Tag: Saddam Hoessein

  • Deze lessen kunnen we twintig jaar later trekken uit de Irakoorlog

    Deze lessen kunnen we twintig jaar later trekken uit de Irakoorlog

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de gevolgen van de invasie van Irak. In 2003 werd dictator Saddam Hoessein afgezet door een coalitie onder leiding van de VS, maar heeft dit het land ook democratie en voorspoed gebracht?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Waarom besloten de VS en hun bondgenoten Irak binnen te vallen?

    ‘Een lawine van raketten bedekte het luchtruim boven Bagdad. Om 22.16 uur op 19 maart 2003 (Amerikaanse tijd) verscheen de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush op tv: “Amerikaanse en coalitietroepen zijn zojuist begonnen met een militaire operatie om Irak te ontwapenen, de bevolking te bevrijden en de wereld te beschermen tegen ernstig gevaar.” Operation Iraqi Freedom was begonnen’, schrijft El País.

    Op die dag, deze week twintig jaar geleden, viel de ‘Coalition of the Willing’ onder leiding van de Verenigde Staten het door Saddam Hoessein geleide land binnen. Naast de VS leverden ook het Verenigd Koninkrijk, Australië en Polen troepen. Later sloten meer landen, waaronder Nederland, zich aan bij de coalitie. Wat was de aanleiding voor deze oorlog?

    Na de aanslagen van Al-Qaida op 11 september 2001 in de VS riep George W. Bush ‘de oorlog tegen terrorisme’ uit. Volgens de Amerikaanse president bevond de ‘as van het kwaad’ zich in het Midden-Oosten. Landen als Afghanistan en Irak zouden een schuilplaats bieden aan terroristen.

    De Iraakse leider Saddam Hoessein zou massavernietigingswapens produceren en verborgen houden, beweerden Bush en zijn regering – beschuldigingen waar nooit bewijs voor gevonden is. Sommige leden van de Amerikaanse regering zeiden ook dat Hoessein banden had met Al-Qaida, een aantijging die de inlichtingendiensten later verwierpen, schrijft The New York Times

    MpqoSqsl0wfNFFPf4gEsLZjJZi5V13AiGZOQUU8Ajv DNYARNLY8t2lXP6etOBOBd5pMTjZJVtRTjRQ0vecu3 Ua2Zq DvTjJjmtQJ
    Amerikaanse soldaten rijden op de derde dag van Operation Iraqi Freedom (22 maart 2003) in konvooi door de woestijn naar het noorden van Irak. – © Eric Feferberg / AFP Photo

    Diane Abott, parlementslid voor Labour, beschrijft in een opiniestuk in The Guardian hoe het Verenigd Koninkrijk de oorlog in werd gerommeld. ‘Het was vanaf het begin duidelijk dat Tony Blair vastbesloten was de oorlog in te gaan, schouder aan schouder met George W. Bush. De relatie met de VS leek voor hem belangrijker dan de mening van zijn eigen partij, en deze leek ook belangrijker dan de vraag of de oorlog legaal was of niet’, schrijft Abott, die al sinds 1987 parlementariër is. 

    ‘Bij aanvang aan het debat ontbrak het volledig aan bewijs dat Irak massavernietigingswapens bezat. Het hoofd van de VN-wapeninspectie, Hans Blix, zei dat hij en zijn teams tot nu toe geen “smoking gun” in Irak hadden gevonden’, aldus Abott. ‘Iedereen wist dat de stemming niet echt ging over het nut van de oorlog. In plaats daarvan werd het een stemming over of je Blair persoonlijk steunde of niet. Iedereen wist dat tegen de oorlog stemmen betekende dat je carrière voorbij was.’

    Hoe heeft de invasie Irak veranderd?

    ‘Tijdens de herdenking in Irak van de door Amerika geleide invasie die dictator Saddam Hoessein twintig jaar geleden ten val bracht, waart een leger van geesten rond tussen de levenden. De doden en verminkten achtervolgen iedereen in dit land – zelfs degenen die het verleden achter zich willen laten’, schrijft Alissa J. Rubin in The New York Times. Zij verbleef twee weken in het land om met de inwoners te praten over de gevolgen van de oorlog.

