Tag: Skripal

  • Waar is Roman Abramovitsj?

    Waar is Roman Abramovitsj?

    De dagen van de rijke Russen in Londen lijken geteld. Lange tijd gold het VK als speeltuin voor oligarchen, met Roman Abramovitsj als lichtend voorbeeld. Maar nu lijkt de Britse regering het op deze lieveling van Poetin gemunt te hebben.

    Afgelopen augustus, toen supporters van de Chelsea Football Club in het Stamford Bridge-stadion toekeken hoe hun team de Londense rivaal Arsenal versloeg, rolde een groep op de bovenste tribune een twaalf meter breed rood-met-wit spandoek uit. ‘The Roman Empire’, stond er in koeienletters op, naast een foto van de eigenaar van Chelsea, de Russische miljardair Roman Abramovitsj. Vlak daaronder verkondigde een ander spandoek: ‘15 Years. 15 Trophies’.

    Abramovitsj was die dag niet bij de wedstrijd aanwezig. Hij is zelfs helemaal niet meer in Londen gezien sinds het Verenigd Koninkrijk afgelopen lente heeft nagelaten zijn visum te verlengen, kort nadat het Rusland had beschuldigd van het gebruik van een dodelijk zenuwgas op Britse bodem en de relatie tussen Londen en Moskou in een crisissfeer belandde.

    Abramovitsj kocht het bijna failliete Chelsea in 2003 voor 140 miljoen pond en heeft de club sindsdien meer dan 1,1 miljard pond geleend. Chelsea had de landstitel al sinds 1955 niet meer gewonnen. Zijn grote investering bracht daarin verandering en leidde tot een soort wapenwedloop in het Engelse voetbal. In sommige opzichten leek het op het Amerikaanse model: koop talent, koop titels en verkoop merchandise en mediarechten. Maar anders dan eigenaars van Amerikaanse sportteams leek Abramovitsj niet beducht voor gigantische verliezen. (En hij had niet te kampen met investeringslimieten, tot er in 2010 nieuwe regels van kracht werden.) Tijdens de wedstrijd tegen Arsenal hoonden de Chelseasupporters hun tegenstanders met de slogan ‘Wij hebben alles gewonnen!’, waarop de Arsenalfans terug scandeerden: ‘Jullie hebben alles gekocht!’

    De Britse wetgevers noemen de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico

    De Chelseafans zijn nog steeds dol op hun met geld smijtende eigenaar, ook al komt de Britse regering in opstand tegen het Kremlin. Nu overweegt Abramovitsj de verkoop van Chelsea, uit frustratie over zijn Britse visaproblemen en bezorgdheid over de mogelijke gevolgen als de VS de sancties tegen rijke Russen uitbreidt en ook hem op de korrel neemt. Volgens ingewijden heeft hij al een bod van ruim 2,3 miljard dollar (2 miljard euro) voor de club geweigerd, wat het hoogste bedrag zou zijn dat ooit voor een sportteam is neergeteld. Eerder dit jaar huurde Abramovitsj de New Yorkse zakenbank Raine Group LLC in om te adviseren over volledige of gedeeltelijke verkoop van de club. Volgens iemand die deze gesprekken heeft gevolgd zou Abramovitsj 3 miljard pond (3,4 miljard euro) willen. Zijn vertegenwoordigers weigerden ondanks talrijke verzoeken commentaar te geven op dit verhaal en verwezen voor alle communicatie naar zijn advocaten, die ook geen commentaar wilden leveren.

    Met een vermogen van 14,7 miljard dollar (12,7 miljard euro), verdiend met olie en metalen, weet Abramovitsj zich verzekerd van de zegen van de Russische president Vladimir Poetin. Media schrijven over nauwe banden tussen de twee, dankzij welke Abramovitsj enerzijds zijn rijkdommen kon vergaren, en Poetin anderzijds ervan kan meeprofiteren. De Russische president schijnt Abramovitsj zelfs te zien als een soort lievelingszoon. Deze status heeft hem nu in het kruisvuur van de dreigende Koude Oorlog 2.0 doen belanden. Maar hij is niet de enige Rus voor wiens visumverlenging is geweigerd; volgens Londense immigratieadvocaten schijnen Britse ambtenaren de meeste Russische visumaanvragen uiterst traag te behandelen om Poetin te straffen. Tegelijkertijd doet de Britse regering nauwkeurig onderzoek naar de rijkdom van Russen die Londen als basis gebruiken en noemen wetgevers de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico.

    ‘We hadden lastigere vragen moeten stellen, en daar zijn we de afgelopen twaalf maanden mee begonnen’, zegt Ben Wallace, de Britse minister van Veiligheid. ‘We behouden ons te allen tijde het recht voor om welk visum dan ook in te trekken. We hebben de macht om gewoonweg te zeggen: “Nee, dank u. U bent niet welkom.”’

    De aantoonbaar geheimzinnigste Russische miljardair Abramovitsj heeft al meer dan tien jaar lang geen interview gegeven. Met huizen in Aspen, Cap d’Antibes, Moskou, New York, Saint Barth en Tel Aviv zit hij bijna voortdurend in een van zijn jets. Desondanks is hij de avatar van Londongrad, de bijnaam die de Britse hoofdstad ontleent aan het grote aantal rijke Russen dat er woont. Hij heeft naar verluidt 90 miljoen pond (ruim 10,2 miljoen euro) betaald voor een herenhuis op enkele deuren van de Russische ambassade in Kensington. Als in een karikatuur van de Russische geldsmijterij kreeg hij in 2016 toestemming zijn huis uit te breiden tot 1850 vierkante meter om er een in zijn woorden ‘armzalig’ zwembad te dempen en een nieuw ondergronds zwembad en ‘personeelsverblijven’ toe te voegen. Vijf van zijn zeven kinderen hebben hun onderwijs grotendeels in het VK genoten.


