Tag: slaap

  • Waarom slechte slaap een zaak is van iedereen

    Waarom slechte slaap een zaak is van iedereen

    Oproepdiensten, onregelmatige werktijden en slaaptekort zijn geen privéaangelegenheid, maar een wijdverbreid politiek probleem. De meerderheid die een dag- en nachtritme kan aanhouden, profiteert van de minderheid die onvoldoende aan haar rust komt. Hoe kunnen we deze cyclus doorbreken?

    Voor Uber-chauffeurs die de eindjes aan elkaar moeten knopen, kan het verleidelijk zijn om in de auto te slapen. Daarmee worden een paar ritjes bespaard en kunnen de piekuren optimaal worden benut. De chauffeur blijft beschikbaar voor werk, en de app is zo gemaakt dat dat in je voordeel werkt. Er zijn parkeerplekken waar de slaapzakken na zonsondergang tevoorschijn komen, al is het maar voor vijf of zes uur.

    Slapen in een voertuig is om voor de hand liggende redenen niet geweldig: hoe lig je comfortabel, hoe ga je om met licht, temperatuur en met gebrek aan faciliteiten? Je slaapt over het algemeen kort en slecht. Dan is er het gebrek aan privacy, de blootstelling aan pottenkijkers, van voorbijgangers tot aan politie. Slapen in een auto is normafwijkend, en wekt daardoor argwaan. Slapen op je werkplek kan vernederend zijn vanwege een gevoel van permanente gebondenheid, misschien wel van uitbuiting. En je slaapt doorgaans alleen.

    De parkeerslaper is een schrijnend symptoom van het probleem van de slechte nachtrust in de wereld van nu. Mensen uit alle lagen van de bevolking en met allerlei beroepen, zowel in de openbare als in de particuliere sector, slapen slecht; de een nog veel slechter dan de ander. Tussen de uitersten van dakloosheid en luxe liggen allerlei vormen van stil leed. Een van de bijkomstigheden van de pandemie is dat er aandacht is gekomen voor de ongelijkheid op dit gebied, waarbij onder meer de uitgeputte arts en de oververmoeide bezorger symbool zijn komen te staan voor de uitzonderlijke eisen die aan sommigen worden gesteld. De verschillen op slaapgebied zijn zelden zo groot geweest.

    En dit roept vragen op over rechtvaardigheid. Er ontstaan schadelijke, onverdiende en vermijdbare vormen van ongelijkheid doordat de normen van de samenleving voor sommigen onverenigbaar zijn met wat hun lichaam nodig heeft. Er doet zich een reeks fysieke, materiële en sociale ontberingen voor. Als daardoor bovendien bepaalde rechten minder goed kunnen worden uitgeoefend, zijn de gevolgen ook politiek. Wie geen slaap krijgt, wordt van veel meer beroofd dan alleen van zijn nachtrust. Degenen die deze ontberingen niet lijden, dragen soms onbedoeld bij aan het voortduren van de problemen, en hebben er zelfs profijt van. Zo belanden we in het domein van de slaap-waakgerechtigheid, met spandoeken waarop staat: Geen gelijkheid zonder gelijkheid van goede slaap!

    Onderhandelbare behoefte

    Slaapproblemen zijn niet slechts symptomen van andere problemen. Ze staan ook op zichzelf. Slecht slapen kan slechte omstandigheden minder draaglijk of zelfs ondraaglijk maken, en brengt risico’s met zich mee. Mensen kunnen hun vermogen verliezen om iets aan hun omstandigheden te doen, waardoor andere nadelen langer door blijven werken. Mogelijkheden om een situatie te verbeteren, worden eerder over het hoofd gezien wanneer mensen moe en gedemotiveerd zijn. Slecht slapen is een ernstig nadeel dat nog meer nadelen oplevert.

    Slaap is een behoefte, maar wel een onderhandelbare behoefte. Door de tijd heen hebben samenlevingen uiteenlopende gewoontes gekend op dit vlak, en indien nodig kunnen mensen met minder toe. Iedereen weegt slaap af tegen andere prioriteiten. Die eigenschap brengt het risico mee dat een individu wordt uitgebuit, door zichzelf en door anderen. Ongelijkheid op slaapgebied blijft bestaan omdat de gevolgen kunnen worden uitgesteld – maar niet oneindig.

    Er wordt vaak gezegd dat mensen steeds korter slapen. Zo wordt beweerd dat de gemiddelde Noord-Amerikaan nu 6,5 uur per dag slaapt, tegenover 10 uur aan het begin van de twintigste eeuw. Dergelijke beweringen worden vaak betwist, en gemiddelden zijn sowieso misleidend. Een verandering van de uitersten zegt meer. Slaaptekort treft een steeds grotere minderheid van de beroepsbevolking. Daarbij spelen verschillende factoren een rol, variërend van technologische veranderingen tot kapitalistische productiviteitseisen. Zwakke vakbonden en lage lonen verhogen de eisen die aan individuele werknemers worden gesteld – de druk om overuren te maken, of om meerdere banen aan te nemen. Die druk doet denken aan die van de negentiende eeuw, beschreven door Karl Marx in ‘De arbeidsdag’ [hoofdstuk 8 uit Het Kapitaal, 1867], maar tegenwoordig zijn er minder werknemersorganisaties om die te beteugelen. Geluidsoverlast door de hedendaagse vervoersinfrastructuur speelt een rol, net als elektronische apparaten die steeds meer aandacht opeisen.

    Werknemers in ploegendienst noemen onregelmatig slapen een van de moeilijkste bijkomstigheden van hun werk

    Kort slapen betekent vaak ook onregelmatig slapen. Voor een aanzienlijke minderheid veranderen de slaaptijden kort op elkaar. Er wordt soms niet ’s nachts geslapen en de slaapplaats is onzeker. De dienstensector kent vele voorbeelden. De term ‘clopening’ [een samentrekking van ‘closing’ en ‘opening’] beschrijft ploegendiensten waarbij een werknemer een zaak (een café, een bar) ’s avonds laat sluit en de volgende ochtend weer opent, zodat er geen tijd is voor een volledige nachtrust. Ondanks pogingen om deze praktijk te verbieden, blijft deze wijdverbreid in Noord-Amerika en elders.

