Tag: Rutte

  • Mark Rutte, ofwel de Trump-fluisteraar

    Mark Rutte, ofwel de Trump-fluisteraar

    Mark Rutte wordt secretaris-generaal van de NAVO, ook al is niet iedereen het daarmee eens. Die Zeit-redacteur Jörg Lau denkt dat de antiaanbaklaag van de voormalige Nederlandse premier van pas zal komen bij de grootste dreiging voor het bondgenootschap: Donald Trump.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week vond in Den Haag de NAVO-top plaats, de eerste top onder leiding van Mark Rutte. De gebeurtenis kwam uitgebreid aan de orde in talkshows en de media, waarbij de aandacht vooral uitging naar de vleiende opmerkingen die Rutte over Donald Trump maakte. Zo lekte een appje uit waarin hij Trump prees om de aanvallen op Iran en noemde hij hem liefkozend ‘daddy’. De een vond het smakeloos en stuitend, de ander zag hierin een slimme tactische zet.
    Je kunt je afvragen of Rutte secretaris-generaal van de NAVO zou zijn geworden als hij niet bekendstond als degene die weet hoe je met Trump moet omgaan. Volgens dit artikel van Die Zeit van vorig jaar zou deze kwaliteit van hem weleens precies kunnen zijn wat de NAVO nodig heeft.

    Er zijn maar weinig landen waar je zulke sympathieke beelden kunt verwachten van een vreedzame machtsoverdracht: Mark Rutte, aftredend premier van Nederland, ontving zijn opvolger Dick Schoof vorige week in het Torentje, de ambtswoning van Den Haag, overhandigde hem de rituele houten voorzittershamer voor de kabinetsvergaderingen, en zwaaide vervolgens naar de camera om op zijn fiets zijn nieuwe avontuur tegemoet te gaan – zonder helm, zonder bewaker, een burger als alle andere.

    In zijn dertien jaar als president heeft Mark Rutte een imago verworven dat perfect balanceert tussen benaderbaarheid en eigenzinnigheid, en dat hem tot een van de populairste politici van zijn land heeft gemaakt: hij is altijd correct gekleed, woont altijd in hetzelfde bescheiden huis en gaat elk jaar met dezelfde vriend op vakantie naar New York. Hagenaars konden hem op de fiets naar kantoor zien gaan, bijtend in een appel. Vaak stopte hij onderweg even voor een praatje.

    Deze nabijheid tot de mensen is binnenkort verleden tijd, aangezien Rutte de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO wordt. De alliantie had nog vóór de top ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum, die van 9 tot 11 juli in Washington plaatsvindt, hierover overeenstemming bereikt. De ex-minister-president zal zich moeten voorbereiden op een leven in een streng beveiligde vleugel.

    Populair

    Rutte is niet alleen populair in zijn thuisland, maar ook onder zijn collega’s. Dat bleek uit de spontane knuffel van Emmanuel Macron op de laatste EU-top, die meteen viraal ging. Rutte was bezig een menigte Brusselse journalisten te woord te staan toen Macron vanaf de achtergrond in beeld verscheen. De Fransman onderbrak het interview van zijn collega. ‘Sorry, ik heb dorst’, zei Macron in het Engels tegen de camera’s. Daarom zou hij Rutte meevoeren. ‘We zijn hier allemaal verdrietig omdat we een geweldige kameraad en premier verliezen,’ voegde hij eraan toe. Emotie, knuffel, schouderklopje. Een perfect moment voor op TikTok en een onverwacht coole meme voor de NAVO.

    Dit ontroerende tafereel kon de bittere waarheid niet verdoezelen: Mark Rutte staat, net als Emmanuel Macron, voor een liberaal centrum dat momenteel door nationalisten overal in het Westen wordt verdrongen. In Parijs grijpt het Rassemblement National van Marine Le Pen de macht. In Den Haag droeg Rutte de macht over aan een regering onder leiding van nationaal-populist Geert Wilders.

    Mark Rutte leidde zijn land bijna veertien jaar lang, ruim vijfduizend dagen, in vier verschillende coalities. Hij is wat je in Duitsland een neoliberaal zou noemen. Hoewel zijn kabinetten allerlei politieke smaken combineerden, waaronder de sociaaldemocratie, bleef Rutte altijd vasthouden aan het ideaal van een niet al te aanwezige overheid. In zijn ogen was de staat iets waarvan burgers bevrijd moesten worden, zodat ze ‘met verve konden leven’. Zelfs toen Europa achtereenvolgens te maken kreeg met de financiële crisis, de migratiecrisis en vervolgens de pandemie, bleef Rutte onverschrokken. 

    Het feit dat de terugtrekking van de staat onder zijn bewind de burgers een gevoel van onveiligheid bezorgde, kwam tot uiting in steeds nieuwe regeringscrises – en in de winst die rechts-extremistische en nationaal-populistische partijen boekten.

    Aan het einde van zijn liberale tijdperk staat, paradoxaal genoeg, het verlangen naar veiligheid vanuit de staat nu voorop. Het beheersen van migratie, het verlagen van de kosten van levensonderhoud, het beschermen tegen oorlog in Europa – het zijn vragen waarop het liberalisme van Mark Rutte geen antwoord kon geven. De illiberale krachten rondom Wilders namen de macht over – tegen de immigratie, tegen de EU en lange tijd ook tegen Oekraïne.

    Wat heeft de opkomst van de illiberalen te maken met de recordtermijn van aartsliberaal Rutte? Of fundamenteler: hoe verdedig je de democratie vandaag de dag tegen haar vijanden? Dit zijn vragen waar Mark Rutte mee te maken krijgt als hij binnenkort leiding geeft aan de militaire alliantie, die zichzelf ziet als een paraplu en een schild van de liberale democratie tegen autocratie.

    Volgens een inside joke verdient de Russische president eigenlijk de onderscheiding ‘Verkoper van het Jaar’

    De nieuwkomer treft een NAVO aan die op haar 75ste verjaardag zowel van buitenaf als van binnenuit onder druk staat zoals misschien wel nooit eerder in haar geschiedenis. Het is goed mogelijk dat Rutte de alliantie niet alleen ten opzichte van Vladimir Poetin zal moeten herpositioneren, maar ook tegen de aanvallen van Donald Trump.

    De nieuwe zoektocht van Rusland naar wijdverbreide macht is, hoe paradoxaal het in eerste instantie ook klinkt, geen al te grote uitdaging voor het zelfbeeld van de NAVO. De Russische oorlog brengt hen terug naar het oorspronkelijke doel van de Koude Oorlog, toen het Westen probeerde de agressieve expansiedrift van de Sovjet-Unie in toom te houden. Vladimir Poetin heeft de NAVO versterkt (in tegenstelling tot zijn bedoeling uiteraard); de organisatie is recentelijk uitgebreid met Zweden en Finland en telt nu 32 lidstaten. Volgens een inside joke verdient de Russische president eigenlijk de onderscheiding ‘Verkoper van het Jaar’. De bestaansreden van de NAVO is lang niet zo onbetwist geweest als nu – althans vanuit Europees perspectief.

    En juist op dit punt worden de zaken lastig voor de toekomstige secretaris-generaal. Zijn moeilijkste taak zal zijn om de NAVO door een tweede presidentschap van Trump te leiden. De existentiële dreiging voor het huidige bondgenootschap komt van binnenuit. Trump gebruikt de alliantie al jarenlang als iets om mee te schermen. Ofwel de Europeanen betalen meer, snoeft hij tijdens verkiezingscampagnes, ofwel ik laat Poetin met hen doen wat hij wil.

    Niemand binnen de NAVO spreekt dit openlijk uit, al was het maar om Joe Biden niet af te vallen, maar Mark Rutte is gekozen met de terugkeer van Trump al in gedachten. Financial Times heeft onlangs onthuld dat Rutte de NAVO eens al van zijn toorn heeft gered. Tijdens een top in juli 2018 in Brussel verraste Trump de verzamelde regeringsleiders met een ultimatum. De verdeling van de lasten is oneerlijk, was zijn klacht. De VS betalen een onevenredig hoog bedrag voor een bondgenootschap dat in de eerste plaats dient om Europa te verdedigen.

    Paniek

    Vooral de toenmalige Duitse president werd volgens het FT-artikel op haar stuk gezet. De Bondsrepubliek gaf aanzienlijk minder dan de afgesproken twee procent uit aan defensie en kocht grote hoeveelheden gas van Rusland. Trump sprak Angela Merkel sarcastisch toe: ‘Wij verdedigen jou tegen Rusland, maar jij betaalt miljarden dollars aan Rusland?’ Het toenmalige (en huidige) hoofd van de NAVO, Jens Stoltenberg, probeerde Trump van repliek te dienen. Tijdens de Koude Oorlog, zei hij, hebben we geleerd dat we ‘samen sterker’ zijn. Trump antwoordde: ‘Hoe kun je samen zijn als een land zijn energie bij de persoon vandaan haalt waartegen het ook beschermd wil worden?’ Ofwel iedereen zou zijn defensie-uitgaven verhogen, dreigde Trump, ofwel de VS zouden zich terugtrekken op nieuwjaarsdag 2019.

