Op de Balkan worden via de zwarte markt op berichtendienst Telegram oproepen gedaan om voor een aanzienlijk bedrag immigranten te smokkelen. Bij deze Bulgaarse chauffeur gaat bijna alles mis. En naar het geld kan hij fluiten.
Vladislav [niet zijn echte naam] leidt geen bijzonder turbulent leven. Hij woont in een stad in het noordoosten van Bulgarije, waar hij in een fabriek werkt, in ploegendienst. De eentonigheid van zijn baan en het magere salaris dat hij verdient brengen hem in de verleiding om dingen te doen die ver buiten zijn dagelijkse routine vallen – in dit geval zelfs buiten de wet.
Via een advertentie in een anoniem kanaal op berichtendienst Telegram begint Vladislav in september 2023 een nieuwe loopbaan als ‘handelaar in illegale immigranten’. Hij aarzelt aanvankelijk, maar het geld dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld is toch te verleidelijk. Vladislav reageert op een bericht dat gebruiker Dark Haker heeft geplaatst, waarin wordt gezocht naar een ‘vervoerder tegen betaling van een groot bedrag’. Vladislavs’ interesse is daarmee al snel gewekt. Dark Haker biedt eerst 650 euro, dan 750, en uiteindelijk iets meer dan 1000 dollar voor het vervoeren van vier vluchtelingen van Boergas naar Sofia.
Internetchats
Illegale migranten de grens over zetten is niet langer alleen voorbehouden aan professionele smokkelaars; het wordt tegenwoordig ook gedaan door mensen die ‘gewoon geld willen verdienen’. Het werven van dergelijke ‘eendagssmokkelaars’ vindt en plein public plaats in internetchats die voor iedereen toegankelijk zijn.
Nadat hij akkoord is gegaan met het aanbod om de vluchtelingen te vervoeren, vertrekt Vladislav vrijwel onmiddellijk naar Boergas. De opdracht is relatief eenvoudig: haal de vier vluchtelingen op en rijd dan rechtstreeks naar Sofia, zonder onderweg ergens te stoppen. Er moet bij aankomst in Sofia een video-opname worden gemaakt van het tellen van de migranten, en er worden regelmatig screenshots van zijn locatie verwacht, zodat de organisatoren weten waar hij is.
Die avond krijgt hij de exacte coördinaten van de plaats waar hij heen moet rijden om de vluchtelingen op te halen. De locatie is een zandweg in Strandzja, tussen Kroesjevets en de Jasna Poljana-dam.
Als hij daar aankomt, ziet Vladislav in het schijnsel van mobiele telefoons de eerste vluchteling opdoemen: een man in donkere kleren met een rugzak. Hij heeft een kaalgeschoren hoofd, een baard en een snor. ‘Daarna verschenen er nog zes,’ vertelt Vladislav. Terwijl de afspraak was dat hij er vier mee zou nemen, waren het er opeens zeven. En in zijn sedan passen maar vijf mensen. Uiteindelijk neemt hij ze allemaal mee richting Sofia: vijf achterin en twee naast hem voorin.
De communicatie met de migranten in de auto verloopt moeizaam. Slechts een van hen spreekt een beetje Engels. ‘Ze maakten voornamelijk selfies met hun telefoons,’ vertelt Vladislav. Met behulp van een vertaalapp begrijpt hij dat ze uit Afghanistan komen en dat hun volgende stop Servië is, met eindbestemming Duitsland. Ze hebben 3000 euro per persoon betaald voor hun reis door Bulgarije.
Vage aanwijzingen
De aanwijzingen die Vladislav onderweg krijgt blijven erg algemeen. Hij moet achter een vrachtwagen gaan rijden en via de app Waze in de gaten houden waar de politie gesignaleerd is. ‘Werd je aangehouden, dan was je er gloeiend bij,’ zegt hij.
Bij aankomst maakt Vladislav zoals gevraagd een filmpje van de vluchtelingen die uitstappen. Volgens zijn correspondentie met een tweede contactpersoon, met een Pakistaans nummer, is dit een vereiste om betaald te worden. Na het maken van de video stappen de zeven migranten ineens weer in de auto. Een paar minuten later krijgen ze aanwijzingen op hun telefoon en stappen ze alsnog uit.
Vladislav was verteld dat hij de helft van het bedrag – 500 euro – van de vluchtelingen zelf zou krijgen. Bij aankomst in Sofia, kort voordat de zeven uiteindelijk de auto verlaten, krijgt hij echter heel andere instructies: hij moet geen geld aannemen van de vluchtelingen, omdat die het misschien nodig hebben voor de rest van de reis naar Duitsland.
Maar dan neemt het verhaal nog een andere wending: Vladislav moet wachten op een andere man die betrokken is bij de smokkel en die hem zal betalen. Maar die blijkt nog te slapen, hoort hij van de man achter het Pakistaanse nummer.
Op een parkeerplaats in Sofia probeert hij zelf wat te slapen. Als dat niet lukt, neemt hij weer contact op met de contactpersoon met het Pakistaanse nummer, die hem uitlegt dat ‘het doorspelen van het geld’ nog niet heeft plaatsgevonden, ‘maar het is in orde’, ‘geen probleem’ en ‘er is niets aan de hand’. Vladislav antwoordt: ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken.’
Desondanks blijft de organisator beweren dat alles in orde is. Latere communicatie met zowel het Bulgaarse als het Pakistaanse nummer maakt duidelijk dat de organisatoren elkaar niet kennen en dat de coördinatie elders plaatsvindt. Het Bulgaarse nummer had gesuggereerd dat Vladislav in Plovdiv zou worden betaald, maar tegen die tijd was hij al vertrokken.
‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken’
Vladislav begint ernstige twijfels te krijgen, maar hij heeft de hoop op zijn honorarium nog niet helemaal opgegeven. In ieder geval heeft geen van zijn twee contactpersonen het contact tot nog toe verbroken.
Als hij de volgende dagen verschillende aanbiedingen krijgt voor een tweede rit, voor nog meer geld – vier mensen voor 500 euro per persoon, bijvoorbeeld – stemt hij in, onder de voorwaarde dat hij bij aankomst ook de 1000 euro die hij nog tegoed heeft zal ontvangen.
Tijdens zijn tweede rit, naar een plaats die niet ver van de eerste eindbestemming ligt, raakt Vladislav de weg kwijt. Zijn telefoon heeft geen bereik en daarom kan hij geen verbinding maken met de gps-app, of met zijn contactpersoon. Uiteindelijk, na uren rondzwerven, gaat hij alleen terug. ‘Vreemd genoeg was de organisator op de hoogte van mijn situatie; toen we contact hadden, wenste hij me een goede reis terug.’
De vergeefse tweede rit is voor Vladislav geen reden om niet toch nog een derde poging te wagen: dit keer met een ander startpunt, een paar kilometer van de grensovergang met Turkije bij Lesovo, in de regio Jambol. Daar moet hij vijf migranten oppikken. Maar er komt niemand opdagen. De contactpersoon belooft dat hij nog 250 euro krijgt en 1000 euro van ‘de Arabier die de mensenhandel heeft georganiseerd’.
Kort voordat hij wil vertrekken, wordt Vladislav aangehouden door de grenspolitie. Niet zo verrassend, want in tegenstelling tot de eerste twee locaties ligt deze plek in het zicht van een controlepost. Hij moet zijn telefoon afgeven, met daarop de correspondentie met de organisatoren. Zijn auto wordt van onder tot boven uitgekamd. ‘Ik zei dat het mijn eerste keer was,’ vertelt hij. Maar ze bieden hem direct twee opties: meewerken of gearresteerd worden. Vladislav kiest de eerste.
Fluiten naar het geld
Alleen kan hij de grenspolitie nauwelijks van dienst zijn. Er zitten geen vluchtelingen in de auto en zijn contactpersonen zijn allemaal anoniem. Als hij zou worden betrapt met migranten, zou hem een onvoorwaardelijke straf boven het hoofd hangen. ‘Eén ding wisten ze heel zeker: ik zou geen enkele lev [de Bulgaarse munteenheid] krijgen voor mijn werk,’ zegt Vladislav, die naar huis wordt gestuurd.
Slechts een van zijn drie ritten is succesvol afgerond. Financieel is hij er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen. Na een week besluit Vladislav zijn nieuwe carrière vaarwel te zeggen.
Financieel is Vladislav er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen
Achteraf beseft hij dat het behoorlijk naïef was om geld te verwachten, nadat hij voor zijn eerste rit niet betaald kreeg. Bovendien realiseert hij zich nu dat hij zichzelf meerdere keren in gevaar heeft gebracht. Ondertussen ziet hij nog steeds Telegram-feeds voorbijkomen met advertenties voor vluchtelingenvervoer, tussen de aanbiedingen voor drugs, nepparfum en nepdiploma’s.
Wat hem inmiddels opvalt, is dat ‘het barst van de mensen zoals ik die gaan rijden, maar naar hun geld kunnen fluiten’. Hij probeert anderen sindsdien te waarschuwen ‘om niet gepakt te worden’.
De casino’s van Macau maakten zes keer zoveel omzet als die van Las Vegas. Tot China’s strenge zerocovidpolitiek elk plezier uitbande. Nu wil Beijing de voormalige kolonie minder afhankelijk maken van de gokindustrie. Een riskant plan.
Een verhaal over Macau moet beginnen met de Cotai Strip. Buiten stralen de half zo hoge kopieën van de Eiffeltoren en de Big Ben. Binnen, op het parket van de Parisian, een van de grootste casinoresorts van het gokgebied, verspeelt de Aziatische elite op één avond evenveel als anderen in een heel jaar verdienen.
Het Taiwanese ondernemersechtpaar mevrouw Qiu en meneer Fu zit in designer-T-shirt en sneakers achter speelautomaten in het zogeheten High-Roller-domein, waar alleen de rijken spelen. Meneer Fu heeft zijn machine op automatisch ingesteld, hij hoeft dus geen vinger uit te steken. Met elk spel verdwijnen 176 Hongkongse dollars, omgerekend ongeveer 20 euro, van zijn rekening. Met honderden spelletjes per uur zijn dat meestal duizenden euro’s – verlies. Het huis wint altijd.
Het paar was dit jaar al drie keer in Macau, elke keer voor vier tot vijf dagen. Ze hebben iets in te halen, vertellen ze, want de drie voorgaande jaren konden ze vanwege de reisbeperkingen in verband met corona niet komen. Elke dag verloopt volgens dezelfde routine: opstaan, ontbijten, zwemmen in het zwembad, wandelen of wat werken. In de middag beginnen ze te spelen. Tijdens hun verblijf in Macau verlaten ze het resort nauwelijks. ‘We geven de voorkeur aan de automaten,’ zegt mevrouw Qiu. Dat is minder ‘werk’ dan spelletjes als poker, roulette of baccarat, die je hier natuurlijk ook hebt. ‘Je hebt alleen geluk nodig.’ Op deze avond hebben ze dat weer eens niet.
Reorganisatie
Slecht voor de spelers, goed voor het casino, en in breder verband ook voor Macau. Want deze Chinese ‘speciale bestuurlijke regio’ is aangewezen op de inkomsten uit gokspelletjes. Voor de pandemie haalden de casino’s zes keer zo veel omzet als die van Las Vegas. Ze droegen meer dan de helft bij aan het bruto binnenlands product van de voormalige Portugese kolonie, en 85 procent van de belastinginkomsten. In 2019 nog verdrongen 39 miljoen bezoekers elkaar in het gebied, dat kleiner is dan Berlijn-Mitte.
Toen brak de coronapandemie uit: spelers konden niet meer komen, duizenden mensen verloren hun baan, de belangrijkste inkomstenbron van de staat droogde op: 95 procent minder inkomsten uit het gokken. Na beëindiging van de zerocovidpolitiek in China komen de spelers terug, de omzetten in Macau hebben die van Las Vegas alweer ingehaald. Maar naar aanleiding van de fatale ervaring met covid hebben de regeringen van China en Macau besloten dat het Mekka van de gokspelen voortaan minder afhankelijk moet zijn van het gokspel. Macau moet nu een centrum worden voor gezondheid, financiële en hightechbedrijven en jaarbeurstoerisme. Er is alleen één probleem: de reorganisatie die in de speciale bestuurlijke regio moet worden doorgevoerd is niet alleen een enorme klus, ze maakt Macau ook nog afhankelijker van Beijing.
Nergens zijn de economische gevolgen van de pandemie beter waar te nemen dan aan de grensovergang Portas do Cerco, die het schiereiland verbindt met het Chinese vasteland. Elke dag passeren tienduizenden reizigers de douanecontroles. Velen van hen zijn Chinese arbeiders die ’s morgens binnenkomen en ’s avonds weer teruggaan naar hun woningen op het vasteland. Maar in de afgelopen drie jaar zijn er steeds meer inwoners bij gekomen die de omgekeerde route afleggen. Ze dragen volle zakken en zware koffers de grens over en komen met lege zakken en koffers terug.
Smokkelaars kunnen in Macau producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het Chinese vasteland duurder doorverkopen
Het zijn smokkelaars, die gebruikmaken van het feit dat Macau geen tol heft op import en het vasteland wel. Zo kunnen ze in de speciale bestuurlijke regio producten inkopen voor een gunstige prijs en die op het vasteland duurder doorverkopen. Al in de Portugese tijd was het smokkelen big business. Tijdens corona bloeide de praktijk weer op. In de kleine, donkere zijstraatjes niet ver van de grensovergang zitten veel winkeltjes voor cosmetica, voedingssupplementen, medicamenten en spiritualia. Veel zaakjes zijn niet meer dan opslagruimtes, of een loket in de muur. Maar voor elk daarvan vormen zich lange rijen mensen: klanten met bankbiljetten in de hand.
Mevrouw Chen koopt blikken babyvoeding. Ze woont al bijna dertig jaar in Macau, is gescheiden en heeft een zoon die dit jaar zijn school afmaakt. In december 2021 verloor ze haar baan in een casino. ‘De baas kon ons niet eenvoudig ontslaan, dus heeft hij ons weggepest,’ vertelt ze. Sindsdien heeft ze geen nieuw werk meer gevonden. Er zijn volgens haar zoveel afgestudeerden die ook werk zoeken, ‘wie zou dan iemand van vijftig aannemen?’ In plaats van als croupière, zoals vroeger, werkt ze nu als smokkelaarster.
‘Aan een blik melkpoeder verdien je 6 Hongkongdollars,’ zegt Chen. Dat is minder dan een euro. Ze gaat eenmaal per dag de grens over, verdient er een paar euro mee. Van dat geld moet Chen het eten voor haar en haar zoon kopen en de lening voor haar woning afbetalen. Binnenkort loopt de volgende termijn af, ze slaapt nauwelijks nog, vertelt ze. Als ze drie termijnen in gebreke blijft, staan haar zoon en zij op straat.
Het smokkelen is niet ongevaarlijk. De grenswachten zijn berucht om hun willekeur. In één maand is ze drie keer betrapt, vertelt Chen. 3000 Hongkongse dollars moest ze betalen. Omgerekend 350 euro. En de leveranties van consumptie-ijs, koffie en thee, ter waarde van meer dan duizend dollar zijn ook verloren – in beslag genomen door de controleurs. ‘De regering helpt ons niet,’ zegt ze. ‘Die is niet in ons geïnteresseerd.’
Omscholing
In werkelijkheid heeft de regering van Macau wel geprobeerd de economische gevolgen van de pandemie te verzachten. Ze heeft directe financiële steun verleend en omscholingsprogramma’s voor werklozen opgezet. Ondernemingen en zelfstandigen kregen belasting terug en subsidies. Tegelijk probeerden de autoriteiten te investeren in de toekomst. Ze knapten bezienswaardigheden op en gaven subsidies aan start-ups. Ten slotte verplichtten ze casino-eigenaren verleden jaar bij de uitgifte van nieuwe licenties om miljarden euro’s te investeren in sectoren buiten de gokwereld. Maar is Macau wel denkbaar zonder casino’s?
Een deel van het antwoord is te vinden in de Rua dos Ervanários. Slechts een paar stappen verwijderd van de ruïnes van de Pauluskerk, een van de meest gefotografeerde plekken van de stad, ontmoeten het oude en het nieuwe Macau elkaar hier. De zwart-wit bestrate steeg kent een eeuwenlange geschiedenis. Ooit zat hier het hoofdkantoor van de Portugese douane. Talloze straatverkopers boden hier Chinese vazen en Portugese meubels te koop aan. Ook nu zijn er nog een paar oude zaken die wierookstokjes en antiquiteiten verkopen. Maar daarnaast zijn er in de afgelopen jaren hippe cafés en kleurrijke boetiekjes geopend. Het is een experiment waarvan het succes nog moet blijken.
Tot in de tachtiger jaren had Macau een relatief diverse economie, waarin naast de gokbedrijven ook de textielindustrie een noemenswaardige rol speelde. Maar toen de kolonie in 1999 terugviel aan China, kwam er korte tijd later ook een einde aan het monopolie van het lokale casinobedrijf STDM. Amerikaanse investeerders in de gokbusiness namen toen de controle over de economie van Macau volledig over. Straten als de Rua dos Evanários in de oude stad van Macau raakten in verval. Dat wil de regering nu herstellen, en daarom steunt ze ondernemers met subsidies als ze daar een zaak openen.
In de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau
Het weer verlevendigen van de oude stad is maar één onderdeel van het masterplan voor Macau. Dat behelst verder het voornemen om tot 2040 ongeveer drie vierkante kilometer land te winnen op de zee; een vlakte zo groot als 420 voetbalvelden. Macau is een van de dichtst bebouwde gebieden ter wereld. Hier leven ongeveer 680.000 mensen op 33 vierkante kilometer. Voor het jaar 2040 rekent de regering op 800.000 inwoners. Maar Macaus belangrijkste ontwikkelingsgebied ligt buiten de eigen grenzen, op het naburige eiland Hengqin, dat ongeveer drie keer zo groot is als de speciale bestuurlijke regio en bij het vasteland van China hoort.
Volgens de planning van de Chinese regering moet het tot voor kort slechts door enkele vissers bewoonde eiland ‘een tweede Macau’ worden. Overal op Hengqin ontstaan nu nieuwbouwwijken. Woontorens en kantoorcomplexen schieten de grond uit. Het potentieel is geweldig: 100.000 nieuwe hotelkamers zouden hier gebouwd kunnen worden, naast de 40.000 die er in Macau al zijn. Een nieuw financieel district met wolkenkrabbers rijst al boven de zee-engte uit. Met het Chimelong-complex ontstaat een van de grootste recreatieparken ter wereld, inclusief een orkashow en kabelbaan. En in de reusachtige shoppingcenters moeten de klanten in de toekomst belastingvrije producten kunnen kopen, net als in Macau.
Maar de huidige werkelijkheid blijft er nog bij achter. Een lokale vastgoedmakelaar vertelt dat de meeste woningen op het eiland wel verkocht, maar nog onbewoond zijn. Het ontbreekt ook nog aan infrastructuur, ziekenhuizen bijvoorbeeld. Ook daarom waarschijnlijk schiet de regering van Macau nu te hulp door Hengqin voor ondernemers en bewoners aantrekkelijk te maken middels belastingverlagingen en subsidies.
Waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden?
De centrale regering in Beijing viert het project als een schoolvoorbeeld van goede samenwerking, maar het is duidelijk wie daarbij aan het langste eind trekt. Want terwijl Macau dringend verlegen zit om bezoekers van het vasteland – zij vormen meer dan driekwart van alle toeristen – is Macau voor China in economisch opzicht verwaarloosbaar. En waarom zouden Chinese toeristen eerst een visum voor Macau moeten bemachtigen als ze de meeste geneugten straks ook in Hengqin kunnen vinden – behalve de casino’s die op het vasteland verboden zijn?
Hoe dan ook heeft Macau geen keus. Dat wordt duidelijk als je in het Parisian-casino praat met een receptionist die zich ‘JJ’ noemt. De jongeman in een grijs uniform draait daar zijn nachtdienst. Eigenlijk is de zoon van Philippijnse immigranten te hoog gekwalificeerd voor dit baantje: hij is universitair afgestudeerd in toerisme. Na zijn examens in 2019 kon hij meer dan drie jaar lang geen baan vinden. Gelukkig kon zijn vader, die in een ander casino werkt, zijn baan tijdens de pandemie behouden en zo het gezin voeden.
De nachtdiensten zijn zwaar, vertelt JJ. Hij moet er steeds zeven achter elkaar doen voor hij een dag vrij krijgt. Toch is hij gelukkig dat hij eindelijk ergens een kans heeft gekregen. Al ziet hij er achter de receptie van de Parisian vooral vermoeid uit.
Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’
Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.
De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.
Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.
Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood
Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood.
Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.
De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.
Libië als vertrekpunt
Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.
Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’
Pushbacks
Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.
Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.
‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde.
Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.
Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker
De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.
Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten.
Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’
De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars
‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.
Weinig ontmanteld
Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.
Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten.
Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten
Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.
‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis.
Volgens politie en justitie maken Oekraïense bedrijven deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld.’
Vier jaar geleden reed een vrachtwagen met 12,5 miljoen sigaretten de Oekraïense havenstad Odessa binnen. Het leek een doodgewone lading tabak die vanuit Europa werd ingevoerd in Oekraïne, een van de landen met de hoogste aantallen rokers ter wereld. Maar een aantal dingen klopte niet. De sigaretten, van de merken Regina Blue en Regina Red waren niet voorzien van een accijnszegel. De waarschuwende teksten op de pakjes waren niet in het Oekraïens. En op de zijkant stond in kleine lettertjes: ‘For Duty Free Sale Only’. De autoriteiten vermoedden dat deze sigaretten voor de smokkel waren bedoeld.
In het kort
• Regina is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden.
• China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, maar houdt zich daar niet aan.
• ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld.’
• Het overgrote deel van de geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen.
Regina, herkenbaar aan de grote witte R met een gouden of zilveren kroontje, is lang niet zo’n bekend merk als Marlboro of Lucky Strike, maar het is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden. Het is een product van de China National Tobacco Corporation, kortweg China Tobacco of CNTC genoemd, een Chinees staatsbedrijf dat bijna de helft van alle sigaretten ter wereld produceert. Het heeft zich jarenlang alleen op de binnenlandse markt gericht, maar is de laatste tijd begonnen zijn sigaretten ook elders in de wereld nadrukkelijk aan de man te brengen. En die nieuwe markten zijn niet altijd legale markten, zo blijkt uit onderzoek van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) en de Kyiv Post.
Vanuit de enige Europese fabriek van China Tobacco, op een paar uur rijden ten noorden van Boekarest, is Oekraïne de afgelopen zeven jaar overspoeld met minstens een half miljard sigaretten. Volgens de fiscus en de vakvereniging van de grootste tabaksproducenten van Oekraïne worden de Chinese merken nergens legaal aangeboden. Uit aan het OCCRP gelekte Roemeense overheidsgegevens blijkt dat de fabriek beweerde de tabak legaal te exporteren naar veertien verschillende bedrijven in Oekraïne. Maar naar ten minste drie van deze bedrijven loopt een onderzoek wegens grootschalige sigarettensmokkel, zo werd door journalisten geconstateerd. Volgens politie en justitie maken ze deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld,’ zegt Luk Joossens, deskundige op het gebied van tabaksontmoediging. ‘Internationale bedrijven die exporteren naar plaatsen waar de markt niet lijkt aan te sluiten op de vraag.’
Oekraïne als doorvoerhaven voor de smokkel naar Europa
Oekraïne heeft al langer een slechte naam als doorvoerhaven voor illegale sigaretten, en het is nog steeds een van de grootste bronnen van sigarettensmokkel naar de EU.
Door zijn ligging aan de oostelijke rand van het handelsblok en zijn tabaksprijzen, die veel lager zijn dan in de EU, is het land een paradijs voor smokkelaars.
Daar komt bij dat de smokkel van tabak in Oekraïne wel verboden is, maar geen zwaar misdrijf. Onder jarenlange druk van de EU om de straffen te verhogen heeft president Volodymyr Zelensky in april eindelijk een wetsvoorstel ingediend om smokkel te bestraffen met maximaal twaalf jaar cel en een fikse boete.
Het International Consortium of Investigative Journalists onthulde in 2009 dat grote sigarettenfabrikanten het jaar daarvoor bijna 130 miljard sigaretten hadden geproduceerd en ingevoerd: dertig procent meer dan in Oekraïne zelf kan worden geconsumeerd. Al die miljarden sigaretten zijn verdwenen op de markt, en dus mogelijk via illegale handel in de EU terechtgekomen.
Protocol
China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, waarin is vastgelegd wat overheden moeten doen om de smokkel en namaak van tabak tegen te gaan. Volgens dat protocol mogen tabaksproducenten bijvoorbeeld pas exporteren als ze hebben bewezen dat er op een bepaalde markt werkelijk vraag naar hun product bestaat. Verder moeten ze hun afnemers aan een achtergrondcheck onderwerpen en controleren of ze over de nodige registraties en vergunningen beschikken. China Tobacco lijkt dit allemaal niet te doen. Het heeft niet gereageerd op vragen. Maar de Roemeense dochteronderneming China Tobacco International Europe Company zegt zich wel aan alle relevante Roemeense en Europese wetgeving te houden en ‘onze risicobeheersingsmaatregelen te verbeteren’, bijvoorbeeld met een in 2019 ingevoerd track-and-tracesysteem om smokkel tegen te gaan. Het bedrijf gaat niet in op vragen over zijn Oekraïense afnemers en de aantijgingen daartegen.
Het Oekraïense justitieonderzoek tegen de tabakssmokkel liep van 2017 tot eind december 2020, toen het werd afgesloten omdat fiscus en justitie geen verdachten hadden die ze konden vervolgen. Het onderzoek werd op 29 april [2021] heropend, een week nadat journalisten er vragen over hadden gesteld aan het OM. Hoewel de opsporingsdiensten vier jaar lang hebben geprobeerd klaarheid in de zaak te brengen, lijkt het erop dat ze belangrijke verbanden over het hoofd hebben gezien. Het is ook nooit gelukt hun onderzoek te coördineren met dat van de Roemeense politie, die aan haar kant van de grens de smokkel van sigaretten uit deze fabriek onderzocht.
Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat
Na de vondst in Odessa in mei 2017 bezwoer een directeur van Duty Free Odessa, het bedrijf dat de lading illegale Regina’s had gekocht, dat zij nog nooit eerder Chinese sigaretten had ingevoerd. Dat is niet waar. Uit Roemeense exportgegevens blijkt dat Duty Free Odessa een maand eerder, in april 2017, 12,5 miljoen Regina-sigaretten in Oekraïne had ingevoerd – een lading die blijkbaar aan de aandacht van de autoriteiten was ontsnapt. En een bedrijf met dezelfde eigenaar en directeur, Travel Retail Ukraine, importeerde in juli 2015 bijna 15,5 miljoen Chinese sigaretten. Maar justitie lijkt naar dat bedrijf helemaal geen onderzoek te hebben ingesteld, of zelfs maar te hebben opgemerkt dat een en dezelfde persoon eigenaar is van twee bedrijven die allebei grote hoeveelheden Chinese sigaretten hebben ingevoerd zonder daarvoor een importvergunning te hebben.
Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat. Opsporingsdiensten noemen Chinese sigaretten vaak ‘cheap whites’ (een aanduiding voor illegaal in kleinere fabrieken gemaakte en voor de illegale export bedoelde sigaretten), zonder te erkennen dat ze geproduceerd worden door de grootste sigarettenfabrikant ter wereld, in een periode waarin die zijn internationale afzet probeert te vergroten.
‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld’
‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld,’ zegt Allen Gallagher van de Tobacco Control Research Group aan de universiteit van Bath. ‘Uit onderzoek blijkt dat dit mede komt doordat grote internationale tabaksbedrijven het land overspoelen met een overmaat aan producten, die dan doorsijpelen naar de EU. Door de verfijnde methoden waarmee de smokkelaars illegale producten verbergen, kan het voor de autoriteiten lastig zijn om daar paal en perk aan te stellen.’
Zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine is ten dele eigendom van Vadym Sljoesarjev, een invloedrijke oud-medewerker van de grenswacht die nauwe banden onderhoudt met de huidige president van het land. Daarnaast heeft hij ook een naam opgebouwd met minder frisse praktijken. In april werd hij door de voormalige Georgische president Micheil Saakasjvili betiteld als ‘de grootste smokkelaar van de regio Charkiv’ – de noordoostelijke grensregio die een van de belangrijkste smokkelroutes van het land is. ‘Waarom staat hij niet op de lijst?’ vroeg hij zich op de Oekraïense tv af. (Sinds 2015 is Saakasjvili Oekraïens staatsburger en hij is korte tijd gouverneur van Odessa geweest.) Daarmee doelde hij op de aankondiging van sancties tegen vermeende smokkelaars. Wellicht, opperde hij, genoot Sljoesarjev ‘een zekere mate van immuniteit vanwege zijn politieke sympathieën’.
Vadym Sljoesarjev, dienaar van het volk?
Sljoesarjev werd in 2019 campagnemedewerker voor Zelensky, de voormalige tv-ster die eerst een president speelde in een tv-serie, om vervolgens echt president te worden.
Om onduidelijke redenen werd Sljoesarjevs betrokkenheid bij de partij aanvankelijk stilgehouden. Lokale media kwamen erachter en noemden hem een ‘schaduworganisator’ van Zelenky’s team in de regio Charkiv, waar hij stemmen ronselde voor de verkiezingen van 2019. Het Oekraïense programma Schemes van Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) legde verbanden bloot tussen zijn bedrijven en vier parlementskandidaten van Zelensky’s partij. De website Censor.Net onthulde verder dat Sljoesarjev twee hotels zou bezitten op de Krim en daar via Rusland naartoe zou zijn gevlogen, ondanks het Oekraïense verbod.
Dit lijkt zijn politieke carrière allemaal niet te hebben gehinderd. Zelensky bevestigde uiteindelijk aan journalisten van RFE/RL dat Sljoesarjev had samengewerkt met Pavlo Soesjko, het hoofd van zijn campagneteam in Charkiv. Sljoesarjev en Soesjko hebben allebei gewerkt bij het Oekraïense grenswachtagentschap. Na de verkiezingen trad Sljoesarjev uit de schaduw. Eerst werd hij freelance-adviseur voor Serhi Trofimov, adjunct-hoofd van Zelensky’s staf. Momenteel werkt Sljoesarjev niet meer voor Zelensky, aldus de voorlichters van de president. Sinds maart zit hij wel in een nieuwe politieke raad die de politieke strategie voor Zelensky’s partij Dienaar van het Volk moet uitstippelen. De partij heeft niet gereageerd op vragen.
