Complottheorieën ondermijnen de democratie en de volksgezondheid. De Nederlandse sociaalpsycholoog Sander van der Linden wil ons immuun maken voor desinformatie. ‘We willen dat mensen een gezonde dosis scepsis hebben, niet dat ze vervallen in complotdenken.’
In 2017 sloten duizenden mensen in Memphis, Tennessee, zich aan bij de Vrouwenmarsen die overal ter wereld plaatsvonden. Tussen de vele borden die demonstranten droegen met slogans als ‘Our bodies, our minds, our power’ [‘Onze lichaam, onze geest, onze wil’] en ‘Grab ’em by the patriarchy’ [‘Grijp ze bij hun patriarchaat’ – verwijzend naar geheime opnames waarin Donald Trump over vrouwen zei: ‘Grijp ze in hun kruis’], leek er één duidelijk misplaatst.
De achttienjarige Amerikaanse psychologiestudent Peter McIndoe droeg een bord met de tekst ‘Birds Aren’t Real’[‘Vogels zijn niet echt’]. Het was het begin van wat McIndoe later zou uitwerken tot een uitgebreide complottheorie, waarin hij beweert dat de Amerikaanse regering tussen 1959 en 2001 meer dan 12 miljard vogels ‘genadeloos had uitgeroeid’ door middel van een gecontroleerd virus, en ze had vervangen door op vogels lijkende spionagerobots.
Natuurlijk zijn vogels echt – nou ja, sommige dan. De grap groeide uit tot een beweging met meer dan 100.000 volgers op Twitter en een afdeling merchandise die T-shirts verkoopt met slogans als ‘If it flies it spies’[‘Als het vliegt, dan bespioneert het’] en ‘They are always watching’[‘Ze houden ons constant in de gaten’].
Volgens Claire Chronis, die later medeorganisator werd, is het achterliggende idee van de grap om ‘waanzin met waanzin te bestrijden’, gezien de stortvloed aan desinformatie en complottheorieën die de moderne samenleving overspoelt. En het verhaal wordt nog interessanter doordat een van McIndoe’s ‘medesamenzweerders’ Cameron Kasky is. Kasky overleefde in 2018 de massale schietpartij op een middelbare school in Parkland, Florida en werd vervolgens medeoprichter van een studentenorganisatie die pleit voor strengere wapenwetten. Vanwege deze inspanningen werd hij ervan beticht een zogenaamde crisisacteur te zijn geweest bij de schietpartij.
Briljant
Professor Sander van der Linden (36), een sociaalpsycholoog die is gespecialiseerd in misinformatie en complottheorieën, noemt ‘Vogels zijn niet echt’ een briljante grap. ‘Het speelt in op alle belangrijke samenzweringsverhalen en op zorgen van mensen over surveillance, privacy, overheidsingrijpen. Ook zijn de details sterk. Waarom zitten vogels op hoogspanningskabels? Omdat ze moeten opladen. Dat is toch geweldig! Ik denk dat sommige mensen het nog zouden geloven ook, als je het iets anders zou aankleden.
Het basisidee is dat alle vogels drones zijn. Nog slimmer was het geweest als alleen sommige vogels drones zouden zijn. Vervolgens zou een onderliggende reeks samenzweringen kunnen ontstaan over welke vogels, hoe deze zich gedragen, welke geluiden ze maken… Daarna zou je het geluid van elke vogel kunnen opnemen – klinkt het als een vogel of als een machine? Dat zou echt aanslaan.’
Dat van der Linden ervan geniet is logisch. Hij is altijd al geïnteresseerd geweest in waarom mensen bepaalde dingen geloven, zegt hij. Tijdens zijn jeugd in Nederland deed hij experimentjes met vrienden om te kijken wat ze geloofden als hij ze dingen vertelde die helemaal niet waar waren. ‘Gewoon om te zien hoe ze zouden reageren. Natuurlijk vertelde ik ze uiteindelijk dat het niet waar was en dat het maar een grapje was.’ Hij lacht. ‘Ik zorgde voor een debriefing achteraf, zoals bij elk goed psychologisch experiment gebeurt.’ Toen hij leerde over de gevolgen van het nazisme voor zijn Joodse familie werd hij zich bewust van de ernstiger implicaties van leugens en propaganda. ‘Dat intrigeerde me vanuit wetenschappelijk oogpunt.’