    Officieel duurde de oorlog acht jaar, waarbij op het hoogtepunt, in 2007, tot 170.000 Amerikaanse soldaten in het land aanwezig waren. Hoewel het einde van Operation Iraqi Freedom formeel werd afgekondigd in 2011, gingen de gevechten daarna nog door. Vandaag de dag zijn er nog 2500 Amerikaanse soldaten in het Arabische land; het Congres geeft nog steeds toestemming voor voortzetting van de oorlog.

    De humanitaire ramp is desastreus: meer dan een half miljoen Iraakse doden – voor het overgrote deel burgers – en zeven miljoen ontheemden in Irak en Syrië, volgens het Costs of War-project van Brown University. De VS hebben bijna 4500 soldaten verloren en nog eens 30.000 raakten gewond, volgens cijfers van het Pentagon. Costs of War schat de economische kosten tot nu toe op ongeveer 1,8 biljoen dollar (1,7 biljoen euro), wat kan oplopen tot 2,9 biljoen dollar (2,71 biljoen euro) in 2050.

    Volgens El País zijn er vele fouten gemaakt na de invasie. ‘De beslissingen om het leger van Saddam Hoessein (geëxecuteerd in december 2006) te ontbinden, waarmee honderdduizenden soldaten op straat kwamen te staan, om het bestuur te zuiveren van Ba’athistische (Saddams partij) functionarissen en om een kleinere troepenmacht te sturen dan nodig was om de doelstellingen te bereiken, leidden tot een toename van geweld, corruptie, sektarisme en economische problemen.’

    Het wantrouwen jegens de soennieten, die de dictator hadden gesteund, en de bevordering van het sjiisme deden de invloed van Iran in het land toenemen. In Irak zijn momenteel verschillende sjiitische milities actief die voor een deel aangestuurd worden door Iran. 

    Ook nu nog bedreigt het sektarisme, waardoor in het land vooral sinds 2006 een bloedige burgeroorlog is uitgebroken, het politieke leven met een eeuwige impasse. Afgelopen oktober gaf het parlement groen licht voor de regering van premier Mohammed Shia al-Sudani, een jaar na de verkiezingen waarbij de sjiitische geestelijke Muqtada al-Sadr, een grote vijand van de Amerikaanse invasie, als winnaar uit de bus kwam. De verkiezingen werden uitgeschreven na de grote protesten van 2019, die grotendeels geleid werden door jongeren die zich verzetten tegen de systematische corruptie, werkloosheid en het gebrek aan kansen. 

    G1xDUiNSLXcm0aOI2VAc6SQSZaRmQi HsPtx581SzCfyYyHBNjwYcEJ88wqOLgaEPULcpnsiYoTZTKkhExRlYhuNAurIDdHddo9c6OSI45IFJ Tmy780n7DExOSSAFroZJAp742zFqJCbkk6lTo EhQ
    Aanhangers van Muqtada al-Sadr betuigen hun steun aan de sjiitische geestelijke in 2022. – © © Ahmad Al-Rubaye / AFP

    Deze sektarische verdeeldheid, die vooral opkwam na de Amerikaanse invasie, lag eerder ook aan de basis van de opkomst in Irak van extremistische groeperingen zoals Al-Qaida, aldus El País. Uiteindelijk zou dat de Islamitische Staat van Irak en de Levant (ISIS) worden, die zich vervolgens in delen van Irak en delen van Syrië vestigde. In 2014 zag president Barack Obama, drie jaar na de terugtrekking van de troepen die hij zelf in gang had gezet, zich daardoor gedwongen opnieuw Amerikaanse soldaten inzetten in het land. In 2015 gaf hij opdracht tot het inzetten van troepen in Syrië, waar nu nog zo’n negenhonderd soldaten verblijven.

