Tag: SDF

  • Jinwar, het Syrische ecodorp waar alleen vrouwen wonen

    Jinwar, het Syrische ecodorp waar alleen vrouwen wonen

    Dit feministische ecodorp houdt stand als zelfstandige commune zonder centrale leidersfiguur, ondanks de aanhoudende spanningen door Turkse invallen in Syrië. ’We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’

    ‘Hoe oud denk je dat mijn moeder is? Kijk eens hoe mooi ze is,’ zegt Ciya, een energiek jongetje dat kleurrijke armbanden zit te weven op een bed in de hoek van een grote kamer.

    ‘Ik ben 28 en heb veel meegemaakt,’ zegt Zeynep, afkomstig uit Gewer in het noorden van Koerdistan. Ze schenkt thee uit een dampende zilveren pot. ‘Ik was net vijftien toen ik werd uitgehuwelijkt aan een man die twintig jaar ouder was dan ik en die me in huis opsloot om als zijn huishoudelijke hulp te dienen,’ zegt ze, terwijl ze een schaal met snoepjes op een kleed neerzet. ‘Ik wist niet eens hoe baby’s geboren werden, tot ik op een dag ontdekte dat ik zwanger was. Ciya werd geboren en ik had geen kleren voor hem, noch voor mezelf. Ik wist niet wat ik moest doen behalve mijn kind slaan – dat had ik tenslotte geleerd van de afranselingen die mijn man me gaf. Ik was zelf nog maar een kind.’

    Even trekt een sluier van droefenis over het gezicht van Zeynep. ‘Toen ik naar Maxumur vluchtte, in het zuiden van Koerdistan, wilde ik zelfmoord plegen. Ik stond op het punt mijn kind af te staan voor adoptie, maar daar heb ik van afgezien, mede dankzij de steun van een paar vrienden die ik in die periode heb ontmoet,’ vertelt ze, terwijl ze liefdevol naar Ciya kijkt. ‘Hoe had ik een deel van mijn hart kunnen opgeven?’

    ‘Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn’

    Op een gegeven moment hoorde Zeynep over Jinwar, een ecodorp in het noordoosten van Syrië, waar vrouwen en kinderen in vrijheid een gemeenschap vormen. Het woord jinwar betekent ‘land van vrouwen’ in het Kurmançi, het belangrijkste dialect van het Koerdisch, en is geïnspireerd op jineolojî: ‘de wetenschap van vrouwen’, die pleit voor een samenleving zonder patriarchaat en die wordt uitgedragen door onder meer de Koerdische leider Abdullah Öcalan.

    ‘Ik heb mezelf hier hervonden en ik zie mezelf niet langer door de ogen van een man die mij alleen maar kan minachten,’ vertelt Zeynep. ‘Ik weet dat ik op eigen benen kan staan en ik heb veel hobby’s, zoals tuinieren en naaien. Ik ga hier nooit meer weg. Elke vrouw verdient een tweede kans om gelukkig te zijn.’

    Vrouwen aan het front

    Boven Jinwar, in het noordoostelijke kanton Hasaka, is de hemel bedekt met een deken van sterren. Het gedonder van zware wapens en artillerievuur verbreekt de stilte van de nacht. Slechts een paar kilometer verderop, in de Syrische gebieden die sinds 2019 door Erdogan zijn bezet, worden de stad Tel Tamer en dorpen in de buurt van de rivier de Khabur langs de internationale snelweg M-4 dagelijks aangevallen door het Turkse leger en Syrische milities die banden hebben met Turkije.

    Zilan Tal Tamr maakt deel uit van de YPJ, de Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden, en is commandant van de militaire raad van Tel Tamer (onderdeel van de Syrische Democratische Strijdkrachten, een Koerdische militie). ‘De patriarchale context van de samenleving maakte het aanvankelijk moeilijk voor vrouwen om te strijden naast mannelijke collega’s,’ erkent ze. ‘Maar de gemeenschap heeft dat proces snel aanvaard, en nu zijn wij een van de belangrijkste onderdelen in de strijd tegen de bezetting. In het noordoosten van Syrië zijn we actief op alle maatschappelijke terreinen, niet alleen in het leger, en komen we op voor gendergelijkheid, een zaak die het hele revolutionaire proces ten goede komt.’

