Tag: Roh Moo-hyun

  • Frans Hals Museum kiest voor de confrontatie

    Frans Hals Museum kiest voor de confrontatie

    In de tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals wordt werk van de oude meester getoond naast dat van nog levende kunstenaars als fotografe Nina Katchadourian, multimediakunstenaar Shezad Dawood en schilder en beeldhouwer Anton Henning.

    Frans Hals, die in de Gouden Eeuw rijke kooplieden en guitige boeven portretteerde, was tijdens zijn leven populair en succesvol, maar raakte al voor zijn dood uit de mode. Zijn losse, 
vrijmoedige penseelvoering was te weinig fijnzinnig naar de smaak van de achttiende eeuw. Maar in de negentiende eeuw werd hij herontdekt door de impressionisten, die hem weer op het schild hesen als een moderne meester.

    Nu evenaart Hals in het pantheon van de kunstgeschiedenis zijn landgenoten Rembrandt en Vermeer, maar Ann Demeester, directeur van het Frans Hals Museum in Haarlem, ziet hem liever als een ‘transhistorische’ figuur, wiens invloed een tijdsprong maakt naar de hedendaagse kunst. Daarom heeft ze de ongebruikelijke stap genomen om hoogtepunten uit de Hals-collectie van het museum en andere 
werken uit de Gouden Eeuw naast het werk te hangen van nog levende kunstenaars, zoals fotografe 
Nina Katchadourian, multimediakunstenaar Shezad Dawood en schilder en beeldhouwer Anton Henning, voor een tentoonstelling getiteld Rendez-vous met 
Frans Hals. Ze hoopt daarmee aan te tonen dat huidige 
kunstenaars zich nog altijd laten inspireren door de 350 jaar oude nalatenschap van Hals.

    ‘Geschiedenis leeft’

    ‘Transhistorisch’ is tegenwoordig een soort modewoord in kringen van curatoren, nu musea naar nieuwe manieren zoeken om publieke belangstelling voor oudere kunst te wekken. Het vermengen van oud en nieuw heeft ook belangstelling gewekt bij verzamelaars op kunstbeurzen als Frieze New York, en ook veilinghuizen doen volop mee: vorig jaar 
verkocht Christie’s tijdens een veiling van moderne kunst Leonardo da Vinci’s Salvator Mundi voor 450 miljoen dollar.

    Het Frans Hals Museum heeft transhistorische 
ideeën onderdeel van zijn beleid gemaakt. De huidige tentoonstelling duurt tot en met september, waarna het museum andere stukken uit de collectie kriskras door elkaar zal hangen, zoals bij de voor februari 2019 geplande tentoonstelling Frans Hals en de Modernen, 
die werken van Hals naast impressionistische en postimpressionistische schilderijen zal tonen.

    ‘De transhistorische trend probeert duidelijk te maken dat geschiedenis leeft,’ zegt Sheena Wagstaff, voorzitter van de afdeling moderne en hedendaagse kunst van het Metropolitan Museum of Art in New York. In een telefonisch interview beschrijft 
Wagstaff haar programmering in het Met Breuer, het filiaal van het museum op Madison Avenue, als ‘bewust transhistorisch’, een term die ze volgens eigen zeggen zo’n zes jaar geleden is gaan gebruiken. ‘Met een mengeling van geschiedenis en hedendaagse kunst kunnen we enkele raadsels oplossen die de kern vormen van grote kunst,’ zegt ze.

    De in 2016 in Breuer gehouden tentoonstelling Unfinished: Thoughts Left Visible toonde onvoltooide schilderijen door de eeuwen heen, van Titiaan tot Lucian Freud, Gerhard Richter en Bruce Nauman. Daarna volgde Like Life: Sculpture, Color and the Body (1300-Now), die nog tot 22 juli te zien is en een 
niet-chronologische kijk geeft op zevenhonderd jaar sculpturen van het menselijk lichaam.

