Tag: Santiago

  • In Santiago nemen dakloze gezinnen het heft in eigen handen

    In Santiago nemen dakloze gezinnen het heft in eigen handen

    Tien procent van de Chileense bevolking heeft geen fatsoenlijk dak boven het hoofd. Tijdens de pandemie stichtten drieduizend gezinnen ten zuiden van hoofdstad Santiago illegaal een ministad, inmiddels de grootste nederzetting in het land.

    Op 13 juli, in de winter van 2020, rende Inés Fuentes op blote voeten haar huurhuis uit, om er nooit meer terug te keren. Haar precaire financiële situatie dwong haar haast te maken. Een groep buurtbewoners had zich verzameld om het privéterrein te bezetten aan de overkant van haar straat in een volksbuurt van Cerrillos, ten zuidwesten van de Chileense hoofdstad Santiago. Fuentes (54), een alleenstaande moeder van vijf kinderen, besteedde haar halve salaris, 250 dollar, aan de huur van haar huis. Vandaar dat ze deze ‘kans’ niet wilde laten lopen. Ze pakte vier palen en markeerde een vierkant op de vuilnisbelt. ’s Avonds zette ze een tent op en ontstak samen met haar nieuwe buurtgemeenschap een vreugdevuur. Die nacht waren ze met tachtig gezinnen. Drie dagen later waren het er al driehonderd, en een maand later vijftienhonderd. ‘De Haïtianen kwamen met hordes tegelijk,’ vertelt Fuentes in de woonkamer van haar huis van 49 vierkante meter, gebouwd van pallets.

    Fuentes is een van de frontvrouwen van de toma [bezet gebied] – zoals een nederzetting wordt genoemd voordat die formeel is opgenomen in het Kadaster. Er wonen tussen de acht- en tienduizend mensen, zo’n drieduizend gezinnen, aldus de kadastergegevens van de Fundación Techo Chile (‘Stichting Een dak voor Chili’), en is daarmee de grootste illegale nederzetting van het land. 

    In het Zuid-Amerikaanse land met negentien miljoen inwoners maken meer dan twee miljoen mensen – zeshonderdduizend gezinnen – geen kans op een fatsoenlijke woning. Tachtigduizend van die gezinnen wonen in tentenkampen, het hoogste aantal sinds 1996. Daarvan is 30 procent migrant, iets meer dan een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. ‘De tentenkampen vormen nog maar het topje van de ijsberg,’ zegt Sebastián Bowen, algemeen directeur van Déficit Cero (‘Nul Woningtekort’), een organisatie die als doel heeft voor 2030 het woningtekort op te lossen. ‘Veel gezinnen wonen bij familieleden en zitten op elkaars lip. Bovendien hebben Chilenen er weinig vertrouwen in dat de overheid hun probleem gaat oplossen, dus nemen ze het heft zelf in handen.’

    Ministad

    De toma Nuevo Amanecer (‘Nieuwe Dageraad’) staat bekend als ‘de ministad van de 10 procent’, sinds de Fundación de Centros de Estudios Públicos (‘Centra voor Maatschappelijke Studies’) een bijeenkomst belegde over dit onderwerp. Tot op zekere hoogte is het ook een stadje; op het ongeasfalteerde terrein van 11 hectaren verrijzen ijzerwinkels, kappers en restaurantjes van uiteenlopende nationaliteiten (de migrantenpopulatie ligt tussen de 70 en 80 procent). Maar ook is er criminaliteit. De bewoners vertellen dat sommige mensen misbruik maakten van de situatie door het terrein dat ze hadden bezet plus de huizen die ze daar hadden gebouwd voor wel 2500 dollar te verkopen.

    De burgemeester van Cerrillos, Lorena Facuse, vertelt via de telefoon dat er bij haar aantreden in mei 2021 bordelen en illegale discotheken waren. Samen met het departement voor Misdaadpreventie wisten ze de situatie onder controle te krijgen, ‘al zijn er ’s nachts nog steeds plekken waar in drugs en wapens wordt gehandeld’, aldus Facuse. Ze zegt erop te vertrouwen dat wanneer de toma binnen een paar weken de status van nederzetting krijgt, de regering-Boric voor betere basisvoorzieningen zal zorgen. ‘Gezien de omvang zal de nederzetting zeker tien jaar lang bestaan, er zal dus elektriciteit moeten komen. Als er brand uitbreekt sterven er honderden mensen, inclusief kinderen,’ waarschuwt ze.