    De omgeving van Tel Tamer wordt bewoond door Syriërs, Assyrische christenen (een van de eerste volkeren die zich in de eerste eeuw tot het christendom bekeerden), Koerden en Arabieren die werden afgeslacht tijdens de opmars van Islamitische Staat in 2015. Het front ligt op een paar kilometer van de heuvel die over de stad uitkijkt. Tussen de huizen is een kerk te zien. Het is de enige die nog overeind staat, zegt Nabil Warda, woordvoerder van de Assyrische militie Wachters van Khabur. ‘Wij hebben onderdak verleend aan vijftig gezinnen die uit dorpen zijn gevlucht die door de Turken werden aangevallen in een poging de Syrisch-Assyrische aanwezigheid in het gebied te elimineren. We zijn bereid de hele gemeenschap tot onze laatste druppel bloed te verdedigen.’

    ‘Velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten gehoorzamen niet meer aan de bevelen van hun vader of oom’

    Een koele avondbries strijkt over de korenvelden rond Jinwar. Vanuit een huis waar overal veelkleurige stoffen liggen te midden van naaimachines en textielrestjes, klinkt de luide stem van een vrouw. ‘Rustig aan met het pedaal! Zo ja, goed zo!’ zegt ze bemoedigend tegen een dorpsgenoot.

    Amara, een jonge vrouw uit de buurt, herinnert zich hoe ze op 8 maart 2017 de eerste steen van het dorp legden. Jinwar ging een jaar later open, op 25 november, de Internationale dag voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen. Volgens de traditie zijn de huizen van klei, zodat ze in de zomer koel blijven en in de winter warm. Met de hulp van de buren bouwden de nieuwe bewoners dertig huizen, vertelt ze. ‘Tien jaar geleden speelden vrouwen een sleutelrol in de revolutie. Sindsdien gehoorzamen velen van hen in dit deel van het Midden-Oosten niet meer aan de bevelen van hun vader of oom. Ze vragen een scheiding aan en gaan studeren. Ook zijn er Mala Jîne – vrouwenhuizen – geopend om kwesties inzake gendergelijkheid te bespreken.

    Jinwar is bijna zelfvoorzienend: op de velden worden olijven en abrikozen geteeld, er wordt brood gebakken en er is een landbouwcoöperatie opgericht, laat Amara zien, terwijl ze langs de weg loopt die het groepje huizen verbindt met de school, de boerderij en de kliniek voor natuurgeneeskunde. Op de stoffige weg rijden drie jonge jongens op een goudkleurige fiets terwijl ze met elkaar aan het dollen zijn.

    ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten’

    Een vrouw die Jîyan heet, zit in de koelte van haar tuin en vertelt dat zij van Afrin (in het noordwesten van Syrië) naar Shahba (in het zuiden) is gereisd om zich bij de bevrijdingsbeweging aan te sluiten. ‘Daarna besloot ik naar Jinwar te gaan. Ik wachtte op documenten van mijn broer om naar Duitsland te kunnen en ik was niet gewend aan het dorpsleven.’ Ze begon de aromatische tuinen te verzorgen en nam de dorpswinkel over. Op een dag werd ze aan de Iraakse grens aangehouden. ‘Ik was op weg naar een jineolojî-bijeenkomst in Europa. Pas onlangs ben ik vrijgelaten,’ zegt ze. ‘Nu ga ik niet meer naar Duitsland, want ik zou niet weten hoe ik Jinwar zou kunnen achterlaten.’

    In een ander gebouw is een theaterworkshop voor een toneelstuk over geweld door mannen. ‘Vrouwen hebben recht op vrijheid, maar in sommige gezinnen bestaat die niet! Als ze zich verenigen zijn vrouwen sterker dan mannen,’ reciteert een jonge vrouw voor een muur die is behangen met portretten van strijders die bij gevechten tegen Islamitische Staat en Turkije zijn gesneuveld.

