Tag: slaven

  • Documentaire doet boekje open over slavernijverleden Catalonië

    Documentaire doet boekje open over slavernijverleden Catalonië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Opnieuw zware bootramp voor kust Libië

    » Arrestaties in Iran na vergiftigingen schoolmeisjes

    Catalonië zou slavenhandel hebben voortgezet na afschaffing

    De regering van Catalonië heeft gezegd dat de rijke Spaanse regio ‘het racisme uit haar slavernijverleden’ moet aanpakken. Dit naar aanleiding van een documentaire van Televisió de Catalunya, waarin werd onthuld hoe Catalaanse industriëlen en zeelieden profiteerden van de trans-Atlantische slavenhandel toen de Britten deze praktijk in 1807 afschaften. Hoewel Spanje al snel na Groot-Brittannië de slavernij officieel afschafte, werd de clandestiene handel voortgezet, veelal op schepen die eigendom waren van en bemand werden door Catalanen, schrijft The Guardian.

    Tussen 1817 en 1867 waren Catalanen betrokken bij het vervoer van 700.000 slaven

    Het is al lang bekend dat veel Catalanen – waaronder Antonio Gaudí’s beschermheer Eusebi Güell – steenrijk zijn geworden dankzij de slavenarbeid op de tabaks-, suiker- en katoenplantages van Cuba en, in mindere mate, Puerto Rico. Veel minder bekend is dat Catalaanse magnaten en zeelieden nog tientallen jaren na de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij door Groot-Brittannië grof geld bleven verdienen met deze praktijken.

    De genoemde documentaire, die vorige maand op de Catalaanse publieke televisie werd uitgezonden, wil recht doen aan de geschiedenis. Ze belicht wat historici al tientallen jaren aantonen: dat tussen 1817 en 1867 Catalanen direct of indirect betrokken waren bij het vervoer van 700.000 slaven uit West-Afrika naar het Caribisch gebied en dat deze handel een groot deel van de industrialisatie van Catalonië en de negentiende-eeuwse grootschalige bouwactiviteiten in Barcelona financierde.

    Lees ook:

  • Onderzoek: Griekenland gebruikt ‘slaven’ om asielzoekers terug te duwen

    Onderzoek: Griekenland gebruikt ‘slaven’ om asielzoekers terug te duwen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK stelt 1 miljard pond extra militaire steun aan Oekraïne beschikbaar

    » Levenslange gevangenisstraf Salah Abdeslam voor aanslagen Parijs

    Griekse politie zet migranten in om andere migranten uit te zetten

    Uit een onderzoek dat door verschillende internationale media is gepubliceerd, blijkt dat de Griekse autoriteiten migranten als ‘slaven’ gebruiken om andere migranten aan hun landsgrens met Turkije terug te dringen. De asielzoekers worden van de detentiecentra in politietrucks naar de oever van de rivier gebracht, waar ze op rubberboten worden geduwd door mannen met bivakmutsen, terwijl de Griekse politie toekijkt. De mannen spreken ‘Arabisch of Farsi spreken, wat aangeeft dat ze niet uit Griekenland komen’. Vervolgens worden ze door deze gemaskerde mannen terug naar de overkant vervoerd.

    ‘Slaven’. Dat is hoe ze zichzelf definiëren. Deze migranten, die ooit zelf zijn opgepakt toen ze de Griekse grens vanuit Turkije probeerden over te steken, worden ingezet en aangestuurd door de Griekse politie, zo blijkt uit een onderzoek dat is gepubliceerd door verschillende internationale media en het onderzoekscollectief Lighthouse Reports. In ruil voor hun ‘werk’ ontvangen zij papieren waarmee zij vijfentwintig dagen in Griekenland mogen blijven.

    ‘Deze “slaven”, zoals zij zichzelf noemen, werken vanuit grenspolitieposten waar zij optreden tegen hun landgenoten’

    ‘De Griekse staat werkt samen met mensensmokkelaars om illegale immigranten naar Evros [een gebied genoemd naar de rivier die een natuurlijke grens vormt tussen Griekenland en Turkije] te brengen, met als enig doel hen te belasten met het vuile werk van pushbacks, de gewelddadige deportatie van duizenden asielzoekers. Deze “slaven”, zoals zij zichzelf noemen, werken vanuit grenspolitieposten waar zij, vaak met geweld, optreden tegen hun landgenoten’, schrijft Reporters United, het Griekse onderzoeksmedium dat het onderzoek presenteert.