    De tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals, met werk van de oude meester naast dat van hedendaagse kunstenaars. – © Gert Jan van Rooij
    De tentoonstelling Rendez-vous met Frans Hals, met werk van de oude meester naast dat van hedendaagse kunstenaars. – © Gert Jan van Rooij

    Deze tentoonstelling, die niet alleen de schone kunsten omvat maar ook wassen beelden en anatomische modellen, begint met een hyperrealistisch beeldhouwwerk van Duane Hanson uit 1984, springt van een vijftiende-eeuws beeldhouwwerk van Donatello naar een werk van El Greco uit de Spaanse renaissance en plaatst een moderne androïde naast een negentiende-eeuwse beeltenis van Jeremy Bentham, gemaakt met de beenderen van de Britse filosoof zelf. ‘De bedoeling van deze tentoonstelling was om de canon open te stellen en uit te breiden met werk dat 
in een populistischer licht kan worden bezien,’ zegt Wagstaff.

    Suzanne Sanders, de Amsterdamse kunsthistorica die in 2015 en 2016 congressen organiseerde over ‘Het transhistorisch museum’, noemt transhistorische tentoonstellingen ‘de belangrijkste stap van de makers om het museum opnieuw uit te vinden en een nieuw paradigma te creëren. Het kan “trans” 
zijn in alle betekenissen van het woord,’ legt ze uit, ‘van door de geschiedenis heen tot transdisciplinair of excentriek, of door alleen maar dingen te exposeren op een inclusieve manier en zo een evenwicht 
te vinden tussen het erkennen en aanspreken van verschillende standpunten.’

    Maar volgens James Bradburne, directeur van de Pinacoteca di Brera in Milaan, is de trend slechts een nieuwe term voor wat curatoren altijd al hebben gedaan: ‘Mensen proberen terug te brengen naar de tijd dat de kunst hedendaags was. We zijn altijd verplicht om de kunst die we in onze collectie hebben op een hedendaagse manier te presenteren,’ zegt hij, ‘zoals een acteur die een stuk van Shakespeare speelt het aan een hedendaags publiek presenteert, of dat nu in maffiakostuum is 
of in travestie.’

    Een jaar geleden richtte het M-Museum Leuven zijn collectie opnieuw in onder de titel M-collectie: De kracht van beelden, waarbij nieuwe vergelijkingen worden getrokken, zoals tussen een veertiende-eeuwse piëta, een zestiende-eeuws barokschilderij en een conceptuele kunstinstallatie uit 2009. ‘We wilden van die tijdmatige benadering af,’ zegt directeur Eva Wittocx telefonisch. ‘Zelfs mensen die deze werken al heel lang kennen, 
kunnen er nieuwe betekenissen in vinden of er op een andere manier naar leren kijken.’

    Tal van kunstliefhebbers hebben op Instagram gereageerd op het feit dat het museum een zelfportret van Rembrandt naast een color field painting van Mark Rothko heeft gehangen

    Het Kunsthistorisches Museum in Wenen, waarvan de permanente collectie varieert van Oud-Egyptische tot achttiende-eeuwse kunst, leende 22 hedendaagse kunstwerken voor de tentoonstelling The Shape of Time, die tot 8 juli duurt. Een van 1636-1638 daterend naakt dat zichzelf ten dele met een bontjas bedekt, van de Vlaamse meester Peter Paul Rubens, wordt gepresenteerd naast een volledig frontaal naakt van rond 1970 van de Oostenrijkse kunstenares Maria Lassnig.

    ‘Ik beeld me graag in dat we alle ideeën, zorgen, dromen en nachtmerries in alle historische werken die we bezitten wel zo’n beetje hebben achterhaald,’ zegt Jasper Sharp, verantwoordelijk voor het programma voor moderne en hedendaagse kunst van het museum. Maar hij voegt eraan toe dat de curatoren er een paar jaar over hebben gedaan om te bepalen ‘wat voor soorten confrontaties interessant en respectvol zouden zijn’. Édouard Manet koppelen aan Diego Velázquez of een Titiaan in gesprek brengen met 
een J.M.W. Turner leek te werken, zegt hij, omdat 
‘dit zeer goed gedocumenteerde voorbeelden zijn van jongere kunstenaars die bewonderend naar oudere kunstenaars kijken’.

    Maar andere keuzes bleken riskanter. Tal van kunstliefhebbers hebben op Instagram gereageerd op het feit dat het museum een zelfportret van Rembrandt naast een color field painting van Mark Rothko heeft gehangen. ‘De helft vond dit volstrekt niet kunnen, of zei dat Rembrandt zich zou omdraaien in zijn graf,’ aldus Sharp. ‘Sommige verbanden kloppen meteen; andere vergen langduriger kijken.’

    Ann Demeester van het Frans Hals Museum wijst erop dat de kunstgeschiedenis een kakofonie is wat verbanden en invloeden betreft, ‘door mensen die elkaar spreken in salons en cafés, en dingen door elkaar halen.’ ‘Bij het creëren van meer betekenis en nieuwe verhalen voor een publiek,’ voegt ze eraan toe, ‘is het belangrijk dat een museum meer als 
een kunstenaar denkt. Een kunstenaar is vrijer of minder geremd dan een kunsthistoricus om verbanden te leggen die tijden, culturen of geografieën overschrijden. Om te verbinden.’

    Auteur: Nina Siegal

    Openingsbeeld: © Gert Jan van Rooij

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 540.000

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Chicago aan de Theems

    Chicago aan de Theems

    Uit Amerika overgewaaide ‘drill’-muziek en sociale media als Instagram en Snapchat wakkeren het bendegeweld onder tieners in Londen aan.

    Een gewelddadig nieuw muziekgenre en de trend om vechtende bendeleden in eethuizen te filmen dragen bij aan een golf van verminkingen en moorden onder tieners, aangewakkerd door geruchten, roddels en bedreigingen op sociale media.

    Op de Instagrampagina’s waar jongeren die bij de bendecultuur zijn betrokken de laatste roddels kunnen vinden, staan foto’s van beruchte, met hun wapens en geld zwaaiende lokale ‘beroemdheden’ broederlijk naast grappen over leraren op school.

    Deze privépagina’s hebben tienduizenden volgers en waarschuwen, onder de belofte van expliciete content, dat ze niet voor ‘watjes’ zijn bedoeld. Sociale media als Instagram, YouTube en Snapchat lijken de gewelddadige bendecultuur aan te wakkeren, ook onder kinderen die nog maar nauwelijks tiener zijn.

    Door naar deze muziek te luisteren blijven jongeren op de hoogte van wie wie heeft bedreigd, en de woorden van de rapsongs zijn doortrokken van plaatselijke roddels

    Na de dood van de zeventienjarige Tanesha Melbourne op paasmaandag in Tottenham, Noord-Londen, wezen mensen uit de buurt op een veel gedeelde video van een man die door een groep jongeren werd ‘besprongen’ in een Tinseltown-eethuis en spraken ze het vermoeden uit dat deze vernedering op sociale media wraak had uitgelokt.

    Leden van de beruchte bende Northumberland Park eisten op een Istagrampost de verantwoordelijkheid op voor Tanesha’s dood en schreven dat ze in een kruisvuur van rivaliserende bendes terecht was gekomen: ‘Als je met mijn vijanden chilt ga ik niet ergens anders op mikken.’ De post vervolgde: ‘Hem hebben we koud gemaakt in Tinseltown en die meid van hem in Chalgrove.’

    Deze grootspraak is niet ongewoon. Geheime Snapchatpagina’s die mensen alleen kunnen zien wanneer ze als vriend worden geaccepteerd tonen gewelddadige beelden, nieuwtjes en standpunten die door de Londense bendeleden worden verspreid. Sommige posts van de site worden vervolgens opgeslagen en gedeeld op Instagrampagina’s, waar velen hun leeftijdgenoten maar al te graag willen laten zien hoe goed ze op de hoogte zijn.


