Facebook, Google en Uber maken ons leven leuker, makkelijker en goedkoper. Maar de technologiereuzen zuigen intussen zo veel geld en talent naar Californië dat de rest van de planeet het nakijken heeft. En in de toekomst wordt het alleen maar erger…
Silicon Valley is het nieuwe Rome. Net als in de tijd van Caesar hebben we te maken met een geavanceerde stadstaat die een groot deel van de wereld domineert, zo veel mogelijk regio’s met zijn technologie en manier van denken injecteert en daarmee enorme rijkdom vergaart.
Dankzij Peter Thiel – internetmiljardair en voorstander van monopolies en het vroegtijdig verlaten van school – maken veel mensen zich zorgen om de groeiende rijkdom en invloed van Silicon Valley. Thiel spendeerde stiekem 10 miljoen dollar om een ex-worstelaar [Hulk Hogan] te helpen procederen tegen roddelsite Gawker – naar verluidt omdat Thiel zelf nog een appeltje met de site te schillen had. Toen dat uitkwam, begon men zich in paniek af te vragen in hoeverre Silicon Valley-miljardairs de media hun wil kunnen opleggen. En dat is nog maar een van de vele soortgelijke verhalen. Facebook is ervan beticht conservatieve nieuwsberichten achter te houden, wat ook weer het spookbeeld van mediacensuur oproept. Ondertussen is die 10 miljoen van Thiel nog zuinig vergeleken bij de 30 miljoen dollar die Mark Zuckerberg uittrok om vier huizen rondom zijn eigen woning op te kopen en plat te gooien, louter om te zorgen dat hij geen inkijk heeft. Elders in het land, in Indiana, wordt wetgeving die discriminerend is voor LHBT’ers teruggedraaid onder druk van Marc Benioff, de directeur van Salesforce, die dreigde dat zijn bedrijf anders de staat zou verlaten. Het fenomeen Donald Trump profiteert vooral van boze kiezers die door de technologische ontwikkelingen hun banen verliezen.
Digitaal wereldrijk
De angst voor het Californische schiereiland met zijn nerds heeft de hele wereld in zijn greep. De Europese Commissie gaat tekeer tegen Google en Netflix, China begint het Apple moeilijk te maken en India heeft Facebooks plannen voor gratis internet een halt toegeroepen, uit angst alle controle over de draadloze infrastructuur te verliezen. ‘Er moeten regels worden opgesteld om te voorkomen dat India een digitale kolonie wordt,’ zei Sharad Sharma van de Indiase denktank iSPIRT.
En dan staat het digitale wereldrijk van Silicon Valley nog maar in zijn kinderschoenen. Er is een nieuwe generatie technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, 3D-printen en blockchain, die waarschijnlijk vooral in Silicon Valley zullen worden ontwikkeld en die, als ze straks mainstream worden, diep zullen ingrijpen in ons denken over industrie, geld, dienstverlening, nationale soevereiniteit en nog veel meer. Als je hoofd nu al tolt van de veranderingen sinds 2007, toen het tijdperk van smartphones, sociale netwerken en de cloud aanbrak, dan dreig je de komende tien jaar helemaal kortsluiting in je hersenen te krijgen.
Silicon Valley is hetzelfde als het Romeinse Rijk van tweeduizend jaar geleden. Leuk voor sommigen, zwaar klote voor anderen
Is dit nu goed of slecht? Het antwoord is net zo ingewikkeld als wanneer je die vraag stelt over het Romeinse Rijk van tweeduizend jaar geleden. Leuk voor sommigen, zwaar klote voor anderen. Hopelijk op de lange termijn een zegen voor de mensheid, maar het kan een paar eeuwen duren voordat we dat kunnen beoordelen.
Silicon Valley vindt het heerlijk om dingen overhoop te halen. En nu haalt het de hele wereld overhoop. De befaamde technologie-analist Mary Meeker kwam deze maand met haar jaarlijkse verslag van internettrends. Uit haar cijfers blijkt duidelijk hoezeer de rol van Silicon Valley in de wereldeconomie is gegroeid. Neem haar lijst van de twintig waardevolste technologiebedrijven in 2015: twaalf daarvan komen uit de Verenigde Staten, zeven uit China en een uit Japan. Niet een uit Europa of India of een andere regio. De Amerikaanse bedrijven tekenen voor 76 procent van de totale beurswaarde en 87 procent van de opbrengst. En slechts een van die twaalf Amerikaanse bedrijven zit buiten Silicon Valley (Priceline, in Connecticut).
Een andere manier om de dominantie van Californië te schetsen: nergens groeit het aantal internetgebruikers zo hard als in India. Die groei komt bijna geheel voor rekening van smartphonegebruikers. De drie meestgebruikte telefoonapps in India zijn al van Facebook (Facebook, WhatsApp en Facebook Messenger), dus geen wonder dat India niet wilde dat het bedrijf zijn tentakels nog verder uitstrekt. Bovendien draaien bijna alle mobiele telefoons in India op Googles Android of Apples iOS.
Een flink deel van de meest dynamische sector in India levert dus vooral Silicon Valley geld op. En zo gaat het in elk land ter wereld, behalve misschien Noord-Korea.
De geldstroom naar Silicon Valley heeft zich de laatste jaren uitgebreid van technologie naar sectoren die vroeger niet digitaal en zuiver lokaal waren. Hoe dat werkt wordt goed geïllustreerd door Uber: dat strijkt 20 procent van de prijs van elk ritje op. Vroeger bleef in Frankrijk 100 procent van alle inkomsten uit taxiritjes in eigen land.
Krijgt Uber een groot deel van de Franse taximarkt in handen, dan vloeit 20 procent van die opbrengst het land uit. Stel je nu eens voor dat het de ene na de andere bedrijfstak zo vergaat, in het ene land na het andere. (En wat betreft de enorme hoeveelheden geld die naar Uber stromen: een investeringstak van de Saoedische regering heeft onlangs nog 3,5 miljard dollar in het bedrijf gepompt. Blijkbaar konden de Saoedi’s in eigen land niet genoeg veelbelovende start-ups vinden om in te investeren.) Alphabet, het moederbedrijf van Google, strijkt volgens Adweek 12 procent op van wat er wereldwijd omgaat in de reclamebranche. Nooit eerder streek één bedrijf 12 procent van alle reclameopbrengsten wereldwijd op. En dat Google veel geld aan landen onttrekt, staat buiten kijf. In 2015 had Google een opbrengst van 75 miljard dollar, en 54 procent daarvan kwam uit het buitenland.
Op macroniveau is technologie een van de weinige economische sectoren die wereldwijd nog significante groei vertonen. Uit Meekers cijfers blijkt dat de groei van het bruto binnenlands product wereldwijd in zes van de afgelopen acht jaar onder het gemiddelde zat. Als de economie overal stagneert maar de technologiesector groeit als kool, moeten de andere sectoren het wel heel beroerd doen. En als de opbrengsten uit technologie grotendeels naar bedrijven in Silicon Valley vloeien, is dat dus ook verantwoordelijk voor veel van de economische groei in de wereld – en betaalt het grootste deel van de wereld Silicon Valley daar een prijs voor.
In de presidentscampagne hamert Trump er steeds op dat Amerika verliest. Maar dat klopt niet: op het gebied van technologie is Amerika aan het winnen, en niet zo’n beetje ook. Het probleem is dat er ook nog heel veel Amerika is buiten Silicon Valley, dat kleine lapje grond van San Francisco tot San Jose. Ook binnen de Verenigde Staten is Silicon Valley een soort Rome, dat de rest van het land tot een nieuw Judea kan degraderen. Want we hebben nu twee Amerika’s: een analoog en een digitaal Amerika. Het analoge Amerika is het Amerika van de fabrieken, de detailhandel, de dienstverlening en de restaurants: ouderwets werk dat je met je handen kunt doen. En dat oude Amerika heeft het zwaar. Uit federale cijfers blijkt dat de VS in mei de laagste banengroei in vijf jaar hadden. In de industriële productie zijn zo’n tienduizend banen verdwenen. De lonen van de middenklasse staan al jaren stil. Hele horden mensen verliezen hun baan door de automatisering. Opiniepeilers horen Trump-aanhangers zeggen dat ze zich machteloos voelen. Uit woede stemmen ze op Trump, om iets terug te doen.
Vroeger waren er talloze bedrijven die kaarten drukten. Nu is er op de wereldwijde markt van landkaarten voor consumenten nog maar één producent die ertoe doet: Google
Aan de andere kant van de kloof heb je het digitale Amerika: de mensen die software schrijven, data analyseren, apps verkopen, investeren in start-ups. Hier kan toptalent de werkgevers tegen elkaar op laten bieden. Overal in het land vind je enclaves van dit digitale Amerika, met hoge concentraties in steden als Boston, New York, Washington en Seattle, waar ook grote internetbedrijven zitten. Maar geen van die plaatsen kan zich meten met Silicon Valley – het land van de miljardairs met vlasbaardjes, idioot hoge huizenprijzen, snelwegen vol Tesla’s en Stanford University als regionale kweekvijver van digitaal toptalent. Hier wordt meer geïnvesteerd in meer bedrijven. In het eerste kwartaal van dit jaar harkten Californische bedrijven, merendeels uit Silicon Valley, 396 miljoen dollar aan durfkapitaal bij elkaar, bijna drie keer zo veel als New York (tweede plaats, met 149 miljoen) en vier keer zo veel als Massachusetts (derde plaats, 90 miljoen). En het geld dat Silicon Valley genereert blijft doorgaans in Silicon Valley. De beursgang van zo’n bedrijf maakt zelden mensen van elders rijk. Kijk naar de veertig grootste aandeelhouders van Facebook: ze wonen bijna allemaal in Silicon Valley. (Thiel is met 2,5 procent de op zes na grootste, waarmee zijn vermogen meer dan 2 miljard dollar bedraagt.)
Van heinde en ver trekt Silicon Valley slimme mensen aan die een internetbedrijf willen opzetten. De gebroeders Collison groeiden op in een klein dorpje in Ierland. De briljante broers gingen studeren in Boston: Patrick aan MIT, John aan Harvard. In 2010 zetten ze Stripe op, een nieuw platform voor digitale betalingen, en in 2011 kregen ze 2 miljoen dollar van drie investeerders uit Silicon Valley: Sequoia Capital, Andreessen Horowitz en… Peter Thiel. Inmiddels is Stripe meer dan 5 miljard dollar waard. Het zetelt niet in Ierland of Boston, maar in San Francisco.
En die ontwikkeling is voorlopig nog niet ten einde. Ik heb veel investeerders in de Bay Area gesproken. Tien of vijftien jaar geleden zochten ze interessante investeringsmogelijkheden in China en India, en sommigen zetten overal in de VS filialen op. Nu vinden de meesten dat ze niet verder hoeven te kijken dan een straal van nog geen honderd kilometer rond Palo Alto. Het meeste talent dat ertoe doet, zit daar al of komt er uiteindelijk vanzelf terecht.
Enrico Moretti, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Californië, concludeert in zijn boek The New Geography of Jobs dat locatie – al zou je dat in deze tijd van netwerkverbindingen niet verwachten – in deze sector nog steeds een grote rol speelt. ‘In de innovatiesector is het succes van een bedrijf niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van de werknemers, maar ook van het hele ecosysteem eromheen,’ schrijft Moretti. ‘Daardoor is zo’n bedrijf moeilijker naar een andere regio te verplaatsen dan traditionele fabrieksproductie.’ Een staalbedrijf of een schoenenfabriek kun je verkassen naar een regio waar arbeid en grondstoffen goedkoper zijn. Technologiebedrijven moeten op een paar plekken samenklonteren, en dan is Silicon Valley de sterkste magneet van allemaal.
In 2015 lieten de media hun oog vallen op de zogenaamde ‘eenhoorns’: nieuwe, nog niet beursgenoteerde start-ups waarvan de waarde op meer dan een miljard dollar werd geschat. Die schattingen begonnen de pan uit te rijzen. Er werd al gefluisterd over een bubbel. Ook tech-insiders voorspelden een terugslag. Maar al dat gebabbel over een bubbel wordt doorgeprikt door Meeker. ‘Er zijn internetbedrijven waarvan de waarde wordt overschat,’ zegt ze. ‘Maar er zijn ook bedrijven die worden onderschat. Er zijn maar heel weinig bedrijven die gaan winnen. Maar die bedrijven lopen dan ook gigantisch binnen.’
Play Bigger
In Play Bigger, het nieuwe boek dat ik in samenwerking met drie consultants uit Silicon Valley heb geschreven, beschrijven we het op een andere manier. Onze netwerksamenleving heeft een omgeving geschapen waarin één bedrijf een totaal nieuwe bedrijfstak kan ontwikkelen en domineren (zoals Facebook, Airbnb, VMware en tal van andere bedrijven doen), waardoor het in die sector de grote winnaar wordt. Geen enkele regio ter wereld brengt zo veel van dit soort dominante bedrijven voort als Silicon Valley, en de sectorwinnaars van de toekomst worden de belangrijkste bedrijven van de nieuwe generatie.
Waarschijnlijk worden ze nog veel groter dan de Facebooks en Googles van nu. Artificiële intelligentie (AI) is een technologie die alles op zijn kop gaat zetten, zoals cloud-gebaseerde apps dat de afgelopen vijf jaar hebben gedaan. Dat wordt een bron van vernieuwingen die we ons nu nog nauwelijks kunnen voorstellen. (Wat dacht je van piepkleine, door AI aangestuurde drones die bij gebouwen rondvliegen om een oogje in het zeil te houden, in plaats van beveiligers? Zit eraan te komen!) 3D-printen wordt zo goed dat een bedrijf als Nike niet langer schoenen in Azië zal laten maken om naar de VS te verschepen. Die schoenen worden straks ‘geprint’, in een netwerk van duizenden kleine printfabriekjes waar je je vers gemaakte gympen kunt ophalen. Blockchain, de technologie achter bitcoin, is nog maar net begonnen de hele financiële sector te hervormen. Virtual reality zal zo goed worden dat het revolutionaire gevolgen krijgt voor zaken als toerisme, sport of een bezoekje aan de dokter. Biotechnologie, robotica: er staat ons een waanzinnige stortvloed aan nieuwe technologische ontwikkelingen te wachten.
De gevolgen zullen zo ingrijpend zijn dat we volgens Hemant Taneja van General Catalyst Partners afstevenen op een ‘wereldwijde herprogrammering’. We gaan elk product en elke dienst ter wereld uit elkaar halen en terug in elkaar zetten met behulp van data, AI en al die andere nieuwe dingen.
Natuurlijk zullen ook bedrijven van buiten Silicon Valley hier hun kansen grijpen. Het om zijn virtual reality-techniek bejubelde Magic Leap zit in Florida. Belangrijke bijdragen aan de blockchain-ontwikkeling komen uit New York. Maar de overgrote meerderheid van de bedrijven die aan deze wereldwijde herprogrammering werken, zit in Silicon Valley. En zoals Meeker zegt: de paar bedrijven die een hele sector domineren zullen uitgroeien tot ware giganten, wat het voor andere regio’s in de wereld moeilijker dan ooit zal maken om Silicon Valley bij te benen.
Terug naar de vraag of dat nou een goede of een slechte ontwikkeling is.
Als je je smartphone pakt, zie je daar een hoop dingen waarvoor je vroeger moest betalen en die je nu voor niks of bijna voor niks krijgt. Je hebt een camera met flits, vroeger moest je die allebei apart kopen. Nieuws is gratis, je hoeft geen krant meer te kopen. Bellen met het buitenland kost via Skype bijna niks. Muziek: gratis of goedkoop met Spotify. En dat mobieltje is maar één voorbeeld van de impact van technologie en de globalisering. Die maken steeds meer zaken goedkoper of helemaal gratis, en verlagen zo de kosten van levensonderhoud. Dat geldt ook voor fysieke producten: dankzij de globalisering kun je bij H&M leuke kleren kopen voor veel minder geld dan twintig jaar geleden. Technologie zal die trend alleen maar versnellen.
Volgens Mike Maples, een van de partners van Floodgate, een investeringsfonds voor start-ups, gaan we toe naar een tijd van overvloed waarin we steeds meer krijgen voor veel minder geld dan ooit tevoren. Een beter leven voor minder geld. Klinkt goed.
Maar zoals uit de cijfers van Moretti blijkt, is diezelfde dynamiek ook funest voor de middenklasse, die banen ziet verdwijnen en salarissen dalen. Hoe meer dingen gratis of goedkoop te krijgen zijn, hoe minder mensen geld kunnen verdienen met het maken en verkopen van die dingen. Als een product tot een app wordt gereduceerd, blijft er maar een klein groepje mensen over dat dat wereldwijd kan verkopen – en zo al het geld opstrijkt. Neem landkaarten: vroeger waren er talloze bedrijven die kaarten drukten en winkels die ze verkochten. Nu is er op de wereldwijde markt van landkaarten voor consumenten nog maar één producent die ertoe doet: Google, in Mountain View, Californië. Al het geld dat met landkaarten kan worden verdiend gaat naar Google, en de meeste banen in die sector zijn in rook opgegaan.
Een groot deel van de wereld buiten Silicon Valley begint die nadelen sterker te voelen dan de voordelen. We zijn dol op onze smartphones, apps en goedkope producten, maar we vinden het minder fijn om economisch gemarginaliseerd te worden. En zo’n actie als die van Thiel tegen Gawker versterkt het beeld van een kleine elite die alles bepaalt. Boeken als Martin Fords Rise of the Robots suggereren dat technologie al onze banen gaat inpikken. Trump speelt in op die angst voor de toekomst die bij de middenklasse leeft. Bernie Sanders ook, al zou iemand hem eens moeten vertellen dat hij in het verleden leeft: de kapitalistische schurken van de toekomst vind je niet op Wall Street maar aan Highway 101 in Californië. (Op 1 juni sprak Sanders nog vierduizend aanhangers toe in Palo Alto, waar de huizenprijzen en de inkomensongelijkheid iedereen behalve miljonairs het leven onmogelijk maken.)
Machtigste regio ter wereld
Als je alle trends bij elkaar optelt, lijkt het onvermijdelijk dat Silicon Valley zal uitgroeien tot de machtigste regio ter wereld, ten koste van zo’n beetje de hele rest van de wereld. Het enige wat de Silicon Valley-expres misschien nog kan laten ontsporen, is zoiets als de Russische revolutie: een massale opstand van het proletariaat tegen de autocratie. Dat gevaar lijkt nog niet groot, maar het is wel een mogelijkheid die Silicon Valley onder ogen moet zien en moet ondervangen. Anders zal het steeds meer onder vuur komen te liggen van regeringen, activisten en de gefrustreerde massa. De grootste nachtmerrie van deze industrie is de invoering van regelgeving zoals die nu bestaat voor energie- en telecombedrijven: sectoren waar vroeger de grootste technologische vernieuwingen vandaan kwamen, maar die onder toeziend oog van de overheid zijn omgeturnd tot ingedutte bureaucratieën.
Decennialang hebben de krachtpatsers van de technologiesector zich uitsluitend gericht op innovatie en het opzetten van bedrijven. Nu breekt een nieuw hoofdstuk aan waarin ze moeten zorgen dat ook de rest van de wereld daarvan de vruchten plukt. Anders staat Peter Thiel straks viool te spelen terwijl het nieuwe Rome in vlammen opgaat.
Auteur: Kevin Maney
Vertaler: Frank Lekens
Newsweek
Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.972.000
Gefuseerd met The Daily Beast. Initiatiefnemer Tina Brown blaast het legendarische weekblad ongetwijfeld nieuw leven in.