Nauwe banden met Zelensky
Sljoesarjev heeft nauwe banden met president Zelensky, voor wie hij werkt sinds hij in 2015 opstapte als hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van het Oekraïense grenswachtagentschap. Tot die tijd had hij voor verschillende afdelingen van dat agentschap in de regio Charkiv gewerkt. Bij navraag door een journalist benadrukten opsporingsambtenaren dat ze geen bewijs hebben dat Sljoesarjev persoonlijk weet heeft van de smokkel, ook al zijn er bedrijven van hem bij betrokken. Hij is in 2017-2018 mede-eigenaar geworden van beide bedrijven, en hun betrokkenheid bij sigarettensmokkel dateert van voor die tijd. De andere mede-eigenaar, Ksenia Jabloekovska, verwierf al aandelen in beide bedrijven in 2015 of 2016, toen ze Chinese sigaretten in Oekraïne importeerden. Sljoesarjevs bedrijven hebben niet op vragen gereageerd. Ook pogingen om contact met hem te krijgen via de regeringspartij Dienaar van het Volk zijn op niets uitgelopen.
De enige fabriek van China Tobacco in Europa bevindt zich op enkele uren rijden van de Roemeense hoofdstad Boekarest.
Sljoesarjev werd officieel pas mede-eigenaar van de bedrijven nadat ze zich met smokkel hadden ingelaten, maar hun opkomst in de sigarettensmokkel valt wel samen met zijn loopbaan bij de Oekraïense grenswacht. Travel Retail Ukraine opende in 2012 een taxfreewinkel bij de douanepost in Hoptivka, aan de grens met Rusland. Sljoesarjev was destijds hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van de regio oost in het grenswachtagentschap, dat meer dan veertig van zulke grensovergangen naar Rusland beheert. In 2017, na zijn ontslag bij de grenswacht, werd hij mede-eigenaar van Travel Retail Ukraine. Datzelfde jaar kocht hij ook het bedrijf Frontera, eigenaar van het gebouw bij de grensovergang dat door de grenswacht van Charkiv wordt geleased, zo bleek uit onderzoek van het radioprogramma Schemes van de radiozender Radio Free Europe/Radio Liberty. Volgens de verslaggevers bezit dit bedrijf van Sljoesarjev ook panden bij de grensovergang van Hoptivka, waarin nu supermarkten en verzekeringsloketten zijn gevestigd.
‘Het is veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen’
Het OCCRP en de Kyiv Post hebben geen bewijs gevonden dat Sljoesarjev deze winkels voor smokkelpraktijken gebruikt, maar de sigaretten die bij de inval in Odessa in beslag zijn genomen, waren wel aangemerkt als bestemd voor taxfreeverkoop. Dat is een veelgebruikte list om verboden sigaretten het land in te smokkelen, volgens een rapport uit 2020 van consultancybureau Kantar. Volgens een rechercheur die de lading heeft onderzocht, waren die sigaretten duidelijk niet voor de verkoop in taxfreewinkels bedoeld. Hij sprak met de Kyiv Post en het OCCRP op voorwaarde van anonimiteit, omdat hij de media eigenlijk niet te woord mag staan. ‘Taxfreewinkels verkopen zulke sigaretten niet,’ legt hij uit, want de klanten van zulke winkels willen duurdere merken. ‘Waarom taxfree? Omdat je dan geen invoerheffing betaalt. Zo van: we slaan dit in voor onszelf. Maar ze verkopen die sigaretten niet zelf.’
Kostjantyn Krasovsky, hoofd van de afdeling tabakscontrole van het Instituut voor Strategische Studies van het Oekraïense ministerie van Volksgezondheid, zegt dat het officiële toezicht op taxfreewinkels in Oekraïne ‘heel, heel zwak is’. Ze zijn daarom een ideaal kanaal voor de tabakssmokkel. ‘Op papier worden die sigaretten wel verkocht, zo komen ze in de boeken,’ legt hij uit. ‘Maar in werkelijkheid is het veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen. Die rijden er dan mee naar Polen, Hongarije, Roemenië enzovoort.’
Rivera Grand en Motor Sich
Een van de aandeelhouders van Rivera Grand, Oleh Polisjtsjoek, is betrokken bij een bedrijf dat verwikkeld is in een van de grootste Oekraïense controverses rond de invloed van China in het land.
Hij is mede-eigenaar van Motor Sich Trade, een dochter van Motor Sich, een van de grootste strategischedefensiebedrijven van Oekraïne. In 2015 sloot een Chinees luchtvaartbedrijf met Motor Sich een samenwerkingsovereenkomst die onder meer de overdracht van Oekraïense technologie aan China behelsde. Dat werd een hele rel. Pogingen om een meerderheidsbelang in het bedrijf aan de Chinezen te verkopen zijn uiteindelijk verhinderd door de Oekraïense staatsveiligheidsdienst. In maart is de leiding van Motor Sich overgenomen door de regering, die zegt het bedrijf te willen nationaliseren. Motor Sich heeft niet gereageerd op vragen naar eventuele banden met Polisjtsjoek.
Zwarte markt
Of ze worden in Oekraïne op de zwarte markt verkocht. Verslaggevers hebben online en bij tabakshandelaren in Oekraïne tal van pakjes Regina-sigaretten kunnen kopen waarop stond dat ze ‘For Duty Free Sale Only’ waren. Ze leken allemaal te zijn geïmporteerd door een man die al in mei 2017 samenwerkte met Duty Free Odessa, de in Odessa woonachtige Georgische zakenman Turki Khalaf.
Khalafs bedrijf Global Tobac Co was de leverancier van de in 2017 in Odessa onderschepte lading. Ene Maksym Khalaf, die hetzelfde adres gebruikt als Turki, is eigenaar van weer een ander bedrijf dat tabak importeert, Empire Tobacco, dat in 2019 en 2020 meer dan 66 ton ruwe tabak kocht van China Tobacco’s Roemeense dochter. Op sommige illegale sigaretten troffen verslaggevers het logo van Empire Tobacco aan, met op de zijkant van het pakje een klein etiket met de tekst: ‘Made under authority of Global Tobac Co., Ltd Hong Kong.’ Khalaf wilde geen vragen beantwoorden.