    © Instagram
    © Instagram

    Vorig jaar werd de moordenaar van Quamari Serunkuma-Barnes woest en gewelddadig nadat hij online herhaaldelijk een ‘wasteman’ was genoemd, iemand die alleen maar ruimte inneemt. Hij vertelde dat hij in alle staten was geraakt door de beledigingen, zodat hij een mes in zijn schooltas had gestopt. Bespottingen op sociale media zijn gemeengoed onder rivaliserende bendes, en het jonge publiek slaat al het geweld ademloos gade.

    ‘Drill’-muziek, een immens populair genre waarmee de sterren miljoenen YouTube-kijkers trekken, is een andere manier waarop tieners invloed proberen te verwerven op sociale media. Het genre is geboren in bendestad Chicago, maar inmiddels naar Londense woonwijken geëxporteerd.

    De teksten zijn obscuur, nihilistisch en gewelddadig en bevatten dreigementen aan het adres van rivaliserende bendes. Door naar deze muziek te luisteren blijven jongeren op de hoogte van wie wie heeft bedreigd, en de woorden van de rapsongs zijn doortrokken van plaatselijke roddels.

    Angst

    Geweld is makkelijk in de woorden te herkennen. De populaire groep 1011 rapt over rivalen die op elkaar insteken. Eén tekst luidt: ‘Bloed aan mijn mes, hou ’t maar man, maak ’t schoon, gebruik heet water en bleek ’t.’

    Soms is de boodschap versluierd. MizOrMac van de Harlem Spartans uit Kennington, Zuid-Londen, rapt: ‘Van rupsen tot vlinders, onze drillers, nog altijd aan ’t zwemmen, hier aan ’t vissen, de rivieren aan ’t overleven, je verzuipt als je niet meedoet.’

    ‘Vissen’ is naar rivalen zoeken om neer te steken, terwijl de andere woorden naar slachtoffers verwijzen die verdrinken in rivieren van bloed. MizOrMac, in het echt Mucktar Khan, werd eerder dit jaar tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens bezit van een geladen wapen en een Samuraizwaard.

    De benderoddels op de socialemediapagina’s zijn nauw verweven met de drillscene. Ze geven volgers de gelegenheid korte video’s in te sturen waarin ze zelf drillmuziek ten gehore brengen en die online te posten, zodat duizenden ze kunnen bekijken. De kant-en-klare video’s en de heftige teksten zorgen voor felle rivaliteit tussen groepen met verschillende Londense postcodes.

    Deze rivaliteit kan soms dodelijk zijn. Een rapper genaamd ‘Showkey’, in het echt Leoandro Osemeke, was zestien toen hij werd doodgestoken tijdens een houseparty in Peckham die uit de hand liep nadat hij ‘viraal was gegaan’ op sociale media.

    Sommigen wijten zijn dood aan het feit dat hij moest getuigen in het proces tegen drie andere tieners, die later werden veroordeeld omdat ze vier maanden eerder zijn vriend Myron Yarde, ook een aspirant-rapper, onder de artiestennaam Mdot, hadden doodgestoken.

    Een Snapchatpost, die volgens vrienden afkomstig was van de jonge rapper vlak voordat hij stierf, luidde: ‘Het leven langs de weg is maf man, alles kan gebeuren, ze kunnen je neersteken of wat dan ook, maar als ik doodga word ik godverdomme een legende.’


    Giggs, een Grime-artiest uit Peckham, spoorde zijn jonge leeftijdgenoten na de dood van Showkey aan om de bendecultuur te verlaten. Hij zei: ‘RIP Showkey, ik vind ’t echt kut om te horen man. Ik was ’n fan, en ik vind ’t echt kut om dit te posten man. Heb echt te doen met z’n ouders man, m’n gedachten en gebeden gaan naar ze uit. Kom op, jongens, ik blijf zeggen dat we zo niet meer hoeven te leven. God heeft ons meer dan ’n paar manieren gegeven om die bendes achter ons te laten.’

