Eerder waren brokstukken ontdekt op Roemeens grondgebied
Rusland zou niet doelbewust betrokken zijn geweest bij een drone-aanval op NAVO-land Roemenië. Dat zei NAVO-chef Jens Stoltenberg donderdag, meldt Radio Free Europe. Volgens Roemenië zijn er brokstukken gevonden vlak bij de grens met Oekraïne en kan een opzettelijke aanval door Rusland niet worden uitgesloten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Stoltenberg benadrukte wel dat het incident ‘het risico op incidenten en ongelukken aantoont’ dat Rusland neemt met zijn aanvallen, mede vanwege de ‘gevechten en luchtaanvallen dicht bij de NAVO-grenzen’. De Roemeense president Klaus Iohannis was daarentegen feller: hij riep op tot een dringend onderzoek om te kijken waar de brokstukken vandaan kwamen.
Oekraïne beweerde eerder deze week dat Russische drones van Iraanse makelij op Roemeens grondgebied waren neergekomen tijdens een aanval op de Oekraïense haven Izmail op zondagnacht. Een aanval op een NAVO-lidstaat zou de NAVO in een direct militair conflict met Rusland kunnen slepen vanwege het gezamenlijke defensiepact van de alliantie.
Hij zorgde ervoor dat premier Victor Ponta aftrad, wat hem de titel Europese Persoonlijkheid van het Jaar opleverde. Volgens de Roemeense Bădiță is de wereld veranderen geen rocketscience. De eerste in onze reeks inspirerende persoonlijkheden.
Doe je het door middel van kunst, technologie of woorden? Ga je protesteren op straat? Van Florin Bădiță hoef je niet te kiezen. Florin, zelfbenoemd probleemoplosser, is een man met veel petten, maar zijn inspanningen leiden allemaal tot één doel: Roemenië een betere plek maken.
Hij legt zijn aanpak uit met een voorbeeld: ‘De activist in mij wilde gegevens verzamelen over de uitgaven aan kerstversiering in alle steden in Roemenië. De nerd in mij verzamelde e-mailadressen uit alle steden en stuurde 326 verzoeken voor het vrijgeven van informatie en schreef een programma waarin ik kon bijhouden wie er antwoordde en wanneer. De kunstenaar in mij wilde zelf de gegevens presenteren zodat mensen de resultaten gevisualiseerd konden zien.’
Protesten in Boekarest tegen corruptie. Op woensdag 4 november 2015 trad premier Victor Ponta af na aanhoudende protesten in de nasleep van een grote brand op 30 oktober in een nachtclub, met tientallen dodelijke slachtoffers.
Een van Florins meest beruchte projecten – die hem de titel ‘Europese Persoonlijkheid van het Jaar’ opleverden en een plaats op de lijst Forbes Europa onder 30 – is Corruption Kills, dat hij begon nadat een brand een nachtclub in Boekarest had verwoest. De brand doodde 64 mensen en leidde tot massale anticorruptieprotesten, die premier Victor Ponta uiteindelijk dwongen af te treden.
‘Het doel van de beweging was om mensen te informeren over het gevaar van corruptie en hoe het invloed op iedereen kan hebben,’ zegt Florin. De Corruption Kills-Facebookpagina heeft nu 126.000 likes en wordt regelmatig bijgewerkt met nieuws over corruptie in Roemenië.
Ieder een deel
Op het moment is Florin betrokken bij een aantal verschillende projecten, waaronder Activist House, een openbare ruimte waar trainingen worden gegeven en debatten en campagnes worden georganiseerd; Civic TV, een opkomend multimediaplatform dat burgerinitiatieven uitzendt; Civistarterraken, een incubator die jongeren helpt met maatschappelijke vraagstukken; en tot slot de European Activists Conference, een evenement voor activisten uit de hele EU en aangrenzende regio’s, met als streven een betere toekomst voor Europa.
Ontdek wie u vertegenwoordigt in het Europees Parlement en ga deze persoon ontmoeten, of stuur hem in ieder geval een e-mail
Wat kunnen we doen om meer betrokken te zijn bij zowel lokale als Europese kwesties die ons dagelijks leven beïnvloeden? Volgens Florin is het geen rocketscience. Maatschappelijke verandering is een marathon, geen sprint. ‘Ga stemmen! Informeer jezelf over de mogelijkheden die je hebt,’ zegt hij enthousiast. ‘Ieder van ons moet een deel op zich nemen. Kijk bijvoorbeeld wie u vertegenwoordigt in het Europees Parlement en ga deze persoon ontmoeten, of stuur hem in ieder geval een e-mail.’
En wat als je nog meer wilt doen? ‘Doneer je tijd, expertise of geld aan de mensen die het werk doen,’ adviseert hij. ‘Stuur een bericht met de vraag: “Hé, hoe kan ik helpen?”’
Een laatste tip: ‘Onthoud dat leren een levenslang proces is, dus blijf jezelf altijd verbeteren.’
Tientallen Roemeense advocaten protesteerden gisteren bij het Hooggerechtshof van Boekarest tegen de veroordeling van Robert Rosu, een van hun collega’s. De veroordeelde advocaat is betrokken bij een enorme fraudezaak rond Prins Paul-Phillipe van Roemenië, die de benen heeft genomen.