    In de paniek die volgde kwam het moment van Mark Rutte. Merkel, Macron en Stoltenberg stuurden hem naar voren om Trump te sussen met een drievoudige tegemoetkoming: u heeft gelijk als u ons bekritiseert; jullie hebben al voor hogere militaire uitgaven gezorgd; wij zullen in de toekomst veel meer doen. Trump stemde ermee in en dat leverde Rutte sinds 12 juli 2018 de reputatie op een Trump-fluisteraar te zijn.

    De chantage van Trump werkte (samen met de aanval van Poetin). De defensie-uitgaven van de NAVO-leden (exclusief de VS) zijn sinds de crash op de top met 55 procent gestegen. Destijds voldeden twee leden aan de doelstelling van twee procent; nu zijn dat er tweeëntwintig.

    Mark Rutte hoeft op het gebied van de lastenverdeling dus niet helemaal van voren af aan te beginnen wanneer hij straks opnieuw tegenover president Trump komt te staan. Maar rondom de belangrijkste kwestie is de situatie anders: de steun aan Oekraïne. Trump heeft hierover eveneens onconventionele ideeën: hij wil de oorlog snel beëindigen door Amerikaanse militaire hulp te gebruiken om beide partijen tot een deal te bewegen. Aan Zelensky wil Trump het signaal geven dat hij hiermee zal stoppen als de Oekraïense president bereid is te onderhandelen. Poetin daarentegen dreigt hij dat hij zijn steun anders zal verhogen.

    De NAVO bereidt zich voor op dit scenario door de coördinatie van de steun aan Oekraïne over te dragen van het door de VS gecontroleerde Ramstein-groep aan het bondgenootschap. Het idee is dat in de toekomst een NAVO-missie de levering van wapens en de training van Oekraïense soldaten zal controleren. (Waarschijnlijk zal de missie niet zo worden genoemd omdat de Duitse regering de naam afwijst; mensen in Berlijn vrezen dat het de indruk zou kunnen wekken dat de NAVO de troepen stuurt.)

    Rutte is een sympathieke stuurman die met veel mensen overweg kan en niet bang is voor contact met rechtspopulisten

    Vanuit Midden- en Oost-Europa werd de kandidatuur van Mark Rutte sterk bekritiseerd. Niet zonder reden: Rutte was lange tijd een van de voorstanders van de Nord Stream 2-Oostzeepijpleiding; Nederland heeft de doelstelling van twee procent niet gehaald; en eigenlijk zouden de nieuwe frontlijnstaten van het bondgenootschap eindelijk het voortouw moeten nemen. Dit was de reden voor de kandidatuur van de Estse premier Kaja Kallas voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO.

    En toch is Rutte een goede keuze vanuit het perspectief van degenen die krachtige steun voor Oekraïne willen. Tijdens zijn ambtsperiode vond  in juli 2014 het Russische neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines boven Oekraïne plaats, aan het begin van de eerste invasie door de Russen. Er kwamen 298 mensen om het leven, waaronder 192 Nederlanders. De Russische regering probeerde de misdaad te verdoezelen met eindeloze propagandaleugens. Het was Mark Rutte die de nabestaanden moest troosten en hen van informatie moest voorzien.

    Het betekende het einde van zijn naïviteit in het Ruslandbeleid en het verklaart ook waarom Nederland keer op keer een voortrekkersrol speelde bij de wapenleveranties aan Oekraïne, met bijvoorbeeld de zelfrijdende houwitser uit 2000 en de F-16-straaljager.

    Als je tegenwoordig naar NAVO-insiders luistert, ontstaat het volgende beeld: als regeringsleider heeft Mark Rutte met zijn pragmatische onderhandelingsvaardigheden vier kabinetten van alle politieke smaken bij elkaar gehouden. Geen slechte training om de westerse alliantie van nu 32 landen te leiden. Rutte is een sympathieke stuurman die met veel mensen overweg kan – van extreemrechts tot centrumlinks – en niet bang is voor contact met rechtspopulisten. Dit is niet alleen belangrijk met betrekking tot Trump, maar mogelijk ook in de omgang met Frankrijk.

    En dat de liberaal Rutte het naïeve geloof van veel West-Europeanen heeft belichaamd dat zij de veiligheid volledig aan de VS kunnen uitbesteden, hoeft geen nadeel te zijn als hij straks de taak op zich neemt om dit decennialange misverstand recht te zetten.

  • Mark Rutte, ofwel de Trump-fluisteraar

    Mark Rutte, ofwel de Trump-fluisteraar

    Mark Rutte wordt secretaris-generaal van de NAVO, al is Oost-Europa het er niet mee eens. Maar de ex-premier weet hoe om te gaan met de grootste dreiging voor het bondgenootschap: Donald Trump.

    Er zijn maar weinig landen waar je zulke sympathieke beelden kunt verwachten van een vreedzame machtsoverdracht: Mark Rutte, aftredend premier van Nederland, ontving zijn opvolger Dick Schoof vorige week in het Torentje, de ambtswoning van Den Haag, overhandigde hem de rituele houten voorzittershamer voor de kabinetsvergaderingen, en zwaaide vervolgens naar de camera om op zijn fiets zijn nieuwe avontuur tegemoet te gaan – zonder helm, zonder bewaker, een burger als alle andere.

    In zijn dertien jaar als premier heeft Mark Rutte een imago verworven dat perfect balanceert tussen benaderbaarheid en eigenzinnigheid, en dat hem tot een van de populairste politici van zijn land heeft gemaakt: hij is altijd correct gekleed, woont altijd in hetzelfde bescheiden huis en gaat elk jaar met dezelfde vriend op vakantie naar New York. Hagenaars konden hem op de fiets naar kantoor zien gaan, bijtend in een appel. Vaak stopte hij onderweg even voor een praatje.

    Deze nabijheid tot de mensen is binnenkort verleden tijd, aangezien Rutte de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO wordt. De alliantie had nog vóór de top ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum, die van 9 tot 11 juli in Washington plaatsvindt, hierover overeenstemming bereikt. De ex-minister-president zal zich moeten voorbereiden op een leven in een streng beveiligde vleugel.

    Rutte is niet alleen populair in zijn thuisland, maar ook onder zijn collega’s. Dat bleek uit de spontane knuffel van Emmanuel Macron op de laatste EU-top, die meteen viraal ging. Rutte was bezig een menigte Brusselse journalisten te woord te staan toen Macron vanaf de achtergrond in beeld verscheen. De Fransman onderbrak het interview van zijn collega. ‘Sorry, ik heb dorst’, zei Macron in het Engels tegen de camera’s. Daarom zou hij Rutte meevoeren. ‘We zijn hier allemaal verdrietig omdat we een geweldige kameraad en premier verliezen,’ voegde hij eraan toe. Emotie, knuffel, schouderklopje. Een perfect moment voor op TikTok en een onverwacht coole meme voor de NAVO.

    Dit ontroerende tafereel kon de bittere waarheid niet verdoezelen: Mark Rutte staat, net als Emmanuel Macron, voor een liberaal centrum dat momenteel door nationalisten overal in het Westen wordt verdrongen. In Parijs grijpt het Rassemblement National van Marine Le Pen de macht. In Den Haag droeg Rutte de macht over aan een regering onder leiding van nationaal-populist Geert Wilders.

    Mark Rutte leidde zijn land bijna veertien jaar lang, ruim vijfduizend dagen, in vier verschillende coalities. Hij is wat je in Duitsland een neoliberaal zou noemen. Hoewel zijn kabinetten allerlei politieke smaken combineerden, waaronder de sociaaldemocratie, bleef Rutte altijd vasthouden aan het ideaal van een niet al te aanwezige overheid. In zijn ogen was de staat iets waarvan burgers bevrijd moesten worden, zodat ze ‘met verve konden leven’. Zelfs toen Europa achtereenvolgens te maken kreeg met de financiële crisis, de migratiecrisis en vervolgens de pandemie, bleef Rutte onverschrokken. 

    Het feit dat de terugtrekking van de staat onder zijn bewind de burgers een gevoel van onveiligheid bezorgde, kwam tot uiting in steeds nieuwe regeringscrises – en in de winst die rechts-extremistische en nationaal-populistische partijen boekten.

    Aan het einde van zijn liberale tijdperk staat, paradoxaal genoeg, het verlangen naar veiligheid vanuit de staat nu voorop. Het beheersen van migratie, het verlagen van de kosten van levensonderhoud, het beschermen tegen oorlog in Europa – het zijn vragen waarop het liberalisme van Mark Rutte geen antwoord kon geven. De illiberale krachten rondom Wilders namen de macht over – tegen de immigratie, tegen de EU en lange tijd ook tegen Oekraïne.