    Vrede en zusterschap

    ‘In mijn familie in Aleppo was er geen verschil tussen mij en mijn broers. Maar alles veranderde toen ik op mijn achttiende met mijn neef moest trouwen,’ vertelt de 32-jarige Rojida, die voor haar eigen veiligheid een andere naam gebruikt. In haar huis zet ze een dienblad met een Turkse koffiepot op de vloer tussen de sofa’s. ‘Trouwen is hier een soort van verplichting, maar in het huis van de familie van mijn man kwam het erop neer dat ik mijn vrijheid kwijt was. Ik deed het huishouden en mocht niet praten.’ Ze nipt aan haar koffie. ‘Ik wilde ervandoor gaan, maar toen werd mijn dochter geboren. Ik bleef en probeerde te scheiden. Dat wilde hij niet, dus uiteindelijk zijn we gevlucht en vonden we onderdak op een onderduikadres. Daarna zijn we naar Jinwar gekomen,’ zegt ze. ‘Ik volg Engelse les met mijn dochter. We zitten hier goed.’

    Het is etenstijd. In het midden van een kleine kamer spreiden twee meisjes een tafelkleed uit en brengen borden vol dolma’s in vijgenbladeren. ‘In Jinwar leven we met Koerdische, Arabische en jezidi-vrouwen. De strijd van de Koerdische vrouwen, die de onderdrukking van hun zusters begrijpen, gaat over vrijheid voor alle vrouwen in de wereld. Daarom hopen we dat anderen het voorbeeld van Jinwar zullen volgen en vrouwen zullen helpen te ontkomen aan het geweld,’ aldus Amara.

    ‘Wij voeren hier een strijd die vergelijkbaar is met die van het Koerdische volk voor zijn vrijheid, die al ruim vijftig jaar duurt,’ zegt Rojda, gezeten naast Lucy, een klein hondje. ‘Als Jinwar het beginpunt is van waaruit steden van vrouwen kunnen ontstaan, dan kan het patriarchaat worden verslagen en kan het model worden uitgebreid naar andere plekken, zodat de aarde verandert in een planeet van vrede en zusterschap.’

    Lees ook:

  • 2. Zege met een bittere nasmaak

    2. Zege met een bittere nasmaak

    De Syrische Koerden hielpen de VS om IS te verslaan. Maar nu de Amerikanen hen niet meer nodig hebben als bondgenoot, dreigen ze zoals zo vaak aan het kortste eind te trekken.

    Met de val van Raqqa is het lot van IS praktisch bezegeld. De beweging is bezig haar laatste stedelijke bolwerken in Syrië en Irak te verliezen en zal veroordeeld worden tot de rol van een guerrillagroep die verrassingsaanvallen uitvoert vanuit de woestijn. Tijdens het beleg van Raqqa, dat op 6 juni begon, verdedigde IS zich met verve, maar zag de groep zich voor een overmacht geplaatst.

    Ook de overwinnaars zijn echter niet te benijden. De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) is een Koerdisch-Arabische strijdmacht, maar de militaire slagkracht komt van de YPG, de zogeheten Volksverdedigingstroepen: zeer gemotiveerde, goed georganiseerde en ervaren Syrisch-Koerdische strijders die banden hebben met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Turkije. De SDF hebben weliswaar bewezen over uitstekende grondtroepen te beschikken, maar danken hun grote successen niet alleen aan hun onmiskenbare militaire vaardigheden, maar ook aan de verwoestende vuurkracht van de door de VS geleide coalitie met haar bommen, raketten en drones.

    De Koerden in Syrië hebben zich altijd angstig afgevraagd wat er met hen zou gebeuren als de Amerikanen hen niet meer nodig hadden als cruciale bondgenoot tegen IS. Zij vormen een gemeenschap van zo’n 2,2 miljoen mensen die werden gemarginaliseerd en vervolgd tot aan de opstand tegen het Syrische regime in 2011. Het Syrische leger trok zich in 2012 terug uit hun leefgebied, waarop de Koerden de republiek Rojava (‘Het Westen’) uitriepen, een reeks Koerdische enclaves op een strook land in het noordoosten van Syrië, ten westen van Iraaks-Koerdistan (vandaar de naam) en ten zuiden van Turkije.

