Ilja Jasjin praatte op YouTube over Russische oorlogsmisdaden
Een aanklager in Rusland heeft negen jaar gevangenisstraf geëist tegen Kremlincriticus Ilja Jasjin, schrijft het Russische Current Time. Volgens de aanklager heeft Jasjin nepnieuws verspreid over de oorlog in Oekraïne, door op sociale media nieuws te verspreiden over de Russische oorlogsmisdaden in het Oekraïense plaatsje Boetsja, waar de lichamen van tientallen burgers werden gevonden nadat Russische strijdkrachten zich daar hadden teruggetrokken.
Jasjin beschreef die vondst vervolgens in een video op Youtube. Hij noemde de massagraven ‘een apocalyptisch beeld, zoals in horrorfilms’. Volgens de aanklager heeft Jasjin met die uitspraken meerdere wetten overtreden en geprobeerd de Russische leger in een slecht daglicht te stellen, terwijl hij wist dat de massagraven ‘een provocatie door Kyiv’ waren. Jasjin zelf noemt de aanklacht ‘politiek gemotiveerd’.
Jasjin is een van de weinige oppositieleiders die nog in Rusland woont. Sinds de invasie van Oekraïne wordt het tegenstanders van het regime nog moeilijker gemaakt om publiekelijk kritiek te uiten op de autoriteiten. Meerdere oppositieleiders hebben het land inmiddels ontvlucht, waar de overgebleven tegenstanders van Poetin, zoals Aleksej Navalny, voor lange periodes worden opgesloten.
Zesenveertig mijnwerkers en zes reddingswerkers zijn donderdag door verstikking om het leven gekomen bij een ongeval in een Siberische mijn, zo meldde The Moscow Times.
De plaatselijke openbaar aanklager verklaarde dat ‘het ongeval het gevolg was van een methaanexplosie veroorzaakt door een vonk’, maar verschillende Russische media, geciteerd door de nieuwssite, beweren dat de vervallen staat van de mijn en het gebrek aan onderhoud de oorzaak waren van de ramp: stof dat zich ophoopt in een luchtkanaal vatte vlam en ‘vulde de mijn met rook’.
Meer dan 280 mensen waren op het moment van het ongeluk in de mijn.
In Ethiopië nemen rebellen de hoofdstad van Tigray weer in
De Ethiopische regering heeft afgelopen maandag een ‘unilateraal en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren’ afgekondigd in Tigray, de provincie waar het rebellerende Tigray People’s Liberation Front (TPLF) de hoofdstad Mekelle heroverde. Volgens de internationale pers is dit een grote tegenslag voor premier Abiy Ahmed, die in november nog beweerde de regio onder controle te hebben.
Dit is een ‘groot keerpunt’ in het conflict in Tigray, schrijft The New York Times. Maandag trokken troepen die loyaal zijn aan de dissidente autoriteiten in dat deel van Noord-Ethiopië, Mekelle binnen, waar de regering na bijna acht maanden vechten een staakt-het-vuren beval. Het Ethiopische leger bezet sinds november vorig jaar de regio Tigray, na de controle van de regionale regering te hebben overgenomen. Maar de Tigrese troepen (TPLF) brachten maanden door met hergroeperen en rekruteren van nieuwe strijders, en kwamen na enkele tegenaanvallen van afgelopen week terug naar de hoofdstad Mekelle.
Al-Jazeera bevestigt dat TPLF, de voormalige regerende partij van de regio, maandag de controle over de hoofdstad van Tigray heeft herwonnen. Inwoners beweren voor het eerst sinds november troepen met regionale uniformen in de stad te hebben gezien.
Tegenslag
Verschillende bronnen vertelden BBC dat mensen op straat opgetogen zijn en dat op sociale media sympathisanten van de Tigrinya-rebellen te zien zijn die met vlaggen door de straten marcheren.
‘De snelle opmars van de Tigrese troepen is een grote tegenslag voor de regering van de Ethiopische premier Abiy Ahmed’, legt The New York Times uit. Toen het federale leger vorig jaar naar Tigray werd gestuurd om dissidente lokale autoriteiten af te zetten, verzekerde Abiy Ahmed dat de operatie slechts een paar weken zou duren. Mekelle werd op 28 november ingenomen. Maar de gevechten tussen TPLF-troepen en het Ethiopische federale leger, gesteund door troepen van regionale autoriteiten in de buurt van Amhara en het leger van Eritrea, dat grenst aan Tigray, werden nooit echt beëindigd.
‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’
Het TPLF lanceerde vorige week een offensief, terwijl in een groot deel van de rest van het land nationale verkiezingen werden gehouden, waarvan de resultaten nog moeten worden bekendgemaakt. ‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’, vertelde een functionaris in de interim-regering van Tigray aan The Washington Post. ‘Ze hebben het gevoel dat ze vechten voor hun voortbestaan. Ze zullen nooit stoppen met vechten, dat is zeker. Dat is nu ondenkbaar.’
Het eenzijdige staakt-het-vuren dat maandag is afgekondigd, heeft volgens de regering tot doel de voedselproductie en de verdeling van humanitaire hulp mogelijk te maken. De wapenstilstand zou in ieder geval moeten duren tot het einde van het oogstseizoen in Tigray, dat in september eindigt.
‘Het aanhoudende conflict leidt tot een snel verergerende humanitaire crisis, die er volgens de VN voor zorgt dat 350.000 mensen, waarvan 140.000 kinderen, op de rand van hongersnood verkeren, zo bericht Emmanuel Akinwotu, correspondent van The Guardian in West-Afrika.
Kinderen zijn doelwit van jihadisten in Mozambique
In een jaar tijd zijn naar verluidt zeker vijftig kinderen ontvoerd in de Mozambikaanse provincie Cabo Delgado, waar de bevolking sinds 2017 massaal op de vlucht is voor jihadisten, schrijft Le Courrier International. Meisjes moeten trouwen onder dwang en worden onderworpen aan seksueel geweld, terwijl jongens worden geïndoctrineerd en getraind om te doden.
Die alarmerende signalen klinken ook in de Mozambikaanse pers. Op 20 juni wijdde de krant O Paíseen artikel aan het voortdurende humanitaire drama in Cabo Delgado. Deze provincie, die rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, is gelegen in het uiterste noordoosten van het land aan de grens met Tanzania, en is sinds 2017 het strijdtoneel voor bloeddorstige eenheden onder leiding van islamitische terroristen, waarvan sommigen zijn gelieerd aan de Islamitische Staat.
‘In april waren er 732.000 ontheemden in Cabo Delgado’, schrijft het dagblad, ‘waarvan 46 procent kinderen.’ Deze laatsten, verzwakt door de exodus, vallen ten prooi aan de jihadisten, schrijft Myrta Kaulard, coördinator van de Verenigde Naties in Mozambique, in O País: ‘Er zijn meldingen van meisjes en vrouwen die zijn ontvoerd, gedwongen werden tot huwelijken en die seksueel worden misbruikt, evenals berichten over kinderen die onder dwang worden gerekruteerd voor gewapende groepen.’
‘In een jaar tijd zijn ten minste 51 kinderen ontvoerd door gewapende, opstandige groepen
De ngo Save the Childen, geciteerd door de krant Notícias, stelde eerder deze maand vast dat ‘in een jaar tijd ten minste 51 kinderen, voornamelijk meisjes, zijn ontvoerd door gewapende, opstandige groepen in de provincie Cabo Delgado’. Deze cijfers geven alleen de gemelde gevallen weer, aldus het artikel; het daadwerkelijke aantal kinderontvoeringen ligt veel hoger.
Indoctrinatie
Mussa Amade bevestigt dit in een artikel vanLusa News Agency. Amade is gevlucht uit Palma, een stad die afgelopen 24 maart door jihadisten werd bestormd tijdens een spectaculaire aanval, dichtbij faciliteiten die Total aan het opzetten was voor een toekomstig gasproject. Amade ‘vertelt over nachten waarin vreemden de huizen binnenkwamen om te doden, te ontvoeren en te plunderen wat ze konden’.
Het conflict tussen islamitische terroristen en het Mozambikaanse leger, dat volgens de ngo ACLED al minstens 2800 levens heeft geëist, wordt op de voet gevolgd door João Feijó, die werkt voor de ngo Observatório do Meio Rural. In een interview dat hij eerder deze week gaf aan Deutsche Welle, zegt de onderzoeker: ‘De opstandige gewapende groepen die actief zijn in Cabo Delgado breiden hun gelederen uit door jonge mensen te ontvoeren. Het gaat om kinderen en pre-adolescenten vanaf twaalf jaar, die ze indoctrineren en militair training geven. Dat worden degenen die vervolgens aanslagen uitvoeren.’
‘Het deradicalisering van kindsoldaten zal nog lange tijd duren’
Het is een fenomeen dat niet nieuw is in Mozambique, constateert João Feijó, aangezien ‘er al honderden kindsoldaten werden gerekruteerd tijdens de burgeroorlog’, die het land zestien jaar lang teisterde. Het probleem dat zich toen voordeed, duikt weer op benadrukt hij: ‘De waarheid is dat de regering strijdt tegen kinderen die zich in het tegenovergestelde kamp bevinden, hetzij onder dwang, hetzij vrijwillig. Het wordt steeds moeilijker om mensen aan te vallen waarvan niet bekend is of het burgers of opstandelingen zijn.’
