De Franse oud-president Nicolas Sarkozy is woensdag door het hooggerechtshof in Frankrijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, meldt Le Monde. Sarkozy heeft zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan corruptie. Volgens de oud-president is hij onschuldig en hij heeft dan ook aangekondigd in cassatie te gaan.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De zaak rond Sarkozy kwam bij toeval aan het licht, toen de oud-president door de veiligheidsdiensten werd afgeluisterd omdat hij bij zijn verkiezingscampagne mogelijk gefinancierd was door de Libische oud-dictator Moammar Gaddafi. Bij het afluisteren ontdekte de politie dat hij een aankomend magistraat promotie had beloofd in ruil voor juridische informatie.
Sarkozy werd vervolgens tot vier jaar veroordeeld, maar hij ging daartegen in beroep. De oud-president hoeft na de uitspraak van het hoger beroep niet de gevangenis in: hij mag zijn straf thuis uitzitten, maar moet wel een elektronische enkelband dragen. Het is voor het eerst in de Franse geschiedenis dat een oud-president wordt veroordeeld tot een celstraf.
Met elf vrouwen in het nieuwe kabinet is Spanje koploper in een wereldwijde trend. Benoem je als regeringsleider geen vrouwen, dan kun je tegenwoordig rekenen op afkeuring.
Een actief beleid voor meer gendergelijkheid bij de overheid, dus evenveel mannen als vrouwen aan het hoofd van een ministerie of op andere kabinetsposten, leek lange tijd voorbehouden aan vrouwvriendelijke Scandinavische landen en zeer vooruitstrevende landen als Canada en Costa Rica. Dat is nu verleden tijd.
De onlangs gekozen president van Mexico, Andrés Manuel López Obrador, die in december zal aantreden, heeft laten weten dat vrouwen acht posities zullen bekleden binnen zijn zestienkoppige regering – en daar valt ook de machtige positie onder van minister van Binnenlandse Zaken.
En de nieuwe premier van Spanje, Pedro Sánchez, heeft onlangs als eerste wereldleider op bijna tweederde van de kabinetsposten vrouwen benoemd. Geen enkel ander land ter wereld heeft een hoger percentage door vrouwen geleide ministeries. Dertig jaar geleden had Spanje helemaal geen vrouwelijke kabinetsleden.
In de Verenigde Staten bekleden vrouwen maar net 20 procent van alle posities binnen de regering en in het Verenigd Koninkrijk ligt dat percentage op 28. Wereldwijd is het gemiddelde 18,3 procent.
Als politicologen die onderzoek hebben gedaan naar de vertegenwoordiging van vrouwen in verschillende kabinetten, hebben wij de indruk dat de snelle opkomst van het aantal vrouwen dat in Spanje aan de macht komt, staat voor een trend die wereldwijd valt waar te nemen: zodra vrouwen eenmaal zijn doorgedrongen tot de hoogste regeringsniveaus, neemt hun aantal vrijwel altijd toe. Dit noemen we ‘de betonnen vloer’ van de politieke vertegenwoordiging van vrouwen. Wil een democratische regering tegenwoordig draagvlak hebben – met andere woorden: wil de bevolking vertrouwen hebben in de beslissingen van die regering – dan moeten er vrouwen in die regering zitten.
Spaanse doorbraak
Het is niet zo dat bij elke nieuwe regering het aantal vrouwen automatisch stijgt. Maar als je kijkt naar de samenstelling van nieuw geformeerde regeringen – dus kabinetten die vlak na een verkiezing zijn samengesteld – in Spanje, Frankrijk, Australië, de Verenigde Staten, Canada, Chili en het Verenigd Koninkrijk in de periode 1929-2016, dan zien we dat het percentage vrouwen in die landen cumulatief toeneemt, dwars door de tijd en de politieke scheidslijnen heen.
Na veertig jaar dictatuur onder generaal Francisco Franco werd Spanje in 1977 weer een democratie. Maar het zou nog ruim tien jaar duren voordat er ook vrouwen werden benoemd in de nieuw geformeerde democratische regering van Spanje. Spanjes historische doorbraak kwam in 2004, toen de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero, die zichzelf als feminist bestempelt, het eerste gendergelijke kabinet van het land benoemde: acht vrouwen en acht mannen. Momenteel worden elf van de zeventien ministersposten in Spanje bekleed door vrouw. Dat geldt – voor het eerst in de geschiedenis van Spanje – ook voor de post van minister van Financiën.
De recente geschiedenis van Frankrijk laat een vergelijkbaar beeld zien. In 2007 benoemde president Nicolas Sarkozy zeven vrouwen in zijn vijftienkoppige kabinet. Zijn voorganger, de socialist François Hollande, had zeventien vrouwen in zijn 34-koppige kabinet. Toen president Emmanuel Macron in 2016 campagne voerde, beloofde hij een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen. Momenteel telt zijn kabinet elf mannen en elf vrouwen.
Ons onderzoek heeft uitgewezen dat leiders die hun macht gebruiken om het aantal vrouwen in hun kabinet te vergroten, daar nooit voor worden afgestraft door het electoraat en er zelfs wereldwijd voor worden geroemd. Nog maar een paar jaar geleden kreeg de Canadese premier Justin Trudeau vanuit de hele wereld lof toegezwaaid omdat hij een gendergelijk kabinet had samengesteld. De reden? We leven in 2015, zei hij tegen journalisten.
Leiders die beduidend minder vrouwen benoemen dan hun voorgangers, riskeren daarentegen veel kritiek van zowel de media als hun politieke tegenstanders. Het kan hun kiezers kosten.Toen de Australische premier Tony Abbott in 2013 maar één vrouw in zijn kabinet benoemde, moest hij dat ‘beschamende’ besluit verdedigen tegenover zijn kiezers, de oppositie en de media. Het kabinet van zijn voorganger telde drie vrouwelijke leden. Malcolm Turnbull nam twee jaar later Abbotts positie over en benoemde al snel vijf vrouwen in zijn team.
Een nieuwe generatie van vrouwelijke leiders.
Elk gendergelijk kabinet lijkt de verwachting te wekken dat er in een volgend kabinet minstens evenveel vrouwen zullen zitten. We hebben een aantal voorbeelden gevonden van leiders die minder vrouwen benoemden dan hun voorganger. Maar meestal zijn de verschillen marginaal.
De in 1990 gekozen president Patricio Aylwin, die de eerste Chileense regering na de dictatuur vormde, benoemde op slechts 5 procent van alle regeringsposten een vrouw. De eerste vrouwelijke president van Chili, de socialist Michelle Bachelet, vormde in 2006 een gendergelijke regering; vier jaar later benoemde haar conservatieve opvolger, Sebastián Piñera, zeven vrouwen in zijn 23-koppige kabinet.
Hoewel zijn regering niet gendergelijk was, waren vrouwen er beduidend meer in vertegenwoordigd dan in de regeringen van vóór Bachelet. Dit is een duidelijk bewijs dat het principe van de ‘betonnen vloer’ ervoor zorgt dat vrouwen deel uitmaken van de regering. In tegenstelling tot het ‘glazen plafond’ – de subtiele, onzichtbare barrière die voorkomt dat vrouwen op machtige posities komen – wordt de betonnen vloer duidelijk erkend door alle leiders die wij hebben bestudeerd.
Een vergelijkbare standaard is van toepassing op andere vormen van politieke vertegenwoordiging in enkele landen die wij hebben bestudeerd. In Canada en de Verenigde Staten is een exclusief wit kabinet nauwelijks meer denkbaar. President Lyndon Johnson benoemde in 1966 als eerste een Afro-Amerikaan in zijn kabinet: Robert C. Weaver, minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling. Lincoln MacCauley Alexander werd in 1979 de allereerste zwarte minister van Canada.
De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed
Ondertussen zijn de regeringen in Duitsland en Spanje – landen met een steeds gevarieerdere bevolkingssamenstelling – nog altijd vrijwel exclusief wit. De enige zwarte parlementariër in Spanje, Rita Bosaho, is pas in 2015 gekozen. In Spanje heeft nog nooit iemand uit een etnische minderheidsgroep een kabinetspost bekleed.
In de zeven landen waarnaar wij hebben gekeken, was gender ons enige criterium bij het bestuderen van de verdeling van de posten. In die landen is al een kwart eeuw geen exclusief mannelijke regering meer geweest. Vrouwen maken de helft uit van de wereldbevolking. Dat gegeven wordt nu meer en meer zichtbaar binnen democratische regeringen – en dat is een duidelijk onomkeerbaar proces.
Het Britse broertje van de Australische website The Conversation, een onafhankelijke site voor nieuws en opinie, bezien vanuit overwegend academisch oogpunt. De site werd in 2011 opgericht door een groep journalisten en verwierf in korte tijd groot aanzien.
