Tag: soja

  • De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    Om de voedselvoorziening op peil te houden houden moet de landbouw zich aanpassen aan een opwarmende aarde. Want door klimaatverandering is de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tom Eisenhauer weet nog dat hij meer dan tien jaar geleden door Manitoba reed, een provincie in Centraal Canada. Rond zijn auto strekten zich akkers vol koudweergewassen uit, zoals tarwe, erwten en koolzaad. Velden met voedzame gewassen als mais en soja, die winstgevender zijn, waren schaars en lagen op grote afstand van elkaar. 

    Nu ziet het er heel anders uit. Meer dan 5300 vierkante kilometer is ingezaaid met soja en zo’n 1500 met mais. Eisenhauers bedrijf Bonnefield Financial hoopt te profiteren van de manieren waarop klimaatverandering de Canadese landbouw beïnvloedt. Het bedrijf koopt landbouwgrond op en verpacht die aan boeren, in Manitoba en elders in het land. Het bedrijf gokt erop dat een warmer klimaat de waarde van zijn aangekochte grond geleidelijk zal doen stijgen, omdat boeren in staat worden gesteld waardevoller gewassen te verbouwen dan ze van oudsher gewend zijn. Het is lang niet het enige bedrijf dat daarop inzet. De klimaatverandering kan land dat ooit onvruchtbaar en onproductief was vanwege de kou in een ware hoorn des overvloeds veranderen. Ze kan ook grote schade aanrichten in regio’s die miljoenen mensen voeden.

    Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd

    De hoeveelheid grond die wordt gebruikt om voedsel te produceren neemt al eeuwenlang toe. Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd. De meeste groei dateert van halverwege de twintigste eeuw. Vanaf de jaren zestig hebben het grootschalige gebruik van kunstmest en de ontwikkeling van productievere graan- en rijstsoorten er in combinatie met een grotere beschikbaarheid van irrigatiemiddelen, pesticiden en machinerie voor gezorgd dat boeren een veel beter rendement konden halen uit de akkers die ze al bewerkten. De afgelopen decennia hebben technologieën als genome editing en betere dataverwerking de oogsten nog verder opgestuwd.

    De wereldwijde temperatuurstijging die aan het eind van de twintigste eeuw is begonnen, heeft de productiviteitstoename vertraagd maar niet tot stilstand gebracht. Volgens een recente studie van Cornell University in de staat New York heeft de door menselijk handelen veroorzaakte klimaatverandering de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tegenwind

    De ‘tegenwind’ die door klimaatverandering wordt veroorzaakt zal alleen maar sterker worden, zegt Ariel Ortiz-Bobea, een van de auteurs van de studie. Hun onderzoek wees uit dat elke fractie van een graad extra schadelijker is voor de voedselproductie dan de vorige. Dat is vooral slecht nieuws voor voedselproducenten op plekken waar het al warm is, zoals de tropen. Een andere studie voorspelt dat met elke graad die de temperatuur wereldwijd stijgt, de maisoogst zal dalen met 7,4 procent, de tarweoogst met 6 procent en de rijstoogst met 3,2 procent. Deze drie gewassen leveren twee derde van alle calorieën die de mensheid consumeert.

    De komende decennia zullen er meer monden zijn om te voeden. Het Institute for Health Metrics and Evaluation, een Amerikaanse onderzoeksgroep, schat dat de wereldbevolking zal stijgen van 7,8 miljard nu naar 9,7 miljard in 2064 (om vervolgens weer te dalen). De groeiende middenklasse in veel ontwikkelingslanden eist een gevarieerder en ruimer voedselaanbod.

    Daarom zijn de manieren waarop landbouwarealen onder invloed van de opwarming van de aarde zullen veranderen zo belangrijk. Doordat de tropen zich uitbreiden, zullen de regenpatronen in de subtropen veranderen. Met name door de snelle opwarming van de polen komt er met dezelfde snelheid landbouwgrond in hogebreedtegraadregio’s beschikbaar. De noordelijkste delen van Amerika en China warmen minstens twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. Zoals de ervaring van Eishenhauer in Manitoba uitwijst, verplaatsen gewassen zich als reactie al steeds verder poolwaarts.

    Lees ook:

    Een studie van Colorado State University die in 2020 in het blad Nature werd gepubliceerd constateerde aanzienlijke veranderingen in de verdeling van verschillende van regen afhankelijke gewassen in de periode 1972-2012, toen boeren andere beslissingen begonnen te nemen over welke gewassen ze waar plantten. De maisproductie bijvoorbeeld breidde zich uit van het zuidoosten van Amerika naar het noordelijke middenwesten. Tarwe is dankzij nieuwe irrigatiemethodes in zo’n sterke mate naar het noorden opgerukt dat het de opwarming de loef afsteekt: de warmste plekken waar het momenteel wordt verbouwd zijn koeler dan de warmste plekken waar het in 1975 groeide. 65 procent van alle eiwitten die aan vee worden toegediend is afkomstig van sojabonen. Deze wonderbonen zijn zowel in noordelijke als zuidelijke richting opgerukt, nu nieuwe rassen en andere vindingen het verbouwen ervan ook in tropische regio’s mogelijk maken. De gebieden in China waar rijst wordt verbouwd hebben zich sinds 1949 steeds verder naar het noorden uitgebreid. Ook wijndruiven en andere vruchten zijn naar het noorden gemigreerd.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt

    Volgens Eisenhauer tellen investeerders steeds grotere bedragen neer voor Canadese landbouwgrond om zich in te dekken tegen de klimaatrisico’s die ze elders lopen. Martin Davies van Westchester, een groot landbouwinvesteringsbedrijf, zegt dat hij in veel andere delen van de wereld overeenkomstige trends ziet.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt. Momenteel kent wereldwijd maar een derde van alle boreale regio’s, een bioom van hoofdzakelijk coniferenbossen dat uitgestrekte gebieden ten zuiden van de poolcirkel beslaat, temperaturen die hoog genoeg zijn om de meest winterharde graangewassen te verbouwen, zoals haver en gerst. Dit zou zich tot 2099 kunnen uitbreiden tot drie kwart, volgens een in 2018 in het blad Scientific Reports gepubliceerde studie (zie kaart). Het aandeel van boreaal land waar landbouw mogelijk is, zou zich in Zweden kunnen uitbreiden van 8 tot 41 procent. In Finland zou het kunnen toenemen van 51 tot 83 procent.

    Pogingen om deze gebieden te bebouwen zullen mensen alarmeren die de boreale bossen willen behouden. En door het kappen van zulke bossen en het omploegen van de grond die eronder ligt zal kooldioxide vrijkomen. Maar de klimatologische gevolgen zijn niet zo eenvoudig als ze lijken te zijn. De noordelijke bossen absorberen meer zonnewarmte dan open landbouwgrond, omdat de door sneeuw bedekte landbouwgrond licht terugkaatst naar de ruimte (in bossen ligt de sneeuw onder de bomen en schijnt de zon er niet zo recht op). Maar dat het kappen van boreale bossen de klimaatverandering misschien niet zal verhevigen zegt niets over de mate waarin het de biodiversiteit, het ecosysteem of het leven van met name inheemse bosbewoners kan beïnvloeden.

    Klimaatverandering als zegen

    Sommige regeringen popelen om de klimaatverandering te gelde te maken. Rusland ziet hogere temperaturen al lange tijd als een zegen. President Vladimir Poetin pochte eens dat die Russen in staat zou stellen minder geld aan bontjassen te besteden en meer graan te verbouwen. In 2020 schetste een ‘nationaal actieplan’ voor klimaatverandering op welke manieren het land ‘de voordelen ervan kon benutten’, zoals door het uitbreiden van de landbouw. Sinds 2015 is Rusland de grootste tarweproducent ter wereld, voornamelijk vanwege de hogere temperaturen.

    De Russische regering is al begonnen met het verpachten van duizenden vierkante kilometers grond in het verre oosten van het land aan Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse investeerders. Een groot deel van het ooit onvruchtbare land wordt nu gebruikt voor het verbouwen van sojabonen. Het grootste deel daarvan wordt geïmporteerd door China, dat daardoor minder afhankelijk wordt van import uit Amerika. Sergej Levin, de Russische onderminister van Landbouw, heeft voorspeld dat de waarde van de sojaexport uit het verre oosten van Rusland in 2024 zeshonderd miljard dollar zal belopen. Dat zou dan bijna vijf keer zoveel zijn als in 2017. Ook het bestuur van Newfoundland en Labrador, een provincie op het noordoostelijke puntje van Canada, probeert de uitbreiding van landbouw te bevorderen naar land dat nu nog door bossen wordt bedekt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/activisten-leggen-voedselsysteem-bloot

    Behalve door middel van hogere temperaturen is er nog een manier waarop de veranderingen die de mensheid in de atmosfeer veroorzaakt zulke projecten een zetje kunnen geven. Kooldioxide is niet alleen maar een broeikasgas; het is ook de grondstof voor de fotosynthese die planten in staat stelt te groeien en zich te voeden. Voor de meeste planten betekent meer kooldioxide meer groei. De toename van kooldioxide gedurende de afgelopen eeuw heeft tot een duidelijk meetbare ‘wereldwijde vergroening’ geleid dankzij de planten die het meest van meer kooldioxide profiteren. Maar dat is niet onverdeeld goed. Grotere oogsten hoeven geen voedzamer oogsten te zijn.

    Bovendien zal de klimaatverandering de regenpatronen veranderen. Daarvan hoeven plannen voor meer landbouw in noordelijke klimaten niet per se te profiteren. Veel gebieden die mild genoeg worden voor landbouw zullen uiteindelijk met watergebrek te kampen krijgen, althans zonder intensieve irrigatie. Andere zullen te veel water krijgen. Gewassen zijn niet de enige organismen waarvan het bereik zich uitbreidt naarmate de temperatuur stijgt: epidemieën en ziektekiemen, die vaak door koude winters worden gedood, verspreiden zich ook. Ook de bodem is van belang. De beste grond tref je meestal aan op lagere breedtegraden, niet in het uiterste noorden.