    De huidige problemen van Abramovitsj hebben de rijke Russen in Londen de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Het is alsof er een granaat in de regering is gegooid, en niemand weet hoe het zal aflopen,’ zegt Dmitri Gololobov, een in Londen woonachtige advocaat die voor Yukos Oil Co. heeft gewerkt. ‘Iedereen is nu bezig zijn risico’s in het VK te minimaliseren. Niemand weet hoe grondig hij zal worden onderzocht.’

    Als reactie op de vertraging trok Abramovitsj zijn visumaanvraag in. Op 28 mei landde zijn Gulfstream G650 in Tel Aviv, waar hij een huis bezit in de exclusieve wijk Neve Tzedek. Als groot donateur aan Joodse goede doelen in Rusland en investeerder in meer dan een dozijn Israëlische tech-start-ups en durfkapitaalbedrijven kon Abramovitsj twee dagen later vertrekken met een Israëlisch paspoort op zak. Daarmee kan hij zes maanden lang in het VK verblijven zonder visum. Wanneer hij het staatsburgerschap heeft aangevraagd, is onduidelijk. Maar zeker is dat hij door deze zet in een klap de rijkste man van Israël werd. De dag nadat Abramovitsj Israël had verlaten maakte Chelsea bekend dat het voorlopig afziet van uitbreidingsplannen voor het stadium ter waarde van een miljard pond, als gevolg van het ‘huidige ongunstige investeringsklimaat’.

    ‘Abramovitsj heeft geld uitgegeven om een zeker aanzien in de Britse maatschappij te verwerven’, zegt de Britse Ruslandkenner Mark Galeotti. ‘Maar zijn verwachtingen ten aanzien van zijn belangrijke rol in het Britse voetbal zijn niet allemaal uitgekomen. Hij staat genoeg in de publiciteit en heeft genoeg banden met het Kremlin om nu als zondebok voor deze nieuwe campagne tegen Poetin te fungeren. Wellicht zal hij besluiten dat hij maar beter kan vertrekken.’

    Rich, Russian and Living in London

    Als financiële hoofdstad van Europa – met coulante regelgeving – heeft Londen altijd veel internationale investeerders aangetrokken die er een veilige haven vonden voor hun geld. Vooral voor Russen heeft de stad van oudsher een speciale aantrekkingskracht. Het is maar vier uur vliegen van Moskou en Londen biedt lagere belastingen dan Parijs. Er is ook een keur aan wereldberoemde privéscholen waar de statusgevoelige Russen graag hun kinderen naartoe sturen. Volgens officiële cijfers beliepen de Russische tegoeden in het VK eind 2017 22 miljard pond (bijna 25 miljard euro), maar daar zijn de offshore-activiteiten niet bij gerekend.

    Volgens een Brits parlementair rapport van afgelopen mei getiteld Moscow’s Gold is er de afgelopen twintig jaar 100 miljard pond (ruim 113 miljard euro) aan Russisch geld het VK binnengestroomd. Volgens de officiële telling wonen er 66 duizend Russen in het VK, maar volgens andere schattingen zijn het er wel 150 duizend. Er worden Russische debutantenbals gehouden in het vijfsterrenhotel Grosvenor House (al is de editie van 2018 net afgelast; te veel genodigden hebben visaproblemen), er zijn chique restaurants geopend met borsjtsj op de kaart en er is al een niet gering aantal tv-series en documentaires aan de Russen in Londen gewijd, waaronder in 2015 het BBC-programma Rich, Russian and Living in London. Eaton Square heeft zo veel Russen getrokken dat de Londenaren het inmiddels Red Square noemen.

    Tot voor kort was Londen ook de favoriete bestemming voor de verkoop van Russische obligaties en aandelen. Eind vorig jaar hadden meer dan honderd bedrijven uit Rusland en de voormalige Sovjet-Unie een beursnotering in Londen, met een totale waarde van zo’n 550 miljard dollar (bijna 475 miljoen euro). Een daarvan is Evraz Plc, de Russische staalgigant waarin Abramovitsj een aandeel van 30 procent heeft. De Britse regering heeft tussen 2008 en 2014 bijna zevenhonderd investeerdersvisa verleend aan Russen die bereid waren minstens een miljoen pond (ruim 1,1 miljoen euro) naar het VK te brengen. Om in aanmerking te komen voor een investeerdersvisum hoefden ze alleen maar aan te tonen dat de tegoeden de voorgaande drie maanden op hun naam hadden gestaan. Als ze het geld via een gift of lening van een door het VK erkende financiële instelling hadden verkregen, konden ze zich al kwalificeren. Het programma bleek zo populair dat de Britse regering de drempel eind 2014 verdubbelde en leningen uitsloot.

    Abramovitsj heeft zich tijdens de voor Rusland tumultueuze jaren negentig opgewerkt tot miljardair. Zoals te lezen in de biografie Abramovich: The Billionaire From Nowhere (2004) werd hij wees op zijn tweede en is hij grootgebracht door zijn oom in de Noord-Russische stad Oechta, voordat hij naar Moskou verhuisde om bij zijn grootmoeder te gaan wonen. Hij verliet de universiteit voor het ineenstorten van de Sovjet-Unie en verdiende zijn eerste geld met de verkoop van poppen in een marktkraampje.

    Toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin

    Tegen 1990 was hij een ambitieuze jonge oliehandelaar, en in 1995 kocht hij samen met Boris Berezovski het oliebedrijf Sibneft toen Rusland de staatseigendommen privatiseerde. Berezovski was destijds een prominente oligarch die een enorme invloed uitoefende op president Boris Jeltsin. Berezovski was namelijk lid van Jeltsins kring van politieke intimi, die bekendstond als ‘de Familie’. Tot die kring behoorden ook Jeltsins dochter Tatjana, economisch adviseur Aleksandr Volosjin en uiteindelijk Abramovitsj. In oktober 1999, toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin, die net premier was geworden. Volgens Alex Goldfarb, een Russische Amerikaan die een vertrouweling was van Berezovski, was het hun bedoeling om te zien met wat voor mensen Poetin zich omringde.

    Abramovitsj stond achter Poetin, aldus Goldfarb. ‘Abramovitsj heeft een belangrijke rol gespeeld bij de machtsgreep van Poetin’, zegt hij. ‘Hij heeft veel nauwere banden met hem dan andere oligarchen die alleen maar loyaal zijn terwijl ze zichzelf verrijken.’

    Berezovski viel later in ongenade bij het Kremlin en week uit naar het VK. In 2011 spande hij een proces aan en eiste hij 5 miljard pond (4,3 miljard euro) van Abramovitsj omdat hij hem van zijn aandelen in Sibneft en aluminiumgigant Rusal zou hebben beroofd. Tijdens de rechtszaak schilderde Berezovski Abramovitsj af als een heimelijke handlanger van het Kremlin. Hij beweerde dat Abramovitsj Poetin in 2000, vlak voordat deze president werd, heeft beloofd een jacht van 50 miljoen dollar (43 miljoen euro) voor hem te kopen. Ook zou hij Poetin hebben geholpen bij de samenstelling van zijn kabinet. Berezovski verloor het geding, maar de rechter oordeelde wel dat Abramovitsj ‘geprivilegieerde toegang’ tot Poetin had.

    ‘Ik heb alleen maar vrienden die in het Kremlin zitten of hebben gezeten’, zei Abramovitsj in 2003 tijdens een zeldzaam interview met Bloomberg, dat plaatsvond in een helikopter boven Tsjoekotka, de afgelegen Russische regio waar hij van 2000 tot 2008 gouverneur was. In 2005 gaf het Kremlin Abramovitsj toestemming te cashen door Sibneft aan het staatsbedrijf Gazprom te verkopen voor 13 miljard dollar (11,2 miljard euro). Tegen die tijd had Abramovitsj Chelsea al gekocht. Veel Ruslandwatchers zagen die aankoop als een verzekeringspolis voor het geval Poetin zich ooit tegen Abramovitsj zou keren, zoals de president zich ook tegen andere Russische oligarchen heeft gekeerd.

    De Britse stemming jegens Rusland verslechterde dramatisch na 4 maart jongstleden, toen de 67-jarige Sergej Skripal en zijn dochter Joelia met schuim op de mond waren aangetroffen op een bankje in Salisbury, een stadje ten zuidwesten van Londen. Skripal is een voormalige Russische militaire inlichtingenofficier die als dubbelagent heeft gewerkt voor de Britse geheime dienst. Sinds 2010 leidt hij een teruggetrokken leven in het VK. [In Reader # 14 publiceerden we het dossier ‘De spion is terug’, over onder andere de zaak-Skripal.] ‘Gifterreur tegen rode spion in VK’ kopte de krant The Sun toen de antiterreurpolitie het onderzoek overnam. De Skripals overleefden het en wonen nu op een schuiladres. Later overleed een Britse vrouw nadat ze was blootgesteld aan hetzelfde gif, een militair zenuwgas met de naam Novitsjok. De autoriteiten concludeerden dat duizenden mensen risico op blootstelling hadden gelopen.

    Acht dagen nadat de Skripals ziek werden, werd de Russische zakenman Nikolaj Gloesjkov dood aangetroffen in zijn huis in Londen met wurgsporen op zijn nek. De antiterreurpolitie onderzoekt de dood als moord. De regering onderzoekt intussen veertien eerdere sterfgevallen in het VK op links met Rusland. Een van de namen op die lijst is Berezovski, die in 2013 schijnbaar door zelfmoord om het leven kwam in zijn huis buiten Londen.


    De Britse premier Theresa May aarzelde niet om Rusland te straffen voor de aanslag op de Skripals en kondigde verhoogde veiligheidscontroles op vluchten aan, evenals een boycot van het WK in Rusland door Britse ministers en de koninklijke familie en de uitzetting van 23 Russische diplomaten. In september klaagde het Britse Openbaar Ministerie Aleksandr Petrov en Roeslan Bosjirov aan wegens het plegen van de aanslag op de Skripals. Toen May in het parlement verklaarde dat de twee mannen Russische militaire inlichtingenofficieren waren, hapte het Lagerhuis hoorbaar naar adem. Het Kremlin heeft iedere betrokkenheid ontkend. In september verschenen de twee mannen, die waren teruggekeerd naar Rusland, op de door het Kremlin gesteunde zender RT met de verklaring dat ze Salisbury alleen maar als toeristen hadden bezocht.

    In dezelfde weken na de vergiftiging waarin May onder druk kwam te staan om vergeldingsmaatregelen te treffen, verklaarde de regering dat ze het beleid voor investeerdersvisa ging herzien. Op hetzelfde moment kwam de visumverstrekking aan Russen vrijwel tot stilstand.

    Minister van Veiligheid Wallace zegt dat ‘legitieme’ Russische investeerders welkom zijn in het VK, maar hij dringt er bij westerse bondgenoten op aan meer actie te ondernemen tegen de malversaties waaraan het Kremlin zich wereldwijd schuldig maakt. ‘De vraag voor de internationale gemeenschap is: hoe vaak nog?’, aldus Wallace. Hij somt een lijst vijandige acties van de Russen op, waaronder de Novitsjok-aanslag, de invasie op de Krim en het neerhalen van vlucht MH17. ‘Ik heb me tot het corps diplomatique gericht, en ik heb gezegd: “Weet u, hier valt een les uit te trekken, namelijk dat als ze dit ons kunnen aandoen, ze het ook u kunnen aandoen.”’

    McMafia

    De VS heeft Rusland nog zwaarder aangepakt dan het VK, en naar het schijnt op een strategische manier. In april kondigde de VS sancties aan tegen zeven oligarchen, waarbij het Amerikanen verboden werd zaken met hen te doen. Namen werden weggelaten ‘zodat er ruimte bleef om er later meer aan toe te voegen’, zegt David Kramer, die onder president George W. Bush bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte en Rusland in zijn portefeuille had. Verdere sancties tegen Russische doelen worden vermoedelijk nog overwogen, zegt John Smith, die in mei aftrad als hoofd van het Office of Foreign Assets Control, het Amerikaanse bureau dat het sanctiebeleid uitstippelt.

    Mensen in de naaste omgeving van Abramovitsj zeggen dat hij is begonnen met de herstructurering van zijn holdings om zijn bezit te beschermen voor het geval de VS sancties tegen hem uitvaardigt. Twaalf jaar lang had hij een gezamenlijk belang in Evraz met twee partners, Aleksandr Abramov en Aleksandr Frolov, maar in september heeft hij zijn aandeel ondergebracht in een afzonderlijk bedrijf. Tegelijkertijd verkocht hij 0,05 procent van zijn aandeel in Crispian Investments Lt., dat een deel van het Russische mijnbedrijf Nornickel bezit, aan zijn partner David Davidovitsj, waarmee zijn eigendom tot 49,95 procent werd gereduceerd. Als hij door sancties zal worden getroffen, zullen bedrijven waarvan hij minder dan vijftig procent van de aandelen bezit buiten de wind blijven. Bovendien verkleint een vereenvoudiging van de aandeelhoudersstructuur het risico van repercussies tegen zijn partners.

    Als het Chelsea-avontuur van Abramovitsj het begin betekende van Londongrad, dan zal McMafia op een dag misschien als begin van het einde worden gezien. De tv-serie McMafia, gebaseerd op het gelijknamige non-fictieboek van Misha Glenny, gaat over een Russische investeerder in Engeland die verzeild raakt in de vanuit Londen opererende georganiseerde Russische misdaad. De serie is in januari en februari uitgezonden op de BBC (seizoen 2 staat voor later dit jaar op het programma) en werd het gesprek van de dag. De serie droeg ertoe bij dat de Britse regering werd opgeroepen het zwarte geld in de hoofdstad aan te pakken.

    Op papier lijkt het VK dat te doen. In januari gaf nieuwe wetgeving het National Crime Agency een wapen in handen genaamd de Unexplained Wealth Order (UWO). Hiermee kan de NCA eigendommen in beslag nemen waarvan wordt vermoed dat ze met illegale middelen zijn verkregen. De eigenaren zullen zo nodig moeten uitleggen hoe ze zich de aankoop ervan hebben kunnen permitteren. Tot dusver is het wapen nog maar één keer gebruikt, maar het agentschap zegt meer dan honderd personen en eigendommen te onderzoeken en verwacht later dit jaar nog twee keer een UWO in te zetten. Waarschijnlijk staan er Russen op de lijst.

    ‘De twee grootste illegale geldstromen die vanuit het buitenland dit land en deze stad binnenkomen, zijn afkomstig uit Rusland en China’, zegt minister Wallace. ‘We moeten deze mensen alle speelruimte ontnemen.’

    In mei heeft het Britse parlement sanctiewetgeving aangenomen die is vernoemd naar de Russische advocaat Sergej Magnitski. Magnitski werkte in Rusland voor de Britse fondsbeheerder Bill Browder en stierf in 2009 in een cel in Moskou nadat hij grootscheepse belastingfraude had ontdekt waarbij regeringsambtenaren waren betrokken. Net als de Amerikaanse Magnitsky Act geeft deze wetgeving het VK de mogelijkheid tegoeden te bevriezen en een visaverbod op te leggen aan personen die van mensenrechtenschending worden beschuldigd. Browder zegt dat Britse politici onder enorme druk staan om actie te ondernemen na het incident met de Skripals. ‘Als je als politicus toezicht houdt op het werk van de regering, accepteer je niet dat ze geen enkele actie onderneemt.’

    In spijkerbroek

    Mensen die Abramovitsj kennen zeggen dat als hij onder druk van al deze factoren afstand zal moeten doen van Chelsea, dat niet van harte zal gaan. Het team is een obsessie geworden. Als hij in New York is, kijkt hij samen met andere fans (en met zijn lijfwachten, die zich discreet op de achtergrond houden) naar wedstrijden van Chelsea in Legends, een sportcafé in het centrum. ‘Als je in zijn huizen of op zijn jacht komt, is er praktisch in ieder vertrek een scherm, bijna altijd met voetbal erop’, zegt een compagnon.

    De enorme uitgaven van Abramovitsj gaan gepaard met een onconventionele stijl. De meeste eigenaren van voetbalclubs bekijken wedstrijden keurig in het pak vanuit een directiebox, maar de eigenaar van Chelsea zit gewoonlijk in een spijkerbroek in een privébox, samen met vrienden. Hij heeft het stadion de afgelopen vier jaar minder vaak bezocht dan toen hij de club pas had gekocht, maar wel duikt hij sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar.

    Abramovitsj heeft de club op een agressieve manier geleid. Hij bemoeit zich met transfers en houdt sollicitatiegesprekken met beoogde trainers, die hij soms zelfs zijn huis in Kensington schijnt binnen te smokkelen via een ondergrondse ingang om ze te beschermen tegen de pers. Hij verslijt managers op een legendarisch tempo. Toen hij in juli Antonio Conte verving door Maurizio Sarri, werd Sarri de elfde manager van Chelsea in vijftien jaar.

    Het enige wat Abramovitsj niet is gelukt met Chelsea is geld verdienen – de club heeft maar één keer winst gemaakt, in 2014. Maar winst maken was waarschijnlijk nooit het doel, al kan hij misschien een lieve duit in zijn zak steken als hij verkoopt. Compagnons zeggen dat Abramovitsj de club zag als een mogelijkheid om een nalatenschap op te bouwen. Maar die kans schijnt nu wel verkeken.

    Auteurs: Stephanie Baker, David Hellier en Irina Reznik
    Met medewerking van Scott Soshnick en Yuliya Fedorinova
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Abramovitsj bij een wedstrijd van Chelsea. Hij duikt ook sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar. – © AP Photo/Matt Dunham

    Bloomberg
    Verenigde Staten | bloomberg.com

    Opgericht door Michael Bloomberg, de burgemeester van New York. Richt zich op de zakelijke en financiële markt.

  • Dossier: De spion is terug

    Dossier: De spion is terug

    Het schandaal rond de vergiftigde Russische ex-spion Sergej Skripal heeft de verhoudingen tussen Rusland en het Westen nog meer op scherp gezet.

    Over en weer werd een ongekend aantal diplomaten uitgezet. Daarmee herleeft een oude strijd tussen de Russische en Britse geheime diensten. Deze volgt op de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. De spionnen zijn dus terug, maar ze zijn niet meer hetzelfde als in de tijd van John le Carré.

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    2. De spion als pr-instrument

    3. Wapens, cash en kompromat

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

  • 2. De spion als pr-instrument

    2. De spion als pr-instrument

    Het grote publiek is gefascineerd door spionnen, maar de waarde van hun inlichtingen is beperkt, schrijft Simon Kuper. ‘Ze zijn vaak het meest van nut als ze in de openbaarheid treden.’

    Ik heb net een boek geschreven waarvoor ik me moest begeven in de wereld van de Russisch-Britse dubbelspionnen ten tijde van de Koude Oorlog. Ik zag hoe deze mensen van het ene land naar het andere wipten, de schrik waren van elke Britse premier en vermoord werden – als het Russen waren. (Britse verraders brachten het er meestal levend vanaf, vooral als ze uit de hogere kringen kwamen.)

    Er is weinig veranderd. De Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Joelia belandden onlangs in kritieke toestand in het ziekenhuis van Salisbury, nadat ze waren aangevallen met een zenuwgas uit de Sovjettijd. Voormalig geheime politieman Vladimir Poetin herschept zijn eigen achtergrond: de wereld van de Koude-Oorlogsspionage. Poetin kan ons manipuleren omdat hij weet dat het bij spionage niet om de geheimen gaat. Het gaat om de reactie van publiek, media en politici, telkens als er weer een spion wordt ontmaskerd.

    Voor twee landen die weinig met elkaar te maken hadden voordat rijke Russen het centrum van Londen koloniseerden, hebben Rusland en Groot-Brittannië opmerkelijk lang aan uitgebreide wederzijdse spionage gedaan. Maar het grootste deel daarvan leidde nergens toe. Britse dubbelagenten als Kim Philby en Guy Burgess hebben zich er vaak over beklaagd dat de Sovjets hun inlichtingen negeerden. Veel van de Britse documenten die Philby aan de KGB leverde, werden niet eens in het Russisch vertaald.

    Paranoia

    Een van de oorzaken was paranoia. Een verrader kun je wel rekruteren, maar nooit vertrouwen. De KGB verdacht een gouden dubbelagent als Philby er altijd van dat hij een Britse mol was. En zelfs als de Sovjets wel in bepaalde informatie geloofden, raakte die nogal eens kwijt. Soms waren de koffers vol Britse geheimen gewoon te veel van het goede. Soms raakte informatie versnipperd of verdraaid op zijn weg door de KGB-hiërarchie. En stonden de inlichtingen de baas niet aan, dan gingen ze meestal alsnog de prullenmand in.

    Dat werd de Russen noodlottig toen Richard Sorge, een Russische agent in Tokio, herhaaldelijk het Kremlin waarschuwde voor een Duitse inval in de USSR. Op 15 mei voorspelde hij dat de invasie op 22 of 23 juni zou plaatsvinden. Maar Sorges inlichtingen wekten het misnoegen van de baas: Stalin beschouwde Duitsland toen nog als een bondgenoot. (Er werd gezegd dat Hitler de enige persoon was die hij vertrouwde.) Stalin zette Sorge weg als ‘een eikel die zichzelf een mooi leventje heeft bezorgd met wat fabriekjes en bordelen in Japan’. De Duitse invasie op 22 juni kwam voor de USSR als een volslagen verrassing.

    Ook Chroesjtsjov en Brezjnev stonden vaak sceptisch tegenover de informatie gespitst op bepaalde stukjes inlichtingen, schrijft de vroegere Britse ambassadeur in Moskou, Rodric Braithwaite, in zijn boek Armageddon and Paranoia. Braithwaite legt uit dat spionage nuttig is om bepaalde geheimen te vinden: zeg een scheikundige formule voor de atoombom. Maar het helpt zelden om de bredere intenties van de tegenstander te doorgronden. Zo voorzagen de spionnen van de Sovjets en die van het Westen in de jaren tachtig geen van beiden dat de andere kant bereid zou zijn om samen te werken aan het beëindigen van de Koude Oorlog.

    Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend

    De meeste geheimen zijn trouwens gewoon ergens te vinden, bijvoorbeeld op een obscure technologiewebsite, of op bladzijde 437 van een wetenschappelijk boek dat niemand heeft gelezen. Kortom, ontdekkingen van spionnen hebben zelden invloed op regeringsbeleid. De wereld van de spionage is niet zozeer een schatkist, eerder een uitdragerij waarvan de eigenaar het overzicht over zijn voorraad is kwijtgeraakt. Spionnen, zegt spionageromanschrijver John le Carré, ‘leveren tweedehands inlichtingen die spannender zijn door de geheimzinnigheid waarmee ze zijn verkregen dan vanwege hun werkelijke waarde’.

    Die spannende geheimzinnigheid is inderdaad het belangrijkst. Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend. Daarom hebben spionnen het grootste effect wanneer ze opduiken uit hun duistere wereld. Elke keer als een Britse functionaris werd ontmaskerd als Russische spion – een bijna rituele gebeurtenis die zich tussen 1946 en 1963 geregeld voordeed – nam het vertrouwen van de Britten in hun samenleving verder af. Britse spionnen konden elkaar niet meer aankijken zonder te denken: Ben jij misschien een KGB-agent?

    De angst binnen de Britse inlichtingenwereld draaide uit op een paranoïde ‘mollenjacht’ door ‘spionnenvanger’ Peter Wright, die de inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig bijna verscheurde. Het werd een obsessie voor Wright om gerenommeerde Britse politici te ontmaskeren als Sovjetagenten. En zo veroorzaakten verraders als Philby een paranoïde verlamming binnen de Britse staat – niet door al die uren geheimen doorspelen aan contactpersonen in Londense bussen, maar door iets wat juist niet hun bedoeling was: hun ontmaskering.

    Evengoed is het Kremlin door het hacken van de saaie e-mails van de Amerikaanse Democratische Partij in 2016 waarschijnlijk ook niet meer over de VS te weten gekomen dan het al wist. Die hack was alleen belangrijk omdat de Russen (via Wikileaks) het materiaal openbaar maakten. De Amerikaanse media deden de rest. Rusland was van het aloude verzamelen van geheimen overgestapt op de informatieoorlog. Al dat lekken van verhalen heeft de presidentsverkiezingen duidelijk beïnvloed. Vervolgens zorgde de onthulling van de Russische rol (tegen de Russische wens in) ervoor dat de Amerikanen nog verder gepolariseerd raakten.

    Ook nu weer is de aanval op de afgedankte, onbeduidende dubbelagent Skripal voornamelijk een publiek statement. Rusland zegt tegen de Britten: wij kunnen in jullie land straffeloos moorden. En het zegt tegen machtige Russen in Groot-Brittannië: wij kunnen jou vermoorden. Omdat spionnen fascinerend zijn voor het publiek, komt de boodschap aan. (Eerdere mysterieuze sterfgevallen van Russische niet-spionnen in Groot-Brittannië hebben nauwelijks stof doen opwaaien.) De Russen gaan steeds bewuster paranoia zaaien. Net als veel andere Russische activiteiten in het buitenland verandert ook de Russische spionage in een pr-machine. Tegenwoordig is het de bedoeling dat Russische spionnen zichtbaar zijn.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Still uit The Spy Who Came in from the Cold.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 186.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • 1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    Waarom speelt de oorlog tussen de veiligheidsdiensten zich juist op Britse bodem af? Dat is de schuld van de Engelsen, aldus de Russische site InoSMI. ‘Zij zijn gijzelaars geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.’

    De opeenvolging van raadselachtige sterfgevallen van Russische vluchtelingen die zich al enkele jaren voordoet in Londen stelt ons eens temeer voor de vraag: waarom vindt deze massale liquidatie van overlopers eigenlijk plaats op de Britse eilanden? In andere westerse landen komt het niet voor. Waarom heeft de grootste kolonie van Kremlin-tegenstanders zich juist in Groot-Brittannië gevestigd, en waarom heeft de oorlog tussen Russische en Britse spionnen zich na het eind van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog voortgezet? Het antwoord is een mengeling van historische, psychologische en geopolitieke factoren. Er zijn veel boeken over het onderwerp geschreven, maar ik wil enkele belangrijke punten onderstrepen. Zonder die punten is het onmogelijk de zaak-Skripal te begrijpen, of de zaak-Litvinenko*, of andere ‘markante momenten’ in deze eindeloze spionagekroniek.

    Engeland is bij uitstek het land van de spionage. Al in de elizabethaanse tijd brachten zijn geïsoleerde ligging en zijn beperkte natuurlijke hulpbronnen Londen ertoe van spionage en diplomatie de belangrijkste instrumenten te maken om zijn wereldhegemonie veilig te stellen. Sir Francis Welshingham richtte op bevel van Elizabeth I een geheime dienst van de kroon op en wist daarmee talrijke samenzweringen te verijdelen, zowel binnenlands als internationaal. De beroemde toneelschrijver en dichter Christopher Marlowe behoorde tot zijn informanten. Jonathan Swift, auteur van Gullivers reizen, en Daniel Defoe, schepper van Robinson Crusoe, waren allebei aan de inlichtingendienst verbonden.