De protesten volgden nadat advocaat Robert Rosu vorige week werd veroordeeld tot vijf jaar cel voor ‘directe betrokkenheid bij het afsluiten van contracten’ en ‘het doorgeven van berichten’ namens de Roemeense Prins Paul, schrijft nieuwssite BalkanInsight. Zijn collega’s zijn boos over het vonnis omdat Robert Rosu ‘slechts zijn plichten als advocaat vervulde en zijn cliënt vertegenwoordigde’. De veroordeling schept ‘een gevaarlijk precedent dat het vermogen en de bereidheid van andere advocaten om hun werk te doen, kan verstoren’. De UNBR, de Roemeense orde van advocaten, sluit zich daarbij aan en vindt dat het vonnis ‘angst zaait rondom de uitoefening van het beroep’.
Het Hooggerechtshof vindt echter dat Rosu een laakbare rol heeft gespeeld. Samen met een aantal zakenlieden is hij schuldig bevonden aan ‘het vormen van een criminele groep ter ondersteuning van de claim op twee stukken land ten noorden van Boekarest door de onwettige kleinzoon van een voormalige koning’.
Hoe dat allemaal zit wordt uit de doeken gedaan door de Roemeense nieuwssite Universul. Het is een geschiedenis van koninklijk gekissebis met als inzet landgoederen ter waarde van miljoenen euro’s.
De Prins
De 72-jarige Paul-Philippe al României, ook wel bekend als Paul-Philippe Hohenzollern, Paul Lambrino of Prins Paul van Roemenië, is volgens Universul een controversiële figuur. En dat begint allemaal met zijn afkomst. Hij is de kleinzoon van koning Carol II van Roemenië (1893 – 1953) en de zoon van Mircea Lambrino (1920 – 2006), die lange tijd werd beschouwd als het onwettige kind van Carol II. Geschillen over die onwettigheid en de ermee gepaard gaande aanspraken op koninklijke bezittingen, gaan meer dan een eeuw terug.
Carol, destijds troonopvolger, trouwde in 1918 in het geheim met de Roemeense aristocrate Zizi Lambrino. Dat huwelijk werd een jaar later nietig verklaard omdat een troonopvolger volgens de wet moest trouwen met een buitenlandse prinses. Uit het onwettige huwelijk met Zizi werd Mircea geboren. Een jaar later trouwde Carol II met prinses Elena van Griekenland en uit dat huwelijk werd zoon Michael geboren, die als officiële troonopvolger later koning van Roemenië werd. Toen de Communistische Partij na de Tweede Wereldoorlog de controle kreeg over Roemenië, werd Michael tot abdicatie gedwongen en ging hij in ballingschap.
De dingen werden gecompliceerder toen Mircea in 1955 door een Portugese rechtbank als wettige zoon van Carol II werd erkend. Daarmee zou hij officieel de oudste zoon zijn en dus de eerste erfgenaam. Na de val van het communisme in 1989 erkende een Roemeense rechtbank de uitspraak van Lissabon en het Roemeense Hooggerechtshof maakte die erkenning formeel in 2012. Vanaf dat moment was Paul dus officieel kleinzoon van koning Carol II en kort daarna veranderde hij dan ook zijn naam in Prins Paul van Roemenië. Hij claimde ook rechtmatig erfgenaam te zijn van het koninklijk huis van Roemenië en daarmee van koninklijke eigendommen. Dat kan allemaal wel zijn, vindt het Roemeense Hooggerechtshof nu, maar Prins Paul heeft frauduleuze handelingen verricht omdat ze juridisch niet overeenstemmen met de chronologie van zijn legitimering. Dat zit zo.
De zaak
Volgens Romania-Inside vinden de aanklagers dat Prins Paul illegaal heeft gehandeld bij de claim van een groot stuk land van 28 hectare ten noorden van Boekarest en van 47 hectare bos in Snagov. Is allemaal van mij, vond Paul, want het was ooit eigendom van grootvader Carol II, voordat het werd genationaliseerd door het communistische regime.
De eerste keer dat Prins Paul zijn claim op de landerijen deponeerde was in 2002, toen hij dus nog niet officieel was erkend als een legitiem lid van de Roemeense koninklijke familie. Zijn claim werd dan ook niet toegekend, maar Paul liet het er niet bij zitten. Hij benaderde in 2006 de Roemeense zakenman Remus Truica. Truica had warme banden met politici en andere invloedrijken want hij was kabinetschef geweest van oud-premier Adrian Nastase.
Volgens de Officieren van Justitie beloofde Prins Paul aan een groep rond Truica maar liefst 80 procent van de waarde van zijn claims als ze die konden waarmaken. Dat leek te lukken want door gesjoemel van allerlei betrokkenen kreeg Prins Paul de geclaimde stukken land toegespeeld in 2008. Het leverde Truica en de zijnen uiteindelijk echter niets op, want Prins Paul bleek de rechten op de twee landpercelen al in 2006 te hebben verkocht aan de Israëlische diamantmagnaat Beny Steinmetz en diens kompaan Tal Silberstein.