    Om een beeld te schetsen van hoe het land in twintig jaar is veranderd, sprak  Alissa J. Rubin vijftig Irakezen. Uit haar bevindingen komt duidelijk naar voren dat de oorlog Irak ingrijpend heeft veranderd. ‘Het is een veel vrijere samenleving dan onder Hoessein en een van de meest democratische landen in het Midden-Oosten, met meerdere politieke partijen en een grotendeels vrije pers’, aldus Rubin

    Toch komt uit de gesprekken ook een verontrustend beeld naar boven van een olierijk land dat economische voorspoed zou moeten kennen, maar ‘waar de meeste mensen zich niet veilig voelen en hun regering niet anders zien dan als een corruptiemachine’. Volgens de Irakezen die de Rubin spreekt is de kwaliteit van basisvoorzieningen, zoals toegang tot elektriciteit, slecht en liggen de lonen te laag om rond te komen. Volgens het Iraakse ministerie van Planning leeft ongeveer een kwart van de Irakezen op of onder de armoedegrens.

    ‘We wilden altijd van Saddam af,’ zegt een van de ondervraagden tegen Rubin. ‘We weten dat Irak rijk aan grondstoffen is, en we hoopten dat het beter zou worden. Maar we hebben niet gekregen waar we op hoopten.’

    Welke gevolgen heeft de Irakoorlog gehad voor de mondiale verhoudingen?

    De geloofwaardigheid van de VS in de wereld heeft een zware klap gekregen door de oorlog in Irak. Vooral in het Midden-Oosten hebben de VS aan morele statuur en invloed ingeboet. ’De bezetting heeft de mythe van de Amerikaanse militaire macht doorgeprikt en een eind gemaakt aan de reputatie van het land als de enige supermacht na de Koude Oorlog die in staat is de wereld (…) zijn wil op te leggen’, schrijft El País.

    ‘Het vacuüm dat de VS achterlieten werd opgevuld door Islamitische Staat, wat uiteindelijk leidde tot de crisis en de burgeroorlog in Syrië. We kregen de Arabische Lente, talloze opstanden en terroristische aanslagen. Door een oorlog zonder mandaat en de daaropvolgende acties, waaronder afschuwelijke martelingen en schendingen van de mensenrechten op locaties als de Abu Ghraib-gevangenis, heeft het Westen zijn morele kracht verloren en het is er niet in geslaagd die te herstellen’, schrijft The Irish Examiner in een hoofdredactioneel commentaar. 

    Een gewonde Iraakse jongen en een soldaat nabij de stad Mosul in 2017. Omar, zoals de jongen heet, verloor zijn beide ouders tijdens gevechten om de stad tussen Islamitische Staat en het Iraakse leger. – © Ahmad Al-Rubaye / AFP

    ‘Vóór de invasie in Irak was de invloed van Rusland in het Midden-Oosten tanende, een positie die Vladimir Poetin op een gruwelijke manier heeft teruggewonnen. Dit heeft hem het vertrouwen gegeven om Oekraïne binnen te vallen en gesterkt in zijn nauwere allianties met China en Iran, gepersonifieerd door het bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan Moskou. Het Kremlin verwijst bij kritiek op zijn eigen optreden al snel naar de Amerikaanse inval in Irak.’

    ‘De wereld is ontegenzeggelijk gevaarlijker geworden sinds de invasie van 2003’, concludeert de Ierse krant.

    Lees ook:

  • De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De Iraakse jeugd eist verandering. ‘Niemand vertegenwoordigt ons’

    De jonge betogers in het olierijke Irak zijn na de val van Saddam Hoessein opgegroeid met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen domineren de politiek en veel burgers leven in grote armoede.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder op 14 november 2019 in nummer 169 van 360 Magazine.

    In het Al-Ummapark in het centrum van Bagdad, het ‘park van de natie’, discussieert een groepje mannen en twee vrouwen onder oude eucalyptusbomen over de beste manier om de eisen tot uitdrukking te brengen van de betogers die deze maand met duizenden de straat op gaan in de steden van Irak.

    ‘Legertrucks verbranden zal ons niet helpen, dat helpt alleen de regering om ons van vandalisme te beschuldigen,’ zegt een jongeman. ‘Als ik jou een raketwerper geef en je schiet dat gebouw in brand, in hoeverre zijn onze eisen daar dan bij gebaat?’

    Een andere man roept op tot omverwerping van de regering. Terwijl er zich een groepje luisteraars om hem heen verzamelt, roept iemand: ‘Wie heeft jou woordvoerder gemaakt?’

