Prima, die #MeToo-discussie. Maar bezien vanuit de Arabische wereld – waar vrouwen op grote schaal worden uitgehuwelijkt, vermoord en verkracht – heeft ze iets gênants, schrijft de Libanese journaliste Diana Moukalled.
Eigenlijk zouden we het Iraakse parlementslid Jamila Al-Obeidi, die plotseling beroemd is geworden met haar pleidooi voor polygamie, dankbaar moeten zijn. Zij vindt zelfs dat Irakezen toestemming moeten krijgen om een tweede, een derde en een vierde vrouw te nemen zonder dat met hun eerste vrouw te bespreken, omdat dat volgens haar een oplossing zou zijn voor het probleem van de weduwen en gescheiden vrouwen. Ze verscheen in het ene tv-programma na het andere om haar opvattingen over vrouwen te promoten. Aanvankelijk waren de reacties op haar idee sarcastisch, maar nu zou het wel eens bewaarheid kunnen worden want het is inmiddels een wetsvoorstel dat aan het Iraakse parlement zal worden voorgelegd.
Eigenlijk zouden we haar dankbaar moeten zijn; haar initiatief kwam op het moment dat ik geheel in beslag werd genomen door een andere discussie, die zich voornamelijk afspeelt tussen Hollywood en Parijs. Ik heb het over het vervolg op de #MeToo-campagne die de val van beroemdheden uit de wereld van de media, de kunst en de politiek heeft veroorzaakt. Daarop kwam de verrassing uit Parijs, in de vorm van een manifest dat was ondertekend door honderd vrouwen, onder wie Catherine Deneuve. Binnen een paar uur raakte de westerse wereld in een verhit debat verzeild over de vraag waar de vrijheid die het individu zou moeten hebben, omslaat in een overmaat aan machismo dat via misbruik van macht en invloed leidt tot seksuele intimidatie.
Ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien
Waar eindigt de individuele vrijheid? Vanaf welk punt is er sprake van agressie? Kan het artistieke scheppingsproces dienen om intimidatie toe te dekken? Zo stond de westerse discussie ervoor… toen ik het nieuws hoorde over mevrouw Al-Obeidi en haar campagne voor polygamie in Irak. Daardoor kwam ik weer met mijn voeten op de grond terecht en besefte ik weer hoe het er met ons, Arabische vrouwen, voorstaat.
De feministische strijd waarmee wij hier in de regio te maken hebben, is van een heel andere orde. Ik vind niet dat ik het recht heb om een mondiale discussie over seksuele vrijheden weg te wuiven, maar ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds – in Amerika – eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds – in Frankrijk – weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien. Ik kan alleen maar spreken vanuit mijn positie als Irakese, Syrische, Jemenitische, Saoedische, Egyptische, Tunesische…
Privilege
Al zeven jaar worden vrouwen in Syrië vermoord en verkracht, en wij zijn niet in staat hen te beschermen. Zoals de Syrische Mariam Khalaf het in de documentaire Syrie, le cri étouffé zegt over de systematische verkrachtingen onder het regime van Bashar al-Assad: ‘[Westerlingen] zullen deze film bekijken, er een naar gevoel van krijgen, en dan weer overgaan op iets anders.’ Dat is inderdaad de houding van de wereld tegenover de fysieke en morele vernietiging van duizenden en duizenden vrouwen in Syrië, om nog maar niet te spreken van de mannen en kinderen die ook een hoge prijs hebben betaald.
Amerika maakt zich druk om het lot van Hollywoodsterren die seksueel geïntimideerd worden. De Parijse intellectuelen maken zich druk om wat zij beschouwen als preutsheid en een aanslag op het vrouw-zijn. Maar de wereld maakt zich nauwelijks druk om het verhaal van Mariam en duizenden – wat zeg ik? – miljoenen andere vrouwen uit haar land die veel erger geweld moeten ondergaan.
Ik ken niet één vrouw die geen ervaring heeft met seksuele intimidatie. Het is mij ook overkomen. Ja, ik en veel andere vrouwen kunnen dat achter ons laten en verdergaan. Maar ik zie wel dat er ook andere vrouwen zijn die niet weten hoe ze verder moeten. Ik besef dat je niet alles door elkaar moet halen. Dit soort zaken is complex en moeilijk te ontwarren. Maar hoe kun je dit trans-Atlantische debat anders zien dan als een privilege, voorbehouden aan een elite, een luxe die wij ons niet kunnen veroorloven, wij die in landen leven waar onophoudelijk geweld tegen het lichaam en de ziel van vrouwen wordt gepleegd? Zolang men het niet nodig vindt om deze vrouwen te redden, heeft het huidige debat iets gênants, ja zelfs iets onfatsoenlijks.
