Dit feministische ecodorp houdt stand als zelfstandige commune zonder centrale leidersfiguur, ondanks de aanhoudende spanningen door Turkse invallen in Syrië. ’We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’
‘Hoe oud denk je dat mijn moeder is? Kijk eens hoe mooi ze is,’ zegt Ciya, een energiek jongetje dat kleurrijke armbanden zit te weven op een bed in de hoek van een grote kamer.
‘Ik ben 28 en heb veel meegemaakt,’ zegt Zeynep, afkomstig uit Gewer in het noorden van Koerdistan. Ze schenkt thee uit een dampende zilveren pot. ‘Ik was net vijftien toen ik werd uitgehuwelijkt aan een man die twintig jaar ouder was dan ik en die me in huis opsloot om als zijn huishoudelijke hulp te dienen,’ zegt ze, terwijl ze een schaal met snoepjes op een kleed neerzet. ‘Ik wist niet eens hoe baby’s geboren werden, tot ik op een dag ontdekte dat ik zwanger was. Ciya werd geboren en ik had geen kleren voor hem, noch voor mezelf. Ik wist niet wat ik moest doen behalve mijn kind slaan – dat had ik tenslotte geleerd van de afranselingen die mijn man me gaf. Ik was zelf nog maar een kind.’
Even trekt een sluier van droefenis over het gezicht van Zeynep. ‘Toen ik naar Maxumur vluchtte, in het zuiden van Koerdistan, wilde ik zelfmoord plegen. Ik stond op het punt mijn kind af te staan voor adoptie, maar daar heb ik van afgezien, mede dankzij de steun van een paar vrienden die ik in die periode heb ontmoet,’ vertelt ze, terwijl ze liefdevol naar Ciya kijkt. ‘Hoe had ik een deel van mijn hart kunnen opgeven?’
‘Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn’
Op een gegeven moment hoorde Zeynep over Jinwar, een ecodorp in het noordoosten van Syrië, waar vrouwen en kinderen in vrijheid een gemeenschap vormen. Het woord jinwar betekent ‘land van vrouwen’ in het Kurmançi, het belangrijkste dialect van het Koerdisch, en is geïnspireerd op jineolojî: ‘de wetenschap van vrouwen’, die pleit voor een samenleving zonder patriarchaat en die wordt uitgedragen door onder meer de Koerdische leider Abdullah Öcalan.
‘Ik heb mezelf hier hervonden en ik zie mezelf niet langer door de ogen van een man die mij alleen maar kan minachten,’ vertelt Zeynep. ‘Ik weet dat ik op eigen benen kan staan en ik heb veel hobby’s, zoals tuinieren en naaien. Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn.’
Vrouwen aan het front
Boven Jinwar, in het noordoostelijke kanton Hasaka, is de hemel bedekt met een deken van sterren. Het gedonder van zware wapens en artillerievuur verbreekt de stilte van de nacht. Slechts een paar kilometer verderop, in de Syrische gebieden die sinds 2019 door Erdogan zijn bezet, worden de stad Tel Tamer en dorpen in de buurt van de rivier de Khabur langs de internationale snelweg M-4 dagelijks aangevallen door het Turkse leger en Syrische milities die banden hebben met Turkije.
Zilan Tal Tamr maakt deel uit van de YPJ, de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden, en is commandant van de militaire raad van Tel Tamer (onderdeel van de Syrische Democratische Strijdkrachten, een Koerdische militie). ‘De patriarchale context van de samenleving maakte het aanvankelijk moeilijk voor vrouwen om te strijden naast mannelijke collega’s,’ erkent ze. ‘Maar de gemeenschap heeft dat proces snel aanvaard, en nu zijn wij een van de belangrijkste onderdelen in de strijd tegen de bezetting. In het noordoosten van Syrië zijn we actief op alle maatschappelijke terreinen, niet alleen in het leger, en komen we op voor gendergelijkheid, een zaak die het hele revolutionaire proces ten goede komt.’
De omgeving van Tel Tamer wordt bewoond door Syriërs, Assyrische christenen (een van de eerste volkeren die zich in de eerste eeuw tot het christendom bekeerden), Koerden en Arabieren die werden afgeslacht tijdens de opmars van Islamitische Staat in 2015. Het front ligt op een paar kilometer van de heuvel die over de stad uitkijkt. Tussen de huizen is een kerk te zien. Het is de enige die nog overeind staat, zegt Nabil Warda, woordvoerder van de Assyrische militie Wachters van Khabur. ‘Wij hebben onderdak verleend aan vijftig gezinnen die uit dorpen zijn gevlucht die door de Turken werden aangevallen in een poging de Syrisch-Assyrische aanwezigheid in het gebied te elimineren. We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’
‘Velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten gehoorzamen niet meer aan de bevelen van hun vader of oom’
Een koele avondbries strijkt over de korenvelden rond Jinwar. Vanuit een huis waar overal veelkleurige stoffen liggen te midden van naaimachines en textielrestjes, klinkt de luide stem van een vrouw. ‘Rustig aan met het pedaal! Zo ja, goed zo!’ zegt ze bemoedigend tegen een dorpsgenoot.
Amara, een jonge vrouw uit de buurt, herinnert zich hoe ze op 8 maart 2017 de eerste steen van het dorp legden. Jinwar ging een jaar later open, op 25 november, de Internationale dag voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen. Volgens de traditie zijn de huizen van klei, zodat ze in de zomer koel blijven en in de winter warm. Met de hulp van de buren bouwden de nieuwe bewoners dertig huizen, vertelt ze. ‘Tien jaar geleden speelden vrouwen een sleutelrol in de revolutie. Sindsdien gehoorzamen velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten niet meer aan de bevelen van hun vader of oom. Ze vragen een scheiding aan en gaan studeren. Ook zijn er Mala Jîne – vrouwenhuizen – geopend om kwesties inzake gendergelijkheid te bespreken.
Jinwar is bijna zelfvoorzienend: op de velden worden olijven en abrikozen geteeld, er wordt brood gebakken en er is een landbouwcoöperatie opgericht, laat Amara zien, terwijl ze langs de weg loopt die het groepje huizen verbindt met de school, de boerderij en de kliniek voor natuurgeneeskunde. Op de stoffige weg rijden drie jonge jongens op een goudkleurige fiets terwijl ze met elkaar aan het dollen zijn.
‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten’
Een vrouw die Jîyan heet, zit in de koelte van haar tuin en vertelt dat zij van Afrin (in het noordwesten van Syrië) naar Shahba (in het zuiden) is gereisd om zich bij de bevrijdingsbeweging aan te sluiten. ‘Daarna besloot ik naar Jinwar te gaan. Ik wachtte op documenten van mijn broer om naar Duitsland te kunnen en ik was niet gewend aan het dorpsleven.’ Ze begon de aromatische tuinen te verzorgen en nam de dorpswinkel over. Op een dag werd ze aan de Iraakse grens aangehouden. ‘Ik was op weg naar een jineolojî-bijeenkomst in Europa. Pas onlangs ben ik vrijgelaten,’ zegt ze. ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten.’
In een ander gebouw is een theaterworkshop voor een toneelstuk over geweld door mannen. ‘Vrouwen hebben recht op vrijheid, maar in sommige gezinnen bestaat die niet! Als ze zich verenigen zijn vrouwen sterker dan mannen,’ reciteert een jonge vrouw voor een muur die is behangen met portretten van strijders die bij gevechten tegen Islamitische Staat en Turkije zijn gesneuveld.
Vrede en zusterschap
‘In mijn familie in Aleppo was er geen verschil tussen mij en mijn broers. Maar alles veranderde toen ik op mijn achttiende met mijn neef moest trouwen,’ vertelt de 32-jarige Rojida, die voor haar eigen veiligheid een andere naam gebruikt. In haar huis zet ze een dienblad met een Turkse koffiepot op de vloer tussen de sofa’s. ‘Trouwen is hier een soort van verplichting, maar in het huis van de familie van mijn man kwam het erop neer dat ik mijn vrijheid kwijt was. Ik deed het huishouden en mocht niet praten.’ Ze nipt aan haar koffie. ‘Ik wilde ervandoor gaan, maar toen werd mijn dochter geboren. Ik bleef en probeerde te scheiden. Dat wilde hij niet, dus uiteindelijk zijn we gevlucht en vonden we onderdak op een onderduikadres. Daarna zijn we naar Jinwar gekomen,’ zegt ze. ‘Ik volg Engelse les met mijn dochter. We zitten hier goed.’
Het is etenstijd. In het midden van een kleine kamer spreiden twee meisjes een tafelkleed uit en brengen borden vol dolma’s in vijgenbladeren. ‘In Jinwar leven we met Koerdische, Arabische en jezidi-vrouwen. De strijd van de Koerdische vrouwen, die de onderdrukking van hun zusters begrijpen, gaat over vrijheid voor alle vrouwen in de wereld. Daarom hopen we dat anderen het voorbeeld van Jinwar zullen volgen en vrouwen zullen helpen te ontkomen aan het geweld,’ aldus Amara.
‘Wij voeren hier een strijd die vergelijkbaar is met die van het Koerdische volk voor zijn vrijheid, die al ruim vijftig jaar duurt,’ zegt Rojda, gezeten naast Lucy, een klein hondje. ‘Als Jinwar het beginpunt is van waaruit steden van vrouwen kunnen ontstaan, dan kan het patriarchaat worden verslagen en kan het model worden uitgebreid naar andere plekken, zodat de aarde verandert in een planeet van vrede en zusterschap.’
Lees ook:



