Het gaat waarschijnlijk om slachtoffers van de RSF
Autoriteiten hebben in de Soedanese regio West-Darfur de lichamen van zeker 87 mensen gevonden die waren begraven in een massagraf. Dat laat Africanews weten. Het gaat om leden van de Afrikaanse Masalit-stam en onder de slachtoffers zijn ook kinderen. De mensen zijn hoogstwaarschijnlijk omgebracht door paramilitairen van de RSF.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In Soedan vindt al maanden een bloedige strijd plaats tussen de RSF en het regeringsleger. Veel leden van de RSF zijn voormalige leden van de Janjaweed, een Arabische militie afkomstig uit Darfur. Zij hebben nog een stevige poot aan de grond in de regio: zo vermoordden zij onlangs een lokale gouverneur die hun acties openlijk had bekritiseerd.
De strijd tussen de RSF en het regeringsleger heeft aan zeker duizend Soedanezen het leven gekost. Infrastructuur is zwaar beschadigd en veel ziekenhuizen hebben geen medicijnen meer. Ook is er een tekort aan voedsel en water. Door het geweld zijn zeker drie miljoen mensen ontheemd geraakt. Nog eens drie miljoen mensen zullen volgens de VN als het geweld niet stopt nog maanden kampen met honger.
Sinds april woedt er in Soedan een machtsstrijd tussen het regeringsleger van generaal Al-Burhan en de milities van de RSF onder leiding van generaal Dagalo. Raga Makawi vertelt over de angstaanjagende tocht die ze met haar vriendin in het door geweld verscheurde Khartoem maakte.
De nacht voordat op straat de oorlog uitbrak in Khartoem, was ik in een cultureel centrum in het noorden van de stad om te luisteren naar een panel met feministische sprekers. Een evenement als dit zou ondenkbaar zijn geweest onder Omar al-Bashir, de dictator die vier jaar geleden door een volksopstand werd verdreven. Onder Bashir was Soedan voor vrouwen een van de meest repressieve plekken ter wereld, en het waren vrouwen die de protesten tegen hem leidden.
De panelleden spraken die avond over strategieën om juridische hervormingen af te dwingen (nog steeds kunnen Soedanese rechtbanken vrouwen voor overspel veroordelen tot steniging). Na afloop zette het publiek, dat zowel uit mannen als vrouwen bestond, de discussie voort onder het genot van thee, koffie en Schwarzwalder Kirschtorte. Sinds in 2021 de revolutie werd gekaapt door een militaire junta, zijn dit soort burgerbijeenkomsten onze beste kans op verandering. De sfeer was geweldig. We wisten allemaal dat er spanning in de straten hing omdat de twee belangrijkste generaals van de junta, Abdel Fattah al-Burhan en Muhammad Hamdan Dagalo, in een impasse terechtgekomen waren. Maar we hadden nooit gedacht dat de situatie echt zou exploderen.
Geweerschoten
Ik was de week ervoor teruggekeerd naar Soedan om academisch onderzoek te doen, nadat ik enkele jaren eerder mijn huis had verlaten om in Groot-Brittannië te studeren. In Soedan verbleef ik bij mijn vriendin Kholood. Ik had nog maar een paar uur geslapen toen ze me wakker maakte. ‘Ik hoor geweerschoten,’ zei ze. We luisterden. Het geluid van geweerschoten maakte plaats voor het gedreun van explosies. In de woonkamer zetten we de tv aan en we keken even naar het nieuws. Toen hoorden we het geronk van een bommenwerper boven ons hoofd en drong tot ons door hoe dichtbij de gevechten waren. We verhuisden naar een raamloze bijkeuken naast de keuken, waar amper voldoende ruimte was voor twee personen. Toen viel de elektriciteit uit.
We wisten niet dat we daar voor onbepaalde tijd vast zouden zitten. Het stelde me gerust dat mijn powerbank zes uur stroom voor onze telefoons kon leveren, maar de waterpomp viel uit, we konden ons niet wassen en het water in onze drinkflessen werd warm. Na ongeveer twaalf uur besloten we de bijkeuken te verlaten om te proberen te slapen. Het leek ons veiliger om bij elkaar in bed te liggen, zodat we het zouden merken als de ander door een verdwaalde kogel zou worden geraakt. Versuft lag ik op mijn zij door een kier in de deuropening naar de ochtendlucht te kijken.
Uit angst dat de batterij van onze telefoon leeg zou raken keken we geen videobeelden – via Twitter probeerden we aan nieuws te komen
De volgende dag was het duidelijk dat onze situatie niet zou verbeteren. Uit angst dat de batterij van onze telefoon leeg zou raken keken we geen videobeelden – via Twitter probeerden we aan nieuws te komen. Kholood was voortdurend op zoek naar informatie: hoe wijdverspreid waren de gevechten? Zat iedereen in Khartoem zonder elektriciteit? Weer ging een dag voorbij terwijl we in de bijkeuken zaten en luisterden naar het geweervuur, de mortieren en raketten. We konden niets doen. Ik raakte in paniek. ‘We moeten een plan maken,’ zei ik, terwijl ik naar voren leunde om de aandacht van Kholood te trekken. Ze bleef maar door haar telefoon scrollen. Ik stond op om haar wat ruimte te geven en herhaalde toen zachtjes: ‘We moeten een plan maken.’
We probeerden uit te zoeken of er straten waren die misschien rustig genoeg waren om doorheen te rijden, de zogenaamde safe passages. Mensen appten elkaar daar voortdurend updates over; iemand had er zelfs speciaal een app voor gemaakt. Op de vierde dag kreeg ik om twee uur ’s middags een gehaast telefoontje van een vriend in het oosten van de stad die had gehoord over een veilige doorgang naar een rustiger wijk. ‘Het is nu of nooit,’ zei hij.
We vertrokken een kwartier later, met alleen het meest noodzakelijke: schone kleren, geld en onze identiteitspapieren. We wilden naar mijn ouders, als we dat zouden redden. De vorige dag had ik gehoord over een man die was beschoten toen hij probeerde te ontsnappen via dezelfde route; hij bloedde dood in zijn auto. Toen we wegreden kon ik het beeld van ons bloed op de stoelen maar niet uit mijn hoofd krijgen. Ik besloot de getinte ramen die ons beschermden tegen de felle zon naar beneden te doen, zodat iedereen kon zien dat we vrouwen waren.
Thelma en Louise
De straten waren verlaten. Na tien minuten kwamen we bij een controlepost. Ik vertraagde en boog voorover om te zien van welke partij de soldaten waren. De man die onderuitgezakt bij de controlepost zat, droeg een donkergroen uniform en een oude AK-47, wat deed vermoeden dat hij behoorde tot de strijdkrachten van Burhan, het feitelijke hoofd van de junta. Ik glimlachte en zei met zachte, smekende stem: ‘Goedendag, officier, mogen we erlangs?’ Hij nam niet de moeite om op te staan, maar vroeg kortaf waar we heen gingen. Andere soldaten kwamen nu ook onze kant op.
We hadden een verhaal bedacht voor deze situatie – iets waardoor we zo onschuldig mogelijk zouden overkomen. ‘Mijn moeder is een oudere vrouw en ze is alleen,’ zei ik. ‘Ik moet naar haar toe want ze zit al dagen zonder eten of drinken. Deze dame die met me meerijdt is mijn zus.’ Er viel een stilte, waarna de soldaat vroeg hoe ik van plan was daar te komen. Ik vroeg of hij zo vriendelijk wilde zijn om ons de weg te wijzen, maar hij wuifde alleen maar met zijn hand om aan te geven dat we bij het kruispunt verderop rechtsaf moesten slaan.
Ik reed langzaam verder en sloeg de hoek om. Zo’n veertig meter verderop in de straat zag ik nog een controlepost met nog meer soldaten in donkergroene uniformen. Ik ging ervan uit dat we toestemming hadden om door het gebied te rijden dat door de mannen van Burhan werd gecontroleerd, dus reed ik verder. Maar toen hoorde ik soldaten schreeuwen en zag ik in mijn achteruitkijkspiegel dat vier van hen hun wapens op ons richtten. Angstig stopte ik en stak ik mijn armen uit het raam, als een gebaar van overgave. Nadat ze onze papieren hadden gecontroleerd en de auto hadden doorzocht, lieten ze ons gaan.
Toen we de wijk van mijn ouders inreden en de soldaten in licht kaki met hun geavanceerde wapens zagen, verloor ik de moed
De volgende anderhalf uur reden we door de buitenwijken van Khartoem. Toen we de wijk van mijn ouders inreden en de soldaten in licht kaki met hun geavanceerde wapens zagen, verloor ik de moed. Dit waren de Rapid Support Forces (RSF) van Dagalo. De RSF is voortgekomen uit de Janjaweed, een door de staat gesteunde militie die begin jaren 2000 werd beschuldigd van genocide in de regio Darfur. Het was de bedoeling dat de RSF zou fuseren met het leger als een stap op weg naar een burgerregering, maar commandant Dagalo lijkt van niemand bevelen aan te willen nemen. Ik had vreselijke dingen gehoord over de wreedheden van de Janjaweed, waaronder massaverkrachtingen. Maar toen we bij de controlepost aankwamen, riep de jonge militieofficier alleen maar ‘Ga!’ en wuifde ons haastig door.
Ik verliet de hoofdweg zo snel mogelijk en reed door achterafstraatjes naar het huis van mijn ouders. We kwamen langs een bakkerij die open was en stopten om wat eten te kopen. De mensen stonden te dringen om geholpen te worden en de bakker leek de hoeveelheid brood per klant te rantsoeneren. Ik hoorde een man roepen: ‘Het is niet aan jou om te bepalen hoeveel brood je me geeft!’
Kort daarna reden we de garage van mijn ouders binnen. Toen ik de motor uitzette, gaven we elkaar een high five. Het voelde als een moment uit Thelma and Louise. We hadden ons een weg weten te banen door de dodelijke en giftige wereld van mannen en hun wapens. Voor nu waren we veilig.
De strijdende partijen zijn in gesprek over een wapenstilstand
Ondanks gesprekken over een wapenstilstand gaan de gevechten in Soedan onverminderd door, zo meldt The Guardian. Met name in de hoofdstad Khartoem wordt nog steeds zwaar gevochten tussen het Soedanese leger en de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF). Beide partijen voeren nog steeds luchtaanvallen uit boven de stad.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Naast Khartoem vinden er ook in de regio Darfur, waar de RSF van oudsher een voet aan de grond heeft, veel gevechten plaats. Tegelijkertijd proberen de partijen tot een overeenkomst over een bestand en het doorlaten van humanitaire hulp te komen, met Saoedi-Arabië en de Verenigde Staten als andere gesprekspartners. Door het aanhoudende geweld lijkt het moeilijk daadwerkelijk tot een akkoord te komen.
Honderden mensen zouden zijn omgekomen sinds het geweld in het Afrikaanse land begon. 700.000 mensen zijn ontheemd geraakt en als gevolg van de vele gewonden kunnen de ziekenhuizen de hoge toestroom niet aan. Het Rode Kruis probeert hulpmiddelen te leveren, maar door de burgeroorlog komen de goederen vaak niet aan op bestemming.
Daarnaast moeten burgers het land veilig kunnen verlaten
Het Soedanese leger en de Rapid Support Forces (RSF), die al enkele weken een bloedige burgeroorlog in het Afrikaanse land uitvechten, hebben een akkoord gesloten over het toelaten van humanitaire hulp. Dat schrijft The New York Times. Daarnaast moet er een vluchtroute komen voor Soedanezen die het land willen verlaten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Over een staakt-het-vuren zijn geen afspraken gemaakt. De beide partijen zijn al dagenlang in onderhandeling, maar eerder afspraken over wapenstilstanden werden telkens geschonden en men benadrukt dat er nog geen akkoord ligt om de wapens neer te leggen. Onder meer de VS en Saoedi-Arabië zijn betrokken bij de gesprekken tussen de twee partijen.
Het geweld in Soedan is al bijna een maand gaande en met name in de hoofdstad Khartoem woedden zware gevechten. Ruim zeshonderd mensen zijn bij het geweld om het leven gekomen en zeker vijfduizend mensen zijn gewond geraakt. De humanitaire ramp in het land is echter stukken groter, met zeker vijf miljoen mensen die dringend hulp nodig hebben.
Na vijf dagen van zware gevechten is de situatie in Soedan nog verre van onder controle. Op woensdag werd voor de tweede dag op rij een staakt-het-vuren afgekondigd, dat binnen minuten werd geschonden, meldt Al Jazeera. Onder meer bij het presidentieel paleis in de hoofdstad Khartoem worden zware gevechten gemeld. Inmiddels nadert het dodental de driehonderd, plus duizenden gewonden die niet terecht kunnen in de ziekenhuizen in de stad.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Diplomaten en ambassadeurs hebben opgeroepen de wapens neer te leggen, maar zijn tegelijkertijd bezig hun landgenoten te evacueren uit het Afrikaanse land. Japan heeft als eerste land een militair vliegtuig gestuurd en Duitsland zou een poging hebben gewaagd burgers weg te halen, wat niet is gelukt. Ook Nederland heeft twee vliegtuigen klaarstaan in buurland Jordanië.
Soedanezen zelf proberen intussen in allerijl de hoofdstad te ontvluchten, al bemoeilijken de schendingen van de wapenstilstanden die vluchtpogingen. Andere inwoners van de stad blijven binnen, terwijl zeer hoge temperaturen, slinkende voorraden en het einde van de ramadan het steeds moeilijker maken voor burgers om niet naar buiten te gaan.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.