Critici vinden dat de #MeToo-discussie alleen moet gaan over zaken die in de rechtszaal bewezen kunnen worden. Maar ook de andere slachtoffers moeten worden blijven gehoord, benadrukt Ann Friedman.
Als je echt naar slachtoffers van seksueel geweld en intimidatie luistert, hoor je dit: deze vrouwen willen een excuus. Ze willen de verzekering dat wat hen is overkomen verkeerd was. Ze willen solidariteit tonen met anderen die op dezelfde manier gekwetst zijn. Ze willen het ware gezicht van hun beroemde belagers laten zien. En ze willen geloofd worden: ze willen weten dat wij serieus nemen wat ze zeggen.
Veel critici van de #MeToo-beweging luisteren niet naar wat de slachtoffers zeggen. Ze verwarren de reacties op de beweging met wat de slachtoffers willen. Veel vooraanstaande critici vrezen ook dat de #MeToo-beweging te veel verschillende soorten ervaringen omvat. Zij vinden dat er nu alleen afgerekend moet worden met de misdaden die in de rechtszaal bewezen kunnen worden, al weten ze ook dat de wet de slachtoffers vaak in de kou laat staan.
In sommige gevallen willen slachtoffers inderdaad dat hun misbruiker wordt ontslagen of gevangengezet. ‘We moeten zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt,’ schreef olympisch goudenmedaillewinnares Simone Biles in een post op Instagram waarin ze onthulde dat zij een van de minstens 140 Amerikaanse turnsters is die zeggen seksueel te zijn misbruikt door hun teamarts Larry Nassar.
Ze twitterde dat ze zich “opgelucht” voelde “alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen”
Maar veel slachtoffers willen alleen maar gehoord worden. De misdragingen die in de #MeToo-verhalen aan het licht komen, zijn heel gevarieerd: van mannen die niet voldoen aan het beeld dat het publiek van hen heeft of mannen die tegen het beleid van hun bedrijf ingaan, tot mannen die de wet overtreden. Niet alle vergrijpen zijn hetzelfde en de vrouwen die zich nu uitspreken, weten dat ook.
Het recente #MeToo-verhaal dat voor de critici nu vooral olie op het vuur gooit, is dat over komiek Aziz Ansari. Onlangs onthulde een jonge vrouw, onder de schuilnaam ‘Grace’, wat haar met hem was overkomen tijdens een ontmoeting die uit de hand was gelopen – en wat haar betreft niet met haar instemming. Ze zei dat ze het teleurstellend vond om aan te zien hoe Ansari werd geprezen bij de Golden Globes, een evenement waar de meeste aanwezigen juist die wederzijdse instemming heel erg belangrijk zeiden te vinden. Voor Grace was het ‘absoluut tenenkrommend’ dat hij het ‘Time’s Up’-speldje droeg.
Ze zei niet: ‘Sluit hem op!’ of ‘Hij mag nooit meer in deze stad werken’. Persoonlijk geloof ik ook niet dat Ansari nu meteen uit de bedrijfstak moet worden verbannen. Maar we moeten wel blijven luisteren naar vrouwen als Grace, omdat blijkt dat veel verhalen pas effect krijgen wanneer ze vergelijkbare verhalen losmaken. Ooit wist het grote publiek over de privé-uitspattingen van Bill Cosby niet meer dan een of twee verhalen over ontspoorde dates. Toen meer vrouwen naar voren traden, bleek dat die incidenten bij een patroon van systematisch misbruik hoorden.
Ansari heeft meegewerkt aan een boek dat Modern Romance heet en veel verhaallijnen in zijn Netflix-serie gaan over relaties. Als hij verhalen wil blijven vertellen over de verwikkelingen rond seks en dating, moet hij openlijk ingaan op de kritiek op zijn privégedrag tegenover vrouwen.
Opbouwende reactie
Hij heeft het geluk dat er tenminste één geweldig voorbeeld is van een opbouwende reactie. Vorige week bood tv-presentator Dan Harmon uitgebreid zijn excuses aan aan Megan Ganz, die voor hem heeft gewerkt als scriptschrijver. Harmon gaf toe dat hij had geprobeerd haar te versieren en haar vervolgens heel onaangenaam had behandeld op het werk, nadat ze zijn avances had afgewezen. Ganz aanvaardde Harmons excuses en zei dat ze niet op ‘wraak’ uit was geweest toen ze ervoor koos zich uit te speken. Ze twitterde dat ze zich ‘opgelucht’ voelde ‘alleen maar door hem te horen zeggen dat dit inderdaad is voorgevallen’.
Vrouwen die nu naar buiten treden zijn niet degenen die zelf de nuances uit hun verhaal weglaten. Dat gebeurt in de publieke ophef eromheen. Wanneer critici beweren dat de enige terechte #MeToo-verhalen de verhalen zijn die in een rechtszaal overeind blijven, negeren ze niet alleen de uiteenlopende redenen waarom slachtoffers hun mond opendoen, ze zorgen er ook voor dat de meeste slachtoffers hun leed in stilte moeten dragen.
Er zijn evenveel manieren om met misbruik om te gaan als er soorten misbruik zijn. Vrouwen moeten kunnen praten over de ongewenste dingen die mannen hun aandoen – en werkgevers en het publiek moeten de vrijheid hebben om vervolgens het beeld dat ze van die mannen hadden bij te stellen, ook al is het gedrag waar het over gaat wel immoreel maar niet onwettig. Dit is wat de slachtoffers vragen. En daar moeten we naar luisteren.
Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.
Natuurlijk is de #MeToo-beweging niet volmaakt, erkent de Italiaanse feministe Lorella Zanardo. Maar de uitglijders wegen nu even niet op tegen de kansen op een betere toekomst.
‘Ik geloof wel dat die vrouwen gelijk hebben – ik weet het zelfs zeker. Maar als ik nu een meisje leuk vind, durf ik niet goed meer de eerste stap te zetten. Als ik mijn hand uitsteek om haar aan te raken, bijvoorbeeld, ben ik bang dat ze zal denken dat ik haar lastigval of haar zal bespringen.’ Dit hoorde ik een paar weken geleden een middelbarescholier zeggen tijdens een discussie.
We hadden het over de #MeToo-beweging, een historische ontwikkeling voor de emancipatie van de vrouw, voor zover we nu kunnen overzien. Zoals altijd bij een verandering krijgt ook deze beweging veel bijval, maar wekt ze ook bij veel mensen woede op en de behoefte om het belang ervan te ontkennen. Hoe kan het ook anders? Eeuwenlang hebben de mannen in alle mogelijke domeinen, zowel privé als publiek, de absolute macht gehad. En die macht hebben ze ook, en vooral, uitgeoefend op het lichaam van vrouwen. Al enkele tientallen jaren zijn we bezig ons van die macht te bevrijden, maar het is nog niet voor iedereen en niet overal en niet helemaal gelukt. De #MeToo-beweging probeert nu voor eens en voor altijd af te rekenen met de ondergeschikte positie van vrouwen die onaanvaardbaar is en niet meer van deze tijd: prima!
Verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan
Natuurlijk is niet alles volmaakt, natuurlijk zou het beter kunnen, natuurlijk zie ik ook dat sommige mensen proberen te profiteren van de aandacht die de beweging krijgt en natuurlijk moeten we oppassen dat we niet alle mannen over één kam scheren. Dat hoort erbij. Maar, zoals al vaker gezegd, we staan op een historisch keerpunt en we hebben dus het recht om fouten te maken, ook grove fouten.
Onlangs las ik het manifest dat honderd vrouwen naar Le Monde hebben gestuurd en dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: ‘Aanranding is een misdaad. Maar aanhoudende of onhandige versierpogingen zijn geen delict en hoffelijkheid is geen macho-agressie.’ Ik ken niet één vrouw die de verandering van de #MeToo-beweging beleeft als een oorlog tussen de seksen, een strijd tegen de man; ik ken wel heel wat vrouwen die nooit meer slachtoffer willen worden van seksuele chantage, van agressie, kortom van daden waarmee we allemaal wel te maken hebben gehad in ons leven.
Maar dat betekent zeker niet dat het verleidingsspel nu door de wet moet worden vastgelegd. De agressie en de aanrandingen moeten uitgebannen worden, maar het flirten, het verleiden, de uitingen van verliefdheid niet.
En ik begrijp de verwarring van mijn scholier, aan wie ik heb geantwoord dat we ‘samen, mannen en vrouwen, een nieuwe weg moeten zoeken’. Dat is niet zo moeilijk: verleiding heeft geen machtsvertoon nodig en ik weiger te geloven dat mannen niet kunnen zien wanneer een erotisch gebaar gewenst is en wanneer het met tegenzin wordt ondergaan.
Of het nu om mannen of om vrouwen gaat, ik heb altijd een hekel gehad aan volksgerichten en heksenjachten. Van het begin af aan heb ik gezegd dat het via de media lynchen van mannen die het doelwit waren van deze beschuldigingen, in mijn ogen eerder een persoonlijke vendetta zijn dan gerechtigheid. Het zou dus goed zijn om meisjes zo op te voeden dat ze geïnformeerd en zelfbewust genoeg zijn om een compleet leven te leiden, zonder zich te laten intimideren of een schuldgevoel op te laten dringen, en vooral ook dat ze krachtig nee kunnen zeggen als dat nodig is. Waarbij we niet mogen vergeten dat het even belangrijk is om de mannen zo op te voeden dat ze respect hebben en luisteren. Deze opvoeding van beide seksen is essentieel, zolang we weten dat er nog veel situaties zijn waarin een nee voor een vrouw heel nare gevolgen kan hebben.
Lorella Zanardo (1957) is auteur en documentairemaakster. In 2009 was ze een van de makers van Il corpo della donne (Het lichaam van vrouwen), de beroemde documentaire over de vernederende manier waarop vrouwen op de Italiaanse televisie worden voorgesteld.
In 2009 opgericht door Antonio Padellaro, de ex-directeur van het linkse dagblad L’Unità. De krant brengt schrijvers met uiteenlopende journalistieke achtergronden bijeen rond een eenvoudig thema: de resolute afwijzing van het ‘vernederende sultanaat’ van Silvio Berlusconi.
Volgens de Amerikaanse feminist Laura Kipnis wordt de #MeToo-discussie niet altijd even intelligent gevoerd. Sommige uitwassen zijn ronduit bespottelijk, terwijl anderzijds eisen lang niet ver genoeg gaan.
Wat is de inzet van de brief die Catherine Deneuve onlangs publiceerde in Le Monde en waarin ze uithaalde naar de feministische beweging? De vraag is waar je de grens trekt.
De verbijsterend domme anti-#MeToo-brief die is ondertekend door Catherine Deneuve en zo’n honderd andere Françaises (ik kom er nog op terug wie hem nou eigenlijk heeft geschreven), is me zeker tien keer doorgestuurd, met de mededeling dat ik het vast geweldig zou vinden dat iemand zich sterk maakte voor het gezond verstand. Ik heb overwogen een standaardantwoord te schrijven: ‘Als de vraag is of #MeToo te ver is gegaan of nog lang niet ver genoeg, dan is het antwoord natuurlijk: allebei. Het getuigt van politieke naïviteit om jezelf bij een van beide kampen aan te sluiten.’
Het vernieuwende aan de Deneuve-verklaring is dat mannen een extra recht wordt gegeven (alsof ze niet al genoeg rechten hebben), namelijk ‘het recht om lastig te vallen’ – de ondertekenaars beschouwen dit recht als een essentieel onderdeel van seksuele vrijheid. Ik begrijp wel waarom de mensen die me mailden dachten dat dit een kolfje naar mijn hand zou zijn. Ik heb onlangs een boek geschreven over overtrokken seksuele aantijgingen op Amerikaanse campussen, en daarin bediende ik me ook van de taal van de heksenjachten.
Ik weet ook dat ik, tijdens een workshop over ongewenste intimiteiten, zwart op wit de volgende opmerking heb gemaakt: ‘Maar je moet het toch eerst proberen om te weten of een intimiteit al dan niet “gewenst” is?’ Er is officieel vastgelegd dat ik de spot heb gedreven met de kruistocht van Naomi Wolf tegen Harold Bloom, die een jaar of dertig geleden een ‘zware, slappe hand’ op haar knie zou hebben gelegd. Dat beeld van die hand op die knie wordt ook aangehaald in het Deneuve-epistel, als een sprekend voorbeeld van wat er mis is met zowel het Amerikaanse #MeToo-feminisme als met de Franse pendant #BalanceTonPorc (‘verlink je zwijn’). Het probleem zit hem in ‘de afkeer van mannen en seksualiteit’.
Dom
Dat ik de brief als dom bestempel komt omdat deze vrouwen, op een moment dat uiterste subtiliteit is vereist, een moker hanteren. Laten we elk onderscheid vermorzelen – in naam van de vrijheid! ‘Hardnekkig’ avances blijven maken: waarom niet? Proberen iemand een kus ‘af te troggelen’: dito. Hoewel verkrachting ‘een misdaad’ is en ‘het Harvey Weinstein-schandaal terecht de nodige commotie heeft veroorzaakt’, zijn dergelijke inbreuken op iemands lichamelijke integriteit niet voldoende om vrouwen tot ‘prooi’ te maken, want wij zijn meer dan alleen ons lichaam, schrijven Deneuve en haar trawanten.
