Tag: Schapen

  • Waarom we over schapen dromen

    Waarom we over schapen dromen

    Dieren spelen de hoofdrol in onze psychische aandoeningen, hallucinaties en dromen, maar ook in kunst, verhalen en de mentale wereld van kinderen. Ze betreden de psyche op spectaculaire en soms verontrustende manieren.

    Een paar jaar geleden liep een drieënvijftigjarige man een ziekenhuis in Mumbai binnen en zei dat een kakkerlak in zijn rechteroor was gekropen en zich in zijn hoofd had gevestigd. Hij vertelde dat het insect eitjes had gelegd en dat de larven door zijn hersenen kropen. Na zes weken piekeren en slecht slapen ging hij naar het ziekenhuis om een keel-, neus- en oorarts te raadplegen. In plaats daarvan werd hij echter doorgestuurd naar een psychiater.

    De psychiater diagnosticeerde hem met parasietenwaan: het misplaatste geloof dat parasieten het lichaam hebben geïnfiltreerd. Ongeveer een op de honderdduizend mensen gelooft door deze aandoening dat er mieren, wormen, teken, mijten of andere beestjes onder hun huid kruipen. Het is, zoals de naam suggereert, een waanbeeld dat vaak samenhangt met schizofrenie of dementie. Wanneer de waan toeslaat, kan niets of niemand de patiënt ervan overtuigen dat de insecten niet echt zijn.

    Parasietenwaan is relatief zeldzaam, maar duidt op een wijdverspreid fenomeen: de aanwezigheid van dieren bij psychische stoornissen. In de medische literatuur zijn tienduizenden gevallen beschreven waarin dieren, of voorstellingen daarvan, een significante rol spelen bij mentale klachten.

    Sociogene ziekte

    In plaats van de eerdergenoemde voorbeelden had het ook kunnen gaan over een slachtoffer van seksueel kindermisbruik die opgroeide met een obsessie voor ratten; een psychotische dierenliefhebber die zich tijdens tics als een hond gedraagt; een west-Afrikaanse moeder die uit een droom ontwaakte en ervan overtuigd was dat ze door een baviaan was bezwangerd; een jonge vrouw die geloofde dat ze door haar kat werd behekst; of, dichterbij, het kind van een vriend van mij dat tijdens de coronapandemie begon te huilen als een wolf.

    Ook kunnen we een blik werpen op de lange geschiedenis van sociogene ziekte, oftewel ‘massavorming’, waarbij schijnbaar onschuldig gedrag – vaak de imitatie van dieren – zich snel en zonder duidelijke oorzaak verspreidt door een school, een religieuze gemeenschap of een andere hechte instelling. Middeleeuwse bronnen uit Frankrijk en Spanje beschrijven hoe groepen nonnen blaffend door de velden renden, de hele dag miauwden als katten of schaapachtig blaatten terwijl ze in de kerk stuiptrekkend hun sluiers verscheurden.

    Het dier is alles wat een mens niet is, de ultieme ‘ander’

    In de afgelopen eeuwen zijn wilde dieren uiteraard bijna volledig uit het dagelijks leven verdwenen. We beschouwen ze vaak als inferieur: minder bewust, minder intelligent, minder zelfrelativerend, minder rationeel. Het dier is alles wat een mens niet is, de ultieme ‘ander’. Toch spelen ze de hoofdrol in onze psychische aandoeningen, hallucinaties en dromen, maar ook in kunst, verhalen en de mentale wereld van kinderen. Ze betreden de psyche op spectaculaire en soms verontrustende manieren.

    Dat geldt vooral voor mensen met medische aandoeningen zoals blindheid, dementie of schizofrenie. Hun hallucinaties kunnen bijzonder levendig zijn. In 2019 meldden verschillende psychosepatiënten tijdens een medisch onderzoek dat ze slangen uit hun armen zagen groeien, een neushoorn de straat zagen oversteken of een koe ontwaarden die midden in een schoolgang stond.

    Dergelijke gefantaseerde dieren kunnen ook gemakkelijk verschijnen onder invloed van psychedelica als LSD of psilocybine – de werkzame stof in paddo’s. Tijdens zulke ervaringen maken dieren bijna altijd deel van de beleving. Tijdens mijn eerste – en waarschijnlijk laatste – ervaring met psilocybine bevond ik me in een wereld vol reptielachtige en parasitische narigheid, waarin slangen, hagedissen, wormen en andere pootloze wezens door een plantenrek kropen en gleden. Ze daagden me uit met groteske gezichten die deden denken aan waterspuwers van een gotische kathedraal. Het klinkt angstaanjagend, maar het wekte bij mij vooral een oprechte nieuwsgierigheid op.

    Hallucinaties

    Daarin sta ik niet alleen: psycholoog Benny Shanon, die honderden keren ayahuasca dronk als onderzoek naar het boek dat hij over de effecten ervan schreef, kwam tijdens zijn hallucinaties vooral dieren tegen. Hij kwam hagedissen en krokodillen tegen, vissen en bijen, vlinders en jaguars. Ook in dromen verschijnen regelmatig zowel gewone als mythische dieren. En hoewel het verleidelijk is om betekenis achter zulke visioenen te zoeken, zeggen ze waarschijnlijk meer over onze verhouding tot dieren dan over de dieren zelf.

    Dichter Alisan Hawthorne Deming, die in haar dromen vaak door dieren wordt bezocht, beschrijft hoe ze zelfbewust en ongebreideld haar bewustzijn binnendringen. Na een droom waarin een paard de praktijk van Sigmund Freud binnenkwam voor een behandeling, concludeerde ze dat het ‘een boodschapper uit het dierenrijk was, die ons vertelde dat wij hen gek maken – en dat zij zelf geen wetenschap hebben om zichzelf te behandelen.’

    Het blijft een mysterie waarom zulke realistische dierlijke beelden in het onbewuste blijven opduiken. Een mogelijke verklaring is dat het brein, bij gebrek aan normale prikkels, inkomende informatie ordent door er een hypothese of een eigen verhaal aan te verbinden, of door het zogeheten defaultnetwerk te activeren, een groep hersengebieden die dagdromen en introspectie mogelijk maken. Dat we eerder dieren oproepen dan levenloze objecten, kan samenhangen met het feit dat het menselijke visuele systeem is geëvolueerd om zeer gevoelig te zijn voor levende wezens.

    Hij kwam tijdens zijn hallucinaties vooral dieren tegen: hagedissen en krokodillen, vissen en bijen, vlinders en jaguars

    Tijdens de honderdduizenden jaren waarin Homo sapiens en zijn voorouders als jagers en verzamelaars leefden, hadden individuen die sneller dieren konden ontwaren in het landschap een grotere kans om te overleven en zich voort te planten. Zo werd deze vaardigheid geleidelijk geselecteerd, totdat ze een universeel geërfd kenmerk werd van het menselijk brein. We ontwikkelden, om een nieuw spreekwoord leven in te blazen, een ‘dierenverstand’: we raakten betrokken bij de omstandigheden van onze medewezens en zeer afgestemd op hun anatomische vorm en hun bewegingen.

    Archeoloog Derek Hodgson, wiens expertise ook neurowetenschap en psychologie bedraagt, oppert dat dit mechanisme waarschijnlijk bij onze voorouders is geëvolueerd als reactie op de dreiging van carnivoren en de voortdurende strijd om voedsel. Een intuïtieve emotionele reactie op de geringste mogelijkheid dat er een dier in de buurt is, vergrootte de overlevingskans aanzienlijk. ‘Ze concurreerden met roofdieren die niet alleen op hen jaagden, maar ook op de dieren die ze zelf achterna zaten,’ aldus Hodgson. ‘Als ze een fout maakten en niet reageerden, zouden ze diep in de problemen zitten. Ze moesten extreem alert zijn op dieren die zich camoufleerden, anders zouden ze achterblijven in het eindeloze verstopspel.’

    Het moderne brein draagt dit mechanisme nog altijd met zich mee. Neurowetenschappers hebben een specifiek neuraal pad gevonden dat het visuele deel van het brein (de visuele cortex) aan het emotionele deel verbindt (de amygdala). Deze ‘ventrale stroom’ roept bij het zien van een dier een onmiddellijke emotionele reactie op, waardoor we de positie ervan al opmerken voordat we ons daar actief van bewust zijn. Net als onze voorouders uit de ijstijd, blijven we dus hypergevoelig voor levende wezens.

    Dierenbrein

    Hoewel we ons ‘dierenbrein’ in het dagelijks leven niet vaak op de proef kunnen stellen, wordt het volledig geactiveerd als onze psyche wordt verstoord: tijdens psychoses, neuroses, waanbeelden, fobieën en obsessies, maar ook tijdens dromen en hallucinaties. De dieren die ons in zulke toestanden bezoeken, zijn wellicht tekenend voor de tegenstrijdige manieren waarop we over hen denken – en onze wankele gevoelens over de vraag of wij zelf ook dieren zijn.

    De Amerikaanse antropoloog Ernest Becker, prominent in het midden van de twintigste eeuw, geloofde dat onze houding tegenover dieren – en een groot deel ons gedrag en denkproces – voortkomt uit het besef dat we sterfelijk zijn. De angst om ooit tot stof te vergaan motiveert ons om gezinnen te stichten, normen en waarden te cultiveren, religies te omarmen en dingen op te bouwen die ons zullen overleven. Dieren, die we veelal zien als verkeersslachtoffer of als voedsel, herinneren ons aan onze lichamelijke, sterfelijke aard. Door ons van ze af te zonderen, proberen we een vorm van symbolische onsterfelijkheid te bereiken.

    Beckers ideeën helpen verklaren waarom we ons zo wanhopig vastklampen aan het idee dat de mens een uitzonderingsgeval is, ondanks het toenemende bewijs dat we de ervaringen en vermogens van onze medewezens ernstig onderschatten. De meeste biologen zijn het er inmiddels over eens dat alle gewervelde en veel ongewervelde dieren over een bepaald bewustzijn beschikken, en dat hun emoties net zo complex kunnen zijn als die van mensen. Onze opzettelijke uitsluiting – een geloof dat te herleiden is naar de oude Grieken – is desastreus geweest voor diersoorten. Het heeft ons toegestaan ze straffeloos te doden en hun leed op afstand te houden. En het heeft ons toegestaan om de cognitieve dissonantie te omzeilen waarbij we moeten erkennen dat we zijn wat we eten: vlees en botten.

    Het idee dat de mens een uitzonderingsgeval is, is makkelijk te koesteren als we volledig bewust zijn. Maar als we slapen, cognitief kwetsbaar zijn, onder invloed verkeren of op een andere manier uit balans zijn, worden dieren ineens onze gelijken. Wat doen deze dieren hier? Daar is moeilijk achter te komen. Ze herinneren ons er in elk geval aan dat onze relatie ouder en intiemer is dan we vaak willen erkennen.

  • Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Onkruid verwijderen in velden met zonnepanelen is knap ingewikkeld. Schapen blijken hiervoor perfect: volgzaam, vraatzuchtig en precies de juiste hoogte. Zo ontstond een welkome impuls voor Amerikaanse schaapherders en hun kuddes.

    Ondanks de hitte haalt een maaiploeg in een veld met zonnepanelen in Texas zonder te klagen het gras weg. De panelen bedekken ruim 600 hectare van een zonnepark in Deport, een stad dicht bij de grens met Oklahoma. De baas van de ploeg, Ely Valdez, zorgt ervoor dat er geen prairiegras over de panelen heen groeit. Beter gezegd, zijn schapen doen het meeste werk.

    Het noodzakelijke verwijderen van de plaatselijke flora onder en rondom zonnepanelen heeft voor een onverwachte toename in werkgelegenheid gezorgd. Valdez profiteert daarvan, net als de vele andere herders die, verspreid over heel de VS, op de nieuwe fotovoltaïsche velden werken. De herder is eeuwen nadat hij door zijn rol in de Bijbel bekendheid verwierf weer in trek. Schapen, de verrassende drijfveer achter duurzame energie, genereren jaarlijks miljoenen dollars aan inkomsten door zonneboerderijen in het hele land op te schonen.

    ‘Deze ontwikkeling verandert onze levens,’ zegt Valdez, die vijfenveertig jaar oud is. Hij verwacht dat de kuddes onder zijn toezicht binnenkort jaarlijks honderdduizenden dollars aan inkomsten zullen genereren. De toenemende vraag naar zonne-energie is voor Valdez een enorme meevaller geweest. Zo heeft hij zijn huis in San Antonio kunnen afbetalen. 

    Tienduizenden hectaren

    In 2018 was het nog vijfduizend, maar volgens schattingen van mensen in de sector zijn er in de VS inmiddels tienduizenden hectaren aan zonnevelden waarop schapen worden ingezet. Kudde-eigenaren vragen tot wel vijfhonderd dollar per hectare per jaar.

    Voor deze klus in de zonne-industrie zijn er verschillende methoden uitgeprobeerd, maar een aantal veelbelovende kanshebbers voldeed niet aan de vele eisen. Zo zijn motormaaiers maar beperkt bruikbaar en kunnen ze niet gemakkelijk onder de panelen manoeuvreren, waardoor er kans is op beschadigingen.

    Schapen zijn volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte

    Grazende dieren waren dus favoriet, maar om logistieke redenen bleek niet elk dier even geschikt. Koeien en paarden zijn te groot om onder de panelen te passen. Geiten eten graag elk schadelijk onkruid, maar kauwen ook op bedrading en klimmen op apparatuur.

    Schapen zijn daarentegen volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte. Zo wonnen ze het gemakkelijk van de andere dieren.

    Optimistisch

    Valdez is verantwoordelijk voor de zeventienhonderd schapen die het zonnepark van Lightsource BP in Deport bevolken. Hij krijgt een deel van het geld dat aan de eigenaar van de kudde wordt betaald. Waar de schapen aan het werk zijn, overstemt geblaat het gestage gezoem van de machines die zonlicht omzetten in elektriciteit.

    Zijn eigen kudde van tweeduizend schapen is onderdeel van drie zonne-energieprojecten in de buurt van zijn huis en wordt beheerd door zijn vrouw, drie kinderen en tien werknemers. Net als de herders van vroeger leert hij het vak aan zijn kinderen. 

    Valdez, die voorheen een betonbedrijf bezat, startte zeven jaar geleden zijn herdersbedrijf. Hij was geïntrigeerd geraakt door een artikel over Europese zonnevelden en zag per toeval in een zonneveld tegenover zijn huis een gefrustreerde technicus de strijd aanbinden met planten. Hij sloot een deal van dertigduizend dollar in ruil voor zijn zevenentwintig ooien en zei de betonhandel vaarwel.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden

    Het inhuren van schapen voor landschapsonderhoud gebeurt al tientallen jaren. Zo had het Witte Huis tijdens de Eerste Wereldoorlog een kudde schapen om het onkruid in toom te houden. Maar vóór het begin van de zonne-industrie hadden veel schapenhouders het moeilijk. Door import uit Australië en Nieuw-Zeeland – landen die samen met China ook wereldwijd de wolmarkt domineren – is de vraag naar lams- en schapenvlees van eigen bodem gedaald.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden. Na Valdez en anderen in de zonne-industrie te hebben gesproken, gaf JR Howard, die al lang in het herdersvak zit, ongeveer 500.000 dollar uit. Met het geld, waarvan een deel geleend is, kocht hij genoeg schapen om een contract af te kunnen sluiten bij Lightsource BP. Vorig jaar is hij met zijn familie bijna 650 kilometer verderop gaan wonen om het werk te kunnen doen. 

    Het herdersleven

    Het herdersleven, althans op zonneparken, is niet alleen maar idyllische rust. Howard (42) is de hele dag bezig met het verplaatsen van schapen en schapenhekken naar overwoekerde velden, het vervoeren van watertanks en soms het aanvoeren van extra voer.

    Howard heeft meerdere waakhonden, waaronder Snowflake en Spark. Het zijn akbash: een eeuwenoud ras dat door Turkse herders wordt gebruikt en sterk en groot genoeg is om coyotes en andere roofdieren op afstand te houden. Het grootste deel van de tijd zijn ze bezig met het volgen van de schapen.

    Veel zonneherders besparen kosten door gebruik te maken van schapenrassen die niet geschoren hoeven te worden. Lightsource BP gebruikt zogenaamde dorper-schapen, waarvan veel een opvallende zwarte kop hebben, en katahdin, een ras dat in Maine enkele decennia geleden voor het eerst werd gefokt vanwege zijn vlees. Sommige van de dieren worden graag geaaid tijdens het grazen. 

    Geschikte technologie

    Zonne-energiebedrijven bieden hun vierpotige werknemers verschillende voordelen, zoals waterpompen en omheinde weiden waar ze comfortabel kunnen slapen. ‘Schapen zijn voor dit werk echt de geschikte technologie,’ aldus Michael Baute, vicepresident regeneratieve energie en koolstof-afvang en -opslag bij zonne-energieontwikkelaar Silicon Ranch Corp., dat gevestigd is in Nashville in Tennessee.

    Volgens Baute, die al lange tijd als boer werkzaam is, is het een uitdaging om genoeg schapen te vinden. Hij werkt als tussenpersoon voor herders en zonne-energieontwikkelaars en is dus eigenlijk een soort schapenmakelaar. Hij kwam in 2018 per toeval deze baan tegen, nadat hij een kudde had ingehuurd om het gras te verwijderen op een zonnepark van twintig hectare van Silicon Ranch.

    De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf

    De zonne-energieontwikkelaar, gesteund door oliegigant Shell PLC, was zo tevreden over het resultaat dat hij het jonge schapenmakelaarsbedrijf van Baute kocht. De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf, voornamelijk in het zuidoosten.

    Ook wat herders betreft is de vraag groter dan het aanbod. De American Solar Grazing Association en scholen die verbonden zijn aan North Carolina State University en Cornell University bieden onderzoek en scholing in de techniek, maar cursussen voor beginners zijn moeilijk te vinden.

    Christy King, projectmanager bij Solv Energy, het bedrijf dat het zonne-energieproject voor Lightsource BP beheert, is dol op de nieuwe lammetjes in Harolds kuddes. Eerder dit jaar kreeg ze toestemming om er een mee naar huis te nemen. Ze noemde het Cordina, naar een collega, en gaf haar flesvoeding. King liep met Cordina aan de lijn en het lammetje sliep bij haar in bed. 

    Cordina, die uiteindelijk groter en minder schattig werd, is nu een werkend schaap. King zegt dat ze Cordina af en toe tegen het lijf loopt op het zonnepark, dat genoeg energie opwekt om ongeveer veertigduizend huizen van stroom te voorzien. King, die oorspronkelijk als technicus is opgeleid, heeft pas onlangs de fijne kneepjes van het schapenhoeden geleerd. ‘Ik heb nooit geweten dat je dit voor je werk kon doen,’ zegt ze.