    Ook onregelmatig slapen kan een bron van uitputting zijn. Werknemers in ploegendienst noemen het een van de moeilijkste bijkomstigheden van hun werk. Het komt vaak voort uit een gebrek aan controle. In onzekere banen worden de roosters vaak op korte termijn gemaakt. In de VS krijgt een kwart van de werknemers in de dienstensector niet meer dan 72 uur van tevoren een oproep, volgens recent onderzoek van de Harvard Kennedy School. De planning is vaak geautomatiseerd, zodat er niemand is om tegen te klagen. De werknemer moet zich aanpassen of riskeert zijn baan; vooral vrouwen en minderheden hebben hieronder te lijden. In meer welvarende sectoren zorgt de opkomst van thuiswerken voor een extra verstoring van de rust, doordat de grens tussen werk en rust vervaagt.

    Een derde hedendaagse trend, die minder vaak besproken wordt, is de desynchronisatie van slaap. Meer dan 10 procent van de Britse werknemers werkt ’s nachts, vooral in de zorg, de verpleging, de spoedeisende hulp en transport – een stijging van 3 procent in vijf jaar. Een soortgelijke trend doet zich ook voor in ontwikkelingslanden. Door outsourcing van callcenters en IT-diensten naar Oost-Europa en Azië zijn groepen werknemers ontstaan die geacht worden zich aan de tijdzones van de westerse markten te houden. Zo ontstaat een minderheid die gedwongen afwijkt van de plaatselijke norm. Naarmate de pandemie voor nieuwe onlinediensten zorgt – bijvoorbeeld in het onderwijs of de gezondheidszorg, en zowel in het Westen zelf als op westerse markten – komt een 24/7-wereld steeds dichterbij.

    Slaapkloof

    De inkorting, onregelmatigheid en desynchronisatie van slaap hebben niet enkel negatieve aspecten. De economische productiviteit kan toenemen. Individuen kunnen aansluiting vinden bij internationale markten. Nachtarbeiders hebben bijvoorbeeld het voordeel van afwezige bazen. Maar de ontwikkelingen roepen de vraag op wie de kans krijgt goed te slapen, en wel op zo’n manier dat het in zijn of haar leven in te passen valt.

    Zoals een Britse arts in 2016 aan The Guardian vertelde: ‘Vorig jaar forensde ik 16 kilometer over kronkelige landweggetjes, en na een reeks van zeven opeenvolgende nachtdiensten (in totaal een negentigurige werkweek) botste ik met mijn auto tegen een stenen muur voor mijn huis. Gelukkig bleef het beperkt tot materiële schade. Mijn ziekenhuis had geen rustfaciliteiten na een nachtdienst, dus als ik om tien, elf uur ’s ochtends klaar was met mijn dienst, moest ik beslissen of ik het risico zou nemen om naar huis te rijden of in de gemeenschappelijke personeelsruimte zou slapen, waar mijn collega’s van de dagdienst hun pauzes hielden. Dit is geen waardige situatie. Het is niet veilig en het is niet eerlijk tegenover artsen die gedwongen worden deze beslissingen te nemen, noch tegenover de patiënten die zij behandelen.’

    Slecht slapen beïnvloedt iemands stemming, en daarmee zijn inschattingsvermogen

    Een verhoogd risico op ongevallen is een van de meest dramatische gevolgen van kort en onregelmatig slapen. Twee op de vijf artsen in het Verenigd Koninkrijk hebben gemeld wel eens achter het stuur in slaap te zijn gevallen, en enkelen zijn daarbij om het leven gekomen. Andere gevolgen van slecht slapen zijn zwaarlijvigheid, infecties, psychische aandoeningen, aandachttekort en een zwak geheugen. Slecht slapen verergert ook andere problemen. Het beïnvloedt iemands stemming, en daarmee zijn inschattingsvermogen en zijn beleving. Zo kunnen nadelen die samenhangen met klasse, afkomst en geslacht worden versterkt. Minder bevoorrechte groepen slapen meestal minder regelmatig, hebben minder controle over hun slaaptijden, minder motivatie om hun hoeveelheid slaap in de gaten te houden en minder invloed op de normen in de samenleving.

    Je zou kunnen spreken van een ‘slaapkloof’ tussen degenen die slaap tekortkomen en degenen die uitgerust zijn. Degenen aan de verkeerde kant van deze verdeling zijn niet alleen degenen die korter slapen dan gemiddeld, maar ook degenen met afwijkende behoeften. Verschillende chronotypes reageren verschillend op de eisen van de samenleving. Vooral ‘van nature lange slapers’ hebben te lijden onder korte of onregelmatige slaap. Zieken kunnen een grotere behoefte aan slaap hebben. Leeftijd speelt ook een rol: etnografisch onderzoek wijst uit dat onregelmatig slapen nadeliger wordt naarmate mensen ouder worden. En dan zijn er nog de ‘leeuweriken‘ of ‘nachtbrakers‘, met een aanleg om vroeg respectievelijk laat op te staan, voor wie zelfs standaardroosters van werk of onderwijs moeilijk vol te houden zijn. Zij lijden onder een constante doorbreking van hun natuurlijke ritmes.

    Vanuit een libertarisch perspectief zou je kunnen zeggen dat ongelijkheid op slaapgebied geen kwestie van onrecht is, maar een weerspiegeling van de keuzes die mensen maken. Die Uber-chauffeurs die een paar uurtjes slaap pakken op de parkeerplaats leiden misschien een oncomfortabel leven, maar hebben ze daar niet zelf voor gekozen? Het probleem is natuurlijk dat individuele keuzes vaak worden gemaakt vanuit een gebrek aan alternatieven. Zelfs de zogenaamde zelfstandigen kunnen er door platformtechnologie toe worden gedwongen langer en onregelmatiger te werken dan zij zouden willen. En wie chronisch slaaptekort heeft, is zich mogelijk niet bewust van zijn vermoeidheid, waardoor de eigen toestand niet goed kan worden ingeschat. Individuele beslissingen hebben bovendien gevolgen voor anderen, voor familie, buren en vreemden.