Het is niet duidelijk wat Duty Free Odessa met de in 2017 onderschepte Regina’s van plan was, maar het bedrijf lijkt over de douane-inval te zijn getipt. Toen de agenten van de fiscale opsporingsdienst in mei met hun huiszoekingsbevel bij de grenspost aankwamen, had de directeur van het bedrijf, Joelja Tymosjenko, op het nippertje een manier gevonden om zelf de dans te ontspringen. Ze had per mail een brief verstuurd waarin ze de sigaretten weigerde aan te nemen en de lading doorverwees naar een Canadees bedrijf. Dat bedrijf zou de sigaretten naar de Georgische havenstad Batoemi hebben willen importeren, zo blijkt uit gerechtelijke stukken. Zo stuurde ze de opsporingsdiensten met een kluitje in het riet. Het Canadese bedrijf zei van niets te weten. En zonder duidelijke ontvanger kon er niemand voor deze contrabande worden vervolgd. ‘We hadden geen verdachten,’ zegt de betrokken rechercheur Jan Streljoek.
De fiscale rechercheurs werden ook gehinderd door collega’s van de staatsveiligheidsdienst. Op het moment dat ze de vrachtwagen wilden openmaken, kwamen zij vragen waar ze mee bezig waren, aldus een rechercheur die niet wil worden genoemd. Vervolgens weigerde de douane in Odessa de voor het onderzoek benodigde documenten af te staan, zodat de rechercheurs daarvoor eerst een gerechtelijk bevel moesten aanvragen. (De rechter stelde ze in het gelijk en beval de douane de documenten te overhandigen.) De staatsveiligheidsdienst ontkent deze aantijgingen.
Toen de rechercheurs de documenten dan eindelijk in handen hadden, bleek Tymosjenko’s handtekening op de brief waarin ze de lading afwijst te zijn vervalst. Tymosjenko ‘zou een overeenkomst hebben gesloten met een directeur van China Tobacco, hun contract met de Chinezen. Maar de handtekening op de afwijzingsbrief verschilde van die op dat contract,’ zegt de rechercheur die anoniem wil blijven.
Verslaggevers zijn afgereisd naar Dnipro, de Oekraïense stad op de centrale steppen waar zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine geregistreerd staat. Bij het flatgebouw waar ze officieel staan ingeschreven, was van enige bedrijfsactiviteiten niets te bespeuren – nog geen naambordje. De man die de deur opendeed, wilde de journalisten niet te woord te staan. Joelja Tymosjenko en mede-eigenaar Ksenia Jabloekovska waren allebei niet thuis toen journalisten van de Kyiv Post bij hen langsgingen. Op herhaalde vragen hebben ze niet gereageerd. Ook de staatsveiligheidsdienst wilde geen commentaar geven.
Geneeskunde is androcentrisch
‘In Spanje zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen, vóór borstkanker. Vrouwen hebben twee keer zoveel kans om aan een hartaanval te overlijden: het sterftecijfer aan hartinfarcten is 9% bij mannen en 18% bij vrouwen. Daar zijn verschillende redenen voor. Vrouwen wachten langer voordat ze naar het ziekenhuis gaan en hun symptomen worden vaak verward met angsten.’
Dit schrijven Lara Bonilla, Ricard Marfà en Idoia Longan in Woman’s body, man’s medicine, het opmerkelijke artikel waarmee ze dit jaar The Special Award van The European Press Prize wonnen.
Geneeskunde is androcentrisch, ofwel: de man staat centraal. Dat betekent dat de resultaten van onderzoek naar verschijnselen bij mannen, worden geëxtrapoleerd naar vrouwen. Gaandeweg wordt echter steeds meer duidelijk dat dat op z’n zachtst gezegd een rare gang van zaken is, want symptomen, behandelingen en genezing voor eenzelfde ziekte zijn voor mannen en vrouwen misschien niet hetzelfde. Niet alleen hart- en vaatziekten en voortplantingsorganen verschillen, maar bijvoorbeeld ook mentale gezondheid, luchtwegaandoeningen, gewrichten en auto-immuunziekten.
Het is een artikel dat je met stijgende verbazing leest: Huh? Was dit niet al veel langer bekend? Of, zoals een vroedvrouw stelt: ‘De mate van onwetendheid over het lichaam van de vrouw is ontstellend, zelfs bij sommige praktiserend artsen.’
Honderden miljoenen sigaretten
De onderschepte lading Regina’s is uiteindelijk vernietigd. Maar dat was maar een druppel in de zee aan Chinese sigaretten die Oekraïne voortdurend overspoelt. Van 2014 tot 2020 zijn honderden miljoenen sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao, afkomstig uit de Europese fabriek van China Tobacco, verscheept naar twee Oekraïense bedrijven die geen vergunning voor de import of distributie van tabak hebben. Naar beide bedrijven werd onderzoek gedaan in het kader van dezelfde grote smokkelzaak waarvoor Duty Free Odessa werd onderzocht. De onderzoekers verdenken ze ervan te worden ‘gebruikt als kopers of vervoerders’ van Chinese sigaretten voor andere landen.
Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken
Het is moeilijk na te gaan wat er met deze sigaretten na de invoer in Oekraïne is gebeurd, omdat ze niet via legale kanalen zijn verkocht. Maar sinds 2016 is het aantal inbeslagnames van sigaretten van merken van China Tobacco in Italië explosief gestegen – en veel van die sigaretten waren afkomstig uit Oekraïne. Volgens aan het OCCRP verstrekte gegevens van de Italiaanse opsporingsdiensten werd in Italië tussen 2017 en 2019 zo’n 41 ton aan gesmokkelde sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao in beslag genomen, waarvan 17 procent afkomstig uit Oekraïne. Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken, maar daarna is de situatie verder verslechterd, met name in de bezette gebieden, waar beide verdachte afnemers van China Tobacco gevestigd waren.
De grootste afnemer, het bedrijf Rivera Grand Ltd., is gevestigd op de Krim. Het overgrote deel van de door Rivera Grand geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen. Sommige waren voorzien van het etiket ‘For Duty Free Sale Only’. De andere afnemer, Doninvest-99, is gevestigd in Donetsk, de grootste stad in de opstandige Donbas, waar al sinds maart 2014 een gewapend conflict woedt tussen door Rusland gesteunde separatisten en Kyiv-gezinde loyalisten. Bedrijven die op de Krim of in de Donbas waren geregistreerd werden het jaar daarna door Oekraïne verplicht te verhuizen naar gebied dat in handen was van de regering, om hun activiteiten daar wettelijk voort te zetten en belasting te betalen. Dat hebben Rivera Grand en Doninvest-99 niet gedaan. Beide bedrijven waren niet bereikbaar voor commentaar.