De tragedie zal nog lang voortduren, voegt hij eraan toe: ‘ouders waarvan kinderen werden ontvoerd, hebben geen toegang meer tot gerechtigheid. Ze kunnen nergens hun beklag doen omdat de autoriteiten in het noorden van het land zelf op de vlucht zijn geslagen. Het deradicaliseren van deze kindsoldaten, van wie sommigen heroïsche verhalen opdissen over aanslagen die ze pleegden, en het opnieuw professioneel integreren ervan, zal nog lange tijd duren.’
De temperaturen in Siberië overtreffen momenteel die van Delhi, schrijft de Indiase nieuwssite DNA. Volgens de site registreerden twee EU-satellieten een temperatuur van 48 graden Celsius aan de grond in Arctisch Siberië tijdens een aanhoudende hittegolf.
We weten allemaal, schrijft DNA, dat Rusland en dan vooral het noordelijke deel van Sint-Petersburg via Moskou tot aan Siberië, een van de koudste regio’s op aarde is. Maar klimaatverandering is zeer zichtbaar in dit deel van de wereld. De registratie van 48 graden Celsius werd gedaan door de Copernicus Sentinel 3A- en 3B-satellieten van de EU op 20 juni, de langste dag van het jaar.
Sint-Petersburg en Moskou braken vorige week decenniaoude temperatuurrecords
De temperaturen in Sint-Petersburg stegen vorige week dinsdag tot een recordhoogte van 34 graden, en daarmee beleefde de stad de hoogste temperaturen sinds 1998. De temperaturen in Moskou braken een dag later een record toen ze 34,8 graden bereikten. Het vorige record van 34,7 graden, stamt uit 1901.
In Siberië lag de temperatuur van het landoppervlak zondag boven de 35 graden en pieken van 48 graden werden geregistreerd bij Verchojansk en van 37 graden in Saskylach, die beide ten noorden van de poolcirkel liggen.
Klimaatverandering
Het is een voorspelbare start van het zomerseizoen, volgens DNA, na een lente waarin honderden bosbranden het Siberische platteland verschroeiden en grote steden verduisterden en bedekten met dekens van rook.
Veel van deze lentebranden worden ‘zombievuren’ genoemd omdat het bosbranden betreft die vorige zomer begonnen, nooit volledig werden geblust en nu weer opflakkeren. De zombievuren smeulen maandenlang onder winterijs en sneeuw, gevoed door het koolstofrijke veen onder het oppervlak. Met de komst van de dooi in de lente, laaiden de oude vuren weer op.
Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit
De gemiddelde temperaturen in het noordpoolgebied stijgen al jarenlang veel sneller dan waar dan ook op aarde, grotendeels doordat zee-ijs smelt als gevolg van door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde.
Ondertussen zijn New Delhi en de omliggende gebieden in India dit jaar ook getuige van een zomer met recordtemperaturen, met kwik dat steeg tot 45 graden. Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit, met maximumtemperaturen van 45 graden of zelfs hoger.
Het is bizar maar waar: op 20 juni lagen de temperaturen in Delhi tussen de 25 en 35 graden, veel lager dus dan de thermometers in Siberië aangaven.
Tatjana Sedych maakt al veertien jaar in haar eentje de onafhankelijke krant van de gemeente Vanino, in het Verre Oosten van Siberië. Dat leverde haar de Sacharovprijs op – maar ook een afgebrand huis en een aanslag op haar leven.
Martijn Smiers, Rusland-correspondent van RTL4, tipte de redactie dit artikel: ‘Het verhaal van Tatjana viel mij op omdat dit Rusland in het klein is. Het land heeft uitstekende journalisten. Niet alleen in Moskou, maar ook in provinciesteden en dorpjes. Die journalisten verdienen weinig, worden vaak tegengewerkt door de plaatselijke autoriteiten en toch kiezen ze niet voor een comfortabel bestaan bij de staatsmedia. Zelfs niet als ze, zoals Tatjana, invalide zijn en een moordaanslag om hun oren krijgen.’
In de markt tegenover de haven bedekken zo’n vijftien vrouwen hun houten kisten met een doek en leggen de eerste oogst erop: de nog niet opgegeten wintervoorraad jam, de door hun mannen gevangen vis en kiemplantjes. Ze verkopen puree van duindoornbessen, pijnboompitten in een schaal, gedraaide limoentakjes en blaadjes van rode bosbessen. Hun vis is een geschenk uit de Tatarski-baai: vandaag liggen er op de toonbank gedroogde komkommervisjes (die vangen ze in de winter en in de badkamer hangen ze de visjes aan een spijker te drogen), gedroogde regenboogspiering, gerookte roze zalm en krabben (tien euro voor een kilo). Al dagen wachten ze hier op de adelaarsvarens. Als de oogst begint, zijn ze er voor 30 cent per bos en worden ze in elk huis gebakken met ui en knoflook. Een deel van de varens wordt ingezouten voor de winter. De rest wordt opgestuurd naar de kinderen in Europees Rusland, in een pakketje, samen met gedroogde komkommervisjes.
Langs de kraampjes, steunend op een wandelstok, loopt een vrouw. Ze begroet elke verkoper, vraagt of ze het niet koud hebben, hoe vandaag de handel gaat en ze deelt de krant uit. Dit is Tatjana Sedych, uitgever, redacteur en enig journalist van de plaatselijke krant Moje Poberezje (‘Mijn Kust’). Elke zaterdag heeft ze, hier op de markt, een ontmoeting met haar lezers.
Een bevriende verkoper heeft de rolstoel al voor haar uitgeklapt. Die staat in de winkel ernaast en wacht daar op Tatjana, van zaterdag tot zaterdag. Ze bevestigt een blad met opschrift ‘Abonnement 2018’ aan haar wandelstok. De lezers komen non-stop naar Tatjana toe. De een klaagt over het leven, de ander vraagt of ze kan kijken naar haar lekkende dak, en weer een ander laat haar een medisch dossier zien.
Moje Poberezje is een zwart-witte krant van aanvankelijk acht à tien pagina’s. Nu zijn het er vier: de drukkerij is duur. Het eerste nummer verscheen in januari 2004, en zowel toen als nu is dit de enige onafhankelijke krant in Vanino.
Edelstenen
Tatjana werd in 1958 geboren, op het eiland Sachalin, in een geologisch verkenningsdorp. Haar ouders waren opgeroepen om daar, in het Verre Oosten van Siberië, te werken. Ze woonden in het Noorden van Sachalin, in trailers, midden in de taiga. De bewoners noemden hun dorpje dan ook Razvedka (‘Verkenning’).
In Razvedka was een medische post, een crèche en een schooltje met één grote klas voor alle kinderen. Om bij het station te komen, moest je eerst een aantal kilometer lopen over een onverharde weg. Als je geluk had kon je met de paardenslee. De trein – die bestond uit een locomotief en één wagon – ging één keer per dag: 28 kilometer naar het dorp Ocha en daarna nog eens 12 kilometer naar de haven Moskalvo, de rand van het eiland. Bussen waren er niet.
Toen bij Tamara, de moeder van Tatjana, ’s nachts de weeën begonnen, werd ze in Razvedka op een paardenslee gezet en uit Razvedka naar het ziekenhuis in Moskalvo gebracht. Daar werd Tatjana geboren.
Als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana zelf een antwoord. Iemand moest het doen
Tatjana werd journalist na haar dertigste, toen ze al twee kinderen had. Ze verhuisde in 1991 naar Vanino met haar man, een militair die daarheen werd uitgezonden. Midden jaren negentig begon ze stukjes in te sturen bij de plaatselijke krant Voschod (‘Zonsopgang’). Later kwam de hoofdredacteur bij haar thuis langs en bood haar een baan aan.
Ze werd aan het werk gezet bij de brievenrubriek. Daar moest ze ingezonden brieven lezen en interne memo’s schrijven met wat de lezers bezighoudt. Soms kwamen er artikelen naar aanleiding van een ingezonden brief. Soms werd een lezersbrief naar de plaatselijke autoriteiten gestuurd als alleen die het probleem konden oplossen.
Maar als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana weleens dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana dan maar zelf een antwoord. Iemand moest het doen.
Toen Tatjana op een dag zag dat een collega haar artikel ter controle naar de autoriteiten stuurde, waarna het stuk niet gepubliceerd werd, besloot ze de krant te verlaten.
Ze ging aan de slag bij een particuliere krant. Daar had ze weliswaar niet te maken met afhankelijkheid van de autoriteiten, maar wel met een baas en met zakelijke belangen. Om als journalist openlijk te kunnen schrijven over wat er aan problemen leefde onder de mensen, zag ze in, moest ze zelf een krant oprichten.
Mama, brand!
Het eerste nummer haalde ze zelf op bij de drukker. Ze slaagde erin om 900 exemplaren bij plaatselijke kraampjes te bezorgen. Om tien uur ’s avonds was ze thuis, bracht ze haar dochter naar bed, en schreef ze tot drie uur ’s nachts het tweede nummer. Om vier uur werd ze wakker van haar dochter, die schreeuwde. ‘Mama, brand!’
De garage was in brand gestoken, het vuur verspreidde zich naar naar het huis. Toen ze wakker werden, stond de voordeur al in vuur en vlam. Voor alle ramen zaten tralies, behalve één: daardoor kropen ze naar buiten. Op de veranda lag het eerste nummer van de krant, een oplage van 10.000, die – net als de woning – in vlammen op ging. Van de auto bleef alleen een geraamte over.
Na de brand ging Tatjana vaak naar de politie. Ze eiste een strafzaak, maar de daders zijn nooit gevonden.
‘Ik dacht: Daar sta je dan op straat en overal om je heen gaat het leven gewoon door. Maar er zijn toch daders? We hebben politie, de brandweer, justitie. Maar ze deden alsof er niets gebeurd was, alsof niemand het wat interesseerde, alsof iedereen het was vergeten.’
Tatjana en haar dochter gingen noodgedwongen op de redactie wonen. Overdag werd er in het kantoor gewerkt; ’s avonds dweilden ze de vloer, legden ze een matras neer en gingen ze slapen.
Aangezien de eerste oplage in de vlammen was opgegaan, was er geen omzet binnengekomen. Maar de drukkerij moest wel worden betaald. Tatjana had dus meteen een schuld.
In die periode werd Tatjana gebeld door ‘De Jonge Verre Oosterling’, een loyale krant uit de stad Chabarovsk, die loyaal is aan de autoriteiten. Ze boden haar een baan aan, maar Tatjana weigerde resoluut: ‘Ik heb niet mijn eigen krant opgericht om mijn huis te laten afbranden en de boel te sluiten.’ Het tweede nummer kwam er, gewoon op tijd.
De krant van Tatjana heeft een ongeschreven handvest, bestaande uit drie regels die Tatjana zelf heeft bepaald en nooit overtreedt.
Regel 1: de mens, in voor- en tegenspoed, staat altijd voorop.
Wanneer je in Vanino alles al hebt geprobeerd om je recht te halen en alle wegen zijn uitgeput, dan ga je naar Tatjana.
Als je over het werk van Tatjana een actiefilm zou maken, dan zou zij de heldin zijn die strijdt tegen twee grote krachten: de autoriteiten van de gemeente Vanino en hun loyale pers. De autoriteiten hebben enorm veel macht. Gedurende de hele film proberen ze de heldin, die opkomt voor de plaatselijke bewoners die door de autoriteiten zijn vernederd, te gronde te richten. De machthebbers vinden dat een individu niets waard is, dat je er geen aandacht aan moet besteden. De heldin vecht voor de waarheid en voor de eer van de gewone man. Ze gelooft dat iedereen respect, aandacht en een stukje in de krant verdient. En ze wint keer op keer.
Dat deed bijvoorbeeld een groep scholieren, die willen dat hun klas blijft bestaan, terwijl de autoriteiten hem willen sluiten aangezien het onrendabel is om zo weinig kinderen les te geven. Tatjana Sedych schrijft het ene artikel na het andere, plus nog een stuk of tien brieven naar alle instanties. Met vereende krachten lukt het de journalist, de ouders en activisten de klas te behouden. De kinderen kunnen nog steeds naar hun eigen dorpsschool.
Er kwamen ook een keer vissers op de redactie die op de oever een kleine, gewonde zeehond hadden gevonden. Het beestje kruipt, schreeuwt van de pijn. Tatjana is al op zoek naar een auto en brengt hem naar een dierenarts.
Wie beschermd wil worden tegen de politie, gaat ook naar Tatjana Sedych. Zelfs als dat de politie zelf is, zoals de agente die bij haar werk gewond raakte en daardoor vaak niet kan werken. Eerst kreeg ze een medische verklaring, daarna hebben ze haar ontslagen.
Regel 2: schrijf de waarheid, wees nooit niet bang.
De plaatselijke kranten zijn niet alleen afhankelijk van de autoriteiten omdat ze daar subsidie van krijgen, de journalisten wonen bovendien in dezelfde straat als de ambtenaren. Je relatie met hen verpesten, is zeer onverstandig. Als je vandaag iets verkeerds schrijft, geven ze morgen geen commentaar meer, word je niet meer uitgenodigd voor evenementen en heb je niets meer om over te schrijven. Bovendien ontmoet je de ambtenaren ’s avonds in de winkel of op de school van je kind.
Maar Tatjana schrijft alles in haar kleine plaatselijke krant. Ze legt uit dat haar krant een informatieplatform is voor burgers die een beroep doen op de autoriteiten. Hier heerst geen enkele zelfcensuur, alles wordt afgedrukt opgeschreven zoals het is. Enkele voorbeelden van recente artikelen: ‘Wanneer gaan ze eindelijk een mensenleven op waarde schatten?’ – over het opheffen van een dorpsziekenhuis; ‘Ze zijn nog niet af of ze moeten al gerepareerd’ – over de nieuw aangelegde wegen; ‘Passagiers zijn slechts aanvullende lading’ – over de problemen met de veerboot tussen het vasteland en het eiland Sachalin.
Regel 3: Kom in actie.
Eigenlijk is dit een vreemde regel voor een journalist. In een land of regio waar de autoriteiten hun werk doen, hoeven journalisten geen actie te ondernemen. Maar Tatjana moet in Vanino een keuze maken: ofwel mengt ze zich in het leven van haar sprekers en biedt ze hulp, ofwel schrijft ze gewoon haar stukje. Tatjana heeft ervoor gekozen om in actie te komen.
Nadat Tatjana stukken van de betreffende persoon heeft ontvangen gaat ze instanties schrijven en bellen. Hun antwoorden publiceert ze in haar krant. Ze gaat door tot het verhaal is afgerond.
In december werd ze gebeld door een vrouw die huilend vroeg: ‘Weet je nog dat er in januari op zee een zeilboot is gezonken? Daarbij is mijn zoon omgekomen.’ Het lichaam van haar zoon was aangespoeld in Japan. Sinds de ramp was er bijna een jaar verstreken, maar de ouders hadden het lichaam nog steeds niet terug.
Het was een oude vissersboot. Alle opvarenden waren jongens uit de buurt. Op 7 januari vorig jaar, toen het schip begon te zinken, zond de kapitein een SOS-signaal uit. In de meldkamer hoorden ze de kapitein: ‘Aan iedereen, iedereen die mij hoort! We zijn in nood…’ De kapitein bleef nog een tijd aan de lijn – toen werd het stil. In de lokale media kwamen er berichten dat er een zeilschip was gezonken. Wat later werd gemeld dat de zoektocht naar de schippers was gestaakt.
Igor Jasjin was negentien jaar, kwam net uit militaire dienst en besloot wat bij te verdienen als matroos op een zeilschip. Zijn lichaam spoelde aan op het noordelijkste puntje van Japan. In zijn duikpak werd zijn telefoon gevonden. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken werd geïnformeerd en al snel werd duidelijk uit welk dorp de jongen kwam. Zijn ouders deden een DNA-test en er was een match.
Dat was begin februari, maar er was al bijna een jaar voorbij en het lichaam van de zoon was nog altijd niet overgebracht naar Rusland. Wat zijn ouders ook deden, niets hielp, ook niet de talloze telefoontjes naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. En toen belde Igors moeder Tatjana.
Tatjana maakte een reportage en een paar dagen later kwam de gouverneur naar Vanino. ‘Toen ik hem dit verhaal vertelde, was hij verbijsterd: “Dit kan bij ons toch niet gebeuren?” Dat kan dus wel. Ik vroeg de gouverneur om deze zaak onder zijn hoede te nemen. Uiteindelijk konden de ouders een week later hun zoon begraven. Maar ik denk soms wel: Wat zijn we toch een geduldig volk, want die ouders hebben bijna een jaar gewacht. In die tijd heeft zijn vader een hartaanval gehad.’
Spoorloos verdwenen
In 2007 zat de redactie van Moje Poberezje in een kantoor naast het plaatselijke veteranenhuis. Tatjana zag dat daar vaak een oude vrouw kwam die altijd werd weggejaagd. Een van de leiders van dat Veteranenhuis schreeuwde dan tegen die kleine vrouw: ‘Ga weg, u heeft hier niets te zoeken!’ Ze ging weg, kwam weer terug, en werd opnieuw de deur gewezen. Op een dag zag Tatjana hoe ze op de stoep zat te huilen. Tatjana bracht haar naar de redactie, gaf haar een glaasje water en liet haar vertellen.
De vrouw heette Kifaja Salachova. Haar man, Sachabtdin Salachov, was een gedecoreerd oorlogsveteraan die hoog in aanzien stond. Na de oorlog belandde hij in Vanino. Hij werkte in de haven als bewaker, hij zat in een klein hokje. In 1972 was hij in zijn hokje vergeten de kookplaat uit te zetten. Hij verbrandde op zijn werk, levend.
Vanaf dat moment verdween zijn naam uit meerdere lijsten met veteranen, alsof hij nooit heeft had bestaan. Maar Kifaja mocht bij de veteranenraad niet naar binnen, ze werd niet uitgenodigd voor feestdagen en ze kreeg het nabestaandenpensioen voor veteranen niet. De herinnering aan haar man was verdwenen uit de archieven en zijzelf werd uit de gemeenschap gezet, weggejaagd, onzichtbaar gemaakt. Ze vertelde dit aan Tatjana en huilde.
Tatjana werd boos en begon de informatie te checken. Ze vond het portret van Sachabtdin Salachov in het schoolmuseum onder een stapel van soortgelijke veteranenfoto’s. Op de achterkant van het portret was andermans naam geschreven.
In de administratie van de lokale overheid waren er geen documenten die bevestigden dat veteraan Salachov in het district had gewoond. Toen vroeg Tatjana informatie op in het Centrale Archief van het ministerie van Defensie: heeft deze veteraan bestaan? Drie maanden later kwam het antwoord: ja, hij heeft bestaan en hij heeft die-en-die onderscheidingen gekregen. Tatjana stelde dezelfde vraag in Tatarstan, van waaruit Sachabtdin Salachov was vertrokken voor militaire dienst: ook hier daar was het antwoord bevestigend. Na een paar maanden stapelde het bewijs zich op. Sachabtdin Salachov was officier, had twaalf dankbetuigingen gekregen van de opperbevelhebber, was onderscheiden met een medaille voor militaire verdiensten en de Orde van de Rode Ster.
Met alle documenten en brieven ging Tatjana naar de districtsraad van veteranen en naar het gemeentebestuur. Weduwe Salachova werd weer opgenomen in de plaatselijke Veteranenraad en ze kreeg het nabestaandenpensioen. Vanaf dat moment zat ze bij feestdagen op de eerste rij.
De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld
Tatjana ontving zelfs brieven uit de gevangenis. In de gemeente zijn er twee: ‘nummer een’ in Vanino en ‘nummer vijf’ in het naburige stadje Sovjetskaja Gavan. De gevangenen vroegen in hun brieven om hulp, klaagden, zochten een penvriend en vertelden verhalen uit hun leven. In de krant verscheen katern ‘de Rode Sneeuwbal’, met fragmenten uit die brieven.
Op een dag kwam er een man naar de redactie die iets wilde vertellen: in zijn flat, op de begane grond, woonde een oude man zonder benen. Hij kon zijn huis niet uit. Dat deze invalide man zijn halve leven in de gevangenis had doorgebracht in de gevangenis, ontdekte Tatjana pas later, toen ze er langsging. In de kamer zaten mannen rond een tafel in het midden van de kamer kaart te spelen. Er hing een dikke laag sigarettenrook. Tatjana groette iedereen en stelde zich voor. Toen ze met de eigenaar van de kamer begon te praten, Pjotr, ging de rest van het gezelschap ervandoor. Met hem wilden ze niks te maken hebben. Hij woonde eigenlijk in een oude opslagruimte, maar aangezien er in de flat geen kamer vrij was, hadden de autoriteiten de invalide man nadat hij vrij was gelaten daar maar geplaatst.
Maar de flat was zacht gezegd niet op rolstoelen ingesteld. Pjotr kon er de badkamer niet mee in en ook niet naar buiten. Hij ging nooit via de conciërgedeur naar buiten, maar klom in plaats daarvan uit het raam. Pal onder dat het raam had hij zijn oude auto geparkeerd. Hij klom op de vensterbank en daalde af, langs de muur, leunend op een trapladder, rechtstreeks zijn auto in. Hij liep al tegen de zestig. Tatjana hoorde zijn verhaal aan en beloofde na te denken over hulp.
Toen Pjotr een keer in het ziekenhuis lag, huurde Tatjana twee klussers in. Ze kozen behang uit, kochten verf, kwasten en, plamuurmessen. De klussers verfden de meubels, poetsten de kroonluchter, plakten het behang, witten het plafond, vervingen het beddengoed en het servies. Het werd schoon en licht. En op de gang plaatsten de autoriteiten zelfs iets wat leek op een opritje voor rolstoelen.
‘Pjotr belde me later op. Hij was heel dankbaar en zei dat hij niet had verwacht dat iemand met zijn levensverhaal nog eens zou worden geholpen. Ze hadden me alles over hem verteld hoor, dat hij verschrikkelijke dingen heeft gedaan. Ik kreeg veel reacties op mijn onderneming in de trant van “Nou, ze heeft iemand gevonden om te helpen hoor…” De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld. Dus schreef ik in mijn krant: “Waarom zou je iemand zelfs op die leeftijd niet kunnen laten begrijpen dat het leven ook anders kan zijn, dat je anders kan leven. En dat je op een menselijke manier kan worden behandeld.”’
Hakken
Tatjana’s onverzettelijkheid blijkt ook uit haar beslissing nooit in rolstoel over straat te gaan, ook al heeft ze sinds haar twaalfde geen linkerbeen meer. Ze loopt op krukken met een prothese. ‘Fysiek gezonde mensen en gehandicapten worden door anderen vaak als gelijken beschouwd. Maar we zijn niet gelijk, voor ons is alles zwaarder, elke beweging, elke verplaatsing. Veel mensen die iemand in een rolstoel zien, denken dat hij het zwaar heeft, maar wanneer ze iemand op krukken zien, denken ze er niet over na hoe zwaar hij het heeft. Diegene loopt immers. Maar iemand die loopt terwijl hij eigenlijk voor zijn gezondheid in een rolstoel zou moeten rijden, overwint zichzelf. Het is in Rusland onmogelijk om je in een rolstoel te verplaatsen.’
Tatjana bestelt haar houten prothese in Chabarovsk, bij de enige prothesemaker in het Verre Oosten van Siberië, waar ze nog protheses maakten in de naoorlogse jaren. Haar prothese overleeft dienstreizen naar dorpjes en de taiga die ze op zoek naar verhalen bezoekt.
Vroeger, wanneer de prothese het niet hield, vroeg Tatjana de havenarbeiders om hulp. Zij boorden een nieuw gaatje of schroefden de prothese weer vast. Later stopte ze in haar portemonnee een oude munt van drie kopeken – een grote sleutel meezeulen in haar handtas is onhandig – voor het geval de prothese losraakt of de voet eraf valt. Dan gaat ze een trappenhuis in, draait ze het met de munt weer vast en gaat weer verder.
De prothese is als een pook: je kunt hem niet hoger of lager zetten. Toen Tatjana op hoge hakken wilde lopen, bedacht ze een oplossing – en ze vroeg een havenarbeider die te maken. Aan de onderkant van het scheenbeen zaagde hij twee stukjes eraf. Als Tatjana nu op hakken wil lopen, zet ze aan de achterkant van de prothese een kleine inham erop, waardoor er een hak ontstaat.
Als je Tatjana naar haar gezondheid vraagt, fronst ze haar wenkbrauwen en verandert snel het gespreksonderwerp.
Haar zoon, Timur, noemt zijn moeder ‘Tatjana 911’, omdat ze altijd te hulp schiet. Samen met zijn zus, Zjanna, dringt hij erop aan dat ze dichterbij gaat wonen, in Europees Rusland. Timur woont aan de andere kant van het land, waar hij films maakt en een gezin heeft. Dochter Zjanna is stewardess in Moskou en heeft eveneens een kind. Beiden moedigen ze haar aan de krant te sluiten. ‘Je hebt genoeg mensen gered, je hebt lang genoeg over het mijnenveld gelopen, kom naar ons.’ Tatjana stelt de beslissing al lange tijd uit.
‘Ga je verhuizen?’ vraag ik haar.
‘Ik snap ook wel dat ik een dagje ouder word en dat mijn gezondheid niet meer is zoals vroeger, maar durf niet te stoppen. Ik hou van mijn papieren krant. Ook al is hij zwart-wit en primitief. De grootste groep lezers zit in kleine dorpjes, langs de spoorlijn, zij lezen de papieren krant, ze zitten niet op internet, ze hebben zelfs geen computer.’
‘Maar je kan toch verhuizen en op afstand werken?’
‘Waarom? In Europees Rusland barst het van de journalisten en media. Hier ben ik nodig.’
‘Je komt oorspronkelijk niet uit Vanino. Hoe komt het dat je van deze omgeving bent gaan houden?’
‘Misschien komt het door de liefde voor het vak. Daardoor leer je de omgeving kennen. Je wordt er verliefd op. Bijvoorbeeld op het uitzicht vanuit mijn raam. Daar wil ik eigenlijk nooit afscheid van nemen.’
Vanuit haar raam heeft ze het mooiste uitzicht op de baai van Vanino.
Auteur: Viktoria Mikisha
Vertaler: Martijn Smiers
Takie Dela
Rusland | website | ruim 2 miljoen bezoekers per maand
Takie Dela (‘Van die dingen’) is een Russische nieuwssite die in 2015 werd opgericht door een liefdadigheidsorganisatie. De website brengt dagelijks reportages over sociale problemen in Rusland, vaak longreads met foto’s, meestal aan de hand van persoonlijke verhalen. Bij sommige artikelen kunnen lezers direct doneren aan een goed doel dat met het verhaal te maken heeft.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.