    Slaapminderheid

    Dit laatste wordt het duidelijkst als we kijken naar de gevolgen van slaapdesynchronisatie. Neem een medewerkster van een callcenter die een late dienst heeft en in de vroege uurtjes thuiskomt in de kleine flat die ze deelt met haar ouders. Ze slaapt op de bank om hun slaap niet te verstoren, maar haar vader slaapt licht en wordt wakker – de nacht begint met een ruzie. Die speelt nog door in haar hoofd als ze het te rusten legt, maar ze slaagt erin de slaap te vatten. Ze slaapt een paar uur vast, totdat de ouders om zeven uur opstaan om koffie te zetten. Ze vraagt hen stil te zijn en de radio zachter te zetten – dat doen ze even, maar de muren zijn dun, en de tweede keer dat ze het vraagt luisteren ze niet. Buiten gaat een groep luidruchtige kinderen op weg naar school. Het is te warm om het raam dicht te doen. Rond halfnegen is het even stil, maar dan begint boven een boormachine. Ze spreekt haar buurman aan, maar die kan er niets aan doen, want de bouwvakkers willen het zwaardere werk ’s morgens doen, en ze hebben al een uur moeten wachten.

    Deel uitmaken van een slaapminderheid betekent verstoken zijn van de steun van sociale normen. Nachtslapers kunnen degenen die hen storen vragen om stil te zijn, en mogen verwachten dat hun persoonlijke ruimte wordt gerespecteerd. Dagslapers moeten assertiever zijn in het verdedigen van hun rust en privacy, en lopen veel meer kans genegeerd te worden of een uitbrander te krijgen. Wanneer ze ’s nachts wakker zijn, kunnen ze ervan worden beschuldigd de privacy van anderen te verstoren of zich zelfs verdacht te gedragen. Deel uitmaken van een slaapminderheid maakt dus kwetsbaar voor veroordeling. Het betekent jezelf moeten rechtvaardigen.

    Slaapproblemen vergroten de bestaande ongelijkheid op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs

    Het brengt ook een meer praktische ongelijkheid met zich mee. Van huisartsen- en tandartspraktijken tot scholen en universiteiten – alle openbare instellingen in de hedendaagse samenleving zijn nog altijd overdag open, ten nadele van minderheden die een ander ritme hebben. Niet alleen dagslapers worden rechtstreeks getroffen, ook hun gezinsleden. Werknemers in ploegendienst met schoolgaande kinderen zitten gevangen tussen twee slaaproosters en worden belast met de eisen van beide. Bij hun kinderen is vaker sprake van schoolverzuim en gedrags- en medische problemen. De problemen vergroten de bestaande ongelijkheid op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs, en hebben genderspecifieke effecten voor partners die thuis samen de lasten proberen te dragen.

    Deze ongelijkheid is niet rechtvaardig zolang de gevolgen ongekozen of onverdiend zijn. Belangrijke minderheden worden uitgesloten van voordelen die de meerderheid wel heeft. Sterker nog, de meerderheid kan profiteren van het ritme van de minderheden, bijvoorbeeld omdat werknemers in ploegendienst sociale functies vervullen. Het zou pas eerlijk zijn als degenen die volgens een ‘normaal’ (nachtelijk) schema slapen, niet zouden meeliften (of goedkoop profiteren) van de offers van degenen die volgens een onregelmatig schema slapen.

    De meest schadelijke vormen van ongelijkheid in verband met slaap zijn wellicht van politieke aard. Om aan burgerrechten te voldoen zijn ondersteunende middelen nodig, zoals economische en persoonlijke zekerheid, en de tijd en energie die mensen in staat stellen om verder te kijken dan hun directe behoeften. Wanneer de hoeveelheid slaap beperkt is, van slechte kwaliteit of op een zodanig tijdstip wordt gepland dat andere activiteiten worden belemmerd, lijdt de burgerlijke betrokkenheid daaronder.

    Een vermoeide bevolking zal waarschijnlijk eerder instemmen met regimes die minder participatie verlangen

    Er wordt gezegd dat chronisch vermoeiden minder vaak gaan stemmen en minder protesteren. Wie onregelmatig slaapt, heeft meer moeite de betrokkenheid in te plannen. Nachtwerkers kunnen zich bovendien vervreemd voelen van zaken en instellingen die zich overdag voordoen. Het feit dat slaapachterstanden vaak samengaan met andere vormen van achterstand betekent dat degenen die minder geneigd zijn om hun politieke rechten uit te oefenen, mogelijk degenen zijn die deze rechten het hardst nodig hebben. Beleidsmaatregelen waarvan zij zouden kunnen profiteren – zoals eerlijke compensatie voor arbeid die hun slaap aantast – worden minder waarschijnlijk als zij niet bij dit beleid betrokken worden. De desynchronisatie van slaap vermindert ook de hoeveelheid overlappende vrije tijd waarin mensen zich politiek kunnen organiseren. Actief burgerschap, van protesten tot partijvergaderingen, is enkel mogelijk als er voldoende vrije tijd is en neemt af wanneer mensen zo uitgeput zijn dat ze enkel rust en privacy verlangen.

    Een vermoeide bevolking zal waarschijnlijk eerder instemmen met regimes die minder participatie verlangen. Vermoeidheid vermindert het vermogen van een individu om zelf beslissingen te nemen. Het remt de cognitieve functies af die nodig zijn voor een op de ander gerichte, weloverwogen en daadkrachtige blik. En het leidt waarschijnlijk tot politieke vervreemding en tot de acceptatie van vormen van bestuur die de besluitvorming in handen leggen van elites.

    Erich Fromm merkte in Escape from Freedom (1941) op dat autocratische vormen van politiek gebaat zijn bij een bevolking die lijdt aan een ‘toestand van innerlijke vermoeidheid en berusting, (…) kenmerkend voor het individu in het huidige tijdperk, zelfs in democratische landen’. Voor Fromm, een psychoanalyticus, was een dergelijke kwetsbaarheid een van de omstandigheden die de opkomst van het fascisme in zijn geboorteland Duitsland mogelijk hebben gemaakt. Hij wees zelfs op Hitlers vermogen om een publiek te manipuleren door op hun uitputting in te spelen:

    ‘Hij [Hitler, in Mein Kampf] aarzelt zelfs niet om toe te geven dat de lichamelijke vermoeidheid van zijn publiek een welkome voorwaarde is voor hun suggestibiliteit. Over de vraag welk uur van de dag het meest geschikt is voor politieke massabijeenkomsten zegt hij: “Het schijnt dat ’s morgens en overdag de wilskracht van de mensen het best opgewassen is tegen degenen die hun mening en wil opdringen. ‘s Avonds echter bezwijken zij gemakkelijker voor de overheersende kracht van een sterkere wil.”’

    Volgens Fromm hoopte de autoritaire heerser dat hij zijn mensen vanuit hun behoefte aan slaap kon manipuleren in te stemmen met een vermindering van hun politieke rechten.

    Synchroon slapen

    Slaap kan ook een manier zijn om te verdelen en te heersen, inspelend op de concurrentiedrang en onzekerheid bij de bevolking. Een van de functionele verklaringen voor synchroon slapen in moderne samenlevingen heeft te maken met conflictpreventie en solidariteit. Wanneer mensen synchroon slapen, is er minder reden voor individuen om bang te zijn dat anderen winst maken ten koste van hen. Echte rust, zou men kunnen zeggen, hangt af van de wetenschap dat anderen ook rusten, zodat er geen sprake is van concurrentie. Met de desynchronisatie van slaap in een 24/7-maatschappij gaat dit niet langer op. De volgende auto op de parkeerplaats staat al klaar, de Uber-app wacht op een bevestiging. Hoe een individu zijn slaap ook indeelt, hij moet rekening houden met de activiteit van wakkere collega’s. Hij moet rekening houden met het vooruitzicht iets te missen, zowel op het werk als in de maatschappij in het algemeen. Wie slaapt terwijl anderen met elkaar in contact staan, loopt altijd de kans dat belangrijke dingen buiten hem om gebeuren – dat tegen de tijd dat hij ontwaakt, het momentum al voorbij is.

    Als slapen tegenwoordig in het overheidsbeleid al aan de orde komt, dan wordt het meestal gebracht als een kwestie van zelfzorg. Individuen worden aangemoedigd om de juiste keuzes te maken. Dit patroon komt terug in het publieke debat, waar ‘slaaphygiëne’ wordt aanbevolen, zoals het streven om rond tien uur ’s avonds te gaan slapen. Als aanpak van slaap-waak gerechtigheid is dit zeer ontoereikend. Zulke reacties neigen ertoe slaap en ongenoegens erover persoonlijk te maken. Individuen verantwoordelijk stellen voor collectieve problemen is over het algemeen al een slecht idee, maar helemaal als het op slaap aankomt, aangezien gevoelens van persoonlijke verantwoordelijkheid extra onrust opwekken.

    Interessanter is de vraag of bestaande samenlevingen kunnen worden heringericht op een manier die de slaap-waakgerechtigheid ten goede komt. Wat zou dat inhouden? In de eerste plaats het aanpakken van de oorzaken van een korte en onregelmatige slaap. Naast controle op de werkweek zou men kunnen kijken naar controle op de lengte van diensten. Arbeidsrechten die werknemers meer zeggenschap geven over hun roosters zijn van cruciaal belang en in opkomst, bijvoorbeeld in de vorm van wetten inzake langer van tevoren bekendgemaakte (of vaste) roosters in de VS. Intussen biedt de voorgestelde EU-wetgeving inzake het recht om ‘uit te schakelen’ tijdens een aantal uur waarin van werknemers niet wordt verwacht dat zij op werkaanbiedingen reageren, enige garantie voor rusttijden. In veel sectoren, zo is gebleken uit aanpassingen tijdens de pandemie, zou werknemers meer vrijheid kunnen worden gegeven om te bepalen wanneer zij beginnen met werken.

    Recht op slaap

    Sommigen vinden dat slaap wettelijk beschermd moet worden: het ‘recht op slaap’. Maar dat lost het probleem van desynchronisatie niet op. Men zou kunnen streven naar een homoritmisch model, waarin het ideaal van gesynchroniseerde slaap centraal staat. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld arbeidswetten die bepaalde uren aanwijzen voor gemeenschappelijke rust, naar het voorbeeld van wetten op de zondagshandel. Waar sprake is van internationale economische betrekkingen, is regelgeving nodig om de economische activiteit opnieuw te lokaliseren. Maar uiteindelijk kan geen enkele moderne samenleving streven naar een situatie waarin iedereen gelijktijdig slaapt. Ziekenhuizen en sommige andere instellingen moeten ’s nachts open zijn, dus een zekere mate van desynchronisatie moet worden aanvaard.

    Een alternatief is om de desynchronisatie van de slaap te omarmen – een polyritmisch model. Dit zou inhouden dat verschillende slaaproosters mogelijk worden gemaakt, zodat de mate waarin een slaaprooster verstorend en benadelend kan werken, afneemt. Een dergelijke benadering respecteert de verschillende biologische behoeften van mensen en meer vrijheid om hun leven in te delen. Men kan zich een wereld voorstellen waarin dit model vrijelijk wordt omarmd – als een utopisch ideaal in plaats van een ongewenste realiteit.

    Er zouden strengere regels moeten komen voor geluids- en lichtisolatie, voor sociale afstand en betaalbaarheid

    Openbare instellingen zouden op alle uren toegankelijk moeten zijn – dus daginstellingen zouden dag-en-nachtinstellingen worden. Het gaat dan over UWV-kantoren, huisvestingsbureaus en stadskantoren, maar ook om vakbonden en politieke partijen. Minder voor de hand liggend is de oprichting van 24-uurs-burgercentra, met voorzieningen als wifi en openbare eetgelegenheden. Deze bieden een plek voor sociale interactie en zouden bijvoorbeeld een alternatief vormen voor het junkfood waar mensen die op onregelmatige tijden werken gewoonlijk op zijn aangewezen. Meer nationale feestdagen om de nachtrust te herstellen en gemeenschappelijke perioden van vrije tijd kunnen politieke betrokkenheid stimuleren. Instellingen en bedrijven kunnen worden verplicht tot een minimumduur voor besluitvormingsprocessen, zodat op elk moment binnen een periode van 24 uur kan worden gereageerd en bezwaar kan worden gemaakt.

    Maar bij een polyritmische aanpak komen ook allerlei aspecten van sociale hervorming kijken. Hoge woondichtheid, van flatgebouwen tot rijtjeshuizen, dateert vaak uit een tijd waarin mensen op ongeveer dezelfde tijden werkten, zodat ze minder last hadden van elkaar. Om ze aan te passen aan een tijdperk van gedesynchroniseerde activiteit zouden er strengere regels moeten komen voor geluids- en lichtisolatie, voor sociale afstand en betaalbaarheid. De mogelijkheid om ruimer te wonen, vooral in de context van thuiswerken, lijkt van cruciaal belang om de ongelijkheden op slaapgebied te verminderen. Hiermee raken we aan de basis van hoe de maatschappij en de economie zijn georganiseerd.

    Pleitbezorgers

    Het probleem hiermee is dat deze aanpassingen een zekere mate van goede wil van de overheid veronderstellen. Veel van de besproken politieke uitdagingen ontstaan omdat hiervan juist weinig sprake is. En juist om die reden moeten mensen in staat worden gesteld deel te nemen aan democratische processen. Een uitgeruste bevolking, en alles wat nodig is om daarvoor te zorgen, heeft bij overheden misschien een lage prioriteit, en is misschien zelfs ongewenst. Wat zou het betekenen om de gevolgen van een slechte nachtrust aan te pakken zonder de steun van een overheid – op een manier die meer doet denken aan de negentiende-eeuwse strijd die Marx beschreef?

    Het is moeilijk om een zogenaamde slaapkloof aan te pakken; degenen die slecht slapen hebben misschien hooguit dat kenmerk gemeen. Het kunnen ook minderheden van tijdelijke aard zijn, in die zin dat werkroosters van tijd tot tijd worden aangepast. Een van de uitdagingen rond slaap-waakgerechtigheid is dat het niet duidelijk is wie de pleitbezorgers ervan zouden zijn.

    Het fundamentele probleem is dat alleen instellingen en organisaties – die ver afstaan van de kwetsbaarheden van het individu – de druk van vermoeidheid kunnen weerstaan en kunnen proberen de oorzaken ervan aan te pakken. Mensen die te maken hebben met korte, onregelmatige en gedesynchroniseerde slaap, zullen daar in het algemeen juist moeite mee hebben. Mensen die vermoeid zijn en door hun rustschema’s van elkaar worden gescheiden, zijn des te afhankelijker van instellingen als een politieke partij of beweging of een vakbond, maar kunnen daar vaak geen beroep op doen vanwege hun positie. Als de vermoeide minderheden een halt willen toeroepen aan de neerwaartse spiraal van het slechte slapen, moet het initiatief waarschijnlijk van de uitgeruste meerderheid komen.

    Jonathan White is hoogleraar politicologie aan de London School of Economics and Political Science en visiting fellow aan The New Institute in Hamburg. Co-auteur van onder meer The Meaning of Partisanship (2016); auteur van Politics of Last Resort: Governing by Emergency in the European Union (2019).

    Lees ook:

  • Waarom hebben we slaap nodig?

    Waarom hebben we slaap nodig?

    In een gloednieuw laboratorium in Japan probeert een internationaal team van wetenschappers uit te zoeken waarom levende wezens slapen.

    Tsukuba, een uur rijden ten noorden van Tokio. Bij het International Institute for Integrative Sleep Medicine hangt de zware bloemengeur van de schijnhulst en weven grote zijdespinnen hun web tussen de takken. Bij de ingang staan twee mompelende bouwvakkers op de leigrijze muur een vlak af te meten waarop ze lijm aanbrengen: het gebouw is zo nieuw dat de bordjes nog moeten worden opgehangen. Het instituut bestaat pas vijf jaar en het gebouw nog korter, maar het heeft al honderdtwintig onderzoekers aangetrokken uit de hele wereld, van Zwitserland tot China, op zulke uiteenlopende vakgebieden als pulmonologie en scheikunde.

    Met financiële steun van de Japanse overheid en andere geldschieters heeft directeur Masashi Yanagisawa aan de universiteit van Tsukuba dit instituut opgericht, waar fundamenteel onderzoek wordt verricht naar de biologische rol van slaap – en dus niet alleen (zoals gebruikelijk is) naar de oorzaken van en mogelijke remedies voor de slaapstoornissen van mensen. In dit gebouw vol glimmende apparaten, stille kamertjes waar muizen liggen te slapen en een reeks lichte, open werkruimten rond een centrale wenteltrap, wordt een enorme hoeveelheid middelen ingezet voor het beantwoorden van de vraag waarom levende wezens eigenlijk slapen.

    Ontzag en frustratie

    Stel wetenschappers die vraag en al snel kruipt er iets van ontzag en frustratie in hun stem. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het verschijnsel slaap zo universeel is: dat talloze miljoenen levende wezens die een felle en soms bloedige strijd voor hun bestaan voeren, die al eeuwenlang vluchten en vechten op leven en dood, zich toch geregeld overgeven aan langere perioden van bewusteloosheid. Het lijkt weinig bevorderlijk voor de overlevingskansen. Maar ‘al is het nog zo vreemd, toch is het zo’, zegt Tarja Porkka-Heiskanen, een toonaangevend slaapbioloog van de universiteit van Helsinki. En als die riskante gewoonte zo wijdverbreid en zo hardnekkig is, moet er in die slaap wel iets heel belangrijks gebeuren. Wat slaap de slaper geeft, is het blijkbaar waard om steeds weer je leven voor op het spel te zetten – je hele leven lang.

    Het precieze nut van slapen is nog steeds een mysterie, en eentje dat veel biologen niet loslaat. Als een groep wetenschappers van het instituut op een regenachtige avond bij elkaar zit in een eetcafé, duurt het maar een half uur voordat het gesprek weer over slaap gaat. Zelfs een simpel organisme als een kwal moet slaap inhalen als het langere tijd wakker is gehouden, merkt een van hen verbaasd op, verwijzend naar een nieuwe studie waarin kwallen met waterstraaltjes werden bestookt om ze uit hun slaap te houden. En dat onderzoek met duiven dan, vraagt een ander, heb je dat gelezen? Het is fascinerend, daar zijn ze het over eens. De tempura staat op tafel koud te worden, ze gaan hier zo in op dat ze vergeten te eten.


    Vooral die behoefte om verloren slaap in te halen, die je niet alleen bij mensen en kwallen maar overal in het dierenrijk vindt, is een van de aanknopingspunten voor onderzoekers om greep te krijgen op de grotere vraag van de functie van slaap. Om te begrijpen wat slaap ons oplevert, denken ze, moeten we erachter komen waardoor de behoefte aan slaap ontstaat. ‘Slaapdruk’ noemen biologen dat: door laat op te blijven, bouw je slaapdruk op. Voel je je ’s avonds slaperig? Natuurlijk: door wakker te blijven, heb je de hele dag slaapdruk opgebouwd! Maar net als ‘zwarte materie’ is slaapdruk een naam voor iets wat we nog niet begrijpen. Hoe meer je erover nadenkt, hoe meer het gaat klinken als een raadseltje: wat bouw je op zolang je wakker bent en verlies je weer terwijl je slaapt? Werkt het als een aftelklokje? Is het een molecuul die zich in de loop van de dag ophoopt en moet worden weggespoeld? Wat is die metaforische lei waarop ergens in je bovenkamer de uren worden bijgeschreven, om elke nacht weer te worden schoongeveegd? Of zoals Yanagisawa zich in zijn sobere en zonnige werkkamer afvraagt: ‘Wat is de fysieke grondslag van slaperigheid?’

    Het eerste onderzoek naar slaapdruk dateert al van meer dan een eeuw geleden. In een beroemd experiment werden honden door een Franse wetenschapper tien dagen van hun slaap beroofd. Vervolgens tapte hij hersenvocht bij die honden af en injecteerde dat in de hersenen van gezonde, goed uitgeruste honden. Die vielen daarop prompt in slaap. In het hersenvocht van de wakker gehouden honden bevond zich dus een stofje dat de uitgeslapen honden meteen onder zeil bracht. Het begin van een zoektocht naar dat mysterieuze ingrediënt – het zand van Klaas Vaak, de lichtknop in ons hoofd. Die ‘hypnotoxine’, zoals de Franse onderzoeker het noemde, zou immers verklaren waarom een dier in slaap sukkelt.

    Wat slapen hamsters oplevert, krijgen ze niet uit hun normale winterslaapstand. Dan zijn bijna al hun lichaamsfuncties sterk vertraagd, maar bouwen ze toch nog slaapdruk op

    Andere wetenschappers begonnen in de eerste helft van de vorige eeuw elektroden op mensenschedels te plakken om de activiteit van hersenen in slapende toestand te meten. Met behulp van elektro-encefalografie (eeg) ontdekten ze dat de hersenen tijdens de slaap niet worden uitgeschakeld, maar een regelmatig activiteitenpatroon vertonen. Zodra je de ogen sluit en zwaarder gaat ademhalen, verandert het nerveuze op-en-neer gekras van de eeg in de merkwaardig zacht glooiende golven van je eerste slaap. Na zo’n 35 tot 40 minuten is je stofwisseling vertraagd, je ademhaling gelijkmatig en je slaap heel diep. En weer wat later lijkt het alsof in je hersenen een schakelaar wordt omgegooid en gaat het lijntje sneller op en neer: dat is de fase van de rapid eye movement of remslaap, waarin je droomt. (Een van de eerste wetenschappers die dit onderzocht, merkte dat hij aan de hand van de oogbewegingen kon voorspellen wanneer een baby wakker wordt – een kunstje waarmee hij moeders imponeerde.) Bij ons mensen blijft die cyclus zich steeds herhalen, tot we op een gegeven moment na een remslaap wakker worden, ons hoofd nog vol vliegende vissen en liedjes waarvan ons de melodie alweer ontschoten is.

    Slaapdruk heeft invloed op het patroon van die hersengolven. Hoe groter het slaaptekort van een proefpersoon, hoe groter de golven van de slaapfase die aan de remslaap voorafgaat. Die wetmatigheid is vastgesteld bij alle dieren die ooit met elektroden zijn uitgerust om de gevolgen van slaaptekort te meten, waaronder vogels, zeehonden, katten, hamsters en dolfijnen. En wil je meer bewijs dat slaap, met dat typische faseverloop en die neiging om ons hoofd met onzinnige dromen te vullen, meer is dan een staat van passiviteit en energiebesparing? Neem dan de goudhamster: die blijkt soms heel even uit zijn winterslaap te komen… om een dutje te doen. Wat het slapen die hamsters oplevert, krijgen ze dus niet uit hun normale winterslaapstand.
    Dan zijn bijna al hun lichaamsfuncties sterk vertraagd, maar bouwen ze toch nog slaapdruk op.

    ‘Ik vraag me af wat er aan deze hersenactiviteit zo belangrijk is,’ zegt Kasper Vogt, een van de wetenschappers in het nieuwe slaapinstituut. Hij wijst naar een scherm vol data over de activiteit van zenuwcellen bij slapende muizen. ‘Wat is er zo belangrijk dat je met eten en voortplanten stopt en riskeert om zelf opgegeten te worden… enkel om te kunnen slapen?’


    De jacht op de hypnotoxine is niet zonder succes gebleven. Van een handvol stofjes is duidelijk aangetoond dat ze slaap opwekken, zoals het molecuul adenosine, dat zich in bepaalde delen van rattenhersenen lijkt op te hopen zolang ze wakker zijn, om eruit weg te sijpelen tijdens hun slaap. Adenosine is vooral interessant omdat adenosinereceptoren ook gevoelig lijken te zijn voor cafeïne. Als zich cafeïne aan die receptoren hecht, kan er geen adenosine meer bij, wat de slaapwerende werking van koffie mede verklaart. Maar het onderzoek naar hypnotoxines kan nog niet verklaren hoe het lichaam de slaapdruk bijhoudt. Als het bijvoorbeeld adenosine is waardoor we onder zeil gaan, waar komt dat stofje dan vandaan?

    ‘Niemand die het weet,’ zegt Michael Lazarus, die hier onderzoek naar doet. Volgens sommigen komt het uit zenuwcellen, volgens anderen uit een andere klasse hersencellen. Men is het er nog niet over eens. Wat in ieder geval wel vaststaat, zegt Yanagisawa: ‘Met opslag heeft het niets te maken.’ Met andere woorden, deze stoffen lijken geen informatie over de slaapdruk op te slaan. Ze zijn er gewoon een reactie op.

    Herinneringen opruimen

    Slaapverwekkende stoffen kunnen ook een gevolg zijn van de aanleg van nieuwe synapsen, verbindingen tussen zenuwcellen. Aangezien onze hersenen zich in wakende toestand vooral bezighouden met het aanleggen van die verbindingen, opperen Chiara Cirelli en Giulio Tononi van de University of Wisconsin, zijn ze tijdens onze slaap misschien bezig om de onbelangrijke te verwijderen, om herinneringen en beelden te schrappen die niet in het grote geheel passen of die we niet nodig hebben om de wereld te begrijpen. ‘Slaap is misschien een gezonde manier om herinneringen op te ruimen,’ speculeert Tononi. Een andere groep onderzoekers heeft een eiwit ontdekt dat zelden gebruikte synapsen binnendringt en vernietigt – en dat kan onder meer als het adenosineniveau hoog is. Misschien vindt die opruiming dus tijdens de slaap plaats.

    Er is nog steeds veel onduidelijk over hoe dat dan in zijn werk gaat, en wetenschappers onderzoeken ook nog tal van andere mogelijkheden om het raadsel van slaap en slaapdruk te ontrafelen. Zo leidt Yu Hayashi op het Tsukuba-instituut een onderzoeksgroep die een specifieke groep hersencellen bij muizen uitschakelt, met soms verrassende gevolgen. Als je muizen gericht van hun remslaap berooft door ze steeds wakker te schudden (vergelijkbaar met de ervaring van ouders die steeds gewekt worden door hun huilende baby), bouwen ze een ernstige remslaapdruk op, die ze moeten inhalen in hun volgende slaapcyclus. Maar muizen waarbij deze specifieke groep cellen is uitgeschakeld, kunnen hun remslaap overslaan zonder die later te hoeven inhalen. Of ze daar verder geen schade van ondervinden is weer een andere vraag – het team onderzoekt nu hoe de remslaap hun cognitieve vaardigheden beïnvloedt. Maar dit experiment wekt in ieder geval de suggestie dat die specifieke cellen, of een of ander circuit waarvan ze deel uitmaken, de slaapdruk bijhouden voor dat deel van de slaap waarin we dromen.

    Toen hij en zijn collega’s de neurotransmitter orexine hadden ontdekt, merkten ze dat muizen zonder orexine steeds omvielen, en dat dat kwam doordat ze spontaan in slaap vielen

    Yanagisawa heeft zelf altijd een voorliefde gehad voor grootschalige projecten, zoals het inventariseren van de functie van duizenden eiwitten en receptoren. Het was zo’n project waardoor hij een jaar of twintig geleden in het slaaponderzoek verzeild raakte. Toen hij en zijn collega’s de neurotransmitter orexine hadden ontdekt, merkten ze dat muizen zonder orexine steeds omvielen, en dat dat kwam doordat ze spontaan in slaap vielen. Orexine bleek de neurotransmitter te zijn die mensen met narcolepsie niet meer kunnen aanmaken. Dat inzicht gaf een enorme stimulans aan het onderzoek naar de diepere oorzaken van die aandoening. Op het instituut in Tsukuba zoekt een groep chemici in samenwerking met een farmaceutisch bedrijf nu naar een middel dat de werking van orexine kan nabootsen en dus als geneesmiddel kan dienen.

    Tegenwoordig is Yanagisawa met een groot team bezig alle genen in kaart te brengen die bij slaap een rol spelen. Daarvoor stellen ze muizen bloot aan een stof die genmutaties veroorzaakt, voorzien die muizen van eeg-elektroden, laten ze in een nestje van houtkrullen toegeven aan hun slaapdruk en meten dan hun hersengolven. Zo hebben ze nu al meer dan achtduizend slapende muizen geobserveerd. Van elke muis die vreemd slaapgedrag vertoont – vaak wakker worden of juist veel te lang slapen – wordt het genoom onder de loep gelegd. Als ze een mutatie vinden die de oorzaak van de afwijking kan zijn, proberen ze meer muizen met die mutatie te krijgen, om vervolgens te onderzoeken waarom juist die mutatie het slaapgedrag verstoort.

    Tal van onderzoekers passen deze werkwijze al jarenlang met succes toe bij organismen zoals fruitvliegjes. Maar het voordeel van muizen, die veel duurder zijn om te houden dan fruitvliegjes, is dat je er net als bij mensen een eeg van kunt maken.

    Zo stuitten ze enkele jaren geleden op een muis die maar niet van zijn slaapdruk af leek te komen. Volgens zijn eeg’s verkeerde hij constant in een staat van slaapzucht en uitputting, en muizen met dezelfde genmutatie vertoonden dezelfde symptomen. ‘Die gemuteerde muis heeft meer trage slaapgolven dan normaal, hij heeft continu slaapgebrek,’ zegt Yanagisawa. Het betrof een mutatie in het gen SIK3. In 2016 hebben de wetenschappers hun bevindingen over dit SIK3-gen en over een andere mutatie in Nature gepubliceerd. ‘We zijn er zelf al van overtuigd dat SIK3 een van de cruciale factoren is,’ zegt Yanagisawa.

    En terwijl wetenschappers hun weg zoeken in de mysterieuze duisternis van onze slaap, wordt hun pad bijgelicht door de zoeklampen van al die verschillende ontdekkingen. Hoe die zich allemaal tot elkaar verhouden en een groter geheel vormen, is nog onduidelijk. De onderzoekers houden goede hoop dat ze er klaarheid in kunnen brengen. Misschien niet meteen volgend jaar of het jaar daarna, maar toch sneller dan je zou denken. En boven in het International Institute for Integrative Sleep Medicine staan lange rijen plastic bakken waarin muizen slapen of rondscharrelen. In hun hersenen, evenals in de onze, ligt het geheim besloten.

    Auteur: Veronique Greenwood
    Vertaler: Frank Lekens

    Openingsbeeld: © Getty Images

    The Atlantic
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000

    Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

  • Mensen slapen minder maar beter

    Mensen slapen minder maar beter

    Uit onderzoek naar de nachtelijke gewoonten van talloze zoogdieren, blijkt dat de mens kort maar intens heeft leren slapen (rond een kampvuur) en daardoor in staat is cognitieve vermogens te ontwikkelen.

