door akkoord te gaan met het betalen van extra belasting in tijden van crisis of het verstrekken van leningen aan regeringen. In de vroegmoderne tijd ging het daarbij vaak om wettelijk afgedwongen leningen aan overheden, al moeten we ervoor waken deze als louter arbitrair machtsmiddel te beschouwen omdat ze niet waren voorbehouden aan absolute monarchieën maar ook, met name in oorlogstijd, werden afgedwongen door republikeinse regeringen zoals de Venetiaanse. Sterker nog, de rijke kooplieden die de belangrijkste ‘slachtoffers’ van gedwongen leningen waren, waren ook de bestuurders van patricische republieken die begrepen dat ze met particuliere middelen bijdroegen aan het algemeen nut. Zo legde de Republiek Venetië niet alleen na de verschrikkelijke plaag van 1630 gedwongen leningen op aan haar rijkste inwoners, maar werd er ook een beroep op hen gedaan om in de periode 1645-1669 een uitputtende oorlog met het Ottomaanse Rijk te financieren – al leverden vrijwillige leningen van haar patricische onderdanen de republiek een veel groter bedrag op.

    Dit verschilt al met al weinig van het patriottisme waarmee veel rijken tijdens de wereldoorlogen inschreven op noodleningen, zoals de Liberty Bonds die de Verenigde Staten in de jaren 1917-1918 uitgaven om de geallieerde oorlogsinspanningen te financieren. Deze leningen bleken een slechte investering, aangezien de reële rente vanwege hyperinflatie geneigd was negatief uit te vallen. Maar in de twintigste eeuw was de grens tussen vrije keuze en verplichting even vaag als in de zeventiende, aangezien regeringen elke kans aangrepen om de sociale druk op rijken die niet over de brug kwamen op te voeren. Soms gingen ze nog verder: in 1917 dreigde de Britse minister van Financiën expliciet met het confisqueren van bedrijfsmiddelen als er niet een bepaald minimumbedrag zou worden opgehaald voor een nieuwe ‘vrijwillige’ oorlogslening.

    De rijksten nemen niet langer de sociale rol op zich die ze eeuwenlang hebben vervuld

    Echt nieuw aan de manier waarop de rijken in de twintigste eeuw hun bijdrage aan de oorlogsinspanning moesten opvoeren was de uitbreiding van het progressieve belastingstelsel, waarbij de schijf voor de hoogste inkomens aanzienlijk werd opgehoogd (het historische maximum in de Verenigde Staten werd bereikt in de jaren 1944 en 1945, met een percentage van 94 procent voor inkomens boven de 200.000 dollar). Ook de onroerendezaak- en erfbelasting gingen drastisch omhoog. Historisch gezien vormen oorlogen natuurlijk de beste motivatie om burgers om een hogere bijdrage te vragen, of het nu in de vorm van bloed is of van geld. Maar in de twintigste eeuw werd van de rijken ook tijdens economische crises in vredestijd, met name de Grote Depressie van de jaren dertig, verwacht dat ze aanzienlijk meer bijdroegen aan de rijksbegroting dan de rest van de bevolking. Een expliciet voorbeeld is het belastingpakket dat in de Verenigde Staten werd ingevoerd als onderdeel van Franklin Roosevelts New Deal.

    De afgelopen vijftien jaar hebben we de Grote Recessie meegemaakt, die in sommige landen eveneens tot een staatsschuldencrisis leidde, gevolgd door de ergste pandemie sinds een eeuw, een aanhoudende oorlog in Oekraïne en de dreiging van een grootschalig conflict in het Midden-Oosten. Historisch gezien zou je verwachten dat er in deze periode opnieuw bij de rijken op aan was gedrongen dat ze hun traditionele rol zouden vervullen, en in veel westerse landen hebben politici dan ook voorstellen in die richting gedaan.

    Maar tot dusver hebben de discussies nog niet tot concrete actie geleid en recente belastinghervormingen lijken weinig te hebben geholpen om de rijken meer te laten bijdragen. Uit recente gegevens over de belastinghervormingen door Europese landen in het kielzog van de coronapandemie blijkt dat de hoogste schijven van de inkomstenbelasting of, voor zover die bestaat, de vermogensbelasting maar zelden zijn verhoogd, of hooguit in bescheiden mate. In de Verenigde Staten zijn voorstellen van de regering-Biden om de belasting voor de allerrijksten te verhogen, zoals een minimaal inkomstenbelastingtarief voor miljardairs, herhaaldelijk gesneuveld door gebrek aan voldoende politieke steun.

    Dit is verontrustend. Het betekent dat de rijksten dus niet langer de sociale rol op zich nemen die ze eeuwenlang hebben vervuld. Bovendien wordt hierdoor hun positie in de maatschappij enigszins onduidelijk.