    Nieuwe landbouwgrond

    Sommige nieuwe landbouwgrond staat op het punt gerealiseerd te worden. Maar de ontginning van afgelegen regio’s van Siberië, om maar een voorbeeld te noemen, waar een groot deel van de bestaande infrastructuur al wegzakt en uiteenvalt vanwege de smeltende permafrost, zal traag en kostbaar zijn. Ook zullen afgelegen boerenbedrijven veel meer werknemers moeten aantrekken en huisvesten. Ze zullen in toenemende mate aangewezen zijn op buitenlandse migranten, een idee dat stemmers in veel rijke landen niet bepaald zal aanspreken.

    Al met al zal de noordwaartse uitbreiding van landbouwgrond de schade die klimaatverandering voor de landbouw impliceert maar tot op zekere hoogte beperken. De maatschappijen die er het meest van zullen profiteren zijn ook nu al het rijkst. Arme contreien, die veel meer afhankelijk zijn van inkomsten van de export van landbouwproducten, zullen eronder lijden.

    Er zal een veel groter scala van aanpassingen nodig zijn om voedsel even overvloedig, gevarieerd en betaalbaar te houden als vandaag de dag. Daartoe zullen pogingen behoren om gewassen bestand te maken tegen hogere temperaturen, bijvoorbeeld door slimmere veredelingswijzen, innovaties op irrigatiegebied en bescherming tegen barre weersomstandigheden. Ook zullen zowel rijke als arme landen het verminderen van de voedselverspilling tot prioriteit moeten verheffen (volgens schattingen van de VN Landbouw- en Voedselorganisatie wordt meer dan een derde van al het voedsel weggegooid). Het alternatief zal een wereld zijn die meer honger heeft en ongelijker is dan op dit moment, en misschien wel ooit in het verleden.

    Lees ook:

  • Soja is heer en meester in de Braziliaanse Amazone

    Soja is heer en meester in de Braziliaanse Amazone

    In het hart van Brazilië, ooit de zuidelijke flank van het Amazoneregenwoud, liggen kilometers plantages, die veevoer produceren voor de wereldwijde vleesindustrie. Het is de enige economische sector in Brazilië die gedurende de coronapandemie is gegroeid. Het regenwoud wordt er echter almaar kleiner door.

    Keuze uit het archief

    Deze week vond in Belém in Brazilië de Amazonetop plaats, een bijeenkomst van landen uit de Amazoneregio. Op deze top vroeg de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva aandacht voor de ontbossing van het Amazoneregenwoud. Daarbij richtte de linkse leider zich vooral tot de rijke landen, die hij ertoe opriep hun steentje bij te dragen om het regenwoud te beschermen. ‘Het zijn niet Brazilië, Colombia of Venezuela die geld nodig hebben, het is de natuur aan wie de rijke landen moeten betalen om te herstellen wat ze in tweehonderd jaar van industriële ontwikkeling hebben vernietigd,’ aldus Lula. Dit artikel uit El País legt de oorzaak bloot van de massale ontbossing in de Amazone: intensieve veeteelt. Al die dieren moeten gevoed worden en als er niet genoeg land is om te begrazen of als de dieren vooral binnen staan, wordt er bijgevoerd met soja, dat in het bijzonder uit het Amazonegebied afkomstig is. Daar wordt kostbaar regenwoud gekapt voor illegale sojaplantages met ernstige gevolgen voor de natuur en de inheemse bevolking.

    De vader van Tamires Vasconcelos was wat in Brazilië een desbravador wordt genoemd, een pionier, een wegbereider, iemand die de wildernis temt. Veertig jaar geleden kwam hij naar Amazonia en verdiende er zijn brood door met een graafmachine paden door de dichte begroeiing te ploegen, die later wegen werden. Wegen waarover nog weer later de kolonisten kwamen. En er kwamen steden. En akkers. De plaatselijke bewoners van nu beschouwen de trek naar het oerwoud, die door de toenmalige dictatuur in gang was gezet, als het grote heldenepos van de pioniers. De zwart-witfoto’s van de aankomst in de jaren 1970 contrasteren met de groene akkers vol soja die zich nu tot de einder uitstrekken. Hier en daar een klein plukje bomen.

    De wieg van de sojaindustrie staat in het hart van Brazilië, in de staat Mato Grosso, zo’n 2300 kilometer landinwaarts van Rio de Janeiro. Het is de zuidelijke flank van het Amazonegebied, het grootste oerwoud ter wereld. Die velden en vrachtwagens en silo’s vormen de motor van de Braziliaanse economie. De fazendeira (plantagehoudster) Vasconcelos, de enige nakomelinge, de erfgename van de desbravador, die ervoor koos van de landbouw haar leven te maken, behoort tegenwoordig tot een klasse van welvarende ondernemers.

    Hier regeert de soja. De plantages beslaan zo’n slordige 38 miljoen hectaren (ongeveer de oppervlakte van heel Duitsland). De economische geschiedenis van Brazilië heeft altijd in het teken gestaan van de productie van grondstoffen. Wat de soja is voor de eenentwintigste eeuw, dat was de suiker voor de zeventiende, het goud voor de achttiende en de koffie voor de negentiende eeuw.

    Heden en verleden

    Vasconcelos en de 5100 hectaren bouwland waarover ze de scepter zwaait, genaamd Minuano, maken deel uit van de enige economische sector in Brazilië die gedurende de pandemie is gegroeid. ‘Ons voornaamste gewas is soja, mais komt op de tweede plaats en verder verbouwen we ook nog rijst en bonen,’ zegt deze landbouwingenieur van 35 terwijl ze op een zonnige dag in maart onder een boom een kopje koffie drinkt. Uit deze streek komt een groot deel van de soja die tot voedsel dient voor koeien, varkens en kippen, die op hun beurt weer de hele wereld voeden.