Samenzweringstheorieën zijn in zekere zin een vorm van magisch denken dus ze fascineerden me als geloofssysteem
Hij promoveerde aan de London School of Economics, deed onderzoek aan Yale en kreeg vervolgens een functie aan Princeton. Hij raakte geïnteresseerd in samenzweringstheorieën in een tijd dat deze nog ‘een soort randgebied in de psychologie vormden’, zegt hij. ‘Niemand gaf er echt om. Ik vond ze intrigerend. Ik was ook geïnteresseerd in pseudowetenschap, waarom mensen in het paranormale geloven. Samenzweringstheorieën zijn in zekere zin een vorm van magisch denken dus ze fascineerden me als geloofssysteem, en hoe dat zich verhoudt tot andere zaken.’
Van der Linden is nu hoogleraar Maatschappelijke Sociale Psychologie aan de Universiteit van Cambridge, waar hij ook de leiding heeft over het Cambridge Social Decision-Making Lab. Als autoriteit op het gebied van het begrijpen en bestrijden van desinformatie wordt hij op Cambridge omschreven als ‘cognitief immunoloog’ en – nog wat kleurrijker — als professor ‘bestrijding van duistere krachten’. In zijn nieuwe boek Foolproof: Why We Fall for Misinformation and How To Build Immunity onderzoekt hij de psychologie achter wat hij ‘het virus van desinformatie en complottheorieën’ noemt – hoe het zich verspreidt en waarom het zo goed werkt. Ook schetst hij strategieën die volgens hem als een soort ‘inenting’ kunnen werken.
Van der Linden wijst erop dat samenzweringstheorieën zoals wij die kennen niets nieuws zijn. Zoals de Google Books Ngram Viewer laat zien, duikt de term ‘complottheorie’ al sinds het eind van de negentiende eeuw op in boeken. Het gebruik ervan steeg sterk na de moord op JFK in 1963, tot aan het hoogtepunt op dit moment. Met de komst van het internet namen de complottheorieën toe – theorieën over 9/11 en vele andere gebeurtenissen werden en worden op grote schaal verspreid. Ook met corona, klimaatverandering en globalisering groeit de overvloed aan samenzweringstheorieën – evenals de desinformatie en het nepnieuws die deze theorieën ondersteunen. Die ontwikkeling is een weerspiegeling van het wijdverbreide wantrouwen in instellingen, de overheid en de media.
Van der Linden: ‘Complottheorieën gedijen goed wanneer zich moeilijkheden voordoen, zoals politieke, sociale, economische turbulentie en onzekerheid. Het verschil is dat we nu een enorme “versterker” tot onze beschikking hebben die honderden miljoenen mensen hier in enkele minuten aan kan blootstellen.’
Met die versterker verwijst hij natuurlijk naar sociale media. In de VS haalt de helft van de volwassenen hun nieuws ten minste voor een deel van sociale media, waar de blik al snel gekleurd raakt waarna algoritmen deze afstemmen op die van miljoenen gelijkgestemde individuen.
‘Naarmate het landschap meer gefragmenteerd raakt, worden mensen selectiever blootgesteld aan bepaalde soorten inhoud,’ zegt Van der Linden. ‘In theorie bieden sociale media de mogelijkheid om daardoor heen te prikken en te ontdekken wat andere mensen denken, maar in de praktijk werkt het niet zo. Mensen gebruiken sociale media op een manier die hun overtuigingen sterkt. Algoritmes voeden dat op hun beurt, en dat maakt het polarisatieprobleem alleen maar erger.’
Het gaat niet alleen om de verkeerde informatie, benadrukt hij, maar ook om de overvloed aan informatie. Tijdens de pandemie verscheen er elke milliseconde een tweet over corona. We zijn er niet aan gewend voortdurend zoveel informatie te krijgen uit zoveel verschillende bronnen.’
En in zo’n omgeving floreren nepnieuws en complottheorieën. In 2018 kregen onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) toegang tot het volledige historische archief van tweets om de verspreiding van ware en valse nieuwsverhalen op Twitter tussen 2006 en 2017 te onderzoeken. Hieruit kwam naar voren dat onwaarheden zich in alle informatiecategorieën ‘significant verder, sneller, dieper en breder’ verspreiden dan juiste beweringen. Valse nieuwsberichten werden 70 procent vaker geretweet dan juiste. En overeenkomstig het oude gezegde dat een leugen zich al over de halve wereld heeft verspreid voordat de waarheid haar laarzen heeft aangetrokken, berekenden de onderzoekers dat de waarheid er gemiddeld zes keer zo lang over doet als valse verhalen om 1500 mensen te bereiken.
Het percentage mensen dat daadwerkelijk nepnieuws verspreidt is vrij klein, suggereert ander onderzoek onder 16.442 Twitter-accounts in de periode rond de Amerikaanse verkiezingen van 2016. Slechts 0,1 procent van die gebruikers – die bekendstaan als ‘superdelers’ of ‘superverspreiders’ – was goed voor het delen van bijna 80 procent van het nepnieuws. David Lazer, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Northeastern University in Boston, leidde het onderzoek en ontdekte dat een onevenredig groot deel van de inhoud afkomstig is van rechts en dat nepnieuwsconsumenten vaker conservatief en over het algemeen ouder zijn.
Het konijnenhol is een treffende metafoor voor een complotmentaliteit, waarbij geloof in de ene theorie vaak leidt tot een geloof in de volgende
Volgens Van der Linden kunnen achter het verspreiden van nepnieuws en desinformatie verschillende motieven zitten, zoals het behalen van politiek voordeel, persoonlijke status of financieel gewin. Tijdens de pandemie waren er valse ‘deskundigen’ in overvloed die de angst van het publiek gebruikten om volgers te krijgen en spullen te verkopen. Voor zijn boek nam hij deel aan een workshop met internetactiviste en journaliste Ljoedmila Savtsjoek, die undercover heeft gewerkt bij het zogenaamde Internet Research Agency in Sint-Petersburg. Hier versturen zo’n duizend medewerkers met valse identiteiten vijftig tot honderd berichten per dag, vaak met als doel om tweedracht te zaaien in Amerika.
Volgens Van der Linden dienen complottheorieën voor gelovigen verschillende doelen. Deze vinden ze vaak belangrijker dan feiten of logica die de beweringen weerleggen. Als er sprake is van existentiële angst over de toekomst en de politiek, dan gedijen complottheorieën goed omdat ze eenvoudige, zekere verklaringen bieden voor wat anders vrij willekeurige en ongerelateerde gebeurtenissen lijken te zijn. ‘Wat we weten is dat mensen die graag meegaan met complottheorieën niet erg houden van complexiteit – ze geven de voorkeur aan eenvoudiger verhalen. En politiek gezien zijn ze meestal extremer – of ze nu links of rechts zijn. Het gaat vaak om mensen die een gebrek aan zeggenschap of controle in hun leven ervaren, mensen die weinig vertrouwen hebben in de overheid en de ambtenarij.’
Van der Linden heeft voor zijn boek gebruikgemaakt van een schat aan academisch onderzoek – van zowel hemzelf als van anderen – en van interviews met complottheoretici en gelovigen. Zo is er het voorbeeld van een oude vriend die volgens hem een herkenbare weg aflegde. ‘Hij was geobsedeerd door 9/11 en het idee dat een van de torens niet op een bepaalde manier kon zijn ingestort. Hij las erover op vroege internetblogs. Het is een slimme jongen, maar in plaats van zijn tijd te besteden aan wetenschappelijke bronnen, dook hij in het konijnenhol van alternatieve informatie, werd hij erg achterdochtig ten opzichte van reguliere media en de overheid en begon hij overal samenzweringen te zien. Sinds de pandemie geeft hij zijn kinderen thuis les en denkt hij dat de overheid samenzweert tegen niet-gevaccineerde mensen.’