    In 2014 viel IS de Koerdische stad Kobani aan. Uiteindelijk schoot de Amerikaanse luchtmacht de Koerden te hulp met een grootschalige interventie. Het Pentagon was al lange tijd op zoek naar een plaatselijke bondgenoot en vond die in de YPG. De Amerikaans-Koerdische alliantie is ook zeer effectief gebleken, maar dreigt nu slachtoffer te worden van haar eigen succes.

    schermafbeelding 2017 11 01 om 1 11 18 pm

    Tegenwoordig zijn de Koerden actief in soennitisch-Arabische gebieden. Het is een illusie dat ze die gebieden kunnen behouden. Enkele SDF-eenheden zijn over de rivier de Eufraat doorgedrongen tot in de zuidelijke provincie Deir ez-Zor, waar de helft van de Syrische olie wordt geproduceerd en IS zich heeft teruggetrokken. Er dreigt echter ook een botsing tussen de Koerden en het Syrische leger, dat vanuit het westen oprukt.

    In het Witte Huis klinken geluiden om de YPG en soennitische stammen te blijven gebruiken voor de verwezenlijking van het plan van president Trump om Iran en zijn bondgenoot – het Syrische regime – te verzwakken. Daaraan kleven evenwel ernstige nadelen: het is mosterd na de maaltijd, omdat het pleit in Syrië feitelijk al is beslecht door het bewind van president Bashar al-Assad en zijn bondgenoten: de Libanees-sjiitische beweging Hezbollah, de Iraanse Revolutionaire Garde en Iraaks-sjiitische paramilitaire groepen. De SDF hebben aanzienlijke versterking nodig van lokale Arabische bondgenoten om nog een kans te maken, waarbij hun rol van afstandsbediening van de VS tot een confrontatie met Rusland kan leiden.

    Koerdische commandanten hebben het nu over onderhandelingen met Damascus, omdat het Assad-regime de Arabische oppositie grotendeels heeft verslagen en alleen de Koerdische minderheid als tegenstander overblijft. Trump sloeg onlangs een strijdlustige toon aan tegen Iran, maar het is twijfelachtig of hij verstrikt wil raken in een niet te winnen oorlog in Syrië die Washington mogelijk meer schade berokkent dan Teheran.

    Vele spelers

    De grootste bedreiging voor de Syrische Koerden komt van Turkije, dat de officieuze Koerdische staat langs zijn zuidgrens als een permanent gevaar ziet. Des te vervelender voor de Turken dat ze voorlopig weinig aan de situatie kunnen doen, zolang de VS en Rusland zich met de regio blijven bemoeien. Als Ankara zijn beperkte militaire activiteiten in Syrië wil uitbreiden, zal daarvoor luchtsteun nodig zijn. De Russen zullen geen Turkse vliegtuigen boven Syrië dulden.

    Het Syrische politieke en militaire schaakbord is complex en kent vele spelers. Raqqa markeert de zoveelste van een reeks nederlagen van IS. De beweging zal het nog moeilijk krijgen om te overleven, al zal ze op de val van de stad hebben geanticipeerd en een vlucht naar afgelegen gebieden hebben voorbereid met de aanleg van bunkers en wapen- en voedselopslagplaatsen. Met dat bijltje heeft IS, toen het nog ISI ofwel Islamitische Staat in Irak heette, tussen 2008 en 2011 al gehakt, na op de knieën te zijn gedwongen door een coalitie van de VS en soennitische stammen.

    In Syrië en Irak is de belangrijkste kwestie niet meer hoe IS te verslaan, maar wat te doen met de Koerden. Die zullen de grootste moeite hebben om de winst te behouden die zij in de oorlog hebben geboekt.

    Auteur: Patrick Cockburn
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Independent
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 75.600

    Opgericht 1986 in het Thatcher-tijdperk, politiek neutraal. De kleinste kwaliteitskrant van Engeland.

  • 1. Raqqa is bevrijd, 
maar wat nu?

    1. Raqqa is bevrijd, 
maar wat nu?

    Raqqa, de hoofdstad van het ‘kalifaat’, is door Koerdisch-Arabische troepen terugveroverd op IS. Maar wat er met de stad gaat gebeuren is onduidelijk.