    Maar degenen die hun droom willen verwezenlijken om een drillrap-ster te worden lijken het idee te hebben dat ze onderdeel zijn geworden van een hechte en vaak gewelddadige groepen en dat ze, omdat ze op de hoogte zijn van lokale spanningen, een kans maken in de harde wereld van de sociale media.

    Om onlineroem te verwerven posten jonge mensen foto’s van hun wapens op Instagram, waarop commentaar in de vorm van ‘plaagstootjes’ over de troep in de slaapkamers op de achtergrond wordt vermengd met duistere dreigementen. Bij een foto van een man die met een machete poseert schreef iemand bijvoorbeeld als commentaar: ‘Donny moet hiermee kappen voordat-ie wordt omgelegd door ’n net iemand.’ Iemand anders grapte: ‘Kan dat ding beter omruilen voor ’n plumeau om af te stoffen.’

    Gemakkelijke toegang

    De gemakkelijke toegang tot de verhalen van insiders over schiet- en steekpartijen betekent dat tieners vanuit hun slaapkamer op de hoogte kunnen blijven van de cultuur, de bedreigingen en het geweld. De persoonlijke en zelfdestructieve aard van Snapchatposts impliceert dat de meest verontrustende berichten aan de spiedende blikken van volwassenen kunnen worden onttrokken.

    Ook al doen ze online nog zo stoer, soms laten de kinderen die te midden van dit geweld leven ook hun angst blijken. Op een pagina met een link naar een nieuwsbericht over de recente steekpartijen schreef een tiener dat hij bang was om de hele zomer in Londen te blijven. ‘Zag ’t net, ’s zomers als iedereen weg van school en op pad is, ik ben op vakantie godverdomme.’ Een ander gaf de sociale media expliciet de schuld van de steekpartijen en schreef: ‘Het komt doordat de mensen op sociale media mekaar de huid vol schelden en als de vijand ze te pakken krijgt worden ze aan ’t mes geregen.’

    Auteur: Helena Horton
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Telegraph
    VK | dagblad | oplage 458.487

    Brits conservatief dagblad, ooit door de BBC omschreven als ‘een van ’s werelds grote titels’. Zusterkrant van The Sunday Telegraph. Voert sinds 1858 als motto: ‘Was, is and will be’.

  • President Moon, 
man van de mensenrechten

    President Moon, 
man van de mensenrechten

    De nieuwe Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in werkte zich op vanuit een eenvoudig milieu en is een democraat pur sang. Een profiel van het linkse dagblad The Hankyoreh.

    Hij komt uit een arm milieu, studeerde aan een weinig prestigieuze universiteit, voerde actie tegen dictatoriale leiders, werkte als mensenrechtenadvocaat in de provincie en was een van de weinigen die Kim Dae-jung [president van 1998 tot 2003] steunde in de provincie Gyeongsangnam-do [een zuidoostelijke, traditioneel rechtse streek in Zuid-Korea]. De loopbaan van Moon Jae-in, nu gekozen tot de negentiende president van de Republiek Korea, laat zien dat hij niet tot de dominante stroming van het land behoort.

    Moon werd in 1953 geboren in Geoje 
in de provincie Gyeongsangnam-do. Hij komt uit een vluchtelingengezin en is de oudste van twee jongens en drie meisjes [zijn Noord-Koreaanse ouders vluchtten in 1950 de grens over, midden in de Korea-oorlog]. Hij groeit op 
in armoede, maar dit leidt bij hem niet tot schaamte, maar juist tot empathie met de gewone mensen, hun lijden en de onrechtvaardigheid die ze te verduren hebben.

    Als rechtenstudent aan de universiteit van Kyung Hee in Seoel, waar hij in 1972 ondanks de financiële problemen van zijn ouders naartoe kan, bereidt 
hij zich niet zoals zijn vrienden voor 
op het rechtenexamen, maar voert 
hij actie tegen de dictatuur [van Park Chung-hee, president van 1962 tot 1979]. In 1975 wordt hij bij een demonstratie gearresteerd en na zijn vrijlating gemobiliseerd en ingedeeld bij de speciale strijdkrachten van het leger. Hij is soldaat tegen wil en dank, maar blinkt toch uit en wordt zelfs onderscheiden. Dat kan hij later inbrengen tegen de bewering dat hij ‘het Noorden gunstig gezind’ is, een etiket dat hem gedurende zijn hele politieke carrière in de oppositie wordt opgeplakt. 
[Meteen na de inauguratieceremonie op 10 mei verklaarde Moon zich bereid af te reizen naar Washington, Beijing, Tokio en zelfs Pyongyang, wat in overeenstemming is met zijn tijdens de campagne uitgesproken wens voor een politiek van meer openheid ten aanzien van Noord-Korea.]

    In 1978, na zijn militaire dienst, wil Moon Jae-in zijn studie graag weer oppakken, maar doordat hij nu een strafblad heeft, is dat onmogelijk geworden. Werk vinden kost nog meer moeite. Dat hij toch aan een opleiding tot advocaat begint, komt doordat hij na de plotselinge dood van zijn vader spijt heeft dat hij niet aan diens verwachtingen heeft voldaan. Hij behaalt prima resultaten, maar rechter zal hij na zijn activistenverleden nooit worden.

    Hij zegt de president van alle Koreanen te willen zijn die een eind wil maken aan de grote verdeeldheid tussen links en rechts en aan de vijandigheid tussen bepaalde regio’s

    Na zijn besluit advocaat te worden, leert Moon Jae-in in Busan Roh Moo-hyun [president van 2003 tot 2008] kennen, dan al advocaat van enige faam. Het is een ontmoeting die zijn leven zal veranderen. In het begin zijn ze gewoon compagnons die hun vak willen uitoefenen ‘zoals dat hoort’. 
In leeftijd schelen ze zes jaar, maar 
ze worden vrienden, en later, als Roh president is, spreekt hij graag zijn vertrouwen uit in Moon Jae-in.

    Doordat ze opkomen voor de mensenrechten, worden beide advocaten ware specialisten in het arbeidsrecht en raken ze sterk betrokken bij de democratiseringsstrijd. Samen richten ze de Vereniging van Advocaten van Busan en de provincie Gyeongsangnam-do 
op die een democratische samenleving nastreeft. Ze zijn zeer aanwezig bij de protesten in juni 1987 [die het begin vormen van de democratisering in 
het land]. ‘Aan de demonstraties waaraan ik in juni 1987 samen met Roh Moo-hyun heb meegedaan, bewaar 
ik mijn mooiste herinneringen en 
ben ik het meest trots,’ zegt Moon.

    Geschikt als president

    In 2002 vraagt de nieuw aangetreden president Roh Moo-hyun hem om adviseur burgerzaken te worden. 
Hij gaat akkoord, maar wil beslist niet in politieke kwesties verwikkeld raken. Na een jaar stapt hij op, maar als er een afzettingsprocedure tegen de president is gestart vraagt die hem de verdediging op zich te nemen. [In 2004 wordt Roh uit zijn ambt ontheven wegens zijn openlijke steun aan de progressieve Uri-partij, omdat het ongrondwettig is dat een staatsleider partij kiest. Maar hij wint het proces en keert terug op zijn post]. Moon blijft daarna tot het einde van diens mandaat in 2008 aan zijn zijde. Die ervaring bezorgt hem het imago van een man die bereid en in staat is het presidentschap op zich te nemen.

    Op 23 mei 2009 maakt een telefoontje een einde aan zijn rustige bestaan op het platteland. Het land is in shock na de zelfmoord van Roh Moo-hyun [een wanhoopsdaad na beschuldigingen 
van corruptie tegen zijn naasten]. Als leider van de begrafenisplechtigheid verschijnt Moon weer in het openbaar. Doordat de bevolking teleurgesteld is in Lee Myung-bak – op dat moment de [conservatieve] president – en treurt over de dood van Roh, zien de mensen in Moon Jae-in wel een geschikte presidentskandidaat. Hij zit dit als een missie, dus probeert hij de Democratische Partij nieuw leven in te blazen en bij de parlementsverkiezingen op 11 april 2012 wordt hij gekozen als afgevaardigde voor Busan. Op 17 juni 2012 stelt hij zich kandidaat voor het presidentschap. ‘Ik was op de rug van de tijger geklommen en kon er niet meer af,’ zegt hij.