     

    Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili

    Die ‘10 procent’ uit de bijnaam van Nuevo Amanecer slaat op het feit dat de meeste bewoners hun huis hebben gebouwd van de 10 procent die ze van hun gespaarde pensioen mochten opnemen. Vanwege de impact op de economie was het een omstreden regeringsmaatregel, die desondanks door het Congres werd goedgekeurd om de Chilenen tijdens de pandemie financieel meer armslag te geven. Met het eerste deel heeft Fuentes haar huis ingericht, het tweede was bestemd voor een steviger dak en met het derde deel kon ze een krediet krijgen voor een auto. Fuentes is niet bang dat ze zonder geld komt te zitten als ze straks met pensioen gaat. ‘Mocht ik oud worden, dan hoop ik dat mijn kinderen, voor wie ik krom heb gelegen om ze groot te brengen, mij ondersteunen,’ zegt ze. Al haar vijf kinderen hebben een baan en een eigen huis. 

    Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili. Tussen de honderden huizen staan uit cement, hout of baksteen opgetrokken bouwwerken. Een aantal heeft twee verdiepingen en een veranda. Het elektriciteitsbedrijf Enel heeft een verbinding aangelegd, zodat het overgrote deel van de woningen een (instabiele) stroomvoorziening heeft. De bewoners hebben de elektriciteitskabels slordig doorgetrokken, wat de kans op brand vergroot. Ook hebben ze een systeem uitgedokterd om illegaal toegang te krijgen tot stromend water – dat in het weekend opraakt. Voor de badkamer en het toilet gebruiken ze septic tanks. 

    Falend woonbeleid

    Een van de steunpilaren van de bewonersorganisatie is kunstenaar Tomás Ives (41), die de taak van secretaris op zich heeft genomen. ‘Strikt genomen strookt Nueva Amanecer niet met het idee dat de elite van een nederzetting heeft,’ zegt hij. ‘Het gaat hier niet om vier palen met een zinken dak erop. Dit is een nederzetting van mensen die een baan hebben, die soms zelfs meer verdienen dan het minimumloon (430 dollar), maar die door falend woonbeleid genoodzaakt zijn zich hier te vestigen, ook al betalen ze belasting.’ 

    ‘Je kunt het probleem niet oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’ 

    Om deze huizencrisis het hoofd te bieden heeft de nieuwe minister van Wonen en Ruimtelijke Ordening, Carlos Montes, begin april in het Congres een Noodplan Wonen afgekondigd, met als doel om de komende vier jaar 260.000 woningen te bouwen. Sebastián Bowen van Déficit Cero is het eens met het officiële standpunt over deze crisis, maar benadrukt dat ‘je het probleem niet kunt oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’. 

    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.30.09
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.31.37
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.32.31
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.33.11
    Schermafbeelding 2022 05 20 om 11.35.40

    Videostills van Nuovo Amanecer (Nieuwe Dageraad), ‘de ministad van de 10 procent’. Die bijnaam doelt op de 10 procent die de meeste bewoners van hun gespaarde pensioen mochten opnemen om een huis van te bouwen.

    Woonsubsidies

    De overheid verleent woonsubsidies, die onder meer afhankelijk zijn van het inkomen en de gezinssamenstelling. Het ministerie van Wonen en Ruimtelijke Ordening heeft de afgelopen vijf jaar jaarlijks twintig- à dertigduizend subsidies (van in totaal 30 miljoen dollar) voor nieuwe woningen verstrekt. De Chilenen die zo’n subsidie kregen, behoren tot de kwetsbaarste 40 procent van de bevolking. 

    ‘Ons woningbeleid richt zich op het subsidiëren van de vraag naar woningen. Dat is niet afdoende,’ aldus Bowen. De oud-directeur van Techo Chile vindt dat het beleid moet worden uitgebreid met maatregelen die het huren, zelf bebouwen en intensiever gebruiken van bebouwde percelen stimuleren. Een van de prioriteiten zou het creëren van tijdelijke opvang moeten zijn voor wie geen subsidie kan krijgen en illegaal wonen als enige optie ziet. 

    Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar

    De Peruaanse Pamela Santisteban (33) loopt door de nederzetting en groet bijna iedereen die ze tegenkomt: Haïtianen, Dominicanen, Colombianen. Onder het aanhoudende lawaai van bouwwerkzaamheden en vrachtwagens die gasflessen verkopen vertelt ze dat ze vroeger met zes mensen op een ‘postzegel’ woonde. Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar. ‘Ik kwam niet rond, dus moest ik wel met mijn moeder en dochters hiernaartoe komen.’ Ze vroegen 600 dollar per perceel (ze kocht er twee, haar moeder woont in het huis naast haar). 

    In de afgelopen drie jaar, met onder meer de protesten van 2019 en de pandemie, is het aantal nederzettingen bijna verdubbeld. De stijgende vraag naar woningen, grotendeels als gevolg van een toename van het aantal vluchtelingen en de stijging van de grondprijs doordat er meer in woningen wordt geïnvesteerd, heeft de droom van een eigen huis – een diep in de Chileense cultuur verankerd verlangen – voor de kwetsbaarste gezinnen in rook doen opgaan. Met een gestage stijging van de inflatie (9,4 procent), duurdere hypotheken en een gefrustreerde arbeidsmarkt wijst alles erop dat een steeds groter deel van de bevolking zonder huis zal komen te zitten. 

  • Waarom protesten juist in rijke steden ontstaan

    Waarom protesten juist in rijke steden ontstaan

    Ze behoren tot de rijkste steden ter wereld – Parijs, Hongkong en Santiago – maar toch hadden ze de afgelopen jaren te kampen met massale demonstraties. ‘Economische groei zonder eerlijke verdeling en ecologische duurzaamheid is een recept voor wanorde, niet voor welzijn.’

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 169 van 360 Magazine, november 2019.

    In drie van de rijkste steden ter wereld zijn dit jaar massale protesten uitgebroken en is een klimaat van maatschappelijke onrust ontstaan. Parijs kampt met golven demonstraties en rellen; deze begonnen in november 2018, kort nadat president Emmanuel Macron de accijns op brandstof had verhoogd. 

    Hongkong is in opstand sinds maart van dit jaar [2019], toen leider Carrie Lam met een wetsvoorstel kwam dat uitlevering van burgers aan China mogelijk moest maken. En Santiago explodeerde [in oktober 2019], nadat president Sebastián Piñera de prijs van een metrokaartje had verhoogd. Elk protest heeft zijn eigen lokale kenmerken, maar samen vertellen ze een breder verhaal: dit is wat er kan gebeuren wanneer gevoelens over oneerlijke verdeling samengaan met een wijdverbreid besef van gebrek aan sociale mobiliteit.

    Volgens de klassieke meetmethode van bnp per hoofd van de bevolking zijn deze drie steden toonbeelden van economisch succes. in Hongkong ligt het inkomen per hoofd van de bevolking rond de 36.000 euro, in Parijs ligt het boven de 54.000 euro en in Santiago, een van de rijkste steden van Latijns-Amerika, rond de 16.000 euro. In het Global Competitiveness Report van het World Economic Forum staat Hongkong op de derde plaats, Parijs op de vijftiende en Santiago op de drieëndertigste (verreweg het hoogst van heel Latijns-Amerika).

    Persoonlijke vrijheid

    Deze landen zijn volgens de gebruikelijke economische maatstaven dus redelijk rijk en concurrerend, maar toch zijn hun inwoners ontevreden over belangrijke aspecten van hun leven. Volgens het World Happiness Report van 2019 hebben de burgers van Hongkong, Frankrijk en Chili het gevoel dat hun leven op veel belangrijke punten is vastgelopen.

    Onderzoeksbureau Gallup stelt mensen over de hele wereld elk jaar de vraag: ‘Bent u tevreden of ontevreden over uw vrijheid om te kiezen wat u met uw leven wilt doen?’ Hongkong, dat qua bnp wereldwijd op de negende plaats staat, komt in het ervaren van persoonlijke vrijheid om een eigen levensloop te kiezen pas op de zesenzestigste plaats. Hetzelfde contrast is te zien in Frankrijk (vijfentwintigste in bnp per hoofd van de bevolking, maar negenenzestigste in persoonlijke keuzevrijheid) en Chili (respectievelijk achtenveertigste en achtennegentigste).

    Ironisch genoeg wordt Hongkong zowel door de Heritage Foundation als door de Canadese Simon Fraser-universiteit de stad met de meeste economische vrijheid ter wereld genoemd, en toch zijn de inwoners van Hongkong ongelukkig over hun vrijheid om zelf te bepalen wat ze met hun leven willen doen. In alle drie de landen zien jonge mensen die niet uit een rijke familie komen nauwelijks kansen om betaalbare huisvesting en een fatsoenlijke baan te vinden. 

