Tag: schoenen

  • De nieuwste schoenentrend: hoe lelijker, hoe beter

    De nieuwste schoenentrend: hoe lelijker, hoe beter

    Lelijke ontwerpen die ineens cool worden, zogenaamde ‘uglycore’, is geen nieuw fenomeen. Maar, zo schrijft Bloomberg, ‘de collectieve kater na twee jaar lang pragmatisch schoeisel’ te hebben gedragen vraagt om een nieuwe impuls: nog lelijker.

    Onder de barkrukken bij Doris zien we het bewijs van een onappetijtelijke trend die van geen wijken wil weten. Een man met snor, in een jarentachtigneonjack, zit in stemmig kaarslicht op de patio van de cocktailbar in Brooklyn, zijn tenen in het volle zicht, zijn blote voeten in sandalen gestoken. Een andere man frunnikt wat aan zijn plastic muilen terwijl hij wacht op zijn gezelschap. De barvrouw, die luistert naar de naam Shivs, een 24-jarige tatoeëerder in opleiding met in plukjes geknipt donker haar en een platinakleurig gebleekte pony, zegt dat haar klanten verzot zijn op lelijk schoeisel. ’s Zomers lopen ze op veelkleurige Teva’s, Birkenstock-sandalen en Crocs met plateauzolen. Als de winter aanbreekt lopen ze op de koudweerpendanten, gevoerd met schapenvacht of bont. ‘Ik heb gemerkt dat lelijke dingen uiteindelijk altijd cool worden,’ zegt Shivs.

    Deze zogeheten uglycore – mode waarbij het meer gaat om zelfexpressie dan om schoonheid – is niet nieuw, maar de collectieve kater na twee jaar lang nauwelijks nog een voet in een nette schoen, een pump, een instapper, een brogue, een oxford of zelfs maar een paar flatjes te hebben hoeven wurmen, heeft onze ongegeneerde flirt met pragmatisch schoeisel een nieuwe impuls gegeven. Opmerkelijke schoenen die ooit waren bedoeld voor surfers, pakjesbezorgers en mensen met moeilijke voeten, worden nu prominent in beeld gebracht tijdens Zoomvergaderingen en modeshows, en eigenlijk zo ongeveer overal waar de cool kids zich ophouden.

    Het lijkt bijna een spel om de lelijkste schoen op de markt te brengen

    Het lijkt bijna een spel om de lelijkste schoen op de markt te brengen. De Yeezy Foam Runners van Adidas, die eruitzien als geperforeerde marshmallows, gaan als warme broodjes over de toonbank. Er zijn ook zachte Koolaburra-pantoffels die je voeten omhullen met een soort kleine dekentjes van namaakvacht. De hybride sneaker-regenlaarzen van Converse zien eruit alsof iemand All-Stars in rubber heeft gedoopt. Balenciaga heeft om de een of andere reden besloten Crocs van hakken te voorzien. ‘Een kenmerk van mode is dat het, net als kunst, de essentie van schoonheid probeert te onderzoeken, in plaats van eenvoudigweg te streven naar ontwerpen die in esthetische zin aangenaam zijn,’ zegt Carolyn Mair, auteur van The Psychology of Fashion. ‘Dus als mode kunst is, is “lelijk” ook goed.’

    GettyImages 1382247256
    Tijdens de Paris Fashion Week, afgelopen maart, waren de Crocs ook vertegenwoordigd. Knalroze onder een zeegroen pak, met bijpassende trui en neonroze nylon schoudertas. – © Edward Berthelot / Getty Images

    4,9 miljard dollar

    De uglycore-aanhangers plukken de vruchten van deze trend. Aandelen Crocs zijn afgelopen jaar tot ongekende hoogten gestegen en het bedrijf verwacht dat de inkomsten de komende vier jaar zullen verdubbelen, tot maar liefst 5 miljard dollar. In april vorig jaar werd Birkenstock overgenomen door L Catterton, een private-equityfirma met steun van LVMH, het grootste luxegoederenbedrijf ter wereld. In de overnameovereenkomst wordt de waarde van het bedrijf geschat op 4,9 miljard dollar.