    Dit spoort de rest van de menigte ertoe aan los te barsten in de slogans ‘Niemand vertegenwoordigt ons!’ en ‘Weg met Iran!’, als protest tegen de regerende islamitische partijen in Irak en hun Iraanse helpers.

    ​Che Guevara-baretten

    Het karakter van de discussie is, net als de demonstraties die buiten het park plaatsvinden, chaotisch, onbesuisd en stuurloos. De meeste deelnemers zijn in de twintig, maar er staan ook twee oude communisten bij met Che Guevara-baretten.

    Uiteindelijk is de menigte het eens over een lijst eisen, die vanaf de trap van het Vrijheidsmonument van de stad wordt voorgelezen door een jongeman met een baard en een bril: ‘Aftreden van de regering, nieuwe verkiezingen, verandering van de kieswet en – het allerbelangrijkste – berechting van alle overheidsfunctionarissen.’

    De menigte juicht, mobieltjes worden in de lucht gestoken en er wordt opgeroepen tot een demonstratie op het Tahrirplein.

    De laatste protestgolf in Irak brak los op 1 oktober [2019] na een demonstratieoproep op Facebook. Directe aanleiding was het ontslag van een populaire generaal die zich had onderscheiden in de oorlog tegen Islamitische Staat, maar de betogingen werden ook gemotiveerd door een diepere onderstroom van woede jegens een corrupte religieuze oligarchie, een verrot bureaucratisch systeem en het onvermogen van de Iraakse premier Adel Abdul-Mahdi om na een jaar regeren ook maar één van zijn campagnebeloftes in te lossen.

    Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering?

    Voor een jonge generatie die is opgegroeid in de zestien jaar na de val van Saddam Hoessein zijn verkiezingen en representatieve democratie synoniem geworden met corruptie en parlementsleden die hun privileges misbruiken. Religieuze partijen, veelal gesteund door Iran, domineren het politieke landschap en hoewel het olierijke Irak honderden miljarden dollars per jaar binnenkrijgt, leven veel burgers in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die in een straatarm Afrikaans land: werkloosheid, een instortende gezondheidszorg en een gebrek aan publieke dienstverlening.

    Toen de betogingen op 5 oktober op stoom kwamen, balanceerde Bagdad op het randje. Een tiener in een geel T-shirt, een korte broek en teenslippers liep langzaam onder een viaduct door op een kilometer van het Tahrirplein terwijl een politieagent hem zwaaiend met zijn kalasjnikov probeerde weg te jagen. Dunne zwarte rookpluimen kronkelden hemelwaarts en een menigte tieners en jongemannen begon op te rukken in de richting van het plein.

    De politie, die toezicht hield, schoot in de lucht maar de menigte trok verder, zwaaiend met Iraakse en sjiitische vlaggen. Autobanden werden in brand gestoken, terwijl geweervuur onafgebroken begon te ratelen en het geluid van afgevuurde traangasgranaten allengs toenam; wit gas vermengde zich met de zwarte dampen van brandend rubber.

    Te midden van het bloedbad baanden tientallen driewielige tuktuks zich een weg door de menigte om gewonden af te voeren. Achter in een geel karretje zat een onderuitgezakte man, niet in staat om adem te halen.

    Een kleine, dunne jongeman met een getrimd rossig baardje maande de mannen om door te lopen. ‘Wat staan jullie daar nou te teuten?’ En tegen de mannen die gehurkt achter de balustrade van de brug zaten: ‘Wie niet verder wil, moet naar huis gaan.’

    De jongeman, die zich voorstelde als Jawdat, zei dat hij een voormalige strijder was van de paramilitaire groepering Hashd al-Shaabi, opgericht in 2014 om tegen IS te vechten. Hashd al-Shaabi wordt gesteund door Iran, onder andere met training. Jawdat zei dat zijn broer als officier was gesneuveld in de oorlog tegen IS. ‘Ik heb bij de Hashd gevochten, ik ben zelfs in Syrië gaan vechten, maar wat krijg ik van deze regering? Niks, terwijl die politici in de Groene Zone [in Bagdad] elke poging dwarsbomen om de staat te hervormen.’

