Tag: risico

  • Hoe Italiaanse  kooplieden uit de twaalfde eeuw het idee van risico uitvonden

    Hoe Italiaanse kooplieden uit de twaalfde eeuw het idee van risico uitvonden

    In deze tijden van corona worden we misschien wel vaker geconfronteerd met het begrip ‘risico’ dan ooit tevoren. Maar waar komt dat begrip eigenlijk vandaan? Hoogleraar Italiaanse en Mediterrane studies Karla Mallette zocht het uit.

    We zijn recentelijk allemaal experts op het gebied van risicobeoordeling en risicobeheer geworden; we denken na, praten en tweeten over het risico dat we nemen als we ons bezighouden met activiteiten die ooit alledaags waren. Het is moeilijk voorstelbaar dat we zonder het begrip risico zouden leven: het is het analytische instrument waarmee we de wenselijkheid berekenen van handelingen die voordeel of verlies kunnen opleveren.

    Toen het woord risico in de twaalfde eeuw in West-Europese talen belandde, ongeveer in dezelfde periode dat ook de begrippen ‘gevaar’ en ‘toeval’ ontstonden om de bedreiging van voorspoed aan te duiden, duurde het even voordat het begrip beklijfde. Niccolò Machiavelli (1469-1527) en Francesco Guicciardini (1483-1540), de twee grote Italiaanse schrijvers uit de vijftiende en zestiende eeuw die schreven over toeval en macht terwijl alles om hen heen instortte, gebruikten het Italiaanse woord rischio in ieder geval niet in de werken waarmee ze beroemd werden, ook al waren Italianen early adopters van het begrip en van het speculatieve gedrag dat het beschrijft.

    Een plotselinge storm kon schip, bemanning en lading vernietigen en piraterij was alomtegenwoordig

    Het eerst bekende gebruik van het Latijnse woord resicum, verre voorouder van risk, rischio, risque, risico, dook op in een notariscontract dat op 26 april 1156 in Genua werd opgemaakt. De kapitein van een schip sloot een contract af met een investeerder om met het geïnvesteerde kapitaal naar Valencia te reizen. Het contract wijst het resicum toe aan de investeerder: de kapitein zou aan het einde van de reis 25 procent van de winst ontvangen en de investeerder streek de resterende 75 procent op. Dit contract laat overigens zien dat de middeleeuwse Italiaanse scheepvaart een egalitair karakter had. Het specificeert namelijk dat de reis zou kunnen worden verlengd van Valencia naar Alexandrië voordat het schip terug zou keren naar Genua, maar alleen als een meerderheid van de mannen aan boord ermee instemde.

    Resicum had in deze vroege contracten een magische werking. Het kerkelijk recht verbood de betaling van rente op leningen in middeleeuws Europa, net zoals de islamitische wet dat deed in het oostelijke en zuidelijke Middellandse Zeegebied. Om in het geval van een succesvolle voltooiing van een reis een bonus te kunnen betalen aan investeerders, durfkapitalisten en kapiteins, bood resicum de mogelijkheid om te ontsnappen aan dat verbod. En tegelijk was de kans om investeringswinst te boeken zo ook weggelegd voor degenen die niet konden reizen: een klein maar significant deel van de investeerders in deze maritieme contracten blijken gepensioneerde zeelieden of vrouwen te zijn. Het risico dat werd genomen door degenen die de reis ondernamen werd zo dus gedeeld.

    Zeevaart over de Middellandse Zee kon enorm winstgevend zijn, maar was riskant. Een plotselinge storm kon schip, bemanning en lading vernietigen en piraterij was alomtegenwoordig. Een kapitein kon op het moment dat hij vertrok niet weten wat de toestand in de haven van bestemming was. Hij zou naar Valencia kunnen gaan met de bedoeling om zijde te kopen, om er vervolgens achter te komen dat een regimewisseling of plaag de economie had verwoest en de wevers en verkopers van zijde had verjaagd. Vóór de innovatie van resicum droegen kapiteins en bemanning de risico’s van de reis: alleen zij zouden de lasten dragen en de winst in eigen zak steken. Resicum verdeelde potentiële winst en verlies over een bredere gemeenschap. Onvoorziene omstandigheden konden worden geclassificeerd en het risico gerationaliseerd.

    Al-rizq

    Waar kwam dit wonderen verrichtende begrip vandaan? Historici denken dat resicum is afgeleid van het Arabische woord al-rizq dat voorkomt in de Koran. Het verwijst naar Gods voorziening voor de schepping. Zoals in dit vers dat een zelfstandig naamwoord en een werkwoord met dezelfde lexicale stam bevat: ‘Hoeveel schepselen kunnen niet voor hun eigen voorziening [rizq] zorgen! God voorziet hen en jou: hij is de Alhorende, de Alwetende.’ In de middeleeuwen werd het woord gebruikt om de dagvergoeding voor soldaten aan te geven. In het dialect van al-Andalus, het Arabische Spanje, verwees het naar toeval of geluk. Het lijkt erop dat rizq van haven tot haven rond de Middellandse Zee reisde, totdat het begrip op de werktafel belandde van een klerk in Genua, die een strategie bedacht om de risico’s van transmediterrane handelsondernemingen te spreiden.