    Wij onderscheiden ons in de dierenwereld niet alleen door onze opponeerbare duim [de punt van de duim kan de punt van iedere andere vinger van dezelfde hand aanraken], maar we behoren ook tot de zoogdieren die het minst slapen, daarin slechts overtroffen door giraffen, olifanten en nog een paar andere dieren. De mens slaapt gemiddeld nauwelijks zeven uur per nacht. Tegenover de 11,5 uur slaap die een chimpansee nodig heeft, om maar een voorbeeld te noemen van een zoogdier dat evolutionair heel dicht bij ons staat. Toch is er, anders dan je misschien zou denken, geen reden tot bezorgdheid. Want we slapen weliswaar minder, maar beter. Anders gezegd: onze slaap is dieper en effectiever.

    Dat wordt gesuggereerd door een nieuw onderzoek uitgevoerd door twee Amerikaanse wetenschappers van Duke University (Durham, North Carolina), David Samson en Charlie Nunn, waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in het antropologisch tijdschrift Evolutionary Anthropology.

    Onze slaap is dieper en effectiever

    Het onderzoek werd uitgevoerd in twee fasen. In de eerste fase hebben Samson en Nunn de wetenschappelijke literatuur afgestruind om een database op te stellen over de nachtelijke gewoonten van honderden zoogdieren, inclusief 21 primatensoorten. Van onder meer de orang-oetang, de West-Afrikaanse geelgroene meerkat, de baviaan en de lemuur tot de mens. Vervolgens zijn de verschillende soorten met behulp van allerlei statistische technieken ingedeeld op een stamboom. Hieruit bleek meteen dat wij vergeleken bij andere soorten veel minder tijd besteden aan slapen. De lampongaap en de dwergmuismaki slapen bijvoorbeeld maar liefst 14 tot 17 uur per etmaal.

    Kort, maar intens slapen bij het kampvuur heeft de cognitieve vermogens van de mens vergroot. © Getty
    Kort, maar intens slapen bij het kampvuur heeft de cognitieve vermogens van de mens vergroot. © Getty

    In de tweede fase van het onderzoek hebben de wetenschappers de slaapkwaliteit geanalyseerd. 
En wat vonden ze? Bij de mens duren de stadia van de lichte slaap korter en die van de diepe slaap langer. De zogenaamde remslaap (Rapid Eye Movement), oftewel de slaapfase die wordt gekenmerkt door dromen, en waarin we ons geheugen consolideren en overbodige informatie uitwissen, maakt bij de mens bovendien 25 procent van de totale slaaptijd uit. Bij veel van de onderzochte primaten beslaat deze fase amper 5 procent van de totale slaaptijd. (Overigens zijn sommige walvissoorten en dolfijnen in staat om te slapen met maar één helft van hun hersens, terwijl de andere hersenhelft wakker blijft.)

    ‘De mens is de enige soort waarbij de slaap weliswaar korter duurt maar kwalitatief beter is,’ zegt Samson, antropoloog en coauteur van het onderzoek, die ongeveer 2000 uur bezig is geweest met het observeren van slapende orang-oetangs.

    Verandering van gewoonte

    Maar waarom zijn wij op deze manier geëvolueerd? Volgens de professoren van Duke University moet deze ontwikkeling worden toegeschreven aan een verandering van gewoonten die dateert van ver vóór de enorme blootstelling van de mens aan het kunstlicht van smartphones en andere beeldschermen dat de wereld van vandaag kenmerkt. Dit was al eerder aangetoond door een onderzoek onder verschillende gemeenschappen van jagers-verzamelaars in Tanzania, Namibië en Bolivia, die zelfs nog korter bleken te slapen dan wij. ‘Als alleen de verlichting en andere aspecten van het moderne leven verantwoordelijk waren voor het feit dat wij minder slapen, zou je verwachten dat gemeenschappen die verstoken zijn van elektriciteit meer zouden slapen,’ vervolgt Samson. Dat blijkt echter niet zo te zijn.

    5964400251 8dd37a206a b

    Om te bepalen welke factor dan wél verantwoordelijk is geweest voor die verandering, zijn de onderzoekers teruggegaan in de tijd: om precies te zijn naar de periode waarin wij niet langer in bomen sliepen, zoals onze oudste voorouders waarschijnlijk deden, maar onze voeten op de grond zetten.

    De mogelijkheid om in grote groepen rondom een vuur in slaap te vallen en zo warm te blijven en roofdieren op afstand te houden, zou de eerste mensen in staat hebben gesteld zo veel mogelijk uit hun slaap te halen in zo kort mogelijke tijd. Waarin ze zich dus onderscheidden van hun voorouders. Dit zou dubbele winst hebben opgeleverd, zo lezen we in het onderzoeksverslag: ‘Door de gereduceerde rusttijd zou er meer tijd beschikbaar zijn gekomen voor activiteiten die te maken hadden met het overbrengen van behendigheid en kennis. En een betere slaapkwaliteit zou van cruciaal belang geweest kunnen zijn voor het consolideren van deze behendigheden, wat leidde tot een ontwikkeling van de cognitieve vermogens.’

    Dit zijn plausibele hypotheses. Maar er zijn ook een aantal zwakke punten, zo laat Akshat Rathi zien in onlinemagazine Quartz. Journalist Rathi bestudeerde het onderzoek van Duke en vond dat lemuren heel veel slapen, hoewel ze zo klein zijn dat ze veilig in boomholtes zouden kunnen dutten; en er zijn zoogdieren, zoals het vogelbekdier, die een nog langere remslaap hebben dan wij. ‘Niettemin,’ concludeert Rathi, ‘is het duidelijk dat minder uren slapen onze kansen om over de aarde te heersen heeft vergroot.’

    Rosita Rijtano

    Vertaler: Etta Maris

    La Repubblica
    Italië | oplage 650.000
    Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Uitte met name gedurende Berlusconi’s laatste ambtsperiode steeds meer kritiek op de regering. Qua oplage de concurrent van de Corriere della Sera.