De veroordeling
Het Hooggerechtshof vindt dat Prins Paul frauduleus heeft gehandeld met zijn claim op de landerijen, aangezien hij pas begin 2012 officieel werd erkend als een wettige erfgenaam van koning Carol II. Daarnaast heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan omkoping en witwassen van geld en is hij medeplichtig aan ambtsmisbruik. Daarom is hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en vier maanden. Bij verstek weliswaar, want hij werd na de uitspraak niet aangetroffen in zijn huis in Boekarest. Er loopt een internationaal opsporingsbevel tegen hem en vermoed wordt dat hij in Portugal is.
Ook de betrokkenen die de illegale restitutie aan Prins Paul hebben georkestreerd zijn tot stevige gevangenisstraffen veroordeeld. Hun illegale handel in land en onroerend goed heeft de staat ongeveer 145,4 miljoen euro gekost, aldus de aanklagers. Remus Truica is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf en de Israëlische zakenlieden Benjamin Steinmetz en Tal Silberstein krijgen elk vijf jaar. Acht anderen, waaronder een voormalige burgemeester en een plaatselijke overheidsfunctionaris, kregen ook gevangenisstraffen.
En dan is er dus de gevangenisstraf van vijf jaar voor advocaat Robert Rosu. De rechtbank acht hem verantwoordelijk voor het opstellen van de juridische documenten die de groep rond Truica en Prins Paul in staat stelde om zich de koninklijke landgoederen wederrechtelijk toe te eigenen.
Sinds september bouwen demonstranten piramides van boeken voor het regeringsgebouw in Boekarest. Hun doel: behoud van het pluralisme in het onderwijs.
Er is al heel wat onzin gedebiteerd over de kwestie schoolboeken. Ministers, ouders, iedereen vond dat hij zijn steentje moest bijdragen. Een gedachte die op zichzelf niet verkeerd is, behalve dat er in deze kakofonie van een werkelijk debat amper sprake is. Laat ons de feiten eens op een rij zetten, om af te rekenen met allerlei mythes.
Waarom hebben wij nog schoolboeken nodig terwijl de Finnen er juist afstand van hebben gedaan? Omdat wij ons niet in dezelfde situatie bevinden als de Finnen, die een goed functionerend onderwijsstelsel hebben met voldoende financiële middelen. Het schoolboek is een leermiddel dat de leerlingen nodig hebben, waarin ze de basiskennis kunnen vinden van het onderwezen vak – oefeningen, toetsen en opgaven. En dat geldt voor alle leerlingen, ongeacht hun sociale klasse. Leerlingen uit iets gegoedere milieus hebben verder nog toegang tot aanvullende leermiddelen.
Voor arme kinderen is het schoolboek het enige leermiddel en voor de meeste kinderen is het schoolboek het enige boek dat ze ooit zullen lezen. want naar schatting leest vijftig procent van de Roemenen na zijn schooltijd geen enkel boek meer. Dus laten wij, in plaats van rondjes te lopen rond het schoolboek zoals indianen rond een totempaal, het eens hebben over wat nodig is om er op lange termijn voor te zorgen dat leerlingen toegang hebben tot voldoende en diverse leermiddelen.
2 euro per stuk
Eind augustus maakte minister van Onderwijs Liviu Pop bekend dat particuliere uitgeverijen geen schoolboeken meer mogen uitgeven en aan de staat mogen verkopen. De staatsuitgeverij Editura Didactica si Pedagogica (‘Didactische en pedagogische uitgeverij’) zal voortaan het monopolie hebben. Hij beschuldigde particuliere uitgeverijen ervan schoolboeken van slechte kwaliteit te hebben gedrukt om leerlingen te verplichten aanvullende leermiddelen aan te schaffen [de leermiddelen die scholen gebruiken naast de schoolboeken].
In zijn ogen hebben de ‘baronnen’ van de aanvullende leermiddelen enorme fortuinen vergaard, naar schatting 100 miljoen euro, terwijl de kinderen eronder lijden en de staat belastinginkomsten misloopt. De winsten die genoemd worden zijn enorm. Als de boekensector in zijn geheel toch eens zo veel zou opbrengen als alleen al de schoolboekensector! Maar in Roemenië gaat er helemaal niet zo veel geld om in deze sector.
Later kwam de minister op zijn standpunt terug: sommige van deze aanvullende leermiddelen mogen worden gebruikt, maar alleen met uitdrukkelijke toestemming van zijn eigen ministerie. Maar het echte probleem is dat schoolboeken bij ons nooit duur zijn geweest, ze kosten twee euro per stuk. Voor dat geld is het lastig een kwalitatief goed schoolboek aan te bieden, dus de uitgevers doen wat ze kunnen. In andere Europese landen kost een schoolboek tien à twaalf euro. Zijn wij armer dan de overige lidstaten? Natuurlijk. Maar als we blijven weigeren in onderwijs te investeren, zullen we niet alleen letterlijk arm blijven, maar ook figuurlijk, in ons brein [volgens Eurostat investeert Roemenië het minst in onderwijs, namelijk 3,1 procent van het bbp].
De aanvullende leermiddelen zijn inderdaad overal verkrijgbaar. Sommige zijn goed, andere zijn slecht, sommige zijn duur, andere niet. Wie moet het kaf van het koren scheiden? De leraren, want zij weten welke aanvullende leermiddelen hun leerlingen nodig hebben. In plaats van dat het ministerie voor hen besluit om slechts één lesmethode per vak te gebruiken, zou het wat meer vertrouwen moeten hebben in hun oordeel en zou het hen moeten laten aangeven wat werkt en wat niet werkt. Kan het dat doen? Ja. Doet het dat? Nee.
