Tag: soleïne

  • George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    George Monbiot: ‘Bijna niets is schadelijker voor het milieu dan biologisch rundvlees’

    Als wij ons voedingssysteem niet radicaal veranderen kunnen we de strijd tegen klimaatverandering niet winnen, zegt de Britse milieuactivist George Monbiot. Ten eerste moeten we af van de veeteelt. Zijn boek Regenesis is een fundamentele kritiek op de landbouw.

    Voor een veganist vertoont George Monbiot een opmerkelijke verachting voor veel dieren. Kippen, vooral hun mest, houdt hij verantwoordelijk voor het veranderen van hele ecosystemen in weerzinwekkende riolen. Koeien ziet hij als ‘reusachtige machines die koolstof vrijmaken en veel land bezetten’. Zelfs honingbijen zijn voor hem productiedieren die grote schade aanrichten aan het milieu doordat ze wilde insectensoorten verdringen.

    Voor zijn documentairefilm Apocalyps Cow heeft hij zelfs een keer een ree geschoten en gegeten. Het stond hem weliswaar vreselijk tegen, schreef hij in The Guardian, hij had liever gehad dat een wolf dat voor hem had opgeknapt, maar ‘het voelde juist om dit dier te eten. Het doden ervan veroorzaakt geen ecologische schade, integendeel.’ Waar het leefde, in de Schotse hooglanden, was het aantal reeën geëxplodeerd en het aantal bomen waarvan ze de spruiten eten was daardoor extreem afgenomen. Dankzij de jacht op het wild heroverden de bomen het land nu weer ‘met een opmerkelijke snelheid’.

    Maar Monbiots grootste vijanden zijn schapen. Dat ligt vooral aan de enorme ruimte die ze nodig hebben. In Groot-Brittanië wordt vier miljoen hectare bergland benut als schapenweide, dat is twee keer zo veel oppervlakte als alle steden, fabrieken, opslagloodsen, tuinen, parken, straten en vliegvelden bij elkaar beslaan. Sinds er – ook door royale landbouwsubsidies – in de twintigste eeuw schapen werden losgelaten op het Britse hoogland, zijn ze effectieve verwoesters gebleken van ecologische niches. Omdat de dieren zich bij voorkeur voedden met ontkiemende bomen zouden ze die streken in de loop van de tijd hebben veranderd in ‘dode zones’, waarin behalve een enkele grassoort nauwelijks nog iets groeit.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Maar het ernstigste probleem van deze vorm van landbouw is de schamele opbrengst ervan. Om met lamsvlees 100 gram proteïne te produceren is er 185 m2 land nodig, ongeveer 26 keer zoveel als voor kippen nodig is en 84 keer zoveel als voor soja. In calorieën omgerekend betekent dat dat 22 procent van de totale Britse landbouwgrond de Britten voorzien van 1 procent van hun proteïnebehoefte.

    Nerd

    George Monbiot is een echte nerd als het om zulke cijfers gaat. Als journalist en milieuactivist is hij in Groot-Brittannië allang een begrip; sinds 1996 behoren zijn columns tot de vaste inventaris van The Guardian. De stilistische scherpte waarmee hij zich onderscheidt, richt zich ook graag tegen zogenaamd gelijkgezinden. In zijn boek Regenesis keert hij zich nu tegen al die bioboeren die nog geloven in het project van een duurzame landbouw. Want voor Monbiot is de landbouw als zodanig ‘de meest verwoestende menselijke activiteit die de aarde ooit heeft meegemaakt’. De ruimte die zij inneemt, ziet hij als ‘de belangrijkste van alle milieuproblemen’. 

    Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet?

    George Monbiot
    Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet van George Monbiot verscheen in 2022 bij uitgeverij Allen Lane.

    Dat dit onderwerp in het klimaatdebat tot op heden verregaand verwaarloosd werd in vergelijking met de energietransitie, ligt ook aan het feit dat deze verwoesting van de bodem, in tegenstelling tot het delven van fossiele grondstoffen, al duizenden jaren wordt geromantiseerd. Ook al heeft ze allang industriële proporties aangenomen, toch laat de agrarische cultuur ons nog altijd het beeld zien van een boerenidylle, bijna alsof de uitbuiting van de natuur zelf iets heel natuurlijks is. Bovendien is juist de biologische landbouw deel van het probleem: hoe voordelig ze ook is voor dieren en bodemkwaliteit, ze verergert het ruimtebeslag. Als middel om gras in proteïne te veranderen zijn schapen en runderen erbarmelijk inefficiënt; als ze in de wei gehouden worden, groeien de dieren nog langzamer en gebruiken ze veel meer ruimte. ‘Er is nauwelijks een landbouwproduct dat schadelijker is voor het milieu dan biologisch rundvlees van weidevee’, aldus Monbiot.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Wat zijn boek zo interessant maakt, is behalve het concrete onderwerp ook het koelbloedige realisme waarmee hij het thema beziet. Vaak ligt Monbiots standpunt voorbij de ideologische bastions van waaruit het debat over klimaatverandering gevoerd wordt. Tegenover de illusie van een groene groei wordt ofwel onthouding geplaatst, of men speelt de milieubescherming uit tegen de existentiële behoeften van grote delen van de wereldbevolking. Monbiots inzichten zijn zonder meer radicaal. Het effectiefste middel om CO2 uit de atmosfeer te halen is volgens hem het reduceren van de oppervlakte aan landbouwgrond tot een minimum; het moet worden veranderd in natte gebieden en bossen. In een vorig boek, Feral. Searching for Enchantment on the frontiers of rewilding, beschreef hij zijn visioen van een verwildering op grote schaal van weiden en velden om de ineenstorting van het klimaat en de zogeheten zesde grote soortensterfte te voorkomen. Daarbij hoorde ook de terugkeer van olifanten naar Europa.

    Een fragment uit de documentaire Apocalypse Cow van George Monbiot over soleïne.

    Potentieel

    In Regenesis. Feeding the World without Devouring the Planet gaat het hem nu om de vraag die daar noodzakelijk uit volgt: hoe valt zijn utopie te verenigen met het voeden van een voortdurend groeiend aantal mensen? Hoe zorgen we voor een voedselproductie die het klimaat ontziet – en niet alleen voor degenen die zich duur biologisch voedsel kunnen veroorloven? Het is duidelijk, zo rekent Monbiot voor, dat we het landbouwoppervlak met 76 procent zouden kunnen reduceren als iedereen zou ophouden vlees en zuivelproducten te consumeren. Maar hoewel hij zelf allang vegetarisch eet en de trend van vermindering van de vleesconsumptie in rijke landen aanhoudt, denkt hij niet te kunnen rekenen op een snelle bewustzijnsverandering die de opwarming van de aarde tijdig zou kunnen stoppen.

    Dus wat te doen? Op zoek naar alternatieve manieren om de bodem te gebruiken presenteert Monbiot een paar geëngageerde boeren die het is gelukt hun land door creatieve verbouwingsmethoden niet alleen ecologisch gezonder, maar ook productiever te maken. Ook in deze portretten doorbreekt hij de gangbare clichés: zijn helden zijn op het eerste gezicht bioboeren uit het boekje, die hun velden met houtsnippers in plaats van fosfaat bemesten, of ze sparen ze met een directzaadmethode in plaats van ze te verwoesten door te ploegen. Maar ze zijn vooral pioniers van een experimentele landbouw in hun pogingen met veldonderzoek in de letterlijke zin van het woord en met wetenschappelijke nauwkeurigheid de complexiteit van de bodem te begrijpen en te benutten. 

    Slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem zou geïdentificeerd zijn

    De succesvolle aanzetten van deze pioniers, dat weet Monbiot ook, bieden geen model voor de industriële productie van voedingsmiddelen die nodig is voor het voeden van de wereldbevolking. Maar ze geven een idee van het potentieel dat een transformatie van de agrarische cultuur in zich bergt. En ze laten zien hoezeer de kennis van de leefruimte onder onze voeten en van de betrekkingen tussen aarde, bacteriën, planten en micro-organismen, van de soortenrijkdom en de vruchtbaarheid van dit ecosysteem is verwaarloosd.