Ik meen wel te begrijpen wat de inzet is van de vrouwen die deze onhandige brief hebben ondertekend, en ook wat de inzet is van hun onlangs opgestane Amerikaanse tegenhangers die vraagtekens plaatsen bij #MeToo, zo schrijven zowel Daphne Merkin in The New York Times als Claire Berlinski in American Interest (die twee artikelen zijn me ook talloze keren toegestuurd door goedbedoelende vrienden, met de opmerking dat ik het vast geweldig zou vinden), maar ik ben het met allemaal hartgrondig oneens.
Ze hebben volkomen gelijk waar het gaat om ‘te ver gaan’, maar wat ze over het hoofd zien is het wezenlijke belang van het aspect dat het ‘niet ver genoeg’ zou gaan.
Het kan sexy zijn, een man die zich bepaalde dingen permitteert
Natuurlijk begrijp ik het bezwaar dat ongefundeerde beschuldigingen iemands carrière kunnen verwoesten (mijn boek gaat over een dergelijk geval), en ja, veel van de recente beschuldigingen gaan over voorvallen waar mensen gewoon overheen zouden moeten stappen, maar ik wil het politieke belang van de #MeToo-beweging niet zomaar terzijde schuiven.
Daarnaast vermoed ik dat er bij de terugslag die we momenteel zien, meer meespeelt dan alleen medelijden met de mannen die worden beschuldigd. Er heerst een brede angst dat de nieuwe tendens om alles in regels vast te leggen de speelruimte inperkt van wat we nu ‘seksuele gelaagdheid’ noemen: ‘grapjes, toespelingen, complimenten, versierpraatjes, plagerige opmerkingen, erotische boeken en kunst’. Merkin is bang dat er straks niet meer geflirt kan worden; Berlinski maakt zich zorgen dat creatieve geesten als Leon Wieseltier en Louis CK straks onderworpen zullen worden aan hetzelfde geestdodende regime als gewone stervelingen.
Voor veel vrouwen, en dan met name heteroseksuele vrouwen, is dit schemergebied nou precies wat het leven de moeite waard maakt. Flirten is het bewijs dat je begeerlijk bent. Wanneer een vrijpostige man je kust gaan er nieuwe werelden open: er is iets onverwachts en misschien wel opwindends gebeurd. Het kan sexy zijn, een man die zich bepaalde dingen permitteert.
De vraag waar het allemaal om draait is waar je de grens trekt – en of er überhaupt een grens moet zijn. Iedereen trekt de grens ergens anders. Wat vroeger een niemandsland was, wordt nu geannexeerd en scherp afgebakend; dat roept onrust op.
Ik betrapte mezelf er onlangs op dat ik woedend zat te twitteren nadat ik in The New York Times een stuk van Michelle Dean had gelezen, ‘What Makes Someone a Predator?’ Iemand die zij omschreef als ‘Een machtige speler in het literaire veld’ had in een bar een hand tegen de binnenkant van haar bovenbeen gelegd. Die man was geen roofdier maar een klootzak, schreef ze.
Ik had het idee dat het niet om een bar op hun werk ging, en elke andere bar is een schemergebied bij uitstek. (Oké, het kan natuurlijk de bar van een restaurant zijn geweest, maar ook dan geldt: het was laat en er vloeide drank.) Mensen gaan naar een bar om te drinken, om te ontspannen, om losser te worden en maar te zien wat er dan gebeurt. Daar is een bar voor bedoeld: een gevoel van vrijheid oproepen in een overgereguleerde wereld.
Maar goed, die hand lag daar, op haar bovenbeen, aan de binnenkant. Je zou kunnen zeggen dat daar een grens is overschreden. De binnenkant van het bovenbeen is geen schemergebied. Het is niet voor niets dat ‘de hand op de knie’ in al deze debatten als voorbeeld wordt aangedragen. De knie zelf symboliseert als het ware een kantelpunt: de knie kan verschillende kanten op bewegen, wat niet geldt voor de borst, om maar iets te noemen.
Een klopje op de knie hoeft geen seksuele lading te hebben, maar het kan wel. Een paar centimeter naar boven en het lijdt geen enkele twijfel meer. Meet de afstand van knieschijf tot kruis, deel die door twee, en zodra je die lijn overschrijdt bevind je je in het gebied van het bovenbeen – ik denk dat iedere vrouw precies kan aangeven waar die grens op haar lichaam loopt, en wat het betekent wanneer die grens wordt overschreden.
Zodra een hand boven die grens komt, dient er een beslissing te worden genomen. Dat is bij flirten niet het geval. Ons lichaam is opgedeeld in zones: bepaalde zones zijn openbaar en andere zijn privé; er zijn delen die je zonder toestemming kunt aanraken, zoals mijn handen, en delen die verboden zijn om aan te raken zonder mijn toestemming.
Ik weet alles van schemergebieden; ik begrijp ook het verlangen om mensen die het lichaam van een ander schenden zwaar te straffen, al zijn mijn eigen #MeToo-momenten min of meer verwaarloosbaar. Sterker nog, een van mijn gedenkwaardigste #MeToo-momenten – toevallig ook nog eens op Brits grondgebied – pakte uiteindelijk goed uit.
De boosdoener was een aanstaand kamerlid en lid van het Europees parlement, een vriend van vrienden. We gingen met een groepje mensen uit eten en deze man, die later een bekende politicus zou worden, en die ik nog maar net tien minuten kende, legde een hand tussen mijn billen.
Niet óp mijn billen, nee, echt tussen mijn billen, door mijn dunne rokje heen. Ik draaide me om en keek hem woest aan – ik was jong, ik had een jetlag en ik was in de war. Was dit gebruikelijk in Engeland? Ik voelde me vernederd. Ik draaide me weer terug en liep vastberaden door, waarop hij het nogmaals deed.
Uiteindelijk pakte het goed uit, schreef ik net, waarmee ik bedoel dat hij in de gevangenis belandde. De aanleiding was gerommel met zijn financiën, maar ik koester me in de gedachte dat het een vorm van kosmische gerechtigheid is voor wat hij mij heeft aangedaan. Al was het niet zo heel ingrijpend, al heb ik er geen trauma door opgelopen, ik ben blij dat hij achter tralies verdween, al was het maar voor een half jaar.
Gaat dat te ver? Wordt ‘het recht om lastig te vallen’ in de criminele sfeer getrokken? Zou kunnen. Maar ik zie niet in waarom mijn lichaam zou moeten dienen om hem nog meer zogenaamde rechten te verlenen, terwijl hij duidelijk al rechten in overvloed had. We hebben het hier over iemand die zich zonder scrupules van alles en nog wat toe-eigent, op elk terrein.
Vrouwen hebben geen gelijke burgerrechten zolang mannen het lichaam van vrouwen als openbaar bezit beschouwen
Waar de Deneuve-verklaring aan voorbijgaat, in al haar hoogdravende retoriek over rechten en vrijheid, is dat rechten pas bestaan als ze door de politiek worden bekrachtigd. En tijdens de democratische revoluties waarin die rechten in Frankrijk en Amerika gestalte hebben gekregen, zijn ze niet aan iedereen in gelijke mate toegekend: het waren de mannen die hun eigen autonomie veiligstelden. In Frankrijk kregen vrouwen pas in 1944 stemrecht; geboortebeperking was strafbaar tot 1967. Wat voor vrijheid heeft een vrouw die niet kan voorkomen dat ze zwanger wordt omdat mannelijke politici haar dat recht hebben onthouden?
Dit historische geheugenverlies maakt het stuk van Deneuve zo bedenkelijk. Vrouwen hebben geen gelijke burgerrechten zolang mannen het lichaam van vrouwen als openbaar bezit beschouwen – of ze nou menen ongevraagd aan ons te mogen zitten of dat zij beslissen wat wij met onze baarmoeder doen.
Wie daar aan voorbijgaat, gaat volledig voorbij aan het politieke belang en de politieke achtergrond van #MeToo: de nieuwste fase in een eeuwenoude politieke strijd die vrouwen voeren om zeggenschap te krijgen over hun eigen lichaam.
Natuurlijk zijn er ook vrouwen die lichamelijke schendingen aangenaam vinden, en een van die vrouwen is Catherine Millet, een van de medeondertekenaars van de brief van Deneuve, al zou ik, op grond van Millets memoires uit 2002, Het seksuele leven van Catherine M., willen pleiten voor een forensische analyse van de twee teksten op stilistische overeenkomsten – ik vermoed dat het leeuwendeel van dit project op het conto komt van Millet. De stilistische overeenkomsten zijn in ieder geval overweldigend.
Zelfs een Amerikaan die niet filosofisch is onderlegd herkent het gedateerde cartesianisme dat in beide teksten de kop opsteekt, in scherp contrast met het optimistische Amerikaanse feminisme van, bijvoorbeeld, Our Bodies, Ourselves – dat wilde afrekenen met het aloude dualisme van lichaam en ziel, een dualisme dat het Deneuve-epistel juist in ere wil herstellen.
Dualiteit
Het is precies die dualiteit die de motor vormt van Millets memoires, waarin ze een periode uit haar leven beschrijft waarin ze zich volledig liet gaan in groepsseks – soms wel met dertig tot veertig mannen, haar lichaam een willoze ontvanger van sperma, in alle mogelijke lichaamsopeningen.
Als ze geen orgies bijwoonde, verleende ze gratis seksuele handelingen aan anonieme voorbijgangers, die met haar konden doen wat ze maar wilden. Dit was allemaal niet echt aangenaam, in ieder geval niet in fysieke zin: het genot was meer cerebraal van aard en gerelateerd aan zelfvernedering, iets wat Millet zelf ook onderkent. Het klinkt als een wel heel katholieke vorm van seksuele rebellie, waarbij veel zelfkastijding komt kijken.
‘À chacun son gout,’ luidt het gezegde. En hoewel ik nog wel waardering zou kunnen opbrengen voor deze bijdrage aan een literaire traditie – De Sade, Bataille, Genet, Pauline Réage – is het een heel ander verhaal wanneer je een dergelijk standpunt uitdraagt in een politiek manifest over de vrijheid van vrouwen.
In de opzwepend bedoelde slotalinea van de brief wordt een tweedeling aangebracht tussen lichaam en geest – ‘Voorvallen die een vrouw lichamelijk raken, hoeven niet per se haar waardigheid aan te tasten… want wij zijn meer dan alleen ons lichaam. Onze innerlijke vrijheid is onaantastbaar’ – waarmee alle mogelijke vormen van vrijheid worden gereduceerd tot het innerlijke heiligdom van onze geest. De schrijvers van de brief lijken van mening dat wat je lichaam wordt aangedaan niet jou als mens wordt aangedaan.
De politieke uitdaging van dit post-#MeToo-moment is keer op keer benadrukken dat zeggenschap over ons lichaam het begin is van vrijheid. Niet het uiteindelijke doel, maar een uitgangspunt. Vrijheid moet meer zijn dan een abstractie, het moet ook echt handen en voeten krijgen.
Auteur: Laura Kipnis
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
Laura Kipnis is een Amerikaanse feminist, cultuurcriticus en essayist.
Net nu heel Europa op zijn kop staat vanwege de aanrandingen in Keulen, is in Portugal een nieuwe wet aangenomen die seksuele intimidatie strafbaar stelt. Overtreders kunnen in het uiterste geval een gevangenisstraf van drie jaar krijgen. Is zo’n wet noodzakelijk?
Nee
Het is net alsof er nog maar twee soorten mensen bestaan in dit land. Aan de ene kant degenen die vinden dat op een opmerking als ‘god, wat ben jij lekker’ een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou moeten staan. En aan de andere kant de machomannen die menen vrouwen voortdurend te mogen lastigvallen met obsceniteiten, als een soort natuurrecht. Zo karikaturiseren tenminste de tegenstanders elkaar in het debat rondom de zogenaamde ‘wet van de complimentjes’. De hele discussie is een opeenvolging van vergissingen en simplificaties.
Ik persoonlijk krijg niet de indruk dat mijn rechten als vrouw, evenmin als de strijd voor gelijkheid tussen de seksen in het algemeen, gediend zijn bij de recente wijziging van artikel 170 van het Wetboek van Strafrecht. Of hooguit misschien een heel klein beetje. Allereerst moet worden opgemerkt dat een complimentje, in de zin van een ‘opmerking bedoeld om iemand fysiek te prijzen’, niet echt binnen de door de wet gehanteerde formulering valt. Het gewraakte wetsartikel beschouwt als ‘seksueel opdringerig’ en daarom strafbaar een ‘voorstel van seksuele aard’. Alleen in een zeer losse interpretatie van de wet is dat van toepassing op complimentjes, zoals gerenommeerde juristen als Clara Sottomayor al hebben opgemerkt.
Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen
De wet maakt het wel makkelijker om gevallen van seksuele intimidatie voor de rechter te brengen. Situaties van herhaaldelijke seksuele opdringerigheid. Maar feitelijk omvatte de vroegere formulering van het wetsartikel dit al: strafbaar waren het uitvoeren van exhibitionistische handelingen of het dwingen tot seksueel contact. Zulke praktijken konden dus al aangepakt worden: aan een juridisch kader ontbrak het niet.
Er wordt gezegd dat de nadruk op complimentjes vooral bedoeld is om – vaak kwetsbare – minderjarigen te beschermen tegen onbeschofte opmerkingen waar ze bang van worden. Ik heb zo mijn twijfels of het zal helpen. Zou een jongere die op straat seksistisch en agressief bejegend wordt, nou echt de agressor durven confronteren, de politie erbij halen en hem laten arresteren? Ik vraag het me af.