    Ambulances raceten heen en weer met doden en gewonden; alleen bij de betoging op 5 oktober kwamen al twintig mensen om het leven. Tijdens de zes dagen durende betogingen verscheen premier Abdul-Mahdi elke avond op tv om met zachte stem te beloven dat hij zou zorgen voor banen en goedkope huisvesting en de corruptie zou uitroeien.

    Dreigtelefoontjes

    Maar intussen werden er jonge, ongewapende mannen gedood terwijl ze hun toevlucht zochten achter betonnen blokkades of met vlaggen stonden te zwaaien op straat. In minstens één geval namen scherpschutters die op daken waren geposteerd deel aan de moordpartij.

    Activisten en journalisten werden geïntimideerd en tientallen van hen ontvluchtten Bagdad na dreigtelefoontjes. Mediabedrijven en tv-stations werden gesloten. Agenten in burger zwierven door ziekenzalen en hielden gewonde demonstranten aan. ‘Toen er agenten het ziekenhuis binnenkwamen op zoek naar demonstranten, verbonden de artsen alleen mijn wond en zeiden dat ik moest maken dat ik wegkwam,’ zei een jongeman vanuit zijn bed met een wond die nog altijd bloedde nadat hij drie dagen eerder was neergeschoten in een straat in de buurt van het Tahrirplein.

    De omvang van de betogingen aan het begin van de maand was niet abnormaal, maar de felheid waarmee werd gereageerd was schokkend. Volgens veel Iraakse waarnemers was het geweld te wijten aan de schrik die het regime had bevangen. Anderen suggereerden dat het tekenend was voor de vrees van de pro-Iraanse milities in het land dat het protest in werkelijkheid tegen Teheran was gericht.

    ‘Iran duldt niet dat zijn positie hier wordt bedreigd en daarom was de reactie zo heftig,’ zei een functionaris van de Iraakse inlichtingendienst.

    Militieleden zijn geïnfiltreerd in de geheime diensten en hebben een belangrijke rol gespeeld bij het neerslaan van de betogingen. De milities zijn een mikpunt geworden van de woede van de betogers, omdat eruit blijkt dat Iran de lakens uitdeelt in Irak.

    Op een van de protestavonden ging een lange, gladgeschoren, ongewapende legerofficier voor een menigte jongemannen staan en smeekte dat ze zich verspreidden. ‘Ik kan jullie naar het Tahrirplein laten gaan,’ zei hij, wijzend op de opstijgende rookzuilen. ‘Maar ik zweer bij Allah dat de militie en de scherpschutters jullie zullen doden.’ De menigte reageerde met boze anti-Iraanse leuzen.

    Onlangs begon er een tweede golf betogingen. De menigte zwaaide met Iraakse vlaggen en scandeerde ‘Onze ziel, ons bloed offeren we op voor Irak’. In twee dagen kwamen er minstens 74 mensen om en vielen er honderden gewonden. Het dodental bedraagt sinds het begin van de maand [oktober 2019] inmiddels meer dan 250.

  • Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Afgedankt door het Spaanse leger, vrezen deze Afghaanse tolken voor hun leven

    Ze werkten voor de Spanjaarden in Irak en toen het leger zich terugtrok, kregen ze de wacht aangezegd via WhatsApp. In de steek gelaten door hun opdrachtgever vrezen ze nu voor de wraak van sjiitische milities. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten.

    Toen de Spanjaarden zich uit de Golfstaat terugtrokken, waren hun enige aandenkens een paar diploma’s, wat spullen van de militairen met wie ze vriendschap hadden gesloten en maanden van werkeloosheid. Nu verbreken drie tolken, die voor het Spaanse leger in Irak werkten, voor het eerst hun stilzwijgen. 

    ‘Als ik de straat op ga, denk ik altijd hetzelfde: mocht iemand erachter komen voor wie ik de afgelopen jaren heb gewerkt, dan vermoordt hij me zonder een moment te aarzelen, zonder me de kans te geven om ook maar iets te zeggen.’ Ahmed was via een Iraaks bemiddelingsbureau in dienst van het Spaanse leger.