    Maar er is een minder bekende derde partij, die ook behendig weet te manoeuvreren in deze wateren. In de afgelopen 49 jaar heeft Deckers Outdoor Corp. in alle stilte een lelijkeschoenenimperium opgebouwd dat vele miljarden waard is. Het werkpaard van dit bedrijf is Ugg, de alomtegenwoordige lompe laars van schapenvacht, die door werkelijk iedereen wordt gedragen – van jonge moeders op Long Island tot zevenvoudig Super Bowl-winnaar Tom Brady. Deckers heeft Teva aan een retrocomeback geholpen door winkelketens als Nordstrom en Anthropologie zover te krijgen dat ze de klittenbandsandalen met het image van een natuurkundeleraar uit de jaren tachtig aan de man brengen. Onlangs heeft de Koolaburra-tak de dikke, zachte sandaal met blote tenen nieuw leven ingeblazen, terwijl Sanuk de ‘superFUNKtionele’ hennepmocassin op de markt heeft gebracht.

    Dit is allemaal nog niets vergeleken bij Deckers’ nieuwste succesnummer, de Hoka: een hardloopschoen die iets oubolligs heeft maar net zo goed presteert als Nikes. Het merk is inmiddels Deckers’ snelst groeiende product. Vergeleken met het laatste kwartaal van vorig jaar zijn de inkomsten met 47 procent gestegen.

    Deckers, dat verwacht dit fiscale jaar 3 miljard dollar aan omzet te behalen, met winstcijfers voor alle merken, heeft nu een schoenenlijnen die leidend is in elke hoek van het lelijkheidsuniversum. In de grillige wereld van de trends is Deckers’ benadering van de zogeheten comfortwear wat minder die van Easy Spirit [winkelketen met comfortabele schoenen] en wat meer die van de luxere modehuizen. Naar de mening van het bedrijf is het de keuze tussen onopvallend of onconventioneel, en het is duidelijk voor welke weg er is gekozen. Al het andere leidt tot het zo gevreesde niemandsland: onverschilligheid.

    Powers’ team lijkt meer moeite te hebben met het concept ‘lelijk’ dan Powers zelf

    In het hoofdkwartier van Deckers in het rustige kustplaatsje Goleta, in het zuiden van Californië, bevinden zich meer schoenen dan mensen: bizarre kuithoge suède Uggs, Teva-sneakers van nepleer met een neerklapbare achterkant, een hele wand vol kleurrijke Hoka’s die wel iets wegheeft van psychedelische kunst. Dave Powers, die al zes jaar aan het hoofd staat van het bedrijf, geeft me een rondleiding op de ontwerpafdeling en ziet daar een Ugg-wedge staan, de hak in bruin jute gewikkeld. Hij haalt hem van de plank en bekijkt hem misprijzend – dit zal een van de vele modellen zijn die nooit in de winkel zullen belanden. Dit model lijkt te veel op een gewone schoen, zegt hij. Wat zoveel betekent als: hij is te mooi.

    GettyImages 1365572125
    Paris Fashion Week: onder een zonnebril van Chanel, een bordeauxrode pullover met hoge hals, een bruin glansleren jas met grote schapenkraag, een ‘crossbody tas’ van Hermes en wijde lichtblauwe jeans zijn de ‘muiltjes’ van Crocs met een zwarte print behoorlijk fashionable. – © Edward Berthelot / Getty Images

    Powers’ team lijkt meer moeite te hebben met het concept ‘lelijk’ dan Powers zelf. Wendy Yang, die aan het hoofd staat van Hoka – en die niet hapt als ik de producten het stempel ‘lelijk’ geef – heeft als motto ‘over smaak valt niet te twisten’. Ugg-vrouw Andrea O’Donnell, die onlangs afscheid heeft genomen van het bedrijf om algemeen directeur te worden van kledingbedrijf Everlane, zegt dat haar ontwerpers niet met opzet een onaantrekkelijke schoen maken. ‘We werken vanuit eenvoud en een zuivere bedoeling.’

    Van normcore

    Ooit werden we geboren als lid van een gemeenschap waarin iedereen zo’n beetje hetzelfde was. Dus moesten we ons uiterste best doen om onze individualiteit te vinden en te vieren. Na de Tweede Wereldoorlog werden de mogelijkheden daartoe steeds groter dankzij de kleding- en schoenenindustrie die opkwam, hand in hand met de popmuziek en jeugdcultuur. Zo ontstonden subculturen, clubjes en kliekjes: van beatniks en rockers tot hippies, alto’s, punkers, goths, metalheads en hipsters. Elk cultuurtje voorzien van een eigen soundtrack en van insiders die precies weten hoe het ‘moet’ binnen hun cultus. Lekker binnen je clubje individueel zitten wezen met mensen om je heen die er allemaal zo’n beetje hetzelfde uitzien. Zo bezien zou je kunnen zeggen dat we inmiddels worden geboren als individu en daar onze gemeenschap bij kunnen gaan zoeken. 

    Maar het is ook wel doodvermoeiend om onderscheidend te blijven in een supersnelle, 24/7 geglobaliseerde wereld. Dat bracht de Amerikaanse trendwatcher Emily Segal op de term normcore, een antimodeopvatting die haar hoogtepunt zo rond 2014-2015 beleefde. Normcore viert de vrijheid om niet bijzonder of authentiek te hoeven of willen zijn, en daar hoort niet-opmerkelijke, comfortabele kleding bij die door een meerderheid als ‘normaal’ wordt gezien. Vaak wordt daarbij verwezen naar personages in de serie Seinfeld.

    Niet saai zijn

    Maar Powers, die een honkbalpetje en wit-blauwe Hoka’s draagt, zegt dat het bedrijf zich één ding niet kan permitteren, en dat is saai zijn. Elk Deckers-merk heeft bepaalde succesnummers en de ontwerpers krijgen elk seizoen de vrijheid om zich eens lekker uit te leven – een deel van elke collectie is gereserveerd voor gewaagde pogingen om de volgende grote klapper te scoren. Het bedrijf gebruikt een van de 145 winkels om nieuwe items uit te proberen, zodat ze over harde cijfers beschikken wanneer ze winkelketens duidelijk moeten maken dat een of ander krankzinnig nieuw model het publiek aanspreekt.

    ‘Ik heb niets tegen het label lelijk,’ zegt Powers. ‘In feite laat je daarmee vooral zien dat je anders bent dan anderen. Je hebt iets wat uniek is. Het is misschien een beetje raar, maar het heeft ook iets fascinerends.’

    …naar uglycore

    Normcore ging over comfort en comfortabel en over aanpassing in plaats van exclusiviteit, en zette de deur open voor fleecetruien, Teva-sandalen en Crocs. Maar ja, gewoon is ook maar gewoon, en de mens blijft geneigd om uniek of uitzonderlijk te willen zijn. Dus dachten ontwerpers: wat nou als we die praktische Crocs en comfortabele Teva’s en Uggs eens gingen pimpen door er een vette schep bovenop te doen? Met wat vloekende kleurtjes hier en een bontje daar? Zo gezegd, zo gedaan en uglycore was geboren. Er was natuurlijk wel onderzocht of er een markt voor was. En ja hoor: aan de basis ervan ligt de fascinatie van Generatie Z (geboren tussen 1995 en 2010) voor de lelijke mode van de jaren negentig, meldde modemedium Fashionista vijf jaar geleden. ‘Voor het eerst voert de jongere generatie de trends aan in plaats van dat trends naar beneden doorsijpelen. Dus nu vinden tieners iets geweldig en millennials pikken het dan op, omdat ze zo graag jong en cool willen zijn,’ aldus trendvoorspeller Megan Collins in 2017. 

    En toen kwam corona. Zaten we allemaal thuis te zoomen. Het bovenlichaam kleedden we nog min of meer toonbaar aan, maar met de trainings- en pyjamabroeken en praktische instappertjes die buiten beeld bleven, deden we al ongemerkt mee aan de uglycore-trend die daarna keihard doorzette, tot vreugde van de modekassa’s.

    GettyImages 1170023817
    De Amerikaanse rapper Tierra Whack bezocht het Afropunk-festival in Brooklyn gekleed in een plastic doorzichtige jas en gele Crocs met plateauzolen. – © Matthew Sperzel / Getty Images

    Kurken bodem

    De eerste schoenen die Deckers ooit verkocht waren allesbehalve interessant: een paar gestreepte slippers. Medeoprichters Doug Otto en Karl Lopker verkochten ze begin jaren zeventig in Santa Barbara, in Californië, aan surfers die op het strand net iets meer wilden dan de doorsneeslipper. Maar zelfs toen al zag het bedrijf de eerste tekenen van uglycore. Door het hele land liepen hippies op lompe sandalen met een kurken bodem, de Birkenstocks, afkomstig van een bedrijf dat teruggaat tot een Duitse schoenmaker uit 1774. Een kleine tweehonderd jaar later had de eerste sandaal – die was bedoeld om de kuitspieren te trainen doordat de drager genoodzaakt was met zijn tenen de zool vast te grijpen zodat de schoen niet van zijn voet gleed – op de een of andere manier een spirituele snaar weten te raken bij Amerikaanse hippies.

    Begin jaren tachtig kregen de mensen van Deckers lucht van de Teva, een nieuwerwetse sandaal die was bedacht door een riviergids in de Grand Canyon, die een horlogebandje aan een slipper had bevestigd. Binnen een paar jaar sloot Deckers een licentieovereenkomst en begon met de productie en de verkoop van de sandalen, die goed aansloegen. In 1995, nadat de Amerikaanse olympische ploeg op Uggs was verschenen bij de Winterspelen in het Noorse Lillehammer, kocht Deckers het merk voor nog geen 15 miljoen dollar. De Ugg hobbelde zo’n beetje mee totdat hij in 2000 op de lijst belandde van Oprah Winfreys Favorite Things, waarna hij al snel uitgroeide tot de nummer 1-vrijetijdsschoen voor Hollywoodtypes. In 2002, toen de licentieovereenkomst afliep, besloot Deckers vol in te zetten op het sandalenmerk, en kocht het voor 62 miljoen van de oprichter.

    Wat tot dan toe geen gezicht was geweest, werd van het ene op het andere moment cool

    Die timing viel samen met de opkomst van wat een belangrijke nieuwe speler zou worden in deze opmerkelijk snel groeiende markt: Crocs, de muil van speciaal harsmateriaal die voor het eerst zijn opwachting maakte op de Florida Boat Show. Wat tot dan toe geen gezicht was geweest, werd van het ene op het andere moment cool, in de zin van: ik doe lekker wat ik wil. In 2012 ontwierp de Engelse modeontwerper Phoebe Philo een met nerts gevoerde Birkenstock-achtige sandaal voor haar Celine-show, daarna kwamen de met spijkers beslagen Birkenstocks van de Italiaanse ontwerper Giambattista Valli en de Givenchy-sandalen met dubbele bandjes. Marc Jacobs en Prada kwamen in 2014 allebei met een Teva-achtige lijn. Een kruising van stijlvol en lomp.

    GettyImages 1356450801

    Lelijkste schoen aller tijden

    In deze periode ging Deckers helemaal op de toer van de lelijke schoenen en kocht het ene na het andere merk op. Hoewel Sanuk, Hoka en Koolaburra veelbelovend waren, werd al snel duidelijk dat het bedrijf te hoog had ingezet. ‘We hadden een aantal merken die hun eigen broek konden ophouden,’ aldus Powers, ‘en een aantal die daar nooit toe in staat zouden zijn.’

    Toen Powers werd aangesteld als algemeen directeur, verkeerde Deckers in zwaar weer. Het bedrijf had te veel winkels geopend, te veel merken opgekocht en de voorraden niet goed ingeschat, en het kostte moeite om nieuwe klanten te vinden. De leiding was laks geworden met het promoten van de Ugg, de melkkoe van weleer, en de verkoopcijfers stagneerden. In 2017 gaf Deckers meer uit dan er binnenkwam. ‘Het was een zware tijd,’ zegt Powers, die daarvoor bij Converse, Timberland en Gap had gewerkt.

    ‘Teva en Ugg hebben misschien wel de lelijkste schoen aller tijden gemaakt’

    Assertieve investeerders drongen aan op een verkoop of een fusie, en op een nieuwe raad van bestuur. Het management werd ‘structureel onderpresteren’ aangewreven. Powers kwam met een tamelijk doorsnee-aanpak om in drie jaar het tij te keren: activiteiten consolideren, zwakkere merken van de hand doen, slecht presterende winkels sluiten. 

    Daarna heeft Deckers, in een wanhopige schreeuw om aandacht én een briljante marketingstunt, het concept lelijkheid naar een hoger plan getild. Het kwam met het afzichtelijkste schoeisel tot dan toe: twee kruisingen van Ugg-laarzen en Teva-sandalen. De ene kruising was een laars met open zijkanten en blote tenen, de andere een sandaal met een stukje schapenvacht aan de bovenkant. Het was niemand duidelijk waar ze voor dienden. Er zaten gaten in, dus ze konden niet voor de winter zijn. Maar ze waren ook van schapenvacht, dus in de zomer had je er niets aan. Waarom werden deze producten überhaupt gemaakt? Dat was bewust, erkent Powers. ‘Ze waren lelijker dan ik had gedacht, maar ik had zoiets van: als we maar aandacht krijgen,’ zegt hij. ‘Het was alsof we onszelf wakker probeerden te schudden.’ Er volgde een hausse aan media-aandacht, waaronder de kop in de Cosmopolitan: ‘Teva en Ugg hebben misschien wel de lelijkste schoen aller tijden gemaakt’.

    Strategische experimenten

    Sindsdien heeft met name Ugg geprofiteerd van de strategische experimenten van het bedrijf. De ontwerpers gaan uit van het basismodel en zoeken manieren om dat in alle mogelijke richtingen op te rekken. In 2018 kwamen de Ugg-ontwerpers met het idee van de Fluff Yeah, een donzige slipper met open tenen en een dikke, elastische hielband. Na een succesvolle, kleinschalige proef in Los Angeles liet Deckers het model in productie nemen. Inmiddels wordt de Fluff Yeah verkocht bij Nordstrom en Bloomingdale’s, maar ook bij chique labels als Stuart Weitzman en Tory Burch. Vorig jaar, toen de muil trending was, gaven de Ugg-ontwerpers een nieuwe draai aan hun bestaande variant door alle proporties uit te vergroten. Maar het eerste ontwerp – een muil met plateauzolen, een gigantisch lint om de enkel en een lachwekkende hoeveelheid foam (‘monsterlijk,’ om Ugg-ontwerper Helene Frain te citeren) – ging zelfs hen te ver. Nadat de teruggeschroefde Tazz afgelopen najaar zijn debuut had gemaakt, liep het storm bij duurdere winkels als Saks, ging het model viraal op TikTok en werden sterren als Gigi Hadid ermee gespot.

    De Hoka is de Ugg voorbijgestreefd als grootste inkomstenbron

    Een van de lucratiefste sprongen in deze merkwaardige diepten is de Hoka. De zachte, nogal opgeblazen ogende hardloopschoen, oorspronkelijk ontwikkeld in Frankrijk door een van de beste trailrunners en een minimalistische Franse sneakerontwerper (die inmiddels aan het hoofd staat van Deckers’ experimentele lab), is een ongekend succes geworden binnen de zeer competitieve wereld van de sportkleding, die wordt gedomineerd door Nike en Adidas. De introductie van de Hoka viel samen met de gekte rond de Balenciaga Triple S, een oversized dad sneaker van 1000 dollar die in 2018 werd omarmd door fashionista’s van Parijs tot Tokio. In plaats van te proberen de cartooneske Hoka-schoenen mooier te maken, maakte Deckers gebruik van een cultmerk dat hardcore hardlopers aansprak en zette het in de markt als de ultieme antihippe, androgyne sport- en vrijetijdssneaker. (Deckers, dat altijd op zoek is naar een vorm van kruisbestuiving, kwam zelfs met een kastanjekleurige, oversized Ugg-sneaker.) Afgelopen jaar is de Hoka de Ugg voorbijgestreefd als grootste inkomstenbron, en hij snoept nog altijd marktaandeel af van Nike.

    GettyImages 1381710425
    Bryan Grey Yambao, ook bekend als Bryanboy, een Filipijnse modeblogger en socialite, poseert tijdens de Paris Fashion Week met een oversized Balenciaga T-shirt met de kleuren van de Oekraïense vlag en Balenciaga X Crocs. © Vanni Bassetti / Getty Images

    Elk schoenenmerk dat de Hoka is voorgegaan weet dat ook lelijke modetrends – van Toms tot Dr. Martens – onvermijdelijk overwaaien. Dus werkt Deckers aan manieren om aan de top te blijven. Voor Teva, dat de omzet afgelopen zomer met 66 procent zag stijgen, gaat niets te ver om het merk fris te houden: onlangs bracht het een sandaal-met-sokcombinatie op de markt, een tijdloze look die helemaal in is bij de Europese toerist op leeftijd. ‘Als je kijkt naar de oorspronkelijke Teva-sandaal, de oorspronkelijke Ugg-laars en de oorspronkelijke Hoka, dan zijn die stuk voor stuk lelijk,’ zegt Powers. ‘Echt heel erg lelijk.’

  • 1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    1. Portugal staat weer stevig in de schoenen

    Dankzij een heuse wederopstanding draait de Portugese economie weer op volle toeren. Het land slaagde erin oude industrieën (schoenen en textiel) dankzij innovatie, nieuwe technologie en betere dienstverlening succesvol te hervormen.

    Zo’n twintig of dertig jaar geleden schudden politici en bankiers meewarig het hoofd als ze het hadden over de belabberde nationale textiel-, en schoenenindustrie, de achterhaalde kurkwinning en de armetierige landbouw. Het waren ten dode opgeschreven sectoren, levend in het verleden en steunend op goedkope arbeidskrachten die onherroepelijk zouden verdwijnen als gevolg van de modernisering van het land. Nieuwe doppen van plastic of aluminium zouden kurk overbodig maken. Kortom, Portugal was een land met weinig grondstoffen en een achtergebleven boerenbedrijf dat voornamelijk naar subsidies hengelde.

    Dat was toen. Tegenwoordig is het land weer trots op de schoenen en de textiel die het maakt, op zijn populaire landbouwproducten en florerende kurkindustrie. Dat komt niet alleen maar doordat de sombere prognoses onjuist bleken, maar ook omdat duidelijk is dat werknemers, werkgevers en werkgeversorganisaties een bewonderenswaardig weerstands- en aanpassingsvermogen aan de dag hebben gelegd.

    Creatieve destructie

    De kosten waren enorm. De landbouw neemt momenteel nog maar 2 procent van het bbp voor zijn rekening, tegen 8 procent in 1986, het jaar dat Portugal lid werd van de Europese Unie. De machtige textielindustrie komt pas dit jaar voor het eerst weer in de buurt de recordexport van 2001, van 5 miljard euro. Na een decennium van hervormingen exporteert de kurksector eindelijk weer voor meer dan 900 miljoen euro. Maar het grootste succesnummer van de nationale economie is de schoenenindustrie, die haar buitenlandse export sinds 2010 met 34 procent zag groeien.

    De ontwikkelingen in deze sectoren doen denken aan wat de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) ‘creatieve destructie’ noemde. In zogenaamde traditionele industrieën en in de landbouw moesten duizenden bedrijven hun deuren sluiten en verdwenen er tienduizenden arbeidsplaatsen. Dat was het directe gevolg van de eisen die de eenheidsmunt stelde, de liberalisatie van de wereldhandel, waardoor de Europese grenzen opengingen voor handelsmachten als China, en de stijgende loonkosten konden worden afgewend.

    Dit pijnlijke proces nam wel dertig jaar in beslag. Tussen 1985 en 2015 verdween in de kurkindustrie de helft van alle arbeidsplaatsen (er zijn er nog achtduizend over); in de 25 jaar sinds de grenzen opengingen voor import uit Azië gingen meer dan tweeduizend textielbedrijven failliet en verdween de helft van de arbeidsplaatsen in de sector, al met al zo’n 120.000 banen. In de landbouw was de schok niet minder groot: 500.000 hectare weinig vruchtbare grond kwam braak te liggen. Het aantal boerenbedrijven daalde in 35 jaar van 823.000 tot 250.000. In 1950 werkten er nog 1,5 miljoen Portugezen in de landbouw. Vandaag zijn dat er nog maar 120.000.

    Door het opengaan van de Europese grenzen en door de globalisering verloor Portugal een flink deel van zijn economische en commerciële activiteiten. Die waren sinds 1960 juist enorm gegroeid, nadat het land dankzij een akkoord met de Europese Vrijhandelsassociatie kon uitgroeien tot leverancier van textiel en schoeisel voor het rijke Europa. Vlak voordat het land lid werd van de Europese Unie, maakte de textielexport bijna een derde deel uit van het totaal – nu is dat nog maar 10 procent.

    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty
    Een werknemer aan de slag in de damesschoenenfabriek Helsar in Sao Joao da Madeira, Portugal. – © Getty

    Deze verliezen zeggen meer over de groei van andere bedrijfstakken dan over de teloorgang van traditionele sectoren. In andere Europese landen voltrok zich hetzelfde proces en in Portugal doet de ‘oude economie’ het dankzij de opstanding in vergelijking helemaal niet slecht. Als gevolg van economische ontwikkeling en modernisering zijn er altijd sectoren die moeten verdwijnen en plaatsmaken voor modernere, met meer innovatie en betere technologie, gebaseerd op intensief kapitaal in plaats van handwerk. Portugal combineerde twee recepten: het slaagde erin levensvatbare oude sectoren te behouden dankzij innovatieve producten, nieuwe technologie en betere dienstverlening.

    Bij deze transformatie liepen de meest flexibele en resistente bedrijven voorop. Zowel ondernemers uit het noorden 
als grootschalige landbouwers uit de provincies Alentejo en Ribatejo die de faillissementsgolf van de jaren tachtig en negentig overleefden, bleken over deze kwaliteiten te beschikken. Manuel Carlos is president van de organisatie van schoenenfabrikanten APICCAPS en de voornaamste ‘ideoloog’ van de omvorming van de sector van producent van gebruiksgoederen in een van luxegoederen. Hij herinnert zich dat zijn leden ‘een moeilijke tijd hadden’, maar dat deze ervaring hen ‘zeer bedreven’ maakte in het scherp prijzen, het opzetten van klantnetwerken en het omvormen van hun bedrijven.

    De overlevenden in de textielindustrie zagen in dat het traditionele wachten op opdrachten en produceren wat klanten vroegen op een catastrofe uitliep – China deed dat veel goedkoper. De truc was om zelf producten aan te bieden en niet te wachten op tot de opdrachten binnenkwamen. In de kurkindustrie leefde heel lang het idee dat Portugal het zich kon veroorloven om alles bij het oude te houden omdat het nu eenmaal de grootste kurkproducent ter wereld was. Dit conservatisme werd danig op de proef gesteld toen invloedrijke journalisten rond het jaar 2000 campagne gingen voeren tegen de bijsmaak van kurk en duizenden wijnproducenten van over de hele wereld dreigden over te stappen op doppen van plastic of metaal – de beroemde screwcaps. Het machtige bedrijf Corticeira Amorim overwoog zelfs om ook maar die bedrijfstak in te gaan. En in de landbouw ontdekte men dat het land qua graanproductie onmogelijk concurrerend kon zijn; andere gewassen waren nu eenmaal geschikter voor de Portugese bodem.

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen

    In tegenstelling tot wat vaak in kranten werd beweerd, zijn de Europese moderniseringssubsidies niet alleen maar gebruikt om jeeps voor boeren en Porsches voor textielfabrikanten te kopen. Met het geld konden kleine stuwdammen (en ook de grote van Alqueva) worden gebouwd, innovatieve bedrijven worden opgezet, nieuw geavanceerd materieel worden gekocht en kon er worden geïnvesteerd in technologieën waar bedrijven dringend behoefte aan hadden. De CEO van Corticeira Amorim, Antonio Amorim, vertelde hoe de kurkindustrie erin slaagde om de concurrentie van metalen en plastic schroefdoppen te boven te komen: ‘We zijn het probleem niet uit de weg gegaan. We zetten de afdeling Onderzoek en ontwikkeling aan het werk en investeerden veel, lanceerden nieuwe producten. Daardoor verbeterde op den duur de performance van kurken aanzienlijk.’

    De textielsector richtte zich niet langer op goedkope vaatdoeken en tafelkleden, en transformeerde zich tot een geoliede machine die zelf producten ontwikkelde om klanten aan te bieden, die innoveerde, bijvoorbeeld met hightechstoffen voor wedstrijdzwemmers of stoffen voor hardloopfanaten die de temperatuur aanpasten aan die van de buitenlucht. Het belangrijkste was echter een efficiënt logistiek apparaat, waardoor een Zweeds merk vandaag duizend paar schoenen kan bestellen en ze al enkele dagen later geleverd kan krijgen. In het technologisch centrum van de sector worden stoffen getest, materialen goedgekeurd en nieuwe componenten voor de toekomst ontwikkeld. Jarenlang was een goede samenwerking tussen wetenschap en industrie een luchtspiegeling geweest (en voor veel sectoren is het dat nog steeds). De textielindustrie sloeg echter de brug en gebruikte de opgedane kennis om stoelbekleding voor de duurste automerken te produceren, of vloerbedekking tegen prijzen waar de Chinese en Indiase concurrentie niet tegenop kon.