    Zelfs in de moeilijke coronatijd ging het gesmeerd met de Braziliaanse landbouw. De productie is hoger dan ooit, de prijzen op de wereldmarkt zijn de pan uit gerezen, de koers van de Braziliaanse munt is laag en nog nooit heeft deze sector zo’n hechte bondgenoot gehad als nu met president Jair Bolsonaro. Braziliaanse boeren zijn de grootste sojaproducent ter wereld. Voor de houders van sojaplantages is er maar één donkere wolk aan de lucht: de internationale weerstand tegen ontbossing van het Amazonewoud, dat zo cruciaal is voor het tegengaan van de klimaatverandering.

    Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen

    Als niet iedereen hier Portugees sprak zou je denken in een ander land te zijn. De geblokte overhemden, de honkbalpetjes, de hoeden, de laarzen, de pick-uptrucks, allemaal maken ze dat je je in de Amerikaanse Midwest waant. In Sinop, net als in sommige andere Braziliaanse steden, staat een imposante replica van het Amerikaanse vrijheidsbeeld bij de ingang van een aantal grote warenhuizen die eigendom zijn van een vriend van Bolsonaro. De sertanejo, de countrymuziek van deze streek, is de soundtrack van deze plattelandssteden, hoewel vanwege het virus alle cafés gesloten zijn. Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen. Er zijn geen ansichtkaarten van. Het is Bolsonaroland.

    Al voor het ochtendgloren is Vasconcelos op weg naar Sinop, de grootste stad in de regio. Daar in de buurt ligt haar haciënda. Wie denkt dat de naam is afgeleid van China, de grote afnemer die de handel in soja weergaloos heeft opgedreven, vergist zich. De naam is een acroniem van Sociedad Inmobiliaria del Norte del Paraná, oftewel ‘Handelsmaatschappij Onroerende Goederen van Noord-Paraná’, waarbij Paraná de buurstaat is waar veel kolonisten vandaan komen. Zoals João Marcus Menegace.

    Menegace is taxichauffeur en hij kwam als kind met zijn ouders en zeven broers en zussen in een bestelbusje naar deze streek. ‘We aten onderweg op de vluchtstrook van de snelweg,’ vertelt hij. Na dagenlang reizen kwamen ze in het beloofde land aan. Het wagenpark, met bijna evenveel voertuigen als inwoners, de gourmetwinkel met geïmporteerde delicatessen en een hippe handtassenboetiek die niet zou misstaan in de duurste winkelstraat van São Paulo, geven een idee van de rijkdom hier.

    #ElAgroNoPara is de hashtag die bij het uitbreken van de coronacrisis in dit gebied viraal ging. De mondkapjes herinneren eraan dat de pandemie nog niet voorbij is, maar die heeft de handel nauwelijks aangetast. ‘De pandemie was hier veel minder voelbaar, omdat wij de prijs voor de oogst van 2020-2021 al uitonderhandeld hadden,’ legt de plantagehoudster uit. De levering was al betaald, de oogst was verkocht. Werken in de openlucht met weinig mensen en veel machines, dat maakt de zaken in tijden van covid gemakkelijker.

    Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen

    Haar haciënda heeft nog maar weinig te maken met die welke haar vader, Elmo Leitzke, begon. Bijna alle processen zijn geautomatiseerd en de werknemers zijn speciaal opgeleid. Ze sproeien met vliegtuigjes. Vasconcelos laat de silo zien die ze op de haciënda heeft laten bouwen, ‘handje contantje betaald’,  zegt ze trots. Het feit dat ze nu zo binnenlopen, zegt ze, is het gevolg van ‘jaren investeren in technologie en onderzoek van het klimaat, de grond, de zaden, de beschermingsmiddelen’.  Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen. Bestrijdingsmiddelen, dus.

    Van eind februari tot begin maart werd de eerste sojaoogst van 2021 en het inzaaien van de eerste mais gehinderd door zware regens. Hier wordt twee keer per jaar geoogst en soms wel drie of vier keer. Een zeer intensieve landbouw, voornamelijk voor export naar China en de Europese Unie. Brazilië produceert een derde van alle soja in de wereld. Dat wil zeggen dat het land in een paar decennia de Verenigde Staten heeft ingehaald als sojaproducent, dankzij een verdubbeling van de productie per perceel en een verdriedubbeling van het landbouwareaal sinds de jaren 1980 (zie Our World In Data).

    De spectaculaire groei van de landbouwsector en van het middenwesten van Brazilië is aangejaagd door de enorme vraag vanuit China, een land met een bevolking die door de toenemende welvaart meer vlees is gaan consumeren. Vasconcelos, die met haar haciënda dertig gezinnen onderhoudt, verkoop haar soja aan een van de grootste multinationals in graanproducten ter wereld, Cargill, dat zijn zetel in de Verenigde Staten heeft.

    De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing

    De Braziliaanse landbouwsector draaide volgens officiële cijfers in 2020 een omzet van 150 miljard euro. De totale economische activiteit die de sector genereert is echter in de laatste tien jaar van 20 procent gestegen naar 26 procent van het bnp, aldus het instituut Cepea van de Universiteit van São Paulo, terwijl de industrie en de dienstensector zijn gekrompen.

    Guilherme Miqueleto, hoogleraar economie aan de Federale Universiteit van Mato Grosso, somt bijkomende factoren op die hebben bijgedragen aan de spectaculaire groei van de productie: de economische stabiliteit, betere juridische zekerheid en ‘de uitbreiding van het landbouwareaal naar het noorden gedurende de laatste vijftien tot twintig jaar’, dat wil zeggen de ontginning van het Amazonewoud.

    Ook in andere landen worden bomen gekapt om plaats te maken voor landbouw en veeteelt, maar nergens gebeurt dat op zo grote schaal als in Brazilië, dat een derde van de ontbossing in de hele wereld voor zijn rekening neemt. De grote boosdoener is de veeteelt. De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing, tot in 2006 de handelaars een akkoord sloten met de ngo’s en de regering om geen graan en soja meer te kopen van akkers die illegaal verbouwd werden. Met het opdrogen van de vraag verdween dit type soja vrijwel volledig. Het moratorium op soja in het Amazonegebied ‘is doeltreffend in het tegengaan van ontbossing die rechtstreeks verband houdt met soja,’ verklaart Cristiane Mazzeti, medewerkster van Greenpeace. Slechts 2 procent van de huidige productie is afkomstig van illegaal gekapt oerwoud.

    Maar omdat soja lucratiever is dan koeien, is er bedrog. Eerst wordt er ontbost voor veeteelt en na een aantal jaren maken de weiden plaats voor akkers – et voilà!

    Politiek en bedrijfsleven

    Ondanks de stortregen is er een constant verkeer van vrachtwagens van de haciënda’s naar de silo’s. In een van de verwerkingsbedrijven inspecteert een medewerkster van het internationale accountants- en adviesbureau KPMG de soja om te zien of er genetisch gemodificeerde soorten tussen zitten, want daarvoor moet de producent royalty’s aan Bayer-Monsanto betalen.

    Vrij van verontreiniging gaat de koopwaar op transport naar de rivier de Tapajós, een zijrivier van de Amazone, over de drukke weg die recht van noord naar zuid door Mato Grosso loopt. Dat is de BR-163, aangelegd door het militair bewind in de jaren 1960, om te verzekeren dat het Noord-Amerikaanse imperium het uitgestrekte gebied niet zou inpikken.

    In de regentijd is op veel wegen hier het verkeer een lijdensweg. Daarom kregen de inwoners van Sinop schoon genoeg van de politici die in verkiezingstijd de regio bezochten en allerlei beloftes deden over de BR-163. Tot Bolsonaro op het toneel verscheen en de zaak in een mum van tijd voor elkaar kreeg. ‘Geen enkele president is er in de afgelopen 24 jaar in geslaagd de weg over de hele lengte te asfalteren, maar Bolsonaro kreeg in een jaar voor elkaar dat de laatste 175 kilometer gedaan werden,’ zegt Ilson Redivo, voorzitter van de rurale werkgeversbond waar 270 ondernemingen bij zijn aangesloten.

    Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in 2018 op Bolsonaro gestemd

    De 900 kilometer lange weg maakt de reis naar de haven vier dagen korter. Voor de alternatieve route moest de lading eerst 2500 kilometer per vrachtwagen naar het zuiden worden gereden, om vervolgens op een kustvaarder te worden geladen, die 5000 kilometer naar het noorden, naar het Panamakanaal, voer, legt Redivo uit. De besparing in tijd en geld is enorm. Nu vertrouwen ze erop dat de president ook in de komende maanden zijn belofte waarmaakt om een spoorlijn aan te besteden die parallel zal lopen aan de BR-163 en die hen nog meer geld uitspaart. ‘Elke trein heeft een capaciteit van driehonderd vrachtwagens,’ zegt Edeon Vaz, promotor van de ferrogrão, de ‘graantrein’, zoals hij genoemd wordt.

    Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 2018 op Bolsonaro gestemd, een extreemrechtse ex-militair. Ze bewonderen hem nog steeds. En niet voor niets. Hij benoemde de voorzitter van het zogenaamde ‘Landbouwfront’ in het parlement (Frente Parlamentar da Agropecuária) tot minister van Landbouw. Iedereen hier heeft lof voor de discrete en doortastende Tereza Cristina Dias, want zij heeft nieuwe markten voor hen geopend. Ze hebben nu zelfs de minister van Milieu, Ricardo Salles, aan hun kant, zoals heel Brazilië kon zien op een video van de ministerraad die in mei 2020 een schandaal veroorzaakte. We zien Salles voorstellen de pandemie te gebruiken om de boiada (‘de kudde’, dat wil zeggen de hele regelgeving die gunstig is voor de landbouwsector) erdoor te drukken.

    De inwoners van Sinop juichten voor de president toen hij in september, midden in de pandemie, op bezoek kwam. Redivo en zijn werkgeversbond zijn zo enthousiast over hem dat ze een poster voor hem hebben laten maken. Naast een portret van Bolsonaro met de presidentiële sjerp staat de spreuk: ‘Wij geloven in God en staan voor het gezin’. De mensen hier zijn conservatief. Een paar straten verderop is een modezaak waar ze kleding voor evangelische vrouwen verkopen.

    Voor Redivo zijn die posters ‘de erkenning van een persoon die tracht dit land weer op de rechte weg te zetten. Want we gingen dezelfde kant op als Venezuela en Cuba. En 99 procent van de mensen in de productiesector willen geen communisme in Brazilië.’

    Na elke parlementsverkiezing groeit het Landbouwfront in het Congres. Ze zitten nu al bijna op driehonderd parlementariërs. Ze zijn zelfs groter dan de evangelisten. De ex-afgevaardigde Nilson Leitão, een vooraanstaand lid van die fractie en burgemeester van Sinop, zegt dat de handel in landbouwproducten prominent op de politieke agenda moet staan omdat ‘Brazilië een land is met een stedelijke bevolking, maar met een rurale economie’.

    Leitão is dankbaar dat met deze regering een einde is gekomen aan de landbezettingen door landloze boeren. Maar het stoort hem dat Bolsonaro wrijvingen heeft met China. Wat de markt nodig heeft is vertrouwen en zekerheid, zegt hij. ‘Vechten met je grootste klant is niet goed voor de handel.’

    Geld eisen voor natuurbehoud?

    De milieukwestie heeft momentum gekregen in Brazilië door het wereldwijd toenemende klimaatbewustzijn en door de komst van Bolsonaro, die vindt dat behoud van de ecologische omgeving de economische ontwikkeling in de weg staat. ‘Het doel van de landbouwproductie,’ zegt de ex-afgevaardigde van de streek, ‘is ervoor te zorgen dat het economisch haalbare ecologisch correct is.’

    Jaren zijn verstreken sinds het toenemend ecologisch bewustzijn voor het eerst de degens kruiste met de pioniers die deze uithoek van Brazilië ten koste van de natuur tot een van welvarendste gebieden hadden gemaakt. In de jaren 1970 ging het om hout. De economische activiteit bestond grotendeels uit het kappen van bomen en de verkoop van hout, de grootste schat die het Amazonewoud te bieden heeft. In het begin van de eenentwintigste eeuw kwam, tezamen met de regering van Lula da Silva en de ongeremde ontbossing, druk vanuit de milieubeweging en moesten ze op zoek gaan naar andere bronnen van inkomsten.

    Toen kwam de soja op, een industrie die elk jaar groter wordt. Nu, met de systematische ontmanteling van de milieumaatregelen, krijgt de agrarische industrie te maken met de druk van milieuactivisten en van Europa.

    De Franse president Manuel Macron uitte de beschuldiging dat de Braziliaanse soja verantwoordelijk is voor de ontbossing van het Amazonewoud. De burgemeester van Sorriso, Ari Lafin, voelde zich aangesproken. Logisch. Zijn stad ten zuiden van Sinop, produceert 3 procent van de Braziliaanse soja. Hij reageerde op Macron met een uitnodiging. ‘Ik heb hem hier uitgenodigd, zoals ik ook met de president (Bolsonaro) gedaan heb, omdat het goed is de regio met eigen ogen te zien,’ legt hij uit in een videogesprek. ‘De verantwoordelijkheid voor het milieu is een prioriteit van de lokale agrarische sector,’ stelt hij. ‘Produceren met vernietiging van de natuur is uit den boze,’ voegt hij eraan toe.

    De wet bepaalt dat 80% van de vegetatie in het Amazonegebied moet worden beschermd

    Sorriso heeft honderdduizend inwoners en groeit jaarlijks met zo’n 8 procent. ‘Dit is een land, een stad, met kansen, waar heel veel werk is. Hier moeten we vroeg opstaan, we hebben geen vaste werktijden, we nemen haast nooit pauze. Je hebt de soja nog maar net geoogst of je staat alweer mais in te zaaien. De ene oogst na de andere en dat brengt een keten op gang die uiteindelijk leidt tot wat er in de winkel te koop is…’ De welvaart is heel hoog hier. Het bbp per hoofd van de bevolking is hoger dan in São Paulo. De banen die zij scheppen zijn niet van de traditionele soort, maar hebben te maken met diensten of met toeleveranciers. Advocatenkantoren, accountants, machinehandelaars, vastgoedontwikkelaars, winkels, restaurants…

    De nieuwe generatie fazendeiros, universitair geschoolde dertigers, heeft meer oog voor het milieu dan hun vaders en grootvaders. ‘In de laatste vijf tot tien jaar zijn de zaken abrupt veranderd en niet iedereen heeft dat kunnen bijbenen,’ zegt Vasconcelos. ‘We produceren op een manier die minder impact heeft (op het milieu), maar we hebben wel erg te lijden onder de druk. Vooral van desinformatie,’ zegt ze.

    De fazendeira legt uit dat produceren met minder impact betekent dat de richtlijnen voor het gebruik van pesticiden, meststoffen, en dergelijke naar de letter moeten worden opgevolgd, ‘om de grond te ontzien en terug te geven wat er door de oogst aan is onttrokken’. Ook belangrijk is dat de emballage op de juiste wijze wordt verwijderd: ‘alles wordt drie keer schoon gespoten voordat het naar het bedrijf teruggaat, waar het op een nette manier wordt verwerkt’.

    Ze accepteert de uitnodiging voor een interview met deze krant omdat ze wil dat het verhaal van de rurale producenten gehoord wordt. En ook in de hoop dat wat ze zegt tot voorbeeld kan strekken. Als moeder van twee kinderen en getrouwd met een studiegenoot van de landbouwuniversiteit wil ze haar dochters laten zien dat je als vrouw een haciënda kunt leiden. Hoewel ze dat al twintig jaar doet, maakt ze nog steeds mee dat mensen verbaasd zijn als ze horen dat zij de baas is van het bedrijf.

    Zoals iedereen hier, en in lijn met de mantra van Bolsonaro, staat ze erop dat ‘geen enkel ander land zoveel aan natuurbescherming doet’. Deze stelling, die door de hele sector als één man verdedigd wordt, stoelt op twee harde cijfers die zowel de agrarische producenten als de milieudeskundigen met kracht op tafel leggen: Brazilië beschermt 66 procent van de oorspronkelijke vegetatie (iets waar weinig ontwikkelde landen op kunnen bogen) en de wet bepaalt dat in het Amazonegebied 80 procent van de vegetatie beschermd moet worden, hetgeen betekent dat slechts 20 procent van het land ontgonnen mag worden. In andere Braziliaanse regio’s die ecologisch van groot belang zijn is die verhouding 50/50.

    Het punt is dat de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd

    Maar het punt is dat ‘de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd,’ zegt Cristiane Mazzetti van Greenpeace. En ze komt met een cijfer dat er niet om liegt: ‘99 procent van de boskap in 2019 was illegaal’.

    Redivo, de voorzitter van de rurale werkgeversbond, stelt dat, gezien de fenomenale handel, de wetten versoepeld moeten worden om het volledig landbouwpotentieel uit de grond te halen, ook al is die volgens de wetenschap van groot ecologisch belang en cruciaal voor het terugdringen van de opwarming van de aarde.

    Hij is een klimaatscepticus. ‘De opwarming van de aarde heeft niets te maken met de ontbossing van het Amazonegebied,’ stelt hij kortaf. En hij voegt er zonder blikken of blozen aan toe: ‘Vandaag de dag vang je meer CO2 af op landbouwgrond dan op bosgrond.’ Maar als de rest van de wereld zich zo’n zorgen maakt over het Amazonewoud, dan heeft Redivo wel een oplossing: ‘Dat ze ons dan maar betalen voor het behoud van de biodiversiteit, wij alleen kunnen dat niet aan.’

    De klimaatwetenschappers waarschuwen er al tijden voor dat de ecologische schade door de ontbossing van het Amazonewoud zo groot is dat we dicht bij het omslagpunt komen waarbij het bos CO2 gaat uitstoten in plaats van afvangen. Dat is een omslag met grote consequenties, omdat het gebied dan bijdraagt aan de opwarming van de aarde in plaats van die te dempen.

    Miqueleto, de econoom, benadrukt dat als de koeien en de sojabonen verder noordwaarts terrein blijven winnen, de boeren de gevolgen daarvan zullen ondervinden. Dan komen er óf zware regens, óf droogtes, en dan kunnen ze hun ‘fenomenale handel’ wel vergeten.

    GettyImages 1228083973 1
    Inheemse Kayapó-bevolking blokkeerden in augustus 2020 de BR-163-snelweg uit protest tegen het gebrek aan middelen om covid-19 te bestrijden. Ze eisten ook meer inspraak in nieuwe infrastructuurprojecten. – © Ernesto Carriço / NurPhoto / Getty

  • Soja verwoest Argentijnse bodem

    Soja verwoest Argentijnse bodem

    In de buurt van Argentijnse sojaplantages komen steeds meer overstromingen voor. Volgens de autoriteiten ligt het aan de klimaatverandering. Milieubeschermers wijzen naar de intensieve landbouw.

    Het is een cyclus van regenval, overstromingen, boeren die het klimaat de schuld geven, economische schade die in de miljoenen loopt en een regering die subsidies uitdeelt en maatregelen belooft. En bij de volgende storm begint de cyclus opnieuw. De laatste weken waren de regio’s Córdoba, Santa Fe en Buenos Aires aan de beurt. ‘Het komt niet door het klimaat, maar door het de manier waarop hier landbouw en veeteelt bedreven wordt,’ stelt de Argentijnse milieurechtenorganisatie Naturaleza de Derechos. Andere milieuorganisaties hebben erop gewezen dat door de macht van de Argentijnse landbouwsector de ontbossing in het land sneller gaat dan waar ook ter wereld. Uit onderzoek blijkt dat veranderend grondgebruik de oorzaak is van de vele overstromingen.

    In maagdelijk bosgebied absorbeert de grond wel driehonderd millimeter water per uur, gewone weidegrond (met grazend vee) maximaal honderd millimeter. Een sojaveld absorbeert slechts dertig millimeter per uur, zo stelde het Nationaal Instituut voor Landbouw- en Veeteelt Technologie (INTA) vast. Volgens Nicolas Bertram van INTA, een van de auteurs van de studie, is ‘de wateroverlast er niet aan te wijten dat er te weinig waterwerken zijn uitgevoerd en al evenmin aan overvloedige regenval, maar vooral aan de enorme groei van het landbouwareaal in de laatste decennia’.