    Onder een blakerende zon in lege straten met verwoeste gebouwen marcheren strijders van de door de VS gesteunde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) langs de rottende lijken van hun vijanden. Hier wordt de nederlaag van IS gevierd. Hoewel de zegevierende troepen onder leiding stonden van de Koerden, zijn het vooral Arabieren uit Raqqa die deze dinsdag slogans schreeuwen en in de lucht schieten. Zij hebben zich bij de SDF aangesloten om hun stad terug te winnen.

    ‘Raqqa is vrij, vrij! IS, opgerot!’ roept de twintigjarige Abdullah. ‘We hebben ze eruit geschopt!’

    Maar iedereen hier beseft dat er nog veel te doen is. Zoals het oprollen van de laatste verzetshaarden en het ruimen van mijnen en geïmproviseerde explosieven waarmee de stad bezaaid ligt – een stad die een verwoeste aanblik biedt door de zware Amerikaanse bombardementen waarmee het SDF-offensief werd ondersteund.

    Na een bloedige, vier maanden durende militaire campagne is de ontknoping haast een anticlimax. De aanwezige verslaggevers hebben weinig meegekregen van de laatste dag dat er gevechten woedden, omdat ze om 
niet geheel duidelijke redenen de frontlinies niet mochten bezoeken.

    Het Zwarte Stadion

    Een week eerder waren er onderhandelingen tussen Arabische stammen en IS. Inzet was de overgave van lokale strijders, en dat scheelde dagen of weken aan gevechten. SDF-commandanten hadden eerder berekend dat 
als IS zich bleef verzetten, ze vijftien dagen kwijt zouden zijn.

    Een van de laatste belangrijke doelen was de verovering van het grootste stadion van de stad, dat door de SDF ‘het Zwarte Stadion’ is gedoopt omdat het onder het IS-bewind een theater van verschrikkingen was geworden. ‘Wij hebben vandaag bezit genomen van het Zwarte Stadion,’ vertelt Saif al Din Raza uit Raqqa. Dat wil zeggen: de plek was omsingeld. ’Er zitten nog zo’n vijftig tot honderd buitenlandse IS-strijders en die gaan er allemaal aan.’

    ‘Maar wat hoor ik voor geweervuur?’ vraag ik.

    ‘Dat zijn jongens die de overwinning vieren,’ aldus Saif. En inderdaad, die dinsdag valt het Zwarte Stadion vlot 
in handen van de SDF.

    ‘De buitenlandse strijders konden kiezen tussen zich overgeven of gedood worden,’ vertelt Omar Aloush, een hoge vertegenwoordiger van het nieuwe bestuur in Raqqa. Hij ontkent berichten dat de resterende IS-strijders van Syrische komaf met burgers als levend schild in bussen naar Deir ez-Zor zijn gebracht. Toch zag ik in het oosten van de stad die bussen Raqqa uit rijden. Het bleek om in totaal 3500 burgers te gaan.

    De SDF-strijders voelen zich onoverwinnelijk. ‘We gaan naar Deir ez-Zor en zullen het bevrijden, we rekenen in alle Syrische steden met IS af,’ bezweert Saif al Din Raza.
    Ondertussen zijn in Raqqa de gevechten van man tegen man gestopt en is ook de bevrijding van het Nationale Ziekenhuis in volle gang. ‘We blijven rond het Zwarte Stadion zoeken naar restanten van IS,’ zegt Mustafa Bali, hoofd van het mediacentrum van de SDF. ‘Verder zijn de strijders al begonnen om de vele door IS geplante mijnen te ruimen. Dat karwei kan wel een paar dagen duren.’ Idris Mohammed, hoofd van de door de VS getrainde Interne Veiligheidstroepen van Raqqa, werd door een van die mijnen gedood, een dag voor de bevrijding.

    Leden van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in Raqqa op 20 oktober. – © Asmaa Waguih
    Leden van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in Raqqa op 20 oktober. – © Asmaa Waguih

    De nieuwe bestuurders van Raqqa hebben veel te stellen met het grote aantal verzoeken van burgers om snel naar de stad terug te keren. Zij vrezen dat als dit op een chaotische manier gebeurt, plunderingen maar ook dodelijke ongelukken met mijnen het gevolg zullen zijn. ‘De prioriteit na de bevrijding is het ruimen van mijnen. Daarna pas kunnen de burgers weer naar hun huizen en is het tijd voor de wederopbouw,’ zegt Ilham Ahmed, 
co-voorzitter van de Democratische Raad van Syrië, een grotendeels door Koerden geleide organisatie die gelieerd is aan de ‘Volksverdedigingstroepen’ (YPG), het leger van het officieuze Koerdische republiekje Rojava in Noord-Syrië. ‘Er moet een herstelplan voor de hele stad komen.’ Verder onthult ze dat de door de VS gesteunde Civiele Raad van Raqqa, die tot nu toe vanuit de stad Ain Issa werkte, wordt uitgebreid en geherstructureerd, en naar Raqqa verhuist.