    ‘Economische groei zonder eerlijke verdeling is een recept voor wanorde, niet voor welzijn’

    De gemiddelde prijs voor een woning in verhouding tot het gemiddelde salaris is in Hongkong het hoogst ter wereld. Binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de club van landen met hoge inkomens, heeft Chili de grootste inkomensongelijkheid. In Frankrijk hebben kinderen uit elitefamilies een enorme voorsprong in het leven.

    Door torenhoge huizenprijzen worden de meeste mensen uit centrale zakendistricten verdreven en zijn ze vaak afhankelijk van openbaar vervoer om naar hun werk te komen. Veel mensen zullen dus extra gevoelig zijn voor veranderingen in de vervoersprijzen, zoals de uitbarstingen van protest in Parijs en Santiago hebben laten zien.

    Hongkong, Frankrijk en Chili zijn bepaald niet de enige landen die te maken hebben met een crisis op het gebied van sociale mobiliteit en met woede over ongelijkheid. In de Verenigde Staten neemt het aantal zelfdodingen sterk toe en zijn er ook andere tekenen van maatschappelijke nood, zoals massaschietpartijen, in een tijd dat de ongelijkheid groter is dan ooit en het vertrouwen in de overheid praktisch is verdwenen. Als Amerika politiek en economisch op dezelfde voet doorgaat, kan het land zeker nog meer maatschappelijke uitbarstingen verwachten.

    Willen we dat afwenden, dan moeten we lering trekken uit de drie bovengenoemde recente voorbeelden. Geen van deze drie regeringen had de protesten zien aankomen. Ze waren het contact met wat er onder de bevolking leeft kwijtgeraakt en voorzagen daardoor niet dat een ogenschijnlijk bescheiden beleidsmaatregel (de uitleveringswet van Hongkong, de verhoging van de benzineaccijns in Frankrijk en duurdere metrokaartjes in Chili) zo’n maatschappelijke explosie zou veroorzaken.

    ‘In de VS is de ongelijkheid groter dan ooit en het vertrouwen in de overheid praktisch verdwenen’

    Misschien nog wel het belangrijkst, en het minst verrassend, is dat de traditionele economische methoden om welzijn te meten totaal niet meer voldoen voor het inschatten van de werkelijke gevoelens van de samenleving. Het bnp per hoofd van de bevolking meet een gemiddeld inkomen van een economie, maar zegt niets over de verdeling daarvan, over gevoelens van eerlijkheid of onrecht onder de mensen, over de financiële kwetsbaarheid die ze ervaren of over andere omstandigheden (zoals vertrouwen in de overheid) die belangrijk zijn voor de algehele kwaliteit van leven. 

    Rankings als die in de Global Competitive Index van het World Economic Forum of de Index of Economic Freedom van de Heritage Foundation, en de meeteenheid van de Economic Freedom of the World die de Simon Fraser-universiteit gebruikt, geven ook veel te weinig weer van de subjectieve gevoelens over een eerlijke verdeling, de vrijheid om eigen keuzes te maken, de oprechtheid van de overheid en de betrouwbaarheid van medeburgers zoals die wordt ervaren.

    Om over dat soort gevoelens meer te weten te komen, moet je het publiek rechtstreeks vragen naar de tevredenheid over hun leven, hun gevoel van persoonlijke vrijheid, hun vertrouwen in overheid en landgenoten en andere dimensies van het maatschappelijk leven die belangrijk zijn voor de kwaliteit van leven en daarmee voor de kans op het ontstaan van maatschappelijke onrust. 

    Het idee achter de duurzame ontwikkeling die wordt weerspiegeld in de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) die in 2015 door de Verenigde Naties zijn vastgesteld, is om niet alleen te kijken naar traditionele indicatoren zoals groei van het bnp en inkomen per hoofd van de bevolking, maar ook naar een reeks doelen zoals sociale rechtvaardigheid, vertrouwen en ecologische duurzaamheid. De SDG’s hebben bijvoorbeeld specifiek aandacht voor inkomensongelijkheid, maar ook voor bredere factoren van welzijn.

    warren wong bh4lqhcocxe unsplash
    © Unsplash

    Elke samenleving hoort de pols van zijn bevolking te nemen en aandacht te schenken aan de bronnen van maatschappelijk ongeluk en wantrouwen. Economische groei zonder eerlijke verdeling en ecologische duurzaamheid is een recept voor wanorde, niet voor welzijn. Zelfs schijnbaar redelijke maatregelen zoals het stoppen van brandstofsubsidies of het verhogen van de metroprijs om daarmee kosten te dekken, kunnen tot protesten leiden wanneer ze worden doorgevoerd in een tijd van onvoldoende vertrouwen in de maatschappij, grote ongelijkheid en een algeheel gevoel van oneerlijkheid.

  • 2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    Begin dit jaar werd het werk van de Spaanse kunstenaars Santiago Sierra tot grote ontsteltenis verwijderd van de kunstbeurs ARCO omdat leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging als politieke gevangenen werden afgebeeld.

    De productie van de kunstenaar Santiago Sierra (Madrid, 1966), die gisteren voor de zoveelste keer het middelpunt van een 
controverse werd, valt in drie categorieën uiteen: werken in privécollecties, werken in openbare 
collecties en polemische werken. Wat er op de 
Internationale Beurs voor Hedendaagse Kunst in Madrid met zijn werk ‘Politieke gevangenen in het hedendaagse Spanje’ gebeurde is een nieuwe episode in zijn creatieve carrière, die gekenmerkt wordt 
door steeds terugkerende provocaties.

    Misschien het eerste werk dat negatieve reacties binnen en buiten de kunstwereld opriep was ‘Lijn van 30 cm getatoeëerd op iemand die ervoor betaald werd’ (Mexico, 1998). Het was het begin van een reeks performances waarvoor de kunstenaar betaalde: mensen die zich lieten tatoeëren, die een korte tekst van buiten leerden of die voor 20 dollar (16 euro) voor de camera masturbeerden. Wat de kunstenaar wilde was kanttekeningen plaatsen bij onze omgang met arbeid en onderzoeken hoe ver mensen bereid zijn 
te gaan voor geld, maar de manier waarop hij dat deed zette kwaad bloed in de kunstwereld, die meer geporteerd is voor subtiele metaforen in werken 
met een politieke lading.

    Sierra overschreed de grens van het betamelijke nog verder toen hij in 2000, in San Juan, Puerto Rico, twee heroïneverslaafden een lijntje heroïne betaalde om een 10 centimeter lange strook op hun hoofd 
kaal te mogen scheren. Daarna waren nog maar 
weinigen verbaasd over zijn installatie op de Biënnale van Venetië in 2003, ‘Afgedekt woord’ genaamd, waarmee hij de toegang tot het Spaans paviljoen afsloot voor iedereen die geen Spaanse legitimatie kon tonen. Daarmee wilde hij de Europese immi-
gratiepolitiek aan de kaak stellen, tot grote verontwaardiging van veel bezoekers, inclusief Spanjaarden.

    De woedende reacties op zijn werk hebben Santiago Sierra er niet van weerhouden op dezelfde voet verder te gaan. In 2006 verbood de Duitse stad 
Pulheim zijn installatie ‘245 kubieke meters’, een nagebouwde gaskamer in een synagoge die dienstdeed als cultureel centrum. Het werk verwees 
volgens de kunstenaar naar ‘de geïndustrialiseerde en geïnstitutionaliseerde moord op Europeanen, in het verleden en in het heden’.

    ‘Het is allemaal je reinste waanzin, maar het schijnt volkomen normaal te zijn. Niemand kijkt er nog van op. Vervolging op grond van overtuiging is genormaliseerd’

    Die polemieken waren geen beletsel om hem in 
2010 de Nationale Prijs voor Plastische Kunst toe te kennen, een onderscheiding die hij, samen met het eraan verbonden geldbedrag, weigerde door middel van een brief die hij op de ARCO, de Internationale Beurs voor Hedendaagse kunst, verkocht voor 
30.000 euro, hetzelfde bedrag als de geweigerde geldprijs, die anders uit de algemene middelen betaald zou moeten worden.

    De opschudding na het verwijderen van Sierra’s 
werk bereikte ook de politieke arena. De woordvoerder van de PSOE in het parlement, 
Margarita Robles, sprak haar steun uit voor de maatregel: ‘We dienen waardering te hebben voor elke maatregel die de spanning vermindert.’ De gemeente Madrid, gedomineerd door de Christelijke Volkspartij (PP), staat ook achter de beslissing. Juan Carlos Girauta van Ciudadanos oefende kritiek uit op de beslissing van IFEMA (de jaarbeurs van Madrid) met zijn stelling dat kunst ‘fictie’ is en ‘volkomen vrij’ 
en dat binnen de kunst ‘alles is toegestaan’. Pablo Iglesias van Podemos zei dat het ‘onverenigbaar is met de democratie dat bepaalde thema’s niet aangeroerd mogen worden’. Joan Tardà van Esquerra Republicana de Catalunya (‘Catalaans Links’) nam het woord ‘censuur’ in de mond.

    De staatssecretaris van Cultuur, Fernando Benzo, distantieerde zich van de kwestie: ‘Het valt niet binnen onze competentie in dezen oordelend of 
handelend op te treden.’

    Santiago Sierra staat de pers te woord tijdens een presentatie van zijn serie ‘Politieke gevangenen in hedendaags Spanje’. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty
    Santiago Sierra staat de pers te woord tijdens een presentatie van zijn serie ‘Politieke gevangenen in hedendaags Spanje’. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty

    El País: Wat is uw kijk op wat er gebeurd is met uw werk ‘Politieke gevangenen in het hedendaagse Spanje’?

    Sierra: IFEMA heeft mijn laatste werk laten 
verwijderen omdat de bezoekers van de ARCO het niet mochten zien. Dat is te gek voor woorden, dat is een daad van censuur die niet van deze tijd is, op z’n minst internationaal gezien. Voor de cultuurwerkers in Spanje is het dagelijkse kost.

    El País: Wilt u met uw werk zeggen dat u 
gelooft dat Oriol Junqueras en ‘Los Jordis’ 
(Jordi Cuixart en Jordi Sànchez, twee voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid die door de 
Spaanse centrale overheid wegens hoogverraad zijn gearresteerd) politieke gevangenen zijn?

    Sierra: Dat beweer ik precies, ja. En ik zou niet weten waarom ik dat niet mag zeggen en ik zou ook niet weten waar IFEMA het lef vandaan haalt me de mond te snoeren. Of om Helga de Alvear [zijn galeriehoudster] voor te schrijven wat ze wel en niet in haar 
galerie tentoon mag stellen. Het is allemaal je reinste waanzin, maar het schijnt volkomen normaal te zijn. Niemand kijkt er nog van op. Vervolging op grond van overtuiging is genormaliseerd.

    El País: Wat gaat u er nu aan doen?

    Sierra: Het is nog maar pas gebeurd en ik weet nog niet wat ik ga doen. Ik stel me voor dat ik ga proberen het koste wat kost tentoongesteld te krijgen. Ik kan haast niet geloven dat er niets aan te doen is.

    Een van de gecensureerde werken van Sierra.
    Een van de gecensureerde werken van Sierra.

    El País: Op de ARCO van 2010 was u ook het voorwerp van een polemiek omdat u de brief waarmee u de Nationale Prijs voor Plastische Kunst weigerde, te koop aanbood. Is de kunstbeurs een podium voor u om de polemiek 
te zoeken, in de wetenschap dat uw boodschap in deze context de meeste weerklank vindt?

    Sierra: Alles wat het systeem niet naar de mond praat is volgens de media polemiek. Maar het 
kunstpubliek is heus niet achterlijk, hoor, dat vindt iets niet snel een schandaal. Schandalen worden 
in de pers bekokstoofd.

    El País: Vindt u een kunstbeurs een geschikt podium voor politieke stellingnames?
    Sierra: Jazeker, maar die lui van IFEMA willen alleen maar l’art pour l’art, dat hebben ze al zo vaak laten zien. De ARCO zou zich eens goed moeten bezinnen 
of ze in de toekomst de beurs nog bij IFEMA wil houden. Over de vraag wat kunst is gaat alleen de kunstenaar.

    ‘Political Prisoners in Contemporary Spain’ werd 
verkocht voor 96 duizend euro aan een Catalaanse ondernemer die het per direct beschikbaar stelt aan musea. De posters hangen tijdens het forum op verschillende lokaties in Amsterdam.

    Auteur: Juan José Santos Mateo
    Vertaler: Jos den Bekker

    Santiago Sierra
    31 mei, De Balie, 21.00

    Openingsbeeld: Demonstranten eisen de vrijlating van rapper Valtonyc (hij kreeg een celstraf van drieënhalf jaar voor aanstootgevende teksten in zijn songs) en vrijheid van meningsuiting nadat het werk van Santiago Sierra 
werd verwijderd van de kunstbeurs ARCO. – 
© Marcos del Mazo / Getty Images

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 180 770

    Opgericht in 1976, is van doorslaggevende betekenis geweest voor de overgang van dictatuur naar democratie. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.