Monologisch geloofssysteem
Het konijnenhol is een treffende metafoor voor een complotmentaliteit, waarbij geloof in de ene theorie vaak leidt tot een geloof in de volgende. Dat verschijnsel staat meer officieel bekend als het monologische geloofssysteem, een wereldbeeld dat zichzelf in stand houdt doordat de ene samenzweringstheorie wordt gezien als bewijs voor de andere. Van der Linden vergelijkt het met ‘een multi-levelmarketingtruc’.
Zo overlapt het geloof dat corona een complot is van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Bill Gates met de aloude samenzweringstheorie over chemtrails – die inhoudt dat de condensatiesporen van vliegtuigen in werkelijkheid bestaan uit chemische stoffen die voor allerlei sinistere doeleinden worden rondgesproeid – en het geloof dat er in de deep state en Hollywood een kliek van ‘vampierpedofielen’ huist.
Deze overlapping is bijvoorbeeld terug te zien bij de aartscomplottheoreticus David Icke, wiens alomvattende samenzwering – van mensachtige reptielen tot ‘nanotechnologische chips’ in coronavaccins – een verbluffende opgang maakte tijdens de pandemie. Op de kritiek dat hij ‘overal samenzweringen’ ziet antwoordde Icke jaren geleden: ‘Dat is niet zo. Ik zie één samenzwering die verschillende vormen aanneemt.’
‘Het is nooit zo dat mensen in één complot geloven omdat ze goed bewijs hebben,’ aldus Van der Linden. ‘De theorieën zijn altijd verbonden met een groot aantal andere theorieën, zodat mensen worden meegesleurd in een omvattend wereldbeeld.’ Het complotdenken raakt dan zelfs zo diepgeworteld, vervolgt hij, dat ook tegenstrijdige beweringen met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Bijvoorbeeld dat corona een biologisch wapen is dat in Wuhan is ontwikkeld én wordt veroorzaakt door 5G-masten.
‘Mensen zijn in staat om enkele lokale inconsistenties in het geloofssysteem te accepteren, zolang er een algemene theorie van hogere orde is die deze inconsistenties kan wegpoetsen. Als je bepaalde specifieke overtuigingen aanvalt, springen mensen dus gewoon naar zulke metaverklaringen die het allemaal weer aan elkaar breien.’
17 procent acht het zeker dan wel waarschijnlijk dat de QAnon-theorie klopt
Die ‘hogere orde’-verklaringen kunnen verschillende namen hebben – ‘de Illuminati’, ‘de cabal’, de ‘deep state’ of de ‘Nieuwe Wereld Orde’. De meest recente vermeende manifestatie ervan is het World Economic Forum. Oprichter en uitvoerend voorzitter Klaus Schwab – die maar weinigen twee jaar geleden buiten de jaarlijkse WEF-conferenties in Davos herkend zouden hebben – heeft in het complotdenken inmiddels dezelfde status als boemannen Bill Gates en George Soros.
Uit een peiling van YouGov-Cambridge van 2021 bleek dat 31 procent van de Amerikanen denkt dat het zeker of waarschijnlijk is dat, ongeacht wie de regering leidt, één enkele groep mensen in het geheim de wereldgebeurtenissen controleert. 17 procent acht het zeker dan wel waarschijnlijk dat de QAnon-theorie klopt – dat Satan-aanbiddende pedofielen de controle hebben overgenomen over delen van de Amerikaanse regering en de reguliere Amerikaanse media. Die laatste theorie heeft bovendien geleid tot een groot aantal aanvullende complottheorieën over kinderhandel. Zo ging in 2020 in complotkringen de bewering viraal dat in dure kasten van het Amerikaanse meubelbedrijf Wayfair, die werden verkocht onder een meisjesnaam, in werkelijkheid kinderen verborgen zaten. Een jaar later volgde de bewering dat aan boord van de Ever Given – het containerschip dat in het Suezkanaal strandde – verhandelde kinderen en dode lichamen waren aangetroffen door US Navy Seals.
