Met de overname van de liberale krant Al-Masri Al-Youm heeft het regime de vrije pers definitief de nek omgedraaid. Zelfs een kop kan gevaarlijk zijn.
Salah Diab, een van de eigenaren van Al-Masri Al-Youm (‘Egypte vandaag’) liet onlangs geen misverstand bestaan over de nieuwe koers van het Egyptische dagblad: ‘Wij staan zij aan zij met de staat, met de president. Vanaf nu willen wij geen enkel probleem hebben met de overheid,’ zo liet hij de redacteuren weten tijdens een korte toespraak waarin hij hun nieuwe chef Hamdi Rizk voorstelde.
Rizk neemt de plaats in van Mohamed Al-Sayed Saleh, die was ontslagen vanwege een kop op de derde en laatste dag van de presidentsverkiezingen, die het ongenoegen van het bewind had gewekt: ‘De staat probeert de kiezers massaal naar de stembureaus te lokken’.
Die kop kwam de krant te staan op een lastercampagne in andere Egyptische media. Rizk lijkt nu het dagblad te moeten redden. De aandeelhouders hebben hem gekozen vanwege zijn connecties binnen het staatsapparaat, en nog belangrijker: hij heeft ook voeling met het volk. Tegelijkertijd weet hij perfect het joviale heerschap uit te hangen dat in de hoogste machtskringen wordt gewaardeerd.
‘Het beetje vrijheid dat we na de revolutie van 25 januari 2011 hadden bevochten, is in één keer weggevaagd’
Rizk, een columnist en oudgediende bij de krant, toonde moeiteloos aan berekend te zijn op de hem toegewezen taak. De eerste voorpagina onder zijn leiding bevatte geen koppen. In plaats daarvan verschenen er foto’s van twee dames, vergezeld van slogans in Egyptisch dialect. Onmiddellijk was duidelijk dat hij het traditionele, dwarse karakter van de krant volledig de kop wilde indrukken, zowel wat berichtgeving als wat koppen betrof. Kortom, onder Rizk is de krant veranderd van spreekbuis van de oppositie tot poedel van het regime.
‘Elke redacteur weet dat we in een overgangsperiode zitten. Niet alleen wat de voorpagina en de lay-out betreft, maar ook ten aanzien van de journalistieke koers,’ zegt een van de geïnterviewde journalisten, die al vijf jaar voor de krant werkt. ‘We snijden geen politieke onderwerpen meer aan, hebben het niet langer over mensenrechten of democratie. Het beetje vrijheid dat we na de revolutie van 25 januari 2011 hadden bevochten, is in één keer weggevaagd.’
De crisis van Al-Masri Al-Youm weerspiegelt het lot van de hele Egyptische pers. De tweede termijn van president Abdel Fattah al-Sisi is nauwelijks begonnen of de detentie van journalisten en de boetes die de onafhankelijke pers treffen zijn weer terug van nooit werkelijk weggeweest. De zaak van Mohamed Aboe Zeid spreekt boekdelen. De winnaar van de UNESCO-prijs voor de persvrijheid in 2018 kwijnt al bijna vijf jaar weg in de gevangenis en het Openbaar Ministerie heeft de doodstraf tegen hem geëist. Hij werd gearresteerd terwijl hij verslag deed van de evacuatie van de sit-in op het plein Rabaa Al-Adawiya, tussen 14 en 16 augustus 2013, kort nadat de islamistische president Mohamed Morsi was afgezet. Die ontruiming mondde uit in een bloedbad.
Tijdens de eerste termijn van Sisi (2014-2018) was het medialandschap al ingrijpend veranderd. Bedrijven die behoorden tot ‘soevereine organen’ – dat wil zeggen: het leger – namen bezit van particuliere televisiezenders, zo’n vijfhonderd websites werden gecensureerd, en Egyptische en buitenlandse journalisten kwamen voor de rechter. Het doel was om pro-revolutionaire stemmen het zwijgen op te leggen.
En zo vond Egypte zichzelf in 2017 terug op de 161ste plaats van de 180 op de persvrijheidsranglijst van Reporters Without Borders. En het lijkt erop dat de situatie na Sisi’s herverkiezing alleen maar zal verergeren. Kranten hebben de opdracht gekregen meer redactionele ruimte te besteden aan ‘vrije tijd’, wat uiteraard ten koste zal gaan van politieke onderwerpen.
Showbizz
Al-Masry Al-Youm en Al-Shorouk, ooit sieraden van de Egyptische onafhankelijke pers, ooit spreekbuizen van liberale krachten in het land, hebben hun journalisten duidelijk gemaakt dat ze zich moeten richten op kunst en cultuur, inclusief showbizz, en op human interest, en dat zij de politiek moeten mijden.
Onlangs haalde het maandblad Al-Hilal alle exemplaren van zijn laatste nummer van de schappen. Vier journalisten werden voor twee weken geschorst. Wat ze verkeerd hadden gedaan? In een artikel over ‘moeders van presidenten’ werd de naam van de moeder van president Sisi onder de verkeerde foto geplaatst.
Toen Hosni Moebarak nog president was, hadden de media ‘de rode lijnen geïnternaliseerd’, in de woorden van Khaled Dawoud, journalist bij staatskrant Al-Ahram. ‘Je wist dat je het niet moest hebben over de president, het leger, de Palestijnse kwestie, de sektarische conflicten tussen moslims en kopten.’ Aan de andere kant hadden privémedia de ruimte om ruimte te geven aan figuren van de oppositie en op die manier ministers te bekritiseren. Sinds de overname van Sisi ‘kan het geringste blijk van een eigen mening zeer ernstige gevolgen hebben’.
Auteur: Ahmed Hassan
Vertaler: Carl Stellweg
CONTEXT: Journalisten opgepakt
‘Het aantal arrestaties neemt de laatste drie weken snel toe’, aldus de Egyptische site Mada Masr. Zo zijn videoblogger Shadi Abouzeid, de politieke activisten Amal Fathi en Shadi al-Ghazali Harb, en de advocaat Haitham Mohamedine, die ook lid is van de beweging van Revolutionaire Socialisten, opgepakt. Daarnaast is Wael Abbas, een van de laatst overgebleven bloggers van de Tahrir-generatie, gearresteerd op beschuldiging van banden met een terroristische groep. Op basis van dezelfde beschuldiging werd een andere journalist, Ismail Alexandrani, veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. In totaal worden momentel ten minste 33 journalisten, burgerjournalisten en bloggers momenteel vastgehouden in Egypte, meldt Mada Masr op gezag van Reporters Without Borders. Mada Masr, de enige onafhankelijke Egyptische website, wordt momenteel geblokkeerd.
Daraj (‘Trap’) werd in 2017 in Beiroet opgericht en richt zich op onderzoek, reportages en onderwerpen die bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes zijn: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.
Volgens critici zijn islamistische bewegingen per definitie ondemocratisch. Maar, schrijft The Economist, de politieke islam is geen homogene beweging, en wordt in ieder land óók gevormd door de lokale context.
‘Dood, stervend of achter de tralies.’ Zo omschreef een lid van de Moslimbroederschap in Egypte de situatie van zijn kameraden in wat eens ’s werelds meest vooraanstaande islamistische beweging was. Na de Arabische Lente van 2011 won de Broederschap de eerste vrije verkiezingen in Egypte; begin 2012 was de Broederschap de baas in het land. Maar het leger, geleid door Abdul Fattah al-Sisi en gesteund door massademonstraties, ontzette hen al snel uit de macht. Vier jaar geleden drukte Sisi, de huidige president, de beweging op het Rabaa al-Adawiya-plein de kop in. Vandaag zijn degenen die niet dood zijn en niet achter de tralies zitten gevlucht, of ze houden zich schuil.
Toch boezemt de Broederschap, een internationale beweging die in de regio al vele andere islamistische partijen heeft voortgebracht, Arabische autocraten nog steeds angst in. Kijk alleen al naar de impasse inzake Qatar. Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein hebben de diplomatieke betrekkingen verbroken met het kleine olierijke sjeikdom en een economische blokkade afgekondigd, en eisen dat het land zijn steun aan de Broederschap intrekt, Al Jazeera, een Broederschap-vriendelijke zender, sluit, en Turkse troepen het land uitzet, omdat Turkije wordt geleid door een op de Broederschap geïnspireerde partij, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP). Ze betogen dat de Broederschap een terroristische organisatie is die de gevestigde orde omver wil gooien.
Het lijdt geen twijfel dat de Broederschap heeft aangezet tot geweld en dat leden ervan aanslagen hebben uitgevoerd, maar of de beweging wezenlijk gewelddadig is valt moeilijker vast te stellen. Hassan al-Banna, die de beweging in 1928 in Ismaïlia in het noordoosten van Egypte heeft gesticht, wilde geleidelijke hervormingen. Said Qutb, een leidend figuur in de Broederschap in de jaren vijftig en zestig, pleitte voor het opnemen van de wapens tegen goddeloze heersers. Het moderne islamisme – waarvan ruwweg de definitie luidt: het streven naar een staat die wordt bestuurd vanuit islamitische principes – heeft zich vanuit deze discussie in allerlei richtingen ontwikkeld.
De huidige beweging omvat uiteenlopende groeperingen zoals Ennahda, een vreedzame Tunesische politieke partij, en Islamitische Staat (IS), een gewelddadige jihadistische groepering, die de Broederschap een afvallige organisatie noemt. De huidige Egyptische Broederschap is gesplitst in een groep die de confrontatietactiek omarmt, onder wie enkelen die geweld goedkeuren, en zij die liever een benadering van verzoening voorstaan.
Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten
De Saoedi’s en de andere landen die Qatar onder druk zetten beweren dat het hele islamisme een stap te ver is. (Hoewel sommige landen uit tactische overwegingen gemene zaak hebben gemaakt met islamisten in de Palestijnse Staat, Jemen en Syrië.) Andere landen – zoals de westerse landen die geen gehoor hebben gegeven aan oproepen om de Broederschap als een terroristische organisatie te brandmerken – vinden dat er onderscheid moet worden gemaakt. Dat is niet zo makkelijk. Als ogenschijnlijk gematigde en democratische islamisten eenmaal gekozen zijn, ontpoppen ze zich vaak als het tegendeel van die kwalificaties en blijkt die democratische gezindheid van zeer tijdelijke aard te zijn geweest. Maar sommige islamisten bedrijven een gematigde en effectieve politiek, en staan zelfs aan het hoofd van een regering.
Islamisten zijn echt niet de enigen die proberen de maatschappij te doordrenken met religie. In India hangt de heersende BJP een specifiek hindoeïstisch nationalisme aan. In Israël streeft een aantal partijen ernaar om van het land meer een echt joodse staat te maken. In Europa zijn er veel christendemocratische partijen die beide onderdelen van die term serieus nemen.
Maar in één opzicht is de islam uniek. Terwijl Mozes een leider zonder land was en Jezus een dissident die door een land ter dood was veroordeeld, was de profeet Mohammed een politiek leider die een staat stichtte, en de heilige schrift van de islam is daar een weerspiegeling van. ‘In de Koran staan in de tekst duidelijke, directe geboden, variërend van de toepassing van hoedoedstraffen (voor vergrijpen zoals diefstal) tot specifieke regels met betrekking tot het erven’, schrijft Shadi Hamid van het Brookings Instituut, een denktank op het gebied van ‘het islamitisch exceptionalisme’. Vandaar dat de Broederschap met trots beweert dat de Koran hun grondwet is.
Maar ook al zegt de Koran specifieke dingen over het erven en andere zaken, het heilige boek blijft vager over hoe je het landsbestuur moet organiseren. In de ene soera wordt Mohammed opgedragen leden van de gemeenschap te raadplegen en in een andere krijgt hij de absolute macht over hen toebedeeld. Onmiddellijk na de dood van de profeet begonnen al de geschillen. Zijn trouwste volgelingen konden niet beslissen of de rol van kalief – de veronderstelde opvolger van Mohammed als leider – nu een gekozen of een erfelijke functie was, een geschil dat uiteindelijk leidde tot het schisma tussen respectievelijk de soennieten en de sjiieten.
Het kalifaat zelf wordt niet voorgeschreven door de Koran. Maar ‘in het traditionele islamitische denken wordt het beschouwd als een intrinsiek onderdeel van de islam, dat onbedoeld het geloof eeuwenlang heeft gepolitiseerd’, schrijft Mustafa Akyol, auteur van Islam without Extremes. Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten.
De ondergang van het Ottomaanse Rijk en de afschaffing van het kalifaat door de republiek Turkije hebben uiteindelijk geleid tot de huidige islamistische beweging. Moslims die waren vernederd door het kolonialisme en het falen van het socialisme en het nationalisme, waarbij binnenlandse autocraten hadden geprobeerd de islam ten eigen voordele te annexeren, verlangden naar een alternatief dat thuishoorde in een wereld van natiestaten en verkiezingen. De Broederschap verschafte hun er een.
Islamisme lite
De democratie stond niet vermeld in Mohammeds richtlijnen, dus Banna keurde die staatsvorm af, net als politieke partijen en zelfs de moderne Arabische staat. Maar hij zag de ontwikkeling naar de islamitische staat als een proces in fasen, en iedere fase vereiste een andere tactiek. Dus islamisten verhulden hun religieuze doel in het begin en namen zelfs deel aan verkiezingen, als dat op de lange termijn hun positie verstevigde. Sommigen van zijn volgelingen accepteerden uiteindelijk de democratie als onderdeel van alle fasen van het proces, maar critici vonden dat de meeste islamisten in wezen antidemocratisch waren en dat nog steeds zijn.
Dat is één manier om naar de AKP en zijn imponerende leider, Recep Tayyip Erdogan, te kijken. Toen Erdogan in 2001 de AKP oprichtte, bleek hij de vertegenwoordiger te zijn van een nieuw soort islamisme, dat door sommigen ‘islamisme-lite’ werd genoemd, en dat zich richtte op vrijheid en de vrije markt. Toen de AKP in 2002 voor het eerst de verkiezingen had gewonnen, voerde de partij democratische hervormingen door, perkte de macht van het leger in en zorgde ervoor dat de mensenrechten beter werden gerespecteerd. Het werd gezien als een hoopvol voorbeeld voor andere islamistische partijen.
Maar geleidelijk trok Erdogan steeds meer macht naar zich toe. De staatsmedia kwamen volledig in zijn handen en critici zette hij uit de regering, het leger en de rechterlijke macht. Liberalere leden van de AKP, zoals Abdullah Gül, een voormalige president, werden aan de kant gezet. Een mislukte coup in juli 2016 leidde tot een algehele zuivering. Tienduizenden vijanden, echte of vermeende, werden gearresteerd, onder wie ook journalisten. Maatschappelijke organisaties werden opgeheven, ambtenaren werden ontslagen, de toegang tot het internet werd deels geblokkeerd. In april kreeg de president na een referendum over de grondwet (waarbij volgens critici was gefraudeerd) nog meer macht.
Turkije is het tweede bewijsstuk voor hen die een zaak voorbereiden tegen schijnbaar gematigde islamisten. Egypte is het eerste bewijsstuk. Mohamed Morsi, de man van de Broederschap die president werd, bleek vanaf het begin tweedracht te zaaien. Aan het eind van het eerste jaar had hij verordonneerd dat hij niet gebonden was aan de rechtstaat. Hij drukte er een grondwet door die bij seculiere politici op veel weerstand stuitte en nam heel veel islamisten op in zijn regering. Tegen de tijd dat het leger een coup pleegde, stond het volk aan de kant van de militairen.
Sommige mensen betogen dat deze resultaten – het succes van de onverdraagzaamheid in Turkije, het falen van de onverdraagzaamheid in Egypte – voorspelbaar waren, onvermijdelijk zelfs. Maar het loont om naar de context te kijken. Voordat de AKP in Turkije ten tonele verscheen, waren al eerder vier islamistische partijen opgeheven ten gevolge van een coup of een gerechtelijk bevel. Toen de AKP aan de macht kwam, bleef die dreiging bestaan. Secularisten in het leger – onderdeel van de deep state, de staat binnen de staat – probeerden in 2007 de verkiezing van de presidentskandidaat van de partij te dwarsbomen. De hoofdaanklager van Turkije beschuldigde de AKP ervan antiseculier te zijn en het scheelde niet veel of hij had de partij verboden. Er volgden een heleboel andere politiek gemotiveerde aanvallen – en toen kwam de couppoging.
In Egypte zag de Broederschap zich geconfronteerd met een vergelijkbare deep state van militairen, rechters en bureaucraten. De politie weigerde op straat te patrouilleren, wat leidde tot een misdaadgolf. Werknemers van benzine- en elektriciteitsmaatschappijen zorgden ervoor dat de stroom uitviel en dat er een tekort aan brandstof was. Rechters die waren aangesteld door Morsi’s voorganger verklaarden de uitslag van een verkiezing ongeldig.
Die uitdagingen zijn geen excuus voor het autoritaire gedrag van Morsi en Erdogan. Maar misschien vormen ze wel een betere verklaring voor dat gedrag dan het veronderstelde onverdraagzame karakter van hun ideologie. ‘Islamistische partijen hebben de neiging zich aan te passen aan hun politieke omgeving’, legt Marc Lynch van The George Washington University uit. De angst dat secularisten zouden proberen hun regering te ondermijnen overtuigde islamisten ervan dat ze zo veel mogelijk macht naar zich toe moesten zien te trekken; het gebrek aan diepgewortelde democratische tradities maakte het er niet beter op. Volgens Akyol ligt het probleem van de AKP niet bij het feit dat de partij te islamistisch is, maar te Turks.
De toename van op de sharia gebaseerde verordeningen is grotendeels het resultaat van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen
Elders nemen islamistische partijen nog steeds deel aan verkiezingen. De afdelingen van de Broederschap in Jordanië en Koeweit hebben het vorig jaar bij de parlementsverkiezingen na jaren van repressie relatief goed gedaan. Een spin-off van de Broederschap, de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (PJD), heeft de laatste twee parlementsverkiezingen in Marokko gewonnen en leidt de huidige regering. Buiten de regio van de Broederschap zijn islamistische partijen actief in Indonesië, Maleisië en Pakistan. Het idee dat al die partijen Banna’s langetermijnplanning uitvoeren kan niet echt weerlegd worden, maar het is in elk geval ook mogelijk dat het in een omgeving die autoritair leiderschap niet stimuleert, geen noodzakelijke ontwikkeling is. Op bijna alle plekken waar islamisten politiek actief zijn, is er een grens aan hoeveel macht ze kunnen vergaren. De monarch is uiteindelijk de baas in Marokko, Jordanië en Koeweit.
Aan de andere kant hoeven islamisten niet per se nationale verkiezingen te winnen om een onverdraagzame impact te hebben. In Indonesië, een seculiere democratie, is bij de nationale parlementsverkiezingen op geen enkele zuiver religieuze partij meer dan acht procent van de stemmen uitgebracht, ook al is de meerderheid van het land islamitisch. Maar lokaal gekozen islamisten hebben meer dan vierhonderd op het islamitische recht gebaseerde verordeningen uitgevaardigd sinds de regio’s van het land in 1999 meer autonomie hadden gekregen. In de provincie Atjeh is alcohol verboden, bestaan er kledingvoorschriften voor de vrouw en worden overspel en homoseksualiteit bestraft met zweepslagen.
Het misschien wel meest verontrustende blijk van de macht van de islamistische minderheid deed zich voor in april, toen een populaire christelijke ambtsdrager, Basuki Tjahaja Purnama, beter bekend als Ahok, de strijd om het gouverneurschap in Jakarta verloor.
Islamistische aanhangers van zijn opponent, Anies Baswedan, hielden islamitische kiezers voor dat het haram (verboden door de islam) was om op een christen te stemmen. Toen Ahok die bewering met een citaat uit de Koran probeerde te weerleggen, hadden islamisten een filmpje gemaakt waarin het net leek alsof hij het heilige boek beledigde. Hij werd aangeklaagd wegens blasfemie, verloor de verkiezingen en zit nu in de gevangenis.
De situatie in Indonesië laat zien dat democratische processen de macht van een onverdraagzame minderheid kunnen vergroten. Een onderzoek uitgevoerd door het Centre for the Study of Islam and Society, een denktank in Jakarta, toonde aan dat de toename van op de sharia gebaseerde verordeningen grotendeels het resultaat was van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen.
Steun aan islamistische wetten, ongeacht welke partij die opstelt, is wijdverspreid in islamitische landen. In Egypte laten opiniepeilingen zien dat een meerderheid achter wetten staat die gebaseerd zijn op de sharia, achter straffen uit de Koran en de bevoegdheid van geestelijken om wetten op te stellen. Maar dat is niet echt een kenmerk van de regeringspolitiek van de AKP in Turkije. De partij heeft meer moskeeën gebouwd en religieuze scholen geopend, de verkoop van alcohol aan banden gelegd en het verbod op de hidjab opgeheven. Maar de AKP heeft alcohol niet verboden en geen kledingvoorschriften ingevoerd. Eigenlijk lijkt de partij vaker de islam te gebruiken ten dienste van de politiek dan andersom.
Het is voor liberalen een verontrustende gedachte dat islamisten ook vanuit een minderheid bepalingen kunnen doordrukken. Maar dat is uiteindelijk een gevaar dat alle democratieën bedreigt en dat in een sterke democratie bestreden kan worden. Vandaar de overtuiging van sommige analytici dat verkiezingen en niet het liberalisme het belangrijkst zijn: een onvrije democratie is de voorloper van een vrije democratie. In voorheen autoritaire landen moet democratie de tijd krijgen om te wortelen en sterker te worden. De secularisten die in 2013 hebben geprobeerd de Broederschap uit de macht te ontzetten hebben dergelijke argumenten vaak gehoord. Alles wat Morsi deed, zo luidde het pleidooi, zou in de toekomst door seculierdere regeringen ongedaan gemaakt kunnen worden.
Tunesië
Als je dat serieus neemt, vertrouw je erop dat islamisten verkiezingen zullen houden als ze aan de macht zijn. Het schoolvoorbeeld hiervan is Tunesië. Veel leden van de Ennahda dromen van het stichten van een islamitische staat in het land, met sharia en al. Maar in het algemeen heeft de beweging, die is gesticht en nog steeds wordt geleid door Rashid Al-Ghannushi, zich gematigd opgesteld en een zeldzame bereidheid tot het sluiten van compromissen aan de dag gelegd.
Ennahda had geleden onder tientallen jaren dictatuur van Zine El Abidine Ben Ali, die de beweging had verboden. Toen Ben Ali in 2011 ten val was gebracht, kreeg een partij die door de beweging was opgericht bij de eerste vrije verkiezingen van Tunesië een meerderheid in het parlement. Maar in de regering hadden ze minder succes, de partij wist de bevolking van zich te vervreemden en velen stonden sceptisch tegenover de islamisten. Het deed er ook geen goed aan dat in 2013 ultraconservatieve moslims twee linkse politici vermoordden.
Het verzet tegen de Ennahda-regering mondde uit in heftige demonstraties die het fragiele democratische proces dreigden te verstoren. Maar in plaats van zich in te graven, zoals de Broederschap deed in Egypte, koos Ennahda ervoor om wat terrein prijs te geven (vooral na de coup in Egypte). Bij onderhandelingen over een nieuwe grondwet nam de partij liberale adviezen over, zoals de vrijheid van godsdienst. Ennahda droeg in januari 2014 de macht over aan een regering van technocraten. Ennahda verloor de volgende verkiezingen van Nidaa Tounes, een secularistische partij die speciaal was opgericht om de islamisten te verslaan. Ghannushi sloot meteen een verbond (en vriendschap) met Beji Caid Essebsi, de oprichter van de nieuwe partij. Sindsdien is Nidaa Tounes verdeeld, maar Ennahda heeft haar voordeel als grootste partij in het parlement niet uitgebuit. ‘In deze overgangssituatie hebben we behoefte aan een brede consensus,’ aldus Ghannushi.
Moslimdemocraten
Volgens Ghannushi is Ennahda geen islamistische partij, maar een partij van ‘moslimdemocraten’, vergelijkbaar met Europese christendemocratische partijen. De beweging heeft de politieke partij gesplitst van de religieuze tak, die nu enkel verantwoordelijk is voor dawah (bekeren en prediken). De politici mogen geen toespraken houden in een moskee; geestelijken mogen de partij niet leiden.
‘Ennahda put nog steeds haar inspiratie uit de islam,’ zegt Ghannushi, ‘maar de aanwezigheid van religie in de maatschappij is niet iets waar de staat over beslist of wat de staat regelt.’ Het moet een verschijnsel zijn dat van onderaf komt, en met een gekozen parlement vormt de plaats van religie in het parlement een afspiegeling van de mate waarin deze in de maatschappij een rol speelt. Secularisten en liberalen hebben lange tijd gehoopt dat het merendeel van de islamisten dat pad zouden volgen. In wezen hopen ze dat islamisten, die lang een protestbeweging waren, minder islamistisch worden als ze worden geconfronteerd met de werkelijkheid van de macht. Dat werpt andere vragen op. ‘Als islamistische partijen hun islamisme moeten opgeven zodra ze zijn gekozen (…) dan staat dat haaks op het wezen van de democratie: de idee dat regeringen ontvankelijk zijn voor, of zich ten minste aanpassen aan de wensen van het volk’, schrijft Hamid.
Conservatievere leden van Ennahda zijn niet gelukkig met de weg die de beweging heeft ingeslagen. Anderen twijfelen aan de oprechtheid van Ennahda, omdat ze menen dat angst voor repressie en opstand het belangrijkste motief voor hun matiging is – met andere woorden, dat hun handelen zuiver tactisch is. ‘We krijgen van alle kanten ervan langs,’ aldus Ghannushi.
Net als de ondergang van het islamisme in Egypte wordt de positievere ontwikkeling van het islamisme in Tunesië grotendeels bepaald door de context. Anders dan Egypte en Turkije heeft Tunesië geen sterk en gepolitiseerd leger. En waar de staatsrepressie in het Egypte van voor de revolutie de Broederschap lijkt te hebben verhard, zorgde die in Tunesië ervoor dat leden van Ennahda, die een cel deelden met andere oppositieleiders, een liberaler wereldbeeld ontwikkelden. De unieke uitdagingen waar het islamisme in ieder land mee werd geconfronteerd bepaalden ontegenzeggelijk de ontwikkeling ervan.
Vertaler: Paul Bruijn
The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180
Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.
Het moet wel raar lopen, wil Abdel Fattah al-Sisi aan het eind van dit jaar nog president zijn van Egypte, schrijft freelancejournalist Amr Khalifa. Zijn economische beleid is rampzalig en hij heeft steeds minder vrienden.
Traditioneel begint een nieuw jaar met hoop. Maar sinds de machtsgreep van Abdel Fattah al-Sisi is hoop in Egypte schaars geworden. Voor velen is het niet langer de vraag of Sisi moet vertrekken – maar wanneer en hoe dit zal gebeuren, en wie hem zal vervangen. Onlangs sprak ik een kennis, en al snel bleek dat dit gebrek aan hoop – en een toenemende woede – gemeengoed zijn geworden in ons land. ‘Drie jaar geleden kocht je een wasmachine voor 3500 Egyptische pond [175 euro],’ vertelde hij me. ‘Die kost nu 17.000 pond [850 euro].’
En dan is mijn vriend nog een stuk beter af dan veel Egyptenaren uit de middenklasse. Je moet, zoals zij, bezig zijn kopje onder te gaan om te begrijpen wat voor grimmigs er in het verschiet ligt: zonder snelle en duidelijke hervormingen is het onwaarschijnlijk dat Sisi het jaar als president afmaakt.
Militaire mentaliteit
Delen we het tijdperk-Sisi in tweeën, dan kunnen we vaststellen dat zijn eerste mislukkingen voortkwamen uit zijn militaire mentaliteit. Als een hamer dreef hij elk obstakel als een spijker de grond in. Of die ‘spijkers’ nu vreedzame Egyptische burgers met een islamitische levensovertuiging waren, of activisten met revolutionaire neigingen, intellectuelen, journalisten of anderszins – Sisi had bij zijn ambtsaanvaarding kennelijk besloten dat zijn stem de enige was die de Egyptenaren voortaan nog mochten horen. Sommigen opperden dat hij zichzelf zag als de nieuwe Nasser: een nationalistische autocraat die Egypte zou redden van economische en politieke neergang, maar dan wel volgens een methode die geen greintje kritiek verdraagt.
Het stond vast dat Sisi tot het handjevol mensen behoorde dat bevel had gegeven voor het bloedbad van Rabaa, waarbij ruim duizend Egyptenaren omkwamen. Toch kon hij zonder problemen president worden. De algemene verwachting was namelijk dat hij Egypte zou verlossen van de Moslimbroederschap. Maar het is één ding om met ijzeren vuist een groepering neer te slaan die de doodzonde had begaan om politieke oplossingen via een religieus infuus toe te dienen. Het is iets anders om te voorkomen dat het land in elkaar stort.
Nadat het regime eerst systematisch meer dan zestigduizend Egyptenaren had opgesloten vanwege hun politieke standpunten, begon men met het muilkorven van ngo’s en de media. Sommige Sisi-aanhangers stelden dat een corrupte minderheid binnen de Sisi-entourage verantwoordelijk is voor dit harde optreden. Sisi zelf houdt vol dat Egyptische journalisten een ongeëvenaarde vrijheid genieten. ‘Ik wil niet overdrijven…’ zei hij in september 2015. Om precies dát te doen door te vervolgen: ‘Maar de vrijheid van meningsuiting in Egypte is ongekend.’
De feiten spreken een andere taal. Reporters Sans Frontières [Verslaggevers Zonder Grenzen] omschreef Sisi een paar maanden geleden nog als een aartsvijand van de persvrijheid. De rampzalige investering in het Suezkanaal laat perfect zien waar dit toe kan leiden. Het project kostte 8 miljard dollar. Verspild geld, want de nieuwe waterweg leidde slechts tot 0,0033 procent meer tolbetalende schepen. Als Egyptische journalisten de vrijheid hadden gehad het project te onderzoeken en lezers erover te informeren voordat het zijn beslag kreeg, dan hadden we nu, in een periode van ongekende economische crisis, misschien een extra potje van 8 miljard euro gehad.
De tweede helft van het Sisi-tijdperk werd getekend door de volslagen mislukking van zijn economische beleid, nog verergerd door de rampzalige manier waarop hij buitenlandse betrekkingen onderhield, met name in de belangrijke Golfregio, waar het geloof in zijn evident overschatte leiderschap gaandeweg is verdwenen. Als een Egyptenaar uit de betere kringen de politieke en economische situatie al als instabiel beschouwt, hoe zal het dan de overgrote meerderheid van de Egyptenaren het afgelopen jaar te moede zijn geweest onder Sisi? Door in die beide cruciale kampen politieke aanhangers en invloed te verliezen, heeft Sisi zichzelf in de nesten gewerkt. Veel mensen in de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië die hem ooit steunden, leden van de Egyptische zakelijke elite en de gegoede burgerij, en niet te vergeten de 27 miljoen arme Egyptenaren, onder wie veel christenen: ze voelen zich allemaal door Sisi in de steek gelaten en zoeken in hoog tempo hun heil elders.
‘Ik weet niet hoe 2016 voor u was, maar voor mij was het een verschrikking’, tweette de Egyptische multimiljardair Naguib Sawiris eind december.
Er komt een punt dat zo veel Egyptenaren het koud hebben, honger lijden en boos zijn, dat geen enkele politieke of veiligheidsmaatregel de vloedgolf nog zal kunnen tegenhouden
Mocht Sisi in 2018 weer gewoon burger zijn, of eenzelfde lot ondergaan als zijn twee voorgangers en in de gevangenis belanden, dan zal de economische toestand hem de kop hebben gekost. Sinds de veelbesproken devaluatie van het Egyptische pond, die het IMF als voorwaarde bedong voor een lening van 12 miljard dollar, zijn de rentetarieven omhooggeschoten.
Toen ik in november enkele analisten sprak, deden de meesten twee voorspellingen: de inflatie en de prijzen zouden in Egypte omhoogschieten. En als gevolg daarvan zouden sociale vangnetten essentieel worden. Helaas voor het land en waarschijnlijk ook voor Sisi is de eerste voorspelling uitgekomen. De inflatie is met ten minste 20 procent gestegen – maar van noemenswaardige sociale vangnetten is geen sprake.
Hoe snel alles is achteruitgaan, bleek toen ik laatst via Skype met een Egyptische vrouw sprak. Ik zag dat ze een trui droeg en een deken over zich heen had. Ik wist dat het koud was in Caïro, dus vroeg ik haar waarom ze de verwarming niet aan had. Haar antwoord was veelzeggend: weet je hoe duur elektriciteit is geworden? Onder Sisi moeten Egyptenaren keuzes maken die indruisen tegen de menselijke waardigheid. Er komt een punt dat zo veel Egyptenaren het koud hebben, honger lijden en boos zijn, dat geen enkele politieke of veiligheidsmaatregel de vloedgolf nog zal kunnen tegenhouden.
Vertoruwde dynamiek
Wat Sisi’s politieke einde verder bespoedigt, is een onvermogen de natie op een andere manier te leiden dan als militair. De generaal, die goed wist dat zijn land bezig was naar de economische kelder te zinken, presteerde het toch om in 2015 voor bijna 12 miljard dollar wapens te kopen. Nu Egyptenaren uit alle lagen van de bevolking problemen hebben om rijst, suiker, thee en bakolie te kopen vanwege exploderende prijzen en een gebrek aan voorraden, is het niet meer dan logisch dat de woede zal overkoken. Zeker als men bedenkt dat er miljarden zijn besteed aan wapens waarmee de repressie kan worden gehandhaafd. Dit is een vertrouwde dynamiek voor dictaturen wereldwijd, en een met een vaak voorspelbare uitkomst.
Wie het verhaal van Sisi wil begrijpen, moet bedenken dat politiek en het behoud van macht een kwestie zijn van allianties en relatiebeheer, in een samenspel dat zo ingewikkeld is als Rubiks kubus. Zijn voorganger Morsi joeg veel te veel machtige kampen tegen zich in het harnas en betaalde daarvoor de prijs. Sisi is deze les vergeten. Het komende jaar zal hij er weer aan herinnerd worden. Hij zal een voetnoot in de geschiedenis worden op het moment dat bepaalde mensen bij de politie of in de hiërarchie van het leger beginnen in te zien dat zijn presidentschap strijdig is met hun belangen.
Niemand kan redelijkerwijs zeggen wanneer Sisi ten val zal komen. Wanneer, hoe en door wie: de antwoorden op deze drie vragen zijn nog in nevelen gehuld. Zoveel is zeker: in plaats van te proberen een groot aantal beleidsfouten te corrigeren, zet Sisi de mars naar de afgrond voort met zijn kenmerkende tragikomische flair. Houdt hij dit tempo aan, dan zal de voorspelling voor dit nieuwe jaar uitkomen, ruim voor het ten einde is.
Volgens de onafhankelijke nieuwswebsite Mada Masr verdient Sisi nog een kans. Het is beter om langzaam meer vrijheden te bevechten, dan in een burgeroorlog à la Syrië te belanden.
De nieuwe mobilisatie waarvan we getuige zijn laat zich samenvatten met de slogan ‘vrijheid, vrijheid’. Zeker, de aanleiding was de affaire rond de eilanden Tiran en Sanafir. Maar toen de betogers zeiden dat er nationaal grondgebied verdedigd diende te worden, ging het eerder om het verdedigen van de straat, waar men weer wilde kunnen lopen zonder gearresteerd te worden, of het voetbalstadion, waar men vrije toegang toe wilde hebben, of het stukje grond, dat men tegen speculanten wilden beschermen die samenspannen met een corrupte bureaucratie. Kortom, het ging minder om het verdedigen van de soevereiniteit van deze twee eilanden waarvan, om eerlijk te zijn, maar weinigen tot voor kort hadden gehoord, dan om de levensvrijheid op ons grondgebied.
Een Syrisch scenario
Ook al tonen degenen die het regime steunen tekenen van ontevredenheid, toch moeten die niet als revolutionair worden beschouwd. Want hun gehechtheid aan stabiliteit, hun angst voor de ineenstorting van de staat en hun vraagtekens bij het bestaan van een geloofwaardig alternatief zijn reëel en kunnen niet zomaar van tafel worden geveegd. De gemeenschappelijke sociologische belangen waarop het huidige regime stoelt zijn te belangrijk om niet serieus te worden genomen. Wanneer aanhangers van het regime vragen: ‘Wat is het alternatief dat jullie voorstellen?’, en wanneer ons gezegd wordt: ‘We willen geen Syrisch of Iraaks scenario’, dan moeten we die opmerkingen ter harte nemen. Anders dreigt het democratische kamp geïsoleerd te raken van de rest van de samenleving.
Sommigen begonnen al te dromen van een nieuwe revolutie. Ze zeiden dat het huidige regime verdeeld was en op het punt stond om te vallen. Maar er is niets ergers dan gokken op de interne verdeeldheid binnen het regime. Want daardoor worden de militanten tot eenvoudige instrumenten getransformeerd in handen van deze of gene machtsclan. Het werkelijke doel is momenteel om gewoon meer vrijheid te scheppen. En om gevangenen vrij te laten. De werkelijke strijd bestaat erin het regime ervan te overtuigen dat repressie een te zware wissel trekt.
Alle autoritaire regimes die Egypte heeft gekend, hoe repressief ze ook waren, hadden altijd een minimaal politiek doel voor ogen. Het huidige regime niet.
De demonstraties op maandag 25 april zijn verhinderd. De ordetroepen zijn erin geslaagd de optochten in de straten van Cairo uiteen te jagen, en in mindere mate ook in de provincie. De politie-interventie was krachtig, maar er zijn geen doden gevallen. Kortom, al met al konden de politiemensen hun missie als volbracht beschouwen, maar misschien hebben ze zich het volgende afgevraagd: ‘Goed, en wat gaan we nu doen, effendi?’ [‘Effendi’ is een Egyptische eretitel, half eerbiedig, half spottend.]
De veiligheidsdiensten hebben altijd een belangrijke rol gespeeld onder alle ondemocratische regimes die elkaar in Egypte zijn opgevolgd. Maar ze zijn nooit de enige machtsbasis geweest. De leiders hebben altijd gezorgd voor een politiek plan dat de meerderheid van de bevolking kon verleiden.
Ironie
Op die manier verwierf Gamal Abdel Nasser (president van 1952 tot 1970) steun bij de bevolking, hoe repressief zijn regime ook was. Hetzelfde gold voor zijn opvolger Anwar Al-Sadat (1970-1981). Vervolgens zorgde ook Hosni Moebarak (1981-2011) ervoor banden te onderhouden met de belangrijke en minder belangrijke families van het land. Hij beheerste bovendien de kunst de oppositie een zekere ruimte te laten.
De breuk voltrok zich tijdens de parlementsverkiezingen van november 2010, toen het regime plotseling besloot iedere vorm van onafhankelijke politieke meningsuiting te verbieden. Dat luidde het eind in van het regime, en het begin van de revolutie die Moebarak enkele maanden later zijn presidentschap zou kosten.
Het hebben van een politiek plan stelt de machthebber in staat zich minder op de ordetroepen te verlaten. Maar als de machthebber het politieke terrein verlaat, wordt de leegte opgevuld met grootscheepse repressie.
Op dit moment is er geen enkele figuur binnen het regime die met de jeugd kan praten
Op dit moment is er geen enkele figuur binnen het regime die met de jeugd kan praten. De enigen die nog uit naam van het huidige bewind spreken zijn demagogische journalisten die complottheorieën voeden. En de ironie van de geschiedenis wil dat terwijl de regeringsgezinde media de zogenaamde complotten van sommige andere landen aan de kaak stellen, het bewind zelf er prat op gaat steun van diezelfde landen te genieten.
Toen Nasser in de jaren 1950 zei dat de Verenigde Staten een complot tegen Egypte smeedden, ging hij tot het uiterste en verbrak alle bilaterale betrekkingen. Toen hij zei dat Europa een complot tegen ons smeedde, was hij bereid een oorlog te beginnen tegen Frankrijk en Groot-Brittannië tijdens de Suezcrisis in 1956. Maar het huidige bewind, dat niet in staat is te bewijzen dat het onschuldig is aan de dood van de Italiaanse student Giulio Regeni, weet niets beters te verzinnen dan deze zaak als een westers koloniaal complot af te schilderen!
Het zou een enorme vergissing zijn te geloven dat het volstaat om de openbare veiligheid van het land te bewaren. Want veiligheid is niet genoeg voor de presidentiële slogan ‘Leve Egypte!’.
Het eerste nummer van de ‘Hedendaagse Egyptenaar’ kwam in 2004 uit en koos de kant van de oppositie tegen het regime-Moebarak. De populaire krant is eigendom van een aantal zakenlieden. Sinds 2009 is er een Engelstalige website van dezelfde redactie: Egypt Independent.
Protesten in Cairo tegen president Sisi werden snel de kop ingedrukt. Maar uit de steun voor de demonstranten, de nerveuze reactie van het regime én de kritiek in de pers, blijkt dat er weer iets broeit in het land.
Begint het Egyptische regime van de kook te raken? Dat vragen de jongeren zich af na de golf van arrestaties, om niet te zeggen razzia’s, die enkele dagen voor 25 april plaats- vond in alle cafés in het centrum van Cairo waar jongeren tussen de achttien en dertig regelmatig komen.
De oproepen om te demonstreren op 25 april, de verjaardag van het vertrek van de laatste Israëlische soldaat uit de Sinaï, waren steeds talrijker geworden. Men wilde het regime ter verantwoording roepen voor het ‘verkwanselen’ van de eilanden Tiran en Sanafir in de Rode Zee, die waren teruggegeven aan Saoedi-Arabië. Deze datum was dus gekozen om het patriottisme van president Abdul Fatah al-Sisi, die daar in de drie jaar dat hij aan de macht is veelvuldig misbruik van heeft gemaakt, te overtreffen.
Volgens anonieme bronnen die werden geciteerd door de onafhankelijke krant Al-Shourouk had de president bevel gegeven alle betogingen te voorkomen. De officiële pers ontkende dit onmiddellijk. Maar zelfs een onafhankelijke krant zou zulke informatie nooit hebben durven publiceren zonder groen licht van een hoge instantie binnen het regime.
Volgens sommigen duidt dat op een ‘strijd om invloed tussen verschillende afdelingen van de veiligheidsdienst’, met name tussen de inlichtingendienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Met andere woorden, een strijd achter gesloten deuren waarvan het grote publiek alleen de naschokken voelt.
Je hoefde maar een dikke bos haar, een Che Guevara-baard en een schoudertas met een laptop te hebben om in de ogen van de ordetroepen voor een gevaarlijke revolutionair door te gaan
Op vrijdag 22 april leefde de veiligheidsobsessie zich dus uit op het centrum van Cairo, en vervolgens op andere steden, met de arrestatie van iedereen die van revolutionaire sympathieën werd verdacht. Je hoefde alleen maar een dikke bos haar, een Che Guevara-baard en een schoudertas met een laptop te hebben om in de ogen van de ordetroepen voor een gevaarlijke revolutionair door te gaan.
De getuigenissen van degenen die naderhand zijn vrijgelaten komen op meerdere punten overeen: de politieagenten bekeken hun gezichten nauwkeurig om ‘revolutionaire neigingen’ te bespeuren en onderzochten hun mobiele telefoons op sporen van politiek activisme. Het confisqueren van mobiele telefoons om de virtuele publieke ruimte te reguleren, de laatste ruimte die rest om meningen uit te wisselen, staat symbool voor een autoritaire manier van handelen die sinds de jaren zestig gelijk is gebleven. Het Egyptische regime blijft geloven dat straatprotesten het werk zijn van een of andere ‘geheime cel’ (of een kwaadaardige vijfde colonne) en dat je slechts die hoeft te ontmaskeren om iedereen het zwijgen op te leggen. Daarom neemt de Egyptische staat wraak door tal van militanten in de gevangenis te zetten. Militanten die alleen maar het topje van de ijsberg zijn, want eigenlijk zou de staat volgens die redenering miljoenen Egyptenaren moeten arresteren.
Maar er gebeurt wel degelijk iets in Egypte. Iets redelijkers en minder onnozels dan in 2011, tijdens de ‘Egyptische Lente’. Iets wat minder van een groots revolutionair elan getuigt dan van de wil om de politieke obstakels te slechten. En hoewel de officiële pers volhardt, net als aan de vooravond van de revolutie in 2011, in het publiceren van officiële communiqués, blijven de sociale netwerken de repressie trotseren en de namen publiceren van gearresteerde personen, waar de officiële pers slechts spreekt van ‘de arrestatie van enkele verdachten’.
Begin 2013 opgericht om de gedachte van de Arabische Lente te verdedigen tegenover religieuze en militaire tirannie.
CONTEXT: Herrie binnen het regime
Deze crisis duidt op heftige conflicten binnen het regime. Dat wordt al duidelijk als je alleen maar kijkt naar de manier twaarop de media er verslag van doen. We weten dat alle media verbonden zijn aan een veiligheidsdienst binnen de staat. Dus als bekende journalisten van de gevestigde televisiekanalen iemand uitnodigen die de regering vrijwel van hoogverraad beschuldigt, betekent dat dat verschillende clans binnen het regime het elkaar moeilijk proberen te maken. Elke clan vecht om de gunsten van het publiek. Ook is duidelijk dat het land op een kruispunt is aangeland. Daar zal iets nieuws uit voortkomen. Sommige gezichten zullen van het toneel verdwijnen en andere zullen er terugkeren door alleen maar vanuit de coulissen aan de touwtjes te trekken en te wachten tot ze de vruchten van hun inspanningen kunnen plukken. Er broeit iets, dat is wel zeker. Wat niet zeker is, is hoe het kamp van de revolutie en de democraten daarvan zal profiteren.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.