Dat er iets moet veranderen lijdt geen twijfel. Een vrouw moet niet als object worden gezien, op straat, in de reclame, op het werk, op dagen dat ze zin heeft om een iets dieper decolleté te dragen. Het wordt hoog tijd dat mannen ophouden met het maken van seksistische opmerkingen en inzien dat ze vrouwen niet kunnen overheersen of bezitten. Het idee dat je een vrouw kunt bezitten ligt aan de wortel van allerlei vormen van gevaarlijk gedrag en geweld tegen vrouwen. Maar de wet maakt het al mogelijk om zulke excessen aan te pakken.
Auteur: Inês Cardoso
Vertaler: Valentijn van Dijk
Inês Cardoso is opinieredacteur bij Jornal de Notícias in Lissabon.
De oudste en een van de meest gelezen kranten van Portugal. Heeft vier regionale edities: Noord, Zuid, Midden en de regio Minho (met daarin Lissabon). De toon is overwegend rechts.
Ik denk niet dat veel mensen zich beledigd zullen voelen, of beperkt in hun persoonlijke vrijheid, als iemand ze op een vleiende manier complimenteert. Maar bij deze wet gaat het om iets heel anders: seksuele intimidatie. Banale opmerkingen als ‘volgens mij moet jij eens even flink geneukt worden’ zijn namelijk niets anders dan dat: een vorm van seksuele intimidatie. En ga nou niet beginnen over de vrijheid van meningsuiting, want dat is een kulargument.
Ik besteed een groot deel van mijn tijd aan het schrijven over situaties die vrouwen als ongemakkelijk ervaren. Alledaagse vormen van seksuele intimidatie worden vaak afgedaan met: ‘Er zijn wel ergere dingen op de wereld.’ Ja, die zijn er inderdaad, maar toch mag je zulk gedrag niet bagatelliseren. Hoe zou jij het vinden als je dertienjarige dochter te horen kreeg dat ze ‘een lekker pijpbekkie’ heeft? Vind je dan ook dat zoiets niet bestraft hoeft te worden? Als je moeder, zus, vrouw of vriendin op straat ‘ik neuk je helemaal gek’ naar haar hoofd krijgt, vind je dan nog dat daar niet tegen opgetreden hoeft te worden? En als ze op hun werk door hun baas bij hun kont gepakt worden, of promotie kunnen maken als daar seksuele diensten tegenover staan, hoe zou je dat vinden?
Bij Master Chef Júnior zei een vrouw dat ze een jochie van dertien jaar zo zou aanranden als ze de kans kreeg
Dit soort dingen gebeuren. Dagelijks, en vaak zelfs bij meisjes die nog niet eens goed begrijpen waar die mannen het eigenlijk over hebben. Zulke opmerkingen zijn funest voor de spontaniteit waarmee vrouwen zich kunnen gedragen en deelnemen aan het openbare leven. Ze bedreigen onze persoonlijke vrijheid, maken ons minder zelfredzaam en beïnvloeden zeker ook onze houding tegenover mannen in het algemeen.
Toen het nieuws bekend werd, hoorde ik opmerkingen als: ‘Daar heb je die hysterische feministen weer.’ Maar de wet beperkt zich helemaal niet tot het vrouwelijk geslacht: het slachtoffer kan een vrouw, man, jongen of meisje zijn. Bij het Braziliaanse kookprogramma Master Chef Júnior zei een vrouw onlangs dat ze een jochie van dertien jaar ‘een schatje’ vond en hem zo zou aanranden als ze de kans kreeg. Dit is niet iets om luchthartig over te doen, en het is dan ook goed dat de nieuwe Portugese wet extra streng is als het om minderjarigen gaat. De meeste mensen zullen dat wel met me eens zijn, maar als het om volwassenen gaat rijst de vraag waar precies de grens ligt. Een goede stelregel in alle aspecten van het leven lijkt mij: ‘Mijn vrijheid eindigt waar die van anderen begint.’ Dat gaat dus ook op voor seksuele intimidatie. Overigens hangt de effectiviteit van de wet af van het feit hoe individuele rechters deze zullen interpreteren. Maar in ieder geval is nu een eerste stap gezet: de maatschappij moet duidelijk aangeven waar de grenzen liggen.
Auteur: Paula Cosme Pinto
Vertaler: Valentijn van Dijk
Paula Cosme Pinto schrijft al meer dan tien jaar voor Expresso, onder meer over feminisme. Ze publiceerde verschillende boeken, waaronder Os Segredos da Maleta Vermelha.
Het eerste weekblad voor de moderne Portugees kwam uit in 1973. Het wist direct lezers aan zich te binden door zijn kwaliteit, onafhankelijkheid en het originele, grote formaat.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.