Uit nieuw onderzoek blijkt 
dat veel Arabische mannen lijden aan stress en depressie. Hun chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.
Ahmed woont in Caïro en heeft zijn vrouw toestemming gegeven om buitenshuis te werken. ‘Eerst wilde ik dat ze thuisbleef, maar het lukte haar om de kinderen op te voeden, voor het huishouden te zorgen en toch nog tijd over te houden om te gaan werken,’ zegt hij. Toch is hij daar kennelijk niet echt van onder de indruk. ‘Natuurlijk blijf ik als man wel de hoofdkostwinner. Dat kunnen vrouwen gewoon niet, volgens mij.’
Dat is de algemene opvatting in deze regio, waar mannen nog steeds de dienst uitmaken in het gezin, in het parlement en op kantoor. Het chauvinisme komt tot uiting in de wetgeving, waarin vrouwen worden behandeld als tweederangsburgers. Onlangs verscheen een rapport van de VN en lobbyorganisatie Promundo over een onderzoek naar de kijk van Arabische mannen 
op de relatie tussen man en vrouw. 
Volgens dat onderzoek vindt 90 procent van de mannen in Egypte dat de man het laatste woord hoort te hebben bij de beslissingen in het huishouden, en dat vrouwen de meeste huishoudelijke taken moeten uitvoeren.
Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen
Geen verrassing, tot nu toe. Maar het onderzoek werpt wel nieuw licht op de worsteling van de Arabische mannen in de vier landen waar het is gehouden (Egypte, Libanon, Marokko en Palestina) en laat zien hoe die worsteling de ontwikkeling naar meer gelijkheid belemmert. Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen. De cijfers over de gemoedstoestand van vrouwen zijn nog ernstiger, maar volgens dit onderzoek verkeren Arabische mannen in een ‘mannelijkheidscrisis’.
Arabische mannen verzachten hun patriarchale houding niet, integendeel: ze klampen zich eraan vast. In alle landen behalve Libanon denken jongere mannen niet wezenlijk anders over sekserollen dan oudere mannen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, maar volgens het rapport zou het feit dat jonge Arabische mannen moeite hebben om werk te vinden, zich een huwelijk te veroorloven en de status van kostwinner te krijgen, zich wel eens tegen mondige vrouwen kunnen keren. Met andere woorden, mannelijk chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.
Een andere verklaring is dat het religieus conservatisme dat overal heerst, de mannen wantrouwig maakt tegenover nieuwerwetse vrijheden. Islamitische geestelijken zijn voorstander van quwamah, een soort voogdijschap dat mannen gezag geeft over vrouwen. In conservatieve landen als Saoedi-Arabië is dit officieel beleid. Maar de opvatting leeft ook in relatief liberale delen van de Arabische wereld, zoals Marokko, waar 77 procent van de mannen vindt dat het hun plicht is om het voogdijschap te voeren over vrouwelijke familieleden.
In zo’n sfeer komt geweld tegen vrouwen, al dan niet seksueel, veel voor. 
In de vier landen waar het onderzoek werd gehouden, gaf 10 tot 45 procent van de mannen die ooit getrouwd waren geweest toe hun vrouw te hebben geslagen. Tussen 31 en 64 procent van de mannen gaf toe vrouwen op straat te hebben lastiggevallen. Minder dan de helft van de Marokkaanse mannen vindt dat verkrachting binnen het huwelijk strafbaar gesteld moet worden, de meesten vinden dat een echtgenote verplicht is seks te hebben als haar man dat wil. Zo’n 70 procent van de Egyptische mannen staat nog steeds positief tegenover vrouwenbesnijdenis.
Overigens keurt ook meer dan de helft van de Egyptische vrouwen vrouwenbesnijdenis goed. Arabische vrouwen tonen in veel opzichten zelfs dezelfde opvattingen als de mannen. In Egypte en Palestina zegt meer dan de helft van de mannen en vrouwen dat een vrouw die verkracht is, met haar verkrachter moet trouwen. In minstens drie van de onderzochte landen zeggen meer vrouwen dan mannen dat een vrouw die zich provocerend kleedt, er zelf om vraagt lastig gevallen te worden. De meeste vrouwen in het onderzoek zeggen achter het idee van mannelijke voogdij te staan.
Psychologische hulp
Actievoerders hebben hard hun best gedaan om Arabische vrouwen aan te moedigen voor zichzelf op te komen. Maar ze hebben weinig gedaan om de houding van mannen te verzachten. Daar komt verandering in. Een van de ngo’s in de regio die het opnemen tegen de strenge mannelijkheidsnormen is het Libanese ABAAD; deze organisatie voert bewustwordingscampagnes en biedt psychologische hulp. De auteurs van het rapport, onder wie voormalig Economist-journalist Shereen El Feki, signaleren dat mannen relatief liberaler zijn geworden als het gaat om vaderschap en werkende vrouwen. Ze pleiten er ook voor dat jongens thuis en op school niet langer worden geslagen, want dat maakt de kans groter dat ze zelf later vrouwen zullen mishandelen.
Uit onderzoeken blijkt dat grotere gelijkheid tussen man en vrouw de Arabische landen rijker en eerlijker zou maken – geëmancipeerde vrouwen verdienen meer. Toch komt daarvoor vanuit de overheid maar weinig steun, al is er wel iets veranderd aan sommige wetten die vrouwen achterstelden. ‘We hebben nog geen Justin Trudeau in de Arabische wereld,’ zegt El Feki, in een verwijzing naar de sexy premier van Canada met zijn feministische ideeën. Maar Libanon heeft onlangs wel voor het eerst in zijn geschiedenis een minister voor vrouwenzaken aangesteld – een man.
Vertaler: Annemie de Vries
The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad, | oplage 1.337.180
Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