    De Democratische Partij doet er ruim een maand over om de regels voor de voorverkiezing vast te stellen en ook al wint Moon, hij krijgt niet de volle steun binnen zijn partij, die sterker verdeeld is dan ooit tevoren. Zijn campagne wil maar geen vaart krijgen, terwijl de conservatieve kandidate Park Geun-hye [dochter van Park Chung-hee] het juist heel goed doet. De uitslag, 48 tegen 52 procent, is een pijnlijke nederlaag voor hem. Bovendien druist die in tegen het verlangen naar verandering dat onder de bevolking leeft.

    Omdat hij zich zorgen maakt over het schandaal rond de geheime dienst, die ervan wordt verdacht de verkiezingen te hebben beïnvloed ten gunste van Park, en over haar steeds eigenmachtiger beleid, keert Moon Jae-in in 2013 terug in de schijnwerpers met de publicatie van een boek. Hij erkent dat het hem in 2012 had ontbroken aan ‘inzet en het gevoel van urgentie’ en spreekt zelfs van ‘een gebrek aan competentie en voorbereiding’. Hij gaat hard aan de slag om zijn partij te hervormen en die bij de volgende verkiezingen aan de winst te helpen.

    Moon Jae-in zwaait naar aanhangers bij zijn inauguratie in Seoul op 10 mei. – © HH
    Moon Jae-in zwaait naar aanhangers bij zijn inauguratie in Seoul op 10 mei. – © HH

    Na de afzetting van president Park [in maart 2017] worden de presidentsverkiezingen [oorspronkelijk gepland voor december 2017] vervroegd. Het is een ongekende situatie. Maar de ‘man op herhaling’ staat klaar. Hij zet uit eigen beweging een aantal van zijn naaste medewerkers aan de kant om zijn team te vernieuwen en zo een eind te maken aan de situatie dat hij tegelijk grote sympathie en grote weerstand oproept.

    Na het schandaal rondom Choi en Park [onthullingen over de wandaden van Choi Soon-il, een goede vriendin van president Park Geun-hye, leidden tot afzetting van Park] heeft hij de bevolking aan zijn kant staan. In de voorverkiezingen geven zijn tegenstanders hem hun steun.

    Een einde maken aan alle problemen: dat is de prioriteit van de nieuwe leider, die zegt de president van alle Koreanen te willen zijn en die een eind wil maken aan de grote verdeeldheid tussen links en rechts en aan de vijandigheid tussen bepaalde regio’s. De afzetting van Park Geun-hye betekent het einde van het tijdperk van de familie Park, en de verkiezing van Moon Jae-in wordt ervaren als het begin van een nieuwe periode waarin elke verdeeldheid en elke politieke vergelding wordt afgewezen. Begrip opbrengen voor wie buitengesloten is en de mensen overtuigen, dat is wat de president te doen staat.

    Auteur: Yi Chong-ae
    Vertaler: Tess Visser

    The Hankyoreh
    Zuid-Korea | dagblad | oplage 600.000

    The Hankyoreh werd in 1988 opgericht, kort na het einde van de militaire dictatuur in Zuid-Korea. De oprichters beloofden een progressief geluid in een tijd dat in elke Koreaanse krant exact dezelfde artikelen stonden, die in feite werden gedicteerd door het ministerie van Cultuur en Informatie. Ze claimden zelfs de eerste krant ter wereld te zijn ‘die volledig onafhankelijk was van politieke macht en kapitaal’. Het was ook de eerste krant van Korea die horizontaal werd gedrukt in plaats van verticaal.