    Hoe de wederopbouw van de voormalige hoofdstad van IS ook wordt aangepakt, er zal een hoop geld mee gemoeid zijn. En of dat geld er komt, is de vraag. De Koerdische stad Kobani, die in 2015 werd bevrijd na een maandenlange bloedige, kostbare belegering, is nog steeds zwaar beschadigd en heeft nauwelijks hulp gekregen bij de wederopbouw. Sommige Koerden zijn boos op humanitaire organisaties omdat die volgens hen vooral ‘Arabische steden’ helpen.

    Een paar dagen eerder bezocht Brett McGurk – de speciale gezant van de president van de VS inzake IS – Ain Issa en de Civiele Raad van Raqqa. Hij was in het gezelschap van de Saoedische minister van Arabische Zaken, Thamer al-Sabhan. Verslaggevers mochten geen foto’s maken.

    ‘De Saoedische vertegenwoordiger heeft ons niet veel verteld, maar zei wel dat wij van de Civiele Raad in Raqqa goed werk hadden geleverd door de scholen te heropenen en de sociale eenheid te herstellen,’ aldus Omar Aloush van de Raad. Hij voegde eraan toe dat donorlanden bezig waren om hulpprojecten voor Raqqa te evalueren. ‘Een Comité voor de Wederopbouw zal toezien op het bestuur. Onmiddellijk na de bevrijding wordt de schade aan de instellingen en de infrastructuur opgemaakt.’

    Een paar weken eerder werd de Civiele Raad van Raqqa uitgenodigd voor een bijeenkomst in Rome met vertegenwoordigers van diverse westerse en Arabische leden van de door de VS geleide coalitie tegen IS. Er werd geld beloofd voor de wederopbouw van Raqqa. ‘Wij hopen dat Saoedi-Arabië 
en andere landen het Comité voor de Wederopbouw zullen helpen,’ zei Aloush, ‘want de schade in Raqqa is zeer groot en het herstel kan lange tijd duren.’

    Zal de regering-Trump opnieuw toekijken wanneer Turkije, 
of het Syrische bewind, de Syrische Koerden aanvalt?

    Nu IS in Raqqa is verslagen en de laatste verzetshaarden in de provincie Deir ez-Zor worden opgeruimd door de troepen van het Syrische leger en de SDF, rest de vraag of de Verenigde Staten de Koerden in Syrië zullen blijven steunen. Veel Koerden maken zich zorgen over wat er gaat gebeuren met hun grondgebied in het noorden van Syrië. Een veeg teken is dat de VS niet tussenbeide kwamen toen Iraakse regeringstroepen, inclusief door Iran gesteunde sjiitische paramilitairen, gebieden in Noord-Irak terugveroverden die door de Koerden werden betwist. Dat gebeurde na het Iraaks-Koerdische onafhankelijkheidsreferendum op 25 september. Zal de regering-Trump opnieuw toekijken wanneer Turkije, 
of het Syrische bewind, de Syrische Koerden aanvalt?

    In ieder geval hebben de Koerdische leiders in Noord-Syrië gezegd dat ze bereid zijn om over autonomie te onderhandelen met de Syrische regering. Ze benadrukten dat ze zich niet van Syrië willen afscheiden – in tegenstelling tot de Iraakse Koerden, die naar een onafhankelijke staat streven.

    Auteur: Wladimir van Wilgenburg
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Daily Beast
    Verenigde Staten | thedailybeast.com

    Opgezet door Tina Brown, voormalig hoofdredactrice van Vanity Fair en The New Yorker. De site publiceert opiniestukken, nieuwsanalyses en berichten over celebrity’s.