De aandelenkoers is dit jaar met 25 procent gedaald
De New York Post omschrijft de ontslaggolf als een ‘bloedbad‘. Dinsdagmorgen om 6 uur ontvingen duizenden werknemers een e-mail met het bericht dat ze op straat waren gezet, zo meldt de tabloid. ‘We hebben besloten uw functie te schrappen vanwege organisatorische veranderingen. Vandaag is daarom uw laatste werkdag‘, stond er in de e-mail.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het exacte aantal ontslagen werknemers is niet bekendgemaakt. Oracle had afgelopen mei 162.000 werknemers in dienst. Het softwarebedrijf is een belangrijke speler in de technologiesector, maar de aandelenkoers is dit jaar met 25 procent gedaald, ondanks de miljarden dollars die het investeert in kunstmatige intelligentie.
Bedrijven slagen er steeds beter in om nepwerk – het simuleren van toetsenbordactiviteit met als doel ‘de indruk van werk’ te wekken – met gluursoftware te herkennen.
Het wordt steeds moeilijker om de digitale opzichters op je werk voor de gek te houden. De opkomst van het thuiswerken en daarmee van de software om werkgevers te laten meekijken met wat thuiswerkers uitvoeren, leidde ook tot een hausse in apparaatjes die je muis en toetsenbord actief houden (zogenoemde mouse jigglers) en andere hacks waarmee je als werknemer de indruk kunt wekken dat je achter je computer zit terwijl je in werkelijkheid even de was doet of de kinderen van school haalt. Werkgevers proberen dat nu aan te pakken met software die dit soort nepactiviteit beter herkent.
De laatste schermutseling in deze wedloop tussen werknemers en gluursoftware was te lezen in een bij de bankautoriteit ingediende melding van Wells Fargo waarover Bloomberg News als eerste berichtte. De bank meldde meer dan tien werknemers op de afdeling vermogensbeheer te hebben ontslagen wegens het simuleren van toetsenbordactiviteit met als doel ‘de indruk van werk’ te wekken. Wells Fargo zegt niet hoe dit precies is ontdekt en of het thuiswerkers betrof, alleen dat de bank ‘onethisch gedrag niet tolereert’. Dit lokte angstige vragen uit op Reddit en andere sociale media. ‘Ben ik de enige die zich zorgen maakt?’ schreef een gebruiker op Reddit, en iemand anders, explicieter; ‘Kan ICT mijn mouse jiggler herkennen?’
Het antwoord op die vraag luidt steeds vaker ja. Volgens een enquête onder bijna driehonderd middelgrote tot grote bedrijven door onderzoeks- en adviesbureau Gartner is tijdens de pandemie het aantal werkgevers dat zijn werknemers met een of andere vorm van gluursoftware in de gaten houdt razendsnel gestegen, naar bijna 50 procent in 2023. Met zulke software die bijhoudt of er activiteit op de computer plaatsvindt, kon ook allang worden nagegaan of er nieuwe software werd geïnstalleerd of hardware werd aangesloten. En het merendeel van deze programma’s, zoals van Teramind en Hubstaff, kunnen met behulp van AI-algoritmen nu ook repetitieve cursorbewegingen of onlogische patronen in de computeractiviteit herkennen. Daarbij kan zulke software soms willekeurige screendumps maken om te verifiëren of er bij muisbewegingen ook echt iets gebeurt.
Ontmaskeren
Volgens Ilya Kleyman, Chief Growth Officer bij Teramind, zijn de meeste apparaatjes die muizen kunstmatig in beweging houden wel te ontmaskeren. Een typisch voorbeeld is de Tech8 USA, in Amerika voor onder de 100 dollar te koop op Amazon: een klein draaitafeltje dat de muis heen en weer draait. De fabrikant beweert op zijn site dat je hiermee niet gesnapt wordt omdat je er geen software voor hoeft te installeren en de muis met willekeurige tussenpozen en wisselende snelheden wordt verplaatst. Er zijn ook apparaatjes te koop die op willekeurige momenten een toetsaanslag of een muisklik kunnen uitvoeren. Maar de algoritmen van Teramind laten zich daardoor volgens Kleyman niet bedotten: ‘Het ziet er toch anders uit dan wanneer een mens bijvoorbeeld gericht dingen aanklikt en versleept.’ Ook kan de software andere kunstmatige activiteit detecteren, zoals wanneer een cursor urenlang bij een en dezelfde Wikipediapagina blijft hangen.
Volgens Diana Rodriguez, hoofd marketing bij Tech8 USA, varieert het sterk wat zulke gluursoftware kan herkennen en wordt ook bona fide werkgedrag soms onterecht als verdacht of onproductief aangemerkt. Uit klantonderzoek blijkt dat afnemers hun apparaatjes vooral kopen omdat hun chef te bemoeizuchtig is. ‘Dit soort producten moet werknemers de mogelijkheid bieden wat druk van de ketel te halen,’ zegt ze.
‘Niemand wil mensen ontslaan, dat is de slechtst denkbare uitkomst’
Toen Teramind vorig jaar een analyse losliet op de geanonimiseerde gegevens van een miljoen werknemers bij vijfduizend van zijn klanten, constateerde het naar eigen zeggen dat 7 procent van die werknemers werkactiviteit leek te simuleren. Toen de analyse na verdere verfijning van de algoritmen opnieuw werd uitgevoerd, was de uitkomst ruim 8 procent. ‘Het is bijna zeker dat het werkelijke cijfer hoger ligt,’ zegt Kleyman, want bij nader onderzoek vonden ze geen enkel geval waarin het algoritme ten onrechte alarm sloeg.
Dat wil niet zeggen dat werkgevers altijd gevolgen verbinden aan zo’n uitslag. Vaak ondernemen ze alleen actie bij buitensporig bedrog en gebruiken ze de onderzoeksresultaten eerst om te kijken of er iets schort aan de werklast en de kwaliteit van het management voordat ze een werknemer sancties opleggen. ‘Niemand wil mensen ontslaan,’ aldus Kleyman. ‘Dat is de slechtst denkbare uitkomst.’
Trucs
Andere trucs, zoals het opstarten van een PowerPoint-presentatie of een ander soort diavoorstelling om te voorkomen dat het scherm in slaapstand gaat, zijn eveneens te detecteren, aldus Jared Brown, de CEO van Hubstaff. Zijn software maakt screenshots, zodat er bij het afspelen van steeds dezelfde PowerPoint-presentatie een alarmbel afgaat. Hij noemt een voorbeeld dat hij zich herinnert van een werknemer die een apparaatje gebruikte om zes uur per dag zijn muis te laten bewegen bij een computer van het werk. Dat leidde tot ontslag toen bij nader onderzoek bleek dat de betreffende werknemer een deel van die tijd op een andere computer zat te gamen. ‘Ook al zijn het maar een paar mensen die zoiets doen, dat tikt toch aan,’ zegt Brown. ‘Dat kost genoeg geld om er een eind aan te willen maken.’
De wet biedt werkgevers veel ruimte om hun werknemers te bespioneren, en vakbonden vinden dan ook dat hun privacy in het geding is. Ook zijn er aanwijzingen dat al te veel controle contraproductief is. In een enquête onder 2300 hooggeschoolde werknemers van vacaturesite Glassdoor zei 41 procent dat ze het gevoel hadden minder productief te worden als hun werkgever digitaal meekeek. Gabrielle Judge, een influencer die zich op sociale media presenteert als Anti Work Girlboss, geeft op haar persoonlijke Amazon-pagina links naar een paar mouse jigglers. Ze denkt dat ze een uitkomst kunnen zijn wanneer je als thuiswerker al vroeg klaar bent met je werk of even een boodschap moet gaan doen, maar benadrukt ook dat je ermee moet uitkijken. Uiteindelijk vindt ze dat werknemers zich beter kunnen afvragen waarom ze zoiets eigenlijk nodig hebben. Vaak is het een teken dat het bedrijf waarvoor ze werken meer belang hecht aan de vraag of je bezig bent dan aan wat je produceert. ‘Het is zeer de vraag of dat überhaupt een goede werkomgeving is,’ aldus Judge.
De software zou gebruikt worden om klanten te bespioneren
De Verenigde Staten hebben donderdag aangekondigd dat de Russische antivirussoftware Kaspersky niet langer verkocht of geüpdatet mag worden in de Verenigde Staten. Deze beslissing komt na ‘jarenlange waarschuwingen van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat Kaspersky een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid’, omdat Moskou de software waarschijnlijk gebruikt ‘om zijn klanten te bespioneren’, legt Wired uit.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het verbod gaat in op 20 juli voor het op de markt brengen van de software en op 29 september voor updates. Het gebruik ervan was al sinds 2017 verboden bij federale instanties. Kaspersky claimt wereldwijd meer dan 400 miljoen gebruikers en 270.000 zakelijke klanten te hebben.
De toenemende populariteit van zelfrijdende taxi’s heeft een keerzijde. Ze zijn vervuilend, creëren soms gevaarlijke situaties en eisen ruimte op. Ruimte die steden ook kunnen gebruiken voor een beter openbaarvervoersnetwerk, aldus transportonderzoeker David Zipper.
Toen de software-ingenieur Dan Afergan een paar weken geleden in San Francisco met wat vrienden in het café zat, kwam er iemand binnen die zei: ‘Er staat buiten een geblokkeerde Cruise met een pylon op de motorkap.’ Afergan ging meteen even kijken en inderdaad: een van de zelfrijdende taxi’s van Cruise, een dochter van General Motors, stond met knipperende lichten midden op straat met een oranje verkeerskegel op de motorkap. ‘Ik dacht dat het gewoon een flauwe grap was,’ zegt Afergan. ‘Maar een vriend zei: “Nee, ik heb hiervan gehoord.” Zelf had ik geen idee dat er ook mensen zijn die tegen zelfrijdende auto’s protesteren.’
Dit ‘kegelen’ is onderdeel van een campagne van Safe Street Rebel, een lokale actiegroep voor veilig verkeer die nu robottaxi’s op de korrel neemt. Volgens officiële cijfers rijden er in Californië 571 zelfrijdende taxi’s rond van Cruise en zijn rivaal Waymo, een dochter van Googles moederbedrijf Alphabet. Je bestelt zo’n taxi met een app en ze rijden vooral in San Francisco en omgeving. Door die gemeente zijn de twee taxibedrijven aan diverse beperkingen gebonden en daar willen ze nu vanaf. Dit stuit weer op bezwaren van de politievakbond, het gemeentelijke verkeersdepartement en de brandweer, die waarschuwen dat de robottaxi’s verontrustend vaak het verkeer ophouden en daarmee de hulpdiensten hinderen.
Toen de mensen van Safe Street Rebel doorhadden dat je zo’n geavanceerde auto vleugellam maakt door een pylon op de motorkap te zetten, spoorden ze met een filmpje op TikTok burgers aan om dat ook te doen. Dit wegwuiven als het zoveelste voorbeeld van weerstand tegen technologie zou een miskenning zijn van het belang van deze ophef. Voor het eerst voeren burgers, techbedrijven en ambtenaren nu een debat over of, en zo ja hoe je zelfrijdende auto’s in een dichtbevolkte stad kunt laten rondrijden. Dit is een gesprek dat hoognodig is, nu de technologie van zelfrijdende voertuigen nog in ontwikkeling is en voordat de robottaxi het leven in San Francisco en de rest van stedelijk Amerika verandert.
Veiligheid
In de utopische versie van het verhaal worden ritjes met een robottaxi zo gemakkelijk en goedkoop dat mensen zelf geen auto meer willen. Het meest aansprekende argument voor de robottaxi is de feilbaarheid van mensen achter het stuur. In een opiniestuk in de San Francisco Chronicle hemelde een van de CEO’s van Waymo vorige maand de veiligheid van zijn auto’s nog op, en Cruise beweerde in een paginagrote advertentie in The New York Times en andere kranten dat hun technologie de oplossing was voor de 42.795 verkeersdoden die vorig jaar in de VS zijn gevallen. (Beide bedrijven zijn niet scheutig met cijfers over hun bedrijfsvoering, wat het voor onafhankelijke onderzoekers lastig maakt om er een objectief oordeel over te vellen.) Maar zoals het nu staat leveren de robottaxi’s de handhavers in San Francisco vooral veel extra werk op. De voertuigen hebben rijstroken geblokkeerd, bussen en trams gehinderd, over een brandslang gereden en wegwerkzaamheden verstoord. Sinds juni 2022 zijn er bijna zeshonderd gevallen gemeld van robottaxi’s die spontaan stil bleven staan op de openbare weg, soms urenlang. En dat zijn alleen de gevallen waarvan melding is gemaakt bij de autoriteiten: het werkelijke aantal zou veel hoger kunnen liggen.
‘Die auto’s doen het goed in eenvoudige woonwijken, maar ze krijgen het moeilijk als de verkeerssituatie ingewikkelder wordt, en zeker in onverwachte situaties,’ zegt Jeffrey Tumlin, hoofd van het verkeersdepartement van de gemeente. Volgens Steven Shladover, een onderzoeker van UC Berkeley die Californische overheden over zelfrijdende voertuigen adviseert, zijn de auto’s heel geavanceerd. Maar, zegt ook hij, ‘je zult beslist situaties zien waarin de auto zich als een onervaren bestuurder gedraagt. Het is een jongere, nog geen volwassen automobilist.’
Cruise en Waymo pareren de kritiek door te wijzen op de staat van dienst van hun auto’s, die volgens hen veel minder brokken maken dan menselijke bestuurders. ‘Elke dag dat de inzet van deze levensreddende technologie wordt uitgesteld, heeft negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid,’ stelt Waymo.
Ondanks de huidige problemen wordt de zelfrijdende technologie steeds beter en worden er nieuwe lessen getrokken uit de enorme hoeveelheden data die zijn verzameld van voertuigen die de openbare weg op gaan. Maar ook al reden ze echt foutloos, hoe zou het leven eruitzien in een stad waarin het wemelt van de robottaxi’s?
Verkeersinfarct
Al voor de komst van de benzineauto was het op de straten van Amerika een drukte van belang. Voetgangers, koetsen en fietsers krioelden er door elkaar en je zag kinderen knikkeren en honkballen op straat. In de jaren 1920 namen miljoenen mensen nog de tram en telde het land meer dan 70.000 kilometer tramspoor. De auto was aanvankelijk alleen voor rijkelui weggelegd. Maar met de introductie van de T-Ford steeg de verkoop van auto’s in de VS van 181.000 in 1910 naar 4,5 miljoen in 1929. Ze gingen harder dan alle andere voertuigen op straat en vormden al snel een groot gevaar voor voetgangers en kinderen. In 1927 stierven 25.800 mensen bij auto-ongevallen, veel meer per hoofd van de bevolking dan tegenwoordig, hoewel toen veel minder Amerikanen een auto hadden.
De opkomst van de auto was funest voor de tram, die geen kant op kon als een auto het spoor blokkeerde. In de jaren vijftig was er van de Amerikaanse tramlijnen niet veel meer over. In 1960 vond nog maar 12 procent van het woon-werkverkeer plaats met het openbaar vervoer, in 2019 nog maar 5 procent.
Doordat de auto lang centraal stond in het beleid, zijn steden steeds viezer, gevaarlijker en minder aantrekkelijk geworden. In veel binnensteden gaat meer dan de helft van het oppervlak op aan wegdek en parkeerruimte voor auto’s, die daarmee ruimte innemen die anders beschikbaar zou zijn voor woningen, winkels, speeltuinen en parken. Veel steden proberen daar nu iets aan te doen. In Denver is per referendum besloten miljoenen vrij te maken voor het opknappen van trottoirs. En de hoofdsteden Phoenix en Madison willen beginnen met een snelbus om hun openbaar vervoer concurrerender te maken. De vooruitgang gaat met kleine stapjes, maar vooruitgang is er.
De gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie
Alleen wordt die vooruitgang bedreigd door de komst van zelfrijdende auto’s, omdat dat toch gewoon auto’s blijven. Of ze nu door mensen of software worden bestuurd, ze zijn vervuilend, ze hebben wegen nodig en ze vormen een gevaar voor voetgangers en fietsers. Peter Norton, historicus aan de universiteit van Virginia, ziet reden tot zorg: ‘Als de straten eenmaal gevuld zijn met robottaxi’s, loop je het risico dat een gemeente het niet meer nodig acht om voor goed openbaar vervoer te zorgen.’
En de gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie. In het kader van een onderzoek kregen dertien vrijwilligers in San Francisco een paar jaar geleden een week lang de beschikking over een auto met chauffeur, om zo het bezit van een zelfrijdende auto na te bootsen. In die ene week legden de proefpersonen nota bene 83 procent meer kilometers af dan voorheen. Als zelfrijdende auto’s ook zoveel meer vervoersbewegingen opleveren, zijn ze een ecologische ramp en kunnen ze een verkeersinfarct van ongekende omvang veroorzaken.
De afgelopen eeuw leert ons dat mensen met andere vervoermiddelen er bekaaid van afkomen als de openbare ruimte vooral op auto’s wordt ingericht. En dan maakt het waarschijnlijk niet uit of die auto’s zichzelf kunnen besturen of niet.
Dankzij de geavanceerde apparatuur van onder andere het Veldhovense techbedrijf ASML worden er al decennialang steeds kleinere en fijnere chips gemaakt. Maar niet voor lang meer, waarschuwen experts. ‘We lopen nu tegen de fysieke grenzen aan. Straks zitten we op het niveau van een atoom.’
In een ‘cleanroom’ op het uitgestrekte terrein van ASML in Veldhoven ademen tientallen mannen en vrouwen in isolatiepakken lucht in die nog tienduizend keer zuiverder is dan die in een operatiekamer. Ze werken er aan het eerste prototype van het nieuwste product van deze apparatenmaker voor chipfabrikanten: de nieuwste generatie fotolithografiemachines op basis van extreem ultraviolet licht (EUV). Die produceert straks halfgeleiders door transistors op een schijfje silicium te ‘printen’ die bijna net zo klein zijn als een menselijk chromosoom. Dit eerste EUV-apparaat gaat dit jaar voor meer dan 350 miljoen euro naar Intel.
Aan de lithografiemachines van ASML danken we het bestaan van niet meer weg te denken apparaten zoals de iPhone en de geavanceerde chips van Nvidia waar ChatGPT op draait. Er zijn maar drie bedrijven ter wereld (Intel, Samsung en TSMC) die het soort processoren kunnen maken die voor zulke apparaten nodig zijn. En alle drie zijn ze daarvoor afhankelijk van de geavanceerde apparatuur van ASML.
Dankzij de innovaties van ASML kunnen transistors steeds kleiner worden, en de chips als gevolg daarvan krachtiger. Het hoge tempo van de technologische vooruitgang van de afgelopen vijftig jaar hebben we te danken aan de exponentiële groei van het aantal transistors op halfgeleiders. Die toename werd in 1965 al voorspeld door een van de oprichters van Intel, Gordon Moore: hij beweerde destijds dat het aantal transistors op een chip ongeveer elk jaar zou verdubbelen. Die voorspelling, die hij later bijstelde naar eens in de twee jaar, staat bekend als de wet van Moore.
De wet van Moore
Intel was grotendeels zelf verantwoordelijk voor die ontwikkeling, met zijn onophoudelijke innovaties op het vlak van ontwerp en productie van halfgeleiders. Maar dat de wet van Moore nog steeds opgaat, wordt tegenwoordig meestal op het conto van ASML geschreven. Het is aan de machines van het Nederlandse bedrijf te danken dat chips ter grootte van een vingernagel nu wel vijftig miljard transistors kunnen bevatten. ‘De drijvende kracht achter de wet van Moore? Dat is in feite lithografie,’ zegt Jamie Mills O’Brien van Abrdn, een van de vijftig grootste investeerders in ASML.
Die verschuiving wordt weerspiegeld in de beurswaarde van de twee bedrijven. Het aandeel ASML, dat aan de beurs genoteerd staat in Amsterdam en New York, is nu ongeveer twee keer zoveel waard als dat van Intel. Bij de belangrijkste trends van de laatste tien jaar, smartphones en kunstmatige intelligentie (AI), viste Intel goeddeels achter het net, doordat de Amerikaanse chippionier het tempo niet kon bijbenen van de Taiwanese chipmaker TSMC, een van de eerste gebruikers van de EUV-technologie van ASML.
Maar chipproducenten staan nu voor een enorme uitdaging. Ze liggen inmiddels achter op het door de wet van Moore voorspelde schema: het tempo van verdubbeling ligt tegenwoordig dichter bij eens in de drie jaar. Na de massaproductie van de nieuwste 3-nanometerchips voor de iPhones van dit jaar wordt de volgende stap een volgens sommigen nog grotere sprong voorwaarts naar 2 nanometer in 2025. ‘Maar kom je eenmaal op 1,5 of misschien 1 nanometer, dan is het definitief afgelopen met de wet van Moore,’ zegt Ben Bajarin, technologieanalist bij Creative Strategies in Silicon Valley. ‘Dan houdt het gewoon op.’
‘Elke twee of drie jaar een nieuwe generatie chips: ook de complexiteit neemt exponentieel toe
Voorspellingen over het einde van de wet van Moore worden al jarenlang gelogenstraft door chipontwikkelaars. Maar nu begint het aantal transistors dat op een siliciumschijfje wordt gepropt de grens te naderen van wat fysiek nog mogelijk is. Sommigen vrezen dat het aantal productiefouten daardoor toeneemt. De ontwikkelingskosten stijgen in ieder geval wel.
‘De economische grondslag onder de wet van Moore valt weg,’ aldus Bajarin. Chipontwerpers zijn de laatste jaren daarom druk op zoek naar andere manieren om het tempo van de toenemende rekenkracht vast te houden. Bijvoorbeeld door nieuwe materialen en ontwerptechnieken uit te proberen, en door de AI die bestaat bij de gratie van de nieuwste generatie chips in te zetten voor het ontwerpen van nieuwe chips. Wat op het spel staat, is niet alleen het vasthouden van het innovatietempo dat al decennialang ten grondslag ligt aan het succes van de technologiesector, en daarmee van de voortdurende economische groei en radicale verbeteringen in ons dagelijks leven. Ook allerlei nieuwe ontwikkelingen, van kunstmatige intelligentie en het ‘metaversum’ tot de lang beloofde innovaties op het vlak van schone energie en autonoom vervoer, kunnen hun belofte alleen waarmaken als chips steeds krachtiger en efficiënter worden.
‘Ooit zal er een einde aan moeten komen,’ waarschuwde de in maart overleden Moore in 2015, bij de vijftigste verjaardag van zijn oorspronkelijke artikel. ‘Zo’n exponentiële ontwikkeling kan niet eindeloos voortduren.’
Beurswaarde
ASML houdt de wet van Moore nog in leven, maar dat vergt miljarden aan investeringen en onvoorstelbare staaltjes technisch en natuurkundig vernuft. De voormalige Philips-dochter begon haar bestaan in de jaren tachtig in houten barakken op het parkeerterrein van het moederbedrijf in Eindhoven. Tegenwoordig is het met een beurswaarde van zo’n 275 miljard euro het grootste technologiebedrijf van Europa. Vanuit de hoofdvestiging in Veldhoven, op slechts een paar kilometer afstand van waar die oude noodgebouwen stonden, produceert ASML nu machines die wel vijftigduizend keer per seconde minuscule druppeltjes gesmolten tin kunnen verdampen, om licht met een golflengte van 13,5 nanometer te produceren. Zo’n bundel EUV-licht wordt dan in een vacuümruimte weerkaatst via een reeks spiegels, versmald en scherpgesteld op een siliciumschijfje, een zogenaamde wafer.
‘De wet van Moore is een economische wet: elke twee tot drie jaar kun je bij gelijkblijvende kosten de prestaties verdubbelen,’ zegt ASML-topman Peter Wennink. Maar, zegt hij erbij, ‘er is nog een ander aspect van de wet van Moore waar niemand het over heeft: de wet van de complexiteit. Elke twee of drie jaar een nieuwe generatie chips, dat wordt er niet makkelijker op. Ook de complexiteit neemt dus exponentieel toe.’
Enorme investeringen
De nieuwe High-NA-machine is de laatste vrucht van ASML’s enorme investeringen in onderzoek en ontwikkeling – die in 2022 met 30 procent stegen tot 3,3 miljard euro. High-NA slaat op de hogere ‘numerieke apertuur’, ofwel het aantal hoeken waaronder het licht kan worden omgebogen en verstuurd: hoe hoger dat is, hoe kleiner de transistorpatronen die op een wafer kunnen worden geprint.
Voor zijn huidige EUV-machines heeft ASML maar vijf potentiële afnemers: TSMC in Taiwan, Samsung en SK Hynix in Zuid-Korea en Intel en Micron in de VS. Alle vijf hebben ze het nieuwste model besteld. Met zijn monopolie op EUV-machines en zijn rol als grootste producent van DUV-machines (diep-ultraviolet, onmisbaar voor de productie van grotere en breder toegepaste chips in bijvoorbeeld auto’s en huishoudelijke apparaten) is ASML niet alleen populair in Silicon Valley, maar ook bij beleggers. De winstcijfers van het bedrijf zijn in de afgelopen vijf jaar meer dan verdubbeld en de aandelenkoers is in diezelfde periode navenant gestegen met 300 procent.
Momenteel is het bedrijf een speelbal in de felle geopolitieke strijd tussen de VS en China en is er sprake van een dip in de vraag naar chips, doordat de hausse tijdens de pandemie heeft geresulteerd in een voorraadoverschot. Toch zet ASML in op een verdubbeling van de omvang van de markt voor halfgeleiders in de komende jaren: van 600 miljard dollar nu naar 1,3 miljard in 2030. Het bedrijf heeft een orderportefeuille van 40 miljard dollar, wat erop wijst dat er nog steeds vraag naar zijn producten is, en is van plan tot 2025 meer dan 4 miljard euro te investeren in research & development, om zijn innovatietempo vast te houden.
Als dit alles gevaar loopt door het dreigende einde van de wet van Moore, dan is dat aan Wennink niet te merken. Hij maakt zich daar ‘helemaal geen zorgen’ over, zegt hij, maar geeft toe dat de verwachting van voortdurende vooruitgang de ‘grootste concurrent’ voor zijn bedrijf is. ‘Wij leveren de duurste machine in het productieproces,’ zegt hij. ‘Als wij onze klanten niet in staat stellen de kosten te verlagen of de waarde te verhogen, zullen ze alternatieven zoeken.’
Een werknemer bekijkt een chip die nog met het menselijk oog te zien is.
Chipontwerpers anticiperen daar al op. ‘Er zijn allerlei gereedschappen om meer transistors op een chip te kunnen proppen,’ zegt Nigel Toon, hoofd van de Britse start-up Graphcore, die chips maakt voor AI-toepassingen. ‘De wet van Moore loopt misschien op zijn eind, maar daarmee komt er nog geen einde aan de innovatie,’ zegt Hassan Khan, die aan de Carnegie Mellon-universiteit leiding geeft aan het onderzoek naar halfgeleiders en toeleveringsketens voor het Amerikaanse National Network for Critical Technology Assessment. ‘Technologische vooruitgang wordt vaak gelijkgesteld aan de wet van Moore, alsof innovatie alleen mogelijk is door steeds goedkopere transistors. Maar de mens is slim in het opsporen van knelpunten en het vinden van manieren om die te omzeilen.’
Dankzij het type processor waarmee Intel groot is geworden, konden er decennialang apparaten worden ontworpen die een soort Zwitsers zakmes waren, alleskunners zoals de pc en de smartphone. Maar ‘de verwevenheid van hardware en software is weer in opkomst,’ zegt Ondrej Burkacky, die mede leiding geeft aan de semigeleiderdivisie van McKinsey. Het bekendste voorbeeld daarvan is misschien wel de iPhone. De mate waarin die zich altijd weet te onderscheiden van smartphones die op Android draaien, berust voor een belangrijk deel op chips die speciaal voor de iPhone zijn ontworpen. Apple kan specifieke softwarefuncties voor zijn iPhone ontwikkelen in samenwerking met zijn eigen chipontwerpers, een team dat inmiddels al duizenden mensen telt.
Voor fabrikanten van Android-telefoons is dat lastiger, want het besturingssysteem van Google moet duizenden verschillende telefoons ondersteunen, van eenvoudige modelletjes tot Samsungs nieuwste paradepaardje van meer dan 1000 dollar. De algemene standaardchips van de Britse chipontwerper Arm worden door Apple speciaal toegesneden op betere prestaties of een langere batterijduur in de iPhone. Apple is daar zo goed in geworden dat het in 2020 de Intel-chips in zijn Macs kon verruilen voor een eigen chip op basis van het Arm-model.
Hogere prestaties
Omdat softwareontwerpers steeds hogere prestaties voor bepaalde taken verlangen, gaan sommige bedrijven nog verder in het herzien van de ‘architectuur’ van de chip, de fundamentele wijze waarop processoren zijn ontworpen en opgebouwd. Een bedrijf als Graphcore kan ‘met een schone lei beginnen,’ zegt Toon. ‘Je moet beter nadenken over de vraag wat de geschikte architectuur is voor een specifieke applicatie.’
Nvidia, het grootste halfgeleiderbedrijf ter wereld, met een beurswaarde die onlangs de 1 biljoen dollar aantikte, deed eerst jarenlang ervaring op met grafische kaarten voor nichemarkten van gamers en wetenschappers. Het begon pas echt goud geld te verdienen toen zijn grafische processoren onmisbaar bleken voor elk bedrijf dat AI ontwikkelt. Zowel voor AI als voor het genereren van computerbeelden is de door Nvidia toegepaste techniek voor ‘parallelle verwerking’ uitermate geschikt: daarbij kunnen meerdere repetitieve taken – zoals het weergeven van veelhoeken of het uitvoeren van algoritmes – tegelijkertijd worden verricht.
Onmogelijke problemen
In de eerste dertig jaar van zijn bestaan was Nvidia volgens topman en medeoprichter Jensen Huang ‘het bedrijf dat je belde voor het oplossen van haast onmogelijke problemen’. Het jammere was alleen dat het daarmee nichemarkten bediende die ‘allemaal piepklein waren’, zoals die van de computationele biologie. ‘Ons bedrijf werd wel getypeerd met de slogan: oplossingen voor de problemen die geen geld opleveren,’ zegt hij. ‘En toen kwam er ineens een eind aan de wet van Moore. Nu zijn wij hét computerbedrijf dat je nodig hebt voor groei.’
Maar omdat innovaties op chipgebied nu vaak specifiekere toepassingen hebben, worden doorbraken strenger geheim gehouden en zijn ze minder snel geschikt voor brede markttoepassingen. ‘In de jaren negentig en de eerste jaren van deze eeuw waren de kosten per transistor en de mogelijkheden om complexere chips te bouwen zo’n beetje voor de hele sector gelijk,’ zegt Khan.
Tegenwoordig ‘is rekenkracht minder op algemeen gebruik toegesneden. Als ik chips optimaliseer voor AI, kan dat GPT efficiënter of krachtiger maken, maar heeft het misschien geen effect op de rest van de economie.’
Een ander belangrijk terrein van innovatie zijn chips in de vorm van ‘pakketjes’. In plaats van elk onderdeel op een en dezelfde wafer te printen, zodat je een zogenaamd ‘system on a chip’ krijgt, prijzen halfgeleiderbedrijven nu de mogelijkheden aan van ‘chiplets’, kleinere bouwstenen die met elkaar gecombineerd kunnen worden tot een groter geheel. Dat geeft meer flexibiliteit bij het ontwerp en de inkoop van onderdelen. Intel noemt chiplets ‘de manier om de wet van Moore in het komende decennium en daarna in stand te houden’. Het riep vorig jaar een consortium bijeen van chipmakers en ontwerpers, waaronder TSMC, Samsung, Arm en Qualcomm, om standaarden op te stellen voor de bouw van deze lego-achtige processoren.
De truc
Volgens Richard Grisenthwaite, hoofd architectuur bij chipontwerper Arm, is een van de voordelen van chiplets ten opzichte van de ‘monolithische’ traditionele chips dat bedrijven daarin complexe en dure processoren kunnen combineren met oudere en goedkopere. De truc, waarschuwt hij, is om dan met die oudere en goedkope onderdelen meer te besparen dan je kwijt bent aan de extra kosten van het combineren van componenten.
Maar nieuwe ideeën leiden ook weer tot nieuwe problemen. Een grote uitdaging bij veel van deze innovaties is volgens Burkacky van McKinsey dat ze vaak grotere chips opleveren, wat dan weer leidt tot een groter oppervlak dat foutjes kan bevatten. ‘Een defect is meestal een onzuiverheid, een deeltje uit de lucht of uit het chemische proces dat op het oppervlak valt en een chip onbruikbaar kan maken,’ zegt hij. ‘Hoe groter de chip, hoe groter die kans.’
‘We lopen nu tegen de fysieke grenzen aan. Straks zitten we op het niveau van een atoom’
Dat kan fataal zijn voor de productieopbrengst van halfgeleiderfabrikanten: die kan volgens Burkacky zomaar dalen tot 40 of 50 procent, waardoor een toch al kostbaar proces nog moeilijker economisch rendabel te maken wordt. Grotere chips met meer rekenkracht verbruiken ook meer stroom en genereren in een datacentrum zo veel hitte dat het radicaal nieuwe en energie slurpende koelsystemen zoals dompelkoeling vergt om een optimale prestatie te garanderen.
Aan het andere eind van het spectrum kan bij kleinere chips volgens sommige onderzoekers de betrouwbaarheid weer in het geding zijn. In 2021 publiceerde een team van Google het artikel ‘Cores that don’t count’ (‘processorkernen die niet meetellen’). Het was de technici in datacentra namelijk opgevallen dat sommige chips diep in de enorme datacentra ‘onvoorspelbaar’ gedrag vertoonden. ‘Naarmate de fabricage [van chips] naar steeds kleinere afmetingen tendeert, zien we soms rekenfouten opduiken die in de productietests niet naar voren kwamen’, schreef een team Google-ingenieurs onder leiding van Peter Hochschild. ‘Erger nog is dat dit vaak “stille” fouten zijn: het enige symptoom is een foutieve berekening.’ Hochschild concludeert dat ‘de diepere oorzaak’ gelegen is in ‘de steeds kleinere afmetingen’, waarbij de grenzen van het haalbare worden genaderd, in combinatie met de ‘immer groeiende complexiteit van de architectuur’.
Sprong voorwaarts
Instandhouding van de wet van Moore ‘was tot nu toe een uitvoeringsuitdaging’, zegt Burkacky. ‘Ik wil daar niets aan afdoen, het was een razend lastige klus, maar we lopen nu tegen de fysieke grenzen aan. Straks zitten we op het niveau van een atoom. Dan is het volgens de huidige natuurkundige inzichten wel einde verhaal.’ Ooit kunnen kwantumcomputers misschien de lang beloofde sprong voorwaarts in rekenkracht maken die vergelijkbaar zal zijn met de vooruitgang op basis van silicium sinds de jaren zestig. Maar zelfs de meest optimistische pleitbezorgers daarvan geven toe dat het waarschijnlijk nog meer dan tien jaar duurt voordat kwantumcomputers geschikt zijn voor alledaagse praktische doeleinden.
Ondertussen is Toon optimistisch dat chips zoals die van Graphcore tot nieuwe vooruitgang kunnen leiden. ‘Ik denk dat we computers gaan bouwen en AI-types gaan ontwerpen die zo krachtig zijn dat we daardoor de werking van moleculen zullen doorgronden, en dan gaan we met behulp van die AI-computers moleculaire computers bouwen,’ zegt hij. ‘Dat hele idee van de singulariteit [het moment dat AI de mens voorbijstreeft in intelligentie] is gelul, maar de gedachte dat je AI kunt gebruiken om de computertechniek verder te brengen, is heel praktisch.’
Verschillende federale overheidsinstanties in de Verenigde Staten zijn getroffen ‘door een wereldwijde cyberaanval door Russische cybercriminelen die misbruik maken van zwakke plekken in veelgebruikte software’, bericht CNN op basis van informatie van een vooraanstaand Amerikaans cyberbeveiligingsbureau. Volgens het Amerikaanse Cybersecurity and Infrastructure Security Agency (CISA) zouden ook ‘enkele honderden’ bedrijven en organisaties in de VS zijn.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
CLOP, de bende die verantwoordelijk zou zijn voor de ransomware, staat erom bekend miljoenen aan losgeld te eisen. Maar daar is tot nu toe nog geen sprake van volgens CISA. De hacks hebben dan ook geen ‘significante gevolgen’, aldus CISA-directeur Jen Easterly. De hackers hebben misbruik gemaakt van een fout in veelgebruikte software die bekendstaat als MOVEit en die bedrijven en instanties gebruiken om gegevens over te dragen.
Tesla moet meer dan 360.000 elektrische auto’s terugroepen om de software bij te werken, meldt CNBC. De beslissing komt nadat de Amerikaanse National Highway Traffic Safety Administration (NHTSA) verschillende storingen in de zelfrijdende functie aan het licht bracht.
Volgens de bevindingen van de toezichthouder kunnen de voertuigen ongelukken veroorzaken doordat ze ‘onveilig handelen bij kruispunten’, stopborden negeren of niet afremmen bij een oranje stoplicht. De aandelenkoers van de fabrikant van elektrische auto’s daalde met iets meer dan 1 procent na de aankondiging, maar herstelde zich daarna snel.
Het bedrijf van Elon Musk laat duizenden bestuurders nieuwe en onvoltooide software voor rijondersteuning uitproberen op de openbare weg in de VS via ‘Full Self Driving Beta’, zoals Tesla de zelfrijdende functie noemt. De technologie maakt elektrische auto’s van Tesla niet zo zelfrijdend en veilig dat niemand meer achter het stuur hoeft te zitten om te remmen en te sturen – ondanks de merknaam.
Consumenten die het slachtoffer worden van een cyberaanval, draaien zelf op voor de gevolgen. Maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de softwarefabrikant die de kwetsbare code ontwierp?
Toen autofabrikanten auto’s met ondeugdelijke remmen afleverden, legde de staat hun boetes van vele miljoenen dollars op. Bedrijven die apparaten maken, hebben forse bedragen moeten betalen voor wettelijk verplichte schikkingen wegens de verkoop van ondeugdelijke koffiepotten. En de overheid heeft een strafrechtelijke vervolging ingesteld tegen leidinggevenden van voedselbedrijven omdat ze besmette pindakaas op de markt brachten.
Maar de Amerikaanse software-industrie, die goed is voor vele miljarden dollars, is tot nog toe nooit civiel dan wel strafrechtelijk aansprakelijk gesteld voor ernstige – en toenemende – problemen die het resultaat zijn van een slechte code. Als het gaat om het beveiligen van computers tegen malware of virussen, het afweren van criminele hackers of simpelweg het updaten van ondeugdelijke programma’s, ligt de verantwoordelijkheid grotendeels bij de consumenten, zelfs als de ondersteunende technologie gebreken vertoont.
Na de recente ‘ransomware-aanval’ – die over de hele wereld naar schatting ruim 300 duizend computers aantastte en data van slachtoffers versleutelde tot ze losgeld betaalden om de files vrij te geven – vragen cyberveiligheidsexperts zich af of het geen tijd wordt om softwareontwikkelaars te verplichten zich aan bepaalde richtlijnen te houden, zoals die in andere industrieën ook bestaan. Op die manier zijn we ervan verzekerd dat hun producten beveiligd zijn tegen ernstige en kostbare computeraanvallen.
‘Wacht maar tot dit met jouw auto gebeurt, of jouw ijskast, of jouw vliegtuigelektronica, of tot jouw door internet ondersteunde slot je buitengesloten heeft’
‘De oplossing ligt in regelgeving. Die moeten we nu aanpakken,’ zegt Bruce Schneier, een bekende cryptograaf en hoofd technologie bij IBM Resilient. ‘We hebben gekozen voor snel en goedkoop. Wacht maar tot dit met jouw auto gebeurt, of jouw ijskast, of jouw vliegtuigelektronica, of tot jouw door internet ondersteunde slot je buitengesloten heeft.’
Zo is het, want hoewel de ergste veiligheidsproblemen kwaadwillende hackers de gelegenheid hebben gegeven om zakelijke en overheidssystemen lam te leggen of gevoelige persoonlijke gegevens naar buiten te brengen, kunnen cyberaanvallen binnenkort veel duurdere consequenties hebben omdat er hoe langer hoe meer software wordt gebruikt in auto’s, medische apparatuur, consumptieartikelen en andere essentiële systemen. Daarom, zeggen experts, wordt het steeds urgenter om te zorgen dat een gebrekkige code niet zo makkelijk uitgebuit of gemanipuleerd kan worden.
Natuurlijk waarschuwen softwarebedrijven hun gebruikers als ze een kwetsbare plek ontdekken in hun producten en sturen ze een software-update rond die het gat in de beveiliging repareert. Dat deed Microsoft toen het hoorde over een ernstige zwakke plek in Windows die criminelen de mogelijkheid bood om een ransomware-aanval uit te voeren.
WannaCry
Of die boodschap ook alle slachtoffers van de aanval heeft bereikt is onduidelijk. Dit speciale soort ransomware – WannaCry – lijkt zich te hebben verspreid via een kwaadaardige e-mailcampagne die het virus door middel van bijlagen op de computers van de slachtoffers installeerde.
De zwakke plek in de Windows-software waarvan WannaCry gebruikmaakte, was al eerder ontdekt door de National Security Agency (NSA), en door hen opgeslagen als mogelijk cyberwapen.
Een hackersgroep die zichzelf de Shadow Brokers noemt, dumpte de spyware eerder dit jaar op het web. In een blogpost kapittelde Microsoft-voorzitter Brad Smith de NSA over het feit dat ze de zwakke plek hadden opgeslagen en geheim hadden gehouden. Hij vergeleek het probleem met een situatie waarin er ‘een paar Tomahawkraketten waren gestolen’ van de Amerikaanse overheid.
Maar sommige experts zijn niet zo voor het straffen van veiligheidsdiensten die profiteren van zwakke plekken in besturingssystemen en mobiele telefoons. ‘Het is oneerlijk om de NSA eruit te pikken,’ zegt Patrick Wardle, een computerexpert die bij de NSA heeft gewerkt en nu beveiligingsonderzoeker is bij de firma Synack. ‘Waarom geven we Microsoft niet de schuld? Ze hebben een gebrekkige code ontwikkeld en toegepast. Ze zouden een deel van de schuld op zich moeten nemen.’
In tegenstelling tot in veel andere industrieën, zoals de gezondheidszorg en de elektronische sector, worden aan softwareontwikkelaars geen juridische eisen gesteld als het op productveiligheid aankomt. In een serie artikelen uit 2013 in New Republic over het debat wie aansprakelijk is voor software, zegt Jane Chong van het Hoover Institution dat softwarebedrijven altijd aansprakelijkheidsclaims over ondeugdelijke codes hebben ontweken met een beroep op de gebruikersovereenkomst.
‘Softwareleveranciers schuiven met die licentieovereenkomst, die door rechters meestal als een afdwingbaar contract wordt gezien, alle risico’s van hun producten af op de gebruikers,’ schreef mevrouw Chong, docent rechten en nationale veiligheid aan het instituut.
De keren dat gebruikers hebben geprobeerd om softwarebedrijven gerechtelijk te vervolgen wegens het lekken van data, werden de zaken vaak onontvankelijk verklaard, merkte ze op. Een gerechtshof in Californië verwierp een groepsgeding van LinkedIn-gebruikers, die aanvoerden dat het sociale-mediabedrijf slachtoffer was geworden van een serieuze hack, omdat LinkedIn zelf niet de veiligheidsmaatregelen had getroffen die gangbaar waren in de industrie. Om te zorgen dat gerechtshoven softwarebedrijven verantwoordelijk gaan houden voor nalatigheid op het gebied van cyberveiligheid, moeten er strengere federale regels komen wat betreft de kwaliteit van de code. Het vergt ook rechters die begrip hebben voor de ingewikkelde kwesties rondom de kwetsbaarheid van software en hoe die kan leiden tot cyberaanvallen.
In dit geval waren sommige van de getroffen Microsoft Windows-systemen oude versies die niet waren geüpdatet of gecorrigeerd, zei Ross Schulman, mededirecteur van het Cybersecurity Initiative en beleidsadviseur aan het New America’s Open Technology Institute. Microsoft heeft die systemen ‘al een heel lange tijd ondersteund; ze hebben iedereen ruim op tijd gewaarschuwd dat ze daarmee zouden ophouden’.
Verantwoordelijk gehandeld
Volgens veel experts heeft Microsoft in deze zaak verantwoordelijk gehandeld en zijn klanten gewaarschuwd voor de zwakke plekken. In plaats van Microsoft de schuld te geven, zegt Tom Cross, hoofd technologie bij het cyberveiligheidsbedrijf OPAQ, ‘zouden toezichthouders zich moeten afvragen waarom bepaalde organisaties niet waren voorbereid, in het bijzonder als dat organisaties zijn in essentiële sectoren van de infrastructuur.’
Experts trachten te achterhalen wie er achter de aanval zat, maar het zou voor de industrie en de overheid ook een moment kunnen zijn om nogmaals te evalueren of er een manier bestaat om softwarebedrijven aan te moedigen producten uit te rusten met een code die bij dit soort aanvallen betrouwbaarder en veerkrachtiger is, zegt Joshua Corman, directeur van het Cyber Statecraft Initiative van Atlantic Council, een denktank in Washington.
‘Ik denk zeker dat het een keerpunt is,’ zegt Mr Corman. ‘Het is nu veel makkelijker om te pleiten voor een bepaalde vorm van verantwoordelijkheid voor software. Ik hoop heel erg dat dit aanleiding is voor een correctieve actie.’
Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.
Ondernemers die in een achterkamertje prijsafspraken maken kun je aanpakken. Maar wat als ze algoritmes gebruiken zoals David Topkins, die de markt voor filmposters manipuleerde?
David Topkins is geen Rockefeller. Maar net als de befaamde monopolist rakelt deze onbekende onlinehandelaar fundamentele vragen op over mededinging, ditmaal in het digitale tijdperk. In de eerste antitrust-rechtszaak in zijn soort heeft Topkins in 2015 schuld bekend aan het maken van prijsafspraken voor klassieke filmposters die via Amazon werden aangeboden. De misdaad lijkt niet zo bijzonder, maar Topkins’ methode was revolutionair: de handelaar heeft toegegeven dat hij de markt manipuleerde met speciale algoritmes die de prijzen hoog hielden. Met instemming van zijn concurrenten liet hij het algoritme ervoor zorgen dat de filmposters werden aangeboden tegen wat de aanklager ‘frauduleuze, niet-concurrerende prijzen’ noemt.
Terwijl Topkins nog op de uitspraak van de rechter wacht, beginnen de consequenties van dit soort krachtige onlinetools stilaan door te dringen tot de Amerikaanse toezichthouders en hun Europese collega’s. Topkins’ fraude met posterprijzen lijkt kinderspel vergeleken met het machtige oliekartel van Rockefeller, die eind negentiende eeuw 90 procent van de markt in handen had en daardoor de aanzet gaf tot de eerste Amerikaanse mededingingswet (1890). Maar omdat in dit proces nieuwe technologische vormen van marktverstoring centraal staan, is het wel een mijlpaal in de digitale economie.
Niet toereikend
‘We tolereren geen enkele vorm van prijsafspraken, of die nu in een rokerig achterkamertje worden gemaakt of online, met behulp van complexe prijsalgoritmes,’ zei staatssecretaris van Justitie William Baer bij de bekendmaking van de aanklacht tegen Topkins. Maar volgens deskundigen is de bestaande mededingingswetgeving, die vooral is gericht op de daden en bedoelingen van mensen, misschien niet toereikend om bedrijven ook in het digitale tijdperk van marktafspraken te weerhouden.
Markten die worden gedomineerd door geautomatiseerde prijsmechanismen reageren niet op dezelfde prikkels en volgens dezelfde wetmatigheden als markten waarin mensen de dienst uitmaken. En de belofte van grotere keuze en lagere prijzen die de digitale economie ons steeds voorspiegelt, kan zo weleens in rook opgaan. De opkomst van kunstmatige intelligentie en krachtige algoritmes kan juist leiden tot duurzame kartels die de prijs kunstmatig hoog houden ten koste van de consument, zonder dat traditionele regelgeving daar iets aan kan doen.
‘Door netwerkeffecten [effecten die ervoor zorgen dat producten of diensten meer waarde krijgen naarmate ze meer gebruikers hebben] staat er in de data-economie veel meer op het spel,’ zegt Maurice Stucke, een voormalig medewerker van justitie die nu mededingingsrecht doceert aan de Universiteit van Tennessee. ‘Mededinging zoals wij die kennen gaat veranderen.’ De meeste waakhonden zien dit nog als een probleem van de toekomst. Maar als de systemen die de prijs bepalen nog veel autonomer worden, hoeven monopolisten in spe zoals Topkins voor het maken van prijsafspraken niet eens meer met hun concurrenten te overleggen. Dan zijn het de computers die in hun plaats samenspannen, doordat ze allemaal hetzelfde algoritme gebruiken of leren van hun interactie met andere computers – zonder daarbij een spoor van belastende e-mails of voicemailberichten achter te laten.
‘Verhinderen dat zelflerende algoritmes met elkaar samenspannen is misschien wel een van de grootste uitdagingen waarvoor mededingingswaakhonden ooit hebben gestaan’, staat te lezen in een recent rapport van de OESO, een club van vooral rijke landen.
Algoritmes stellen prijzen vast op basis van directe inschattingen van vraag en aanbod en instructies van de verkoper, zoals specifieke streefcijfers voor winstmarges of prijzen. Zulke algoritmes werden voor het eerst gebruikt op financiële markten, maar zijn nu ook niet meer weg te denken uit de luchtvaart- en hotelindustrie en onlinewinkels als Amazon. Ook in andere sectoren, zoals transport, gezondheidszorg en detailhandel, verspreiden ze zich razendsnel. Dat Walmart in augustus de onlinewinkel Jet.com overnam voor 3,3 miljard dollar, was deels ingegeven door het verlangen naar knowhow op het gebied van algoritmes. Het OESO-rapport stelt dat het fenomeen van big data ‘mededingingsautoriteiten in de toekomst voor ernstige problemen kan stellen, doordat het wellicht heel moeilijk, zo niet onmogelijk wordt om te bewijzen dat er sprake is van doelgerichte prijsafspraken, althans met de instrumenten waarover die toezichthouders nu beschikken’. En verder: ‘Zeker in het geval van kunstmatige intelligentie ontbreekt de juridische grond om een programmeur aansprakelijk te kunnen stellen voor het programmeren van een computer die uiteindelijk “zelf leert” hoe hij samen met andere computers prijzen kan manipuleren.’
Obama’s economische adviesraad kwam vorig jaar april met een rapport over groeiende concentraties van marktaandelen in sectoren als transport, detailhandel en verzekeringen, en zag daarin een oorzaak voor de dalende groei van de levensstandaard. Volgens het Witte Huis is er ook nieuwe regelgeving nodig om mededinging in de digitale economie goed te regelen. En het Britse Hogerhuis bracht vorig jaar een rapport uit over het ‘potentieel voor concurrentievervalsing’ en ‘nieuwe vormen van prijsafspraken’, waarin het de Europese Commissie opriep nader onderzoek te doen naar de gevolgen van algoritmes voor de vrije concurrentie.
‘Je kunt situaties krijgen waarin concurrentie wordt gesmoord zonder dat er regelgeving tegen bestaat’
‘Het is een dringend probleem,’ zegt Stucke, die vorig jaar samen met zijn co-auteur Ariel Ezrachi van de Universiteit van Oxford mededingingsautoriteiten in Washington en Brussel heeft bijgepraat. ‘Je kunt situaties krijgen waarin concurrentie wordt gesmoord zonder dat er regelgeving tegen bestaat.’ Als voorbeeld geeft hij Duitse software die de benzineprijs aan de pomp bijhoudt. De eerste resultaten lijken erop te wijzen dat die software pomphouders ontmoedigt om hun prijzen te verlagen, zodat de gemiddelde prijs hoger blijft dan hij anders zou zijn. Omdat een prijsverlaging bij één pomp meteen wordt gesignaleerd, waardoor concurrenten nog voordat de consument kan overstappen mee kunnen gaan in de prijsverlaging, heeft een pomphouder geen reden meer om zijn prijs te verlagen. ‘Algoritmes wisselen informatie zo snel uit dat consumenten zich van geen concurrentie bewust zijn,’ zegt Stucke. ‘Twee tankstations die tegenover elkaar aan dezelfde weg zitten, weten al hoe zoiets werkt.’
Een vergelijkbaar argument hoor je in een rechtszaak tegen Uber in New York. Dat de tarieven van de chauffeurs (allemaal zelfstandige ondernemers) door een algoritme worden bepaald, komt volgens Uber-klant Spencer Meyer neer op een ‘klassieke prijsafspraak’. Hij heeft een rechtszaak aangespannen tegen Uber en directeur Travis Kalanick vanwege de onredelijk hoge winsten die ze zouden boeken met hun ‘dynamische tarieven’, waarbij de prijs van een rit automatisch stijgt op momenten dat er meer vraag is. ‘Met Kalanicks prijsalgoritme worden vraag en aanbod kunstmatig gemanipuleerd, doordat deze dynamische tarieven worden opgelegd aan chauffeurs die anders met elkaar op prijs zouden concurreren’, luidt de aanklacht van Meyer.
Ondertussen kan Topkins op 16 maart zijn vonnis verwachten. Op basis van zijn deal met het OM komt hij er wegens medewerking aan het onderzoek waarschijnlijk van af met alleen een boete van 28.750 dollar en hoeft hij niet de cel in.
Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000
Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.