    Tot op heden zou slechts 10 procent van de duizenden diersoorten in de bodem geïdentificeerd zijn, schrijft Monbiot. Als er al middelen voor het onderzoek van de bodem beschikbaar gesteld worden, dan is het in hoofdzaak om ‘nieuwe manieren te vinden om ze te doden’; voor bestrijdingsmiddelen. Hij verlangt daarentegen ‘de integrale ontwikkeling van een nieuwe agronomie’, een soort ‘verkenningsprogramma van de aarde’, dat ‘in plaats van Mars in een tweede aarde te veranderen, de oppervlakte van onze eigen planeet onderzoekt’.

    Lees ook dit artikel van George Monbiot:

    Het is dus niet zo verrassend dat Monbiot de oplossing van het voedselprobleem verwacht van een technologie die elke bioboer moet toeschijnen als een sciencefictiondystopie: proteïne uit microbiële fermentatie. In Finland bezoekt hij een bedrijf met de naam Solar Foods, dat uit lucht, zon en een paar bacteriën een sterk geconcentreerd eiwitpoeder maakt. Om dat zogeheten soleïne te verkrijgen, worden bacteriën gevoed met waterstof en kooldioxide uit de lucht; door fermentatie ontstaat uiteindelijk het proteïnepoeder. Het procédé is niet eens erg nieuw, het werd al in de jaren zestig ontwikkeld door de NASA, maar pas nu wordt duidelijk hoe nuttig het kan zijn. 

    Problematisch is dat het maken van waterstof veel energie verbruikt – en veel ruimte, wanneer men daarvoor zonne-energie gebruikt. Niettemin, rekent Monbiot voor, zou voor de productie van proteïne door bacterieculturen 1700 maal minder land nodig zijn dan voor soja, de ruimtelijk gezien meest efficiënte plantaardige bron van proteïne.

    Met dalende prijzen voor zonne-energie zou ook de prijs voor de proteïne van Solar Foods en concurrenten dalen tot het niveau van soja en een goed alternatief voor plantaardige of dierlijke voeding worden. Soleïne zou juist in armere, warme landen voordelig en ‘regionaal’ geproduceerd kunnen worden. En als het ooit ook cultureel geaccepteerd wordt, dan zouden op culinair gebied heel nieuwe mogelijkheden ontstaan: ‘Hapjes die smaken als biefstuk, maar de textuur hebben van Jacobsschelpen,’ stelt Monbiot zich voor; of ‘een mousse die op de tong smelt als pannacotta, maar smaakt naar Iberische ham’.

    Farmfree

    Veel van zijn critici zien zijn visioen als naïef. Het maken van waterstof is gewoon te duur en bovenal zou zo’n soort voedsel uit het laboratorium een uitnodiging zijn aan de voedingsconcerns die het huidige voedselsysteem beheersen om de productie nog ongebreidelder te monopoliseren met patenten. Monbiot is zich van dit gevaar bewust, maar dat verandert voor hem niets aan de noodzaak en de mogelijkheden van de voedselvoorziening met zulke ‘farmfree’-producten. ‘Deze verandering zal zich waarschijnlijk linksom of rechtsom wel voltrekken, hoe heftig de verdedigers van de oude orde ook verzet bieden. Die volgt gewoon uit een onstuitbare economisch logica. Het is aan ons om dit proces snel en rechtvaardig vorm te geven’, schrijft hij.

    Daartoe moet nog slechts één tegenstander overwonnen worden – de langdurige cultuur van verheerlijking van akkerbouw en veeteelt. ‘Een van de grootste bedreigingen voor al het leven op aarde is de lyriek,’ beweert Monbiot, en hij zet uiteen hoe sinds de bucolische gedichten van Theocritus in de Griekse oudheid de mythe ontstond van een harmonieus herdersleven, met schaapherders ‘die hun trage uren doorbrengen met zingen, fluitspelen en vooral met onderdoorgaan aan onbeantwoorde liefdes’. Tegenwoordig zijn de motieven van de pastorale lyriek zo diep geworteld dat ze in de vorm van kinderboeken en westerns, kinderboerderijen en boerderijspeelgoed nog altijd geweldig floreren. Het zijn verhalen die zelfs een overtuigde stadsbevolking zichzelf ‘zonder een zweem van onbehagen vertelt’.

    Dat zijn futuristische voorstelling van een voedingsmiddelenproductie de complete cultuur van de mensheid ter discussie zou stellen, is eveneens een bezwaar dat Monbiot vaak te horen krijgt. Ja, zou hij daar wellicht op antwoorden. Precies!

    Lees ook: