Tag: Samsung

  • Zuid-Korea: Samsung-werknemers staken voor het eerst in 55 jaar

    Zuid-Korea: Samsung-werknemers staken voor het eerst in 55 jaar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » President Biden reageert fel op roep om terugtreden na slecht debat

    » Oekraïne in rouw na Russische raketaanval op kinderziekenhuis

    De staking komt na maanden van mislukte onderhandelingen

    Duizenden werknemers van Samsung Electronics zijn in staking gegaan, schrijft de Zuid-Koreaanse krant Kyunghyang Shinmun. Het is de eerste grote werkonderbreking in de 55-jarige geschiedenis van de IT-gigant. De staking, die naar verwachting drie dagen zal duren, komt na maanden van mislukte onderhandelingen tussen het bedrijf en de vakbond over lonen en arbeidsvoorwaarden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De National Samsung Electronics Union (NSEU), die meer dan 30.000 werknemers vertegenwoordigt, eist een hogere loonsvermhoging, meer vakantiedagen en een transparantere methode voor het toekennen van bonussen. De vakbond beweert ook dat het bedrijf ondanks recordwinsten de afgelopen jaren de lonen van de werknemers niet eerlijk heeft verhoogd.

    Samsung heeft de staking bekritiseerd en noemde het ‘onnodig’ en ‘schadelijk voor het bedrijf’. Het bedrijf heeft aangeboden om de lonen met 5,1 procent te verhogen, maar de vakbond heeft dit aanbod verworpen. Of de staking zal leiden tot het behalen van de doelstellingen van de vakbond is nog onduidelijk. 

  • ‘Accugekte’: waarom zouden we zelf accu’s produceren als China het beter kan?

    ‘Accugekte’: waarom zouden we zelf accu’s produceren als China het beter kan?

    Nu in de komende decennia elektrisch rijden de strandaard wordt, zijn accu’s de industrie van de toekomst. De VS en Europa steken veel geld in nieuwe fabrieken. Maar, stelt Robin Harding van Financial Times, rijke landen zullen het afleggen tegen China.

    Accu’s, accu’s, accu’s. De wedloop om deze industrie van de toekomst binnen te halen en de elektrische voertuigen aan te drijven die de wegen zullen overheersen is even hectisch als de jacht op AAA-batterijen nadat een achtjarige zijn verjaardagscadeautjes heeft uitgepakt.

    Dankzij een orgie van subsidies in het kader van president Bidens Inflatiereductiewet worden er overal in de VS gigafabrieken gebouwd, terwijl het Verenigd Koninkrijk worstelt met de mislukking van zijn enige grote accuproject. Een teken van de door accu’s veroorzaakte onzekerheid is het aantal start-ups dat zich onder deze vlag schaart, met namen als Britishvolt (inmiddels failliet) of American Battery Factory.

    De accugekte laat zich simpel verklaren. In de toekomst zullen alle auto’s elektrisch zijn. En elektrische voertuigen hebben een accu nodig. Ergo, een bloeiende auto-industrie heeft accufabrieken nodig. Dit is tot op zeker hoogte waar en de verkoop van accu’s zal ongetwijfeld een hoge vlucht nemen. Maar waar de gekte aan voorbijgaat is dat vele jaren ervaring hebben aangetoond dat accu’s slechte handel zijn: lage winstmarge, kapitaalintensief, smerig en onderhevig aan ernstige fysieke beperkingen die technologische vooruitgang in de weg staan. Investeerders en landen die zich massaal op deze bedrijfstak storten, zullen op de blaren moeten zitten.

    Misleidend

    De grootste accuproducenten, die niet prat gaan op gigafabrieken, zijn allemaal gevestigd in Azië. Sony pionierde in de jaren negentig met de lithium-ion-accu, maar stopte na jarenlange pogingen om de productie winstgevend te maken. Het Japanse Panasonic en het Zuid-Koreaanse Samsung SDI en LG Energy Solution, de meest gevestigde namen in de bedrijfstak, hebben hun verkoop de pan uit zien rijzen, maar zelfs in goede jaren hebben ze grote moeite om op een omzet van tientallen miljarden dollars een brutowinstmarge van tien procent te behalen. De meest winstgevende en snelst groeiende accuproducent is het Chinese CATL, een goede aanwijzing voor hoe het uiteindelijk met deze bedrijfstak zal aflopen.

    De economische basiswetten van de accuproductie verklaren de financiële resultaten. Je moet een grote hoeveelheid schaarse grondstoffen inslaan – waarvan nikkel en lithium nog tot de minst exotische behoren – en die op grote schaal tot cellen verwerken met behulp van miljoenen dollars kostende machines. De resulterende productie verkoop je op een markt die vrijwel volledig business-to-business is en geen merkbekendheid of aftersales-inkomsten kent. De onderhavige processen zijn gelinkt aan de chemische industrie. Lichte industrie kun je het niet noemen.

    Door de snelheid waarmee elektrische voertuigen veranderen is de indruk ontstaan dat accu’s zich snel ontwikkelen. Maar dat is misleidend. De basistechnologie bestaat al meer dan een eeuw en heeft slechts trage, lineaire vooruitgang geboekt. Accu’s zijn een kwestie van chemie. Je kunt ze niet gewoon maar kleiner maken, zoals een transistor.

    Schaal, kapitaal en kosten: dat wijst allemaal in de richting van China

    De chemie van elke accu – de combinatie van anode- en kathodemateriaal – beperkt de hoeveelheid energie die deze kan bevatten: zijn elektrochemische potentieel. De grootste prestatiesprongen zijn geboekt dankzij nieuwe chemische oplossingen, zoals de overstap op lithium. Maar een accu moet werken als het warm is en als het koud is; hij moet voldoende snel een voldoende aantal keren een voldoende hoeveelheid energie laden en afgeven; hij moet veilig zijn; en hij moet betaalbaar zijn. Elke beperking aanpakken met geheel nieuwe technologie is ongelooflijk moeilijk.

    Er is sprake van een gestage, toenemende innovatie op anode-, kathode- en scheidingsgebied, al komt de meerwaarde daarvan dikwijls ten goede aan gespecialiseerde chemische bedrijven en niet aan accuproducenten. De meeste winst in de hedendaagse industrie wordt geboekt door ‘al doende te leren’ en daarmee kosten te besparen terwijl de volumes groeien, maar daarbij schuilt het geheim van het succes opnieuw in enorme schaalvergroting en kapitaalinvesteringen, en niet in specifieke technische doorbraken.

    Toekomst

    Schaal, kapitaal en kosten: dat wijst allemaal in de richting van China. Gigantische accufabrieken in rijke landen zullen vermoedelijk door hetzelfde lot worden getroffen als fabrieken van zonnepanelen en televisies en, inderdaad, een vorige generatie accufabrieken in rijke landen. Zeker is in elk geval dat er geen tiental nationale accufabrieken zal zijn om een tiental nationale autofabrieken te bevoorraden.

    Wat moet een rijk land met een grote auto-industrie dan doen? Accu’s zijn zwaar dus er kan een voordeel schuilen in plaatselijke fabricage, vooral als er handelsbelemmeringen zijn. Ook kan de groei van de Chinese export worden belemmerd door geopolitieke risico’s. Wordt de accu echter een basisproduct, dan zullen landen die er grote hoeveelheden geld in steken de echte meerwaarde van toekomstige voertuigen mislopen. Die zal gelegen zijn in de software, vooral voor zelfrijdende voertuigen; in de data die een bestuurder genereert; in design, merkbekendheid en interieurkwaliteit; en in de veiligheid van wat altijd een grote metalen doos zal blijven die snel gaat.

    Silicon Valley heeft dat allemaal al bedacht en wacht op zijn kans. Het zal niet lang meer duren voordat ze zich daar in de strijd om de toekomst van de auto-industrie werpen. En die zal niet worden gewonnen door nationale gigafabrieken.

    Lees ook:

  • De mensen die ondanks corona jouw smartphone in elkaar zetten

    De mensen die ondanks corona jouw smartphone in elkaar zetten

    Arbeiders in Vietnam worden dag en nacht in fabrieken te werk gesteld om ervoor te zorgen dat producten van Samsung, Apple en andere cruciale techproducenten tijdens de pandemie de schappen blijven vullen.

    Lam Le, actief als freelance journalist in Hanoi, schreef voor Rest of World een artikel over de omstandigheden in de techfabrieken van Vietnam tijdens de lockdown. Omstandigheden die iedereen aangaan, want, zo schrijft Lam Le: ‘Als een opgewonden koper een gloednieuwe Samsung-telefoon uit de verpakking haalt, dan is die telefoon waarschijnlijk voor het laatst aangeraakt op een industrieterrein in Noord-Vietnam. Vietnam is namelijk de grootste productiebasis van Samsung ter wereld. In het noorden produceert het Zuid-Koreaanse bedrijf mobiele telefoons en tablets en in het zuiden consumentenelektronica zoals wasmachines en koelkasten.

    Tienduizenden werknemers van Samsung wonen er in kale, steriele slaapzalen of in krappe huurwoningen die in de jaren 2010 zijn verrezen in de rijstvelden rondom de fabrieken. De meeste werknemers hebben hun ouders en familie achtergelaten op het platteland, gelokt door het vooruitzicht van stabiliteit en een beter loon in de industriegebieden. Als je erdoorheen rijdt, zie je logo’s van grote bedrijven als Canon en van Foxconn, de belangrijkste toeleverancier van Apple.’

    In 2020 en aan het begin van dit jaar leek Vietnam het coronavirus aanvankelijk op onverklaarbare wijze te weerstaan. De export van elektronica steeg explosief. Maar tegen eind mei begonnen de covid-19-gevallen snel op te lopen; er ontstonden besmettingsclusters rond de productiecentra in het noorden, en in de steden en productiecentra die tot dan toe normaal functioneerden, begon het dagelijks leven hinder te ondervinden.

    In sommige gevallen kregen werknemers zelfs vroegtijdig toegang tot vaccins

    Grote technologiebedrijven, die al te lijden hadden onder verstoringen in de toeleveringsketen in andere delen van de wereld, konden het zich niet veroorloven de productie in Vietnam stil te leggen. In plaats daarvan hielden zij hun fabrieken op alle mogelijke manieren draaiende: door werknemers in isolatie te plaatsen, hen te onderwerpen aan strenge viruscontroles, veel geld uit te geven aan huisvesting, de lonen te verhogen en in sommige gevallen zelfs vroegtijdig toegang te geven tot vaccins.

    Terwijl consumenten in het Westen te horen kregen dat hun gadgets dit jaar waarschijnlijk niet op tijd voor Kerstmis zouden aankomen vanwege een wereldwijd tekort aan chips en overvolle zeehavens, stelde de Vietnamese regering fabriekseigenaren in feite voor een ultimatum: fabrieken sluiten of een veilige manier vinden om werknemers te isoleren van de rest van de bevolking.

    Verhuizen

    Eind mei werden de werknemers van Samsung Display in de Vietnamese industrieprovincie Bac Ninh voor een soortgelijke keuze gesteld: ze konden thuisblijven zonder diensten te draaien en dus zonder inkomsten, of verhuizen naar door het bedrijf aangewezen woonruimte en hun baan behouden, met een beetje extra loon als goedmakertje.

    Nam, een drieëntwintigjarige die op de afdeling milieuveiligheid van Samsung werkt, koos voor het laatste. Hij had niet veel te verliezen. Binnen enkele dagen bevond hij zich in de zinderende zomerhitte van 38 graden met een tiental collega’s in een nabijgelegen school, in een verlaten klaslokaal zonder bedden, ventilatoren of airconditioning. Slechts enkele van zijn collega’s droegen gezichtsmaskers. ‘Daarbinnen was de telefoon mijn enige vriend’, zegt Nam. Overigens is zijn naam, en die van andere arbeiders, veranderd om hen te beschermen tegen represailles.

    Na twee dagen lang klagen werden de arbeiders overgeplaatst naar een fabrieksterrein waar de grenzen tussen werkplek en thuis compleet vervaagden. Bijna drie weken lang sliep Nam op een matras in een magazijn, samen met ongeveer honderd andere mannelijke collega’s, en pendelde hij tussen zijn slaapplek, de bedrijfskantine en de productielijn die onophoudelijk bleef draaien. Zijn leven draaide om beeldschermen; voor de fabriek het belangrijkste product en voor Nam zijn broodwinning. In de schaarse pauzes verschoof zijn aandacht naar het beeldscherm van zijn telefoon, de enig mogelijke vorm om contact te onderhouden met familie en vrienden.

    Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid

    Dit coronaregime, waaronder Nam en de anderen moesten werken, wordt ‘drie-op-één-plek’ genoemd: werknemers werken, eten en slapen in dezelfde ruimte. Samsung was een van de eersten die deze door de Vietnamese regering opgelegde regeling volgde. De regering voelde zich verplicht om haar ‘zero covid’-strategie kracht bij te zetten en buitenlandse investeerders te verzekeren dat toeleveringsketens in hoog tempo producten zouden blijven rondpompen, denkt Le Hong Hiep, van het economische onderzoekscentrum ISEAS-Yusof Shak Institute in Singapore.

    Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid. Ze spreken van een zomer van schijnbaar eindeloze arbeid, verergerd door weinig slaap en geen enkele privacy. In anonieme gesprekken maar ook publiekelijk op TikTok en Facebook, deelden ze verhalen over constante wachtrijen, controles, en lange werkdagen die eindigden met nachtrust op matjes, kartonnen bedden of in tenten.

    ‘Die arbeiders hebben waarschijnlijk de economie van Vietnam gered’, zegt Julien Brun, managing partner bij CEL, een adviesbureau voor toeleveringsketens in Ho Chi Minh-stad. ‘Zonder hen zouden fabrieken hebben moeten sluiten en waren alle activiteiten stil komen te liggen.’

    Elektronica-industrie

    Aan het begin van dit millennium richtte Vietnam zich op het ontwikkelen van een elektronica-industrie. Samsung opende in 2009 een smartphonefabriek in Bac Ninh in het noorden. In Ho Chi Minhstad in het zuiden, dat van oudsher al migranten aantrok, vestigde Intel zich met een enorme chipfabriek en testfaciliteiten in 2010.

    Maar de hoofdprijs was het onontwikkelde noorden, met wegverbindingen naar de hoofdstad Hanoi, de havenstad Haiphong en de Chinese grens. In de loop van twee decennia, terwijl Vietnam toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie, vrijhandelsovereenkomsten ondertekende en de vennootschapsbelasting verlaagde en ondertussen overvloedige goedkope arbeidskrachten leverde, kwamen steeds meer grote spelers naar de noordelijke kust.

    Na Samsung kwamen Apple-leveranciers Foxconn, Luxshare, GoerTek en anderen. Uitgestrekte rijstvelden in Bac Ninh en Bac Giang veranderden in snelwegen, slaapzalen en strakke raamloze fabrieken waar telefoons en tablets in elkaar worden gezet om naar eindgebruikers te worden verscheept, en waar ook elektronische componenten worden gemaakt. In 2020, twintig jaar na het begin, was Vietnam opgeklommen van de zesenveertigste naar de elfde plaats op de ranglijst van grootste elektronicaexporteurs ter wereld.

    Die opkomst was ook speelbal van externe gebeurtenissen. Terwijl de handelsoorlog tussen de VS en China meer productie naar Vietnam bracht, werkte de pandemie dit weer tegen, waardoor fabrieksuitbreidingen voor Apple AirPods en Google Pixel-telefoons werden uitgesteld.

    Lees ook:

    Besmettingen in de noordelijke productiezones waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam

    De eerste echte schok kwam in mei 2021, toen leveranciers van Samsung en Apple zagen dat de zeer besmettelijke deltavariant zich als een lopend vuurtje door krappe arbeidersverblijven verspreidde. Clusters van besmettingen in de noordelijke productiezones van Bac Giang en Bac Ninh waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam. Op 17 mei bevalen de autoriteiten van Bac Giang sluiting van vier industriële zones waardoor fabrieken van Foxconn en Luxshare, beide leveranciers van Apple, werden gedwongen hun activiteiten gedurende tien dagen te staken.

    De bedrijven werden verrast, want de achttien voorgaande maanden tijdens welke de pandemie buiten de deur werd gehouden, hadden vertrouwen gewekt. ‘Niemand was erop voorbereid’, zegt Julien Brun, die zich herinnert hoe zijn klanten – elektronica-, textiel- en meubelproducenten – moesten improviseren toen ‘drie-op-één-plek’ werd ingevoerd. ‘Niemand had een perfect plan. Het was zoiets als: “Oké, we hebben nog twee dagen. Schrijf je in voor twee maanden. Neem je spullen mee en we zien wel hoe gaat.”’

    Vergeleken met werknemers van Samsung Display hadden bepaalde arbeiders het geluk om in hotels te worden geplaatst, hetgeen voor bedrijven soms aanzienlijke kosten met zich meebracht. In juli werd Viet, een onderaannemer van een project bij Intel, opgepikt in zijn huis in de ‘rode zone’, een gebied met een hoge besmettingsgraad in Ho Chi Minhstad, en vervolgens ondergebracht in een vijfsterrenhotel. Daar leefde hij een enigszins luxueus, zij het repetitief leven, nam foto’s van de skyline, deed squats en push-ups, keek films op zijn flatscreen-tv en woonde op zondagen online de mis bij.

    Vanwege zijn cruciale en moeilijk te vervangen functie woonde Viet zonder huisgenoten, om het risico op infectie te minimaliseren.

    ‘Ik had geluk’, zegt hij. ‘Was ik thuis gebleven, dan was ik mogelijk wel besmet geraakt.’ Zelfs rijke families in Ho Chi Minhstad waren bang dat ze niet aan voldoende voedsel konden komen. Elke werkdag nam Viet de bus door de stille, afgesloten stad, samen met vijftien andere arbeiders, in een voertuig met vijftig zitplaatsen.

    Foxconn

    Ook bij Foxconn was de waarde van arbeiders duidelijk. De in Taiwan geregistreerde Apple-toeleverancier wist precies wat hij moest doen. Twee medewerkers van een lokale dochteronderneming vertellen over een zeer gereguleerd programma met QR-trackingcodes, desinfectie, segregatie en zelfs voorrang tot vaccins.

    Dat, vijfentwintig, die drie jaar bij Foxconn werkte, waar hij iPhone-oplaadkabels maakte, zegt dat hem een loonsverhoging werd aangeboden waardoor zijn maandloon met bijna een derde steeg naar tussen de 13 miljoen en 14 miljoen Vietnamese dong, ruim 500 euro. Hij werd medio juni gevaccineerd, kort nadat de fabriek zijn activiteiten weer mocht hervatten. Hij behoort daarmee tot de eerste 2 procent van de ongeveer 100 miljoen inwoners die werd gevaccineerd.

    In ruil daarvoor moest hij elke werkdag om 6 uur ’s ochtends opstaan en zich vervolgens haasten om samen met zijn zeven huisgenoten in de brandende zon te wachten op een shuttlebus. Hij scande elke dag zijn QR-code op zijn busstoel, elke keer dezelfde code, en dan nog eens tijdens de lunch in de kantine die uit voorzorg in hokjes was verdeeld. Boven de hoofden van de etende werknemers hing een groot bord met de instructie: ‘Als je klaar bent met eten, ga dan meteen aan de slag. Niet praten.’ Die strenge regels stelden Dat zelfs gerust. ‘Ik had respect voor mijn eigen gezondheid.’

    Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel

    De bedrijven moesten hiervoor diep in de buidel tasten. Het kostte Intel in een maand tijd 140 miljard dong, ongeveer 5,3 miljoen euro, hetgeen volgens het bedrijf een blijvend effect heeft op de budgettering en productieplannen. Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel voor het continueren van de activiteiten gedurende de zomer. Foxconn reageerde niet op verzoeken om commentaar.

    Toch waren wijdverbreide fabriekssluitingen uiteindelijk onvermijdelijk. De fabriek voor consumentenelektronica van Samsung in Ho Chi Minhstad werd voor een korte periode gesloten voordat de productie werd hervat met ‘drie-op-één-plek’. Foster Electric, een leverancier van Apple in de provincie Binh Duong, huisvestte zijn arbeiders in tenten. Enkele elektronicafabrieken die ‘drie-op-één-plek’ hanteerden, registreerden ondanks alle voorzorg toch uitbraken.

    ‘Het zijn de beroemde bedrijven die de neiging hebben om elk risico op een slecht imago te vermijden’, zei Julien Brun. ‘Maar bij gewone onderaannemers die niemand kent, heb ik machtsmisbruik gezien.’

    Een dochteronderneming van het Japanse bedrijf Nidec was wat dat betreft berucht. Op 17 augustus werd de fabriek van Nidec in Ho Chi Minhstad door de lokale autoriteiten gesloten omdat niet aan de veiligheidsnormen werd voldaan. Er waren positieve gevallen van covid-19 ontdekt onder werknemers die waren gehuisvest in tenten in een op een parkeergarage gelijkend gebouw van drie verdiepingen. Eerder, in juli, waren de activiteiten van het bedrijf ook al eens opgeschort nadat werknemers positief waren getest.

    Tiktok

    Vanaf juli kregen de fabrieken weer ademruimte: de strijd begon vruchten af te werpen en de Vietnamese productie-index voor computers, elektronica en optische producten begon maand-op-maand weer te verbeteren. Afgelopen september overtrof de index zelfs het niveau van twee jaar geleden, maar bleef nog wel onder dat van vorig jaar.

    Bedrijven hebben zich ook aangepast. Na klachten heeft Samsung Display waterleidingen gerepareerd, douches geïnstalleerd en meer dekens en matten geleverd aan zijn vrouwelijke werknemers, zo vertelt Lien, een onderaannemer. Ze zegt dat haar angst is afgenomen. Werknemers worden regelmatig twee tot drie keer per week getest en ‘iemand die zijn mondkapje afdoet, moet zich onmiddellijk laten testen’. Sommige van haar nerveuze collega’s hebben ervoor gekozen om zich terug te trekken en thuis te blijven, hetgeen een grotere werkdruk betekent voor degenen die zijn gebleven.

    Het leven van deze werknemers is normaal gesproken ondoorzichtig voor buitenstaanders, gezien de geldende beperkingen op het delen van informatie. Die gaan zelfs zover dat sommige arbeiders zeggen dat wanneer ze de fabriek binnenkomen, hun telefooncamera’s worden afgedekt met een zegel om lekken van productinformatie te voorkomen.

    Er ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven

    Toch ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven. Sommigen filmpjes tonen enorme fabrieksgebouwen; op andere zijn lange rijen jonge mensen te zien die op motorfietsen naar een fabriek rijden en weer andere tonen werknemers die telefoons in elkaar zetten. Vaak worden fragmenten van dagelijkse routines verweven met melancholische liedjes. ‘De grootste fout in mijn jeugd, was het inwisselen van een schooluniform voor het uniform van een fabrieksarbeider’, is te horen op een achtergrondtrack, die in al meer dan drieduizend video’s is gebruikt.

    In augustus maakte het ministerie van Industrie en Handel bekend dat werknemers vermoeid raakten en dat de kosten van ‘drie-op-één-plek’ te hoog opliepen. Eind september gaf Vietnam aan niet langer een ‘zero covid’-strategie te zullen nastreven. In plaats van een hele fabriek te sluiten als een paar positieve gevallen worden ontdekt, hoeven nu alleen naaste contacten van geïnfecteerde werknemers te worden geïsoleerd. Voor volledig gevaccineerd personeel mogen bedrijven nu flexibelere regelingen hanteren.

    Zowel in de zuidelijke als in de noordelijke industriezones wordt het leven geleidelijk aan weer normaal. Ho Chi Minh-stad is weer open en restaurants zitten vol met klanten die aromatische noedelsoepen slurpen. Viet, de Intel-medewerker, kon zich eindelijk het kapsel laten aanmeten waar hij tijdens de lockdown van droomde.

    Ontberingen

    Sommige analisten zien de afgelopen periode als een aanleiding om de balans op te maken van geglobaliseerde toeleveringsketens van technologische producten. De reden waarom productie in Vietnam kon herstellen is volgens hen voornamelijk te danken aan het vermogen van de arbeiders om om te kunnen gaan met de nieuwe, zwaardere werkomstandigheden. Anderen stellen vragen over de mate waarin werknemers een keuze hadden, als ze die al hadden.

    ‘Dit was geen “dwangarbeid” in de zin van arbeiders die waren vastgebonden, of die zich in schuldslavernij bevonden en daarom gedwongen werden tot deze omstandigheden’, aldus Joe Buckley, een expert op het gebied van Vietnamese arbeidskwesties. ‘Maar op een ander niveau is alle arbeid dwangarbeid, aangezien arbeiders hun arbeidskracht moeten verkopen om te overleven. Dat is wat we zagen in Vietnam; de dwang was economisch en structureel, waardoor veel arbeiders weinig keus hadden.’

    ‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’

    De meeste arbeiders beschreven hun zomer vol ontberingen met berusting: Ze ‘raakten eraan gewend’, zeiden ze. Het grotere gevaar dat ze vreesden was dat er iets met hun werk zou gebeuren. ‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’ zegt Hoa, een medewerker van Foxconn. Nam van Samsung Display dacht hetzelfde. ‘Er moest iemand aanwezig zijn om de productie op peil te houden. Want wat zou er gebeuren als het bedrijf zou moeten stoppen?’

    Inmiddels zijn nieuwe problemen al zichtbaar aan de horizon. Terwijl arbeiders terugkeren naar hun geboorteplaats, moe van de druk van de stad en het risico van toekomstige lockdowns, lijkt er een crisis in aantocht in de industriële zones van Vietnam: een door het coronavirus veroorzaakt arbeidstekort. ‘De vierde golf van covid-19-infecties heeft de arbeidsmarkt ernstig getroffen met een hoog werkloosheidspercentage,’ aldus de Vietnamese premier Pham Minh Chinh.

    De werknemers lijken ook dat met berusting tegemoet te zien. Niet zo verrassend eigenlijk voor een groep die zichzelf ziet als een slechts een schakel naast vele andere in de mondiale toeleveringsketen van technologische producten.

    Lees ook:

  • Samsung bouwt chipfabriek in Texas om tekort aan te pakken

    Samsung bouwt chipfabriek in Texas om tekort aan te pakken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nicaragua stapt uit Organisatie van Amerikaanse Staten

    » Buitenlanders verlaten Ethiopië vanwege oprukkende burgeroorlog

    Nieuwe chipfabriek is grootste investering van Samsung in de VS

    Samsung zet voor 17 miljard doller een chipfabriek neer in Texas en hoopt zo mede het wereldwijde tekort aan halfgeleiders aan te pakken. Deze grootste investering van de Zuid-Koreaanse elektronicagigant ooit in de VS creëert direct tweeduizend banen en duizenden meer als de faciliteit volledig operationeel is in de tweede helft van 2024, schrijft CNN.

    Lees ook:

  • ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    ‘Made in Bagladesh’ zorgt voor booming telefoonbusiness

    Internationale merken als Nokia en Samsung kiezen er steeds vaker voor om telefoonfabrieken in Bangladesh op te zetten. Op die manier omzeilen ze hoge importtarieven en hebben ze direct toegang tot de groeiende consumentenmarkt in het Zuid-Aziatische land.

    Bangladesh, dat altijd onderaan bungelde op wereldwijde ranglijsten, trok de afgelopen jaren aandacht met een groeiende economie en toenemende koopkracht.

    Via het ‘Made in Bangladesh’-programma heeft het land met 163 miljoen inwoners stappen ondernomen om buitenlandse investeringen aan te trekken en de lokale productie en consumptie te verhogen. Merken worden aangespoord zich in Bangladesh te vestigen door verhoogde tarieven op geïmporteerde toestellen, lagere heffingen op importonderdelen en een vrijstelling van btw voor consumentenaankopen. Een dergelijke strategie was eerder voorbehouden aan grotere markten zoals India en Brazilië.

    Onlangs is na het Zuid-Koreaanse Samsung en de Chinese merken Oppo, Vivo, Transsion en Realme ook het Finse Nokia overstag gegaan. Bengaalse functionarissen verwachten bovendien dat meer Chinese merken zullen volgen.

    Dankzij een effectief prijsverschil van 15 tot 26 procent tussen geïmporteerde en lokaal gemonteerde smartphones is de binnenlandse productie flink gestegen; die neemt nu 80 procent van de omzet voor haar rekening.

    Een meerderheid van de telefoons is op dit moment lokaal geproduceerd

    Aangezien de maatregel effectief blijkt en een meerderheid van de telefoons op dit moment lokaal is geproduceerd, stelde minister van Financiën A.H.M. Mustafa Kamal in juni voor om de btw-vrijstelling met nog twee jaar te verlengen. Een andere maatregel, die op 1 juli inging, maakt het kopers van binnengesmokkelde telefoons onmogelijk om een abonnement te nemen op lokale netwerken. ‘Dat zal een eind maken aan de illegale import van toestellen, wat weer een voordeel is voor lokale fabrikanten omdat hun marktaandeel daarmee stijgt,’ aldus Shahidul Alam, directeur van de Bangladesh Telecommunication Regulatory Commission.

    De plaatselijke fabricage van telefoons kwam pas in oktober 2017 op gang, toen elektronicabedrijf Walton in een buitenwijk van Dhaka onder zijn eigen merknaam met de productie begon. Sindsdien heeft het bedrijf 1,7 miljoen smartphones en 4,3 miljoen telefoons in oude stijl gefabriceerd.

    Eigen fabrieken

    Onder de bedrijven die nu smartphones maken in Bangladesh zijn lokale ondernemingen, vaak afdelingen van grote conglomeraten. Maar ook Vivo en Realme, die allebei onder de paraplu van China’s BBK Electronics vallen, evenals landgenoot Transsion hebben er hun eigen fabrieken opgezet.

    Tanzib Ahamed, manager bij Vivo Bangladesh, vertelt dat dit bedrijf een ‘aanzienlijk’ marktaandeel heeft binnengesleept sinds het in 2019 een lokale fabriek opstartte waardoor ‘de globale technologie veel betaalbaarder werd voor plaatselijke consumenten’.

    Een lokale woordvoerder van Realme, die gegevens van onderzoeksbedrijf Canalys aanhaalt, geeft aan dat zijn bedrijf nu in de top drie van Bangladesh’ smartphonemerken staat, met een aandeel van 14 procent. ‘We kunnen onze producten nu tegen een veel concurrerender prijs aanbieden aan de smartphonegebruikers,’ aldus de woordvoerder. De fabriek van het bedrijf in de stad Gazipur heeft op dit moment zeshonderd werknemers. ‘We registreren een fenomenale groei in Bangladesh.’

    Rezwanul Hoque, directeur van Transsions lokale eenheid, verwacht in de toekomst, als plaatselijke fabrieken de productie van systeemborden, batterijen, opladers en andere onderdelen starten, een nog lagere prijs voor telefoons te kunnen rekenen. 

    ‘We gebruiken nu Made in Bangladesh-telefoons. En daar zijn we trots op’

    Dit is uiteraard een trend waar klanten blij mee zijn. ‘We gebruiken nu Made in Bangladesh-telefoons. En daar zijn we trots op,’ aldus privébankier Atiqur Rahman. Volgens hem moeten de prijzen van smartphones nog verder dalen, zodat ook mensen met lagere inkomens toestellen van goede kwaliteit kunnen kopen.

    Het grote aantal plaatselijk geproduceerde telefoons is ook te danken aan een groeiende economie. Vóór de pandemie groeide het bruto binnenlands product een paar jaar lang met meer dan 7 procent, en in het boekjaar dat eindigde op 30 juni 2020 was het bbp met 5,2 procent toegenomen, meldde de minister van Financiën. Weliswaar een lager percentage dan in de voorgaande jaren, maar alsnog het hoogste in Azië, aldus de minister.

    Bangladesh beschikt over 45 miljard dollar aan deviezenreserves, voldoende voor een half jaar importdekking, en ontving het afgelopen boekjaar meer dan 21 miljard dollar aan afdrachten van burgers die in het buitenland werken – een cijfer dat volgens de verwachting van de minister zal oplopen tot 25 miljard dollar. Bovendien verdient het land jaarlijks bijna 40 miljard dollar aan goederenexport.

    Ook de 175,27 miljoen actieve mobieletelefoonrekeningen die Bangladesh eind mei telde – waarmee het land hoog scoort in de Aziatische top tien – maakt volgens Bangladesh‘ telecomautoriteit dat het land veel merken aantrekt.

    Consumenten kunnen hun geliefde toestellen nu voor een betaalbare prijs aanschaffen

    Union Group, het lokale conglomeraat dat onder contract bij de in Finland gebaseerde merkeigenaar HMD Global Nokiatelefoons maakt, streeft ernaar om binnenkort met de productie van 500.000 toestellen per maand te beginnen, meldt business controller Mohammed Asif Alamgir. ‘Nokia is een oud en vertrouwd merk vergeleken met Chinese fabrikanten. Geen enkele concurrent kan tegen hen op.’ Woordvoerder Takayuki Omino voegt daaraan toe dat consumenten hun geliefde Nokiatoestellen binnenkort voor een betaalbare prijs kunnen aanschaffen.

    Een functionaris van het ministerie van Post, Telecommunicatie en Informatietechnologie kondigde aan dat ook Xiaomi en Motorola – dat nu deel uitmaakt van het Chinese Lenovo – momenteel werken aan plannen voor lokale productie. Dit wordt echter door Lenovo-woordvoerder Genevieve Hilton ontkend, en Xiaomi heeft niet gereageerd op vragen van Nikkei Asian Review.

    Export

    De lokale telefoonproducenten beginnen ook export te overwegen. Walton is gestart met de montage van telefoons voor een buitenlands merk. Volgens Uday Hakim, uitvoerend directeur bij Walton Hi-Tech Industries, vond de eerste verzending naar de VS plaats in maart. Walton heeft ook toestellen van eigen merk naar Nepal geëxporteerd, maar deze export is vanwege de pandemie tijdelijk stil komen te liggen.

    Ook Fair Group, het lokale conglomeraat voor het in elkaar zetten van Samsungtelefoons, richt zich op buitenlandse markten. ‘We verwachten dat we in 2023 of 2024 toestellen uit Bangladesh gaan exporteren,’ aldus hoofd marketing Mohammed Mesbah Uddin. ‘Bijna alle wereldwijde merken zijn bezig hier fabrieken op te zetten of hebben daar een vergunning voor verkregen.’ Als het zover is, schat hij, zal 95 procent van de smartphones voor de binnenlandse markt lokaal worden geproduceerd.

    Edison Group, een ander lokaal conglomeraat, maakt telefoons onder de eigen merknaam Symphony. ‘We streven ernaar om van Bangladesh een regionaal centrum voor de productie van mobiele telefoons te maken,’ aldus directeur Jakaria Shahid. Hun export zal naar verwachting volgend jaar van start gaan. 

  • De mythe van Samsung  gaat in rook op

    De mythe van Samsung gaat in rook op

    Elektronicareus Samsung is gestopt met de productie van de Galaxy Note 7, zonder te kunnen verklaren waarom sommige apparaten vlam vatten. Waarschijnlijk, zo schrijft de Zuid-Koreaanse krant Chosun Ilbo, is de fout te wijten aan bezuiniging op de onderdelen.

    Een slechter moment is niet denkbaar. Terwijl de feestdagen in aantocht zijn, is de Galaxy Note 7, de nieuwe smartphone van Samsung met het grote scherm, waar het bedrijf zo trots op was, nog maar 
59 dagen na zijn verschijning tot 
verdwijnen gedoemd. De droom van Samsung om Apple in het stof te 
doen bijten is in rook opgegaan. Het nieuws was even schokkend als het nieuwe product veelbelovend was. 
Het is waarschijnlijk de grootste 
crisis die de telefonietak van het bedrijf in dertig jaar meemaakt.

    Het consumentenvertrouwen is tot 
het nulpunt gedaald vanwege de 
verwikkelingen: het ontploffen van smartphones, het terugroepen van apparaten, het opnieuw in de handel brengen en, uiteindelijk, een productiestop.

    Toch mikte Samsung Electronics, wereldleider op het gebied van 
smartphones, met meer dan 300 
miljoen verkochte apparaten per jaar, op kwaliteit. Iedereen herinnert zich 
de spectaculaire vernietiging van 150.000 telefoons en faxapparaten die in 1995 in het bijzijn van tweeduizend werknemers werd georganiseerd, met de belofte om ‘voortaan kwaliteitsapparaten te produceren die onze klanten zo gelukkig mogelijk maken’. De hele voorraad van de fabriek in Gumi, met een waarde van enkele tientallen miljoenen euro’s, werd massaal vermalen en vervolgens verbrand om 
het moreel op te vijzelen. Samsung overleefde op een markt waar na de verschijning van de iPhone in 2007 Motorola en daarna Nokia het loodje legden.

    Zelfkritiek

    De huidige crisis is van binnenuit gekomen, zonder enige bemoeienis van buitenaf. Wanneer is ze begonnen? En zal de Galaxy S8, waarvan de verschijning voor maart 2017 is voorzien, gespaard blijven?

    ‘Dat we ons hebben verlaten op een foutieve werkwijze en een gebrekkig systeem is het probleem van iedereen in onze draadloze telefonietak’, 
schreef een werknemer in een mea culpa op de site van het bedrijf nadat op 11 oktober de stopzetting van het model was aangekondigd. ‘Het is niet alleen de schuld van onze directeur Koh Dong-jin, maar van ons allemaal; wij zijn allemaal verantwoordelijk voor het huidige systeem’, verklaarde een andere werknemer.

    Iedereen in de branche is het erover eens dat de obsessie met resultaten, zowel in de ontwerp- als de productiefase, de oorzaak is van de kwaliteitsafname. Om de kosten te drukken 
produceert het bedrijf sinds vorig jaar zelf de essentiële onderdelen van de smartphone, zoals het aanraakscherm of de NFC (Near Field Communication), een technologie waardoor twee apparaten op korte afstand contactloos met elkaar kunnen communiceren. Zulke onderdelen werden tot die tijd door toeleveranciers werden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de metalen behuizing, die vroeger bij KH Vatec werd gekocht. Voordat de Galaxy S6 werd uitgebracht werd een complete productielijn naar de Vietnamese fabrieken van Samsung verplaatst. Aan een computergestuurde machine om het metaal te snijden werd meer dan 1000 miljard won 
(800 miljoen euro) uitgegeven.

    Deze eigenaar heeft dubbel pech: behalve zijn Galaxy Note 7 ging ook zijn jeep in vlammen op.
    Deze eigenaar heeft dubbel pech: behalve zijn Galaxy Note 7 ging ook zijn jeep in vlammen op.

    Tijdens het ontwikkelen van zijn eigen productiesysteem heeft Samsung Electronics ook gebroken met wereldwijd bekende fabrikanten van halfgeleiders, zoals Synaptics, ST Microelectronics en NXP. ‘Het probleem is dat Samsung met alle geweld de kosten wilde verlagen, terwijl het onvoldoende kennis had van de productie van chips, zodat men genoegen heeft genomen met smart-phoneonderdelen die hooguit accep-tabel waren,’ legt een Zuid-Koreaanse deskundige uit. ‘Het gerucht ging dat het bedrijf ook de technieken van zijn partners kopieerde, zodat die laatsten steeds minder zin hadden om met Samsung samen te werken.’

    De essentiële onderdelen werden door de groep zelf gefabriceerd, voor de rest werd automatisch de voordeligste offerte geaccepteerd. Sinds vorig jaar vragen de Samsungfabrieken in 
Vietnam elke drie maanden nieuwe offertes op om de onderdelen zo voordelig mogelijk te kunnen inkopen.

    Samsung Electronics had zijn bedrijfsvoering zodanig ingericht dat het zijn nieuwe modellen zo snel mogelijk kon uitbrengen om leider te kunnen blijven op een zich zeer snel ontwikkelende markt. De producten werden elk jaar vernieuwd, met gebruikmaking van 
de laatste technologische innovaties. Deze haast is waarschijnlijk de oorzaak geweest van de kwaliteitsafname.

    Het merk heeft een marge van zes maanden om met een nieuw product te komen

    De vlaggenschepen van het bedrijf 
zijn de Galaxy S8, die begin 2017 zal uitkomen, en een nieuwe Galaxy Note 8, die iets later wordt verwacht. Elk model wordt dus na een jaar vervangen, wat erg kort is voor het ontwerpen, de fabricage van onderdelen, het uittesten, het assembleren van het eindproduct en de marketing. Het merk heeft een marge van zes maanden om met een nieuw product te komen. Zodoende 
was het bedrijf op het moment dat de Galaxy Note 7 uitkwam al volop bezig met de opvolger. Van de Galaxy Note 7 moesten drie miljoen exemplaren per maand worden verkocht, oftewel twee keer zo veel als de Galaxy Note 5. Dat betekende dat de productie van onderdelen moest worden versneld.

    De complexiteit van het productieproces van onderdelen heeft vermoedelijk bijgedragen aan de kwaliteitsafname. De wens om de kosten te drukken en de productiviteit te verhogen heeft 
het bedrijf ertoe gebracht onderdelen te gebruiken die door verschillende bedrijven in verschillende landen waren geproduceerd. Samsung Electronics heeft vorig jaar 324,8 miljoen telefoons verkocht. Voor elke smartphone zijn 700 tot 1000 onderdelen nodig, dus meer dan 300 miljard onderdelen per jaar. En dat met een uiterst krap tijdsbestek en een steeds gecompliceerder fabricage- en distributieproces naarmate de apparaten grotere schermen met een hogere resolutie krijgen.

    Dat het bedrijf de radicale beslissing heeft genomen om te stoppen met 
de Galaxy Note 7 is om de schadelijke gevolgen voor de Galaxy S8 zo veel mogelijk te beperken. Het probleem met de ontploffende accu’s, dat funest was voor het imago van het merk, kon zich niet langer blijven voortslepen. Daarom heeft Samsung op eigen 
initiatief besloten met de productie te stoppen, voordat het daar door de autoriteiten toe zou worden gedwongen.

    Zolang de problemen niet zijn opgelost, blijft onzeker wat de gevolgen 
van de crisis zullen zijn. De oorzaak van de ontploffing is nog steeds 
onbekend. Het is bijna een mysterie. Als reden wordt wel de isolatie van de accu genoemd, maar het bedrijf is er 
in werkelijkheid nog niet achter. Het gaat misschien om een minieme maar fatale ontwerpfout, die kennelijk 
moeilijk te achterhalen valt. Duidelijk is in ieder geval dat de tot dusver gebruikte methode om de producten 
te testen tekort blijkt te schieten.

    Auteur: Pak Song U
    Vertaler: Frank Lekens

    Beeld bovenaan: Vietnamese werknemers van Samsung passeren een billboard met een advertentie voor de Galaxy Note 7 in de provincie Thai Nguyen, ten noorden van Hanoi. – © Reuters

    CONTEXT: Tijdslijn Galaxy Note 7

    samsungfik3 1

    Het fiasco van de Galaxy Note 7 komt Samsung duur te staan. Het terugroepen van het model zal 2,3 miljard dollar kosten, berekent het Zuid-Koreaanse bedrijf. De totale schade zal de komende zes maanden ongeveer 3 miljard dollar belopen. ‘Zuid-Koreanen zullen Samsung misschien trouw blijven, maar veel klanten in het buitenland niet,’ aldus een analist in de Financial Times. ‘Die zullen waarschijnlijk voor de iPhone 7 van Apple gaan, en de Chinezen zullen eerder voor toestellen uit eigen land kiezen.’

    augustus 2016 Lancering van de 
grote smartphone Galaxy Note 7, die moet concurreren met de iPhone7 van Apple die in september zal uitkomen. Vanaf 
24 augustus verschijnen op de sociale netwerken foto’s van beschadigde telefoons.

    begin september Nadat er 35 Galaxy Note 7’s zijn ontploft roept Samsung 
2,5 miljoen apparaten terug. Maar sommige vervangende smartphones vliegen ook in brand.

    8 september De Amerikaanse luchtvaartautoriteit vraagt passagiers 
hun Galaxy Note 7 niet aan te zetten of op te laden aan boord van het vliegtuig en niet in hun ruimbagage te stoppen.

    10-11 oktober Totale verkoop- en productiestop van de Galaxy Note 7. 
Uit veiligheidsoverwegingen vraagt het bedrijf mensen die nog een apparaat bezitten het uit te zetten.

    Chosun Ilbo
    Zuid-Korea | dagblad | oplage 2,4 miljoen chosun.com

    De grootste krant van Zuid-Korea, 
opgericht in 1920, ontleent zijn naam aan de eerste Koreaanse staat en het laatste koninkrijk van het land (Chosun). Nadat 
de linkse regering van Kim Dae-jung het blad in 2001 fiscaal heeft laten doorlichten, is het nog conservatiever, anticommunistischer en liberaler geworden.