Volgens Van der Linden bewijst het massale geloof in onder andere QAnon een andere sterke aantrekkingskracht van complottheorieën, namelijk het gevoel ergens deel van uit te maken. Mensen die dergelijke verhalen onderschrijven voelen zich vaak gemarginaliseerd en uitgesloten van de samenleving, aldus Van der Linden. Ze verlangen naar verbinding en aansluiting, in welke vorm dan ook.
‘Eén functie van groepen is dat ze definiëren wie we zijn. Als er een onlinegroep is die je vertelt dat je gesteund zal worden en deel zult uitmaken van een gemeenschap als je hun overtuigingen onderschrijft, dan begin je je ermee te identificeren en voel je je onderdeel van iets zinvols. Ik denk dat het bij QAnon zo werkt. Dit idee is van een samenzweringsheorie uitgegroeid tot een beweging, waarin het relationele aspect echt belangrijk is geworden.’
Gezonde dosis scepsis
Cognitief psycholoog en auteur Steven Pinker stelde dat QAnon kan worden vergeleken met ‘een liverollenspel met fans die gretig aanwijzingen uitwisselen en sporen volgen’. De voorloper ervan, Pizzagate – de bewering uit 2016 dat Hillary Clinton een kring van pedofielen runde vanuit de kelder van een pizzeria in Washington – had ook die ‘schijnkwaliteit’, aldus Pinker. Dergelijke overtuigingen, hoe ongeloofwaardig ook, hebben gevaarlijke gevolgen. Zo werd in het geval van Pizzagate de betreffende pizzeria door een aanhanger bestormd met een geweer. Pas toen bleek dat er in het pand geen kelder was.
Van der Linden: ‘Toen ik zo’n twaalf jaar geleden met dit alles begon, dachten mensen dat complottheorieën een grap waren, zoals in Area 51 in New Mexico werd gezocht naar aliens. Maar mensen zijn gaan inzien dat complottheorieën minder onschuldig zijn dan ze lijken. Ze kunnen leiden tot de vervolging van hele groepen, tot persoonlijke schade; ze kunnen de volksgezondheid en de democratie ondermijnen. Verkiezingen worden beslist door kleine marges. Als een minderheid van de mensen zich verliest in complotten waardoor hun stemgedrag beïnvloed wordt, is dat niet gezond voor het democratische proces. We willen dat mensen een gezonde dosis scepsis hebben, niet dat ze vervallen in complotdenken.’
Als NASA echt de maanlandingen had vervalst, hadden meer dan 400.000 medewerkers medeplichtig geweest moeten zijn
Wat is de beste manier om desinformatie en samenzweringen te bestrijden? Gezond verstand en feiten ertegenover stellen lijkt één optie te zijn. Veel complottheorieën zijn overduidelijk ongeloofwaardig, merkt Van der Linden op, alleen al vanwege de aantallen die gemoeid zijn met het geheimhouden van het complot. Wetenschapper David Robert Grimes heeft berekend dat voor samenzweringen waarbij meer dan duizend personen betrokken zijn ‘een intrinsieke mislukking dreigt’. Als NASA bijvoorbeeld echt de maanlandingen had vervalst, hadden meer dan 400.000 medewerkers medeplichtig geweest moeten zijn.
De huidige maatregelen tegen desinformatie of complottheorieën zijn meestal gericht op het ontkrachten en controleren van feiten. Maar pogingen om een complottheorie met logica of feitelijk bewijs te weerleggen, hebben vaak precies het tegenovergestelde effect, namelijk dat de gelovige zich nog steviger in zijn visie vastbijt. De overredingspoging wordt waarschijnlijk opgevat als het zoveelste bewijs van hoe ver de samenzwering reikt. Personen of instanties die tegen de complottheorie pleiten, worden er al snel van verdacht deel uit te maken van de samenzwering. Dat is bijvoorbeeld een beschuldiging die factcheckers vaak te horen krijgen.
Effectiever dan ontkrachten, zegt Van der Linden, is om mensen te wapenen met cognitieve vaardigheden om online desinformatie te herkennen als ze ermee worden geconfronteerd. Hij gebruikt de analogie van een virus waartegen je kan worden ingeënt door ‘pre-ontkrachting’; mensen worden dan preventief blootgesteld aan een afgezwakte dosis nepnieuws of aan voorbeelden van manipulatietechnieken. Zo kunnen ‘cognitieve antilichamen’ worden opgebouwd die hen resistenter maken wanneer ze in het echt worden aangevallen.
Met collega’s in Cambridge en met medewerking van spelontwikkelaars bedacht Van der Linden in 2018 Bad News, een spel waarin spelers zelf nepnieuws moeten genereren. Ze worden langs zes technieken geleid die worden gebruikt bij de productie van desinformatie: in diskrediet brengen, emoties als angst en woede opwekken, polarisatie, imitatie, het verspreiden van complottheorieën en trollen. In 2020 ontwikkelden Van der Linden en zijn collega’s in samenwerking met het Cabinet Office en de WHO nog een ander spel, Go Viral!, om mensen te helpen nepnieuws over corona te herkennen.
Vervolgonderzoek laat zien dat mensen steeds beter worden in het herkennen van nepnieuws als ze eerst een verzwakte dosis van ‘het virus’ toegediend krijgen dat vervolgens wordt weerlegd, aldus Van der Linden. Zo krijgen ze meer vertrouwen in hun vermogen om feit van fictie te onderscheiden en zijn ze minder geneigd berichten te delen met mensen in hun socialemedianetwerk. Van der Linden vindt dat dergelijke strategieën onderdeel zouden moeten zijn van het onderwijsbeleid. ‘Jongeren zijn de toekomstige leiders van het land. We moeten hen niet zozeer vertellen wat te geloven, als wel inenten tegen deze technieken.’
Internetrijbewijs
Zijn mening wordt gedeeld door Vinton Cerf, vicepresident en chief internet evangelist van Google, die wel wordt omschreven als een van ‘de vaders van het internet’. In een interview met de BBC in december stelde Cerf een ‘internetrijbewijs’ voor, dat mensen konden bemachtigen als ze veilig hadden leren netwerken. ‘Zoals je een kind leert links en rechts te kijken voordat het de straat oversteekt, zo ook moeten we mensen bewust maken van de gevaren van een onlineomgeving.’
‘Wetenschap heeft niet alle antwoorden,’ erkent Van der Linden. ‘Wetenschappers maken fouten en soms passen niet alle puzzelstukjes in elkaar. Maar dat betekent nog niet dat er een complot is. Dat is misschien wel de belangrijkste les. Het feit dat dingen niet kloppen, betekent niet automatisch dat er een complot achter zit.’
‘Het eerste doel moet zijn om complotdenkers te doen twijfelen aan de overtuigingen die ze met zoveel zekerheid poneren. Dat werkt beter dan deze proberen te veranderen. Dat is echt de enige manier om hardcoreontkenners aan te pakken. Net zoals het lang duurt om binnen een sekte te radicaliseren, zo duurt het ook lang om terug te keren.’ Hij zucht. ‘Je moet gewoon geduld hebben.’
Zowel Bad News als Go Viral! zijn online beschikbaar.
Het boek Foolproof: Why We Fall for Misinformation and How To Build Immunity van Sander van der Linden, is verschenen op 16 februari.












