Tag: slapen

  • Onderzoek: Slechte slaap belemmert pogingen om gewichtsverlies te behouden

    Onderzoek: Slechte slaap belemmert pogingen om gewichtsverlies te behouden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eerste zwarte en openlijk lesbische woordvoerder in Witte Huis

    » Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Slaaptekort oorzaak van veel fysieke problemen

    Slechte slaap kan pogingen om gewichtsverlies te behouden ondermijnen. Dat wijst onderzoek dat The Guardian aanhaalt uit. Miljoenen mensen met overgewicht of obesitas slagen er elk jaar in om gewicht te verliezen. Maar velen hebben daarna moeite om de kilo’s niet langzaam terug te laten kruipen. De resultaten van een gerandomiseerd onderzoek, dat werd uitgevoerd door de Universiteit van Kopenhagen en gepresenteerd op het Europees Congres over Obesitas, wijzen erop dat een beter en langer slaappatroon kan helpen om het gewicht voorgoed te laten verdwijnen.

    Niet genoeg slaap wordt ook in verband gebracht met diabetes, ontstekingen en hartziekten

    Het is bekend dat te weinig slaap of slaap van slechte kwaliteit het risico op een hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte en de vorming van vetafzettingen in de slagaders verhoogt. Niet genoeg slaap wordt ook in verband gebracht met diabetes, ontstekingen en hartziekten. Wetenschappers raken er steeds meer van overtuigd dat een slechte nachtrust kan bijdragen aan gewichtstoename na gewichtsverlies.

    Uit eerder onderzoek is gebleken dat meer dan een derde van de volwassenen in het VK en de VS niet genoeg slaap krijgen, wat grotendeels te wijten is aan een groot aantal factoren in het moderne leven, waaronder stress, computers en het vervagen van de grenzen tussen werk en privéleven.

    Lees ook:

  • Zes vragen over dromen

    Zes vragen over dromen

    Wetenschappers komen steeds meer te weten over dromen. Waarom zijn ze bijvoorbeeld zo vreemd? En dromen mannen en vrouwen anders? New Scientist zet de laatste inzichten op een rij.

    Dromen zijn zo vreemd en voor ons zo betekenisvol dat we vaak de behoefte hebben ze aan anderen te vertellen, soms op het langdradige af. Maar als je weet wat er in het brein gebeurt tijdens het dromen, begint het veel zinniger te worden, en kan het interessantere gespreksstof opleveren dan wanneer je simpelweg je hart uitstort over de avonturen die je hersenen ’s nachts meemaken. Je vrienden zullen je dankbaar zijn. Dromen zijn veel belangrijker dan je zou denken – en we lijken er steeds minder te krijgen. Laten we het dus eens hebben over een paar algemene vragen over de nachtelijke hallucinaties die we dromen noemen.

    1. Waarom zijn dromen zo vreemd?

    Er is een goede reden waarom dromen zo grillig en eigenaardig zijn. Herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen in het leven – de zogenaamde episodische herinneringen – worden opgeslagen in het deel van de hersenen dat de hippocampus heet, en tijdens de Rapid Eye Movement (REM)-slaap worden signalen uit de hippocampus stopgezet. Dat betekent dat we, als we dromen, geen toegang hebben tot specifieke herinneringen aan dingen die in het verleden hebben plaatsgevonden.

    Maar we hebben wel toegang tot algemene herinneringen aan mensen en plekken die de ruggengraat van onze dromen vormen. Tegelijkertijd wordt activiteit in hersengebieden die van doen hebben met emotionele processen geprikkeld, waardoor een overdreven emotioneel verhaal wordt gevormd dat die herinneringen aan elkaar rijgt.

    Heb wat geduld en laat me een van mijn recente dromen als voorbeeld gebruiken. Ik droomde dat het huis waarin ik ben opgegroeid omringd was door water; ik moest proberen het raam uit te vliegen om te ontsnappen, maar ik was vergeten hoe ik moest vliegen. Het overweldigende gevoel was emotie – angst en vrees over het stijgende water en mijn onmacht om te vliegen.

    Een ander deel van de hersenen, de dorsolaterale, prefrontale cortex die ons vermogen tot zowel logisch redeneren als het nemen van beslissingen regelt, is ook stilgelegd. Ik vraag me dus niet af waarom het water zo snel stijgt en ook niet waarom ik terug ben in mijn ouderlijk huis, en zelfs niet waarom naar de vrijheid vliegen een optie is.

    Dit verschil in hersenactiviteit vergeleken met die in wakende toestand, helpt de vraag te beantwoorden waarom we het gevoel hebben dat we zo weinig controle hebben over onze dromen – we zijn toeschouwers, voor de gezelligheid meegegaan – en waarom we pas als we wakker worden vreemd opkijken van al die eigenaardige dingen. In mijn dromen haal ik vaak onderwater adem, alsof dat volslagen normaal is.

    2. Dromen we alleen in de REM-slaap?

    De studie van dromen – die eeuwenlang meer een oefening in vindingrijke verklaringen was dan iets wat bij benadering ook maar wetenschap mag worden genoemd – begon pas echt in 1953, toen Eugene Aserinsky en Nathaniel Kleitman van de Universiteit van Chicago elektroden plaatsten op het hoofd van vrijwilligers en ze tijdens verschillende slaapstadia wakker maakten. Ze ontdekten de REM-slaap en het verband met dromen.

    Recente experimenten hebben aangetoond dat we tijdens onze hele slaapperiode dromen, en niet alleen in de REM-slaap. Maar we vergeten de meeste. Dromen die voorkomen in diepe slaap zijn meestal onemotioneel, niet levendig, handelen over eenvoudige dingen en zijn moeilijk te herinneren. Kortom: saai. In de REM-slaap komen de klassieke dromen voor, die met de bizarre nevenschikkingen, fysiek onmogelijke kunststukjes, schokkende, ontroerende en onbegrijpelijke ervaringen. Als de REM-slaap onderbroken wordt, vergeten we die ervaringen.

    Trouwens, veel mensen hebben zich afgevraagd of onze ogen in de REM-slaap bewegen om naar droombeelden te ‘kijken’. Sommige tekenen wijzen erop dat dit inderdaad zo is.

    3. Waarom is het moeilijk om je dromen te onthouden?

    Sommige mensen houden vol dat ze nooit dromen, maar zij hebben het mis. Dat weten we door experimenten waarin mensen tijdens de nacht in verschillende stadia wakker gemaakt worden. Iedereen droomt, maar niet iedereen herinnert zich die dromen. Dat kan verband houden met hersenactiviteit – diegenen die zich vaker dromen herinneren hebben, slapend en wakend, een grotere activiteit in twee delen van de hersenen die betrokken zijn bij het stimuleren van beelden en het opslaan van herinneringen dan mensen die zich hun dromen niet herinneren.

    Paul McCartney droomde de melodie van Yesterday en Dmitri Mendeleev de structuur van het periodiek systeem

    Het heeft ook te maken met hoe je slaapt. Tijdens de REM-slaap doen we moeite om nieuwe herinneringen te vormen, zegt Robert Stickgold van de sectie slaapmedicijnen aan Harvard Medical School. Als we tijdens of vlak na een droom wakker worden, kunnen we die ‘vastgrijpen’ voor hij wegglipt – met andere woorden, we kunnen hem coderen in onze langeretermijnopslag. Dus als je ’s nachts wakker wordt, herinner je je fragmenten van dromen. Maar als je wakker wordt door de wekker en je REM-slaap wordt onderbroken, dan kun je die herinnering hoogstwaarschijnlijk niet vasthouden. Zelfs als je midden in een droom was en niet in een diepe, droomvrije sluimerstaat, verstoort die plotselinge omschakeling – van slapen en dromen naar wakker worden en de wekker uitzetten – het herinneringsproces.

    4. Waar dienen dromen voor?

    Daar zijn veel theorieën over. Een daarvan is dat dromen een evolutionaire functie kunnen hebben, om ons op de proef te stellen in scenario’s die van belang zijn om te overleven. Dit kan verklaren waarom mensen vaak zeggen dat ze in hun dromen achterna gezeten of aangevallen worden. Omgekeerd kunnen ze juist de harde schok van een emotioneel trauma verzachten. Aan de andere kant hebben veel mensen verklaard dat dromen creatief denken kunnen stimuleren, zoals Paul McCartney die de melodie van Yesterday droomde (toen hij wakker werd, improviseerde hij er tekst bij om de melodie maar niet te vergeten) en Dmitri Mendeleev die de structuur van het periodiek systeem droomde. Dit idee wordt experimenteel ondersteund met studies die aantonen dat mensen beter scoren in creativiteitstests na een dutje waarin ze in een REM-slaap verkeerden.

    5. Hebben mijn dromen een betekenis?

    Sigmund Freud beweerde dat ‘de interpretatie van dromen de koninklijke weg is naar de kennis van de onbewuste activiteiten van de geest’. Hij dacht dat het onbewuste zich bezighield met ‘afwijkende’ gedachten, en dat dromen in de eerste plaats een middel waren om wensen te vervullen. Maar dat die ideeën binnen de wetenschap nu uit de gratie zijn, betekent niet dat droominterpretatie onmogelijk is. Waar je over droomt evenals de emotionele sfeer van de droom weerspiegelen waarschijnlijk wat je hersenen belangrijk vinden. Onderzoek toont aan dat als je de hele dag Tetris speelt, je hersenen beslissen dat je over Tetris moet dromen. Als je ergens ongerust over bent, zal je brein je vast een droom geven met ongerustheid als dominante emotie. Een grote hoeveelheid onderzoek dat ontwaakervaringen en droominhoud registreert, wijst uit dat je ervaringen overdag in overeenstemming kunnen worden gebracht met de inhoud van je dromen – maar ook veel andere, ogenschijnlijk los van elkaar staande belevingen, kunnen zich in je dromen wurmen.

    Proberen om je dromen te analyseren en interpreteren zou therapeutisch kunnen werken of inzicht kunnen geven, zegt Mark Blagrove van Swansea University in Groot-Brittannië, maar hij waarschuwt dat zulks volgens sommigen niet méér inzicht geeft dan het lezen van je horoscoop of nadenken over je dagdromen. Er zouden experimenten voor nodig zijn om te testen of uit dromen belangrijke, persoonlijke informatie valt op te maken. En zelfs dan betekent het nog niet dat dromen bedoeld zijn om die informatie over te brengen. Als de evolutie ons dromen heeft gegeven als boodschappen over onszelf, had ze het beter moeten aanpakken door te zorgen dat ze gemakkelijker te onthouden zijn.

    Sommige droomanalyses duiden erop dat vrouwen evenveel over mannen als over vrouwen dromen, terwijl mannen meer over andere mannen dromen

    6. Dromen mannen en vrouwen anders?

    Sommige droomanalyses duiden erop dat vrouwen evenveel over mannen als over vrouwen dromen, terwijl mannen meer over andere mannen dromen. Michael Schredl, van het Central Institute of Mental Health in Mannheim, Duitsland, heeft gedocumenteerde droomverslagen die aantonen dat mannen dikwijls dromen van vechten met andere mannen, terwijl vrouwen vaker dromen over vriendelijke interactie met mensen. Een paar jaar geleden schreven Christina Wong en collega’s van de University of Ottawa, Canada, een computerprogramma om te proberen onderscheid te maken tussen de dromen van mannen en vrouwen. Het programma kon in zo’n 75 procent van de gevallen correct het geslacht van de dromer aanwijzen. Het lijkt dat er genderverschillen in dromen bestaan, maar voorlopig is het nog te vroeg om te zeggen waarom.

    Auteur: Rowan Hooper

    Beeld: © Getty

    New Scientist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 125.000

    Een van de beste en meest toegankelijke wetenschapstijdschriften ter wereld. Stimulerend, met veel aandacht voor het milieu en industriële vernieuwing. Onderdeel van Reed Elsevier.

  • We slapen langer dan we denken

    We slapen langer dan we denken

    Nieuw onderzoek wijst uit dat er een nauwe relatie bestaat tussen hoe slaap ‘voelt’ en wat er fysiologisch gebeurt.

    Ik heb vaak het gevoel dat ik niet lang heb geslapen, al heb ik urenlang in bed gelegen. Dat is een ervaring die Daniel Kay, professor in de psychologie en slaaponderzoeker, vaak te horen krijgt. Uit vroegere studies blijkt volgens hem dat mensen die aan slapeloosheid lijden wel líjken te slapen – met hun ogen dicht en hun hersenen in een karakteristiek slaappatroon – maar dat er een addertje onder het gras schuilt. ‘Raad eens wat ze waarschijnlijk zeggen als je ze wekt? “Ik was wakker.”’

    Hij meent dat je je, in plaats van ‘wakker’ of ‘in slaap’ te zijn (alsof dat de enige twee mogelijkheden zijn), bewust kunt zijn van je omgeving terwijl je hersenen in een slaappatroon verkeren.

    Zijn nieuwe onderzoek, dat gepubliceerd is in het blad Sleep, zou daar een verklaring voor kunnen geven. Het toonde aan dat bepaalde processen, die van doen hebben met het afnemen van het bewustzijn, bij slapeloze mensen beschadigd kunnen zijn.

    ‘Als we de hele dag tegen onszelf zeggen dat we moe zijn, zúllen we ons ook de hele dag moe voelen’

    ‘Dat maak ik elke dag mee,’ vertelt dr. David Cunnington, slaaparts en medeoprichter van Sleep Hub. Hij zegt dat wordt aangenomen dat er een nauwe relatie is tussen hoe slaap voelt en wat er fysiologisch gebeurt. Dus als mensen (zoals ondergetekende) zich bewust zijn van geluiden of dingen om hen heen, menen ze dat ze licht slapen of dat hun slaap niet van een gezonde kwaliteit is.

    Maar hoewel we misschien denken dat totale bewusteloosheid de enige manier is van ‘goed’ slapen, is het normaal om je tijdens sommige slaapstadia bewust te zijn van zintuiglijke prikkels, zoals geluiden. Het brein slaapt niet als zelfstandig onderdeel, maar is opgebouwd uit vele verschillende systemen, legt dr. Cunnington uit. ‘Het is normaal dat sommige delen van de hersenen tijdens de slaap in een slaaptoestand verkeren, terwijl andere delen wakker blijven.’ Daarom kunnen moeders bijna onmiddellijk reageren op het gehuil van hun kind, of worden andere geluiden tijdens de nacht in onze dromen geïncorporeerd.

    Een andere reden waarom slapelozen menen dat ze slecht slapen, is omdat ze onderschatten hoe lang ze doezelen. In een reeks studies vergeleken dr. Cunningham en collega’s hoe lang iemand dacht geslapen te hebben versus objectief gemeten slaap. Lijders aan slapeloosheid bleken gemiddeld twee uur per nacht langer te slapen dan ze dachten.

    Cyclus doorbreken

    Maar een van de moeilijkste aspecten van omgaan met slapeloosheid is niet het gebrek aan slaap op zich, maar de diepe uitputting die je de volgende dag voelt. Gelukkig zijn er manieren om die vermoeidheid te verlichten, zegt dr. Cunnington. Houding speelt een centrale rol. Wie de cyclus van negatief denken over slaap weet te doorbreken, kan zich de volgende dag fitter voelen.

    Psycholoog Sharon Draper is het daarmee eens. ‘We zijn wat we denken,’ zegt ze. ‘Dus als we de hele dag tegen onszelf zeggen dat we moe zijn, zúllen we ons ook de hele dag moe voelen.’ Zij adviseert om die gedachten te vervangen door positieve, realistische ideeën over hoe je de dag doorkomt, en door te bedenken dat rust net zo essentieel is als slaap.

    Dr. Cunnington zegt dat het ook belangrijk is om je opvattingen over slaap bij te stellen: omdat je het idee hebt dat je maar vier uur hebt gesluimerd, ben je nog niet gedoemd om de volgende dag moe te zijn, dus zet dat uit je hoofd. Om die dag door te komen, zegt Draper, helpt het om je aan je gewone routine te houden en je er niet doorheen te slepen met behulp van vele kopjes koffie of dutjes overdag. Als je je minder energiek voelt, neem dan heel korte pauzes om jezelf op te peppen zonder naar suiker of cafeïne te grijpen. Haal een frisse neus, drink een glas water of ga even wandelen. En als je naar bed gaat, doorbreek dan die cirkel van negatieve gedachten over dat je vast niet kunt slapen.

    Dus vanavond zal ik mezelf geruststellen met de gedachte dat ik – hoewel ik het gevoel heb dat ik niet kan slapen – misschien al aan het indutten ben, en dat ik waarschijnlijk langer slaap dan ik aanneem. En als ik net zo in elkaar zit als de meeste lijders aan slapeloosheid, dan is de kans groot dat beide dingen waar zijn.

    Auteur: Evelyn Lewin

    Beeld: © Getty

    The Sydney Morning Herald
    Australië | dagblad |oplage 224.000

    Centrum-linkse krant, opgericht in 1813 als Sydney Herald, vooral gelezen door 35-plussers met een vrij beroep. Sinds 1849 bestaat er ook een zondagseditie, The Sun Herald, met een eerder populaire dan intellectuele toon.