    De Griekse autoriteiten ontkennen al jaren dat er pushback plaatsvinden, ondanks onderzoek door verschillende media en ngo’s en waarschuwingen van de Verenigde Naties.

    Lees ook:

  • 4. Afrikaanse krokodillentranen

    4. Afrikaanse krokodillentranen

    Afrikaanse leiders zijn medeschuldig aan de migratiecrisis, schrijft columnist Hamadou Gadiaga uit Burkina Faso. Zij bieden hun talentvolste burgers geen enkel perspectief.

    ‘Schokkend’, ‘walgelijk’, ‘weerzinwekkend’… De reacties lieten niet lang op zich wachten na de publicatie op 14 november van een video van de Amerikaanse zender CNN over de openbare veiling van Afrikaanse migranten, op een steenworp afstand van de Libische hoofdstad Tripoli.

    Maar hoe je het ook wendt of keert, het veelkoppige monster van de slavernij wordt niet zomaar even overwonnen met verontwaardigde verklaringen of veroordelingen in het wilde weg – ook al komen ze van staatshoofden. Dat zal toch echt moeten gebeuren door met open vizier en zonder vrees de oorzaken te bestrijden voor het feit dat duizenden jonge Afrikanen vol ambitie aan de bedenkelijke praktijken van mensensmokkelaars en mensenhandelaren ten offer vallen.

    Hoe dat te bewerkstelligen? Daar is geen hogere wiskunde voor nodig. Om te beginnen moeten we een einde maken aan de wijze waarop de leiders van de landen waar de migranten vandaan komen wegduiken voor hun verantwoordelijkheden. Doordat zij corruptie, vriendjespolitiek en cliëntelisme tot regeervorm hebben verheven, bieden zij de sterksten en de slimsten onder hun burgers geen enkel perspectief.

    Migranten gebruiken een maaltijd in een detentiecentrum in Libië. – © Manu Brabo / HH
    Migranten gebruiken een maaltijd in een detentiecentrum in Libië. – © Manu Brabo / HH

    Het toppunt is dat deze Afrikaanse leiders, gezien hun onvermogen om met relevante oplossingen te komen voor het probleem van de werkloosheid, zich opgelucht voelen door dit vrijwillige vertrek. Het bevrijdt hen van een bevolkingsgroep die in verzet tegen hen zou kunnen komen: de jeugd.

    Uit onverantwoordelijke, bekrompen berekening ontdoen leiders uit veel landen bezuiden de Sahara zich graag van hun meest competente onderdanen, in ruil voor rust in de tent en cheques naar huis van degenen die het Europese eldorado met gevaar voor eigen leven hebben weten te bereiken. Het is een houding die de onmenselijke behandeling van migranten in Libië alleen maar zal verergeren.

    Zo zal het blijven zolang onze landen door schertsfiguren worden bestuurd. Zolang Libië een vruchtbare voedingsbodem blijft voor meedogenloze smokkelaars en moderne slavenhandel vanwege de chaos in het land sinds de val van Gaddafi in 2011. En zolang westerse leiders juridische en fysieke muren blijven oprichten tegen immigratie om de publieke opinie in hun landen te sussen.

    Klaagzangen en krokodillentranen volstaan niet om de verwerpelijke verkoop van migranten in Libië tegen te gaan. Er moet een duurzame continentale strategie worden ontwikkeld om het netelige probleem van de immigratie op te lossen.

    We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: alleen goed bestuur, gezamenlijk optreden van de diverse landen van vertrek, doorreis en bestemming, alsmede aanzienlijke financiële steun van de Europese Unie voor banenplannen, zullen soelaas brengen voor deze jongeren die bereid zijn zich over te leveren aan de gevaren van de zee, of aan racisten en andere slavendrijvers, om hun doel te bereiken.

    Auteur: Hamadou Gadiaga
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Le Pays
    Burkina Faso | dagblad | oplage 20.000

    Hoewel president Compaoré weinig waarde hecht aan een vrije pers, is er in Burkina Faso een rijke mediacultuur. Le Pays, onafhankelijk sinds 1991, is populair vanwege de scherpe commentaren op de regering.

  • 1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    Wie als gestrande migrant niet op de slavenmarkt wordt verkocht, komt terecht als dwangarbeider in een ‘opvangkamp’, een ander voorportaal van de hel.

    Het detentiecentrum in Sorman, waar honderden wanhopige vluchtelingen worden vastgehouden, is een betonnen blok. Het staat aan een regionale weg in het westen van Libië, ongeveer zestig kilometer van Tripoli, in de buurt van Sabrata en Zawiya, twee steden die floreren dankzij de illegale oliehandel. Bij de enige toegang tot het gebouw, een deur met een simpel hangslot, staat een bewaker. Uit angst voor zijn eigen veiligheid weigert hij zijn naam te geven, maar de verslaggever en de fotograaf krijgen wel toestemming om binnen een kijkje te nemen.

    In de gevangenis zitten rond de tweehonderdvijftig vrouwen en dertig kinderen hutjemutje op de grond. Iedere vierkante centimeter is bezet. Naast elk matrasje liggen wat toiletspullen, zeep, een kam. Sommige gevangenen hebben een extra shirt. De meeste hebben niets.

    Jandra, midden twintig, ontvluchtte de armoede in Ivoorkust, hopend op een betere toekomst in Europa. Zij en honderdtwintig anderen waren al uitgevaren toen de motor van hun rubberboot het begaf. Al snel werden ze door de Libische kustwacht onderschept en gearresteerd. Eerst werd de groep naar een officieel centrum in Zawiya gebracht, waar wel twaalfhonderd gedetineerden verbleven, vertelt ze. ‘We zaten met honderd man in de cel. Het was zo vol dat we niet eens konden liggen, we moesten om beurten slapen.’

    Niemand kan zeggen hoeveel illegale centra er zijn: regeringsvertegenwoordigers vertonen zich niet in gebieden die in handen zijn van de milities omdat het er levensgevaarlijk is

    De bewakers van het detentiecentrum namen hen alles af, vertelt Jandra. Schoenen, shirts, telefoons en, natuurlijk, geld. ‘Daarna begonnen ze ons af te persen. Ze gebruikten onze telefoons om onze vrienden in Libië te bellen en geld te eisen in ruil voor onze vrijheid, of ze belden met onze familieleden en dreigden ons te vermoorden als ze niet snel met geld over de brug kwamen.’

    Jandra’s verhaal is niet het enige. Steeds meer migranten die op zoek naar een beter leven Italië proberen te bereiken, belanden uiteindelijk weer in Libië, waar ze terechtkomen in een spiraal van geweld en bedreigingen. Libië is onder migranten en vluchtelingen de populairste springplank naar Europa. In de eerste zes maanden van 2017 stierven er minstens 2030 migranten bij hun poging de Middellandse Zee over te steken. Het merendeel begon de overtocht in Libië.

    Volgens Laura Thompson van de Internationale Organisatie voor Migratie zijn er in heel Libië 31 of 32 detentiecentra, waarvan de helft onder de verantwoordelijkheid van de regering valt, of in gebieden ligt die in handen van de regering zijn. Ze zegt dat niemand weet hoeveel mensen er worden vastgehouden, en dat ‘de omstandigheden mensonterend zijn’.

    Regelrechte hel

    Maar er zijn ook illegale detentiecentra, gerund door gewapende milities die betrokken zijn bij mensenhandel en oliesmokkel, vaak in samenwerking met Libische kustwachters. Niemand kan zeggen hoeveel illegale centra er zijn: regeringsvertegenwoordigers vertonen zich niet in gebieden die in handen zijn van de milities omdat het er levensgevaarlijk is. Volgens een in februari gepubliceerd rapport van Unicef zijn de gevangenissen in handen van de milities niets meer dan ordinaire dwangarbeiderskampen waar mensen worden kaalgeplukt. Voor de duizenden migrantenvrouwen en kinderen is de gevangenis een regelrechte hel waar verkrachting, seksuele uitbuiting, mishandeling en honger aan de orde van de dag zijn.

    Ahmed, een politieman die zijn echte naam niet durft te noemen, vertelt: ‘Er zijn legio gevangenissen waar wij geen leiding over hebben, in Tripoli alleen al zijn er ten minste dertien die door gewapende milities worden gerund. Een van de machtigste milities die hier in Tripoli betrokken is bij mensenhandel en die de controle heeft over illegale detentiecentra, is de Sharikan. Wij staan volledig machteloos, we kunnen niet eens in de buurt van deze gevangenissen komen want je bent je leven niet zeker in de gebieden die zij in handen hebben.’

    In Tripoli vertelt Abdrazaq Alshneti, een agent van de speciale eenheid voor de bestrijding van illegale migratie, dat de toestand in een aantal officiële centra wegens geldgebrek onhoudbaar is. Verder wil hij niets loslaten, maar een collega wil wel een boekje opendoen, onder voorwaarde dat hij anoniem blijft. ‘Ibrahim’ vertelt dat de detentiecentra in de maanden vóór de overeenkomst tussen Europa en de door de VN gesteunde regering van premier al-Sarraj uit hun voegen barstten. ‘Als de centra overvol raken, wordt er ruimte gemaakt. Er is simpelweg geen geld om alle gedetineerden te voeden,’ vertelt Ibrahim. ‘Sommige bewakers zijn integer, maar er zitten ook corrupte tussen.’

    Met deze foto, ‘The Libyan Migrant Trap’, won fotograaf Daniel Etter een derde prijs bij de World Press Photo 2016. De foto toont twee Nigeriaanse vluchtelingen in een detentiecentrum in het Libische Sorman. – © Daniel Etter/World Press Photo/HH
    Met deze foto, ‘The Libyan Migrant Trap’, won fotograaf Daniel Etter een derde prijs bij de World Press Photo 2016. De foto toont twee Nigeriaanse vluchtelingen in een detentiecentrum in het Libische Sorman. – © Daniel Etter/World Press Photo/HH

    Hij zinspeelt op de banden tussen het gevangenispersoneel, smokkelaars, milities en mensenhandelaars, die wanhopige migranten onderling verkopen alsof ze handelswaar zijn. Bewakers overhandigen migranten tegen betaling aan mensenhandelaars. Smokkelaars waarschuwen de kustwacht wanneer hun migranten de oversteek wagen, zodat ze onderschept kunnen worden en doorverkocht aan milities. En milities arresteren migranten op straat omdat ze niet de vereiste documenten hebben. ‘Ze doen alsof ze illegale migranten in de kraag vatten en houden ze dan vast in hun centra, zonder fatsoenlijk eten of drinken, pakken hun geld af, buiten ze uit, misbruiken de vrouwen,’ zegt Ibrahim.

    Immigranten worden ook naar de omgeving rond de kustplaats Garabulli gebracht, halverwege Misrata en Tripoli, om de rubberboten vol nieuwe migranten te besturen – met medeweten van Libische kustwachters. De kustwacht ontkent met klem dat medewerkers zijn betrokken bij mensenhandel.

    Ahmed, de politieagent, vertelt dat milities in de afgelopen maanden verscheidene malen hebben geprobeerd om officiële detentiecentra met geweld in te nemen. Zo werd een officieel detentiecentrum in de omgeving van Garabulli in maart door milities in brand gestoken. Het gebouw brandde tot de grond toe af. Niemand weet wat er met de migranten is gebeurd.

    Baby’s geboren

    In het detentiecentrum in Sorman zijn er in het afgelopen half jaar zes baby’s geboren. De vrouwen, hun kinderen en de pasgeboren baby’s zijn niet door een arts bezocht. ‘Om veiligheidsredenen,’ zegt een bewaker. ‘Libië is te gevaarlijk.’ Een paar kilometer verderop ligt de Al-Nassergevangenis, het officiële detentiecentrum in Zawiya. Toen de migratie op zijn hoogtepunt was, in het begin van de zomer, zaten er meer dan 2600 mensen. Toen wij het detentiecentrum bezochten was hun aantal geslonken tot 1000. Sommige gedetineerden worden hier al acht maanden vastgehouden. De mannenafdeling is opgedeeld in kleine cellen, waar tussen de twintig tot vijftig mannen dag en nacht zijn opgesloten, behalve wanneer ze te eten krijgen. De enigen die vrij mogen rondlopen, zijn vijftig Tunesiërs die hun uitzetting afwachten.

    Een bewaker opent een van de cellen. John, uit Gambia, komt op gedempte toon met ons praten. Hij is bang dat de bewakers hem horen. Zijn landgenoot Phil komt erbij staan. ‘Ze gebruiken ons als slaven, en als ze ons niet meer nodig hebben, worden we afgedankt,’ vertelt John. ‘Soms komt de lokale bevolking brood en zeep brengen. Maar internationale hulporganisaties laten zich hier niet zien.’

    Een van de redenen waarom hulporganisaties centra als deze niet bezoeken is dat het er – net als op zoveel andere locaties in Libië – niet veilig wordt geacht. In juni werd een konvooi van UNSMIL, de VN-missie in Libië, dertig kilometer ten westen van Tripoli door milities aangevallen. Zeven medewerkers werden korte tijd vastgehouden. De kidnappers eisten de vrijlating van drie vermeende drugsdealers die in Tripoli waren gearresteerd. Ngo’s hebben om meer bescherming gevraagd tegen milities, maar of veiligheidsmaatregelen daadwerkelijk iets zullen uithalen, valt nog te bezien.

    In de vrouwenafdeling van Al-Nasser, het detentiecentrum in Zawiya, zitten ongeveer honderdvijftig vrouwen samengepakt in één ruimte. Een van hen, Princess, een Nigeriaanse, is twee weken geleden bevallen van een tweeling. Haar man wordt elders vastgehouden. Ze weet niet waar – zoals hij op zijn beurt niet weet dat hij inmiddels vader is van een tweeling. Princess brengt haar dag liggend op een matrasje door, naast haar twee baby’s. Er zijn geen luiers en er is niet genoeg drinkwater.

    Zoals vele anderen heeft ze op haar vlucht voor Boko Haram een tocht dwars door de Sahara achter de rug. Ze is vastbesloten haar kinderen een leven zonder angst te bieden, waarin ze niet voortdurend voor hun leven hoeft te vrezen. ‘Het kan me niet schelen dat de kustwacht me heeft tegengehouden, ik doe het zo weer,’ zegt ze terwijl ze naar haar pasgeboren tweeling kijkt. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is, maar in Nigeria is het ook gevaarlijk. Als je niet door de oorlog sterft, sterf je van de honger, en hier zitten we in de gevangenis, net zo’n hel. Het is de moeite waard om de oversteek nog eens te wagen.’

    Ze beseft nog niet dat ze van geluk mag spreken als ze uit Libië weet te ontsnappen.

    Auteur: Francesca Mannocchi

    Middle East Eye
    Londen | middleeasteye.net

    Middle East Eye werd in 2014 opgericht als onafhankelijke informatiesite. Dankzij een groot correspondentennet brengt de site nieuws uit 24 landen en snijdt daarbij politieke, economische en sociale onderwerpen aan.

  • 3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    De verkoop van Afrikaanse migranten komt niet uit de lucht vallen, schrijft Haythem Guesmi. ‘De hiërarchische samenleving in de hele Maghreb is doortrokken van racistische, discriminerende praktijken.’

    Het hardnekkige probleem met racisme in Libië en de Maghreb is oud nieuws. Bewijzen van slavernij in Libië werden al in april verzameld door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Ophef ontstond pas na de CNN-reportage Mensen te koop: waar levens worden geveild voor vierhonderd dollar, waarin te zien is hoe Libiërs Afrikaanse migranten per opbod verkopen. De storm van verontwaardiging was te verwachten, nu mensen het met eigen ogen konden aanschouwen.

    Legio zwarte Noord-Afrikanen worden op sociaal, institutioneel en politiek vlak geconfronteerd met racisme. Wanneer de zwarte Tunesische dichter Anis Chouchene dicht over ‘een samenleving die bang is voor verschillen’, bekritiseert hij de manier waarop zwarte Afrikanen als inferieur ras worden bestempeld. De hiërarchische samenleving in de hele Maghreb is doortrokken van racistische, discriminerende praktijken. Libië vormt daarop geen uitzondering. Maar dit racisme moet naar mijn idee worden gezien als ‘een strijd tegen allochtone Afrikanen’ – om wijlen de zwarte emancipator Frantz Fanon aan te halen – en niet als moderne slavernij.


    Migranten wachten om terug te gaan naar hun barakken na een lunch in het detentiecentrum in Karareem, nabij Misrata in Libië. – © Manu Brabo / HH
    Migranten wachten om terug te gaan naar hun barakken na een lunch in het detentiecentrum in Karareem, nabij Misrata in Libië. – © Manu Brabo / HH

    Zwarte Libiërs worden Fezzazna genoemd, een verwijzing naar de zuidwestelijke regio Fezzan waar ze voornamelijk wonen, maar ook om hun inferieure sociale positie aan te geven. In Benghazi, in het oosten van Libië, heet een lokale markt in de volksmond ‘slavensoek’. En in Tunesië zijn Zinji [Oost-Afrikaanse slaven die in vroeger tijden door Arabieren werden verhandeld] of Aswad [zwarte slaven die in vroege moslimlegers dienstdeden] inmiddels geaccepteerde termen om zwarte mensen aan te duiden omdat de racistische lading eraf zou zijn. Maar zolang er zich geen werkelijke omwenteling voordoet, blijven complexe kwesties als ‘negrofobie’ en xenofobie bestaan. Zoals Fanon stelt: ‘We zijn van nationalisme overgegaan op ultranationalisme, vervolgens op chauvinisme, en uiteindelijk op racisme.’

    Het in 1951 – het jaar van onafhankelijkheid – gestichte koninkrijk was geen lang leven beschoren: het werd na een staatsgreep in 1969 vervangen door Moammar al-Qadhafi’s Jamahiriya, een dictatuur waarin de mensenrechten van zowel Libiërs als buitenlanders continu werden geschonden. Tijdens de volksopstand om de dictator en zijn regime ten val te brengen, werd de bodem gelegd voor de huidige relatie tussen Libische rebellen en Afrikanen uit landen bezuiden de Sahara. Het Libische leger ronselde zwarte Afrikaanse huurlingen, voornamelijk onder Toearegs, om Qadhafi te helpen de protesten te kop in te drukken. Toen de opstand uitgroeide tot een gewapend conflict, keerden de Libiërs zich tegen de zwarte huurlingen én tegen zwarte arbeiders.

    In Tripoli, Misrata, Benghazi of Tobroek zal de CNN-reportage weinig uithalen. In een door burgeroorlog verscheurd land met torenhoge inflatie, een kwijnende economie en massaexecuties van gevangenen, is iedereen ofwel betrokken bij mensenhandel, of juist bij de bestrijding ervan. Hoewel de CNN-reportage een geval van schuldslavernij laat zien, gaat het bij veel migrantenveilingen om mensenhandel met losgeld als motief. Nu de Libië-route naar Italië nagenoeg is afgesloten, zitten veel migranten uit landen bezuiden de Sahara klem. Ze hebben veelal geen geld om smokkelaars te betalen voor terugkeer naar hun moederland. Smokkelaars kiezen ervoor de migranten te verkopen aan de hoogste bieder – privépersonen dan wel organisaties, bijvoorbeeld milities. De kopers dwingen de migranten om familie te bellen voor losgeld. Naar verluidt halen mensenhandelaren per persoon omgerekend drie- tot vijfduizend euro binnen.

    ‘Onmenselijk’

    Een paar dagen voordat de CNN-beelden de wereld overgingen, noemde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de VN, Zeid Ra’ad al-Hussein, het EU-beleid om Libische autoriteiten te helpen migranten te onderscheppen en vast te zetten ‘onmenselijk’. Veel Libiërs reageerden geschokt op het nieuws over de slavenveilingen. Door de Europese militaire en politieke interventie en de druk op het instabiele land om in de vluchtelingencrisis als poortwachter te fungeren, loopt de situatie, die al rampzalig was, inmiddels volledig uit de hand.

    Auteur: Haythem Guesmi
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Africa is a Country
    Verenigde Staten | africasacountry.com

    Deze tien jaar oude blog, beheerd vanuit Zuid-Afrika, de VS en Engeland, werd opgericht om een tegengeluid te geven op de traditionele opvattingen van de westerse media over Afrika. ‘Op deze site gaat het niet over honger, Barack Obama of Bono’, zei oprichter Sean Jacobs (Zuid-Afrika). Waarover wel? Politiek, economie, voetbal en maatschappij, met een kritische blik.

  • 2. De Afrikanen blijven weg, maar tegen welke prijs?

    2. De Afrikanen blijven weg, maar tegen welke prijs?

    Sinds Europa afspraken heeft gemaakt met Libië is het aantal Afrikaanse migranten in Italië aanzienlijk gedaald. Maar volgens de Ierse commentator Patrick Smyth is de deal moreel dubieus.

    Italiaanse functionarissen hebben melding gemaakt van een scherpe afname van de aantallen migranten en vluchtelingen die vanuit Libië over de centrale Middellandse-Zeeroute naar hun kust komen.

    Eindelijk eens goed nieuws? Of een probleem dat deels is opgelost ten koste van een moreel gecompromitteerd Europa? De daling, die zich heeft voorgedaan nadat de oostelijke Middellandse-Zeeroutes naar Griekenland waren afgesloten dankzij de EU-deal met Turkije, was welkom nieuws voor de Europese hoofdsteden, die bang waren voor de volgende ronde politiek pijnlijke verzoeken om vluchtelingen op te nemen teneinde de ‘last te delen’.

    Er ligt inderdaad al een nieuw verzoek van de VN aan de EU op tafel om zo’n veertigduizend vluchtelingen vanuit Libië, Egypte, Niger, Ethiopië en Soedan toe te laten – een poging om een legale weg te creëren om de EU binnen te komen.

    Het omkopen van milities komt in Libië al lang voor en dateert uit de tijd van Moammar al-Qadhafi, die er niet afkerig van was om Italië te chanteren en de stroom migranten over de Middellandse Zee naar believen aan en uit te zetten

    Maar wat is de prijs van Italiës ogenschijnlijke succes? Er circuleren beweringen, die ook weer heftig ontkend worden, dat Rome Libische warlords en milities heeft omgekocht die banden hebben met mensensmokkelaars en niet afgeschrikt worden door het feit dat vluchtelingen in ‘concentratiekampen’ worden opgesloten waar ze verkracht en gemarteld worden en honger lijden.

    Tot kort geleden boden milities in de steden ten westen van Tripoli, van waaruit de meeste migranten vertrekken, bescherming aan groepen smokkelaars. Veel van die groepen hebben recentelijk flinke geldbedragen, wapens en boten ontvangen via de weinig betrouwbare, door de VN gesteunde nationale eenheidsregering in Tripoli. Dat geld werd opgebracht door Italië, deels namens de EU – het is niet duidelijk of Italië de groepen ook direct heeft betaald. Maar de leider van de belangrijkste militie, Ahmed Dabbashi, gaf tegenover de The Times toe dat Tripoli hem voertuigen, boten en salarissen had beloofd in ruil voor samenwerking.

    Het omkopen van milities komt in Libië al lang voor en dateert uit de tijd van Moammar al-Qadhafi, die er niet afkerig van was om Italië te chanteren en de stroom migranten over de Middellandse Zee naar believen aan en uit te zetten. Maar als strategie om ‘vrede te kopen’ heeft het nog nooit succes gehad, en de gerespecteerde denktank van de ICG (Internationale Crisis Groep) waarschuwt dat dergelijke tactieken ‘bij toeval facties kunnen versterken die zich onttrekken aan supervisie door de regering’ en pogingen om de vrede te herstellen in het verwoeste land zullen tegenwerken.

    Jonge Afrikaanse migranten in een detentiecentrum in Tripoli. – © Florian Gaertner / Getty Images
    Jonge Afrikaanse migranten in een detentiecentrum in Tripoli. – © Florian Gaertner / Getty Images

    De EU nam deel aan patrouilles voor de Libische kust met haar marineoperatie (EU Navfor Med), die bekendstaat als Operatie Sophia, om levens te redden op zee en mensensmokkel tegen te gaan. Hun taak is bemoeilijkt door de eis van de Libische kustwacht, die zogenaamd meewerkt, dat Sophia-schepen negentig nautische mijlen uit de kust moeten blijven – de logica hierachter: als je het vluchtelingen te gemakkelijk maakt om gered te worden, moedig je ze alleen maar aan. De kustwacht is ook beschuldigd van mishandeling, zoals het schieten op hulpverleners die proberen migranten te redden.

    Het probleem is dat het beleid van de EU, die uit wanhoop gekozen heeft voor een strategie gebaseerd op het bij de bron tegenhouden van de stroom migranten in plaats van eindeloos meer opvangcentra te creëren in Italië en Griekenland, moreel dubieus, om niet te zeggen politiek contraproductief lijkt in de context van de steun aan een vredesproces in Libië.

    De EU heeft de financiering en training van de kustwacht op zich genomen. Veel leden daarvan zijn ‘hervormde’ milities, die niet bepaald doordrongen zijn van mensenrechten en ook niet afkerig zijn van omkoperij. Ze heeft miljoenen gepompt in anti-migratieprojecten in landen als Niger en Nigeria, waar ze ook aanzienlijke sommen heeft betaald aan smokkelaars om ze ‘om te scholen voor niet-criminele activiteiten’.

    De EU heeft er te laat bij Tripoli op aangedrongen om iets te doen aan de gruwelijke omstandigheden in de kampen. Om kritiek te ondervangen heeft ze de financiering verhoogd van de VN-instanties voor migratie (IOM) en vluchtelingen (UNHCR), zodat ze kunnen proberen de situatie van migranten binnen Libië te verbeteren.

    Economisch onstabiel

    De ICG is ook bezorgd over wat de groep als een aanzienlijke fout in de EU-benadering ziet: ‘Het zuidwesten van Libië is de ontbrekende schakel in het actieplan van de EU, aangezien het gebied, dat de Fezzan heet, een essentiële factor is in het migratieprobleem.’ Het is de plek waar de grote meerderheid van de vluchtelingen van bezuiden de Sahara het land binnenkomt, maar dat wordt door de Unie genegeerd.

    ‘Libië blijft politiek stuurloos en economisch onstabiel,’ waarschuwt de ICG ook. ‘Het is de hoogste tijd voor verzoening tussen en stabilisatie van de rivaliserende facties in het land. De zwakke regering, geleid door premier Fayez al-Sarraj, loopt het risico om niet meer dan een agent te worden die door de EU of een van haar lidstaten wordt ingezet om aan te sturen op een Europese – in plaats van een Libische – agenda, zoals het beteugelen van migratie. Als er geen Libische belangen worden nagestreefd, zal deze regering binnen Libië steeds meer gewantrouwd worden.’

    De beslissing om Europa’s zuidelijke open deur te sluiten, heeft ons – en ik bedoel ons allemaal – slechts met moeilijke, moreel twijfelachtige keuzen opgezadeld.

    Auteur: Patrick Smyth
    Vertaler: Astrid Staartjes

    The Irish Times
    Ierland | dagblad | oplage 117.543

    Opgericht in 1859. Stond in zijn beginjaren bekend als spreekbuis van de protestantse nationalisten, later als spreekbuis van de Unionisten en onderging nog later, na de deling van het eiland in de Ierse Vrijstaat en Noord-Ierland, nog een koersverandering; tegenwoordig geldt hij als gematigd liberaal/sociaaldemocratisch.

  • Dossier Migratie: Iedereen heeft boter op zijn kop

    Dossier Migratie: Iedereen heeft boter op zijn kop

    Toen CNN onlangs schokkende beelden toonde van Afrikaanse migranten die in Libië als slaven werden verhandeld, stond de internationale gemeenschap op zijn achterste benen. Maar zowel Europa als de Arabische wereld als de Afrikaanse elite is schuldig aan de gang van zaken, stellen de schrijvers van dit dossier. 

    1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    2. De Afrikanen blijven weg, maar tegen welke prijs?

    3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    4. Afrikaanse krokodillentranen

    5. Andere berichten uit de media

    © AP Photo / Manu Brabo