    Wat dit betreft was de schoenenindustrie misschien wel de sector die zich het meest opnieuw uitvond. Er werden innovatieve machines ontwikkeld, zoals een waarmee schoenzolen met behulp van een waterstraal konden worden gesneden – een technologie die nu ook geëxporteerd wordt. Demonstratiesessies in fabrieken voor andere ondernemers creëerden een cultuur van openheid waardoor men van elkaar kon leren, wat al snel resultaten bracht. Technici introduceerden vernieuwingen in de productielijnen van schoenenfabrieken, waardoor er verschillende modellen konden worden gemaakt zonder dat er nog technische pauzes hoefden te worden ingelast. Net als de textielindustrie is ook de Portugese schoenenindustrie in staat om kleine series laarzen of schoenen te produceren, zodat ook aan kleine orders kan worden voldaan. Aangezien importeurs graag hun lasten omlaag willen brengen door minder voorraden aan te houden, is dit zeer welkom.

    In de landbouw verliepen de veranderingen langzamer, maar de resultaten waren zo mogelijk nog spectaculairder. Het hielp dat er een nieuwe generatie ondernemers aantrad, al werkten bij de transformatie ‘nieuwe boeren en ondernemers samen met de gevestigde orde’, vertelt João Machado, president van de Portugese boerenfederatie CAP. Verenigingen als PortugalFresh hielpen om de productie te organiseren 
en de deur naar het buitenland open 
te zetten. Aangezien de landbouw 
naar verwachting tussen nu en 2050 zijn productie moet verdubbelen om het hoofd te bieden aan de groei van 
de wereldbevolking, is de sector weer op de radar gekomen als prioriteit. Sinds 2014 zet het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie in op productiestijging.

    Bekoorlijke zwanen

    Het landbouwareaal is geslonken en 
het aantal arbeidskrachten radicaal verminderd, maar daardoor is de landbouw efficiënter geworden, productiever, meer op het buitenland gericht en relevanter voor de economie. De oude obsessie met zelfvoorzienendheid van graan (basisvoedsel voor mensen en dieren) is voorbij, nu Portugal nog maar een vijfde deel van de tarwe en mais produceert die het consumeert. Maar de productie van andere gewassen explodeerde juist. In één decennium groeide Portugal bijvoorbeeld uit van netto-importeur van olijfolie tot de op drie na grootste exporteur ter wereld (436 miljoen euro in 2015). Groente en fruit – tien jaar geleden nog producten die niet veel deden – worden nu meer geëxporteerd dan wijn (1,3 miljard tegen 720 miljoen euro).

    Nu de strijd om het overleven is gewonnen, lijken de kurk-, textiel- en schoenindustrie goed voorbereid te zijn om ook in het mondiale strijdperk te overleven. Het geheim zit hem in specialisering, in design, in verbeterde dienstverlening en technologie – een recept dat zijn werkzaamheid heeft bewezen.

    Op het moment dat Portugal lid werd van de Europese Unie leek dit alles nog onvoorstelbaar: er werd neergekeken op deze sectoren, men beschouwde ze als ouderwets en ongeschikt voor het Europa van de eenentwintigste eeuw. Dankzij het doorzettingsvermogen van sommige Portugese ondernemers, en met hulp van Europees geld waarmee technologie kon worden gekocht en oude gewoontes afgeleerd, zijn de traditionele sectoren niet langer het lelijke eendje. Ze groeiden uit tot bekoorlijke zwanen waar in het veelbewogen landschap van de Portugese economie met bewondering en afgunst naar wordt gekeken. Uiteindelijk was, in de woorden van Mark Twain, het nieuws van hun dood schromelijk overdreven.

    Auteur: Manuel Carvalho
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Público
    Portugal | dagblad | oplage 21.500

    In Portugal geroemd om zijn originaliteit en moderniteit, laat zich inspireren door de grote Europese kranten. Heeft ook een aparte versie voor jongere lezers: P3, in samenwerking met de Universiteit van Porto.