Tag: Samenzweringstheorie

  • De man die de wereld probeert te redden van giftige complottheorieën

    De man die de wereld probeert te redden van giftige complottheorieën

    Complottheorieën ondermijnen de democratie en de volksgezondheid. De Nederlandse sociaalpsycholoog Sander van der Linden wil ons immuun maken voor desinformatie. ‘We willen dat mensen een gezonde dosis scepsis hebben, niet dat ze vervallen in complotdenken.’

    In 2017 sloten duizenden mensen in Memphis, Tennessee, zich aan bij de Vrouwenmarsen die overal ter wereld plaatsvonden. Tussen de vele borden die demonstranten droegen met slogans als ‘Our bodies, our minds, our power’ [‘Onze lichaam, onze geest, onze wil’] en ‘Grab ’em by the patriarchy’ [‘Grijp ze bij hun patriarchaat’ – verwijzend naar geheime opnames waarin Donald Trump over vrouwen zei: ‘Grijp ze in hun kruis’], leek er één duidelijk misplaatst.

    De achttienjarige Amerikaanse psychologiestudent Peter McIndoe droeg een bord met de tekst ‘Birds Aren’t Real’[‘Vogels zijn niet echt’]. Het was het begin van wat McIndoe later zou uitwerken tot een uitgebreide complottheorie, waarin hij beweert dat de Amerikaanse regering tussen 1959 en 2001 meer dan 12 miljard vogels ‘genadeloos had uitgeroeid’ door middel van een gecontroleerd virus, en ze had vervangen door op vogels lijkende spionagerobots.

    Natuurlijk zijn vogels echt – nou ja, sommige dan. De grap groeide uit tot een beweging met meer dan 100.000 volgers op Twitter en een afdeling merchandise die T-shirts verkoopt met slogans als ‘If it flies it spies’[‘Als het vliegt, dan bespioneert het’] en ‘They are always watching’[‘Ze houden ons constant in de gaten’].

    Volgens Claire Chronis, die later medeorganisator werd, is het achterliggende idee van de grap om ‘waanzin met waanzin te bestrijden’, gezien de stortvloed aan desinformatie en complottheorieën die de moderne samenleving overspoelt. En het verhaal wordt nog interessanter doordat een van McIndoe’s ‘medesamenzweerders’ Cameron Kasky is. Kasky overleefde in 2018 de massale schietpartij op een middelbare school in Parkland, Florida en werd vervolgens medeoprichter van een studentenorganisatie die pleit voor strengere wapenwetten. Vanwege deze inspanningen werd hij ervan beticht een zogenaamde crisisacteur te zijn geweest bij de schietpartij.

    Briljant

    Professor Sander van der Linden (36), een sociaalpsycholoog die is gespecialiseerd in misinformatie en complottheorieën, noemt ‘Vogels zijn niet echt’ een briljante grap. ‘Het speelt in op alle belangrijke samenzweringsverhalen en op zorgen van mensen over surveillance, privacy, overheidsingrijpen. Ook zijn de details sterk. Waarom zitten vogels op hoogspanningskabels? Omdat ze moeten opladen. Dat is toch geweldig! Ik denk dat sommige mensen het nog zouden geloven ook, als je het iets anders zou aankleden.

    Het basisidee is dat alle vogels drones zijn. Nog slimmer was het geweest als alleen sommige vogels drones zouden zijn. Vervolgens zou een onderliggende reeks samenzweringen kunnen ontstaan over welke vogels, hoe deze zich gedragen, welke geluiden ze maken… Daarna zou je het geluid van elke vogel kunnen opnemen – klinkt het als een vogel of als een machine? Dat zou echt aanslaan.’

    Dat van der Linden ervan geniet is logisch. Hij is altijd al geïnteresseerd geweest in waarom mensen bepaalde dingen geloven, zegt hij. Tijdens zijn jeugd in Nederland deed hij experimentjes met vrienden om te kijken wat ze geloofden als hij ze dingen vertelde die helemaal niet waar waren. ‘Gewoon om te zien hoe ze zouden reageren. Natuurlijk vertelde ik ze uiteindelijk dat het niet waar was en dat het maar een grapje was.’ Hij lacht. ‘Ik zorgde voor een debriefing achteraf, zoals bij elk goed psychologisch experiment gebeurt.’ Toen hij leerde over de gevolgen van het nazisme voor zijn Joodse familie werd hij zich bewust van de ernstiger implicaties van leugens en propaganda. ‘Dat intrigeerde me vanuit wetenschappelijk oogpunt.’

    Samenzweringstheorieën zijn in zekere zin een vorm van magisch denken dus ze fascineerden me als geloofssysteem

    Hij promoveerde aan de London School of Economics, deed onderzoek aan Yale en kreeg vervolgens een functie aan Princeton. Hij raakte geïnteresseerd in samenzweringstheorieën in een tijd dat deze nog ‘een soort randgebied in de psychologie vormden’, zegt hij. ‘Niemand gaf er echt om. Ik vond ze intrigerend. Ik was ook geïnteresseerd in pseudowetenschap, waarom mensen in het paranormale geloven. Samenzweringstheorieën zijn in zekere zin een vorm van magisch denken dus ze fascineerden me als geloofssysteem, en hoe dat zich verhoudt tot andere zaken.’

    Van der Linden is nu hoogleraar Maatschappelijke Sociale Psychologie aan de Universiteit van Cambridge, waar hij ook de leiding heeft over het Cambridge Social Decision-Making Lab. Als autoriteit op het gebied van het begrijpen en bestrijden van desinformatie wordt hij op Cambridge omschreven als ‘cognitief immunoloog’ en – nog wat kleurrijker — als professor ‘bestrijding van duistere krachten’. In zijn nieuwe boek Foolproof: Why We Fall for Misinformation and How To Build Immunity onderzoekt hij de psychologie achter wat hij ‘het virus van desinformatie en complottheorieën’ noemt – hoe het zich verspreidt en waarom het zo goed werkt. Ook schetst hij strategieën die volgens hem als een soort ‘inenting’ kunnen werken.

    Van der Linden wijst erop dat samenzweringstheorieën zoals wij die kennen niets nieuws zijn. Zoals de Google Books Ngram Viewer laat zien, duikt de term ‘complottheorie’ al sinds het eind van de negentiende eeuw op in boeken. Het gebruik ervan steeg sterk na de moord op JFK in 1963, tot aan het hoogtepunt op dit moment. Met de komst van het internet namen de complottheorieën toe – theorieën over 9/11 en vele andere gebeurtenissen werden en worden op grote schaal verspreid. Ook met corona, klimaatverandering en globalisering groeit de overvloed aan samenzweringstheorieën – evenals de desinformatie en het nepnieuws die deze theorieën ondersteunen. Die ontwikkeling is een weerspiegeling van het wijdverbreide wantrouwen in instellingen, de overheid en de media.

    Van der Linden: ‘Complottheorieën gedijen goed wanneer zich moeilijkheden voordoen, zoals politieke, sociale, economische turbulentie en onzekerheid. Het verschil is dat we nu een enorme “versterker” tot onze beschikking hebben die honderden miljoenen mensen hier in enkele minuten aan kan blootstellen.’

    Met die versterker verwijst hij natuurlijk naar sociale media. In de VS haalt de helft van de volwassenen hun nieuws ten minste voor een deel van sociale media, waar de blik al snel gekleurd raakt waarna algoritmen deze afstemmen op die van miljoenen gelijkgestemde individuen.

    ‘Naarmate het landschap meer gefragmenteerd raakt, worden mensen selectiever blootgesteld aan bepaalde soorten inhoud,’ zegt Van der Linden. ‘In theorie bieden sociale media de mogelijkheid om daardoor heen te prikken en te ontdekken wat andere mensen denken, maar in de praktijk werkt het niet zo. Mensen gebruiken sociale media op een manier die hun overtuigingen sterkt. Algoritmes voeden dat op hun beurt, en dat maakt het polarisatieprobleem alleen maar erger.’

    Het gaat niet alleen om de verkeerde informatie, benadrukt hij, maar ook om de overvloed aan informatie. Tijdens de pandemie verscheen er elke milliseconde een tweet over corona. We zijn er niet aan gewend voortdurend zoveel informatie te krijgen uit zoveel verschillende bronnen.’

    En in zo’n omgeving floreren nepnieuws en complottheorieën. In 2018 kregen onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) toegang tot het volledige historische archief van tweets om de verspreiding van ware en valse nieuwsverhalen op Twitter tussen 2006 en 2017 te onderzoeken. Hieruit kwam naar voren dat onwaarheden zich in alle informatiecategorieën ‘significant verder, sneller, dieper en breder’ verspreiden dan juiste beweringen. Valse nieuwsberichten werden 70 procent vaker geretweet dan juiste. En overeenkomstig het oude gezegde dat een leugen zich al over de halve wereld heeft verspreid voordat de waarheid haar laarzen heeft aangetrokken, berekenden de onderzoekers dat de waarheid er gemiddeld zes keer zo lang over doet als valse verhalen om 1500 mensen te bereiken. 

    Het percentage mensen dat daadwerkelijk nepnieuws verspreidt is vrij klein, suggereert ander onderzoek onder 16.442 Twitter-accounts in de periode rond de Amerikaanse verkiezingen van 2016. Slechts 0,1 procent van die gebruikers – die bekendstaan als ‘superdelers’ of ‘superverspreiders’ – was goed voor het delen van bijna 80 procent van het nepnieuws. David Lazer, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Northeastern University in Boston, leidde het onderzoek en ontdekte dat een onevenredig groot deel van de inhoud afkomstig is van rechts en dat nepnieuwsconsumenten vaker conservatief en over het algemeen ouder zijn.

    Het konijnenhol is een treffende metafoor voor een complotmentaliteit, waarbij geloof in de ene theorie vaak leidt tot een geloof in de volgende

    Volgens Van der Linden kunnen achter het verspreiden van nepnieuws en desinformatie verschillende motieven zitten, zoals het behalen van politiek voordeel, persoonlijke status of financieel gewin. Tijdens de pandemie waren er valse ‘deskundigen’ in overvloed die de angst van het publiek gebruikten om volgers te krijgen en spullen te verkopen. Voor zijn boek nam hij deel aan een workshop met internetactiviste en journaliste Ljoedmila Savtsjoek, die undercover heeft gewerkt bij het zogenaamde Internet Research Agency in Sint-Petersburg. Hier versturen zo’n duizend medewerkers met valse identiteiten vijftig tot honderd berichten per dag, vaak met als doel om tweedracht te zaaien in Amerika.

    Volgens Van der Linden dienen complottheorieën voor gelovigen verschillende doelen. Deze vinden ze vaak belangrijker dan feiten of logica die de beweringen weerleggen. Als er sprake is van existentiële angst over de toekomst en de politiek, dan gedijen complottheorieën goed omdat ze eenvoudige, zekere verklaringen bieden voor wat anders vrij willekeurige en ongerelateerde gebeurtenissen lijken te zijn. ‘Wat we weten is dat mensen die graag meegaan met complottheorieën niet erg houden van complexiteit – ze geven de voorkeur aan eenvoudiger verhalen. En politiek gezien zijn ze meestal extremer – of ze nu links of rechts zijn. Het gaat vaak om mensen die een gebrek aan zeggenschap of controle in hun leven ervaren, mensen die weinig vertrouwen hebben in de overheid en de ambtenarij.’

    Van der Linden heeft voor zijn boek gebruikgemaakt van een schat aan academisch onderzoek – van zowel hemzelf als van anderen – en van interviews met complottheoretici en gelovigen. Zo is er het voorbeeld van een oude vriend die volgens hem een herkenbare weg aflegde. ‘Hij was geobsedeerd door 9/11 en het idee dat een van de torens niet op een bepaalde manier kon zijn ingestort. Hij las erover op vroege internetblogs. Het is een slimme jongen, maar in plaats van zijn tijd te besteden aan wetenschappelijke bronnen, dook hij in het konijnenhol van alternatieve informatie, werd hij erg achterdochtig ten opzichte van reguliere media en de overheid en begon hij overal samenzweringen te zien. Sinds de pandemie geeft hij zijn kinderen thuis les en denkt hij dat de overheid samenzweert tegen niet-gevaccineerde mensen.’

    Monologisch geloofssysteem

    Het konijnenhol is een treffende metafoor voor een complotmentaliteit, waarbij geloof in de ene theorie vaak leidt tot een geloof in de volgende. Dat verschijnsel staat meer officieel bekend als het monologische geloofssysteem, een wereldbeeld dat zichzelf in stand houdt doordat de ene samenzweringstheorie wordt gezien als bewijs voor de andere. Van der Linden vergelijkt het met ‘een multi-levelmarketingtruc’.

    Zo overlapt het geloof dat corona een complot is van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Bill Gates met de aloude samenzweringstheorie over chemtrails – die inhoudt dat de condensatiesporen van vliegtuigen in werkelijkheid bestaan uit chemische stoffen die voor allerlei sinistere doeleinden worden rondgesproeid – en het geloof dat er in de deep state en Hollywood een kliek van ‘vampierpedofielen’ huist.

    Deze overlapping is bijvoorbeeld terug te zien bij de aartscomplottheoreticus David Icke, wiens alomvattende samenzwering – van mensachtige reptielen tot ‘nanotechnologische chips’ in coronavaccins – een verbluffende opgang maakte tijdens de pandemie. Op de kritiek dat hij ‘overal samenzweringen’ ziet antwoordde Icke jaren geleden: ‘Dat is niet zo. Ik zie één samenzwering die verschillende vormen aanneemt.’

    ‘Het is nooit zo dat mensen in één complot geloven omdat ze goed bewijs hebben,’ aldus Van der Linden. ‘De theorieën zijn altijd verbonden met een groot aantal andere theorieën, zodat mensen worden meegesleurd in een omvattend wereldbeeld.’ Het complotdenken raakt dan zelfs zo diepgeworteld, vervolgt hij, dat ook tegenstrijdige beweringen met elkaar in overeenstemming worden gebracht. Bijvoorbeeld dat corona een biologisch wapen is dat in Wuhan is ontwikkeld én wordt veroorzaakt door 5G-masten.

    ‘Mensen zijn in staat om enkele lokale inconsistenties in het geloofssysteem te accepteren, zolang er een algemene theorie van hogere orde is die deze inconsistenties kan wegpoetsen. Als je bepaalde specifieke overtuigingen aanvalt, springen mensen dus gewoon naar zulke metaverklaringen die het allemaal weer aan elkaar breien.’

    17 procent acht het zeker dan wel waarschijnlijk dat de QAnon-theorie klopt

    Die ‘hogere orde’-verklaringen kunnen verschillende namen hebben – ‘de Illuminati’, ‘de cabal’, de ‘deep state’ of de ‘Nieuwe Wereld Orde’. De meest recente vermeende manifestatie ervan is het World Economic Forum. Oprichter en uitvoerend voorzitter Klaus Schwab – die maar weinigen twee jaar geleden buiten de jaarlijkse WEF-conferenties in Davos herkend zouden hebben – heeft in het complotdenken inmiddels dezelfde status als boemannen Bill Gates en George Soros.

    Uit een peiling van YouGov-Cambridge van 2021 bleek dat 31 procent van de Amerikanen denkt dat het zeker of waarschijnlijk is dat, ongeacht wie de regering leidt, één enkele groep mensen in het geheim de wereldgebeurtenissen controleert. 17 procent acht het zeker dan wel waarschijnlijk dat de QAnon-theorie klopt – dat Satan-aanbiddende pedofielen de controle hebben overgenomen over delen van de Amerikaanse regering en de reguliere Amerikaanse media. Die laatste theorie heeft bovendien geleid tot een groot aantal aanvullende complottheorieën over kinderhandel. Zo ging in 2020 in complotkringen de bewering viraal dat in dure kasten van het Amerikaanse meubelbedrijf Wayfair, die werden verkocht onder een meisjesnaam, in werkelijkheid kinderen verborgen zaten. Een jaar later volgde de bewering dat aan boord van de Ever Given – het containerschip dat in het Suezkanaal strandde – verhandelde kinderen en dode lichamen waren aangetroffen door US Navy Seals. 

    Volgens Van der Linden bewijst het massale geloof in onder andere QAnon een andere sterke aantrekkingskracht van complottheorieën, namelijk het gevoel ergens deel van uit te maken. Mensen die dergelijke verhalen onderschrijven voelen zich vaak gemarginaliseerd en uitgesloten van de samenleving, aldus Van der Linden. Ze verlangen naar verbinding en aansluiting, in welke vorm dan ook.

    ‘Eén functie van groepen is dat ze definiëren wie we zijn. Als er een onlinegroep is die je vertelt dat je gesteund zal worden en deel zult uitmaken van een gemeenschap als je hun overtuigingen onderschrijft, dan begin je je ermee te identificeren en voel je je onderdeel van iets zinvols. Ik denk dat het bij QAnon zo werkt. Dit idee is van een samenzweringsheorie uitgegroeid tot een beweging, waarin het relationele aspect echt belangrijk is geworden.’

    Gezonde dosis scepsis

    Cognitief psycholoog en auteur Steven Pinker stelde dat QAnon kan worden vergeleken met ‘een liverollenspel met fans die gretig aanwijzingen uitwisselen en sporen volgen’. De voorloper ervan, Pizzagate – de bewering uit 2016 dat Hillary Clinton een kring van pedofielen runde vanuit de kelder van een pizzeria in Washington – had ook die ‘schijnkwaliteit’, aldus Pinker. Dergelijke overtuigingen, hoe ongeloofwaardig ook, hebben gevaarlijke gevolgen. Zo werd in het geval van Pizzagate de betreffende pizzeria door een aanhanger bestormd met een geweer. Pas toen bleek dat er in het pand geen kelder was.

    Van der Linden: ‘Toen ik zo’n twaalf jaar geleden met dit alles begon, dachten mensen dat complottheorieën een grap waren, zoals in Area 51 in New Mexico werd gezocht naar aliens. Maar mensen zijn gaan inzien dat complottheorieën minder onschuldig zijn dan ze lijken. Ze kunnen leiden tot de vervolging van hele groepen, tot persoonlijke schade; ze kunnen de volksgezondheid en de democratie ondermijnen. Verkiezingen worden beslist door kleine marges. Als een minderheid van de mensen zich verliest in complotten waardoor hun stemgedrag beïnvloed wordt, is dat niet gezond voor het democratische proces. We willen dat mensen een gezonde dosis scepsis hebben, niet dat ze vervallen in complotdenken.’

    Als NASA echt de maanlandingen had vervalst, hadden meer dan 400.000 medewerkers medeplichtig geweest moeten zijn

    Wat is de beste manier om desinformatie en samenzweringen te bestrijden? Gezond verstand en feiten ertegenover stellen lijkt één optie te zijn. Veel complottheorieën zijn overduidelijk ongeloofwaardig, merkt Van der Linden op, alleen al vanwege de aantallen die gemoeid zijn met het geheimhouden van het complot. Wetenschapper David Robert Grimes heeft berekend dat voor samenzweringen waarbij meer dan duizend personen betrokken zijn ‘een intrinsieke mislukking dreigt’. Als NASA bijvoorbeeld echt de maanlandingen had vervalst, hadden meer dan 400.000 medewerkers medeplichtig geweest moeten zijn.

    De huidige maatregelen tegen desinformatie of complottheorieën zijn meestal gericht op het ontkrachten en controleren van feiten. Maar pogingen om een complottheorie met logica of feitelijk bewijs te weerleggen, hebben vaak precies het tegenovergestelde effect, namelijk dat de gelovige zich nog steviger in zijn visie vastbijt. De overredingspoging wordt waarschijnlijk opgevat als het zoveelste bewijs van hoe ver de samenzwering reikt. Personen of instanties die tegen de complottheorie pleiten, worden er al snel van verdacht deel uit te maken van de samenzwering. Dat is bijvoorbeeld een beschuldiging die factcheckers vaak te horen krijgen.

    Effectiever dan ontkrachten, zegt Van der Linden, is om mensen te wapenen met cognitieve vaardigheden om online desinformatie te herkennen als ze ermee worden geconfronteerd. Hij gebruikt de analogie van een virus waartegen je kan worden ingeënt door ‘pre-ontkrachting’; mensen worden dan preventief blootgesteld aan een afgezwakte dosis nepnieuws of aan voorbeelden van manipulatietechnieken. Zo kunnen ‘cognitieve antilichamen’ worden opgebouwd die hen resistenter maken wanneer ze in het echt worden aangevallen.

    Met collega’s in Cambridge en met medewerking van spelontwikkelaars bedacht Van der Linden in 2018 Bad News, een spel waarin spelers zelf nepnieuws moeten genereren. Ze worden langs zes technieken geleid die worden gebruikt bij de productie van desinformatie: in diskrediet brengen, emoties als angst en woede opwekken, polarisatie, imitatie, het verspreiden van complottheorieën en trollen. In 2020 ontwikkelden Van der Linden en zijn collega’s in samenwerking met het Cabinet Office en de WHO nog een ander spel, Go Viral!, om mensen te helpen nepnieuws over corona te herkennen.

    Vervolgonderzoek laat zien dat mensen steeds beter worden in het herkennen van nepnieuws als ze eerst een verzwakte dosis van ‘het virus’ toegediend krijgen dat vervolgens wordt weerlegd, aldus Van der Linden. Zo krijgen ze meer vertrouwen in hun vermogen om feit van fictie te onderscheiden en zijn ze minder geneigd berichten te delen met mensen in hun socialemedianetwerk. Van der Linden vindt dat dergelijke strategieën onderdeel zouden moeten zijn van het onderwijsbeleid. ‘Jongeren zijn de toekomstige leiders van het land. We moeten hen niet zozeer vertellen wat te geloven, als wel inenten tegen deze technieken.’

    Internetrijbewijs

    Zijn mening wordt gedeeld door Vinton Cerf, vicepresident en chief internet evangelist van Google, die wel wordt omschreven als een van ‘de vaders van het internet’. In een interview met de BBC in december stelde Cerf een ‘internetrijbewijs’ voor, dat mensen konden bemachtigen als ze veilig hadden leren netwerken. ‘Zoals je een kind leert links en rechts te kijken voordat het de straat oversteekt, zo ook moeten we mensen bewust maken van de gevaren van een onlineomgeving.’

    ‘Wetenschap heeft niet alle antwoorden,’ erkent Van der Linden. ‘Wetenschappers maken fouten en soms passen niet alle puzzelstukjes in elkaar. Maar dat betekent nog niet dat er een complot is. Dat is misschien wel de belangrijkste les. Het feit dat dingen niet kloppen, betekent niet automatisch dat er een complot achter zit.’

    ‘Het eerste doel moet zijn om complotdenkers te doen twijfelen aan de overtuigingen die ze met zoveel zekerheid poneren. Dat werkt beter dan deze proberen te veranderen. Dat is echt de enige manier om hardcoreontkenners aan te pakken. Net zoals het lang duurt om binnen een sekte te radicaliseren, zo duurt het ook lang om terug te keren.’ Hij zucht. ‘Je moet gewoon geduld hebben.’

    Zowel Bad News als Go Viral! zijn online beschikbaar.

    Het boek Foolproof: Why We Fall for Misinformation and How To Build Immunity van Sander van der Linden, is verschenen op 16 februari.

  • Volgens complotdenkers zorgt dit onderzoekscentrum voor aardbevingen en massapsychoses

    Volgens complotdenkers zorgt dit onderzoekscentrum voor aardbevingen en massapsychoses

    De militaire onderzoeksfaciliteit HAARP spreekt tot de verbeelding van complotdenkers. Met radiogolven zou ze overstromingen, droogte en orkanen kunnen veroorzaken en zelfs gebruikt kunnen worden voor mind-control.

    Dit artikel verscheen eerder in #61.

    Het High Frequency Active Auroral Research Program (HAARP) is een centrum voor onderzoek naar de atmosfeer op een afgelegen plek in Alaska. Wetenschappers warmen er met behulp van radiozenders en antennes de atmosfeer op om te kunnen bestuderen hoe deeltjes zich in de bovenste laag van de dampkring gedragen. Onderzoekers hebben HAARP al ingezet bij het kunstmatig scheppen van poollicht, voor communicatie met onderzeeërs en bij het bestuderen van de Van Allen-stralingsgordel rondom de aarde.

    Sinds begin 2013 ligt het systeem door een gebrek aan overheidsfinanciering stil. Volgens natuurkundige Dennis Papadopoulos van de Universiteit van Maryland, die met HAARP samenwerkt, blijft het echter een belangrijk onderzoekscentrum. ‘Zonder een goede kennis van de radiowetenschap van de atmosfeer zouden we geen satelliettelevisie hebben, geen GPS en nog veel meer niet,’ zegt hij. ‘Niet alleen voor de wetenschap is een goed begrip van hoe de atmosfeer zich gedraagt essentieel, maar ook voor de technologie.’ 

    Laboratorium 

    De kern van HAARP wordt gevormd door een radarsysteem waarin met behulp van 360 zenders en 180 antennes 3,6 megawatt aan vermogen wordt opgewekt. Radiogolven met een frequentie tussen de 2,8 en 10 megahertz reiken zo’n 100 tot 600 kilometer boven het aardoppervlak. Daar geven zij hun energie af aan elektronen in de ionosfeer, een ijle laag geladen deeltjes op ongeveer dezelfde hoogte als het internationale ruimtestation ISS en andere satellieten.

    Astronomen als Papadopoulos kunnen zo de atmosfeer tot hun laboratorium maken. Deze wetenschappers bestuderen de interactie van elektromagnetische golven met plasma’s of van zonnewind met de aardatmosfeer, het ontstaan van het poollicht en de fundamentele eigenschappen van geladen deeltjes. Vorig jaar lanceerde NASA bijvoorbeeld een aantal sondes om de Van Allen-gordel te bestuderen – de kringen van plasma die door het aardmagnetisch veld op hun plaats worden gehouden.

    Een documentaire van VICE over HAARP. In 2017 zijn in Georgia twee mannen opgepakt die van plan waren de onderzoeksfaciliteit aan te vallen.

    Satellieten kunnen deze waarnemen en gebruiken bij het doen van metingen, legt Papadopoulos uit. ‘We kunnen een verstoring creëren en vervolgens het effect daarvan bestuderen,’ zegt hij. ‘We kunnen naar onze sondes fluiten en dan vragen: hoorde je dat gefluit? Of hoorde je soms een iets langer gefluit?’

    Ook voor de technologie is een goed begrip van hoe de atmosfeer zich gedraagt essentieel 

    Al sinds het in gebruik werd genomen, in het begin van de jaren negentig, doen over HAARP verschillende samenzweringstheorieën de ronde. Nog in 2010 gaf de Venezolaanse president Hugo Chávez HAARP de schuld van de vernietigende aardbeving op Haïti. Volgens hem kon dit ‘wapen’ met evenveel gemak overstromingen, droogte en orkanen veroorzaken. In hetzelfde jaar hield de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad HAARP verantwoordelijk voor overstromingen in Pakistan; later beweerde hij ook dat het Westen het gebruikte om Iraanse regen te stelen. 

    Oorsprong 

    Sommige van deze theorieën vinden hun oorsprong in de uitzinnige rechtvaardigingen die voor het bestaan van HAARP werden gegeven, waarbij voormalig senator Ted Stevens een grote rol speelde. Zijn invloed bij de besteding van overheidsgelden was groot en hij oormerkte 300 miljoen dollar voor de bouw van het centrum.

    Toen HAARP in 2007 in gebruik werd genomen, zinspeelden politici op een mogelijke inzet bij het onschadelijk maken van de elektromagnetische effecten van een eventuele Noord-Koreaanse kernaanval en bij andere militaire doeleinden. Dat zou als volgt in zijn werk gaan: Noord-Korea lanceert een intercontinentale ballistische raket met een kernkop, die ruim honderd kilometer boven het aardoppervlak ontploft. Daardoor worden hoogenergetische elektronen vrijgemaakt in de ionosfeer, zodat de satellietcommunicatie buiten werking treedt. 

    Hoogfrequente radiogolven, zoals HAARP deze genereert, kunnen volgens Papadopoulos die elektronen ‘wegduwen’ en zo onze communicatie-infrastructuur beschermen. Maar, zegt hij, ‘HAARP als systeem is daartoe nog niet in staat. Het dient hooguit als laboratorium waarin we kunnen uitvinden hoe zoiets precies werkt.’ 

    Engelen 

    Een goede samenzweringstheorie is echter niet kapot te krijgen. Stevens verloor de verkiezingen en kwam twee jaar later bij een vliegtuigongeluk om het leven. Zijn opvolger is de democraat Mark Begich, wiens broer de auteur is van het boek Angels don’t play this HAARP [Engelen bespelen deze HAARP niet], waarin geclaimd wordt dat de krachtige elektromagnetische golven van de installatie ‘mentale verwarring in een groot gebied’ kunnen opwekken. Dat gegeven staat eveneens centraal in de plot van Tom Clancy’s roman Breaking Point, waarin een atmosferisch wapen in Alaska wordt ingezet om een massapsychose op te wekken. 

    En de rol van aardbevingen in deze samenzwering? Papadopoulos wijst op niemand minder dan Nikola Tesla. Deze Servische geleerde vond onder andere een met stoom aangedreven oscillator uit, die door middel van razendsnelle trillingen elektriciteit opwekte. Lang geleden vertelde hij het verhaal dat de oscillator in verschillende gebouwen ‘resonantie’ had veroorzaakt, die mensen voor een aardbeving hielden. Volgens Papadopoulos is de vermeende link tussen HAARP en aardbevingen te herleiden tot deze ene bron. 

    En mind-control? ‘Als dat waar was, dan zouden ze ons niet sluiten,’ grinnikt Papadopoulos.

    HAARP werd in 2014 bedreigd met sluiting maar is nog steeds actief onder auspiciën van de Universiteit van Alaska.

  • Hoe WhatsApp samenzweringstheorieën in de hand werkt

    Hoe WhatsApp samenzweringstheorieën in de hand werkt

    Naarmate sociale media onverdraagzamer worden, neemt de aantrekkingskracht van particuliere online groepen toe. Maar die hebben hun eigen gevaren. En niet alleen voor de deelnemers zelf.

    In het voorjaar, toen het virus zich over de wereld uitspreidde en miljarden mensen werden gedwongen thuis te blijven, steeg de populariteit van één sociale-media-app in het bijzonder. Eind maart was het gebruik van WhatsApp over de hele wereld met 40 procent gegroeid. In Spanje, waar de lockdown bijzonder streng was, steeg dit zelfs met 76 procent. In die eerste maanden was WhatsApp – dat het midden houdt tussen e-mail, Facebook en sms en waar groepen tekstberichten, links en foto’s met elkaar kunnen delen – een uitstekende manier om niet alleen nieuwsberichten en memes maar ook massale angst te verspreiden.

    Aanvankelijk waren veel van de nieuwe toepassingen bemoedigend. Er ontstonden onderlinge hulpgroepen om kwetsbaren te helpen. Families en vrienden gebruikten de app om contact te houden en hun angsten en zorgen in real time met elkaar te delen. Half april werd de rol die WhatsApp in de pandemie speelde al wat duisterder. Een complottheorie over de lancering van 5G, die al lang voordat Covid-19 opdook in omloop was, luidde nu dat de ziekte werd veroorzaakt door masten voor mobiele telefoons. Overal begonnen mensen 5G-masten in brand te steken steken. Alleen al in het paasweekend werden [in het VK] twintig branden gesticht.

    WhatsApp gold, samen met Facebook en YouTube, als een belangrijk kanaal om de complottheorie te verspreiden. Er werd gevreesd dat in diezelfde groepen die in maart massaal waren opgericht, nu de 5G-theorie volop werd gedeeld. Ondertussen werden via de app nepaudioclips verspreid, zoals de opname van iemand die in de zorg zei te werken en beweerde dat er niet langer ambulances zouden worden gestuurd om mensen met ademhalingsproblemen te helpen.

    Het was niet de eerste keer dat WhatsApp in een controverse verwikkeld raakte. Hoewel de ‘nepnieuws’-schandalen rondom de verkiezingen in 2016 in het VK en de VS meer op Facebook waren gericht – dat eigenaar is van WhatsApp – waren de latere verkiezingsoverwinningen voor Jair Bolsonaro in Brazilië en Narendra Modi in India mede te danken aan opruiende WhatsApp-berichten, waarbij gretig gebruik werd gemaakt van het enorme bereik dat de app in deze landen heeft. In India waren er bovendien meldingen van rellen en vielen er minstens dertig doden als gevolg van geruchten die op WhatsApp circuleren. Het Indiase ministerie van Informatie en Media heeft naar manieren gezocht om de WhatsApp-inhoud te reguleren, maar dat leidde enkel tot een nieuwe controverse vanwege de schending van burgerlijke vrijheden door de regering.

    WhatsApp lijkt een ongewoon effectief middel te zijn om wantrouwen te wekken in openbare instellingen en procedures

    Zoals altijd bestaat het risico dat in een complexe politieke crisis te veel schuld wordt gelegd bij het euvel van een technologie. WhatsApp heeft ook enkele stappen ondernomen om het gebruik van de app als doorgeefluik voor verkeerde informatie te beperken. In maart vertelde een woordvoerder van het bedrijf aan The Washington Post dat het ‘met ministeries van Volksgezondheid over de hele wereld had samengewerkt om burgers eenvoudige manieren te bieden voor het vergaren van accurate informatie over het virus’. Maar ook los van de zichtbare ophef lijkt WhatsApp een ongewoon effectief middel te zijn om wantrouwen te wekken in openbare instellingen en procedures.

    Een WhatsApp-groep kan bestaan ​​zonder dat iemand buiten de groep op de hoogte is van zijn bestaan, wie zijn leden zijn of wat er wordt gedeeld, terwijl end-to-end-codering de groep immuun maakt voor toezicht van buitenaf. Terug in de pre-Covid-19-dagen van Groot-Brittannië, toen Brexit en Jeremy Corbyn de twee onderwerpen vormden die [in het VK] de hevigste politieke discussies veroorzaakten, waren speculatie en paranoia in zulke groepen aan de orde van de dag. Mediacommentatoren die Corbyn verdedigden, werden er vaak van beschuldigd deel uit te maken van een WhatsApp-groep van ‘outriders’, gecoördineerd vanuit Corbyns burelen, die hen zogenaamd had opgedragen hoe ze zich op moesten stellen. Ondertussen zou de pro-Brexit European Research Group van de Conservatieve partij steun krijgen van een WhatsApp-groep waarvan het lidmaatschap nooit openbaar was. Dergelijke theorieën, of ze nou waar zijn of niet, zijn weinig bevorderlijk voor het vertrouwen in de democratie.

    WhatsApp-groepen wekken niet alleen argwaan bij het publiek, maar kunnen ook hun eigen deelnemers wantrouwend maken. Zoals blijkt uit gesloten Facebook-groepen, waar verontwaardigde deelnemers elkaar soms zonder al te veel onderbouwing in de privésfeer opruien, waarna ze in het openbaar overkoken. De eigenschap van zulke groepen om verkeerde informatie en beschuldigingen te verspreiden, begint aanweziger te worden dan de eigenschap om die verspreiding tegen te gaan.

    Er ontstaat een nieuw soort ‘gezond verstand’, gebaseerd op een instinctief wantrouwen jegens de wereld buiten de groep

    De politieke dreiging van WhatsApp is de keerzijde van haar psychologische aantrekkingskracht. In tegenstelling tot zoveel andere socialemediaplatforms, is WhatsApp erop gericht de privacy te beschermen. Positief hieraan is de mogelijkheid tot intimiteit met onze dierbaren en het vermogen om vrij te spreken, maar het werkt ook een ethos van geheimhouding en van wantrouwen in de publieke sfeer in de hand. Nu Facebook, Twitter en Instagram steeds theatraler worden – elk gebaar is bedoeld om indruk te maken dan wel af te schrikken – is WhatsApp een toevluchtsoord geworden binnen een verwarrende, onbetrouwbare wereld, waar gebruikers openhartiger kunnen spreken. De groei van het vertrouwen in zulke groepen gaat ten koste van het vertrouwen in openbare instellingen en ambtenaren. Zo ontstaat een nieuw soort ‘gezond verstand’, gebaseerd op een instinctief wantrouwen jegens de wereld buiten de groep.

    De immer groeiende populariteit van WhatsApp, die ten koste gaat van zowel officiële instellingen als de open sociale media, stelt ons voor een diepgravende politieke vraag: hoe behouden openbare instellingen en discussies legitimiteit en vertrouwen als mensen eenmaal georganiseerd zijn in gesloten en onzichtbare gemeenschappen? Het risico is dat er een vicieuze cirkel ontstaat, waarin privégroepen steeds meer informatie en desinformatie verspreiden om ambtenaren en publieke informatie in diskrediet te brengen, waardoor onze vervreemding van de democratie escaleert.

    Het standaardmiddel voor digitale communicatie

    Toen WhatsApp in 2014 voor $19 miljard door Facebook werd gekocht, was dit de prijzigste technologie-acquisitie uit de geschiedenis. Destijds bracht WhatsApp 450 miljoen gebruikers met zich mee. In februari van dit jaar bereikte het aantal 2 miljard gebruikers wereldwijd – en dat was nog vóór de lockdowns – waarmee het verreweg de meest gebruikte messenger-app is en de op een na meest gebruikte app, na Facebook zelf. In veel landen is WhatsApp het standaardmiddel voor digitale communicatie en sociale coördinatie, vooral onder jongeren.

    De functies die maken dat WhatsApp zich leent als kanaal voor samenzweringstheorieën en politieke conflicten, waren geen onderdeel van sms en hebben meer gemeen met e-mail: het aanmaken van groepen en de mogelijkheid om berichten door te sturen. Die laatste mogelijkheid – die recentelijk is beperkt als reactie op Covid-19-gerelateerde desinformatie – vormt een krachtig informatief wapen. Waren groepen aanvankelijk beperkt tot 100 deelnemers, later werden dit er 256. Dat is klein genoeg om je exclusief te voelen, maar als 256 mensen een bericht doorsturen naar nog eens 256 mensen, hebben al 65.536 het ontvangen.

    Groepen ontstaan ​​voor allerlei doeleinden – een feestje, een sportevent, een gedeelde interesse – maar gaan vervolgens een eigen leven leiden. Dat kan voortkomen uit anarchistische speelsheid, aangezien iedere groep zijn eigen grappen en gewoontes heeft. In een artikel van vorig jaar uit New York Magazine, met als kop ‘Groepschats maken het internet weer leuk’, betoogde technologiecriticus Max Read dat groepen ‘een regelrechte vervanging zijn geworden voor de manier waarop we ons het afgelopen decennium sociaal organiseren: het platformgerichte, op commentaar gebaseerde sociale netwerk.’

    Het is begrijpelijk dat gebruikers alleen op hun gemak zijn als ze weten dat er niemand meekijkt – maar dat heeft ook een minder speelse kant. Als groepen worden gezien als een plek om te zeggen wat je echt denkt, waar de beperkingen van het publieke oordeel of ‘politieke correctheid’ geen rol spelen, dan volgt daaruit automatisch dat dit de plek is waar mensen veroordelingen of meer hatelijke uitingen met elkaar delen, die elders onaanvaardbaar zijn, of zelfs illegaal. Santiago Abascal, de leider van de Spaanse extreemrechtse partij Vox, heeft zich geprofileerd als iemand die bereid is te ‘verdedigen wat de Spanjaarden op WhatsApp beweren’.

    Zo verschilt een WhatsApp-groep van een andere groep waarvan de leden allemaal dezelfde dienst gebruiken, zoals een school, een woonblok of een trainingsprogramma. Negatieve solidariteit kan een rol gaan spelen, waarbij gemeenschapsgevoelens worden versterkt doordat leden zich tegen de betreffende dienst gaan keren. Groepen van dit soort beginnen doorgaans met de wens om informatie te bundelen – studenten die bijvoorbeeld contact houden over deadlines – maar kunnen snel uitmonden in een middel om de instelling waar ze samenkomen in diskrediet te brengen. Een eerste uiting van ontevredenheid kan al snel escaleren, net zolang tot de groep een identiteit heeft opgebouwd gebaseerd op wrok en vervreemding, die onmogelijk nog met tegenargumenten kan worden verdreven.

    De leider van de Spaanse extreemrechtse partij Vox heeft zich geprofileerd als iemand die bereid is te ‘verdedigen wat de Spanjaarden op WhatsApp beweren’

    Met de opkomst van nieuwe technologieën hebben officiële organisaties en verenigingen de mogelijkheid mensen op hun favoriete platform tegemoet te komen. In maart introduceerde de regering [van het VK] een op WhatsApp gebaseerde informatiedienst over Covid-19, met een geautomatiseerde chatbot. Maar deze groepen zijn niet altijd de beste manier om cruciale informatie bij mensen te krijgen. Lokale politieke organisatoren en vakbondsvertegenwoordigers merkten dat hun werkdruk ondanks de aanvankelijke efficiëntie van WhatsApp-groepen doorgaans toeneemt vanwege het groeiende aantal subgemeenschappen, die elk afzonderlijk moeten worden gecontacteerd. Scholen proberen wanhopig informatie aan ouders te verstrekken, maar ontdekken dat deze niet wordt geregistreerd, tenzij in de juiste WhatsApp-groep gedeeld. Het tijdperk van het prikbord, of het nu fysiek of digitaal is, waar informatie eenmalig wordt geplaatst voor ieder die het aangaat, is voorbij.

    De ‘broadcast list’-functie van WhatsApp, waarmee berichten kunnen worden verzonden naar meerdere ontvangers die voor elkaar onzichtbaar zijn (zoals de ‘bcc’-regel van e-mail), verlicht het probleem van groepen die een eigen leven gaan leiden enigszins. Maar ook die lijsten kunnen alleen mensen bevatten die al een contact zijn van de lijsteigenaar. Voor dergelijke instellingen is het probleem kortom dat WhatsApp vooral lijkt te worden gebruikt voor informele, privécommunicatie. Universitaire docenten zijn vaak verbijsterd door de ontdekking dat veel studenten geen e-mail lezen. Als e-mail in verval raakt, lijkt WhatsApp geen haalbaar alternatief om geverifieerde informatie zo breed en inclusief mogelijk te delen.

    Groepen zijn geweldig voor korte uitbarstingen van humor of frustratie, maar lenen zich van nature veel minder goed om de verspreiding van openbare informatie te ondersteunen. Om te begrijpen hoe dit komt, moeten we nadenken over de manier waarop individuen worden beïnvloed en meegesleept zodra ze deel gaan uitmaken van een groep.

    Faux pas

    Het internet heeft zijn eigen litanie van sociale pathologieën en bedreigingen met zich meegebracht. Trolling [iemand die berichten plaatst om emotionele reacties te veroorzaken], flaming [het plaatsen van berichten op het internet die aanvallend of beledigend zijn], doxing [het vergaren en publiceren van beledigende informatie over een individu] en pile-ons [mensen die zich massaal en vaak onrechtmatig tegen iets of iemand keren] zijn stuk voor stuk symptomen die horen bij de omgang op een enorme open ontmoetingsplek. ‘Open’ platforms als Twitter herinneren eraan dat sociale interactie gericht op een kleine en selecte gemeenschap al snel belachelijk of beschamend overkomt als ze aan een andere gemeenschap worden blootgesteld.

    Zoals iedere frequente gebruiker van WhatsApp of een gesloten Facebook-groep weet, is de morele angst die met groepen gepaard gaat weer anders. Bestaat de zorg in een open netwerk erin beoordeeld te worden door een externe waarnemer, of dat nu de baas is of een ver familielid, in een gesloten groep is dat om iets te zeggen dat indruist tegen de codes die de identiteit van de groep bepalen. Groepen kunnen snel gedomineerd worden door een bepaalde toon of een wereldbeeld dat beter niet kan worden tegengesproken en vrijwel onverwoestbaar is. Berichten die in de feed blijven hangen, wachtend op een reactie, kunnen gevoelens van faux pas opwekken.

    Dit betekent dat hoewel groepen een hoge mate van solidariteit kunnen genereren, wat in principe een krachtig politiek effect kan hebben, het ook moeilijker wordt om binnen de groep onenigheid te uiten. Als bijvoorbeeld een uitgesproken en populair lid van een WhatsApp-groep verkeerde informatie begint te verspreiden over gezondheidsrisico’s, zullen deze vanwege de algemene drang naar solidariteit waarschijnlijk met dank en instemming worden ontvangen. Als in een groep een stelling of artikel wordt gedeeld, kunnen er nog zoveel leden zijn die het beweerde in twijfel trekken, maar ze zullen het niet gauw over durven brengen. Ondertussen heeft iemand die minder kritisch is, het bericht allang doorgestuurd. Zodoende is WhatsApp een krachtige distributeur van ‘nepnieuws’ en complottheorieën.

    Net als op open sociale platforms wordt solidariteit binnen een WhatsApp-groep vooral opgebouwd door een of ander onrecht op te werpen, of een vijand die een bedreiging vormt. In het oog springende voorbeelden zijn de complottheorieën over politieke tegenstanders, bijvoorbeeld dat ze pedofiel zijn of samenspannen met buitenlandse machten. Dergelijke geruchten, die makkelijk te weerleggen zijn, gingen op verschillende platforms volop rond tijdens de succesvolle verkiezingscampagnes van Modi, Bolsonaro en Donald Trump.

    Het plotseling uitroepen van bedreigingen en onrecht in een groep verloopt vaak volgens een bepaald patroon. Het begint meestal met één deelnemer die speculeert dat de groep wordt gedupeerd of het doelwit is van een instelling of een concurrerende groep – of het nu een openbare dienst, een bedrijf of een culturele gemeenschap is. Een tweede deelnemer stemt ermee in. In deze fase wordt het voor een derde al riskant om de instelling of groep in kwestie te verdedigen, en daarmee zijn een nieuwe vijand en een nieuwe wrok in het leven geroepen. Vrijwel meteen krijgen de waarschuwingen en aanklachten die nu binnen de groep rondgaan een niveau van authenticiteit die niet kan worden weerlegd door de persoon, instelling of gemeenschap in kwestie.

    Veel groepen hebben een instinctief scepticisme ontwikkeld tegenover alles wat uit de “mainstream” komt

    Maar wat als de eerste deelnemer iets verkeerd heeft begrepen of gelezen, of een stressvolle dag heeft gehad en stoom moet afblazen? En wat als de tweede alleen maar instemt om de eerste beter te laten voelen? En wat als de andere leden te afgeleid zijn, dan wel te geremd of te moe om iets te zeggen om diens verontwaardiging tegen te gaan? Natuurlijk hoeft zo’n proces niet te leiden tot samenzweringstheorieën die rellen of brandstichtingen veroorzaken. Maar zelfs in mildere vormen maakt deze gang van zaken het verstrekken van officiële – soms levensreddende – informatie veel moeilijker dan tien jaar geleden. Informatie over openbare diensten en gezondheidsrisico’s moet in steeds grotere mate door een opeenhoping van overlappende groepen heen zien te dringen, waarvan vele bovendien een instinctief scepticisme hebben ontwikkeld tegenover alles wat uit de ‘mainstream’ komt.

    Instellingen lopen er onder andere tegen aan dat er vaak een vreemde emotionele troost zit in het gedeelde gevoel van vervreemding en passiviteit. ‘Daar zijn we nooit van op de hoogte gebracht’, ‘niemand heeft ons iets gevraagd’, ‘we worden genegeerd’. Dit zijn de heersende opvattingen van onze politieke tijdgeest. Nu nieuws en informatie steeds vaker via WhatsApp worden verspreid, dreigt er een vicieuze cirkel te ontstaan: de openbare wereld schijnt ons steeds verder weg, onpersoonlijker en onechter toe, terwijl de privégroep de plek wordt voor sympathie en authenticiteit.

    Dit is een nieuwe wending in de evolutie van het sociale internet. Sinds de jaren negentig belooft het internet connectiviteit, openheid en inclusiviteit, waarna het te maken kreeg met de onvermijdelijke bedreiging van privacy, veiligheid en identiteit. Groepen daarentegen zorgen ervoor dat mensen zich veilig en verankerd voelen, maar dragen ook bij aan de opsplitsing van het maatschappelijk middenveld in afzonderlijke, elkaar onbekende kliekjes. Dit is het resultaat van meer dan twintig jaar ideologische strijd over wat voor soort sociale ruimte het internet zou moeten zijn.

    Web 2.0

    Aan het begin van het millennium vormden de O’Reilly Emerging Technology Conferences (of ETech) een paar jaar lang dé plek waar een nieuwe digitale wereld werd vormgegeven en besproken. Deze conferenties, gelanceerd door mediaondernemer Tim O’Reilly en jaarlijks georganiseerd in Californië, trokken een mix van nerds, goeroes, ontwerpers en ondernemers die meer door nieuwsgierigheid dan vanuit commerciële overwegingen bijeen werden gedreven. In 2005 bedacht O’Reilly de term ‘web 2.0’ om een ​​nieuwe golf van websites te beschrijven die gebruikers met elkaar verbonden, in plaats van met bestaande offline instellingen. Later dat jaar werd de domeinnaam facebook.com gekocht door een 21-jarige student van Harvard en was het tijdperk van de reusachtige socialemediaplatforms aangebroken.

    Binnen deze korte periode bestonden er concurrerende ideeën over hoe een wenselijke online community eruit zou kunnen zien. De meer idealistische techgoeroes die ETech bijwoonden, drongen erop aan dat het internet een open openbare ruimte zou blijven, zij het een waarin bepaalde gemeenschappen konden clusteren voor hun eigen specifieke doeleinden, zoals het creëren van open-source softwareprojecten of het opstellen van Wikipedia-vermeldingen. Het onbenutte potentieel van internet lag volgens hen in de bevordering van de democratie. Maar voor bedrijven als Facebook bood internet de mogelijkheid om massaal gegevens over gebruikers te verzamelen, en bood het de potentie van meer toezicht. De opkomst van de gigantische platforms vanaf 2005 suggereerde dat deze laatste opvatting had gewonnen. Toch zijn we door een vreemde wending nu ineens getuige van een heropleving van anarchistische, zelforganiserende digitale groepen – die eveneens in handen zijn van Facebook. De twee concurrerende visies zijn met elkaar in botsing gekomen.

    Om te zien hoe dat zo is ontstaan, is het interessant om terug te gaan naar 2003. Tijdens de ETech-conferentie dat jaar werd een belangrijke speech gehouden door webfanaat en schrijver Clay Shirky, nu academicus aan de New York University, die zijn publiek verraste door te verklaren dat de taak om succesvolle online communities te ontwerpen vrijwel niets met technologie te maken had. De lezing, waarin Shirky terugkeek op een van de meest vruchtbare periodes in de geschiedenis van de sociale psychologie, had als titel ‘Een groep is haar eigen ergste vijand’.

    Shirky putte uit het werk van de Britse psychoanalyticus en psycholoog Wilfred Bion, die samen met Kurt Lewin een van de pioniers was van de bestudering van ‘groepsdynamiek’ in de jaren veertig. De centrale stelling van deze school was dat groepen psychologische eigenschappen bezitten die onafhankelijk van hun individuele leden bestaan. In groepen merken mensen dat ze zich gedragen op manieren waarop ze zich nooit zouden gedragen als ze in hun eentje handelden.

    Evenals door Stanley Milgrams beruchte reeks experimenten in de vroege jaren zestig om gehoorzaamheid te testen – waarbij sommige deelnemers werden overgehaald om anderen schijnbaar pijnlijke elektrische schokken toe te dienen – groeide de bezorgdheid over de groepsdynamiek halverwege de twintigste eeuw in de schaduw van de politieke verschrikkingen van de jaren dertig en jaren veertig, die ernstige vragen hadden opgeworpen over hoe een individu afstand doet van zijn moreel besef. Lewin en Bion stelden dat groepen hun eigen persoonlijkheden bezitten, die organisch ontstaan ​​door de interactie van hun leden, ongeacht welke regels ze hebben meegekregen of wat ze normaliter rationeel zouden doen.

    Met het aanbreken van de jaren zestig, het tijdperk van meer individualistische politieke verwachtingen, begon de belangstelling van psychologen voor groepen af ​​te nemen. De veronderstelling dat individuen door conformisme worden geregeerd verloor aan kracht. Toen Shirky het werk van Bion op de O’Reilly-conferentie in 2003 opbracht, was dat controversieel. Wat hij terecht opmerkte was dat, bij gebrek aan expliciete structuren of regels, veel online gemeenschappen vochten tegen de ontwrichtende dynamiek die de psychologen van de jaren veertig fascineerde.

    Shirky benadrukte in het bijzonder één gebied van Bions werk: hoe groepen spontaan hun eigenhandig vastgestelde doelen saboteren. Het mooie van vroege online communities, zoals listservs, message boards en wiki’s, was de geest van egalitarisme, humor en informaliteit. Maar deze zelfde eigenschappen werkten hen vaak tegen als het erom ging iets constructiefs gedaan te krijgen, en konden hinderlijk en ergerniswekkend worden. Als binnen de ene groep de andere groep eenmaal werd bespot of als tegenstander beschouwd, was het heel moeilijk daarvan terug te komen.

    Net als een goed ontworpen park of straat, kan een goed ontworpen online ruimte gezonde gezelligheid bevorderen

    Bion maakte zich zorgen over de duistere impulsen van de mensheid. De visie die Shirky die dag aan zijn publiek voorlegde, was optimistischer. Als de ontwerpers van online ruimtes verstorende ‘groepsdynamiek’ zouden kunnen voorkomen, betoogde hij, dan zou het mogelijk worden om samenhangende, productieve online gemeenschappen te creëren die zowel open waren als constructief. Net als een goed ontworpen park of straat, kan een goed ontworpen online ruimte gezonde gezelligheid bevorderen zonder dat er beleid, toezicht of uitsluiting van buitenstaanders aan te pas hoeft te komen. Tussen het ene uiterste van anarchistische chaos (trollen) en het andere uiterste van strikte moderatie en regulering van de gesprekken (bij wijze van autoriteitsfiguur), hield het denken in termen van groepsdynamiek voor hem de belofte in van een sociaal web dat nog grotendeels zelforganiserend was, maar ook relatief overzichtelijk.

    Maar er diende zich nog een andere oplossing aan voor hetzelfde probleem, waarvan de gevolgen de wereld zouden veranderen: de groepsdynamiek werd vervangen door de reputatiedynamiek. Als iemand online bepaalde offline kenmerken heeft, zoals een functie, een album met getagde foto’s, een lijst met vrienden en een e-mailadres, zal diegene zich gedragen op een manier die past bij deze openbare identiteitsgegevens. Voeg steeds meer toezicht toe aan de mix, zowel door collega’s als door bedrijven, en het probleem van spontane groepsdynamiek verdwijnt. Als je openbaar zichtbaar bent is het gemakkelijker om je zelfbeheersing te bewaren en gewetensvol te zijn, zelfs tegenover vrienden, familie en collega’s.

    Voor veel van de Californische pioniers op het gebied van cybercultuur, die online gemeenschappen koesterden als een ontsnapping aan de waarden en beperkingen van de kapitalistische samenleving, betekent de overwinning van Zuckerberg een regelrechte nederlaag. Het was nooit de bedoeling dat bedrijven de controle over deze ruimte zouden krijgen. In 2005 hoopte men nog dat het sociale web zou worden opgebouwd rondom democratische principes en gemeenschappen van onderaf. Facebook heeft dat hele idee opgegeven door van internet simpelweg een multimediale telefoongids te maken.

    De laatste ETech vond plaats in 2009. Minder dan tien jaar later zou Facebook ervan worden beschuldigd de liberale democratie tot het uiterste te hebben gedreven en de waarheid zelf te hebben vernietigd. Maar nu de eisen van sociale media, waarop we allemaal een profiel hebben samengesteld en een identiteit opgebouwd, steeds zwaarder op ons drukken, is de verleiding van de autonome groep weer opgedoken. In sommige opzichten is de optimistische bezorgdheid van Shirky de pessimistische bezorgdheid van vandaag geworden. Mede dankzij WhatsApp is het ongemodereerde, zelfbesturende, amorele collectief – groter dan een gesprek, kleiner dan een publiek – een dominante en ontwrichtende politieke macht geworden in onze samenleving, zoals figuren als Bion en Lewin reeds vreesden.

    Het medium is de boodschap

    Conspiracytheorieën en paranoïde groepsdynamiek kenmerkten het politieke leven al lang voordat WhatsApp bestond. Het heeft geen zin om de app de schuld te geven van het bestaan ervan, net zo min als het logisch is om Facebook de schuld te geven van de Brexit. Maar door te kijken naar de soorten gedrag en sociale structuren die technologieën mogelijk maken en uitvergroten, krijgen we een beter beeld van bepaalde eigenschappen en kwalen van de samenleving. Wat zijn de neigingen die door WhatsApp worden versterkt?

    Allereerst is er het probleem van samenzweringen in het algemeen. WhatsApp is zonder twijfel een ongeëvenaard kanaal voor het circuleren van complottheorieën, maar we moeten ook onder ogen zien dat het een uitstekend hulpmiddel lijkt te zijn voor het faciliteren van echt samenzweringsgedrag. Een van de grote problemen bij het overwegen van een samenzweringstheorie in de wereld van vandaag is dat sommige samenzweringen waar blijken te zijn: denk aan het Libor-schandaal, het afluisteren van telefoons of de inspanningen van Labour-partijfunctionarissen om de electorale vooruitzichten van Jeremy Corbyn te dwarsbomen. Dat gebeurde allemaal echt, maar iemand die erover had gespeculeerd zou totdat het tegendeel werd bewezen als een complottheoreticus zijn weggezet.

    Een communicatiemedium dat groepen van maximaal 256 mensen verbindt, zonder enige publieke zichtbaarheid en wordt gebruikt op de telefoon in je zak, is van nature zeer geschikt om geheimhouding te ondersteunen. Uiteraard telt niet elke groepschat als een ‘samenzwering’. Maar het medium maakt dat de samenleving, wie met wie geassocieerd wordt, een kwestie wordt van speculatie – iets dat een zweem van samenzwering met zich meedraagt. In die zin is WhatsApp niet alleen een kanaal voor het verspreiden van complottheorieën, maar voedt het ze bovendien. Het medium is de boodschap.

    Het volledige politieke potentieel van WhatsApp is in het VK voor zover bekend nog niet benut. Tot op heden heeft het niet gediend als effectief instrument voor politieke campagnes, deels omdat gebruikers terughoudend lijken om zich aan te sluiten bij grote groepen mensen die ze niet kennen. De invloed – al dan niet reëel – van WhatsApp-groepen binnen Westminster en de media draagt ​​ongetwijfeld bij aan het gevoel dat het openbare leven een schijnvertoning is, waarachter onzichtbare netwerken schuilgaan die de macht coördineren. WhatsApp is een soort ‘backstage’ van het openbare leven geworden, waar mensen worden geacht onder woorden te brengen wat ze echt denken en heimelijk geloven. Dit is een kenmerk dat al lange tijd complottheorieën aanwakkert, vooral antisemitische. Onzichtbare WhatsApp-groepen kunnen in die zin dienen als een soort moderne variant op vrijmetselaarslodges of de Rothschilds.

    Binnen de veiligheid van de groep wordt het mogelijk om tegelijkertijd radicaal en orthodox te zijn, zowel sceptisch als volgzaam

    Voorbij de wereld van de partijpolitiek en nieuwsmedia, ligt een samenleving in het verschiet die een aaneenschakeling is van overlappende kliekjes, elk met hun eigen overtuigingen. Groepen zullen eerder geneigd zijn anders denken en het nemen van risico’s te ontmoedigen, en deelnemers aansporen tot conformiteit, zij het vaak aan de hand van normen die vijandig staan ​​tegenover die van de ‘mainstream’, of dat nu de media, de politiek of professionele ambtenaren zijn die gewoon hun werk doen. Binnen de veiligheid van de groep wordt het mogelijk om van beide walletjes te eten, om tegelijkertijd radicaal en orthodox te zijn, zowel sceptisch als volgzaam.

    Ondanks alle voordelen die WhatsApp biedt om mensen te helpen zich dicht bij anderen te voelen, is de snelle opkomst tegelijk een zoveelste teken van hoe een gemeenschappelijke openbare wereld – gebaseerd op geverifieerde feiten en erkende procedures – uit elkaar valt. WhatsApp is goed uitgerust om communicatie in de marge van instellingen en publieke discussie te ondersteunen: afkerigen die coups beramen, ouders die roddelen over leraren, vrienden die scherpe memes delen, journalisten die geruchten verspreiden, familieleden die onofficieel medisch advies doorsturen. Een samenleving die alleen in zulke marges eerlijk spreekt, zal het moeilijker vinden om de legitimiteit van deskundigen, ambtenaren en vertegenwoordigers die per definitie in de schijnwerpers staan, te erkennen. Ondertussen worden wantrouwen, vervreemding en samenzweringstheorieën de norm, waardoor de instellingen die ons bij elkaar zouden kunnen houden, steeds verder afbrokkelen.