Dat François Hollande zich heeft teruggetrokken als presidentskandidaat is ongekend sinds het begin van de Vijfde Republiek, maar past wel in de afkalving van het ambt, schrijft commentator Alain Duhamel.
Normale presidenten bestaan niet meer, en een gelukkig presidentschap evenmin. François Hollande heeft ernstig, weemoedig en waardig aangekondigd af te zien van een tweede termijn. Hij had geen keus, maar hij pakte het goed aan. Met deze vernedering, die respect afdwong, wilde hij ook het verzwakte presidentschap beschermen.
Twee keer eerder kreeg een zittende president – eerst Valéry Giscard d’Estaing en later Nicolas Sarkozy – geen tweede termijn, een bewijs van de verzwakking van het instituut. François Hollande, wiens kandidatuur bij de eerste ronde al geen vanzelfsprekendheid was, wilde niet het risico lopen dat hij door zijn eigen sympathisanten werd afgewezen. Deze ongekende situatie toont aan dat in de Vijfde Republiek, die nu juist was bedoeld om het primaat van de uitvoerende macht te herstellen, het presidentschap ontheiligd is.
Aan de kaak gesteld
Dat presidentschap was sinds 1958 niet alleen de hoeksteen van de Franse instituties, maar ook het dwangmatige middelpunt van het politieke leven. Een president van de Vijfde Republiek beschikt over meer macht en privileges dan enig ander democratisch gekozen staatshoofd. Het is dus de Franse specificiteit die momenteel wankelt.
De burgers houden terecht vast aan hun grote democratische macht, die erin bestaat dat ze zelf hun president kiezen. De keuze voor een president is daarmee elke vijf jaar de grondslag van de Franse democratie. Maar tegelijkertijd wordt de macht van de republikeinse monarch die door het soevereine volk is gekozen voortdurend aan de kaak gesteld. Sinds Georges Pompidou heeft elke president ofwel een coalitie moeten sluiten (François Mitterand en Jacques Chirac), en dus een groot deel van zijn macht uit handen moeten geven, of hij is er niet in geslaagd een tweede termijn te vervullen (Valéry Giscard d’Estaing en Nicolas Sarkozy) of heeft zelfs van een poging daartoe moeten afzien (François Hollande).
Dat de Fransen dol zijn op hun presidentiële instituut, weerhoudt hen er niet van om hun president genadeloos af te straffen. Daarmee wordt het verketteren van de gekozen president een nationaal ritueel. De democratie van de Vijfde Republiek bestaat uit het kiezen en vervolgens afbranden van de gekozen leider. De Fransen blijven monarchistische koningsmoordenaars of bonapartisten die in opstand komen tegen de keizer.
Dit heeft, zoals in alle democratieën, duidelijk te maken met de crises die zich al meer dan veertig jaar aaneenrijgen en die door regeringen niet of nauwelijks bedwongen kunnen worden. Het wordt nog versterkt door de extreme verpersoonlijking van het presidentiële systeem die door de dagelijkse informatiestroom wordt gevoed en waarmee de sociale netwerken nietsontziend de vloer aanvegen.
De macht van de president is nog nooit zo zichtbaar en tegelijkertijd zo omstreden geweest. De vijfjarige ambtstermijn heeft dit proces alleen maar verergerd. Door de beknotting van het politieke leven en de druk om zich na twee of drie jaar presidentschap alweer tot een toekomstige kandidaat te transformeren, is het staatshoofd een deerniswekkend mikpunt geworden dat weldra uitgroeit tot een zondebok. De hypergemediatiseerde vijfjarige ambtstermijn is een roofdier, temeer omdat de nog maar nauwelijks gekozen president zich al snel in een minderheidspositie bevindt als gevolg van stemonthouding en snelle afbraak van de parlementaire meerderheid, die leidt tot oppositionele sabotage. Het Franse presidentschap is een monument dat met verwoesting wordt bedreigd.
Nicolas Sarkozy sloeg op hol, François Hollande liet alles op zijn beloop. De een was veel te autoritair, de ander veel te weinig
Maar ook de laatste presidenten zelf zijn hiervoor verantwoordelijk geweest. Jacques Chirac verzuimde de republiek te verenigen na zijn overwinning op Jean-Marie Le Pen. Nicolas Sarkozy, zo energiek tijdens crises, spreidde een deplorabele stijl en een pathologische alomtegenwoordigheid tentoon terwijl François Hollande, zodra hij het Palais de l’Elysée betrad, zich juist omgekeerd gedroeg, tot in het extreme. Nicolas Sarkozy communiceerde veel te veel, zijn opvolger vermeed iedere vorm van communicatie. Behalve bij dramatische gebeurtenissen (aanslagen, militaire initiatieven) heeft hij zich wars getoond van theater. Geen sterke symbolen, geen spectaculaire gebaren, geen grootse, principiële toespraken à la Mitterand, terwijl hij een uitstekende spreker kan zijn. Nooit een duidelijke politieke lijn, terwijl het hem in kleine kring niet aan scherpzinnigheid of coherentie ontbrak. Maar in het openbaar was het een en al wolligheid, contradicties en getalm. Alles wat hij goed deed werd op slag onzichtbaar, en alles wat hij verkeerd deed te zichtbaar. Nicolas Sarkozy sloeg op hol, François Hollande liet alles op zijn beloop. De een was veel te autoritair, de ander veel te weinig.
Een zevenjarige ambtstermijn lijkt dus een veel redelijker keuze dan een vijfjarige. Maar één wezenlijk feit blijft: een rechtstreeks gekozen president moet de belichaming zijn van de macht, een krachtige lijn uitzetten en zich zo coherent mogelijk tonen tussen de verovering en de uitoefening van zijn ambt. Een utopie?
Alain Juppé (71) is de grote favoriet bij de komende Franse presidentsverkiezingen. Met Le Monde spreekt hij over Nicolas Sarkozy, de ‘hysterie’ van het islamdebat en zijn concept van de ‘gelukkige identiteit’.
Steunt u het plan van de regering om de ‘jungle’ van Calais te ontmantelen en de migranten over heel Frankrijk te verdelen?
‘Met enige reserve. Het is onacceptabel dat Groot-Brittannië ons tegenwoordig mensen laat opnemen die het zelf niet wil hebben. We moeten de grens naar de andere kant van de tunnel verleggen. Daarna moeten we de bewoners van de “jungle” van Calais onderscheiden in degenen die vastbesloten zijn te blijven omdat ze asiel hebben aangevraagd en degenen die zich in een illegale situatie bevinden. Die laatsten moeten naar hun land worden teruggestuurd. De asielaanvragers moeten in kleine groepen – van niet meer dan twintig of dertig gezinnen – over het land worden verdeeld. En hun aanvraag moet snel behandeld worden om vast te stellen wie voor politiek asiel in aanmerking komt. De anderen moeten ook vertrekken.’
Baart de afwijzende houding die de migrantenkwestie oproept u zorgen?
‘We moeten absoluut iets doen aan het klimaat dat momenteel in Frankrijk heerst. Alleen al het woord “moslim” lokt disproportionele hysterie uit. Natuurlijk onderken ook ik de ernst van de situatie. Volgens de laatste peiling van het Institut Montaigne accepteert meer dan twee derde van de moslims in Frankrijk de wetten van de Republiek. Maar een kwart van hen doet dat dus niet. Daar moet een intensief deradicaliseringsbeleid op worden losgelaten, in samenspraak met de verantwoordelijken van de moslimgemeenschap. Maar als aan de andere kant sommige commentatoren verklaren dat we voornamen die niet Gallisch klinken moeten verbieden, begint het absurd te worden. Onlangs zijn op de Place des Invalides de voornamen opgelezen van de slachtoffers van de aanslagen. Ik heb zowel “Myriam” gehoord als “Fatima” en “Mohamed”. We moeten de gemoederen tot bedaren brengen. Als we zo doorgaan, stevenen we af op een burgeroorlog. Ik ben voor burgerlijke vrede.’
Bestaan er op rechts twee verschillende meningen over deze kwestie?
‘In mijn politieke familie bestaan twee tamelijk uiteenlopende stromingen: degenen die het geloof van de moslims als wezenlijk onverenigbaar met de Republiek beschouwen, en degenen die, zoals ik, vinden dat je niet iedereen over één kam moet scheren. Een moslim is geen terrorist. Zoals ik al zei, de meerderheid van hen is bereid de regels van de Republiek te respecteren. In algemene zin heb je mensen die teruggrijpen op het verleden en mensen die naar de toekomst kijken. Ik praat liever met jonge Fransen over de veranderende getalsverhoudingen in de wereld of over de nieuwe economische ontwikkelingsmodellen die we moeten bedenken tegen de opwarming van de aarde, waarvoor we zelf verantwoordelijk zijn. Ik wil niet tot in het oneindige teruggrijpen op het verleden.’