    Vanaf dat moment begon resicum aan een triomftocht. Want wat werkte voor de transmediterrane scheepvaart, werkte net zo goed voor een breed scala aan contracten, uiteenlopend van op premie gebaseerde schadeverzekeringen tot polissen die werden afgesloten op het leven van tot slaaf gemaakten, vooral van tot slaaf gemaakte zwangere vrouwen wier leven bijzonder precair was. Gokkers konden zelfs een resicumcontract afsluiten op de levensverwachting van beroemde mensen. Kortom, resicumcontracten die in Genua en Venetië werden opgesteld, liepen aan het einde van de veertiende eeuw uiteen van verzekeringen tot wat we nu gokken zouden noemen.

    Nadat het nieuwe woord in het Italiaans terechtkwam, toen nog een jonge taal, dook het op bij enkele schrijvers die in het Italiaans schreven. De betekenis van het begrip begint te veranderen: In de veertiende eeuw verscheen het Italiaanse woord rischio, meestal als synoniem voor gevaar, in poëzie, geschiedenissen, morele verhandelingen en in vroege wetboeken die in de nieuwe volkstaal waren geschreven. Het had toen niet meer de betekenis van een uitkering als stimulans voor investeringen in onzekere ondernemingen.

    Het begrip past goed bij de ontwikkelingen in het tijdsgewricht. De vijftiende en zestiende eeuw in Italië boden volop mogelijkheden om na te denken over gevaar en risico. De aanwezigheid van huurlingen, uitgenodigd om te vechten namens Italiaanse facties van Milaan tot Rome en de strijd tussen Anjou en Aragón om het Koninkrijk Napels in het zuiden, domineerde de eerste helft van de vijftiende eeuw. Na de Ottomaanse verovering van Constantinopel in 1453 verdreven moslims Byzantijnse christenen om de oude keizerlijke hoofdstad te claimen die de Italianen zelf in 1204 hadden veroverd, tijdens de Vierde Kruistocht. In de zestiende eeuw bestormden Franse en Spaanse legers het schiereiland en voerden ze oorlogen op Italiaanse bodem.

    ‘Risicomanagement was in handen van lieden aan de onderkant van het sociale spectrum’

    Schrijvers die nauw zijn verbonden met de omwentelingen in deze eeuwen zijn Machiavelli en Guicciardini, beiden door politici aangesteld om te reflecteren op de machinerie van de politiek. Machiavelli’s Il Principe werd een van de bekendste verhandelingen over staatsmanschap tijdens de renaissance en het wordt nog steeds herdrukt en nagevolgd. Guicciardini noteerde zijn gedachten in het alledaags boek Ricordi [Herinneringen], dat pas na zijn dood werd gepubliceerd. Beide mannen staan stil bij het toeval of het lot, beiden schrijven over fortuin en over de tumultueuze veranderingen in hun tijd. Maar noch Guicciardini, noch Machiavelli gebruikten het woord risico, noch gebruikten ze de kwantitatieve analyse die destijds opkwam om het kronkelende pad van het lot te onderzoeken. Waarom?  

    Mogelijk omdat ze dachten in het Latijn, waaruit de Italiaanse woorden voor fortuin, lot en gevaar stamden die wel werden gebruikt. Maar risico, dat zijn oorsprong vond in de koran, had nog geen plaats in de wereld van Machiavelli en Guicciardini. Risico duidde toen nog op de harde onderhandelingen tussen ondernemers en zeelieden; risicomanagement was in handen van lieden aan de onderkant van het sociale spectrum. Degenen die in transmediterrane scheepvaart investeerden of resicumpolissen afsloten op het leven van de rijken en beroemdheden, waren niet de prinsen en gouverneurs naar wiens gunsten Machiavelli en Guicciardini dongen.

    Het woord en de praktijk van verzekeren, bereikten tegen het einde van de zestiende eeuw Frankrijk, Spanje, Engeland, Nederland en Duitsland. Resicum kwam zo in allerlei spellingen in alle volkstalen terecht. Risicobeoordeling- en management zouden in de loop van de volgende eeuwen rijpen, totdat, zoals de Duitse socioloog Ulrich Beck het omschreef, ‘risicomaatschappijen’ ontstonden, die waarschijnlijkheid en statistieken gebruiken om de mogelijke uitkomst van gebeurtenissen te berekenen. Inmiddels beschouwen we risicobeoordeling als een zaak van experts met tabellen en rekenmachines, die we inhuren om ons te vertellen wat er gaat gebeuren en wat het ons gaat kosten.

    Maar we hebben die experts niet nodig om te marchanderen met het lot. Risico is een verhaal dat we onszelf vertellen over de toekomst. Als ik het risico inschat om in 2021 een uitnodiging voor een sociale bijeenkomst te accepteren, denk ik graag aan die mannen en vrouwen die in 1156 hun resicum op de kade in Genua berekenden, met het ene oog op een handvol munten en het andere op de horizon.

    Lees ook: