Tag: solidair

  • Chili is anders

    Chili is anders

    De Chileen is geen racist, aldus chroniqueur Óscar Contardo. Hij is zich alleen hyperbewust van wat de hoeveelheid pigment in zijn huid, de vorm van zijn hoofd, de stand van zijn jukbeenderen en de structuur van zijn haar betekenen voor zijn status.

    De Chileen is geen racist, hij is creatief. Hij heeft zo zijn eigen fantasieën over zijn plek in de wereld en vindt zichzelf net zo westers als een Belg of een Zweed, en in het diepst van zijn wezen rekent hij zichzelf tot het blanke ras, gewoon, omdat hij zich geen indiaan voelt en nog minder een zwarte. Zo eenvoudig is het. Van het woord ‘mesties’ wordt de Chileen onrustig, want als hij dat zou gebruiken, zou hij toegeven dat hij van gemengd bloed is. En daar wordt hij ongemakkelijk van. Bovendien weet hij niet hoeveel indiaans bloed hij heeft, want geen Chileen neemt de moeite om zijn stamboom na te 
pluizen op Picunche-oma’s of Diaguita-opa’s of nakomelingen van de Maule-stam. Waarschijnlijk heeft niemand dat ooit geregistreerd. Waarom zouden ze ook? Wat heeft het voor nut?

    Daar komt bij dat de Chileen goede redenen heeft om te vermoeden dat zo’n verleden armoede en geweld heeft gekend, een zwarte periode die slecht combineert met zijn eigen ambities en de bewondering waarop hij kan rekenen als afstammeling van een blank geslacht. Zijn denkraam zal altijd Europees zijn: een dorpje in Extremadura waar zijn achternaam op rijmt, een Italiaans gehucht, een Baskisch dorp 
of – dat zou heel mooi zijn, hier kruist de Chileen hoopvol zijn vingers – een drupje Brits bloed dat aanleiding is om te kunnen opscheppen over een opa 
die zijn plek aan het hof inruilde voor avontuurlijke reizen naar het einde van de wereld. Want het is niet zo dat de Chileen racistisch is, hij is pragmatisch. Hij weet donders goed dat zijn indiaanse genen hem niets zullen opleveren, want in onze samenleving zijn je status en je positie afhankelijk van de afkomst die aan je uiterlijk is 
af te lezen. Welke kleur hebben zakenmannen en ministers? Hoe zien nieuwslezers eruit? En de actrices en acteurs die de hoofdrollen vertolken in televisie-
series? Fotomodellen voor bekende kledinglijnen? Lijken zij op de mensen die op een doordeweekse dag rondlopen op het Centraal Station of in een bus zitten naar de buitenwijken? Nee.

    Wij Chilenen zeggen liever dat we een lichtbruine of koffiekleurige huid hebben dan een donkere huid.

    De Chileen is niet wreed, hij is solidair. Probleem is wel dat solidariteit zo ongeveer wordt aangezien voor liefdadigheid die met neerbuigende vriendelijkheid gepaard gaat

    De Chileen is geen racist, hij is zich alleen hyperbewust van wat zijn huidskleur, de vorm van zijn hoofd, de stand van zijn jukbeenderen en de structuur van zijn haar betekenen voor zijn status. Hij laat dit blijken zonder dit met zoveel woorden te zeggen. Hij gebruikt met een ogenschijnlijk humoristische ondertoon een complex geheel van uitdrukkingen 
op basis van uiterlijke kenmerken: er zijn er met de uitstraling van hangjongeren (trainingspak, petje) en jongeren met het nette voorkomen van een kakker (polootje, kraagje). Je hebt er die eruitzien als kruimeldieven en als leden van de toekomstige elite. Wij 
verkneukelen ons graag om iemand met indiaanse trekken en dik, zwart haar en bewonderen de slanke meisjes met glanzend lang haar die de sociale media bevolken. Achter elk van deze creatieve taaluitingen schuilen niet alleen verschillen in uiterlijk maar ook in status en positie. Iemand met indiaanse trekken of een foute kop – om maar een greep te doen uit de o zo verfijnde beeldspraak die we gebruiken om een inheemse Chileen te typeren die de sociale ladder beklimt en te dicht bij de top komt – zal alles wat 
aan zijn afkomst herinnert onherroepelijk moeten wegmoffelen, alsof hij zich daarvoor zou moeten schamen of iets verkeerds zou hebben gedaan. Als een politicus aangepakt moet worden, dan doen we dat niet omdat hij fouten heeft gemaakt, niet consequent is of omdat we hem simpelweg niet mogen, nee, we richten ons op hoe hij zich presenteert, hoe hij eruitziet, vooral als hij een donkere huid heeft.

    De Chileen is niet wreed, hij is solidair. Probleem is wel dat solidariteit zo ongeveer wordt aangezien voor liefdadigheid die met neerbuigende vriendelijkheid gepaard gaat. Een jaarlijks of maandelijks ritueel waarmee we onszelf eraan herinneren hoe gul we 
zijn voor mensen die in armoede leven of in de kou staan. Medelijden vinden we belangrijker dan respect.

    Hoe reageert de weldenkende Chileen op de ordinaire en domme hysterie die de komst van Haïtianen 
bij een aantal opgewonden nationalisten heeft 
opgewekt, en op de slechte behandeling die de nieuwelingen zich dagelijks moeten laten welgevallen in de wijken waar ze rondzwerven op zoek naar werk en een dak boven hun hoofd? Hij slingert een hashtag 
op Twitter en herinnert ons eraan dat hij het achterachterkleinkind is van een Oekraïner en dat zijn oma uit België komt, voorwaar een schokkende onthulling waarover wij niet lichtzinnig moeten doen. Verwijzend naar zijn Europese roots maakt de progressieve Chileen ons duidelijk dat hij goed kan navoelen wat de huidige Latijns-Amerikaanse immigranten doormaken. En passant laat 
hij ons weten dat de Haïtianen meer dan welkom zijn en als onze hermanos behandeld moeten worden, alsof dit alles niet meer om het lijf heeft dan een weekendje weg naar zee. Zo denkt de linkse Chileen en dat tikt hij op in een goedbedoelde maar belerende tweet vol culturele vooroordelen, die hun fundament hebben in de geschiedenis van ontheemding en segregatie die de meeste Chilenen die met die immigranten moeten samenleven met elkaar gemeen hebben. De weldenkende Chilenen beseffen niet dat deze bevolkingsgroep het doelwit is van 
het politieke discours dat een zwakkere groep in de samenleving nodig had waarop de eigen frustraties geprojecteerd kunnen worden. De weldenkende Chilenen zouden intussen moeten weten dat de feiten – het werkelijke aantal immigranten, wat hun komst betekent voor de werkgelegenheid, 
dat ze de staatskas spekken omdat ze geld uitgeven – de angst waar politici gebruik van maken voor electoraal gewin of om hun positie te behouden niet zal wegnemen. Het gaat hier om politiek en niet om good vibes.

    Soort eilandbewoner

    De Chileen, ten slotte, is geen vreemdelingenhater, maar een soort van eilandbewoner die hoogst gevoelig is voor de hoeveelheid pigment in zijn huid. De immigranten uit Haïti schudden die karaktertrek op en maken het beest wakker dat daar altijd heeft liggen slapen, maar dat we eeuwenlang hebben geprobeerd te negeren om de vieze adem die uit zijn ingewanden opborrelt niet te ruiken en de pijn van zijn beet niet te voelen.

    Auteur: Óscar Contardo
    Vertaler: Jos den Bekker

    Openingsbeeld: Een typisch avondje uit in een restaurant in de Chileense stad Valparaíso. – © Getty Images

    La Tercera
    Chili | dagblad | oplage 200.000

    Populaire krant, opgericht in 1950, die voornamelijk gelezen wordt door de middenklasse in Chili. Op zondag worden er nog eens 63.000 extra exemplaren verkocht.

    unnamed

    Óscar Contardo (1974) is journalist en auteur van verschillende boeken over het sociale leven in Chili. Hij wordt gelauwerd voor zijn columns en kronieken, en kreeg de Altazor-debuutprijs voor het boek Raro (Vreemd).

    Immigranten demonstreren tegen racisme in Santiago. – © (AP / Esteban Felix)
    Immigranten demonstreren tegen racisme in Santiago. – © (AP / Esteban Felix)

    Hervorming immigratiewet

    Op 9 april kondigde de Chileense president Sebastián Piñera een hervorming van de immigratiewetten aan. Op Twitter vertolkte hij zijn filosofie achter het vraagstuk: ‘Een nieuwe wet die onze deuren opent voor diegenen die op legale wijze Chili binnenkomen en zulks doen om bij te dragen aan de ontwikkeling van ons land. En die de deuren sluit voor diegenen die proberen op illegale wijze binnen te komen […]’

    Chili heeft te maken met een ongekende immigratiegolf, sinds 2016 met name vanuit Venezuela, waar een scherpe crisis heeft toegeslagen, en vanuit Haïti, waar de diepe armoede voortduurt. In vier jaar tijd is het aantal immigranten verdubbeld tot momenteel één miljoen, oftewel 5,5 procent van de totale bevolking van Chili.

    Eenderde van de immigranten komt illegaal de grens over, bericht de digitale krant El Mostrador. De nieuwe wet voorziet in het legaliseren van de situatie van 300.000 illegalen, maar het komt er uiteindelijk op neer dat een toeristenvisum wordt omgezet in een tijdelijk visum dat toegang biedt tot de arbeidsmarkt. Volgens de wet moet vervolgens vanuit het land van herkomst een werkvergunning worden aangevraagd.

    Sinds 16 april krijgen Venezolanen een speciaal visum dat een jaar geldig is, eenmaal kan worden verlengd en waaraan het recht verbonden is om een permanente verblijfsvergunning aan te vragen. Voor Haïtianen daarentegen geldt dat zij het land slechts kunnen binnenkomen op een toeristenvisum dat een maand geldig is en eenmaal kan worden verlengd voor een periode van negentig dagen, ‘zonder de mogelijkheid om te immigreren, te verblijven 
of betaalde activiteiten te ontplooien’, zo staat te lezen op de officiële website van het Chileense ministerie van Arbeid.

    Op BBC Mundo, de Spaanstalige tak van de BBC, zegt een Haïtiaan die in Chili verblijft dat de bevolking daar ‘niet gewend is aan zwarte immigranten en zich afvraagt of al die Haïtianen eigenlijk niet van plan zijn om van land te wisselen’.

  • In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    De inwoners van Myanmar staan bekend om hun buitengewone solidariteit. Alleen geldt die dus niet voor de Rohingya.

    De eerste buurt in Yangon waar ik woonde had al vrijwel geen charme toen ik er aankwam. Vlak daarna raakten we het enige wat er nog leuk aan was kwijt toen de gemeenteraad de bomen langs de straat liet kappen om de weg tot zes banen te verbreden. In één klap werd de tot dan toe verwaarloosde straat een drukke verbindingsweg tussen de flats in het centrum en de buitenwijken van de stad in het oosten.

    Op een avond zag ik een auto de hoek om slingeren en een man aanrijden die langs de kant van de weg liep. In minder dan een minuut hadden vele tientallen mensen zich rond de plek van het ongeluk verzameld. Twee van hen verzorgden de gewonde man terwijl tien of vijftien anderen het verkeer gingen regelen. Omdat de politie nergens te bekennen was, haakten weer anderen de handen in elkaar om een versperring te vormen en te voorkomen dat de man achter het stuur, die duidelijk dronken was, ervandoor zou gaan. Algauw kwam er een plaatselijke ambulance, bemand door een groep vrijwilligers, die de gewonde man op een brancard van bamboe afvoerden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

    Zes cijfers

    Ik dacht na over die avond tijdens een recent bezoek aan Phandeeyar, een technologisch centrum in Yangon dat de drijvende kracht is achter Myanmars opkomende, digitale industrie. De afgelopen twee jaar heeft Phandeeyars ‘Accelerator’-programma met succes jonge ontwikkelaars begeleid die op apps gebaseerde bedrijven willen opzetten. In twee van de eerste start-ups worden al investeringen gedaan die tot in de zes cijfers lopen.

    Wat vooral opvallend is aan het programma is de maatschappelijke betrokkenheid van de mensen die eraan meedoen. Eén start-up werkt aan de digitalisering van medische dossiers, wat een steunpilaar kan zijn voor de gezondheidszorg in Myanmar, die onder chronische financiële tekorten lijdt. Een ander werkt aan de start van een nationaal recyclingsysteem, dat van de grond af moet worden opgebouwd. De initiatiefnemers ontlenen hun motivatie aan de treurige aanblik van al het vuil waarmee afvoeren en rivieren door het hele land verstopt raken. De oprichters van RecyGlo werken intussen samen met kantoren en privéscholen om het vuilnis in Yangon op te halen – papier wordt verkocht aan plaatselijke bedrijven terwijl andere recyclebare producten in grote hoeveelheden naar China worden verscheept.