Nicolas Sarkozy maakt zich momenteel sterk voor assimilatie en is van mening dat als iemand Fransman wordt, zijn voorouders Galliërs zijn…
‘Een paar jaar geleden zei hij precies het tegenovergestelde. In Nieuw-Caledonië en Polynesië heb ik Fransen ontmoet die erg aan hun land gehecht waren. Ik zou niet op het idee zijn gekomen om tegen hen te zeggen dat ze Galliërs waren! Dat is echt een polemiek uit een andere tijd.’
Het debat tijdens de eerste ronde gaat voorlopig vooral over de identiteitskwestie. Betreurt u dat?
‘Dat is een kwestie die bij de Fransen speelt, dus dat is belangrijk. Ik benader het op mijn manier, en ik ben niet bang voor dat debat. Alles staat of valt met het doel dat ik voor ogen heb, het hervinden van onze “gelukkige identiteit”. De moeilijkheden en angsten van de Fransen zijn me genoegzaam bekend. Maar ik bijt me er niet in vast, ik ben geen onheilsprofeet. Ik wil de Fransen een hoopvolle toekomst bieden. De gelukkige identiteit is geen constatering, maar een doel.’
‘Gaan we ook alle religieuze symbolen uit de openbare ruimte verwijderen? De kruisbeelden op kruispunten kapotslaan?’
Nicolas Sarkozy is tijdens zijn campagne opgeschoven naar rechts en beschuldigt u van een gebrek aan realisme. Wat is uw antwoord daarop?
‘Daar geef ik geen antwoord op. Bij alle verkiezingscampagnes zie je een verharding van de standpunten. Op een bepaalde manier is het mijne ook harder geworden, door de nadruk te blijven leggen op de gelukkige identiteit. Ik zie dat de kunst om zichzelf tegen te spreken uiterst wijdverbreid is. Nicolas Sarkozy zegt bijvoorbeeld dat we voorzorgsmaatregelen moeten nemen tegen het terrorisme, maar hij belooft tegelijkertijd de voorzorgsmaatregelen tegen klimaatverandering te verzachten. Waar is de samenhang?’
Kort geleden reageerde u geërgerd op de vraag hoe u denkt over een ‘redelijk compromis’ op het gebied van de scheiding van kerk en staat.
‘Daarbij was sprake van kwade wil. Ik had naar de situatie in Quebec verwezen, met de woorden: “Er bestaan ook redelijke compromissen.” Ik had het over een land dat heel anders over de scheiding tussen kerk en staat denkt dan wij. Dat gezegd zijnde, is het echt nodig om onredelijk te zijn? Om kinderen te verplichten varkensvlees te eten in de kantine als ze dat niet willen? Dat is onredelijk. We moeten ons gezond verstand gebruiken en niet tot een extremistische scheiding vervallen. Gaan we ook alle religieuze symbolen uit de openbare ruimte verwijderen? De standbeelden van de maagd Maria verwijderen of de kruisbeelden op kruispunten kapotslaan? We zijn bezig gek te worden.’
U stelt een gedragscode voor de scheiding tussen kerk en staat voor. Wat zet u daarin?
‘Ik stel voor dat er een handvest voor die scheiding wordt opgesteld. Dat is een tekst die de belangrijke wetten over de scheiding verenigt en herinnert aan belangrijke principes als de gelijkheid tussen man en vrouw. Daarna bekijken we het van geval tot geval. Ik heb altijd achter de tekst gestaan die het dragen van religieuze symbolen op scholen verbiedt. Over de nikab heeft de Raad van State zich duidelijk uitgesproken: die moet verboden worden, niet om religieuze redenen, maar omdat hij indruist tegen de noodzaak om in het openbare leven gezichten te kunnen herkennen. Dan krijg je daarna de kwestie van de hoofddoek op de universiteit, en dan die van de boerkini, en op een dag zal het over de lange rok gaan… Er moet een algemeen akkoord tussen de Franse moslims en de Republiek komen over de spelregels.’
Met wie moet dit akkoord worden gesloten?