    Drie jaar lang werkte Ahmed, die toerisme heeft gestudeerd, als tolk voor de Spaanse troepen die gelegerd waren op de basis Gran Capitán in Besmayah, ongeveer veertig kilometer ten zuiden van Bagdad. Sinds 2015 was daar een Spaanse troepenmacht van vijfhonderd manschappen gelegerd, onder auspiciën van de door de Verenigde Staten aangevoerde internationale coalitie. Die had als taak de Iraakse veiligheidstroepen die doodsbang uit grote delen van het land voor IS op de vlucht waren geslagen te trainen en op te leiden. Een dertigtal tolken speelde een sleutelrol in het overbrengen van de lessen van onze militairen. 

    Screenshot 2021 03 31 at 17.17.51
    De Spaanse koning Felipe VI en defensieminister Margarita Robles Fernández brengen op 30 januari 2019 een bezoek aan de Spaanse Gran Capitán-basis in Irak. El Mundo sprak met drie tolken die voor het Spaanse leger in Irak hebben gewerkt en nu vrezen voor hun leven. – © EPA / Francisco Gómez

    ‘Onze taak bestond uit alles vertalen wat de instructeur zei en twee of drie keer per dag met hen meegaan op missies buiten het kamp,’ legt Ali uit, een van de andere tolken die er mede aan bijdroegen dat de missie van het Spaanse leger op Iraakse bodem goed verliep. Hun identiteit wordt geheimgehouden en hun namen zijn veranderd omdat ze bang zijn voor represailles. 

    WhatsApp-bericht

    Afgelopen juli stopte Spanje met de training, die werd bemoeilijkt door corona en de dood van de Iraanse generaal Qassem Soleimani tijdens een Amerikaanse droneaanval. De liquidatie van Soleimani wakkerde wraakzucht aan bij Hashd al-Shaabi (Arabisch voor ‘Volksbeweging’) een verzameling van door Teheran gesteunde sjiitische milities die vanaf dat moment tientallen aanslagen op westerse doelwitten in Irak hebben gepleegd. 

    Een paar maanden voordat het Spaanse leger Irak definitief zou verlaten kregen de tolken te horen dat het klaar was. ‘Ze stuurden een bericht aan onze WhatsApp-groep, waarin stond dat er geen werk meer was voor ons,’ aldus Ahmed. Een pdf-document – door El Mundo ingezien – met als titel ‘Document over het stopzetten van het werk voor tolken en vertalers Arabisch vanaf april’ werd verspreid onder de tolken om hen te informeren dat hun diensten niet langer nodig waren. Wegglippen zonder gedag te zeggen, zo sloot het Spaanse leger zijn aanwezigheid af in Besmayah. Vervolgens droeg het alles over aan de Iraakse troepen. 

    ‘Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden’

    ‘Ik ben in de steek gelaten door Spanje, zo voelt het. Geen leidinggevende heeft daarna nog iets laten weten. We hebben nooit meer iets gehoord. Er is niet eens hulp aangeboden. Niks, nada,’ zegt Ahmed gekwetst. Het ministerie van Defensie onder leiding van Margarita Robles Fernández is diverse keren benaderd door deze krant, maar heeft niet laten weten hoe zij aankijken tegen de situatie waar de tolken Spaans in Irak zich nu in bevinden.   

    Hasan, 27 jaar oud, ging werken voor de Spaanse troepenmacht in 2017 terwijl hij nog Spaanse Taal en Cultuur studeerde in Bagdad. ‘Een van mijn docenten zei dat ik een goed cijfer had gehaald en attendeerde me op de mogelijkheid om voor het Spaanse leger te werken,’ herinnert de jonge Hasan zich. Hij bewaart een handvol souvenirs aan de drie jaar die hij doorbracht tussen de blokken van gewapend beton op de basis: naamplaatjes van militairen met wie hij vriendschap sloot, boeken, T-shirtjes, diploma’s en afscheidsberichtjes als er een nieuwe lichting kwam en de oude vertrok. In een van de berichten van een officier is te lezen: ‘Vanaf het moment dat we je leerden kennen was je een van ons. Tot snel.’   

    Hasan is trots op deze kleine schat die achterbleef toen zijn Spaanse makkers verstek lieten gaan en hem vergaten. Hij koestert hem in het geheim. ‘Behalve mijn ouders weet niemand in mijn omgeving dat ik heb samengewerkt met de Spaanse militairen, zelfs mijn broers en zussen niet. Het is te gevaarlijk. Zo gauw iemand erachter komt, staan ze de volgende dag hier om me te vermoorden,’ zegt Hasan. 