Toch gaat het overal zo in de EU: er bestaat een markt voor schoolboeken en een markt voor aanvullende leermiddelen die voortdurend met elkaar concurreren, en de kwaliteit geeft de doorslag. Maar ons ministerie verklaart liever dat er een schoolboekenmaffia is, dat ‘baronnen’ fortuinen verdienen en dat, om deze grijze economie aan banden te leggen, er slechts één lesmethode mag worden gebruikt – waarmee het voorbijgaat aan het feit dat de Roemeense staat over genoeg instrumenten beschikt om illegale praktijken tegen te gaan. In plaats van justitie haar werk te laten doen verklaart de minister dat het schoolboek een ‘gemeen goed van nationaal belang’ is en besluit hij dat alle schoolboeken voor alle vakken door één uitgeverij worden gedrukt en uitgegeven, namelijk de staatsuitgeverij.
Bovendien wordt de minister hierin bijgevallen door allerlei parlementsleden en ministers die argumenten van het niveau van de stamtafel aanvoeren, zoals die van de voorzitter van de Kamer van Afgevaardigden die riep: ‘Echt, in onze tijd, toen wij op school zaten, waren wij misschien dommer dan de generaties van tegenwoordig, maar wij hadden per vak maar één schoolboek en kijk eens, het leverde waardevolle mensen op voor het land – ingenieurs, leraren, economen.’
Er gaat geen najaar voorbij of er breekt weer een schandaal uit over schoolboeken
In mijn tijd, dat klopt, hadden wij per vak slechts één schoolboek. En omdat we maar één boek hadden, werd het jaar in, jaar uit gebruikt. En er waren er nooit genoeg voor alle leerlingen, vaak moesten twee leerlingen een exemplaar delen.
Maar waar hebben we het eigenlijk over? Dat weet inderdaad niemand meer. Iedere dag worden er enorme hoeveelheden energie gestoken in discussies over schoolboeken (alsof we geen deel uitmaken van de Europese Unie, nog in het socialistische Roemenië leven, als zusterstaat van Noord-Korea), over de taalfouten van de minister van Onderwijs, de financiële belangen van uitgeverijen, de opvattingen van de premier. In plaats daarvan kunnen we beter nuchter vaststellen dat het desbetreffende ministerie bestuurlijk incapabel is, wat het ieder jaar weer aantoont, want er gaat geen najaar voorbij of er breekt weer een schandaal uit over schoolboeken. Vijf jaar geleden ging het over de digitale schoolboeken, nu over het feit dat er maar één schoolboek per vak mag worden gebruikt. De instellingen die er iets over zouden moeten zeggen, zoals de Academie of toonaangevende universiteiten, hullen zich in stilzwijgen.
Ondertussen wordt er gedemonstreerd. We vechten tegen ideologieën in plaats van ons te herinneren dat er een onderwijspact bestaat dat getekend is door alle partijen, waar we niemand meer over horen. We stellen stompzinnige vragen over de noodzaak om al dan niet één schoolboek per vak te hebben in plaats van ons zorgen te maken over de kwaliteit van het onderwijs. En van de schoolboeken.
Is dat normaal? Het gaat allemaal ten koste van onze kinderen die ons over twintig jaar zullen zeggen dat er weer een generatie is ‘opgeofferd’. Door ons.
Cultureel tijdschrift met sociologische en soms politieke inslag. Drijvende kracht achter het weekblad is Andrei Plesu, een vooraanstaand Roemeens intellectueel en voormalig minister van Cultuur. Het ‘Oude Dilemma’ staat bij uitstek te boek als Europa minnend.
In de Moldavische hoofdstad Chisinau wordt steeds openlijker gesproken over een unie met Roemenië, waar het economisch veel beter gaat.
Momenteel wordt in Moldavië opnieuw gedroomd van een unie met Roemenië, maar die droom ziet er heel anders uit dan vroeger. Toen ik kortgeleden terugkwam in de hoofdstad Chisinau, demonstreerde daar niet alleen net als elk jaar een brede burgerbeweging voor eenwording, maar was ook in politieke en economische kring de wil om hiernaar te streven duidelijk gegroeid.
De eenwordingsbeweging wil meer dan alleen het symbolische proces voltooien dat 98 jaar geleden begon, toen de Bessarabiërs (al sinds de veertiende eeuw de benaming van de bewoners van deze Roemeens sprekende streek) zich op 27 maart 1918 uitspraken voor een unie met Roemenië. Streefden de Bessarabiërs vroeger vooral uit angst voor het bolsjewisme een unie met Roemenië na, of omdat ze bang waren om opgeslokt te worden door Oekraïne (waar nu een burgeroorlog woedt) en daardoor hun Roemeense identiteit te verliezen, nu is de situatie volstrekt anders. De mensen hebben genoeg van de armoede en de corruptie en willen niet langer in een land wonen dat haar burgers geen welzijn kan bieden en hun geen enkel vertrouwen geeft in de toekomst. De nieuwe eenwordingsbeweging is allesbehalve romantisch en wil in de eerste plaats pragmatisch zijn, in zowel politiek, juridisch als economisch opzicht.
De mensen hebben genoeg van de armoede en de corruptie
Wie zijn nu eigenlijk deze Moldaviërs die massaal naar de hoofdstad stroomden om eenwording te eisen? Er waren veel leraren bij, maar ook bijvoorbeeld priesters en boeren. Roemenië wordt in Moldavië als een oudere zus beschouwd die het economisch voor de wind gaat, sinds ze deel uitmaakt van de Europese Unie en de NAVO. Het verschil tussen de twee staten laat zich het beste illustreren aan de hand van de wisselkoers tussen hun respectievelijke munten: een Roemeense leu is bijna vijf Moldavische lei waard.
Als je op straat mensen vraagt wat ze van Roemenië verwachten, mocht het inderdaad tot een unie komen, zijn ze vaak bang om er zich openlijk over uit te spreken. Sommigen kijken schichtig om zich heen, schijnbaar uit angst dat iemand hen zou kunnen horen. Degenen die wel verleid kunnen worden om zich uit te spreken, zeggen te hopen dat na eenwording de pensioenen en salarissen hoger zullen worden, of dat het banen zal brengen.
Een leraar uit de stad Floresti vertelt dat hij niet meer verdient dan 300 Roemeense lei (67 euro). Floresti, dat voorheen 12.000 inwoners telde, heeft de afgelopen tien jaar haar inwoneraantal zien kelderen met 38 procent. De uittocht ging vooral naar het buitenland, waar het vooruitzicht op werk lokte. Als het gesprek op een mogelijke eenwording komt, merkt de leraar op dat de Roemeenstaligen aan weerszijden van de rivier de Proet als twee druppels water op elkaar lijken: ‘We praten veel, maar doen bijna niets!’
De meest ontroerende ontmoeting van onze reis is die met Vera Teaca, op nog geen zeven kilometer van Tiraspol, de zogenaamde hoofdstad van Transnistrië (separatistische streek die zich in 1991 onafhankelijk verklaarde). Zodra ze hoort dat we uit Boekarest komen, kust ze me. Het gaat haar daarbij niet om mijn persoon, maar om wat ik vertegenwoordig: Roemenië. ‘In mijn dorp wonen veel Roemenen,’ vertelt ze, ‘iedereen heeft thuis wel een icoon staan van een heilige.’ Ernaast staan bij Vera twee portretten, van Mihai Eminescu en Ion Creanga, de twee grote nationale Roemeense schrijvers. Deze mevrouw heeft het niet over pensioenen of salarissen, maar praat over haar tuin…
Op 27 maart 2016 vierden tienduizenden mensen op het plein voor het nationale theater de 98ste verjaardag van de tijdelijke unie van Bessarabië en Roemenië: in vergelijking met de jaren ervoor een ongekend hoge opkomst. Maar in Chisinau mag dan steeds openlijker over een unie met Roemenië worden gesproken, Roemeense politici proberen het onderwerp juist zo veel mogelijk te vermijden. Als in interviews het thema toch zo nu en dan ter sprake komt, haasten ze zich om te zeggen dat het moment er nog niet rijp voor is. We maken ons dan ook geen illusies: terwijl de roep om eenwording in Chisinau steeds luider wordt, doet men er in Boekarest liever het zwijgen toe. Zoals gewoonlijk.
Krant van de intellectuelen en de middenklasse, opgericht in 1877. Vaart een liberale en onafhankelijke koers. Romania Libera is een van de drie best gelezen kranten van het land.
Al tien jaar rijdt de Roemeen Viktor Talic met een bestelbusje door Europa om mensen en goederen af te leveren. Zijn vijftig uur lange, vrijwel slapeloze reizen bieden een verontrustend maar ook inspirerend kijkje in de ziel van het continent.
De held van dit verhaal lijkt ouder dan zijn 34 jaar. Hij heeft indrukwekkende bovenarmen en een vriendelijk voorkomen, en hij weet wat veel mensen denken als ze ‘Roemenië’ horen. Er zijn Europese landen met een slechte reputatie, er zijn landen met een bijzonder slechte reputatie en dan heb je nog Roemenië. Het is een land waar hoofden van het Nationale Anticorruptie Directoraat moesten aftreden op beschuldiging van corruptie en waar de premier wordt verdacht van witwaspraktijken. Onze man weet daar alles van, omdat hij heel Europa bereist. In politieke termen zou je kunnen zeggen dat hij voortdurend op weg is door een steeds verder integrerende Europese Unie.
In 1992 had Roemenië nog 23 miljoen inwoners. Nu zijn dat er vier miljoen minder. Degenen die emigreerden profiteren van het feit dat Europa een onuitgesproken arbeidsverdeling kent die ongeveer als volgt werkt: overal waar ongeschoolde arbeiders nodig zijn, kijken werkgevers naar Roemenen.
Zelfs de Duitsers. Als er geen Roemenen waren, zouden eigenaars van abattoirs tot aan hun borst tussen de varkenskarkassen staan. Als zij er niet waren, zouden projectontwikkelaars de glorieuze Duitse bouwhausse kunnen vergeten. Hetzelfde geldt voor asperge- en aardappeloogsten. In de ogen van de Roemeense emigranten is alles beter dan thuisblijven. Als gevolg daarvan is huis en haard verlaten het meest Roemeense wat een mens kan doen – en dat is helemaal niet moeilijk. Je hoeft alleen maar in een minibusje te klimmen en naar het Westen te hobbelen. Elke Roemeense stad kent honderden van deze busjes. Een enkele reis Duitsland kost 70 euro; Nederland en België 80 euro; Frankrijk, Italië en Portugal 120 euro. Een gigantische armada van Roemeense busjes koerst al jaren door Europa.