De Mexicaanse commentator Villanueva is blij met de muur die Donald Trump wil bouwen. Nu moet de Mexicaanse regering eindelijk de corruptie aanpakken.
De Amerikaanse president Donald Trump heeft een executive order uitgevaardigd om een begin te maken met de bouw van de omstreden muur tussen Mexico en de VS. In Mexico werd een protestcampagne tegen die maatregel gelanceerd. De politieke klasse riep daarbij op tot ‘eenheid’, maar dat was alleen om de eigen schandalige privileges te waarborgen.
De kloof tussen de regering van Enrique Peña Nieto en het volk is zo diep dat er geen sprake kan zijn van deze ‘eenheid’, die alleen ten goede komt aan degenen die alles hebben en hun positie willen behouden. Het is net zoiets als een verkrachter en zijn slachtoffer hand in hand laten optrekken om een ‘eenheid’ te vormen.
De Mexicaanse regering probeert ‘morele paniek’ te creëren om Trump als de oorzaak aan te wijzen van alle malheur die het land overkomt. Via een reeks psychologische manipulaties wordt de Amerikaanse regeringsleider gedemoniseerd om de aandacht van de Mexicaanse maatschappij af te leiden.
Na uitvoerige studie van multilaterale en bilaterale verdragen ben ik tot de conclusie gekomen dat er geen internationaal juridische grond is om de Amerikanen te beletten hun soevereiniteit uit te oefenen door middel van die beruchte muur. Trump kan met de wet in de hand zijn verkiezingsbelofte waarmaken.
Niemand die bij zijn verstand is kan volhouden dat het gekuip en de straffeloosheid in kringen van de Mexicaanse overheid de schuld is van Trump
Een groot deel van de Mexicanen is, samen met de regering en de verzamelde politieke partijen, tégen die muur. Het probleem is dat de executive order van Trump geen inbreuk maakt op de soevereiniteit van Mexico. Natuurlijk zou het absurd zijn dat wij als land ook maar één cent zouden uitgeven aan dat project. Dit om de doodeenvoudige reden dat het totaal geen deel uitmaakt van ons beleid en iedereen het er – terecht – over eens is dat die muur onverenigbaar is met de belangen van de Mexicaanse regering. Die heeft er met haar diepgewortelde corruptie voor gezorgd dat een groot deel van onze landgenoten over de grens op zoek gaat naar de kansen die ze door de Mexicaanse autoriteiten worden onthouden.
Al jarenlang voeren de Verenigde Staten in veel opzichten een paternalistische politiek ten opzichte Mexico. De hulp die ze gaven, zowel in geld als in natura, had slechts in uitzonderlijke gevallen enig effect. En dat is omdat die hulp – die nauwelijks door Washington gemonitord werd – niet ten goede kwam aan het algemeen belang.
Trumps beslissing is weloverwogen en hij staat in zijn recht. Een internationaal tribunaal zou volgens mij nooit bereid zijn de soevereiniteit van de Verenigde Staten te beperken omdat de uitoefening daarvan nadelig is voor een buurland. Wat Peña Nieto en de verzamelde politieke partijen niet zeggen is dat die muur het directe gevolg is van aanhoudende corruptie, van een onrechtvaardige verdeling van de nationale rijkdom, van de diepe kloof die gaapt tussen de machthebbers en de financieel zwakkeren.
De corruptie tiert welig in Mexico, en daar komt nu een reactie op: de muur. Niemand die bij zijn verstand is kan volhouden dat het gekuip en de straffeloosheid in kringen van de Mexicaanse overheid de schuld is van Trump.
De Amerikaanse president valt juridisch niets te verwijten en hij doet wat zijn achterban wil. Als hij die muur bouwt, of wil bouwen, dan komt dat door de buitensporige migratie die Mexico met zijn antidemocratische politiek in gang heeft gezet. Niemand gelooft dat als niet Mexico, maar bijvoorbeeld Japan of Zweden, het buurland van de Verenigde Staten was, die muur ooit maar ter sprake zou zijn gekomen. Logisch, want in die landen is vrijwel geen corruptie, en de corruptie die er is, wordt streng bestraft. Ik zou zelfs willen beweren dat de inwoners van die landen in dat geval, net als nu, geen visum nodig zouden hebben om de VS binnen te komen.
Als deze maatregel schadelijk is voor het Mexicaanse politieke establishment, dan moeten ze maar eens de hand in eigen boezem steken, want ze hebben zelf de geldverslindende, malafide instituties gecreëerd die het idee van gelijke kansen tot een fata morgana maken. Deze maatregel heeft tenminste nog het voordeel dat er crises ontstaan die ons een kans geven de lange weg in te slaan naar een rationeel en evenwichtig systeem.
Als die weg al lang geleden was ingeslagen, dan zou migratie nooit zo’n groot probleem zijn geworden, zoals het ook geen probleem is tussen bijvoorbeeld Frankrijk en Oostenrijk. Voor het eerst doet Donald Trump, zonder het zelf te beseffen, Mexico een groot plezier, want dankzij hem komt de Mexicaanse regering nu onder druk te staan. En die druk zal elke dag toenemen als er niet grondig wordt ingegrepen in de verdeling van de rijkdom, als er geen ernst wordt gemaakt met de rechtsstaat (die alleen maar op papier bestaat), als er geen hervormingen worden doorgevoerd die controle op de macht, vrij van demagogie, mogelijk maken.
Misschien zou het goed zijn als de Amerikaanse staten die grenzen aan Mexico, en die zeker het effect van de muur zullen voelen, op een informele manier economisch en sociaal met ons land gaan samenwerken.
Het ziet er dus naar uit dat er een einde komt aan de paternalistische relatie tussen Mexico en de VS. Ons land moet nu zijn eigen koers varen, zonder te kunnen rekenen op de financiële hulp die de regering van de Verenigde Staten jarenlang gratis en voor niks aan de Mexicaanse regering verstrekte en waarvan het Mexicaanse volk nooit een cent te zien kreeg.
Auteur: Ernesto Villanueva
Vertaler: Jos den Bekker
Belangrijk tijdschrift met gedegen onderzoeksjournalistiek. Deskundig op het gebied van de drugshandel. Wordt vooral gelezen door academici en ambtenaren.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.