    ‘Dit hoort eigenlijk door de staat te worden gedaan,’ zei RecyGlo’s medeoprichter Yamin Oo. ‘Maar in een ontwikkelingsland kan de staat niet zo veel doen. Daar is een ondersteunend systeem voor nodig.’

    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images
    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images

    Myanmar staat bekend als een van de meest liefdadige landen ter wereld als het om giften en vrijwilligerswerk gaat. Maar het is misschien juister om te zeggen dat de mensen hier gewend zijn geraakt een handje te helpen als de staat daar de middelen niet voor heeft. Nadat ongekende overstromingen in 2015 meer dan honderdduizend dorpelingen uit hun huis verdreven, vormden zich rondom Yangon spontaan liefdadigheidsgroepen die geld vroegen aan automobilisten om voorraden te kopen die ze later zelf naar de opvangkampen reden. Vorig jaar, na wanordelijk verlopen onderhoudswerkzaamheden aan een aantal drukke buslijnen, boden vrijwilligers gestrande reizigers een rit in hun auto aan.

    Maar dit verantwoordelijkheidsgevoel jegens de gemeenschap, dat zo vaak een voorbeeld is van Myanmar op zijn best, heeft ook een donkere keerzijde. Het afgelopen jaar heeft het land zich ingegraven als reactie op het massale geweld tegen de Rohingya-minderheid, die nog steeds buiten de grenzen van die collectieve solidariteit valt. Onlineactivisten die Aung San Suu Kyi steunen – de feitelijke leider van het land, wier regering verantwoordelijk is voor de chaotische reactie op de vluchtelingenexodus – hebben geprobeerd om buitenlandse media in diskrediet te brengen en de wereldwijde verontwaardiging over Myanmar af te doen als een samenzwering.

    In de staat Rakhine, het epicentrum van de crisis in het afgelopen jaar, hielden inwoners humanitaire hulp aan Rohingya tegen. In één stad beschuldigden inwoners een boeddhistische winkeleigenares ervan dat ze zaken deed met moslims, waarna ze haar kaalschoren en lieten rondlopen met een bord waarop ‘verrader’ stond.

    Tot nu toe heeft de regering weinig gedaan om haar burgers in het gareel te houden of om de destructievere instincten een halt toe te roepen. Maatschappelijke organisaties zeggen dat ze worden tegengewerkt. Kundige technocraten die geen banden hebben met de partij van Suu Kyi worden wantrouwig bekeken. Mensen die antimoslimagitatie veroordelen worden bedreigd en kunnen niet rekenen op hulp van de politie of steun van de staat. Of, erger nog, ze worden het doelwit van hinderlijke aanklachten.

    Een groot deel van Myanmars recente geschiedenis is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Het is moeilijk om het gevoel af te schudden dat we weer zo’n gemiste kans voorbij zien komen.

    Auteur: Sean Gleeson
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Nikkei Asean Review
    Japan | weekblad | oplage 12.000

    In 2013 opgericht magazine over politiek, economie, zaken en internationale betrekkingen, vanuit een Aziatisch perspectief. Onderdeel van mediareus Nikkei, onder meer de eigenaar van de Financial Times.

    CONTEXT: VN-bezoek

    Myanmar gaat in beginsel akkoord met het bezoek van de ambassadeurs van de lidstaten van de Veiligheidsraad van de VN, die op dit moment wordt voorgezeten
    door Peru. De internationale vertegenwoordiging gaat op een nog niet vastgesteld tijdstip ook naar Bangladesh, naar de omgeving van Cox’s Bazar, waar zich zevenhonderd- duizend uit Birma gevluchte Rohingya’s bevinden.

    De Birmaanse regering had in februari een dergelijk bezoek nog uitgesloten. Nu, begin april, heeft ze haar toestemming gegeven, maar de details over het bezoek zijn nog niet bekend. Daarom is het onduidelijk of de VN-delegatie ook toegang krijgt tot de Birmaanse deelstaat Arakan (tegenwoordig Rakhine), het woongebied van de Rohingya’s.