    Wat heeft de opkomst van de illiberalen te maken met de recordtermijn van aartsliberaal Rutte? Of fundamenteler: hoe verdedig je de democratie vandaag de dag tegen haar vijanden? Dit zijn vragen waar Mark Rutte mee te maken krijgt als hij binnenkort leiding geeft aan de militaire alliantie, die zichzelf ziet als een paraplu en een schild van de liberale democratie tegen autocratie.

    Volgens een inside joke verdient de Russische president eigenlijk de onderscheiding ‘Verkoper van het Jaar’

    De nieuwkomer treft een NAVO aan die op haar 75ste verjaardag zowel van buitenaf als van binnenuit onder druk staat zoals misschien wel nooit eerder in haar geschiedenis. Het is goed mogelijk dat Rutte de alliantie niet alleen ten opzichte van Vladimir Poetin zal moeten herpositioneren, maar ook tegen de aanvallen van Donald Trump.

    De nieuwe zoektocht van Rusland naar wijdverbreide macht is, hoe paradoxaal het in eerste instantie ook klinkt, geen al te grote uitdaging voor het zelfbeeld van de NAVO. De Russische oorlog brengt hen terug naar het oorspronkelijke doel van de Koude Oorlog, toen het Westen probeerde de agressieve expansiedrift van de Sovjet-Unie in toom te houden. Vladimir Poetin heeft de NAVO versterkt (in tegenstelling tot zijn bedoeling uiteraard); de organisatie is recentelijk uitgebreid met Zweden en Finland en telt nu 32 lidstaten. Volgens een inside joke verdient de Russische president eigenlijk de onderscheiding ‘Verkoper van het Jaar’. De bestaansreden van de NAVO is lang niet zo onbetwist geweest als nu – althans vanuit Europees perspectief.

    En juist op dit punt worden de zaken lastig voor de toekomstige secretaris-generaal. Zijn moeilijkste taak zal zijn om de NAVO door een tweede presidentschap van Trump te leiden. De existentiële dreiging voor het huidige bondgenootschap komt van binnenuit. Trump gebruikt de alliantie al jarenlang als iets om mee te schermen. Ofwel de Europeanen betalen meer, snoeft hij tijdens verkiezingscampagnes, ofwel ik laat Poetin met hen doen wat hij wil.

    Niemand binnen de NAVO spreekt dit openlijk uit, al was het maar om Joe Biden niet af te vallen, maar Mark Rutte is gekozen met de terugkeer van Trump al in gedachten. Financial Times heeft onlangs onthuld dat Rutte de NAVO al eens van zijn toorn heeft gered. Tijdens een top in juli 2018 in Brussel verraste Trump de verzamelde regeringsleiders met een ultimatum. De verdeling van de lasten is oneerlijk, was zijn klacht. De VS betalen een onevenredig hoog bedrag voor een bondgenootschap dat in de eerste plaats dient om Europa te verdedigen.

    Vooral de toenmalige Duitse president werd volgens het FT-artikel op haar stuk gezet. De Bondsrepubliek gaf aanzienlijk minder dan de afgesproken twee procent uit aan defensie en kocht grote hoeveelheden gas van Rusland. Trump sprak Angela Merkel sarcastisch toe: ‘Wij verdedigen jou tegen Rusland, maar jij betaalt miljarden dollars aan Rusland?’ Het toenmalige (en huidige) hoofd van de NAVO, Jens Stoltenberg, probeerde Trump van repliek te dienen. Tijdens de Koude Oorlog, zei hij, hebben we geleerd dat we ‘samen sterker’ zijn. Trump antwoordde: ‘Hoe kun je samen sterk zijn als een land zijn energie bij de persoon vandaan haalt waartegen het ook beschermd wil worden?’ Ofwel iedereen zou zijn defensie-uitgaven verhogen, dreigde Trump, ofwel de VS zouden zich terugtrekken op nieuwjaarsdag 2019.

    In de paniek die volgde kwam het moment van Mark Rutte. Merkel, Macron en Stoltenberg stuurden hem naar voren om Trump te sussen met een drievoudige tegemoetkoming: u heeft gelijk als u ons bekritiseert; jullie hebben al voor hogere militaire uitgaven gezorgd; wij zullen in de toekomst veel meer doen. Trump stemde ermee in en dat leverde Rutte sinds 12 juli 2018 de reputatie op een Trump-fluisteraar te zijn.

    De chantage van Trump werkte (samen met de aanval van Poetin). De defensie-uitgaven van de NAVO-leden (exclusief de VS) zijn sinds de crash op de top met 55 procent gestegen. Destijds voldeden twee leden aan de doelstelling van twee procent; nu zijn dat er tweeëntwintig.

    Onconventionele ideeën

    Mark Rutte hoeft op het gebied van de lastenverdeling dus niet helemaal van voren af aan te beginnen wanneer hij straks opnieuw tegenover president Trump komt te staan. Maar rondom de belangrijkste kwestie is de situatie anders: de steun aan Oekraïne. Trump heeft hierover eveneens onconventionele ideeën: hij wil de oorlog snel beëindigen door Amerikaanse militaire hulp te gebruiken om beide partijen tot een deal te bewegen. Aan Zelensky wil Trump het signaal geven dat hij hiermee zal stoppen als de Oekraïense president bereid is te onderhandelen. Poetin daarentegen dreigt hij dat hij zijn steun anders zal verhogen.

    De NAVO bereidt zich voor op dit scenario door de coördinatie van de steun aan Oekraïne over te dragen van de door de VS gecontroleerde Ramstein-groep aan het bondgenootschap. Het idee is dat in de toekomst een NAVO-missie de levering van wapens en de training van Oekraïense soldaten zal controleren. (Waarschijnlijk zal de missie niet zo worden genoemd omdat de Duitse regering de naam afwijst; mensen in Berlijn vrezen dat het de indruk zou kunnen wekken dat de NAVO de troepen stuurt.)

    Rutte is een sympathieke stuurman die met veel mensen overweg kan en niet bang is voor contact met rechtspopulisten

    Vanuit Midden- en Oost-Europa werd de kandidatuur van Mark Rutte sterk bekritiseerd. Niet zonder reden: Rutte was lange tijd een van de voorstanders van de Nord Stream 2-Oostzeepijpleiding; Nederland heeft de doelstelling van twee procent niet gehaald; en eigenlijk zouden de nieuwe frontlijnstaten van het bondgenootschap eindelijk het voortouw moeten nemen. Dit was de reden voor de kandidatuur van de Estse premier Kaja Kallas voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO.

    En toch is Rutte een goede keuze vanuit het perspectief van degenen die krachtige steun voor Oekraïne willen. Tijdens zijn ambtsperiode werd in juli 2014 vlucht MH17 van Malaysia Airlines boven Oekraïne door Rusland neergehaald, aan het begin van de eerste invasie door de Russen. Er kwamen 298 mensen om het leven, waaronder 192 Nederlanders. De Russische regering probeerde de misdaad te verdoezelen met eindeloze propagandaleugens. Het was Mark Rutte die de nabestaanden moest troosten en hen van informatie moest voorzien.

    Het betekende het einde van zijn naïviteit ten aanzien van het Ruslandbeleid en het verklaart ook waarom Nederland keer op keer een voortrekkersrol speelde bij de wapenleveranties aan Oekraïne met bijvoorbeeld de zelfrijdende houwitser uit 2000 en de F-16-straaljager.

    Als je tegenwoordig naar NAVO-insiders luistert, ontstaat het volgende beeld: als regeringsleider heeft Mark Rutte met zijn pragmatische onderhandelingsvaardigheden vier kabinetten van alle politieke smaken bij elkaar gehouden. Geen slechte training om de westerse alliantie van nu 32 landen te leiden. Rutte is een sympathieke stuurman die met veel mensen overweg kan – van extreemrechts tot centrumlinks – en niet bang is voor contact met rechtspopulisten. Dit is niet alleen belangrijk met betrekking tot Trump, maar mogelijk ook in de omgang met Frankrijk.

    En dat de liberaal Rutte het naïeve geloof van veel West-Europeanen heeft belichaamd dat zij de veiligheid volledig aan de VS kunnen uitbesteden, hoeft geen nadeel te zijn als hij straks de taak op zich neemt om dit decennialange misverstand recht te zetten.

  • VS, VK, Frankrijk en Duitsland spreken steun uit voor Rutte als NAVO-chef

    VS, VK, Frankrijk en Duitsland spreken steun uit voor Rutte als NAVO-chef

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Prominente politici waarschuwen voor ‘dictatoriale tendens’ in Venezuela

    » Zuid-Afrikaanse Showmax verdringt Netflix in Afrika

    Vrijwel zeker dat Rutte de opvolger van Stoltenberg wordt

    De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland hebben zich allemaal achter de vertrekkende Nederlandse premier Mark Rutte geschaard om de volgende secretaris-generaal van de NAVO te worden, ‘op een cruciaal moment voor de alliantie nu de oorlog van Rusland tegen Oekraïne voortwoedt’, zo schrijft Al Jazeera. De vier belangrijkste NAVO-landen spraken donderdag hun steun uit voor Rutte om de huidige voorzitter Jens Stoltenberg op te volgen wanneer deze in oktober aftreedt. Rutte komt hiermee ‘in een sterke positie om het leiderschap van de trans-Atlantische alliantie in de wacht te slepen’, aldus de Qatarese nieuwszender.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘De Verenigde Staten hebben onze NAVO-bondgenoten duidelijk gemaakt dat wij geloven dat Rutte een uitstekende secretaris-generaal voor de NAVO zou zijn,’ zei John Kirby, woordvoerder van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad, donderdag tegen journalisten. De woordvoerder van premier Rishi Sunak van het Verenigd Koninkrijk zei dat het VK Rutte ‘krachtig steunt’. Een hooggeplaatste Franse functionaris vertelde persbureau Reuters dat president Emmanuel Macron al in een vroeg stadium voorstander was van de benoeming van Rutte. En de Duitse regeringswoordvoerder Steffen Hebestreit zei op X dat Rutte de steun van Berlijn had en prees hem als ‘een uitstekende kandidaat’.

  • Westerse landen werken aan F-16-coalitie na diplomatie Zelensky

    Westerse landen werken aan F-16-coalitie na diplomatie Zelensky

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Franse oud-president Nicolas Sarkozy veroordeeld tot drie jaar celstraf

    » Oudste joodse bijbel ooit voor ruim 35 miljoen euro verkocht

    Zelensky deed de afgelopen tijd meerdere Europese landen aan

    Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en meerdere andere westerse landen werken samen om op den duur mogelijk F-16’s of andere gevechtsvliegtuigen te gaan leveren aan Oekraïne. Dat schrijft The Guardian. De samenwerking volgt op een charmeoffensief van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die onlangs Nederland, Frankrijk, Duitsland en het VK aandeed.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Britse premier Rishi Sunak sprak onder meer met de Nederlandse premier Mark Rutte over een internationale coalitie die er niet alleen voor moet zorgen dat Oekraïne F-16’s krijgt, maar die zich ook moet gaan buigen over de logistiek en de opleiding van piloten. Oekraïne zou tot vijftig van de geavanceerde gevechtsvliegtuigen willen hebben om beter het hoofd te kunnen bieden aan Russische luchtaanvallen.

    Het VK heeft onlangs al een grote stap gezet richting nieuwe wapenleveringen door langeafstandsraketten te leveren aan Oekraïne, als eerste westerse bondgenoot. Zo leveren de VS momenteel alleen HIMARS-raketten, die maximaal tachtig kilometer ver kunnen komen, om te voorkomen dat Oekraïne de raketten inzet om Russisch grondgebied te raken. Het VK kan overigens zelf geen F-16’s leveren, omdat de Britse luchtmacht andere gevechtsvliegtuigen gebruikt.

    Lees ook:

  • 1. De claim op het ‘echte volk’

    1. De claim op het ‘echte volk’

    De Duitse professor Jan Werner-Müller wil het populisme precies omschrijven, zonder ‘vage anti-establishment sentimenten’. Sleutel in zijn analyse is de pretentie van populisten dat zij het ‘echte’ volk vertegenwoordigen. Ze geloven in regeren bij meerderheid, maar niet in verscheidenheid.

    Tegenwoordig lijkt de diepere betekenis van alle verkiezingen in Europa (en misschien zelfs in de wereld) zich tot één enkele 
vraag te beperken: heeft het populisme gewonnen of verloren? Tot de Nederlandse verkiezingen van maart 2017 werd het publieke debat gedomineerd door het beeld van een onstuitbare golf – of tsunami, zoals Nigel Farage het noemde – van populisme. En vooral na de grote zeges van Macron hoor je nu vaak dat we misschien al in het ‘post-populistische tijdperk’ zijn beland. 
Die diagnoses zijn allebei fout en verdienen het etiket dat het populisme zelf vaak krijgt opgeplakt: simplistisch.

    Bij het beeld van een onhoudbare golf gaat men er klakkeloos van uit dat zowel de Brexit als het presidentschap van Trump een triomf voor het populisme betekende. En natuurlijk, Farage en Trump zijn populisten, al zijn ze 
dat niet omdat ze, zoals het cliché wil, ‘afgeven op de elite’. Niet iedereen met kritiek op de elite is automatisch een populist. Een kritische houding tegenover de elite kun je net zo goed opvatten als teken van democratische betrokkenheid van de burger. Populisten in de oppositie hebben allicht kritiek op de regering. Maar belangrijker is dat ze ook beweren dat zij en zij alleen opkomen voor wat populisten vaak ‘echte mensen’ of ‘de zwijgende meerderheid’ noemen.

    Daarmee zeggen ze eigenlijk dat alle andere partijen in wezen geen recht van spreken hebben. Het gaat 
de populisten nooit om een verschil 
van mening over het beleid of zelfs over normen en waarden, het soort meningsverschil dat in een democratie natuurlijk heel normaal is (en in het beste geval ook productief). Nee, populisten spelen in ieder politiek conflict meteen op de man en maken er een morele kwestie van: de anderen zijn volgens hen simpelweg ‘slecht’ en 
‘corrupt’. Die spannen zich niet in voor ‘het volk’ maar alleen voor zichzelf (voor de gevestigde orde) of voor multinationals of voor de EU of noem maar op. 
In dat opzicht was de campagneretoriek van Trump een extreem geval, maar 
niet echt een uitzondering.

    ‘Echte mensen’

    Minder in het oog springend is de 
suggestie van populisten dat mensen die het niet eens zijn met hun opvatting van wat ‘het volk’ is, en die hen dus niet steunen, eigenlijk niet tot dat volk behoren. Denk aan Farage, die op de avond van het beslissende referendum riep dat de Brexit een ‘victory for real people’ was. Daarmee impliceerde hij dat de 48 procent die tegen een Brexit hadden gestemd geen ‘echte mensen’ zijn, ofwel: niet echt tot het Britse volk behoren. Of denk aan Trump, die op een verkiezingsbijeenkomst vorig jaar zei: ‘Het gaat erom dat we de mensen verenigen – want die andere mensen doen er niet toe.’ De populist bepaalt dus 
wie de echte mensen zijn.

    Vage ‘anti-establishment sentimenten’ vormen dus geen lakmoesproef voor 
wat populisme is: kritiek op de elite kan terecht of onterecht zijn, maar is niet per se antidemocratisch. Waar het om gaat, is het antipluralisme van de populisten. Ze doen altijd aan uitsluiting op twee niveaus. Op het niveau van de partijpolitiek presenteren ze zichzelf als de enige legitieme spreekbuis van het volk, om zo alle politieke rivalen op zijn minst moreel uit te sluiten. En iets subtieler wordt op het niveau van de mensen zelf, zo je wilt, iedereen buitengesloten die hun symbolische fictie van ‘de echte mensen’ niet onderschrijft (en dus niet achter de populisten staat). Anders gezegd: populisme maakt per definitie aanspraak op het morele alleenrecht om de wil te vertolken van de zogenaamde echte mensen – en vervalt daardoor per definitie tot een radicaal wij-zij-denken.

    Merk daarbij op dat populisten ook zonder te regeren grote schade kunnen toebrengen aan de politieke cultuur. Populistische partijen die slecht presteren bij de stembus worden immers met een evidente paradox geconfronteerd: hoe kan hun partij aanspraak maken op een rol als enige echte spreekbuis van het volk, als ze geen overweldigende meerderheid bij de stembus halen? Niet alle populisten kiezen voor de makkelijkste uitweg 
uit dit dilemma, maar velen wel: zij suggereren dat ze niet zozeer een 
zwijgende meerderheid vertegenwoordigen, als wel een meerderheid die het zwijgen is opgelegd. Als die meerderheid zich kon uiten, zouden de populisten per definitie aan de macht zijn, maar iets of iemand heeft deze meerderheid de mond gesnoerd. Anders gezegd: populisten suggereren op meer of minder subtiele wijze dat ze de verkiezingen helemaal niet echt verloren hebben, maar dat het hele proces door verdorven elites achter de schermen is gemanipuleerd. Denk weer aan Trump: toen hij in het midden liet of hij een verkiezingszege van Hillary Clinton zou accepteren, plaatste hij impliciet vraagtekens bij de deugdelijkheid van het Amerikaanse kiesstelsel. Veel van zijn kiezers begrepen die boodschap heel goed. Uit een peiling bleek dat zeventig procent van zijn aanhang dacht dat het doorgestoken kaart zou zijn als Clinton de verkiezingen won.

    Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen

    Nu mag iedereen kritiek hebben op het Amerikaanse kiesstelsel, daar is duidelijk genoeg reden toe. Ook zulke kritiek kan een teken zijn van oprechte 
democratische betrokkenheid. Wat niet democratisch is, is de houding van populisten die in feite neerkomt op de bewering: ‘Omdat wij niet gewonnen hebben, moet het systeem wel fout 
en verrot zijn.’ Zo zullen populisten 
het vertrouwen van burgers in hun instituties systematisch ondermijnen, en daarmee het politieke klimaat 
verzieken, ook zonder zelf ooit aan de macht te komen.

    Ik wil niet beweren dat alle populisten hun gebrek aan electoraal succes afdoen met een beroep op complot-theorieën. Maar ze zullen op zijn minst geneigd zijn onderscheid te maken tussen de empirisch vastgestelde en de morele uitslag van verkiezingen. (Denk aan de Hongaarse rechtse populist Viktor Orbán, die na zijn verkiezingsnederlaag in 2002 zei dat ‘het land niet in de oppositie kan zitten’; of aan Andrés Manuel López Obrador, die na zijn nederlaag bij de Mexicaanse presidentsverkiezingen van 2006 zei dat ‘de zege van rechts moreel onbestaanbaar’ was en hijzelf de enige ‘legitieme president van Mexico’.) Zo blijven populisten zich beroepen op een onbestemde groep ‘echte mensen’ die een andere keuze zouden hebben gemaakt. De extreemrechtse populist Norbert Hofer zei na zijn nederlaag bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen van 2016 bijvoorbeeld dat de winnaar, de groene politicus Alexander Van der Bellen, ‘gezählt, aber nicht gewählt’ was: hij insinueerde dus dat zijn tegenstander weliswaar de meeste stemmen had gekregen, maar toch niet echt gekozen was (alsof een ‘echte keus’ op een of andere wijze tot stand kan komen bij acclamatie of zoiets, en niet in het stemhokje). In veel gevallen zullen populisten de cijfers afzetten tegen sentimenten, zonder oog voor het feit dat juist die cijfers, een correcte telling van het aantal stemmen, het enige is waar democratie uit bestaat.

    Door in te zien dat populisme een 
specifieke vorm van antipluralisme is, voorkomen we misschien dat we 
kritiekloos het beeld blijven herhalen van ‘het volk’ dat overal in opstand komt tegen ‘de gevestigde orde’. Dat is geen onschuldige, laat staan neutrale beschrijving van de politieke ontwikkelingen. Het is in feite populistisch jargon. Met zo’n omschrijving accepteer je impliciet dat de populisten 
werkelijk ‘het volk’ vertegenwoordigen. Maar types als Farage of Geert Wilders slagen er in de verste verte niet in om zelfs maar een kwart van het electoraat aan te spreken.

    populism no c

    Toch vallen politici en journalisten vreemd genoeg vaak van het ene uiterste in het andere als het om populisten gaat: van de opvatting dat het allemaal demagogen zijn die per definitie onzin uitkramen, naar de gedachte dat 
populisten in feite de ‘echte zorgen’ van de mensen vertolken. De populist een monopolie geven op de vertolking van wat mensen bezighoudt, getuigt van een diepgaand gebrek aan inzicht in hoe democratische vertegenwoordiging werkt. Die vertegenwoordiging moet niet gezien worden als een mechanische afspiegeling van objectief bestaande belangen en identiteiten. Die belangen en identiteiten krijgen dynamisch vorm naarmate politici 
(en het maatschappelijk middenveld, vrienden, buren, enz.) bepaalde stappen zetten en burgers daarop reageren. Het is dus niet dat alles wat populisten zeggen per se verzonnen is, maar het is een vergissing om te denken dat alleen zij weten wat er echt in de maatschappij leeft. Zo is Trump er zonder twijfel in geslaagd een aantal Amerikanen het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van zoiets als een blanke identiteits-
beweging. Maar het zelfbeeld van 
burgers kan ook weer veranderen.

    Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen. Toch gaan veel 
niet-populisten daarvan uit. Denk maar aan hoe sommige socialisten 
en sociaaldemocraten in Europa 
tegenwoordig lijken te denken: ‘De arbeidersklasse heeft het gewoon niet op buitenlanders. Het succes van de rechtse populisten toont dat wel aan. Niks aan te doen.’

    Er bestaat nog een andere denkfout met betrekking tot de verkiezingswinst van populisten. Je moet er niet van uitgaan dat alle kiezers die op een populistische partij stemmen zelf 
ook populist zijn, dat wil zeggen: de antipluralistische ideeën van hun populistische leider delen.
    Een kiezer kan het bijvoorbeeld volstrekt oneens zijn met de kritiek van Marine Le Pen dat andere partijen immoreel zijn en hun land verraden, maar toch op het Front National stemmen vanwege het landbouwbeleid dat die partij voorstaat. Oké, dat is wat vergezocht, maar het punt blijft dat we er niet klakkeloos van uit mogen gaan dat iedereen die op een populistische politicus of partij stemt, per se ook het hele antipluralistische programma daarvan onderschrijft. Dat is een elementair empirisch feit, maar het heeft ook gevolgen voor de politieke strategie. Denk maar aan de desastreuze uitwerking van 
Hillary Clintons opmerking over ‘deplorables’. Ze had beter alleen genadeloze kritiek kunnen leveren op haar tegenstander, zonder te generaliseren over de kiezers die hij aanspreekt.

    Maar zit er niet toch iets in, in dat idee van een populistische golf, al is die nu even op zijn retour? Nee, dat beeld was altijd al zeer misleidend. Nigel Farage heeft de Brexit immers niet in zijn eentje tot stand gebracht. Hij had hulp nodig van Conservatieven uit het 
establishment, zoals Boris Johnson en Michael Gove (die nu allebei in May’s kabinet zitten). Het was Gove die in 
het voorjaar van 2016, als reactie op 
de vele sombere voorspellingen van deskundigen over een eventuele Brexit, zei dat het Britse volk de buik vol had van deskundigen. Het grappige was 
dat Gove zelf juist lange tijd als een intellectueel binnen de Tory-gelederen gold. Het was dus niet zomaar iemand die de mensen vertelde dat deskundigheid werd overschat – er was een 
deskundige voor nodig om die conclusie te trekken.

    Trump is natuurlijk geen president geworden dankzij een brede volksbeweging van boze blanke arbeiders. 
Hij vertegenwoordigde een gevestigde partij en had de zegen nodig van 
Republikeinse zwaargewichten als Rudy Giuliani, Chris Christie en Newt Gingrich. Die laatste zei tegen een verslaggever van CNN op het Republikeins partijcongres in de zomer van 2016 dat hij de misdaadcijfers niet vertrouwde, maar geloofde in de beleving van mensen. Hij flikte dus hetzelfde kunstje als Gove in Engeland, want wat je ook van Gingrich mag vinden, onder Amerikaanse conservatieven gaat hij voor een soort intellectueel door. Dus net als in het Verenigd Koninkrijk was er een deskundige nodig om de waarde van deskundigheid in twijfel te trekken.

    Polarisatie

    Wat zich op 8 november 2016 voltrok was geen op zichzelf staande 
triomf voor het populisme, maar een bevestiging van de polarisatie van de Amerikaanse politiek: 90 procent van de Republikeinse kiezers had op Trump gestemd. Ook al bleek uit peilingen dat veel Republikeinse kiezers grote bedenkingen bij deze kandidaat hadden, het was voor hen duidelijk ondenkbaar om op een Democraat te stemmen. De manier waarop Hillary Clinton door veel Republikeinen werd gedemoniseerd, had daar natuurlijk ook iets mee te maken – en die 
demonisering dateerde al van ver voor Trump. Die was al begonnen in de jaren negentig, toen Bill Clinton door rechts steevast werd aangeduid als ‘jullie president’, alsof hij niet het hele volk vertegenwoordigde. Feit is dat tot op de dag van vandaag geen enkele rechtse populist in West-Europa 
of Noord-Amerika aan de macht is 
gekomen zonder hulp van de gevestigde conservatieve elite.

    Na de verkiezingen in Frankrijk en Nederland waren commentatoren er als de kippen bij om te spreken van 
een post-populistische beweging. 
Het veronderstelde ‘nieuwe normaal’, van de ene populistische verkiezingszege na de andere, wordt alweer
 achterhaald genoemd. Maar dan wordt er onvoldoende onderscheid gemaakt tussen enerzijds het populisme als een moreel monopolie op 
de vertegenwoordiging van het echte volk, en anderzijds specifieke programmapunten die aan rechts populisme kunnen raken – zoals een strenger immigratiebeleid – maar op zichzelf niet populistisch zijn. Met andere woorden: antipluralisme en inhoudelijke programmapunten zijn twee 
verschillende zaken.

    Wilders, een echte populist, deed het in Nederland minder goed dan verwacht. Maar zijn officiële ‘mainstream’ rivaal, de rechts-liberale premier Rutte, sloeg veel Wilders-achtige taal uit, door onder meer tegen immigranten te zeggen dat ze maar moesten vertrekken als ze niet ‘normaal’ wilden doen. Rutte is geen populist geworden, 
hij pretendeert niet de enige echte 
vertegenwoordiger van het eigenlijke Nederlandse volk te zijn. Maar hij doet iets ongebruikelijks en volgens mij onaanvaardbaars: het is niet aan de Nederlandse premier om te bepalen wat in de Nederlandse cultuur 
‘normaal’ is (met de bijbehorende implicatie dat je enerzijds een ‘echt’ Nederlands volk hebt en anderzijds mensen die zich ‘abnormaal’ gedragen). Als gevolg van zulke opportunistische concessies aan populisten schuift de hele politieke cultuur naar rechts op, zonder behoorlijke democratische machtiging van de burger. Misschien zitten we dus niet zozeer in een post-populistische tijd, maar zijn de populisten eigenlijk aan het winnen, ook al verliezen ze nominaal. In plaats van officieel met de populisten samen te werken, kopiëren de conservatieven immers gewoon hun ideeën. Diezelfde dynamiek kon je in het voorjaar van 2017 zien in de campagne voor de 
parlementsverkiezingen van Theresa May, die erop gokte dat ze UKIP kon vermorzelen door Farage na te doen.

    Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet 
zo onvermijdelijk als men vaak denkt

    Naast samenwerking en imitatie hebben conservatieven nog een derde manier om rechts populisme te 
vergoelijken. Denk maar aan hoe de Europese Volkspartij (EVP), de mainstream partijfamilie van overwegend christendemocraten en gematigde conservatieven in het Europarlement, Viktor Orbán beschermen tegen kritiek (van onder meer de Europese Commissie). Orbán was de pionier van het populisme in Europa. Hij had zijn inmiddels in veel opzichten autoritaire bewind nooit kunnen opbouwen zonder de rugdekking van de EVP. En wederom, het is niet dat de leden van de EVP zelf populisten zijn geworden, verre van dat. Maar met hun strategische keuzes, vooral ingegeven door hun wens om de grootste partij in het Europarlement te blijven, hebben de conservatieven de opkomst van rechts populisme mogelijk gemaakt.

    In dat verband is het ook de moeite waard even terug te kijken naar een recente verkiezingsstrijd waarin veel conservatieven zich vooraf tegen samenwerking met de populisten hebben uitgesproken. Het hele beeld van een niet te stuiten golf van populisme was eigenlijk al ontkracht door dit ene tegenvoorbeeld: Oostenrijk, waar alom een zege voor Norbert Hofer was voorspeld. Veel conservatieve 
politici spraken zich expliciet tegen hem uit. Dat betrof vooral burgemeesters en andere provinciale politieke grootheden, die bij kiezers in de regio het vertrouwen genoten dat groene bobo’s uit Wenen duidelijk misten. Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet 
zo onvermijdelijk als men vaak denkt.

    De stabiliteit van democratieën in Europa heeft, zoals de politicoloog Daniel Ziblatt betoogt, altijd sterk afgehangen van het gedrag van de conservatieve elites. In het interbellum kozen die voor samenwerking met autoritaire en zelfs fascistische partijen, wat op veel plekken tot de dood van de democratie leidde. Na de oorlog besloten ze zich aan de regels van het democratische spel te houden, ook al was dat niet altijd bevorderlijk voor wat zij als conservatieve kernwaarden beschouwden. We leven in een heel andere samen-leving dan in de naoorlogse periode en de populisten van nu zijn geen fascisten, maar het is nog steeds zo dat het lot van een democratie even sterk afhangt van de keuzes van de gevestigde orde als van opstandige outsiders. Larry Bartels, een vooraanstaand 
Amerikaans politicoloog, wijst erop dat er ook weinig empirisch bewijs is voor een toename (laat staan een ‘tsunami’) van rechts populistische sentimenten. Wat uit onderzoek wel blijkt, is dat zowel politieke avonturiers als gevestigde partijen in de loop der tijd steeds weer voor de keuze hebben gestaan 
om dergelijke sentimenten te bezweren, dan wel te mobiliseren en uit te buiten. Het is van belang om ons niet uitsluitend op de populisten zelf te fixeren (waarbij we hun kracht regelmatig onder- dan wel overschatten). We moeten juist de elites ter verantwoording roepen die met populisten samenwerken of hun ideeën overnemen of hun gedrag in feite vergoelijken en ze zo uit de wind houden.

    Brexit volgens Banksy, 2017.
    Brexit volgens Banksy, 2017.

    Wat kan er tegen populisten zelf worden gedaan? Wat de laatste jaren 
in ieder geval duidelijk is geworden, 
is wat er niet werkt. Een volledig isolement bijvoorbeeld, en zeker het soort morele uitsluiting waarnaar populisten zelf vaak grijpen (in de trant van: ‘wij goede demoraten willen niet samen met populisten op tv’ of ‘als er in het parlement een populist aan het woord komt, loop ik naar buiten,’, enz.). Dat is dom, zowel in strategisch als – minder in het oog springend – in moreel opzicht. Het is als strategie tot mislukken gedoemd omdat het alleen maar bevestigt wat populisten hun aanhang steeds voorhouden: dat de corrupte elite nooit naar hen luistert of bepaalde zaken niet ter discussie durft te stellen. (En niet in de laatste plaats dat deze elites tegen de populisten samenspannen om hun onverdiende voorrechten te beschermen: ‘Eén tegen allen, allen tegen één’.)

    Ook vanuit democratisch oogpunt kleeft er een groot bezwaar aan deze aanpak: zeker als de populisten al in het parlement zitten en je sluit hun partij uit van het debat, dan sluit je 
ook al hun kiezers daarvan uit. En zoals hierboven gezegd: je mag er niet van uitgaan dat alle kiezers van populistische partijen overtuigde antipluralisten zijn die de regels van het democratische spel afwijzen.

    En dan is er het andere uiterste: in plaats van de populisten uit te sluiten of te negeren, ga je achter ze aan hollen. Maar hoe hard je ook holt, je haalt ze natuurlijk nooit in. Wat je als zogenaamde ‘politicus van het midden’ ook over immigratie zegt, het zal toch nooit genoeg zijn voor partijen als Alternative für Deutschland of de Deense Volkspartij. Maar ook hier is het probleem niet alleen strategisch van aard, ook hier speelt een normatieve kwestie mee. Het imiteren van populisten vloeit immers vaak voort 
uit de hierboven genoemde misvatting over democratische vertegenwoordiging. Dan gaat men er simpelweg van uit dat de populisten eindelijk de ware politieke voorkeuren van veel burgers blootleggen, in plaats van te beseffen dat politieke vertegenwoordiging een dynamisch proces is. Denk weer aan Trump: veel Europeanen zullen op 
8 november 2016 met enig leedvermaak hebben vastgesteld dat hun lang gekoesterde vermoeden over de VS nu officieel was bevestigd: het is een land met 63 miljoen racisten! Maar zoals enkele sociale wetenschappers al snel zeiden: er zijn genoeg racisten in de VS, maar racisme kan de zege van Trump niet volledig verklaren. Sommige 
kiezers hebben op Trump gestemd nadat ze dat eerder twee keer op Obama hadden gedaan.

    Er is geen andere keuze dan met 
populisten de strijd aan te gaan. Maar praten met populisten wil nog niet zeggen dat je moet praten áls een populist. Je hoeft hun beschrijving van politieke, economische en sociale problemen niet over te nemen om in debat met hen overeind te blijven. Tegelijkertijd is het belangrijk om in te zien dat een hele reeks standpunten waar links grote moeite mee heeft, binnen een democratie niettemin toelaatbaar zijn – en dat je zulke standpunten moet bestrijden met feiten en de best mogelijke argumenten, niet met het polariserende verwijt van ‘populisme’. Anderzijds, wanneer populisten zichzelf nadrukkelijk als populist manifesteren – dat wil zeggen: als ze het recht van spreken van hun tegenstander of van bepaalde burgers in twijfel proberen te trekken of vraagtekens plaatsen bij de regels van het democratische spel – 
dan is het van groot belang dat andere politici daar een grens trekken. Denk weer even terug aan die eerste keer dat de ‘gevestigde orde’ niet voor de ‘golf’ van het populisme bezweek: Oostenrijk. De winnende kandidaat wist in zijn campagne veel kiezers te mobiliseren door duidelijk te maken dat zij niet alle programmapunten van de Groenen hoefden te onderschrijven om op hem te stemmen; ze moesten het er alleen mee eens zijn dat de extreemrechtse kandidaat een reële bedreiging voor de Oostenrijkse democratie vormde. Nog belangrijker was dat kiezers door zijn campagne werden gestimuleerd om uit hun vertrouwde kringetje te stappen, om in dialoog te gaan met mensen uit andere milieus met wie ze anders niet snel in contact kwamen – en vooral 
om dan niet al na vijf minuten met 
verwijten van ‘racisme’ en ‘fascisme’ 
te smijten.

    Ook dit is misschien alleen vrome hoop van de theoretici. Uit sociologisch onderzoek blijkt vaak dat de zogenaamde contacthypothese te mooi is om waar te zijn: contact met mensen die sterk van ons verschillen is op 
zichzelf nog niet genoeg om tolerantie en respect voor pluralisme te kweken. Maar alles wat kan helpen om de 
populistische fantasie van een volledig verenigd en homogeen volk te ontkrachten, is meegenomen. In tegenstelling tot wat links soms gelooft, is niet alles wat populisten zeggen per se leugenachtig of demagogisch, maar hun zelfgeschapen imago berust uiteindelijk wél op een leugen: dat er 
één ondeelbaar volk is waarvan alleen zij de wil vertolken. Om ze te bestrijden, is het nodig die cruciale claim 
te doorzien en te ontkrachten.

    Auteur: Jan-Werner Müller
    Vertaler: Frank Lekens

    ‘Understanding the populist turn’.
    Grote Zaal Frascati, 2 juni 15.00

    Project Syndicate
    Tsjechische Republiek | project-syndicate.org

    Het in 1994 opgerichte non-profit contentdistributiemodel voorziet lezers uit alle windstreken van originele, boeiende en tot nadenken stemmende commentaren van schrijvers en denkers die de economie, politiek, wetenschap en cultuur van de wereld vormgeven.

  • Draaien

    Draaien

    We hebben in het verleden vast weleens beweerd dat we 
100 procent Rutte-vrij waren, en Wilders-vrij en misschien zelfs wel Binnenhof-vrij.

    Want met 360 willen we over onze eigen buitengrenzen kijken. Wat daarbinnen gebeurt, daar schrijven onze Nederlandse collega’s genoeg over. Maar, in 
de voetsporen van onze huidige premier, wijken ook wij weleens van een eerdere bewering af. Sterker nog, we hebben de goede man zelfs op de cover gezet. En hoe. Van heel dichtbij en met die bekende blik. Recht op die ereplaats verwierf de premier omdat hij de afgelopen weken maar liefst drie keer werd geïnterviewd in publicaties van niveau: Le Monde, Der Spiegel en Financial Times. De kernvraag was steeds dezelfde: is Rutte voorstander van meer of van minder Europa? Het antwoord was, ook onveranderlijk: minder. Althans: niet meer. Maar toch, houd die ene, gezamenlijke lijn in de gaten, 27 lidstaten. Daar moeten we allemaal op zitten.

    Rutte lijkt met enige angst, en wie weet jaloezie, te kijken naar het herstel van de as Parijs-Berlijn. Emmanuel Macron en Angela Merkel hebben het voortouw genomen in de Europese Unie, en Mark wil graag meedoen. ‘We zijn van hetzelfde politieke ras. We draaien er niet omheen, we willen vooruit met Europa.’ Te gek! Leuk! Brexit? Komt goed! Maar het klinkt niet erg zelfverzekerd: Angela zal zich toch niet het hoofd op hol hebben laten brengen door die charmante Macron? Gaan wij ook in investeren, man. Super!

    Als die Frans-Duitse machine maar niet over hem heen walst. Want het Calimerosyndroom zit diep

    Sindsdien heeft Rutte het Élysée al twee keer bezocht en zijn Franse ambtsgenoot teruggevraagd in het Catshuis. Ondertussen is hij met zeven andere landen tegen de geopperde EU-hervormingen van Macron. En draait er diplomatiek omheen als hij daar in de Franse krant naar wordt gevraagd. ‘Het niet mijn bedoeling op de voorstellen van president Macron te reageren, maar om met eigen voorstellen te komen.’ Als die Frans-Duitse machine maar niet over hem heen walst. Want het Calimerosyndroom zit diep.

    In andere ‘kleine’ lidstaten van de EU leven inmiddels nog grotere zorgen rond Brexit. De Ierse schrijver Fintan O’Toole, columnist van The Irish Times, schrijft dat nu de meeste (religieuze) tegenstellingen tussen Ierland en Engeland verdwenen zijn, een paradox overblijft: binnenkort zullen de twee landen meer gescheiden zijn dan voorheen, omdat er een EU-grens tussen ligt. Droomden de nationalisten vroeger over. 
En nu is er volgens O’Toole geen Ier te vinden die dat nog wil. Onder de mantel der tijd heeft alles zich fatsoenlijk geschikt.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

  • Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    In zijn nieuwe pro-Europese rol investeert Mark Rutte ook in Emmanuel Macron. Voor diens bezoek aan Den Haag, eind maart, lichtte Rutte tegenover de Franse krant Le Monde het Nederlandse EU-standpunt toe.

    U hebt samen met zeven andere noordelijke EU-landen een brief ondertekend tegen de hervorming van de muntunie. Betekent dat een definitief ‘nee’ tegen de voorstellen van Emmanuel Macron voor een eigen EU-begroting en een Europese minister van Financiën?

    Rutte: ‘Het is niet mijn bedoeling op de voorstellen van president Macron te reageren maar om met eigen voorstellen te komen, naar oplossingen te zoeken en, misschien, verschillen te constateren. Ik ben het met president Macron eens dat we zowel op staatsniveau als op Europees niveau moeten opereren. Dat betekent dat we de criteria van Maastricht moeten respecteren, dat we moeten hervormen, de tekorten moeten wegwerken en naar een begrotingsoverschot moeten streven.’

    Die strenge boodschap is vooral aan het adres van Frankrijk gericht, nietwaar?

    ‘Ik geloof dat Frankrijk al goed bezig is. Ik ga me niet uitspreken over de politieke keuzes die worden gemaakt, maar ik ben onder de indruk van de daadkracht van de Franse president, vooral waar het zijn hervorming van de arbeidsmarkt betreft.’

    Wat moet er op Europees niveau gebeuren?

    ‘Zoals de Franse president zegt, moeten we de muntunie versterken. Met prioriteit voor een Europees stabiliteitsmechanisme en de oprichting van een Europees monetair fonds dat in laatste instantie de problemen kan oplossen van landen die in moeilijkheden verkeren. Ook moet de bankenunie verder worden versterkt om bancaire risico’s te verminderen en moet een stap worden gezet in de richting van een Europees depositogarantiestelsel. Ten slotte moet de privésector kunnen worden aangesproken als een bank in de problemen komt, zodat de belastingbetaler niet voor alles opdraait. Als dat allemaal gebeurd is, kunnen we tegen die belastingbetaler zeggen dat de belofte is nagekomen om gezamenlijk een hoog welvaartsniveau te garanderen.’

    ‘President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde’

    Hoe ziet u de rol van Europa?

    ‘Mijn benadering is positief: uitgaan van de kracht van de lidstaten, niet van hun zwakte. Een krachtige interne markt bouwen, wat nog maar ten dele is gerealiseerd, onze veiligheid garanderen door middel van efficiënte samenwerking, maar ook de criteria van Maastricht respecteren, die de lidstaten verplichten hun openbare financiën en hun economie op orde te brengen. Een Europa dat nuttig is voor zijn burgers en zich met name om werkgelegenheid en veiligheid bekommert. President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde.’

    Kunt u enkele concrete punten noemen?

    ‘De migratie en de oorzaken daarvan, de versterking en verbetering van de interne markt, veiligheid en defensie – Nederland is actief in Mali en steunt de actie van G5-Sahel. President Macrons idee over “een Europa dat beschermt” is verleidelijk. Mijn land wil ook voortvarend optreden op klimaatgebied, met als ambitieus doel een vermindering van onze CO2-uitstoot met 55 procent in 2030. Samen kunnen we aan een Europa bouwen dat de klimaatverandering het hoofd biedt.’

    Best ruimte

    Waarom bent u tegen een verhoging van de Europese begroting, zoals het Europees Parlement vraagt?

    ‘Mijn doel is modernisering te bevorderen en extra afdrachten te vermijden. Mijn prioriteiten zijn innovatie, het bewaken van de buitengrenzen en een betere aanpak van de migratie. Tegelijkertijd moeten we ook bezien op welke gebieden het wel wat minder kan. Nederland is een van de grootste netto bijdragers aan de Europese begroting en het verschil met andere landen mag niet groter worden. Het uitgavenplafond zal herzien moeten worden en, gezien het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, moeten worden bevroren. En vervolgens zal de begroting hervormd moeten worden door middel van het vaststellen van nieuwe prioriteiten. Daarvoor is best ruimte: 70 procent van de huidige uitgaven gaat naar landbouw en structuurfondsen.’

    Moeten alleen rechtsstaten voortaan toegang krijgen tot Europese fondsen?

    ‘Daar zijn wij niet tegen, al stellen we voor die toegang vooral afhankelijk te maken van gerealiseerde hervormingen en niet van periodieke aanbevelingen van de Commissie.’

    Vreest u een breuk tussen Oost en West?

    ‘Ik heb het afgelopen jaar een aantal Oost-Europese leiders ontmoet. Als het Schengengebied functioneert, als de buitengrenzen goed worden gecontroleerd, als de Dublin-Conventie – die bepaalt dat het land waar een asielzoeker Europa is binnengekomen ook de asielaanvraag in behandeling moet nemen – wordt aangepast, geloof ik dat sommigen van hen zich wel bereid zullen tonen om vluchtelingen op te vangen, wat een verplichting blijft.’

    Is de Brexit met name zorgelijk voor een land als het uwe?

    ‘Het belangrijkst is dat de 27 landen op één lijn blijven zitten. Onder een wanordelijke Brexit zullen we allemaal lijden, ook Frankrijk. Ik zou graag zien dat de Britten in de interne markt blijven en dat we zo veel mogelijk samenwerkingsverbanden aangaan, op voorwaarde dat alle regels en de integriteit van de interne markt worden gerespecteerd.’