‘Het grote probleem is inderdaad het vinden van een medeondertekenaar. De peiling van het Institut Montaigne is verontrustend: de legitimiteit van de Franse moslimraad en van de mensen op wie wij steunen is zwak. De moslims die tegen de radicalisering willen strijden moeten zich organiseren. Ik doe een beroep op hen: zij zijn de enigen die er iets tegen kunnen doen. De zwijgende meerderheid van de moslims keert zich vierkant tegen iedere vorm van radicalisering. Laten ze dat zeggen en zich verenigen!’
Hoe moet die strijd tegen radicalisering volgens u worden gevoerd?
‘Dat moet vooral in de gevangenissen gebeuren, die kweekvijvers zijn. Ik vind het schandalig dat de regering zich alleen afvraagt of er nieuwe cellen bij moeten komen, terwijl de detentieomstandigheden mensonwaardig zijn vanwege een chronische overbevolking. Ik stel voor dat er tienduizend nieuwe plaatsen worden gecreëerd en dat er, onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie, een penitentiaire politie komt die onderzoek doet in de gevangenissen en de gevangenbewaarders ondersteunt. Ten slotte zullen er deradicaliseringsafdelingen moeten komen.’
‘Ik wek waarschijnlijk minder hysterie op. De Fransen willen worden gerustgesteld door iemand met ervaring’
Wat de strijd tegen het terrorisme betreft: steunt u het voorstel van Nicolas Sarkozy om alle mensen met een ‘fiche S’, mensen die een potentiële bedreiging vormen voor de staatsveiligheid, preventief in hechtenis te nemen?
‘Alle specialisten vinden dit een zinloze discussie. Allereerst omdat niet alle mensen met een “fiche S” banden hebben met het terrorisme. Bovendien kan het soms van belang zijn, net als bij de strijd tegen de zware criminaliteit, om mensen een zekere vrijheid te gunnen, zij het onder toezicht, om zo de netwerken te kunnen ontmantelen. Uiteindelijk vind ik dat aan de allergevaarlijkste lieden vrijheidsbeperkingen moeten worden opgelegd. In het kader van de noodtoestand kan men ze huisarrest geven. Men kan ze ook in een detentiecentrum plaatsen, mits een rechter daar toestemming voor geeft. Dat is mijn rode lijn. Anders krijgen we een Guantanamo-systeem, waarbij mensen zonder enig bewijs en zonder enige rechterlijke bemoeienis voor onbepaalde tijd gevangen worden gezet. Ik wil geen Guantanamo op z’n Frans!’
Nicolas Sarkozy belooft de grondwet te wijzigen om de boerkini te kunnen verbieden, om mensen met een ‘fiche S’ preventief te kunnen opsluiten en om zich kunnen onttrekken aan het recht op gezinshereniging van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
‘Verkiezingsbeloften zijn één ding, maar de grondwet wijzigen! Wie kan zich trouwens voorstellen dat Frankrijk uit het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou stappen?’
Baart de opkomst van Nicolas Sarkozy in de peilingen u zorgen?
‘De peilingen voor de eerste ronde zijn onzeker, maar ze vertonen een bemoedigende tendens, vooral voor de tweede ronde, als het er echt op aankomt. Ik blijf er onvermoeibaar op wijzen dat iedereen op 20 en 27 november moet gaan stemmen, en dat de inzet hoog is.’
Beschouwt u zichzelf als de grootste kanshebber op rechts om Marine Le Pen in 2017 te verslaan?
‘Als ik de peilingen mag geloven, ben ik de enige die haar in de eerste ronde voor kan blijven en haar in de tweede ruimschoots kan verslaan.’
U wordt ervan beschuldigd te profiteren van de afkeer van Nicolas Sarkozy, zonder echt steun voor uw programma te zoeken. Uw bijeenkomsten zijn bijvoorbeeld weinig bezielend. Is dat niet noodzakelijk om te winnen?
‘Wie zegt dat? Overal in Frankrijk word ik met respect en nieuwsgierigheid ontvangen. Ik merk dat er veel steun is voor mijn betoog over hoop, over het feit dat Frankrijk nog niet naar de haaien is, dat ons land kan terugveren en in harmonie kan leven met respect voor onze eenheid en onze diversiteit. Ik wek waarschijnlijk minder hysterie op, maar meer enthousiasme. De Fransen willen worden gerustgesteld door iemand met ervaring, die hen probeert te verenigen. Niet tegenstellingen zijn het antwoord op de ongerustheid, maar saamhorigheid en rust onder de burgers.’
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.