Tag: sekte

  • Kenia worstelt met extremistische predikers. ‘Mensen worden gehersenspoeld’

    Kenia worstelt met extremistische predikers. ‘Mensen worden gehersenspoeld’

    Meer dan vierhonderd mensen kwamen om bij het recente bloedbad in Shakahola, maar het reguleren van een door Amerikaanse pinksterpredikanten geïnspireerde sekte in Kenia is verre van eenvoudig. Leider Paul Nthenge Mackenzie zit sinds april vast in afwachting van zijn proces.

    Joseph Juma Buyuka stierf eind juni na een hongerstaking van tien dagen in de Keniaanse Shimo La Tewa-gevangenis. Hij was geen gewone gewetensgevangene: Buyuka was gearresteerd met 64 medevolgelingen van de radicale prediker Paul Nthenge Mackenzie, leider van Good News International Ministries. Die sekte zou verantwoordelijk zijn geweest voor zeker vierhonderd doden bij een massa(zelf)moord die de Shakahola Massacre is gaan heten.

    Buyuka was naar verluidt een van de belangrijkste adjudanten van Mackenzie tijdens hun verblijf in het Shakahola-woud, een afgelegen gebied ten noorden van de Keniaanse kuststad Mombassa. In een van de dodelijkste gebeurtenissen in vredestijd in de moderne Afrikaanse geschiedenis zouden ten minste achthonderd slachtoffers zichzelf hebben uitgehongerd; enkele van de 427 opgegraven lichamen toonden tekenen van moord.

    De autoriteiten trokken in april het landelijk gelegen kampement binnen, nadat dorpsoudsten van nabijgelegen nederzettingen hadden gemeld dat er uitgemergelde, om voedsel smekende kinderen waren opgedoken en het plaatselijke mortuarium vol was komen te liggen met skeletachtige lijken. Onder invloed van Mackenzie hadden de slachtoffers van Shakahola – grotendeels arme jongeren en wanhopige jonge gezinnen – een regime van extreem vasten ondergaan teneinde een ontmoeting met Jezus te bespoedigen.

    Buyuka was naar verluidt al te zwak om te lopen toen hij voor het eerst voor de rechter verscheen. Hij en 64 anderen stonden onder verdenking van moord en doodslag, poging tot zelfmoord, religieuze radicalisering en wreedheid jegens en verwaarlozing van kinderen.

    Obscuur

    De massa(zelf)moord van Shakahola is mogelijk het ernstigste geval van collectieve zelfdoding sinds de dood van negenhonderd volgelingen van Jim Jones’ Peoples Temple in 1978, in ‘Jonestown’ in Guyana. Jones en Mackenzie lijken beiden geïnspireerd te zijn door dezelfde obscure Amerikaanse prediker die in de jaren zestig stierf. Door deze tragische gebeurtenissen zijn velen in Kenia en andere Afrikaanse landen zich gaan afvragen hoe groot de invloed van malafide en radicale predikers is – en van degenen van buiten Afrika die hen hebben geïnspireerd.

    GettyImages 1252535516 2
    De Keniaanse sekteleider Paul Mackenzie Nthenge, nadat hij in hechtenis
    is genomen. – © Getty Images

    Mackenzie, die schuld aan het drama heeft ontkend, komt uit de extreemste hoek van de evangelische ‘pinkster-charismatische’ beweging. In 2020 telde deze volgens de World Christian Encyclopedia wereldwijd 644 miljoen aanhangers, van wie 230 miljoen in Afrika. Een sleutelfactor in de opkomst van de beweging, die zich richt op de rol van de Heilige Geest, is dat ze geen traditionele kerkelijke hiërarchie kent; daardoor vindt er ook geen screening van predikanten plaats en is er geen toezicht op hun activiteiten.

    De onstuimige geloofsbeleving heeft geleid tot een nieuwe generatie extremistische predikers

    In de pinkstertraditie hebben predikers, om moreel en spiritueel gezag uit te oefenen, alleen volgelingen nodig. De meest charismatische leiders – in beide betekenissen van het woord – beklimmen de hiërarchische ladder het snelst. Aan de ene kant is dit gunstig, omdat het opkomende landen een geloof biedt dat cultureel en materieel toegankelijk is. Tegelijkertijd heeft deze onstuimige geloofsbeleving ook geleid tot een nieuwe generatie extremistische predikers. Hoewel Mackenzie ongetwijfeld een gruwelijk buitenbeentje is binnen de pinksterbeweging, is hij ook een autodidact met een persoonlijkheid die hem tot misschien wel de actiefste sekteleider van deze eeuw heeft gemaakt. En zoals Buyuka’s recente dood laat zien, is hij iemand die van achter de tralies nog steeds een sterke greep heeft op zijn volgelingen.

    Terwijl de autoriteiten zich een weg banen door de lichamen, roept het drama prangende vragen op. Moeten er meer regels aan religieuze leiders worden opgelegd? Waar liggen de grenzen van kerk en staat precies? De Keniaanse president William Ruto, zelf evangelisch, lanceerde een taskforce om te bezien of er nieuwe wetten konden worden uitgevaardigd om gevaarlijke kerken en predikanten hard aan te pakken. Daarop sprak de Nationale Raad van Kerken zijn vrees uit voor een aanval op de godsdienstvrijheid.

    In de weken na de eerste ontdekking van de lichamen in april werden er meerdere overlevenden gevonden. Zij hadden zich in de struiken verstopt en weigerden nog steeds voedsel en water. En dat bleven ze doen in het opvangcentrum. Daarop beschuldigden de autoriteiten ‘de 65’ van poging tot zelfmoord – een misdrijf waar twee jaar gevangenisstraf op staat – en probeerden ze hun dwangvoeding te geven.

    Tijdens een rechtszaak in augustus hield Mackenzie voet bij stuk. Hij zei tegen journalisten dat wie Jezus wil ontmoeten, zich nu eenmaal beproevingen moet getroosten in dit ondermaanse. ‘In Johannes 12 staat dat je niet bang hoeft te zijn voor wat je overkomt,’ zei hij. ‘Heb dus geduld. Dit is wat Jezus Christus predikt.’ 

    De enige aardse zonde die hij had begaan, zo beweerde Mackenzie, was eten – en op het moment dat hij daarmee stopte, zou ook hij zich bij de hemelse Vader voegen. Mackenzies advocaat Wycliffe Makasembo weerhield hem ervan verder te spreken en drukte journalisten op het hart ‘geen verslag te doen van de gevoelens die mijn cliënt heeft geuit, uitgezonderd de bijbelverzen waaruit hij citeerde’.

    Julius M. Gathogo, hoogleraar theologie aan de Kenyatta-universiteit, zegt dat Mackenzie weliswaar een tijdlang tv-dominee was geweest, maar dat de meeste Kenianen nog nooit van hem hadden gehoord toen het drama in Shakahola aan het licht kwam. Voordat Mackenzie in 2003 zijn Good News International Ministry oprichtte, werkte hij ’s nachts als taxichauffeur in de hoofdstad Nairobi. 

    Controversiële preken

    Volgens Gathogo werd Mackenzie vier keer gearresteerd vanwege zijn controversiële preken, maar steeds vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Bij een zo’n incident, in oktober 2017, bevrijdde de politie 93 kinderen en werd Mackenzie beschuldigd van het bevorderen van radicalisering. De predikant had buurtbewoners ‘gehersenspoeld en opgezet tegen scholen en ziekenhuizen’, vertelde een plaatselijke functionaris. Mackenzie onderwees kinderen op dat moment een extreme vorm van christendom op een niet-geregistreerde kerkelijke school. Maar weer werd hij vrijgesproken. Een jaar later sloopten inwoners van een stad in de buurt van de locatie van het latere drama een van zijn kerken, uit protest tegen wat zij bestempelden als vals-christelijke leerstellingen.

    In 2019 werd de predikant opnieuw gearresteerd, nu omdat hij zijn volgelingen had geadviseerd de nieuwe identiteitskaart van de overheid, de zogeheten huduma namba, af te wijzen. ‘Mackenzie noemde de kaart satanisch en vergeleek het burgerservicenummer met het getal van het beest uit het boek Openbaring,’ aldus Gathogo. Door zich met een belangrijke nationale kwestie te bemoeien zocht Mackenzie volgens Gathogo ‘een verkeerd soort publiciteit’.

    De huduma namba verschafte Mackenzie bekendheid, maar door corona kwam zijn eindtijdboodschap in een stroomversnelling, met verdere radicalisering van zijn aanhangers als gevolg. Voor velen onder hen was de pandemie een bevestiging dat de wereld ten einde liep en dat Mackenzie de profeet van de eindtijd was. Steeds meer volgelingen zegden hun baan op en trokken naar het bos, waar sommigen een stuk land kochten voor 80 dollar – ongeveer de prijs van een schaap, hoewel het land waarschijnlijk veertig keer zoveel waard was. 

    Hoewel Mackenzies groep ontegenzeglijk marginaal was, is Kenia een vruchtbare voedingsbodem gebleken voor nieuwe religieuze bewegingen, waarvan er vele voortkomen uit de pinksterbeweging. Kenia is een van de vroomste landen ter wereld, ruim 85 procent van de inwoners is belijdend christen. In de eenentwintigste eeuw, zo vertelt Gathogo, is de Afrikaanse pinksterbeweging een van de belangrijkste religieuze bewegingen in het land geworden; ongeveer een derde van de bevolking – zo’n 15 tot 20 miljoen mensen – maakt er tegenwoordig deel van uit. Gathogo merkt op dat de traditionele geloofsrichtingen, zoals het katholicisme en het anglicanisme, proberen aan te haken door ook pinksterpraktijken te beoefenen, zoals gebedsgenezing en het spreken in tongen.

    De zang en dans waarmee de gelovigen worden gelokt, horen bij de inheemse Afrikaanse religiositeit

    Pas na 1963, toen het land onafhankelijk werd, kwam de pinksterbeweging sterk op. ‘De Britse koloniale regering moedigde de beweging niet aan,’ zegt Gathogo. De eerste golf was dus lokaal en authentiek. Een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht is volgens de theoloog de aansluiting op inheemse culturen. ‘Dat zit ’m in de levendige kerkdiensten, die met hun luidruchtigheid en gastvrijheid ook de minstbedeelden aanspreken,’ aldus Gathogo. De zang en dans waarmee de gelovigen worden gelokt, horen bij de inheemse Afrikaanse religiositeit. 

    Kapya John Kaoma, een deskundige in de Amerikaanse invloed op Oost-Afrikaanse kerken, vertelt dat de tweede golf van Amerikaanse evangelische missionarissen, begin deze eeuw, een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de geloofsbeleving in de regio. Door de VS gefinancierde groeperingen openden scholen en importeerden christelijke televisie. Hierdoor kregen zowel lokale als internationale fundamentalisten de kans om zich te nestelen in gebieden waar van gereguleerd onderwijs nauwelijks sprake was.

    De in de VS opgerichte New Apostolic Reformation, een afsplitsing van de pinksterbeweging, verving traditionele predikanten door lieden uit ‘deze nieuwe groep die het gevoel had dat ze oneerlijk werd behandeld door de eisen van het reguliere theologische onderwijs’, aldus Kaoma. Twijfelachtige instellingen boden ‘binnen drie maanden’ een doctoraat in de theologie.

    Toen George W. Bush president was, werden fanatieke evangelische groeperingen in de VS aangemoedigd om hun ideologie door te drukken in door [het Amerikaanse agentschap] USAID gefinancierde programma’s in Afrika. Vervolgens zijn deze groeperingen de gedrukte media, de radio en uiteindelijk de televisie gaan ‘monopoliseren’, aldus Kaoma. De reguliere pinksterkerken namen Amerikaanse stokpaardjes over, waaronder felle anti-lhbti- en anti-abortusopvattingen, en daardoor konden extremistische predikers zoals Mackenzie steeds radicalere ideeën verkondigen.

    Inheemse Afrikaanse kerken hadden hun eigen theologie. Die was niet noodzakelijkerwijs in tegenspraak met deze buitenlandse opvattingen, maar veel lokale leiders die zich traditioneel bezighielden met genezing, raakten geïnspireerd door ‘de moderniteit van Amerikaans christelijk rechts, waarvan ze via de tv kennis konden nemen’, zegt Kaoma. Het typisch Amerikaanse ‘welvaartsevangelie’ verwierf grote kracht.

    Pastorale netwerken, en zeker ook politici, profiteerden enorm van deze ‘gezondheid en welvaart’-variant van het christendom. Kaoma zegt dat veel christenen in Afrika bovendien erg opkijken tegen westerse boodschappen. ‘Alles wat in Afrika met witheid verband houdt, heeft legitimiteit’, zegt hij. ‘Als Mackenzie een boek leest of iets citeert dat door een wit persoon is geschreven, heeft dat kracht.’

    Vasten

    Daarom denken onderzoekers dat Mackenzie van koers wijzigde toen hij een aanhanger werd van William Branham, een Amerikaanse eindtijdprediker die in de jaren veertig en vijftig van zich deed spreken en die tot aan Shakahola vooral bekendstond om zijn invloed op Jim Jones.

    De preken en boeken van Branham (die ‘the Message’ worden genoemd) werden vanuit zijn hoofdkwartier in Indiana uitgegeven en wereldwijd verspreid. De doctrine die erin centraal stond heette ‘atomic power’ [‘atoomkracht’], een toestand die kon worden bereikt door veertig dagen vasten en gebed. In een opwekkingspreek in 1961 gaf Branham toe dat sommige volgelingen door deze extreme praktijk hun leven in gevaar hadden gebracht. Zwangere vrouwen, zei hij, ‘worden gek’ en ‘belanden daardoor in instellingen voor krankzinnigen’.

    Douglas Weaver, hoogleraar religieuze studies aan de christelijke Baylor-universiteit in Texas, zegt dat Branham in de jaren veertig en vijftig een vooraanstaande gebedsgenezer was in de Verenigde Staten, die ook ‘kruistochten’ in het buitenland op touw zette. Hij begon zichzelf ‘de tweede Johannes de Doper’ te noemen, naar de profeet die Christus voorafschaduwde, en voorspelde de wederkomst, waarmee hij populair werd onder eindtijdpredikers. De louche prediker had volgens Weaver zulke ‘ongerijmde doctrines’ dat de pinksterbeweging in de VS hem zo rond de jaren zestig ging schuwen. Toch doet Branhams leer nog steeds opgeld, wat volgens Weaver laat zien dat sommige fundamentalistische publicaties ‘nog altijd worden beschouwd als onfeilbare interpretaties van de Bijbel’.

    In Kenia en ver daarbuiten is er weinig toezicht op esoterische geloofssystemen en nieuwe, uit het pinksterdenken voortkomende religieuze bewegingen. Sociale media bieden daarnaast perverse prikkels. In Kenia word je ‘overspoeld door onlinewervingscampagnes met beloftes van bijvoorbeeld een beter leven, een betere baan of het vinden van een echtgenoot’, zegt Gathogo.

    Mensen op zoek naar troost en steun zijn een gat in de markt voor predikers

    Hij legt uit dat door het onvermogen in Oost- en Centraal-Afrika om gedegen theologische opleidingen aan te bieden en om leiders van de Afrikaanse pinksterbeweging te screenen, krijgsheren en drugshandelaren zoals Joseph Kony en zijn Verzetsleger van de Heer theocratische enclaves met extremistische overtuigingen konden stichten. Gewetenloze predikanten bieden ‘baanbrekende ervaringen in alle aspecten van het leven’ aan, aldus Gathogo, inclusief visa voor werk in het buitenland, of ze bieden uitgeputte moeders manieren aan om hun tieners in toom te houden. Mensen op zoek naar troost en steun zijn een gat in de markt voor predikers die oplossingen pretenderen te bieden. Types als Mackenzie profiteren daarvan, zegt Kaoma. Elk succes wordt het succes van de leider. Zodra volgelingen een baan hebben gevonden, of de liefde, schrijven ze dat vaak aan de kerk toe en spekken ze met hun giften de kassen van de prediker.

    Wat bijzonder is aan het drama in Shakahola, zo merkt Kaoma op, is dat predikers als Mackenzie de meeste invloed hebben in stedelijke gebieden, waar het leven duur is en mensen afgezonderd van hun traditionele gemeenschappen leven. Het platteland is meer het domein van typisch Afrikaanse religieuze bewegingen, gericht op heling en gemeenschap. Dat Mackenzie veel volgelingen met stedelijke problemen naar een afgelegen bos wist te brengen, waar ze bereid waren te sterven voor hun pas verworven overtuigingen, kan hebben bijgedragen aan het macabere succes van zijn beweging.

    In 2014 moedigde de Zuid-Afrikaanse ‘professor’ Lesego Daniel zijn gemeente aan om giftige chemicaliën te drinken als vorm van communie, waarbij hij beweerde dat hij de gave had om ‘benzine in ananas’ te veranderen. Twee jaar later kreeg zijn beschermeling, dominee Lethebo Rabalago, de bijnaam ‘Prophet of Doom’ [‘Onheilsprofeet’] na schuldig te zijn bevonden aan mishandeling: hij had kerkgangers besproeid met insecticiden van het merk Doom om demonen te helpen uitdrijven die zich aandienden in de vorm van aids. Eerder dit jaar beval een Ghanese predikant de kerkleden zich uit te kleden, zodat de Heilige Geest vrijelijk door hen heen kon stromen.

    Tegen de opkomst van extremistische predikers over het hele continent hebben sommige religieuze leiders met succes hun stem verheven. In Rwanda maakte president Paul Kagame zich sterk voor een nieuwe wet die van predikers een graad in de theologie verlangt voordat zij een eigen gemeente kunnen stichten. Dit zou hebben geleid tot de sluiting van zo’n zesduizend kerken.

    Taskforce

    In de nasleep van Shakahola lanceerde de Keniaanse president Ruto een taskforce om wetten en regels voor religieuze organisaties te herzien. Hij vroeg het publiek voorstellen in te dienen voor de veranderingen die nodig zijn om extremistische religieuze organisaties aan banden te leggen. De zeventien leden tellende commissie beoordeelt momenteel de inzendingen. 

    De belangrijkste doelstellingen van de taskforce zijn het opsporen van lacunes waardoor extremistische religieuze organisaties in Kenia vaste grond onder de voeten konden krijgen, en het opzetten van een wettelijk raamwerk om te voorkomen dat radicale groeperingen er actief worden. Tegenstanders van nieuwe regelgeving vinden dat kerken zichzelf moeten kunnen zijn. Anderen betogen dat de collectieve (zelf)moord een unicum was en dat de staat eerder had moeten ingrijpen, maar dat kerken in het algemeen aan zelfregulering moeten doen om het respect van de gemeenschap te winnen.

    In een land dat zo doordrenkt is van geloof, is het moeilijk om diepgaande spirituele zaken te verzoenen met politiek. Velen betogen dat de scheiding van kerk en staat een koloniaal idee is dat niet aansluit op de waarden van een moderne Afrikaanse staat. Er bestaat een zeer reële kans dat ‘verboden’ predikers juist volgelingen aantrekken omdat ze zo dwars zijn.

    Voorstanders van regulering, zoals Gathogo, dringen er bij het parlement op aan de tijd te nemen voor het inwinnen van advies en het opstellen van een passende wet. 

    ‘Afrika heeft geen sterke mannen nodig maar sterke instellingen’

    Het is de vraag of wetten – welke wetten ook – greep kunnen krijgen op een veranderende geloofscultuur. Volgens Gathogo zegt het verhaal van Mackenzie iets over de opkomst van nieuwe religieuze bewegingen in het Afrika van de eenentwintigste eeuw. ‘Ze hebben een extreme interpretatie van de Bijbel en wijzen zelfs een theologische opleiding af, omdat ze menen dat ze aan de Heilige Geest genoeg hebben’, zegt hij. ‘Uiteindelijk zijn het oplichters. De leider groeit uit tot een godheid, zijn woord is wet, en mensen worden geconditioneerd om hem te vrezen.’

    Als de Keniaanse wetten succesvol zijn, kunnen ze wereldwijd worden gezien als een manier om malafide geloofsexploitanten in toom te houden. Maar ze creëren ook een juridisch en ethisch mijnenveld, om nog maar te zwijgen van het risico dat predikanten zoals Mackenzie een martelaarsstatus verwerven. Voor Gathogo moeten nieuwe normen voor religieuze leiders vooral leiden tot beter bestuur op het Afrikaanse continent. Predikers vullen leemtes in landen die niet kunnen voorzien in de materiële behoeften van hun inwoners, laat staan in hun spirituele behoeften. ‘Afrika heeft geen sterke mannen nodig’, zegt Gathogo, ‘maar sterke instellingen.’

  • Franse politie pakt leider yogasekte op

    Franse politie pakt leider yogasekte op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bestand tussen Hamas en Israël mogelijk nóg twee dagen verlengd

    » Handgeschreven tekst David Bowie voor ruim 100.000 euro geveild

    De goeroe wordt verdacht van seksuele uitbuiting

    De Franse autoriteiten hebben dinsdag de leider van een multinationale yogasekte gearresteerd. Hij wordt verdacht van het indoctrineren van vrouwelijke volgelingen voor seksuele uitbuiting, meldt Le Monde. Gregorian Bivolaru, de Roemeense goeroe aan het hoofd van de Atman Yoga Federation, werd aangehouden tijdens een massale actie van de politie in Parijs.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Bivolaru wordt gezien als een internationaal bekende yogaleraar en auteur. De Atman-federatie, met hun hoofdkantoor in Engeland, organiseert yogacursussen en yogadocentenopleidingen. Bivolaru wordt beschuldigd van mensenhandel, ontvoering, verkrachting en georganiseerd misbruik van de zwakke toestand van leden van de sekte.

    Eerder had Interpol al een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Bivolaru, nadat hij werd gezocht voor grootschalige mensenhandel. Bivolaru werd in zijn geboorteland Roemenië ook al veroordeeld voor de verkrachting van een minderjarige. Hij richtte zijn organisatie op in 1990, die later internationaal uitgroeide tot de Atman Yoga Federation.

    Lees ook:

  • Protest tegen VN in Congo kost aan 48 burgers het leven

    Protest tegen VN in Congo kost aan 48 burgers het leven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Veroordeelde MH17-verdachte wil president van Rusland worden

    » Oud-leider Proud Boys krijgt 17 jaar celstraf vanwege bestorming Capitool

    Het leger trad op tegen de sekte die het protest organiseerde

    Een protest in de Democratische Republiek Congo tegen de Verenigde Naties, georganiseerd door een religieuze sekte, heeft volgens Barron’s aan 48 mensen het leven gekost. Nog eens 75 mensen zouden gewond zijn geraakt. Officieel was de lezing dat er maximaal tien mensen waren omgekomen, maar dat getal blijkt hoger te liggen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In de Democratische Republiek Congo is de VN-vredesmissie MONUSCO actief met honderden militairen, grotendeels uit andere delen van Afrika. Het is een van de grootste VN-missies ter wereld, maar in het land is er kritiek dat de soldaten te weinig doen om geweld door milities te stoppen. De VN hebben al eerder aangekondigd de stekker uit de vredesmissie te zullen trekken.

    Desondanks had de sekte opgeroepen om bases van de VN-missie te bestormen. Congolese militairen trokken vervolgens naar gebedshuizen van de sekte en doodden daar meerdere leden. Ook zouden er sekteleden op de locatie van een radiozender zijn gelyncht. Er zijn naar schatting bijna 170 sekteleden opgepakt.

    Lees ook:

  • Keniaanse politie vindt lichamen van tientallen sekteleden

    Keniaanse politie vindt lichamen van tientallen sekteleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peruaanse oud-president Toledo uitgeleverd aan Peru

    » Diplomaten en buitenlanders geëvacueerd uit Soedan

    De sekteleden zouden zichzelf hebben uitgehongerd

    In het oosten van Kenia heeft de politie dit weekend de lichamen van tientallen mensen gevonden die vermoedelijk lid waren van een sekte. Dat schrijft persbureau AFP. Inmiddels zijn zevenenveertig lichamen gevonden, een aantal dat mogelijk nog oploopt aangezien autoriteiten op meerdere plekken graven en zoeken.

    Volgens de politie zouden er nog levende leden van de sekte verstopt zitten in een nabijgelegen bosgebied. Militairen zijn momenteel naar hen op zoek. Daarnaast is er een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de leider van de sekte, aangezien hij zijn sekteleden zou hebben aangemoedigd te vasten en zichzelf uit te hongeren om met Jezus in contact te komen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een mensenrechtenorganisatie die samenwerkt met de autoriteiten zegt dat leden van de sekte zo geïndoctrineerd waren dat ze weigerden te eten nadat de autoriteiten hen meenamen, ook al waren ze er fysiek zeer slecht aan toe. ‘Toen [een van de slachtoffers] hier werd gebracht, weigerde ze eerste hulp en hield haar mond stevig dicht, ze wilde doorgaan met vasten tot ze stierf,’ vertelde een medewerker van de organisatie aan AFP.

    Lees ook:

  • Hoe een ultrakatholiek netwerk wereldwijd de politieke besluitvorming beïnvloedt

    Hoe een ultrakatholiek netwerk wereldwijd de politieke besluitvorming beïnvloedt

    Wat verbindt een weelderig herenhuis in São Paulo, een majestueus kasteel in Frankrijk en een pand in de historische wijk Kazimierz in Krakau met elkaar? Het antwoord: TFP, een ultrakatholieke organisatie die wereldwijd steeds meer politieke invloed krijgt. Journalistiek collectief Vsquare deed een onthullend en onthutsend onderzoek.

    Diepgravend onderzoek van Vsquare

    Recentelijk publiceerde het onderzoeksjournalistieke collectief Vsquare, dat samenwerkt met media in de Visegradlanden Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije, de resultaten van een diepgravend onderzoek naar de financiering van extreemrechtse katholieke organisaties en hun politieke invloed wereldwijd.

    Het onderzoek van Vsquare richt zich op TFP en Ordo Iuris, naar eigen zeggen een Poolse stichting ‘die academici en beoefenaars van juridische beroepen samenbrengt met als doel een rechtscultuur te bevorderen die gebaseerd is op respect voor de menselijke waardigheid en rechten’.

    De stichting omarmt middeleeuwse tradities en steunt ultraconservatieve campagnes in Polen en daarbuiten. Ze richt zich vooral op de strijd tegen homoseksuele relaties, buitenechtelijke relaties, echtscheiding en abortus, maar ook voor een lobby tegen antidiscriminatieonderwijs op scholen draait de organisatie haar hand niet om.

    Ook subsidieert ze de rechts-katholieke organisatie Traditie, Familie, Privé-eigendom (TFP) in Brazilië en het Château du Jaglu in Frankrijk, de thuisbasis van een vooraanstaande TFP-activist.

    Ordo luris is inmiddels het Poolse rechtssysteem binnengedrongen met een meedogenloos streven om onder andere abortus onder alle omstandigheden te verbieden.

    Het is januari 2018. Tijdens de March for Life, een anti-abortusdemonstratie in Washington, wordt een grote vlag gedragen met daarop de kaart van Litouwen, zo schrijft Vsquare. Op de vlag is het logo te zien van een Litouwse organisatie die wordt gefinancierd met Pools geld. Hij is gedrukt door een Amerikaanse instelling, net als andere spandoeken die worden meegedragen met daarop teksten als: ‘Abortus is een klap in het gezicht van de liefhebbende Schepper’ of: ‘Nederland zegt NEE tegen abortus!’ Dat laatste exemplaar werd vervaardigd voor een Nederlandse organisatie die eveneens wordt gefinancierd met Pools geld en die onder toezicht staat van Braziliaanse oprichters.

    De ontstaansgeschiedenis van deze spandoeken weerspiegelt perfect de complexiteit van de beweging Traditie, Familie en Privé-eigendom (TFP), die wereldwijd een ultraconservatieve agenda voert.

    De TFP-beweging werd in de jaren zestig opgericht door Plinio Corrêa de Oliveira, een vrome katholiek en anticommunist. In de loop der jaren groeide TFP uit tot een wereldwijd netwerk van organisaties die ultraradicale katholieke waarden promoten en zich verzetten tegen homoseksuele relaties, echtscheiding, anticonceptie en het recht op abortus. Het TFP-netwerk bleek de afgelopen jaren bijzonder effectief in Centraal-Europa en in andere postcommunistische landen die tot 1989 deel uitmaakten van de Sovjet-Unie.

    Vsquare: ‘Jarenlang was er weinig bekend over de financiële structuur van deze internationale beweging van katholieke radicalen. Uit ons onderzoek blijkt nu dat er financiële steun wordt geleverd vanuit het operationele en financiële centrum in Krakau. Dat hanteert een fondsenwervingsmodel gebaseerd op een concept dat in Brazilië werd ontwikkeld en later is uitgebreid in Frankrijk, en dat nu wordt toegepast in Centraal-Europese landen.’

    Ook volgens Victor Gama, historicus aan de Pauselijke Katholieke Universiteit in Brazilië, heeft TFP een internationaal netwerk van verenigingen opgezet. ‘In veel landen vinden mensen afbeeldingen van heiligen in hun brievenbus, met een schrijven waarin ze worden gevraagd geld te geven voor religieuze doeleinden. Ze denken dat ze lokale katholieke instellingen steunen, maar hun geld voedt de wereldwijde TFP. Dat geld wordt vervolgens doorgesluisd naar mensen die bij de beweging en het hoofdkantoor zijn betrokken, die vervolgens nieuwe leden werven, vooral jonge mensen,’ aldus Gama. 

    Het onderzoek van Vsquare legt voor het eerst het functioneren van dit netwerk van aan TFP gekoppelde organisaties bloot en licht per locatie de activiteiten van het netwerk toe.

    São Paulo

    Higienópolis is een van de welvarendste buurten van São Paulo, het financiële hart van Zuidoost-Brazilië en een favoriete hotspot voor lokale beroemdheden en politici. Het Plinio Corrêa de Oliveira-instituut (IPCO) is gehuisvest in een charmant herenhuis dat wordt omgeven door exotische tuinen. Het terrein is alleen toegankelijk voor leden van de organisatie. Hoewel er alleen in het weekend een mis in de kapel wordt gehouden, horen de bewoners elke dag een bel die oproept tot gebed.

    Het is een mannenclub, vrouwen kunnen er geen lid van worden

    Voordat deze villa het hoofdkantoor van IPCO werd, diende het statige gebouw lange tijd als locatie voor bijeenkomsten van de Braziliaanse Vereniging voor de Verdediging van Traditie, Familie en Privé-eigendom (TFP).

    Toen TFP-oprichter Plinio Corrêa de Oliveira in 1995 overleed, kwamen de oude garde en ‘machtshongerige’ jongeren tegenover elkaar te staan. De ouderen vormden de Association of TFP Founders; zij richten zich nu op het uitbreiden van hun invloed in de Braziliaanse politiek. De jongeren, die zichzelf ‘Herauten van het Evangelie’ noemen, richten zich op religieuze activiteiten en hebben het recht verworven om zichzelf in Latijns-Amerika TFP te noemen, zodat ze Oliveira’s nalatenschap kunnen voortzetten.

    IPCO is de derde organisatie die ontstond als gevolg van de splitsing. Caio Xavier da Silveira is er de spilfiguur. ‘Help ons Brazilië bevrijden van abortus, de homoseksuele agenda en het communisme!’ is de boodschap die wordt gebruikt voor fondsenwerving. Het is een mannenclub, vrouwen kunnen er geen lid van worden.

    Hoewel de hoogtijdagen van de ultrakatholieke beweging in Brazilië voorbij zijn, is de invloed van de groeperingen er nog steeds groot. Zo heeft Dom Bertrand de Orléans e Bragança, een van de IPCO-directeuren, eenvoudig toegang tot kringen rond de Braziliaanse president Jair Bolsonaro, inclusief diens zoon Eduardo. Op de G20-top in juli 2019 citeerde Bolsonaro uitspraken van Dom Bertrand, die de klimaatverandering in twijfel trekt.

    Vsquare stelt vast dat de organisatie tussen 2004 en 2019 grotendeels kon blijven bestaan dankzij steun vanuit het Poolse Krakau.

    Krakau 

    Vsquare heeft de hand weten te leggen op een e-mail die Slawomir Olejniczak, medeoprichter van de Poolse tak van TFP, in mei 2019 schreef aan leden van TFP. Deze tak heet de Piotr Skarga Stichting en houdt hoofdkantoor in de historische wijk Kazimierz in Krakau. 

    ‘Beste heren, Salve Maria! Jarenlang hebben we, geleid door de goede wil en het vertrouwen van alle leden van de Stichting, op verzoek TFP-organisaties in Brazilië en vele andere landen financieel ondersteund. In totaal loopt onze financiële steun van de afgelopen jaren in de miljoenen euro’s. Dankzij deze steun zijn TFP-organisaties opgericht of verder ontwikkeld in landen als Australië, Estland, Kroatië, Slowakije, Litouwen, Nederland en Ecuador. In Polen hebben we het instituut Ordo Iuris en het pro-life Centrum voor Leven and Familie opgericht.’

    Deze laatste twee organisaties speelden volgens Vsquare een belangrijke rol in de pogingen om een vrijwel volledig abortusverbod in Polen in te voeren. De mail vermeldt verder nog financiering van TFP-activiteiten in Canada en Zuid-Afrika.

    Machtsstrijd

    Vsquare stelt vast dat de mail van Olejniczak alles te maken heeft met een machtsstrijd binnen de mondiale miljoenenorganisatie. Olejniczak was net door de raad van toezicht ontslagen uit het bestuur van de Poolse Skarga Stichting. Voorzitter van de raad is de eerdergenoemde Braziliaan Caio da Silveira: oprichter en sleutelfiguur van de TFP-beweging in Europa en tevens hoofd van de Franse Fédération Pro Europa Christiana. Da Silveira had Olejniczak opdracht gegeven om toezicht te houden op de ontwikkeling van de beweging in Polen en Centraal-Europa. 

    De vete tussen Olejniczak en Caio da Silveira begon na conflicten over geld en andere activa omtrent de Skarga Stichting, die gaandeweg de financieringsbron werd voor het gehele netwerk van TFP-organisaties. Olejniczak verkondigde bijvoorbeeld: ‘De grootste last voor ons [de stichting] is de deelname aan de vaste kosten van het onderhoud van de organisaties in Brazilië en Frankrijk van 2004 tot nu. Dat betreft jaarlijks ongeveer 500.000 euro.’

    Vsquare heeft documenten in handen die suggereren dat Skarga tussen 2009 en 2019 meer dan 9,3 miljoen euro naar het buitenland heeft overgemaakt; geld dat afkomstig is van Poolse katholieken die gretig rozenkransen, afbeeldingen van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima, boeken, kalenders en andere ultrakatholieke parafernalia bestellen bij Skarga. Dit ‘bedrijfsmodel’, dat ook in veel andere landen is overgenomen van het TFP-netwerk, bleek bijzonder lucratief in het katholieke Polen. 

    Frankrijk en België

    Een niet onaanzienlijk deel van het geld uit Polen belandt in Château du Jaglu, bij de eerdergenoemde Caio da Silveira, die met een aantal geloofsgenoten op het kasteel woont en van daaruit toezicht houdt op de activiteiten van organisaties in heel Europa. ‘Frankrijk was de eerste plek in Europa waar TFP zich vestigde’, aldus het rapport ‘Modern-Day Crusaders in Europe’ van het Europees Parlementair Forum voor seksuele en reproductieve rechten (EPF), dat eerder dit jaar verscheen. ‘Dit land diende als basis van waaruit TFP zich kon verspreiden naar andere Europese landen; zo werden satellietorganisaties gecreëerd in Duitsland, Oostenrijk en Polen.’ 

    De jaren negentig waren de gouden jaren voor TFP in Frankrijk. De Franse tak van TFP begon grootschalige mailcampagnes om donaties van leden van de katholieke kerk in te zamelen. Politici werden bestookt met brieven. In 1997 leidden dergelijke inspanningen ertoe dat sponsors van de Gay Pride hun steun introkken.

    In 1995 nam een parlementaire onderzoekscommissie TFP op in een register van sekteachtige bewegingen

    De tienduizenden verzoeken om donaties deden ondertussen bij de autoriteiten de alarmbellen rinkelen. In 1995 nam een parlementaire onderzoekscommissie TFP op in een register van sekteachtige bewegingen. Tussen 1999 en 2006 probeerden onderzoekers van de commissie voor sekten herhaaldelijk de werkelijke omvang en het doel van de fondsenwervingsactiviteiten van de organisatie vast te stellen, maar zonder succes. 

    Terwijl de Franse autoriteiten TFP probeerden aan te pakken, breidde de beweging haar internationale activiteiten en financieringsbronnen alleen maar verder uit. Zo werd ze onafhankelijk van lokale Franse donoren. En in de eerste jaren van deze eeuw was TFP niet langer alleen actief in Frankrijk, maar ook in Duitsland, Oostenrijk, Italië, Polen en Portugal. Daar werden allerlei religieuze campagnes gevoerd en christelijke verenigingen of anti-abortusgroepen opgericht. 

    Een nieuwe generatie

    Het Château du Jaglu is niet het enige eigendom van de organisatie. Het officiële hoofdkantoor van Fédération Pro Europa Christiana is Villa Notre-Dame de la Clairière in Creutzwald, een landgoed in het oosten van Frankrijk, met een park van 3,5 hectare. Daarnaast huurde de organisatie tot de zomer van 2019 ook een kantoor in Brussel voor lobbyactiviteiten bij EU-instellingen.

    Geld van de Skarga Stichting in Krakau is lange tijd gebruikt voor het ondersteunen van deze onderkomens en tientallen andere organisaties over de hele wereld, waarvan de meeste worden bestuurd door Da Silveira. Uit documenten die Vsquare in bezit heeft, blijkt dat tussen 2009 en 2019 meer dan 6,8 miljoen euro is overgemaakt aan organisaties die Da Silveira onder zijn hoede heeft. 

    TFP European Summer School

    In augustus 2020 kwamen TFP-leden uit Frankrijk, Italië, Nederland, Polen en Wit-Rusland naar Frankrijk voor de TFP European Summer School, die in de villa in Creutzwald werd georganiseerd. Caio da Silveira was nog steeds het middelpunt, maar de vraag is voor hoelang nog. Zijn oud-studenten uit Krakau lijken in de machtsstrijd met hem aan de winnende hand te zijn. Zij waren het die het nieuwe netwerk van ultrakatholieke organisaties bouwden, financierden en uiteindelijk overnamen, en zij oefenen steeds meer invloed uit op het beleid in Centraal-Europese samenlevingen.

    ‘Over het algemeen gaat de oude TFP in Frankrijk, Duitsland en Italië meer om geld verdienen dan om ideologie. Ze biedt financiële stabiliteit. Maar de nieuwe generatie die uit Polen komt, is erg ambitieus en professioneel,’ liet Neil Datta van het rapport ‘Modern-Day Crusaders in Europe’ aan Vsquare weten.

    Die nieuwe generatie is bovendien zeer succesvol. Eind oktober werd door hun toedoen de weg naar legale abortus in Polen drastisch bemoeilijkt. Het Centraal-Europese netwerk is nu bezig zijn ultrachristelijke waarden te verdedigen bij het komende constitutionele referendum in Estland.

    Polen

    Aangestuurd door de Piotr Skarga Stichting uit Krakau is in Centraal-Europa een netwerk van organisaties ontstaan dat wordt gevoed met honderdduizenden euro’s van individuele donaties. Na de lancering van ultraconservatieve organisaties in Litouwen, Estland, Slowakije, Kroatië en Hongarije heeft de Poolse stichting haar fondsenwervingsmodel ook in deze landen geïmplementeerd. 

    Tegenwoordig is Centraal-Europa het belangrijkste slagveld voor TFP. De invloed van haar aanhangers, die middeleeuwse waarden terug willen brengen naar Europa, neemt gestaag toe.

    De Piotr Skarga Stichting werd in 2001 in Krakau opgericht om het christelijke geloof te verspreiden en om ‘traditionele’ waarden te verdedigen, geheel in lijn met de TFP-principes. De mannen erachter zijn Caio Xavier de Silveira, de Braziliaan die in Frankrijk woont, en Matthias von Gersdorff, een in Duitsland woonachtige Chileen. Beiden zijn nog altijd lid van de raad van toezicht van de stichting.

    De stichting ontstond twee jaar na de lancering van de Piotr Skarga Vereniging voor Christelijke Cultuur. Beide organisaties werden vanaf het begin geleid door drie studievrienden uit Krakau: Slawomir Olejniczak, Slawomir Skiba en Arkadiusz Stelmach. De oprichters uit Latijns-Amerika zorgden voor startfondsen en deelden kennis over effectieve campagnes waarmee geld kon worden ingezameld bij de katholieke gemeenschap in Polen.

    Bedrijfsmodel

    ‘Je kunt de wereld niet redden als je de huur niet kunt betalen.’ En: ‘De grootste kracht in de politiek is morele verontwaardiging.’ Als hij over fondsenwerving spreekt, verwijst Slawomir Olejniczak van de Piotr Skarga Stichting graag naar deze principes, die werden geformuleerd door de Amerikaan Morton Blackwell.

    Blackwell is een prominente Republikeinse politicus, die met zijn Leadership Institute trainingen verzorgt ‘voor campagnes, fondsenwerving, grassroots-organisaties, jeugdpolitiek en communicatie. Het instituut leert conservatieven van alle leeftijden hoe ze kunnen slagen in de politiek, bij de overheid en in de media’, aldus de website.

    Blackwell heeft inmiddels meer dan 220.000 conservatieven opgeleid in de VS en de rest van de wereld. Hij heeft goede contacten met de leiders van de Amerikaanse TFP via de Foundation for a Christian Civilization, de organisatie die de buitenlandse vlaggen en spandoeken voor de March for Life vervaardigde, en met de Braziliaanse oprichters van TFP. Volgens Benjamin Arthur Cowan van de University of California San Diego ‘werd Blackwell zelfs een soort van spil in de wereldwijde uitbreidingscampagne van de Braziliaanse TFP’. Op het Leadership Institute hebben diverse TFP-leiders, onder wie Caio da Silveira, Mathias von Gersdorff en Jose Ureta, lezingen gegeven en hun ervaringen gedeeld.

    De Skarga-groep uit Krakau nam het ‘bedrijfsmodel’ van het Leadership Institute (zie kader) over en ontwikkelde dit verder. Ook deze groep stuurt goedkope medaillons, bidprentjes met de afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima en andere heiligen, boeken en rozenkransen naar honderdduizenden mensen, voorzien van een smeekbede om donaties.

    Het succes van deze operatie zit hem vooral in de schaal. In de loop der jaren hebben pakketjes van de Skarga Stichting miljoenen huishoudens in heel Polen bereikt. Alleen al in 2018 heeft de Stichting meer dan 1 miljoen huis-aan-huisfolders en honderdduizenden enveloppen met kalenders, medailles en brochures verstuurd.

    Het levert jaarlijks zo’n 8,4 miljoen euro op. De Skarga-groep exploiteert inmiddels ook het tweemaandelijkse tijdschrift Polonia Christiana en de website PCH24.pl en financiert grote campagnes, zoals het recente protest tegen de toestemming die priesters kregen om gelovigen de communie in de hand te geven in plaats van in de mond, in verband met corona.

    Op basis van deze succesvolle operaties begon de Skarga Stichting de ultraconservatieve agenda ook buiten Polen te verspreiden. De groep zette een netwerk op van satellietorganisaties in Centraal-Europa, die werden gesteund met honderdduizenden euro’s. Uit documenten die Vsquare heeft geanalyseerd, blijkt dat het netwerk in 2017 uit veertig organisaties bestond die financieel werden bijgestaan door de Skarga Stichting. Bijna de helft van dat TFP-netwerk bevindt zich in Midden- en Oost-Europese landen als Litouwen, Estland, Slowakije, Hongarije en Kroatië.

    Litouwen

    Op 11 november 2020 loopt Šarunas Pusčius in de Litouwse stad Kaunas naar een standbeeld van Vytis, de ridder te paard die ook het wapen van Litouwen siert. Bij het standbeeld begint hij een toespraak waarin hij zijn steun uitspreekt voor de Poolse Onafhankelijkheidsmars, een jaarlijks evenement van Poolse nationalisten dat wordt gekenmerkt door gewelddadig machtsvertoon van extreemrechts.

    ‘Wij feliciteren u en laten u weten dat uw strijd, de strijd voor de katholieke beschaving, tegen de barbaren, tegen de liberaal-communisten die uw kerken verwoesten en uw ongeboren kinderen willen vermoorden (…) dat uw strijd, waarin u meer dan 200.000 handtekeningen verzamelde tegen homoparades in Polen, een aanmoediging is voor alle katholieke naties,’ aldus Pusčius.

    Met de oproep om in Polen een ‘katholieke contrarevolutie’ te beginnen presenteert Pusčius zich als de pr-manager van het Instituut voor Christelijke Cultuur (Krikščioniškosios Kulturos Institutas, KKI), een Litouwse ngo die is opgericht en wordt beheerd door de Skarga Stichting uit Krakau. In drie jaar tijd heeft Skarga meer dan 280.000 euro geïnvesteerd in uitbreiding in Litouwen. Zo werd onder meer een radicaal-rechts platform tegen de lhbti-gemeenschap gefinancierd en werd inkomen beschikbaar gesteld voor ten minste twee TFP-medewerkers, zo onthulde Vsquare.

    De definitie van ‘christelijke cultuur’ waarmee KKI zich op Facebook presenteert, gaat veel verder dan de gangbare begrippen. Naast herhaalde beweringen dat ‘liberaal-communistische barbaren’ Polen proberen over te nemen, verspreidt KKI complottheorieën over covid-19, roept het op tot een verbod op ‘homopropaganda’ en begon het zelfs een kruistocht tegen de ‘satanistische’ viering van Halloween.

    KKI drukte 18.000 brochures met de titel ‘Waarom homoseksuele verbintenissen geen huwelijk zijn’, waarvan een deel onder Litouwse scholen werd verspreid

    KKI werd al in 2003 opgericht, maar kwam pas in beeld in 2018, toen het met de extreemrechtse Litouwse organisatie Pro Patria opriep tot protest tegen het nieuwe management van de nationale omroep van Litouwen. Een groep demonstranten verzamelde zich voor het hoofdkantoor van tv en beschuldigde de omroep van globalistische propaganda.

    Het personeelsbestand van KKI groeide schijnbaar uit het niets van drie naar zeven personen. De vier nieuw aangestelde ‘managers’ bleken allemaal banden te onderhouden met Pro Patria. Martynas Katelynas, een van de vier die in 2017 werden aangesteld, werd in 2019 gekozen in de gemeenteraad van het Litouwse stadje Varena.

    In 2018 verstrekte Skarga 115.000 euro aan KKI, in 2019 137.000 euro. KKI meldt in 2019 meer dan 91.000 euro aan salarissen te hebben uitbetaald, vijf keer zoveel als in 2017. Een deel van dat geld ging naar twee Braziliaanse medewerkers van TFP: Renato William Murta de Vasconcelos, die werkt als ‘hr-adviseur’, en Jorge Vicente Saidl, die is aangenomen als ‘pr-adviseur’. 

    Uit de financiële rapportage van KKI blijkt dat Skarga nog steeds de belangrijkste inkomstenbron is, maar dat donaties van particulieren significant zijn gestegen. In 2017 waren de inkomsten van KKI uit particuliere donaties nog onbeduidend, maar in 2018 bedroegen die al meer dan 15.000 euro en in 2019 werd een voorlopig record genoteerd van 58.000 euro. ‘We werken eraan om het aantal te verhogen; momenteel hebben we 18.000 donateurs,’ zegt Karols Stankevičius, het hoofd van KKI.

    KKI zegt in 2019 vijfduizend Fatima-rozenkransen te hebben ‘geschonken’ en achttienduizend ‘366 dagen met Maria’-kalenders te hebben verspreid. De organisatie drukte ook achttienduizend brochures met de titel ‘Waarom homoseksuele verbintenissen geen huwelijk zijn’, waarvan negenhonderd exemplaren aan niet nader genoemde Litouwse scholen werden uitgedeeld.

    Estland

    Net als hun Litouwse geloofsgenoten reisden Varro Vooglaid en Markus Järvi uit Estland in 2012 naar Krakau om een fondsenwervingstraining te volgen. Een paar maanden eerder hadden ze de Estse Stichting voor de Bescherming van Familie en Traditie (SAPTK) opgericht. Bij de training van de Skarga Stichting in Krakau leerden ze individuele donaties werven.

    Als vrome katholieken begonnen Vooglaid, een advocaat, en Järvi, een in Rome opgeleide theoloog, in 2011 met SAPTK, uit verzet tegen de ratificatie van de wet op geregistreerd partnerschap in Estland, die het samenwonen van mensen met hetzelfde geslacht regelt. 

    Het idee om met SAPTK te beginnen werd hun aangedragen door aan TFP gelieerde personen, onder wie mogelijk Olejniczak uit Krakau. Olejniczak werd tijdelijk lid van de SAPTK-raad om de organisatie ‘beter te beschermen tegen binnenlandse aanvallen’.

    In mei 2013 gaf Olejniczak als SAPTK-vertegenwoordiger commentaar op de eerste succesvolle campagne van de organisatie, toen er 38.000 handtekeningen werden verzameld tegen het wetsontwerp inzake het homohuwelijk. ‘De petitiecampagne was de grootste en succesvolste handtekeningenactie ooit tegen een voorgestelde wetswijziging’ in dit land met 580.000 huishoudens, aldus Olejniczak.

    Twee keer per jaar betalen duizenden donateurs een klein bedrag, dat gezamenlijk resulteert in een jaarinkomen van 400.000 euro

    De Skarga Stichting stuurde drie keer geld naar de Estse organisatie: 40.500 euro in 2012 om SAPTK op te richten, 105.779 euro in 2013 voor campagnes en publicaties, en 13.000 euro in 2016. SAPTK is er trots op een van de meest onafhankelijke organisaties in Estland te zijn, dankzij de donateurs.

    De ontvangen donatiegelden zijn vergelijkbaar met die van de grootste politieke partijen in het land. Twee keer per jaar betalen duizenden donateurs een klein bedrag, dat gezamenlijk resulteert in een jaarinkomen van 400.000 euro. Volgens SAPTK zijn de meeste donoren ‘gewone mensen uit de arbeidersklasse, hoewel er ook enkele bedrijven en rijkere donateurs bij zijn’. 

    Sinds de oprichting heeft SAPTK gestreden tegen abortus, stripclubs, de acceptatie van buitenlandse homohuwelijken en verschillende huwelijkswetten. Het beheert de site objektiiv.ee, die een sterk traditionele agenda promoot en de Hongaarse en Poolse regering ondersteunt. De Estse organisatie is van plan om dit jaar uit te breiden met de aanschaf van een kantoor, een nieuwe mediastudio en de start van een conservatieve academie voor jonge mannen.

    Maar als eerste wil SAPTK een Estse tak van Ordo Iuris oprichten voor lobby-activiteiten en het voeren van strategische rechtszaken. Dit in navolging van het succes van het Poolse Ordo Iuris, mede opgericht door de Skarga Stichting in Krakau, dat met zijn campagnes tegen abortusrechten het Poolse Constitutionele Hof dusdanig heeft weten te beïnvloeden dat abortussen in Polen nu nagenoeg onmogelijk zijn.

    Het tijdschema voor de lancering van deze nieuwe tak in Estland is zorgvuldig gekozen: in het voorjaar van 2021 komt er een referendum over een wijziging van de Estse grondwet inzake het huwelijk. Conservatieve activisten pleiten ervoor de definitie van het huwelijk in de grondwet op te nemen als een band tussen een man en een vrouw. Ze zijn ervan overtuigd dat ze het succes van Ordo Iuris in Polen kunnen herhalen.

    Slowakije, Kroatië, Hongarije

    Gestimuleerd, gesteund en onderwezen door Skarga uit Krakau volgen organisaties als Slovakia Christiania uit Slowakije en Vigilare uit Kroatië dezelfde succesvolle route als hun ultrarechtse katholieke broeders elders in Oost-Europa. Het model voor fondsenwerving werkt en de bidprentjes en kalenders belanden ook hier in menige brievenbus, zo blijkt uit het internationale onderzoek door Vsquare. 

    In Hongarije, waar de regering van premier Viktor Orbán zelf al het ultraconservatisme heeft omarmd, is er te veel concurrentie

    Eigenlijk is Hongarije het enige land in de regio waar het niet echt wil vlotten. Skarga zette er in 2015 een Hongaarse tak van TFP op, die in 2016 een anti-abortusbijeenkomst organiseerde voor de Poolse ambassade in Boedapest. De militante extreemrechtse organisatie Betyársereg zag toe op de veiligheid. De Hongaarse TFP organiseerde ook een lezing (‘De crisis van de westerse beschaving en de katholieke oplossing’) waarbij José Antonio Ureta inging op het proefschrift van Alexandr Dugin, de ideoloog van Poetin en het Kremlin. 

    Geregistreerd op naam van de Skarga Stichting werd in 2020 de website Pannonia Christiana gelanceerd, die probeert donaties te werven. Maar in tegenstelling tot de andere leden van het wereldwijde netwerk is de Hongaarse organisatie er niet in geslaagd om aanzienlijke bedragen op te halen. Volgens waarnemers zijn er te veel directe concurrenten in Hongarije, waar de regering van premier Viktor Orbán en zijn partij Fidesz zelf al het ultraconservatisme hebben omarmd. 

    De breuk

    Volgens financiële gegevens die Vsquare heeft geanalyseerd, hebben organisaties die banden hebben met de Skarga-groep in Krakau in 2019 meer dan 2 miljoen euro ingezameld in vier landen (Litouwen, Estland, Kroatië en Slowakije). Daarnaast haalde de Skarga Vereniging zelf ruim 6,3 miljoen euro op aan donaties in Polen.

    ‘De Poolse TFP-organisaties lijken de leiding te hebben genomen binnen de beweging, aangezien ze de franchise hebben uitgebreid naar Kroatië, Estland, Nederland, Slowakije en Zwitserland. Deze nieuwe TFP-organisaties zijn belangrijke actoren geworden, en soms leiders, in allerlei anti-gendercampagnes in Europa’, aldus Neil Datta in het rapport ‘Modern-Day Crusaders in Europe’ dat vorig jaar verscheen. 

    Desondanks werden Olejniczak en de rest van het bestuur van de Skarga Stichting mei vorig jaar dus ontslagen door Xavier Caio da Silveira en Matthias von Gersdorff. Het bestuur werd vervangen door trouwe TFP-militanten, zoals Fernando Antunez, lid van de Braziliaanse TFP en als activist verbonden aan het Plinio Corrêa de Oliveira-instituut in São Paulo. 

    Inmiddels hebben Olejniczak en zijn Krakau-groep zich afgesplitst van het wereldwijde TFP-netwerk. De Krakau-groep heeft Poolse activa, inclusief eigendommen en de database met donorgegevens, overgeheveld van de Skarga Stichting naar de Skarga Vereniging, die nog steeds onder controle staat van het oude bestuur, de groep rond Olejniczak dus. 

    Afroming

    Sindsdien heeft de Vereniging ook de ondersteuning van het Europese netwerk overgenomen. In die hoedanigheid stuurde ze in 2019 296.425 euro aan steun naar satellietorganisaties, waaronder KKI in Litouwen en Vigilare in Kroatië. Volgens documenten die door Siena.lt zijn geanalyseerd, blijkt het conflict tussen de Brazilianen van TFP en hun voormalige kameraden in Polen inderdaad uit de veranderde eigendomssituatie van KKI in Litouwen. 

    ‘We werden hiertoe aangespoord door de wens om de contrarevolutionaire missie in Polen en Oost-Europa te redden van buitensporige en potentieel gevaarlijke financiële afroming door Caio da Silvera en Fernando Antunez’, schrijft Olejniczak in een e-mail aan TFP-leden, die in bezit is van Vsquare. Als verantwoordelijke voor het nu autonome post-TFP-netwerk sluit hij zijn mail af met de katholieke tekst ‘In Jesu et Maria’.

  • Sektarische chaos in Jemen

    Sektarische chaos in Jemen

    Jemen gaat sinds vorig jaar gebukt onder sektarisch geweld. Sjiitische Houthi-rebellen voeren strijd tegen de verdreven president Abd-Rabbuh Mansur al-Hadi. En dan zijn er behalve hun tegenstanders nog de Moslimbroeders, Al Qaida en IS. Er is te veel dat hen scheidt om tot een verzoenende regeling te komen.

    Jemen hangt van paradoxen aan elkaar. Dat begint al met het aantal strijdende partijen in de huidige oorlog die iedereen probeert aan te wenden om zijn eigen agenda te realiseren. Zo kunnen de belangen van de één op sommige punten samenvallen met de belangen van de ander, de vijand van vandaag kan de bondgenoot van morgen zijn, en vice versa. In de eerste plaats zijn er de Houthi’s (rebelerende milities die beschouwd worden als sjiieten). Sinds een tiental jaren voeren ze oorlog tegen de Jemenitische centrale regering, wat geleid heeft tot verzwakking van het regime en verbreding van de politieke en religieuze kloof in de samenleving. Dat zal ook 
zo blijven als deze oorlog is afgelopen. Er dient trouwens op te worden gewezen dat de Houthi’s de vijand waren van president Ali Abdallah Saleh [aan de macht van 1978 tot 2012], terwijl ze nu gemene zaak met hem maken, zonder dat we weten hoe lang dat zal duren.

    ‘Jemen regeren is als dansen in een slangenkuil’
    prentjemen

    Geen terugkeer

    Vervolgens is er de afscheidingbeweging in het zuiden. Die is het gevolg van alle teleurstellingen die de eenwording van het land in 1990 teweeg heeft gebracht. Deze mensen hebben goede (sociale, politieke en culturele) redenen om zich van het noorden af te scheiden. Ze strijden nu tegen de overheersing van de uit het noorden afkomstige Houthi’s, maar ze willen daarom nog geen terugkeer naar de status quo ante, dat wil zeggen een herstel van de centrale macht in Sanaa, die ze beschouwen als een noordelijke overheersing. Velen van hen vinden de huidige oorlog bij uitstek een gelegenheid om zich onafhankelijk te verklaren. In de derde plaats zijn er de Moslimbroeders. In het verleden waren het bondgenoten van president Saleh in 
de strijd tegen de zuiderlingen, maar nu zijn het bondgenoten van de zuiderlingen in de strijd tegen Saleh, die sindsdien met de Houthi’s optrekt. 
De Moslimbroeders, die hun politieke koers steeds heel behendig verleggen, profiteren van de huidige oorlog door zich een positie te verwerven in het centrum van het land zodat ze straks na de oorlog een partij zijn waar niemand omheen kan. Dat is tegen de zin van de anderen, die niet dezelfde ideologie hebben, maar die zich wel in hetzelfde kamp als zij bevinden, namelijk tegen de Houthi’s. Dan is er nog Al-Qaida, waarvan een van de vertegenwoordigers deel heeft uitgemaakt van de delegatie van de huidige president Abd-Rabbuh Mansur al-Hadi [in ballingschap in Saoedi-
Arabië] bij de onderhandelingen in Genève [om een politieke oplossing 
te vinden voor de oorlog]. Toch koos 
Al-Qaida vroeger partij voor president Saleh, die dat weer gebruikte om inhoud te geven aan zijn fameuze uitspraak ‘Jemen regeren is als dansen 
in een slangenkuil’. Maar er is ook nog IS, dat bestaat uit dissidenten van Al-Qaida en de Moslimbroeders. Net als Al-Qaida nemen zij geen genoegen met minder dan een staat waarin de sharia van kracht is, net als de Taliban in Afghanistan. Ze bevinden zich dus in hetzelfde kamp als Al-Qaida [maar concurreren ook met hen].
    Hoe dan ook, al deze actoren zijn pionnen in een ingewikkeld schaakspel, waarin de posities steeds veranderen door de tribale en regionale banden. 
Er worden regionale en internationale actoren ingezet in een geopolitieke context die Jemen te buiten gaat, waarin alles verward raakt tussen tribale, regionalistische, regionale en internationale belangen om ten slotte uit te kristalliseren in de vorming van clans met verschillende benamingen. Zij hebben alle gemeen dat ze tegen de vestiging van een sterk centraal gezag zijn.

    Ze zijn allemaal tegen de vestiging van een sterk centraal gezag

    Gloeiende kolen

    Zelfs als de regionale en internationale machten erin zouden slagen een regeling te treffen (waar het nog lang niet naar uitziet), dan kunnen deze groepen het proces nog steeds negatief beïnvloeden en destabiliseren. En zelfs als het de regeringsgezinde krachten zou lukken de Houthi’s in het hele land te bedwingen, dan blijven ze nog steeds aanwezig als gloeiende kolen onder 
de as. Anders gezegd, zelfs als het zou komen tot een verzoening die op de voorpagina’s van de kranten en op de televisie zal worden gevierd, zal er een lange slijtageslag volgen tussen de verschillende actoren. Er is te veel dat hen scheidt.
    In het tegenovergestelde geval, als de regeringsgezinde krachten er niet in slagen de orde in het hele land te herstellen, zal dat de facto neerkomen op een afscheiding. Wat er ook gebeurt, we zijn ertoe veroordeeld om lange tijd in een instabiel land te leven. De lijdensweg van Jemen is nog niet ten einde.

    Hassan Khader

    Shaffaf
    Frankrijk, website, metransparent.com
    Arabische nieuwssite, opgericht in 2006. ‘Transparantie’ publiceert artikelen met een liberaal standpunt. Ook in het Engels en Frans.