Tag: smaak

  • Waarom je speeksel bepaalt wat je proeft

    Waarom je speeksel bepaalt wat je proeft

    De vloeistof die onze mond produceert, is niet alleen een glijmiddel. Speeksel speelt een actieve rol in hoe we smaak ervaren en heeft invloed op onze voedselkeuze, zo hebben onderzoekers ontdekt.

    Op het eerste gezicht lijkt speeksel nogal saai spul. Handig om ons voedsel mee te bevochtigen, meer niet. De realiteit is heel anders, beginnen wetenschappers nu te begrijpen. De vloeistof gaat een ingewikkelde interactie aan met alles wat in de mond komt, en hoewel speeksel voor 99 procent uit water bestaat, heeft het een grote invloed op de smaak van wat we eten en drinken, en het genot dat we daaruit putten.

    ‘Het is een vloeistof, maar niet zomaar een vloeistof,’ zegt oraal bioloog Guy Carpenter van King’s College London.

    Wetenschappers weten al een tijd dat speeksel voor van alles en nog wat dient: het beschermt het gebit, vergemakkelijkt het spreken en biedt binnenkomend voedsel een uitnodigende omgeving. Nu zijn onderzoekers erachter gekomen dat speeksel ook bemiddelend optreedt en als vertaler dienst doet, dat het invloed uitoefent op hoe voedsel door de mond beweegt en onze zintuigen prikkelt. En er zijn steeds meer aanwijzingen dat uitwisselingen tussen speeksel en voedsel voor een deel bepalen wat we graag eten.

    ‘Orale voedselverwerking’

    De substantie is niet erg zout, waardoor we het zout van een aardappelchip kunnen proeven, en niet erg zuur, waardoor een scheutje citroen zo kan prikkelen. Elke hap voedsel wordt met water- en speekseleiwitten ingevet, waarop enzymen zoals amylase en lipase het verteringsproces op gang brengen. Het speeksel levert smaakstoffen af bij de smaakpapillen, waar de twee met elkaar kunnen communiceren. Speeksel, zo zegt de Chinese voedingswetenschapper Jianshe Chen, zorgt ervoor dat we ‘de chemische informatie van voedsel – het aroma, de smaak – detecteren.’

    Chen bedacht de term ‘orale voedselverwerking’ in 2009 om het multidisciplinaire veld te beschrijven dat bestaat uit voedingswetenschap, de fysica van voedingsstoffen, de fysiologische en psychologische reacties van het lichaam op voedsel en meer. Hij schreef over het onderwerp in de Annual Review of Food Science and Technology 2022. Als mensen eten, legt hij uit, proeven ze eigenlijk niet het eten zelf, maar een mengsel van voedsel en speeksel. Zo kun je alleen een zoet- of zuursmakend molecuul in een hap eten proeven als dat molecuul de smaakpapillen kan bereiken – en daarvoor moet het door de laag speeksel heen die de tong bedekt.

    Anders proeven

    Dat is allemaal niet zo vanzelfsprekend, zegt de eerder aangehaalde oraal bioloog Guy Carpenter, die erop wijst dat frisdrank zoeter smaakt als er geen prik in zit. Lang werd aangenomen dat dit kwam doordat sprankelende bubbeltjes kooldioxide in verse frisdrank zorgden voor een zuur stootje dat de hersenen afleidde van de zoetheid. Niet dus. Carpenter en zijn collega’s bestudeerden het proces in een kunstmatige laboratoriummond en ontdekten dat het speeksel de frisdrankbubbels belette om hun weg te vinden tussen tong en verhemelte. Carpenter denkt dat deze ophoping van bubbels voorkomt dat de suikers de smaakreceptoren op de tong bereiken. Met frisdrank zonder koolzuur zijn er geen luchtbellen die de zoete smaak blokkeren.

    Speeksel heeft ook invloed op de aroma’s – aroma’s die voor het overgrote deel onze smaakperceptie bepalen en voortkomen uit voedsel in de mond. Door het kauwen lossen sommige smaakmoleculen op in het speeksel en andere niet. Die laatste moleculen kunnen in de neusholte terechtkomen en worden er opgemerkt door de talloze receptoren aldaar. Wat betekent dit? Dat mensen met verschillende speekseldebieten of speekselsamenstelling – met name van eiwitten in de vorm van slijmstoffen – iets heel anders kunnen proeven terwijl ze hetzelfde eten of drinken.

    De proefpersonen die meer speeksel produceerden ervoeren meestal intensere smaken

    Spaanse onderzoekers maten bijvoorbeeld de speekselvloed van tien wijnproevers. Aan de wijn waren fruitige esters toegevoegd. De vrijwilligers die meer speeksel produceerden ervoeren meestal intensere smaken – misschien omdat ze vaker slikten en daardoor meer aroma’s in hun neusholtes kregen. Met andere woorden: wijnliefhebbers die prat gaan op hun vermogen aromanuances te detecteren, hebben dit op zijn minst voor een deel aan hun spuug te danken.

    Speeksel speelt ook een prominente rol in onze perceptie van textuur. Neem wrangheid, dat droge gevoel in je mond als je rode wijn drinkt of onrijp fruit eet. Dat is niet de schuld van de wijn, nee, tanninemoleculen in de wijn zorgen ervoor dat eiwitten uit het speeksel neerslaan, waardoor dat speeksel niet meer zo goed smeert.

    Dankzij speeksel weten wij ook voedsel met een hoog en laag vetgehalte te onderscheiden. Ook als twee yoghurts er hetzelfde uitzien en net zo vloeibaar zijn, voelt een vetarme versie droger in de mond, aldus Anwesha Sarkar, voedingswetenschapper aan de universiteit van Leeds. ‘We proberen niet de eigenschappen van het voedsel te doorgronden, maar de wisselwerking ervan met de oppervlakte,’ zegt Sarkar. Een mengsel van melkvet en speeksel creëert een laag druppeltjes in de mond die de wrangheid kan verdoezelen en de yoghurt een rijkere smaak geeft.

    Mechanische tong

    Sarkar gebruikt voor haar onderzoek een mechanische tong, gedoopt in kunstmatig speeksel, die simuleert wat er gebeurt als voedsel door de mond beweegt en hoe dat de zintuiglijke ervaring van het eten beïnvloedt. Een smoothie met weinig vet, zegt Sarkar, lijkt op het eerste gezicht romig, maar mist de weelderige textuur die vet levert indien vermengd met speeksel.

    Een volledig inzicht in deze interacties tussen speeksel, voedsel en de mond – en de overdracht van de informatie naar de hersenen – kan leiden tot de productie van gezonder voedsel, aldus Sarkar. Ze denkt aan ‘getrapt voedsel’ dat genoeg suiker aan de buitenkant bevat om in speeksel te kunnen oplossen met een gevoel van zoetheid als gevolg, maar dat in zijn geheel lagere concentraties suiker en dus ook een lager calorieniveau kent. Een dergelijke opzet kan volgens haar leiden tot voedsel met minder vet.

    Maar het is niet makkelijk om deze interacties zo goed te begrijpen dat je zulke voedingsmiddelen kunt ontwikkelen. Speeksel en smaakperceptie variëren de hele dag door, en dan zijn er op dat gebied ook nog eens verschillen tussen individuen. Meestal is speeksel traag in de ochtend en het vloeiendst vroeg in de middag. En de componenten van het speeksel van ieder individu – hoeveelheden van bepaalde eiwitten bijvoorbeeld – fluctueren de hele dag, net als stimulerende aroma’s.

    Speekseleiwitten

    Oraal biochemicus Elsa Lamy van de Universiteit van Évora in Portugal heeft dit onderzocht door geblinddoekte vrijwilligers zo’n vier minuten lang aan een stuk brood te laten ruiken. Ondertussen hield ze in de gaten of er veranderingen in hun speeksel optraden. Twee soorten eiwit – zetmeel verterende amylases en cystatines – die met smaakgevoeligheid en smaakperceptie in verband worden gebracht, namen toe na de blootstelling aan het brood. Soortgelijke experimenten volgden met vanille en citroen, en in alle gevallen veranderden de niveaus van speekseleiwitten, hoewel die afhingen van het voorgezette voedsel. Lamy en haar team proberen er nu achter te komen wat voor functie die stijging in eiwitten kan hebben.

    De samenstelling van speeksel verschilt van persoon tot persoon – en hangt deels af van iemands vroegere voedselkeuzes, zegt Ann-Marie Torregrossa, een gedragsneurowetenschapper aan de Universiteit van Buffalo. Toen zij ratten onderwierp aan een dieet met additieven die bitter smaakten, registreerde zij scherpe toenamen van speekseleiwitten in tal van categorieën. Ondertussen leken de ratten dat bittere spul in hun eten steeds meer te accepteren. ‘De conclusie is dus dat broccoli best lekker is als je niets anders meer eet,’ zegt Torregrossa.

    In een ander experiment gebruikte ze katheters om speeksel van ratten die bitter voedsel gewend waren over te brengen naar andere rattenbekjes. Die diertjes gingen bitter voedsel prompt beter verdragen. Maar controledieren die de bitterheid verdragende speekseleiwitten werden onthouden, moesten niets van het bittere voedsel hebben.

    Torregrossa en haar medewerkers zijn er nog niet uit welke eiwitten precies verantwoordelijk zijn voor deze tolerantie. Er zijn wel een paar kandidaten, zoals prolinerijke eiwitten en proteaseremmers, maar er zijn misschien nog andere. Ze moeten weten om welke eiwitten het gaat voordat ze kunnen beoordelen hoe reacties op bittere smaken in de mond en in de hersenen worden beïnvloed.

    Ratten zijn natuurlijk geen mensen. Wel zijn er aanwijzingen gevonden dat hun speeksel soortgelijke dingen doet met smaakperceptie als bij mensen. Het beeld is echter ingewikkelder. ‘Het menselijk dieet en de menselijke ervaring worden beïnvloed door tal van andere factoren die knaagdieren gewoon vreemd zijn,’ zegt Lissa Davis, wetenschapper aan de Purdue University in Indiana, die smaak en gedrag bestudeert.

    Gezondere eetgewoonten

    Maar als deze patronen kunnen worden gedecodeerd en begrepen, dan belooft dat wat, zegt Lamy. Als je kinderen een additief zou kunnen geven dat veranderingen in hun speeksel stimuleert en hun ervaring met een bittere groente daardoor letterlijk en figuurlijk verteerbaarder maakt, zou dat gezondere eetgewoonten kunnen bevorderen. Als hun eerste ervaring met nieuw voedsel verschoond blijft van een hoge bitterheidsgraad, dan zullen ze goede smaakervaringen met die groente hebben.

    Meer in het algemeen zal een beter begrip van de invloed van speeksel op smaak – en die van voedsel op de samenstelling van speeksel – veel nieuwe manieren mogelijk kunnen maken om eetvoorkeuren om te buigen naar vaak weinig populair maar gezond voedsel. ‘Hoe,’ zegt Torregrossa, ‘kunnen we haters van dat voedsel veranderen in liefhebbers? Die vraag houdt me bezig.’

    Lees ook:

  • Waarom kruiden smaken zoals ze smaken

    Waarom kruiden smaken zoals ze smaken

    Verse kruiden kunnen de smaak van een gerecht enorm ophalen. Maar waarom hebben kruiden die smaken eigenlijk? Voedselschrijver Harold McGee zocht het uit.

    De smaak van een kruid of specerij komt van de chemische stoffen die de bronplant maakt en opslaat. Kruidenplanten slaan die stoffen op in hun bladeren, specerijenplanten doen dat in hun zaden, schors en wortels. Hebben vruchten een geur waarin zich tientallen geurige chemicaliën vermengen, kruiden en specerijen krijgen hun typerende smaak van één of heel weinig chemicaliën. De smaak van tijm komt bijvoorbeeld van de chemische stof thymol; munt krijgt zijn smaak van menthol en carvon.

    Rijpe vruchten smaken lekker omdat de moederplant zich zo heeft geëvolueerd dat dieren ze graag eten en vervolgens de zaden ver in het rond verspreiden. Kruiden en specerijen kunnen voedsel lekker maken, maar ze zijn zelf meestal niet lekker, want planten willen niet dat dieren hun bladen, zaden en wortels opkauwen.

    Chemische wapens

    Heb je ooit op een takje tijm gekauwd of een hele peperkorrel of kruidnagel tussen je kiezen vermalen? Geen pretje. Dat komt doordat de meeste kruiden en specerijen eigenlijk chemische wapens zijn. Hun rol is om insecten, slakken en andere dieren die proberen hen op te eten te verdrijven, en om microben – vooral schimmels – die hen proberen te infecteren te doden. (De smaakchemicaliën dienen soms ook als een vorm van anticonceptie. Als de blaadjes van een tijmplant op de grond vallen, voorkomt de thymol dat de zaden van de plant ontkiemen, zodat de plant niet met zijn nakomelingen hoeft te strijden om de voedingsstoffen uit hetzelfde stukje grond.)

    Toen ik tientallen jaren geleden belangstelling kreeg voor het verschijnsel smaak, wist ik bij een bedrijf dat chemische stoffen leverde een flesje pure thymol te bemachtigen, de essentiële stof van de tijmsmaak. Op het etiket stond een grote rode X, met een waarschuwing: schadelijk bij inademing, in contact met de huid en bij inslikken. Met andere woorden: schadelijk bij alle manieren waarop je in de keuken met tijm werkt! Maar een takje tijm of een peperkorrel 
of kruidnagel bevat maar een relatief kleine dosis schadelijke stof. En voeg je die toe aan een mengsel van andere, milde ingrediënten, dan wordt die dosis verdund tot een lekker vleugje van zijn krachtige zelf.

    Er zijn uitzonderingen op de oneetbaarheid van de echte kruiden en specerijen: peterselie, dille, anijs 
en venkelzaadjes hebben bijvoorbeeld niet zo’n onaangenaam effect op onze mond. Maar in feite is ook de algemene grasachtige ‘groene’ smaak van alle bladgroenten (sla, spinazie enzovoort), hoe mild die ook lijkt, een vorm van chemische verdediging. De typische geur van gemaaid gras of geplette bladeren komt vrij doordat de schade aan de cellen van de plant de afgifte van bepaalde enzymen veroorzaakt die effect hebben op de lange koolstofketenmoleculen in de celmembranen. Die lange ketens zijn te groot om naar de lucht te ontsnappen waar we ze zouden ruiken, maar deze enzymen breken de lange ketens af tot fragmenten (voornamelijk zes-koolstoffragmenten). Deze moleculen – hexanal, hexanol – zijn klein genoeg om vluchtig te zijn, en dat is wat je ruikt als je groene bladen plet of erop kauwt.


    Het is niet toevallig dat plantenbladeren deze zes-koolstoffragmenten produceren als ze beschadigd raken. Plantbiologen hebben ontdekt dat ze indirect de groei van schimmels remmen en giftig zijn voor rupsen en andere roofzuchtige dieren die op de bladeren kauwen. En omdat ze van de bladeren kunnen opstijgen en wegzweven, trekken ze ook wespen aan, die weer rupsen eten. De plant kan de fragmenten bovendien zo modificeren dat ze dienen als waarschuwing aan andere delen van hetzelfde blad, 
aan andere bladen van de plant en zelfs aan andere planten. De gemodificeerde moleculen zijn een 
signaal dat er een aanval gaande is en dat de cellen, bladen en planten in de buurt hun chemische verdedigingsmechanisme moeten inzetten. Zo kan een aanval op een plant ervoor zorgen dat er onmiddellijk aromatische bestanddelen vrijkomen, maar ook dat de plant voor de langere termijn een voorraad aromatische bestanddelen in zijn bladeren opbouwt. In ieder geval is uit onderzoek naar conventionele 
en biologische productiemethoden gebleken dat biologische planten, die niet beschermd worden door pesticiden en daardoor te lijden hebben van aanvallen door insecten, meer smaakchemicaliën en andere beschermende moleculen zoals antioxidanten kunnen verzamelen.

    Het zou natuurlijk fijn zijn om zowel mooie bladeren als een geweldige smaak te hebben. En plantbiologen hebben een slimme methode gevonden om dat voor elkaar te krijgen.

    thijm

    Planten herkennen een aanval door insecten of schimmels onder andere aan de aanwezigheid van chitine, een ongebruikelijk, celluloseachtig molecuul dat in de celwanden van schimmels en in het uitwendig skelet van insecten en schaaldieren zit. 
Chitosan, een gemodificeerde versie van chitine in schaaldieren, is een veelzijdig materiaal en wordt veel verkocht in natuurvoedingswinkels. En het blijkt dat als je een plant blootstelt aan Chitosan, die plant reageert alsof hij wordt aangevallen en zijn productie van chemische verdedigingsmiddelen aanwakkert.

    In een experiment bouwden basilicumplanten die water met Chitosan kregen in twee tot drie dagen tijd 20 procent meer essentiële olie op dan planten die geen Chitosan kregen. Vergelijkbare effecten zijn waargenomen in broccoli en sojabonen. Chitosan is in feite plantenstress in een flesje – de schrik zonder de schade.

    Je moet wel twee keer nadenken voordat je een wat mottig, door insecten aangevreten product 
weggooit

    Wat betekent dit alles in de keuken? Om te beginnen dat je wel twee keer moet nadenken voordat je een wat mottig, door insecten aangevreten product 
weggooit. Het ziet er misschien niet presentabel uit, maar zou wel eens meer smaak en voedingsstoffen kunnen bevatten dan een perfect blad. En verbouw 
je zelf planten – al zijn het maar kruiden in potten 
op de vensterbank of op je platte dak – dan kun je 
die misschien meer smaak geven door wat Chitosan in het water te doen.


    De manier waarop je de kruiden op je aanrecht behandelt kan ook invloed hebben op hun smaak. 
De defensieve chemicaliën die verantwoordelijk zijn voor de smaak van planten zijn meestal geconcentreerd in fijne, haarachtige kliertjes aan het oppervlak van de bladeren (bij de muntfamilie, waartoe ook basilicum, oregano, salie, shiso en tijm behoren) of in speciale kanaaltjes binnen in de bladeren (bij de meeste andere kruiden). Laat je de kruiden redelijk intact, dan krijg je hoofdzakelijk de karakteristieke smaak van dat kruid. Maar plet je ze of snijd je ze fijn, dan beschadig je veel cellen en daarmee veroorzaak je de afgifte van de grasachtige, vegetale verdedigings-
chemicaliën. Die kunnen zelfs de eigen smaak van het kruid gaan overheersen.

    munt

    Het is de moeite waard om te experimenteren met de verschillende manieren van omgaan met kruiden, en zo te ontdekken hoe je de smaak krijgt die je wilt hebben. Barkeepers ‘slaan’ munt eerder dan dat ze het ergens doorheen roeren, om het muntaroma uit de oppervlakteklieren te bevrijden en zo weinig mogelijk bladschade en daarmee ontwikkeling van de grassige smaak te veroorzaken. Je kunt de bladcellen zelfs nog zachter behandelen door twee muntblaadjes met de onderkant tegen elkaar te wrijven (als je goed kijkt, zie je dat de meeste aromahaartjes aan de onderkant zitten). Een paar jaar geleden bleek uit een interessant onderzoek in Japan dat bij verse sansho (familie van de szechuanpeper), een plant die smaak binnen in zijn bladeren opslaat, het pletten van de bladen de citrustonen van het kruid vrijmaakte maar ook een sterk grasachtig aroma, terwijl door het slaan van de bladeren de citrus- en bloemengeur vrijkwamen, zonder het grasachtige.

    Je kunt de bladenzymen die de grassmaak veroorzaken ook vertragen door de blaadjes te koelen en ze koud te houden terwijl je ze hakt of plet. Of je kunt die enzymen permanent uitschakelen door de blaadjes snel te blancheren (al kan de hoge temperatuur ook de karakteristieke kruidensmaak aantasten.) Of je kunt voor de grassmaak gaan. De keus is aan de kok.

    Auteur: Harold McGee

    Harold McGee benadert de voedselindustrienop een sechekundige en historische wijze. Hij is gespecialiseerd in moleculaire gastronomie. Zijn meest bekende boek, On Food and Cooking: The Science and Lore of the Kitche (1984) werd in 2004 opnieuw uitgegeven.

    Lucky Peach
    Verenigde Staten | kwartaaltijdschrift | oplage 100.000
    Lucky Peach is een vrolijk Amerikaans culinair kwartaaltijdschrift, in 2011 opgericht door de Koreaans-Amerikaanse restaurateur David Chang (1977) en voormalig voedselcolumnist van The New York Times Peter Meehan. Chang is eigenaar van restaurantketen Momofuku in New York (en inmiddels ook in Sydney, Toronto en Washington D.C.), waarvan het eerste restaurant, Momofuku Ko, in 2004 werd geopend in de East Village. Momofuku betekent ‘Gelukkige Perzik’ in het Japans. Volgens Chang althans. Maar volgens anderen is de keten genoemd naar de Taiwanees-Japanse uitvinder van de instantnoedels, Momofuku Ando. Momofuku Ko heeft sinds 2009 twee Michelinsterren en wel twaalf zitplaatsen, waar tout New York om vecht. De sfeer van het tijdschrift – oplage 100.000, waarvan een kwart abonnementen – wordt aardig weergegeven door de kop boven een recensie over een expositie van stillevens: ‘You don’t want to eat this fruit. You want to fuck it.’