    Hoe denkt u over de ‘politieke’ Commissie die Jean-Claude Juncker voorstaat?

    ‘Ik heb veel respect voor voorzitter Juncker en zijn programma, maar wij zijn vierkant tegen het idee van een “politieke” Commissie. De Commissie kan initiatieven nemen en moet erop toezien dat gemaakte afspraken worden nageleefd. Het is bijvoorbeeld gênant dat ze Italië en Frankrijk op een verschillende manier heeft behandeld wat het tekort van 3 procent betreft. Daarmee schendt ze de regels, schaadt ze het uiteindelijke doel – de welvaart van de hele Unie – en maakt ze het ons moeilijk verantwoording af te leggen tegenover onze respectievelijke burgers.’

    Auteur: Jean-Pierre Stroobants
    Vertaler: Rutte Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 331.837

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Houdt een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Voor ons Nederlanders is de Brexit een uitgelezen kans, schrijft The Economist. 
Met de Britten verliezen we een machtige bondgenoot, maar we kunnen nu wel zelf het initiatief gaan pakken.

    ‘Alle volken rond de Noordzee zijn met elkaar verbonden,’ mijmert Hans de Boer, voorzitter van werkgeversvereniging VNONCW terwijl hij in Den Haag uit het raam van zijn kantoor op de twaalfde verdieping staart. Het is geen verkeerde plek voor een Nederlander om de gevolgen van de Brexit te overpeinzen. De Rotterdamse haven, de drukste van Europa, valt ternauwernood in de ochtendnevel te ontwaren. Tachtigduizend Nederlandse bedrijven doen zaken met Groot-Brittannië en elk jaar razen 162.000 vrachtwagens tussen beide landen heen en weer. De Rabobank heeft becijferd dat zelfs een zachte Brexit in 2030 tot een daling van het bbp met 3 procent zou kunnen leiden. Ierland uitgezonderd krijgt geen land het zwaarder voor de kiezen. ‘De Brexit had niet onze voorkeur,’ merkt De Boer droogjes op.

    Nederlandse regeringen uit de jaren vijftig en zestig deden hun best hun Britse vrienden over te halen om tot de Europese club toe te treden. Toen de Britten er in juni 2016 voor stemden om de Europese Unie te verlaten, vroegen sommigen zich af of Nederland in hun kielzog zou volgen. De Europese trauma’s op migratie- en economisch gebied stelden het geduld van de Nederlandse kiezer al jaren op de proef en premier Mark Rutte leek niet bereid het voor Europa op te nemen. Eurosceptische sentimenten waren koren op de molen voor Geert Wilders, die aandrong op een ‘Nexit’. Ruim een jaar geleden, met verkiezingen op komst, hielden Europeanen hun hart vast.

    Calvinistisch vingertje

    Wat er vervolgens gebeurde was interessant. De VVD won de verkiezingen, hoewel het succes van PVV-leider Geert Wilders Rutte dwong tot een vierpartijencoalitie met een minieme meerderheid. In plaats van het Europese feestje te verstoren, mengde Rutte zich, aangespoord door zijn adviseurs, in het debat over Europa met een enthousiasme dat weinigen van hem kenden. Begin maart bracht hij een bezoek aan Berlijn om een gedetailleerde speech over de EU te houden, zijn eerste grote bemoeienis met de Unie sinds hij in 2010 premier werd. Niet lang daarna kwamen Nederland en zeven andere kleine landen uit Noord- en Oost-Europa (een hoge EU-ambtenaar sprak van de ‘slechtweercoalitie’) met een gezamenlijke visie op de EU.

    Vooralsnog leidt het niet tot grote beleidswijzigingen inzake Europa. De Nederlanders willen nog steeds de risico’s en de gezamenlijke uitgaven beperken en de handel binnen de EU stimuleren. Met hun calvinistische zwaaiende vingertje dringen ze er bij andere landen op aan eerst in eigen huis orde op zaken te stellen alvorens aan te kloppen voor gezamenlijke oplossingen. Maar volgens Hans de Boer is dat om de Nederlandse kiezer gerust te stellen en niet om de EU dwars te zitten. Bovendien markeert de Berlijnse toespraak een verandering van stijl van een premier die zich lange tijd niet graag in de discussie over Europa mengde. Rutte klaagde na een Europese top meestal over gebakken lucht. Nu stort hij zich vol overgave op Europa. ‘Ik heb hem nog nooit zo pro-Europees gezien,’ zegt een collega.

    Ter rechtvaardiging merkt Rutte opgewekt op dat de Brexit Nederland ertoe dwingt zijn vier eeuwen oude diplomatieke balanceeract tussen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië te herijken. Dat betekent twee dingen. Ten eerste een onverbloemd commitment aan Europa; Nederland wil dat de EU een sterke handelsrelatie met Groot-Brittannië smeedt, maar zonder de gelederen te verbreken. Ten tweede de bereidheid om ad-hoccoalities op bepaalde onderwerpen te vormen. Rutte noemt er een paar: een met Duitsland op het gebied van migratie, handel en de euro, een met bepaalde Midden-Europese landen over de interne Europese markt en een met de Fransen als het gaat om klimaatverandering. ‘De Brexit is een wake-upcall,’ zegt Ben Knapen, voormalig staatssecretaris van Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Vond Nederland het vaak wel best dat Groot-Brittannië het voortouw nam, nu moet het zelf in het geweer komen.

    Dat is deels een strategie om zich tegen onderonsjes van de grootmachten in te dekken. De angst dat de Frans-Duitse machine over hen heen zal walsen zit diep bij Nederlandse diplomaten. Toch zijn ze voorzichtig optimistisch dat de Duitsers hen niet zullen afvallen als het gaat om kwesties als de EU-begroting of de hervorming van de eurozone. Sterker nog, de Duitsers zijn blij dat de ‘groep van acht’ de aanval kiest, want dat maakt Duitsland tot het middelpunt van de discussie. Peter Altmaier, de Duitse minister van Economische Zaken en een vertrouweling van Angela Merkel, verleent de slechtweercoalitie stilzwijgend zijn steun.

    Maar Rutte investeert ook in Emmanuel Macron. Nadat de Franse president de Nederlandse premier twee keer in Parijs had ontvangen, ging hij vorige week op bezoek in Den Haag. De onmin tussen Frankrijk en Nederland is groot, vooral als het gaat om de eurozone; Nederland wil grotere nationale buffers om crises op te vangen, terwijl Macron wars is van supranationale instituties en een forse gezamenlijke begroting. Rutte erkent de verschillen, maar doet alsof de rest van de EU vanzelf volgt als hij en Macron een deal sluiten. (Duitsland zou daar ook wel iets over te zeggen kunnen hebben.) Nederlandse diplomaten, verzot op handel, liepen de rillingen gewoonlijk over de rug bij een oproep als die van Macron tot een ‘Europa dat beschermt’. Maar nu, nerveus geworden door roofzuchtige Chinese investeringen, Russisch spierballenvertoon, terreurdreiging en de handelstarieven van Donald Trump, vragen ze zich af of hij een punt heeft.

    Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor

    Het is een uitgelezen moment voor de Nederlanders. De Brexit kost ze een bondgenoot, maar biedt ook een kans om het initiatief te nemen. De hernieuwing van de Frans-Duitse relatie levert een gevaar op, maar geeft Nederland ook een mogelijkheid om zijn zegje over Europa te doen. Van de overeenkomst van de EU met Turkije uit 2016, die een einde aan illegale immigratie moest maken en waar Nederland mede de hand in had, heeft Rutte geleerd dat Europees optreden nationale problemen kan helpen oplossen. Nederlandse politici erkennen dat ze nog aan die nieuwe wereld moeten wennen. Maar vooralsnog ontbreekt het hun in de Nederlandse diplomatie niet aan grootspraak. Ruttes nekharen gaan rechtovereind staan bij elke suggestie dat zijn land een ‘klein land’ is.

    Toch moet hij oppassen dat hij in eigen land geen verzet oproept, wat hem voorzichtig zal maken met wat hij zegt. Nederlandse parlementsleden – ook die van partijen die meeregeren – en de media zijn gespitst op de geringste aanwijzing dat hun land zal worden meegesleurd in een zogeheten transferunie met wel lasten maar geen lusten. Nederlanders worden moe van Oost-Europese landen die vluchtelingen weigeren maar wel Europese subsidies opslokken. Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor. In de peilingen schiet zijn Forum voor Democratie Wilders voorbij.

    Alleen dat dwingt Rutte er al toe om in de komende debatten over de begroting, de eurozone en de hervorming van het Europese asielbeleid een harde lijn te kiezen. Voor veel Europeanen zullen de Nederlanders de durfals onder de bangeriken blijven. Maar na zolang aan de zijlijn te hebben gestaan, doen ze nu tenminste mee.

    Vertaler: Nico Groen

    Openingsbeeld: © ANP

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.114.549

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal politiek en economisch nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.