    Natuur de schuld

    ‘Stijging van het grondwater in de pamparegio: meer regenval of veranderd grondgebruik?’ luidt de titel van het onderzoeksrapport (de tweede auteur is Sebastián Chiacchiera). De twee wetenschappers onderzochten hoeveel regen de afgelopen veertig jaar viel en hoe het grondgebruik veranderde (sojacultuur verdrong op grote schaal de veeteelt). Bertram vertelt: ‘Het grondwaterpeil lag eerst op tien meter diepte, nu nog maar op één meter. De aarde is verzadigd en kan geen water meer opnemen. Het is alsof we eerst een grote teil hadden waar we één emmer water in gooiden. Nu is de teil tien keer zo klein, maar we legen er nog steeds dezelfde emmer water in.’

    Na een overstroming in Córdoba in 2015 gaf toenmalig gouverneur José Manuel de la Soja de natuur de schuld: ‘Het was een tsunami uit de hemel.’ Volgens landbouwkoepelorganisatie Aapresid waren de recente overstromingen, waarbij de landbouwsector zwaar getroffen werd, het gevolg van een ‘klimaatcatastrofe’.

    Horacio Brignone van de campagne Paren de Fumigar (die ageert tegen bestrijdingsmiddelen) vindt dat de overheid behalve met de landbouwsector ook met andere partijen om te tafel moet gaan zitten. ‘De sector krijgt subsidie als schadeloosstelling voor overstromingen die zij zelf heeft veroorzaakt. Ze proberen het water tegen te houden met subsidies, export en “productie”. Dit gebeurt telkens weer, maar de werkelijke oorzaken worden niet aangepakt.’

    In een persbericht schrijft natuurbeschermingsorganisatie Cepronat, die ook deelneemt aan de campagne Paren de Fumigar: ‘Het agrarisch-biotechnologisch model verergert de overstromingen. Door gebruik van transgene gewassen, bestrijdingsmiddelen en directe inzaaiing stijgt de grondwaterspiegel. De monocultuur van soja en de chemicaliën die daarbij worden gebruikt maken de grond ondoordringbaar. Het water wordt niet meer opgenomen, en dat leidt op den duur tot overstromingen.’

    Soja-oogst bij Buenos Aires. – © HH
    Soja-oogst bij Buenos Aires. – © HH

    Het persbericht werd al in augustus 2015 geschreven maar het werd deze week opnieuw verstuurd. Carlos Manessi van Cepronat legt uit waarom: ‘Het is nog even actueel als toen en daarom geven we het nog eens uit.’ Hij verwijt de landbouwsector en de politiek alleen maar naar klimaatverandering en El Niño te wijzen als oorzaak.

    Volgens de wereldvoedselorganisatie van de Verenigde Naties hoorde Argentinië bij de tien landen op de wereld die de afgelopen 25 jaar het meeste kapten. Er verdween 7,6 miljoen hectare bos, een gemiddelde van 300.000 hectare per jaar. Hernán Giardini van Greenpeace zegt erover: ‘Elk jaar zien we weer grote overstromingen. Dat is niet toevallig: het is geen natuurlijk fenomeen. Het komt doordat dit land geen milieupolitiek heeft om bossen en andere natuurgebieden tegen branden, houtkap, sojateelt, intensieve veehouderij en projectontwikkelaars te beschermen.’

    De stad Chabás ten zuiden van Santa Fe is als geen ander door de overstromingen getroffen. De inwoners blokkeerden onlangs een nationale snelweg en eisten infrastructurele projecten, kanalen en pompen om het overtollige water af te voeren. Een van de actievoerders vertelt: ‘Chabás staat midden in een zee van soja. Het water kwam van het land gestroomd terwijl het in de stad niet eens regende. In twee uur tijd stond zeventig procent van de straten onder water.’

    Córdoba is een van de zwaarst getroffen provincies. Milieu-advocaat Dario Avila, lid van een mensenrechtencomité, schampert: ‘Wat toevallig. Telkens weer in gebieden met intensieve landbouw, in het hart van de sojateelt.’ De regionale overheid heeft zojuist een wet aangenomen om meer bos te kappen en de landbouwsector nog meer ruimte te geven.

    Auteur: Dario Aranda
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Página 12
    Argentinië | dagblad | oplage 90.000

    Belangrijkste linkse krant van Argentinië. Veel nadruk op mensenrechten. Heeft vaak briljant gemonteerde foto’s op de cover, bedoeld om een jong publiek aan te trekken.

    CONTEXT: Zorgen over Amazone

    De afgelopen 25 jaar ‘heeft de sojaproductie grote happen genomen uit het oerwoud en de savanne van Mato Grosso’, schrijft website Mongabay. Mato Grosso, een Braziliaanse deelstaat in het westelijk Amazonegebied, is een van de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. Tegelijk is het volgens Mongabay een van de regio’s waar de honger van de landbouwsector het grootst is. Tussen 1991 en 2016 groeide het landbouwareaal voor soja er van 1,2 tot 9,4 miljoen hectare. In 2006 besloten de Braziliaanse voedingssector, ngo’s en de regering samen tot een moratorium. Desondanks groeide het soja-areaal in de staat nog steeds aanzienlijk.