Hier komt onze held om de hoek kijken, een held van de vrijheid, een held van de markteconomie – en op de een of andere manier, op zijn eigen manier, ook een held van Europa. Hij laat zich Viktor Talic noemen. Het zou onverstandig zijn, beweert hij, om zijn echte naam te gebruiken. Talic is op weg naar Portugal. Hij is meer dan alleen maar chauffeur van een busje, hij is ook expediteur, geldtransporteur en koerier – allemaal tegelijk. Met zijn Mercedes Sprinter vervoert hij acht landgenoten en een voorraad goederen van Punt A (Roemenië) naar Punt B (Portugal), een route die al veel Roemenen hebben gevolgd. Een deel van zijn klanten gaat zijn geluk voor het eerst buiten het vaderland beproeven, anderen vertrekken voor korte tijd om asperges te plukken of in de bouw of de diepvries-industrie te werken, of in wat voor sector dan ook. Weer anderen waren alleen maar even terug in Roemenië om formaliteiten af te handelen in Boekarest. Wanneer ze op weg gaan naar Portugal, vertrekken ze niet van huis, ze gaan naar huis. Talics kofferbak is altijd gevuld met pakketten.
De meeste zijn cadeautjes voor familieleden in het buitenland, zelf geslacht, zelf gebreid en vooral zelf gedistilleerd. Alles wat hij vervoert, of het nu pakketten of personen zijn, wordt van deur tot deur bezorgd, ongeacht de eind-bestemming in Portugal.
Dromen over het Westen
Het is half mei en Talic staat met zijn bus in het centrum van zijn woonplaats Satu Mare, in het noordwesten van Roemenië. Zijn klanten zijn allemaal stipt op tijd, gedoucht, een beetje weemoedig, en allemaal hebben ze meer bij zich dan de afgesproken ene koffer. Het zijn er zeven, ieder met zijn eigen dromen over het Westen. Er is een jong echtpaar bij en een ouder echtpaar, een gezette vrouw die de hele vijftig uur lange rit geen woord zal zeggen en een afgetobde, magere man van het soort dat door Hollywood vaak als terroristische ‘mol’ wordt gecast.
Er is ook een mooi meisje bij in een glanzend witte, met lovertjes afgezette outfit, eigenlijk een joggingpak. Van alle chauffeurs in Satu Mare biedt Talic de zwaarste reis. Zijn route van hier naar Portugal is ongeveer 4000 kilometer lang. Hij mijdt Italië, hoewel dat korter zou zijn. De carabinieri hebben in het verleden vanwege de geringste overtredingen Roemeense auto’s geconfisqueerd. Dan rijdt Talic liever 500 kilometer om. De laatste halte is altijd Portimão, op het zuidwestelijke puntje van Europa, waar Talics moeder inmiddels naartoe is verhuisd. Verder westelijk kun je in Europa bijna niet gaan. De rit duurt vijftig uur en het eerste Roemeense woord dat je onderweg leert is cinci, oftewel vijf. Dat is precies het aantal minuten pauze dat Talic neemt na het tanken.
Het tweede woord is cincisprezece, oftewel vijftien, wat de lengte is van de eetpauzes. Wat slaappauzes betreft, daarvoor is maar drie uur ingeruimd, overmorgen in het noorden van Spanje. De rest van de tijd blijft Talic wakker.
Talic is een held van de vrijheid, een held van de markteconomie en een held van Europa
Kostwinner
Vijftig uur om 4000 kilometer door Europa te reizen in een oude groene Mercedes Sprinter met 1,2 miljoen kilometer op de teller. De stoelen zijn keihard en versleten, de tweeassige aanhanger is tot de rand gevuld. En dan is er nog de Roemeense discopop die op volle sterkte aan staat en eindeloos wordt herhaald, zodat Talic niet in slaap valt voordat hij Noord-Spanje bereikt.
In Frankrijk mijdt hij de snelwegen – die zijn te duur – wat betekent dat het land met de grootste oppervlakte van Europa via landwegen wordt doorkruist. Tien uur pauze in Portugal is alles wat Talic zichzelf gunt voordat hij omdraait en weer op huis aan gaat. Dat komt neer op 8000 kilometer rijden, honderd uur achter het stuur, in iets meer dan vijf dagen. Is dit krankzinnig, suïcidaal of een gewone gang van zaken?
Talic is een aardige man die zich niet klein laat krijgen door de miljoen kilometer die hij achter het stuur heeft gezeten. Hij begrijpt dat mensen kritiek hebben op zijn manier van leven en legt uit dat hij niet altijd chauffeur is geweest. Hij zegt dat hij een goede leerling was met een wiskundeknobbel. Maar op een dag, toen zijn vader een boom aan het omzagen was, viel er een tak van een eik op diens achterhoofd zodat zijn beide ogen uit hun kassen werden gedrukt. Hij viel voorover op zijn nog draaiende kettingzaag, een rode Drujba van Sovjetmakelij die zijn hart aan flarden reet.
Talic was destijds veertien jaar. Een week nadat zijn vader omkwam in het bos ging hij van school; vier jaar lang voorzag hij met de zware Drujba in het levensonderhoud van zijn familie. Daarna ging hij naar Portugal en werkte in de bouw. Talic vertelt het verhaal op liefdevolle toon. Hij is niet iemand die overdrijft; vijftig uur later, op het zuidwestelijke puntje van Europa, bevestigt zijn moeder het hele verhaal met tranen in haar ogen. Voor iemand die als kind zijn familie onderhield met een kettingzaag lijken 4000 kilometer lange reizen door Europa zo krankzinnig nog niet. Eigenlijk is het best een prettig baantje. Talic start de bus. De overladen Mercedes kraakt en schokt, maar hij rijdt. Algauw bereiken we Hongarije.
Bij de grens verroert niets of niemand zich. Het is een warme dag en de Hongaarse douaniers zweten in hun blauwe uniform en laten zien hoe langzaam iemand in een paspoort kan bladeren. Talics baas, de eigenaar van het Mercedes-busje, staat voor ons in de rij, in een VW Passat. Hij rijdt altijd mee tot de grens, omdat hij de mensen van de douane het beste kent. Wanneer Talic niet verder komt bij de Hongaarse tolpoort, stapt voor ons zijn baas uit zijn auto en begroet een van de douane-beambten. Ze omhelzen elkaar. Ze kennen elkaar. Een korte babbel, een snelle blik in het paspoort.
Er zit iets tussen de bladzijden, dat de douanier met geoefende vingers pakt. Twee minuten later kan Talic de rij verlaten en terwijl hij passeert, wenst de Hongaar in zijn uniform de Roemenen in de Mercedes vrolijk een goede reis. Talic leunt voorover en zet de muziek harder. Hij heeft een usb-stick met honderden uren Roemeense folkpop in de radio gestoken. Voor westerse oren is het honderden uren lang hetzelfde liedje. Talic lijkt het mooi te vinden, de anderen staren tevreden naar de eentonige Hongaarse Pannonische steppe.
En dan rijden we Oostenrijk binnen.
Talics mobieltjes liggen op het dashboard, acht in getal: twee Roemeense, een Duitse, een Franse, een Spaanse en drie Portugese. Als een klant een pakket in Portugal wil laten bezorgen, belt hij of zij Talic. Dat kan ook als Talic al onderweg is. Dan maakt hij een kleine omweg. Voor veel Roemenen is Talic een van de weinige banden die ze nog met thuis hebben. Natuurlijk zijn er Facebook, WhatsApp en vaste buitenlandtarieven voor mobiele telefoons, maar die nemen de heimwee niet weg. Tot Talics klanten behoren gastarbeiders die zeven dagen per week vijftien uur per dag in een veld in het Portugese Alentejo werken. Soms geven ze hem alleen maar pakketten ter bezorging om even Roemeens met hem te kunnen praten en een band met hun vaderland te voelen.
Voor Talic is de EU geen monster dat in Brussel woont, het is een zee van mogelijkheden
Hun land, hun regels
Na Oostenrijk komt Duitsland. ‘Waarom gaat iedereen eigenlijk altijd vrijdags op weg?’ vraagt het mooie meisje zich hardop af. Ze heeft al in Duitsland gewerkt, in het zuiden, in een conservenfabriek. Daar verdiende ze 8,50 euro per uur aan de lopende band en was ze niet officieel in dienst. Maar ze was 400 euro van haar loon kwijt aan een piepklein kamertje in een stacaravan naast de fabriek. Dat kamertje van tien vierkante meter moest ze delen met een andere Roemeense. Ze merkte dat een minimumloon van 8,50 euro niet betekent dat je ook 8,50 euro verdient. Het betekent alleen dat sommige bedrijven moeilijker doen, en je maar 6 euro betalen.
De armada van Roemeense busjes maakt zich op voor Duitsland, of meer in het bijzonder voor de politieagenten daar. Anders dan de Hongaren laten de Duitsers zich niet omkopen. Natuurlijk zijn er boetes, 50 euro, zelden meer. Het probleem zijn de eerlijke agenten. Alleen in Duitsland neemt een politieman de moeite om een bestelbusje vol Roemenen aan te houden op de Autobahn om te zien of de auto of de aanhanger te zwaar beladen is. Talic vindt de Duitsers niet bijzonder gemeen. Of lastig. Ze zijn gewoon correct, zegt hij. Een eenvoudige rekensom verklaart het vertrek op vrijdag: een chauffeur heeft ongeveer tien uur nodig om de 900 kilometer van de Hongaarse grens naar Passau af te leggen. Als je aan het begin van de middag uit Roemenië vertrekt, ben je vlak na zonsondergang in Duitsland. Een Roemeens nummerbord is ’s nachts moeilijker te herkennen en een deel van de Duitse agenten is in het weekend vrij, de mooie Duitse Autobahn is leeg, de kans dat je niet wordt aangehouden is groot.
En voordat zaterdagochtend de zon opgaat, zijn de Roemenen alweer weg. Talic vindt het goed wat de Duitsers doen. Hun land, hun regels, zegt hij, niets mis mee. Hij ziet zijn werk als sport. Hij wil zijn dochter in Roemenië het beste van het beste geven, zodat ze later naar de universiteit kan en in een mooi huis kan wonen. Als hij zich aan de Duitse regels zou houden, zou dat onmogelijk zijn. Dus doet hij wat hij moet doen. Zoals Duitsland ook doet wat het moet doen, en Europa. Het is eigenlijk doodeenvoudig.
Je komt bij wijze van spreken weinig mensen tegen die zo hartstochtelijk Europeaan zijn als Viktor Talic. Voor hem is de Europese Unie geen monster dat in Brussel woont, het is een zee van mogelijkheden. Veel mensen die met hem zijn meegereden keren een paar jaar later misschien in een grote auto terug naar Roemenië en trekken in een groot huis dat ze zich nooit zouden hebben kunnen veroorloven als ze het land niet hadden verlaten. Dus wie zegt dat de Europese droom niet werkt?
Terwijl het busje Frankrijk binnenrijdt gaat de radio aan. Talic tankt goedkope benzine in de buurt van Montluçon in de Auvergne. In plaats van te douchen gaat hij naar de drogisterijafdeling van een supermarkt en spuit parfum op zijn bovenarmen. Helaas doen de andere passagiers hetzelfde. Nu ruikt het buisje naar een parfumoutlet op het hoogtepunt van de zomer.
In Frankrijk heeft Talic nooit problemen. Als hij voor de politie aannemelijk kan maken dat hij alleen maar op doorreis is en over een paar uur in Spanje zal zijn, laten ze hem passeren. Hij heeft maar één keer gedoe gehad. ‘Dat was met de varkens.’
Algauw was bekend geworden dat je Talic alles kon meegeven. Twee euro per kilo, dat was de enige regel. Vorig jaar rond deze tijd kreeg hij een telefoontje van een Roemeen die in een slachthuis in de buurt van Lissabon werkte. De baas daar weigerde de lonen van de Roemeense werknemers te betalen en zei dat ze hem maar voor de rechter moesten slepen. De Roemenen hadden een ander idee: ze besloten zijn varkens te stelen. Ze timmerden een enorme houten kist, stopten er veertien levende varkens in en gaven alles aan Talic, die de gestolen waar vastsjorde op zijn aanhanger.
Omdat alle betrokkenen besloten dat de reis van 4000 kilometer van Portugal naar Roemenië nogal lang was voor de varkens, besloten ze de varkens naar een kennis in Parijs te sturen. Talic en de varkens werden betrapt tijdens een politiecontrole. Een gendarme hield hen aan en vroeg om de verklaring van een dierenarts. Talic, die hem begrepen had, toonde hem de autopapieren en legde uit dat de zending voor Parijs was bestemd. De politieman schudde zijn hoofd en liet Talic doorrijden met zijn varkens.
‘Ze hebben het allemaal overleefd,’ zegt Talic. ‘De reis althans.’ En zo rijden we Spanje binnen.
De waanzin begint
Na het vijfendertigste uur verstrijkt de tijd in dikke klonten. Bilbao, Valladolid, Salamanca, de steden trekken voorbij. Nu rijdt de bus in elk geval weer over de snelweg. Niemand let op de tijd, niemand lijkt zich erom te bekommeren of de rit ooit voorbij zal zijn. Spanje is het ergste deel van de reis. De passagiers hangen als verdoofd op hun stoel. De gespreksonderwerpen zijn al sinds Bazel uitgeput. Dit is het moment waarop de mensen zich afvragen waarom ze zich hiervoor 120 euro voor hebben betaald. Een vlucht zou twee keer zoveel hebben gekost. Nooit heeft het fijner gevoeld om in Portugal aan te komen. De waanzin begint. Van nu af aan blijft geen van Talics acht mobieltjes stil. Iedereen weet dat hij op zondagmiddag in Portugal arriveert. Iedereen wil weten wanneer zijn pakket, zijn familielid, zijn vriendje komt. Soms belt Talic met drie mensen tegelijk.
Nadat hij het oudere echtpaar en de magere man in een dorp in de buurt van Lissabon heeft afgezet, rijdt Talic de Portugese hoofdstad in. Daar wachten verscheidene klanten hem op met hun auto om hun pakketten in ontvangst te nemen. Dertig, veertig Roemenen belegeren zijn Mercedes. Hij deelt het ene na het andere pakket uit en neemt een paar nieuwe in ontvangst.
Zondagavond vroeg eindigt de rit in Portimão, een toeristenoord in de buurt van de Algarve waar de Portugese bouwhausse heeft geresulteerd in een paar oerlelijke torenflats. In een daarvan woont Talics moeder. Zijn zus en stiefbroer wonen onder haar.
Talics moeder werkt voor 5 euro per uur als schoonmaakster in een hotel. De nieuwbouw waarin ze woont is nog niet klaar, maar ze wil onder geen beding terug naar Roemenië, ze is hier gelukkig. Talic zit naast haar aan de keukentafel en is te moe om te praten. Morgenochtend om acht uur gaat hij terug naar Roemenië. Hij zegt dat hem net iets te binnen is geschoten. Over de vraag hoe het is om Roemeen in Europa te zijn. Hij weet het antwoord. Roemeen in Europa zijn heeft niets met nationaliteit te maken. Roemeen zijn is een baan.
Juan Moreno
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.