    Schietschijf

    De sjiitische milities, officieren en ondergeschikten die deel uitmaken van de Irakese veiligheidstroepen laten openlijk hun afkeer blijken van land-genoten die werk hebben aangenomen van de buitenlandse troepen. Hun grootste obsessie was de troepen te zien vertrekken. In oktober veranderde Ashab al-Kahf, een niet zo bekend lid van de sjiitische militie, de tolken in een schietschijf. ‘Wij vergeven al diegenen die zichzelf, hun land en hun geloof te schande maakten door diensten te verlenen aan de Amerikanen, de Britten en de overige vijanden van Irak. Als jullie je kenbaar maken en contact met ons opnemen, krijgen jullie een maandsalaris en bescherming,’ aldus het communiqué van een groep die de verantwoordelijkheid heeft opgeëist voor een raketaanval op de Amerikaanse ambassade in Bagdad en op de bases van de coalitie. ‘Het gevaar is er, dag in dag uit, overal. Je hoort de gesprekken over collaborateurs met het buitenland op de markt, in de taxi, in de stadsbus,’ zegt Ahmed. 

    In het aanbod van de militie, dat door de mensen die er profijt van zouden kunnen hebben als een valstrik wordt beschouwd, worden maandsalarissen van drieduizend dollar genoemd. De tolken vielen onder de Spaanse militaire cao’s en verdienden 1500 dollar (ongeveer 1240 euro) per maand. ‘Het leger tekende een contract met een Iraaks bemiddelingsbureau en wij waren niet meer dan een nummer,’ klaagt Ahmed. ‘Ik heb geen contract gezien, geen papier getekend,’ zegt Ali, die op zoek is naar een stabiel inkomen om zijn drie kinderen te kunnen onderhouden. 

    De afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden

    Het overgrote deel van de tolken die de Spaanse instructies vertaalden, vindt geen werk en kampt met het probleem dat ze niet kunnen uitleggen wat ze de laatste jaren hebben gedaan. ‘We hebben een goed curriculum, onze beheersing van het Spaans is goed en we hebben veel certificaten gekregen van het Spaanse leger, maar we kunnen het er niet over hebben. Het is voor ons onmogelijk om naar een Iraaks bedrijf te gaan en dit aan ze voor te leggen,’ zegt Ahmed verbolgen. 

    De situatie wordt met de dag ingewikkelder, want de afgelopen maanden hebben aan sjiitische milities gelieerde media lijsten verspreid met namen, adressen en kentekens van auto’s die de bases van de internationale coalitie aandeden. ‘Dat is niet zo verrassend. Ze denken dat het een lange strijd zal worden en daarom willen ze zo veel mogelijk informatie verzamelen over de Amerikaanse belangen’, schrijft The Washington Post. 

    Toegang tot gevoelige data gaat gepaard met het onvermogen van lokale veiligheidstroepen om Iraakse analisten en activisten te beschermen, die het slachtoffer zijn geworden van een golf van misdaden die niet eens zijn opgehelderd. Sinds de val van Saddam Hoessein zijn er minstens veertig tolken vermoord die voor de Britten werkten. ‘Ik ben altijd bang om dood te gaan,’ zegt Ahmed, somber gestemd door de donkere wolken die zich samenpakken boven de toekomst van de tolken die aan hun lot worden overgelaten in Irak. 

    In 2014 kreeg in de Tweede Kamer een stemming over het ‘tolkenpardon’, dat alle tolken die voor het Nederlandse leger hadden gewerkt asiel zou verlenen, geen meerderheid. De aanleiding hiervoor was dat de asielaanvraag van Abdul Ghafoor Ahmadzai, die als tolk voor het Nederlandse leger had gewerkt, was afgewezen. Ahmadzai ontvluchtte Afghanistan in 2010 nadat de taliban zijn broer – die voor hem werd aangezien – hadden vermoord. Na inmenging van de staatssecretaris kreeg Ahmadzai toch een verblijfsvergunning.