    De eeuw daarna mengde Engeland zich met zijn diplomatie en spionage in het Europese politieke spel en hanteerde daarbij met succes het ‘verdeel-en-heers’-principe. Om Frankrijk de wereldhegemonie te betwisten maakten de Engelsen Napoleon naar hartenlust het leven zuur door het financieren van complotten, coalities en ten slotte de opstand in de Vendée. De beroemde Britse tv-serie Sharpe laat zien hoe de Engelsen actief het Spaanse verzet steunden in gebieden die door de troepen van Napoleon waren bezet.

    Kolonel Lawrence (van Arabië), ook een agent van de Britse inlichtingendienst, maakte zijn opwachting in de spionagegeschiedenis door de enorme inspanningen die hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog getroostte om het Ottomaanse Rijk te vernietigen door middel van steun aan de Arabische opstand op het Arabisch-Palestijnse Schiereiland. De ‘Britse route’ leidde ook naar Rusland, inclusief de deelname van de Engelsen aan de moord op keizer Paul I en Grigori Raspoetin.

    Een van de belangrijkste principes van de Britse politiek is altijd het opvangen van alle dissidenten geweest die ‘in verzet tegen de tirannie’ waren gekomen, en in bredere zin alle mensen die de wetten van hun land waren ontvlucht. Het Verenigd Koninkrijk werd het toevluchtsoord voor duizenden ‘dissidenten’ uit alle landen, van de Franse vrijdenker Voltaire halverwege de achttiende eeuw en Karl Marx halverwege de negentiende tot leden van islamistische groeperingen anno nu. De overlopers van de USSR en Rusland vormen een aparte categorie binnen dit keurkorps: men treft er de voormalige KGB-kolonel Oleg Gordievsky aan, de Tsjetsjeense ‘krijgsheer’ Ahmed Zakajev en vele anderen.

    De Britse gastvrijheid stoelt op koele berekening: door het opvangen van vluchtelingen beschikt Londen over een doeltreffend middel om druk uit te oefenen op de betrokken landen en die te chanteren bij politieke onderhandelingen. Er is ook een materieel belang: mannen met twijfelachtige fortuinen uit alle hoeken van de wereld, en in de eerste plaats Rusland, nemen in allerijl de wijk naar Engeland en vullen daar de belastingpot. De spionnen leveren informatie, de belastingvluchtelingen brengen hun kapitaal mee en die voordelen wegen op tegen eventuele diplomatieke geschillen. De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zakharova, herinnerde er onlangs aan dat Rusland op uitlevering door Engeland wacht van minstens veertig aangeklaagde Russische staatsburgers.

    Laten we ook de mentaliteit van de Britse leidende klasse niet vergeten. Spionage als internationale sport beantwoordde aan de ‘voorliefde voor gevaar’ die werd gecultiveerd door de Engelse gentlemen, zodat de inlichtingendienst loten van de beste aristocratische stammen kon inlijven. Waar andere culturen zich eerder terughoudend opstelden tegenover het beroep van spion, is het in Engeland altijd omgeven geweest met een aureool van noblesse en een zekere romantiek. Iets wat je terugvindt in de literatuur, de film en de volkscultuur. Alleen al in de twintigste eeuw waren tal van beroemde schrijvers verbonden aan de Britse inlichtingendienst: William Somerset Maugham, Graham Greene, Anthony Burgess, Ian Fleming, John le Carré, Frederick Forsyth en Arhur Koestler.

    Niet voor niets wordt Engeland als het vaderland van de spionagethriller beschouwd. Geen enkele andere cultuur heeft het spionagethema zo uitgebreid en minutieus onderzocht. De lijst is eindeloos, dus laten we ons beperken tot enkele meesterwerken zoals The 39 Steps van Alfred Hitchcock (1939), The Third Man (1949), The Spy Who Came in from the Cold (1965) en The Ipcress File (1965), om nog maar te zwijgen van de eeuwige James Bond-serie (From Russia with Love etc.) en ten slotte de kaskraker Kingsman: The Secret Service (2014). De liefde van de Britten voor spionage laat zich verklaren door het feit dat ze het nut ervan inzien en zich ervan bedienen voor politieke doeleinden.

    Omdat deze ‘kunst’ zo hoog in aanzien stond, heeft de Engelse politieke elite de regels en risico’s ervan tot aan het vorige decennium geaccepteerd. Bij de zaak-Litvinenko, en meer nog bij de zaak-Skripal, lijken de gentlemen hun legendarische koelbloedigheid te zijn verloren. Rusland en alles wat daarmee te maken heeft is hun duidelijk een doorn in het oog. Vandaar dat de spionage gepaard gaat met russofobie. De combinatie van deze twee tradities, spionage en russofobie, verklaart voor een groot deel deze confrontatie die al decennia duurt en het gebruikelijke inlichtingenkader al lange tijd overstijgt.

    De russofobie begon in Frankrijk en Engeland na de napoleontische oorlogen, toen Rusland een invloedrijke mogendheid werd op het continent. In de jaren 1830, met de Poolse opstanden tegen het Russische Keizerrijk, kreeg de Europese russofobie duidelijk vorm. Daarbij speelde echter niet zozeer solidariteit met de Polen als wel de wil om Rusland te verzwakken. De betrekkingen tussen Engeland en Rusland kwamen nog meer onder druk te staan door de ‘Oosterse Kwestie’ en de bestemming van de Bosporus en de Dardanellen, die leidde tot de Krimoorlog (1853-1856) en wat ‘het Grote Spel’ werd genoemd, de geopolitieke confrontatie (met inzet van inlichtingendiensten en diplomatie) tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland in de tweede helft van de negentiende eeuw.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt

    In de jaren 1855-1865 publiceerden Alexander Herzen en Nikolaj Ogarev, onder het welwillende toeziend oog van de Britse autoriteiten, in Londen de eerste tegen de regering gerichte Russische tijdschriften die een beslissende invloed hadden op de liberale Russische intelligentsia. In het begin van de twintigste eeuw werd Engeland een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor Russische dissidenten, met name revolutionaire socialisten, mensjewieken en bolsjewieken. In Londen werden het historische tweede en vijfde congres (1903 en 1907) van de Russische sociaaldemocraten gehouden, waar Lenin aan deelnam en waar het bolsjewisme als beweging werd geïnstitutionaliseerd. Het vijfde congres werd grotendeels gefinancierd door Britse industriëlen die sympathiseerden met de Russische Revolutie.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt. Denk alleen maar aan de Lockhart-affaire (1918), de operatie Trust en Sidney Reilly (1925); de laatste had in Engeland de bijnaam ‘spionnenkoning’ en inspireerde Ian Fleming tot het personage James Bond. Ook de Vijf van Cambridge leven voort in de geschiedenis, de legendarische superagenten, onder wie de beroemde Kim Philby, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Sovjet-Unie werden gerekruteerd. De concurrentie tussen de diensten werd vooral levendig tijdens de Koude Oorlog, die duurde van 1946 tot 1991. De namen van de ‘helden’ en verraders van deze oorlog zijn welbekend. Vooral de Profumo-affaire, vernoemd naar de Britse minister van Defensie, zorgde voor sensatie en leidde tot het aftreden van de laatste in 1963. Het verhaal van escortgirl Christine Keeler, die zowel een verhouding had met Profumo als met Yevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst, hield de Britten in de ban als een spannend spionnenspel. In 1971 vond de grootste uitzetting van Sovjetdiplomaten uit de geschiedenis plaats, waarbij 105 agenten Londen moesten verlaten.

    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.
    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.

    Na de val van de USSR bleek de adempauze van korte duur: vanaf eind jaren negentig barstte de strijd tussen de inlichtingendiensten weer in volle hevigheid los. Londen werd het toevluchtsoord voor Russische oligarchen, economische criminelen, overgelopen spionnen en allerlei andere tegenstanders van Moskou. De beroemdste van hen, oligarch Boris Berezovski, stierf in 2013 onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Russische oppositie in Londen, naar hartenlust uitgebuit door de Britse inlichtingendiensten, is echter voor een groot deel oncontroleerbaar geworden en handelt volgens haar eigen regels. Dat is precies de reden voor een hele reeks onverklaarbare aanslagen die de competentie en de logica van de klassieke inlichtingendiensten te boven gaan en waarschijnlijk het belang dienen van derden. De politieke schade van deze afschrikkingsexecuties is enorm. Het is duidelijk dat de Britten gijzelaars zijn geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.

    Engeland heeft voortdurend geklaagd over en aanstoot genomen aan de dood van Russische overlopers, omdat het zelf de regels van dit spel heeft geschreven waarin de internationale oorlog van de geheime diensten zich precies op haar eigen bodem voltrekt. En dan gaat het niet alleen om de Russische diaspora, maar ook om de islamisten die politiek asiel hebben gekregen dankzij steun van de plaatselijke geheime diensten en die momenteel oncontroleerbaar zijn geworden en tal van terroristische aanslagen plegen op het grondgebied van hun gastheren.

    • Aleksandr Litvinenko, KGB-agent tussen 1988 en 1999, stierf in 2006 in Londen aan een poloniumvergiftiging.

    Auteur: Dmitri Dobrov
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man (1949).

     Sergej Skripal. – © HH
    Sergej Skripal. – © HH

    CONTEXT: De zaak-Skripal

    Op 4 maart 2018 werden de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter bewusteloos aangetroffen op een bankje in de Engelse stad Salisbury. Al heel snel bevestigden de Britse autoriteiten dat ze waren vergiftigd met novitsjok, een in Rusland geproduceerd zenuwgas. Omdat deze moordaanslag als een chemische aanslag op zijn grondgebied werd beschouwd, zette Londen drieëntwintig Russische diplomaten uit, waarna de Verenigde Staten en diverse Europese landen er op hun beurt ook meer dan honderd uitzetten. Moskou reageerde met dezelfde maatregel.

    Moskou is van mening dat er geen enkel bewijs is geleverd voor zijn verantwoordelijkheid voor de aanslag en spreekt van een westerse provocatie om Rusland te demoniseren en te isoleren. Terwijl de twee slachtoffers van Salisbury aan de beterende hand zijn, heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens op 18 april verklaard dat haar laboratoria niet hebben kunnen vaststellen door welk land of welk laboratorium de giftige stof is geproduceerd, aldus het Russische dagblad Gazeta.ru. Maar de Britse vertegenwoordiger van de organisatie laat geen enkele ruimte voor twijfel: ‘Wij zijn van mening dat alleen Rusland over de technische mogelijkheden, de praktische ervaring en de motivatie beschikt om deze operatie uit te voeren.’

    InoSMI
    Rusland | inosmi.ru

    InoSMI is een informatiesite die zich specialiseert in de Russische vertaling van artikelen uit de buitenlandse pers. Inderdaad, net als 360. De naam is een samentrekking van twee Russische woorden die ‘buitenlandse media’ betekenen. ‘Alles wat het waard is om vertaald te worden,’ luidt hun slogan. Naast redacteuren en vertalers telt de redactie ook auteurs van oorspronkelijke artikelen in het Russisch.