    Ook moeten we ons afvragen of de uitzonderlijke veerkracht die de rijken bij recente crises aan de dag hebben gelegd de maatschappij als geheel niet minder veerkrachtig heeft gemaakt; want als de rijken hun vermogen tegen crises beschermen, betekent dat ook dat ze het tegen extra belastingen beschermen, waardoor overheden over onvoldoende middelen beschikken om de nood van de armere lagen van de bevolking, economisch of anderszins, te lenigen. Tot op zekere hoogte hebben regeringen dit gecompenseerd door de staatsschuld te verhogen, wat de vraag oproept wie die zal aflossen. Als je bedenkt dat veel westerse belastingsystemen hun rijken niet in dezelfde mate belasten als voorheen, is het waarschijnlijk dat de mate waarin de rijken zullen opdraaien voor de rekening van de covid-19-crisis extreem veel lager zal zijn dan die gedurende eerdere crises.

    Geschonden

    Hoe is zoiets mogelijk als de meerderheid van de inwoners van westerse landen (inclusief een deel van de rijken, zoals blijkt uit de In Tax We Trust-campagne) het erover eens is dat het doodnormaal is en volledig in lijn met de geschiedenis om in deze uitzonderlijke tijden een grotere bijdrage van de allerrijksten te vragen? Een andere culturele constante in de geschiedenis van het Westen is de wijdverbreide verdenking dat als de rijkste componenten van de samenleving rechtstreeks bij de politiek worden betrokken, ze buitensporig veel invloed kunnen uitoefenen op het politieke debat. Hier was men zich bijvoorbeeld goed bewust van in de middeleeuwen, toen in Europa veel republikeinse stadsbesturen probeerden te voorkomen dat de rijkste families toegang kregen tot de hoogste openbare ambten. En ook in de moderne tijd duikt die verdenking weer regelmatig op: denk aan de discussie over de toenemende concentratie van economische en financiële macht in de Verenigde Staten gedurende de eerste decennia van de twintigste eeuw, die bij beide politieke partijen leidde tot de vrees dat enkele superrijke individuen een doorslaggevende stem in de nationale politiek zouden kunnen krijgen.

    Maar vandaag de dag wordt de politieke betrokkenheid van de allerrijksten in veel westerse landen voor lief genomen. In sommige gevallen zijn superrijken zelfs president of premier geworden: een vroeg voorbeeld was Silvio Berlusconi, die in 1994 voor het eerst tot premier van Italië werd verkozen. Misschien zijn de recente pogingen om de rijken meer te laten bijdragen tijdens crises wel zo uitzonderlijk onsuccesvol geweest doordat de rijken zo uitzonderlijk goed in staat zijn om het beleid te beïnvloeden. Bovendien, zo zullen de superrijken als eersten bevestigen, betalen ze in absolute zin al meer belasting dan wie dan ook, een argument dat regelrecht uit de mond van een zeventiende-eeuwse Venetiaanse patriciër had kunnen komen, ware het niet dat de patriciër zich niet genoodzaakt zou hebben gevoeld een rechtvaardiging voor zijn bevoorrechte fiscale behandeling te verschaffen.

    Als de rijken actief hebben geprobeerd een hogere fiscale bijdrage te ontlopen, dan hebben ze zichzelf (en iedereen) daarmee misschien wel in de vingers gesneden. In veel westerse landen is het electorale succes van partijen die duidelijk tegen de gevestigde orde en de rijken zijn gekant vermoedelijk het gevolg van een wijdverbreide afkeer van een economische (en politieke) elite die als egocentrisch en opportunistisch wordt beschouwd. Dat de rijken een eeuwenoud sociaal contract hebben geschonden door de deuren van hun geldschuren dicht te houden, zal daarbij naar alle waarschijnlijkheid een rol spelen.

    Guido Alfani is hoogleraar economische geschiedenis aan de Bocconi-universiteit in Milaan.

  • Rijkste Russen verliezen gezamenlijk meer dan 83 miljard dollar

    Rijkste Russen verliezen gezamenlijk meer dan 83 miljard dollar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Moderna geeft vaccinpatenten in arme landen vrij

    » Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    22 rijkste miljardairs van Rusland zien fortuin verdampen

    De tweeëntwintig rijkste miljardairs van Rusland verloren dit jaar op papier tezamen al 83 miljard dollar, circa 74,73 miljard euro, bericht The Daily Mail. De rijkste man van Rusland, Vladimir Potanin, president van Norilsk Nickel, verloor tot dusver 6 miljard dollar. Het grootste verlies was voor Vagit Alekperov, voorzitter van LUKoil, die nu 7,19 miljard dollar waard is na een vermogensdaling van 68 procent.

    Lees ook: